1A.7b DB GR Sociaal - Bijlage 1 - Reactie op zienswijzen VJB26 en B27.pdf
Tekst van het document
Reactie: Ten aanzien van de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage bestaat nog geen definitieve duidelijkheid. De invoering is reeds meerdere malen uitgesteld en staat momenteel gepland per 1 januari 2028. De verwachte financiële effecten van dit uitstel zijn dan ook verwerkt in de begroting vanaf 2028. Wij onderschrijven het belang om ontwikkelingen op rijksniveau nauwgezet te blijven volgen en zullen dit blijven doen. Zienswijze gemeente Hendrik-Ido-Ambacht (definitieve versie) Inleidende opmerkingen 1. Waardering In de eerste plaats spreken wij onze waardering uit voor de inzet van uw medewerkers in de afgelopen periode. Ondanks de roerige periode waarin de GR Sociaal verkeert, staan uw medewerkers dagelijks klaar om onze inwoners bij te staan met hulp en ondersteuning op het gebied van bestaanszekerheid, maatschappelijke ondersteuning en de begeleiding naar werk. Hiervoor bedanken wij de medewerkers van de GR Sociaal en spreken we onze waardering naar hen toe uit. Reactie Het Dagelijks Bestuur (DB) dankt de gemeente voor de uitgesproken waardering. Jaarrekening 2025, de voorjaarsbrief 2026 en de begroting 2027 2. Informatievoorziening De huidige informatievoorziening vanuit de GR Sociaal beperkt ons in onze kaderstellende rol . In onze zienswijzen van de afgelopen jaren hebben wij steeds om een verbetering gevraagd van de informatievoorziening.
Alhoewel het dashboard zich steeds verder ontwikkeld, is er nog altijd geen koppeling gemaakt tussen aantallen en financiën. Hierdoor ontbreekt het onze gemeente aan voldoende mogelijkheden om op de voorliggende opgaven te kunnen sturen. De gevolgen hiervan zien wij nu in uw jaarstukken 2025, de voorjaarsbrief 2026 en begroting 2027. Door deze manier van handelen voelen wij ons inmiddels gepasseerd als gemeenteraad doordat wij niet op een zorgvuldige wijze invulling kunnen geven aan onze kaderstellende rol. Wij vragen u, om in uw reactie op onze zienswijze hierop te reflecteren en daarbij ook aan te geven hoe u alsnog aan ons verzoek om betere informatievoorziening invulling gaat geven. Specifiek doelen wij hierbij op de koppeling tussen aantallen en de financiële systemen. Wanneer is deze koppeling gerealiseerd? Reactie: Wij vinden het spijtig te horen dat u zich als gemeenteraad gepasseerd voelt in uw kaderstellende rol. Dat is nadrukkelijk niet onze intentie. Tegelijkertijd herkennen wij de wens om de informatievoorziening, en in het bijzonder de koppeling tussen aantallen en financiën, verder te versterken. Wij onderstrepen het belang hiervan en hebben de doorontwikkeling van de dashboards dan ook hoog op onze prioriteitenlijst staan.
17 Wij moeten echter ook constateren dat het realiseren van een robuuste koppeling tussen data en financiële systemen een omvangrijke en complexe opgave is, die een aanzienlijke tijds - en capaciteitsinvestering vraagt. Deze capaciteit is, mede door krapte op de arbeidsmarkt, beperkt beschikbaar. Momenteel wordt gewerkt aan het verbeteren van de datastructuur en het in kaart brengen van zowel korte als lange termijn verbeteringen. Op basis hiervan worden de dashboards stapsgewijs doorontwikkeld, met als doel trends, aantallen en financiële ontwikkelingen beter in samenhang inzichtelijk te maken. De eerste resultaten hiervan worden begin 2027 verwacht. Wij blijven hierover transparant richting uw raad en zetten ons in om u, binnen de beschikbare mogelijkheden, zo goed mogelijk te ondersteunen in uw kaderstellende rol. 3. Kostenstijging In eerdere zienswijzen hebben wij daarnaast herhaaldelijk gewezen op onze ernstige zorgen over de betaalbaarheid van het sociaal domein. Naast het ‘ravijnjaar’ zien we dat we van een gemeentelijke bijdrage van € 17,1 miljoen in de begroting 2024 naar een bijdrage gaan van inmiddels € 22,4 miljoen in de begroting 2027. Alhoewel indexaties hierbij een rol spelen, moeten we constateren dat de door u ingezette ombuigingen niet tot een afvlakking van deze kostenstijging hebben geleid.
Onze zorgen worden versterkt door de verwachte effecten van het nieuwe landelijke coalitieakkoord. Zo is het Rijk voornemens per 1 januari 2029 de huishoudelijke hulp uit de Wmo te schrappen. In de Voorjaarsnota is deze beleidswijziging financieel vertaald naar een uitname van € 1,01 miljard euro uit het gemeentefonds. Daarnaast is de invoering van de eigen bijdrage in de Wmo door het Rijk uitgesteld naar 1 januari 2028. We zien hierbij het risico dat het verschil tussen de bijdragen van het Rijk en onze kosten nog verder toeneemt. Wij vragen u om de effecten van de landelijk voorgenomen maatregelen voor onze regio vroegtijdig door te rekenen en ons hierover proactief te informeren. Reactie: Het voornemen om huishoudelijke ondersteuning per 1 januari 2029 uit de Wmo te halen, is nog onderwerp van nadere uitwerking en politieke besluitvorming. Op dit moment is daarom nog onduidelijk of, en zo ja op welke wijze, deze wijziging wordt doorgevoerd en of deze juridisch houdbaar is. Naar aanleiding van het regeerakkoord en het daarin opgenomen kabinetsvoornemen om de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning per 2029 af te schaffen, heeft het Dagelijks Bestuur, in overleg met de toezichthouder, besloten om een stelpost op te nemen ter hoogte van de budgetuitname zoals opgenomen in de meicirculaire. Deze stelpost is verwerkt in de eerste begrotingswijziging.
Recent heeft het Dagelijks Bestuur besloten om aanvullend ook het verschil tussen de Rijksvergoeding en de werkelijke kosten als stelpost in de begroting op te nemen. Deze verwerking zal plaatsvinden via een tweede begrotingswijziging. Ten aanzien van de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage bestaat nog geen definitieve duidelijkheid. De invoering is reeds meerdere malen uitgesteld en staat momenteel gepland per 1 januari 2028. De verwachte financiële effecten van dit uitstel zijn dan ook verwerkt in de begroting vanaf 2028. Wij onderschrijven het belang om ontwikkelingen op rijksniveau nauwgezet te blijven volgen en zullen dit blijven doen. 4. Niet behalen ombuigingen Wij zijn onaangenaam verrast door het niet behalen van de beoogde ombuigingen Uit uw jaarstukken 2025, voorjaarsbrief 2026 en begroting 2027 maken wij op dat u de beoogde ombuigingen uit de Bestuurlijke Opdracht ‘Een toekomstbestendig Sociaal Domein’ voor het grootste deel loslaat. Dit, nadat u in uw Najaarsbrief 2025 aangaf dat de realisatie van de ombuigingen naar verwachting verliep. Alhoewel de verwachte omvang van deze ombuigingen al eerder neerwaarts is bijgesteld, komt deze aankondiging als een onaangename verrassing. Juist omdat er ook deze keer geen toelichtende verklaring wordt gegeven.
Dit bevreemdt ons des te meer, omdat wij hier als gemeenteraad in eerdere zienswijzen en bestuurlijke overleggen herhaaldelijk aandacht voor hebben gevraagd. Daarbij constateren wij dat ook andere gemeenteraden in hun zienswijzen vergelijkbare zorgen hebben geuit over het ontbreken van inzicht in de gemaakte keuzes en de feitelijke stand van zaken rondom de ombuigingsmaatregelen. Desondanks blijft een nadere onderbou wing uit. Wij 18 constateren daarom dat er sprake is van een structureel probleem in de navolgbaarheid en transparantie van de maatregelen die door de GR Sociaal worden ingezet, hetgeen het voor raden bemoeilijkt om hun kaderstellende en controlerende rol adequaat te vervullen. Wij verzoeken u klemmend alsnog een toelichtende verklaring te verstrekken voor de laatste neerwaartse bijstelling in uw reactie op onze zienswijze. Reactie: Wij herkennen uw eerdere zienswijze en de daarin geuite twijfels over de haalbaarheid van de extra uitstroomambitie. Tegelijk constateren wij dat wij destijds – mede op basis van de toen beschikbare inzichten en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt – hebben ingezet op het maximaal vergroten van uitstroom, zonder dat voldoende scherp was onderbouwd in hoeverre dit structureel realiseerbaar was voor onze doelgroep.
In de uitvoering is gebleken dat de aannames hierover te optimistisch waren, onder andere door de sneller dan verwachte verzwaring van het bestand en de beperkte uitstroomkansen. Wij hebben hierop gereflecteerd in onze P&C-cyclus, onder andere via risicoparagrafen en bijstellingen in voortgangsrapportages. Tegelijk erkennen wij dat deze reflectie nadrukkelijker en explicieter naar voren had mogen komen in relatie tot de bestuurlijke opdracht als ge heel. Met de huidige bijstelling maken wij deze herijking expliciet en kiezen wij voor een realistischer, beter onderbouwde koers, waarin ambitie en haalbaarheid beter in balans zijn en waarin wij scherper sturen op wat daadwerkelijk beïnvloedbaar is binnen onze uitvoering. 5. Taken Lokaal herbezinnen wij ons op de taken die we bij de GR Sociaal neerleggen Aan de hand van het overzicht van mogelijke ombuigingsmaatregelen zijn wij als gemeente gaan afwegen welke maatregelen wij lokaal willen realiseren. Dit omdat wij verwachten dat lokale uitvoering tot een ombuiging leidt zonder dat het de dienstverlening aan onze inwoners in negatieve zin raakt. Wij zijn voornemens om specifiek voor wat betreft de inburgeringstaken en de begeleiding van inwoners in de bijstand met klantprofiel 3 te verkennen hoe lokale uitvoering van de taken gerealiseerd kan worden, ongeacht regionale besluitvorming over de betreffende ombuigingsmaatregelen.
Wij gaan hierover graag in gesprek met de GR Sociaal en gaan uit van uw medewerking aan deze verkenning. Reactie: Wij nemen kennis van uw voornemen om u lokaal te herbezinnen op de taken die bij de GR Sociaal zijn belegd. Het staat gemeenten vanzelfsprekend vrij om zich te bezinnen op taken die zij aan de GR hebben gedelegeerd dan wel gemandateerd. Wij respecteren die afweging en erkennen dat dit kan bijdragen aan het realiseren van lokale beleidsdoelen, waaronder mogelijke ombuigingen. Ten aanzien van uw voornemen om de begeleiding van inwoners met klantprofiel 3 lokaal te verkennen, merken wij op dat dit onderwerp reeds wordt meegenomen binnen het proces rondom het transformatieplan sociale infrastructuur. Wij vinden het van belang om deze verkenningen goed op elkaar te laten aansluiten, zodat samenhang en consistentie in de uitvoering behouden blijven. Met betrekking tot de inburgeringstaken willen wij benadrukken dat de samenhang met participatie groot is. Effectieve uitvoering vraagt om een integrale benadering, waarbij intensieve samenwerking tussen betrokken partijen essentieel is om inwoners optimaal te ondersteunen richting meedoen en (arbeids)participatie. Wij gaan hierover graag met u in gesprek.
Uiteraard zijn wij bereid om medewerking te verlenen aan uw verkenningen en om gezamenlijk te bezien wat dit betekent voor de uitvoering, samenhang en kwaliteit van de dienstverlening aan inwoners. Tot slot 6. Evaluatie Naar wij begrepen hebben loopt op dit moment een evaluatie van de GR Sociaal, zoals opgenomen in artikel 54 van de Regeling GR Sociaal. Deze evaluatie gaat onder meer in op de samenwerkingsafspraken en taken van de GR Sociaal. In artikel 54 staat dat de ui tkomsten van de evaluatie ter besluitvorming aan de gemeenten worden voorgelegd. We verwelkomen deze evaluatie. 19 Wij verzoeken u gemeenteraden expliciet hierbij te betrekken en zien uit naar een inhoudelijk gesprek met u over deze uitkomsten. Reactie: Gemeenteraden zijn reeds actief betrokken bij deze evaluatie. Raadsleden zijn uitgenodigd om via een vragenlijst hun ervaringen en aandachtspunten te delen. Daarnaast hebben er diverse groepsinterviews plaatsgevonden waarin ook verdiepende inzichten zijn opgehaald. De uitkomsten van de evaluatie zullen in de tweede helft van dit jaar beschikbaar komen. Gemeenten, en daarmee ook de gemeenteraden, worden nadrukkelijk betrokken bij het vervolgproces en het gesprek over de resultaten en mogelijke vervolgstappen. Wij zien uit naar het inhoudelijke gesprek met u hierover. Zienswijze gemeente Papendrecht (college versie) Inleidende opmerkingen 1.
Woord van dank Voordat we daarop ingaan, willen we eerst stilstaan bij iets anders. De stukken laten zien dat medewerkers van de GR Sociaal zich, ondanks een moeilijke periode sinds de "klokkenluidersbrief", met blijvende inzet hun werk hebben voortgezet. Dat waarderen wij zeer en we vragen u dit ook aan alle medewerkers mee te geven. Met het vastgestelde herstel- en verbeterplan is de organisatie in een nieuwe fase gekomen, gericht op herstel van vertrouwen en veiligheid. We hopen dat dit plan rust brengt en bijdraagt aan een veilige en prettige werkomgeving voor iedereen. We blijven graag op de hoogte van de voortgang en wensen u veel succes in dit proces. Reactie: Het Dagelijks Bestuur (DB) dankt de gemeenteraad voor de uitgesproken waardering. Voorjaarsbrief 2026 2. Informatievoorziening Complimenten voor de verbeterslag die is gemaakt op de Voorjaarsbrief. Vorig jaar vroegen we via de zienswijzebrief om nog meer gemeentespecifiek inzicht te geven in de ontwikkelingen per gemeente. Met toevoeging van de laatste paragraaf "aantallen per gemeente" bent u aan dit verzoek tegemoetgekomen. Dit geeft meer inzicht in de ontwikkelingen per voorziening waarmee duidelijker wordt welke aandachtspunten er zijn om op te sturen. Reactie Het DB dankt de gemeenteraad voor de uitgesproken complimenten. 3.
Kostenstijging De kosten stijgen ten opzichte van de primaire begroting 2026 met € 20,1 miljoen. Waarvan € 19,5 miljoen voor rekening van de gemeenten, na aftrek van baten uit het Europees Sociaal Fonds t.w.v. (afgerond) € 0.6 miljoen. Deze stijging komt grotendeels door autonome factoren, zoals de groei van het aantal klanten, loon- en prijsindexaties en overige autonomie ontwikkelingen. We vragen u uiteraard om er alles aan te doen deze kosten lopende het jaar niet verder op te laten lopen, dan wel, deze stijging weer teniet te doen. Reactie: Wij herkennen de door u geschetste ontwikkeling van stijgende kosten, die grotendeels het gevolg is van autonome factoren zoals volumegroei en loon- en prijsontwikkelingen. Tegelijkertijd merken wij op dat gemeenten voor een belangrijk deel ook worden gecompenseerd voor deze stijgingen via middelen vanuit het Rijk. Dit neemt niet weg dat de financiële druk in de praktijk voelbaar blijft. Wij blijven ons inzetten om, binnen de gegeven kaders, samen met gemeenten te zoeken naar een balans tussen betaalbaarheid, rechtmatigheid en passende ondersteuning voor inwoners. Daarbij blijven wij transparant over zowel de kostenontwikkelingen als de (on)mogelijkheden om hierin te sturen. Daarbij merken wij nadrukkelijk 20 op dat aanvullende beheersmaatregelen in veel gevallen ook beleidsmatige en maatschappelijke afwegingen vragen. Begroting 2027 4.
Ombuigingen De ontwerpbegroting toont hogere kosten, resulterend in een grotere gemeentelijke bijdrage dan eerder werd voorzien. U schrijft dat dit met name komt door autonome ontwikkelingen en een aantal technische mutaties. Wij begrijpen dit, maar het baart ons ook zorgen. Vorig jaar vroegen wij in onze zienswijze aandacht voor het feit dat ook onze gemeente kampt met tekorten. Ondanks dat, konden wij op dat moment mede door de geformuleerde bestuurlijke opdracht Toekomstbestendig Sociaal Domein, nog net onze begroting sluitend krijgen. We hebben oog voor de redenen die ten grondslag liggen aan het tekort. Toch is het jammer dat de bestuurlijke opdracht niet heeft geleid tot structurele oplossingen. Dit resulteert voor ons nu namelijk alsnog in een groot tekort op onze begroting. Zoals altijd, maar nu dus meer dan ooit, vraagt dit van onze gemeente dat wij onze bestedingen kritisch tegen het licht moeten houden. Hierbij zal de gemeente Papendrecht ook naar alle de verbonden partijen kijken. Het stemt ons positief dat u samen met onze gemeente begin dit jaar bent gaan werken aan een nieuw plan met maatregelen die alsnog de noodzakelijke besparingen moeten opleveren. Ook de wijze waarop - samen, open en transparant - waarderen we zeer. U stuurde de voorstellen als bijlage voor een oordeel daarover mee met deze P&C-stukken.
Reactie Uiteraard voelen wij ons medeverantwoordelijk voor het betaalbaar houden van de uitvoering van onze taken. Dit is ook expliciet de kern van de bestuurlijke opdracht en de actualisatie daarvan. Binnen deze kaders werken wij continu aan het beheersen van de uitgaven en het vergroten van de doelmatigheid. 5. Begrotingstechnische maatregelen Wij zullen ons aandeel in de te maken keuzes nemen aangezien wij beseffen dat ons beleid en de keuzes die we maken, een groot aandeel vormt in de uitgaven voor de uitvoering. Dit betekent echter wel dat we keuzes moeten maken die onze inwoners gaan raken, wat pijnlijk is. Wij hechten eraan om maatregelen met een negatieve impact op onze inwoners als laatste toe te passen en te starten met begrotingstechnische maatregelen en maatregelen gericht op de bedrijfsvoering van de GR Sociaal. Daarom vragen we u nadrukkelijk vanuit uw rol, om parallel ook opnieuw kritisch te kijken naar mogelijke besparingen die u in uw organisatie kunt realiseren op andere vlakken, zoals in bedrijfsvoering, via digitalisering, efficiëntere werkwijzen en samenwerking. Hierbij verwacht en we bijvoorbeeld dat u kritisch kijkt naar inhuur en invulling van vacatureruimte. Dit doen we als gemeente voor onze eigen organisatie en verwachten we daarom ook van u als verlengd lokaal bestuur.
We doen daarnaast een klemmend beroep op u, om maximaal gebruik te maken van de ruimte die er is om door middel van de technische uitgangspunten de begroting zo ver mogelijk naar beneden bij te stellen. We constateren dat deze maatregelen primair gericht zijn op financiële beheersbaarheid en ramingsdiscipline in een periode van grote onzekerheden, waaronder landelijke beleidsontwikkelingen. We onderkennen dat een deel van de maatregelen is gebaseerd op aannames en verwachtingen, waarvan de uiteindelijke effecten zich in de praktijk moeten bewijzen. Dit brengt een risico met zich mee dat de financiële uitkomsten anders kunnen zijn dan nu geraamd. Reactie: Wij waarderen uw inzet om, ondanks de lastige keuzes, de impact op inwoners zo veel mogelijk te beperken. Wij herkennen uw oproep om ook binnen de GR Sociaal kritisch te blijven kijken naar mogelijkheden voor besparingen, met name op het gebied van bedrijfsvoering. In dat kader kunnen wij aangeven dat wij hier reeds nadrukkelijk op sturen. De afgelopen twee jaar is een nullijn gehanteerd, waarbij de formatie niet is meegegroeid met de opgaven. Daarnaast is in de begroting 2026 al een structurele besparing van € 2 miljoen op de bedrijfsvoering ingeboekt. Dit onderstreept dat wij reeds scherpe keuzes hebben gemaakt binnen onze organisatie.
Tegelijkertijd nemen wij uw oproep serieus en zeggen wij toe opnieuw kritisch te kijken naar de bedrijfsvoering, waaronder digitalisering, efficiëntere werkwijzen en samenwerking. Daarbij betrekken wij nadrukkelijk ook de inzet van inhuur en de invulling van vacatureruimte. Zoals u aangeeft, vraagt dit van ons dezelfde mate van discipline die ook van gemeenten wordt gevraagd. 21 Daarnaast merken wij op dat de financiële ontwikkeling mede wordt beïnvloed door landelijke beleidswijzigingen, zoals de voorgenomen invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo en het mogelijk beëindigen van huishoudelijke ondersteuning binnen de Wmo: − Ten aanzien van de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage bestaat nog geen definitieve duidelijkheid. De invoering is reeds meerdere malen uitgesteld en staat momenteel gepland per 1 januari 2028. De verwachte financiële effecten van dit uitstel zijn dan ook verwerkt in de begroting vanaf 2028. − Het voornemen om huishoudelijke ondersteuning per 1 januari 2029 uit de Wmo te halen, is nog onderwerp van nadere uitwerking en politieke besluitvorming. Op dit moment is daarom nog onduidelijk of, en zo ja op welke wijze, deze wijziging wordt doorgevoerd en of deze juridisch houdbaar is.
Naar aanleiding van het regeerakkoord en het daarin opgenomen kabinetsvoornemen om de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning per 2029 af te schaffen, heeft het Dagelijks Bestuur, in overleg met de toezichthouder, besloten om een stelpost op te nemen ter hoogte van de budgetuitname zoals opgenomen in de meicirculaire. Deze stelpost is verwerkt in de eerste begrotingswijziging. Recent heeft het Dagelijks Bestuur besloten om aanvullend ook het verschil tussen de Rijksvergoeding en de werkelijke kosten als stelpost in de begroting op te nemen. Deze verwerking zal plaatsvinden via een tweede begrotingswijziging. 6. Ontwikkelen naar Werk Uit de jaarrekening blijkt dat de tekorten vooral liggen op het vlak van de Participatiewet. Zeker op dit vlak vragen wij u extra scherp te zijn. In dezelfde vergadering waarin wij de jaarstukken en begroting voor deze zienswijze behandelen, ligt een voorstel voor tot aanvraag van de Vangnetuitkering BUIG over het jaar 2025. We zien daarin dat de trend is dat er meer mensen in de bijstand instromen dan uitstromen. Meer Papendrechtse inwoners dus, die van een laag inkomen moeten rondkomen. De vangnetaanvraag laat zien dat er veel gebeurt om mensen te ontwikkelen naar werk. En we beseffen ons dat de klantgroepen waar het om draait lastiger te bemiddelen zijn, vanwege het hoge aandeel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Toch vragen wij u om samen met de gemeente nog scherper te gaan kijken wie er in ons bijstandsbestand zit en of al het aanbod dat er is, wel voldoende past op onze lokale doelgroep. Want ondanks dat er veel gebeurt zien wij dat het bestand groeit. Dit tij willen wij graag keren. Reactie: Wij delen uw zorg over de ontwikkeling van het bijstandsbestand en de toenemende druk op de BUIG - middelen. Tegelijkertijd zien wij, zoals u ook benoemt, dat de samenstelling van de doelgroep complexer wordt en de afstand tot de arbeidsmarkt toeneemt, hetgeen directe invloed heeft op de uitstroom. Binnen de voorgestelde ombuigingen, de nieuwe verordening werk & inkomen en het transformatieplan Sociale Infrastructuur zetten wij daarom in op een verdere aanscherping van ons beleid, uitvoering en aanpak. Dit betekent dat wij gerichter sturen op de effectiviteit van instrumenten, een betere aansluiting op de doelgroep en het versterken van ontwikkelroutes. Daarmee werken wij aan het vergroten van de uitstroom waar mogelijk, en tegelijkertijd aan het beheersen van de groei van het bestand en de bijbehorende kosten. 7. Speelveldverkenning Sociaal Domein Graag vragen wij u ook aandacht voor het volgende: In onze raadsvergadering van 10 juli 2025 hebben wij besloten tot het uitvoeren van een Speelveldverkenning Sociaal Domein.
Deze verkenning moet leiden tot een scherper beeld van het sociaal domein in Papendrecht. Met deze verkenning versterken we de basis voor toekomstgerichte keuzes en een duidelijke koers. Bij die speelveldverkenning zijn drie vragen belangrijk: Wat doen we? Wie doet wat? En wat levert het op? Daar waar de uitkomsten van de Speelveldverkenning u als verbonden partij raken, zullen we deze delen. Mogelijk leiden deze tot overleg om bepaalde zaken in beleid of uitvoering te wijzigen of aan te passen. De planning is om de speelveldverkenning in 2026 af te ronden. Reactie: Wij nemen kennis van uw voornemen tot het uitvoeren van de Speelveldverkenning Sociaal Domein. Wij onderschrijven het belang van een dergelijke verkenning om te komen tot scherpe, toekomstgerichte keuzes over inrichting, taken en effecten binnen het sociaa l domein. 22 Wij stellen het op prijs dat u aangeeft de uitkomsten met ons te delen wanneer deze de GR Sociaal raken. Uiteraard zijn wij bereid om hierover het gesprek met u aan te gaan en gezamenlijk te bezien wat eventuele consequenties zijn voor beleid en uitvoering. Wij zeggen u hierbij toe dat wij medewerking zullen verlenen aan deze verkenning, waar deze onze rol als verbonden partij raakt. Hierbij hechten wij eraan om samen te blijven werken aan een samenhangende en effectieve uitvoering voor inwoners.
Zienswijze gemeente Sliedrecht (college versie) Inleidende opmerkingen 1. Waardering en continuïteit Wij willen als raad onze dank en waardering uitspreken voor de medewerkers van de GR Sociaal. Dagelijks staan zij klaar om onze inwoners te ondersteunen op het gebied van bestaanszekerheid, maatschappelijke ondersteuning en begeleiding naar werk. Deze dank en waardering geldt in het bijzonder voor de afgelopen periode. Een periode waarin, naar aanleiding van berichtgeving over een anonieme brief van (oud-)medewerkers eind 2024, een ingrijpend onderzoek binnen en rond uw organisatie is uitgevoerd. Ondanks de impact en de interne onrust die dit met zich heeft meegebracht, zijn uw medewerkers zich onverminderd blijven inzetten. Onze inwoners hebben daarbij geen negatieve gevolgen ondervonden en konden blijven rekenen op de ondersteuning die zij nodig hadden. Reactie Het Dagelijks Bestuur (DB) dankt de gemeenteraad voor de uitgesproken waardering. 2. Financiële context en bestuurlijke realiteit De financiële positie van gemeenten staat structureel onder druk. Voor Sliedrecht betekent dit dat vanaf het ravijnjaar een noodzakelijke heroverweging van beleid en uitvoering onvermijdelijk is. Wij herkennen in de aanbiedingsbrief het spanningsveld dat het Dagelijks Bestuur schetst tussen oplopende kosten, vaststaand beleid en een beperkte rijkscompensatie.
Dit spanningsveld is reëel en vraagt om scherpe keuzes. Uit de voorliggende stukken maken wij op dat de stijging van de lasten met name wordt veroorzaakt door autonome groei in aantallen en intensiteit van ondersteuning, door loon- en prijsontwikkelingen, door het bijstellen of laten vervallen van eerder ingeboekte maatregelen en door de uitbreiding en intensivering van wettelijke taken. Reactie: Uiteraard voelen wij ons medeverantwoordelijk voor het betaalbaar houden van de uitvoering van onze taken. Dit is ook expliciet de kern van de bestuurlijke opdracht en de actualisatie daarvan. Binnen deze kaders werken wij continu aan het beheersen van de uitgaven en het vergroten van de doelmatigheid. Wij onderschrijven het belang van een heroverweging van beleid en uitvoering. In dat kader zullen wij bij volgende bestuurlijke momenten explicieter ingaan op mogelijke knoppen om aan te draaien, inclusief de consequenties daarvan voor de uitvoering, toegankelijkheid en kwaliteit van de ondersteuning. Daarbij merken wij nadrukkelijk op dat aanvullende beheersmaatregelen in veel gevallen ook beleidsmatige en maatschappelijke afwegingen vragen. Jaarstukken 2025 3.
Zorgen voor ondersteuning – Begeleiding en kortdurend verblijf Uit de Jaarstukken 2025 maken wij op dat de extra uitstroomambitie binnen de bijstand niet is gerealiseerd en dat er sprake is van overschotten op de apparaatskosten. Tegelijkertijd constateren wij dat met name binnen de Wmo‑begeleiding en het kortdurend verblijf sprake is van structurele overschrijdingen. Wij verzoeken u deze laatste ontwikkeling nadrukkelijk te duiden en aan te geven welke mogelijkheden u ziet om hier, binnen de geldende wettelijke kaders, meer grip op te krijgen. 23 Reactie: Vanaf 2025 is sprake van een duidelijke stijging in het aantal cliënten. Dit komt onder andere doordat cliënten die voorheen via de maatschappelijke opvang individuele begeleiding ontvingen, zijn overgegaan naar begeleiding vanuit de Wmo. Daarnaast heeft het wegwerken van wachtlijsten bij de toegang tot geïndiceerde Wmo-ondersteuning geleid tot een toename van het aantal cliënten. De verwachting is dat deze stijging in ieder geval in de eerste helft van 2026 nog doorzet. De verschuiving van cliënten uit de maatschappelijke opvang naar reguliere individuele begeleiding heeft niet alleen geleid tot meer cliënten, maar ook tot een zwaardere doelgroep binnen de Wmo. Tegelijkertijd neemt het aantal lichtere begeleidingstrajecten af, omdat deze vaker door het voorliggend veld worden opgepakt.
Hoewel dit een gewenste ontwikkeling is, zorgt dit per saldo voor een zwaardere functiemix en daardoor hogere gemiddelde kosten per cliënt. Voor de prijsontwikkeling wordt gerekend met de prijsindex OVA/PPC, die wordt gebruikt om tarieven in de zorg te indexeren. Deze index bestaat uit twee onderdelen: − De OVA (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling), die de verwachte stijging van salarissen en werkgeverslasten in de zorg weergeeft (loonontwikkeling). − De PPC (Prijs Particuliere Consumptie), die de ontwikkeling van materiële kosten weergeeft op basis van algemene prijsinflatie (zoals kosten voor materialen en energie). De gecombineerde indexatie (OVA/PPC) bedraagt voor 2026 5,13%. Er is gekozen voor deze index, omdat bij individuele begeleiding sprake is van vier verschillende cao’s met uiteenlopende looptijden. De OVA/PPC-index biedt daarom een passend en uniform uitgangspunt voor de prijsontwikkeling. Binnen de geldende wettelijke kaders zien wij verschillende mogelijkheden om hier meer grip op te krijgen: − Zo zetten wij nadrukkelijk in op het versterken van het voorliggend veld. Wanneer meer cliënten via het wijkteam (als algemene voorziening) passende ondersteuning ontvangen, kan dit bijdragen aan het dempen van de instroom in maatwerkvoorzieningen en daarm ee aan een stabilisatie of daling van de aantallen.
− Daarnaast zien wij mogelijkheden in het verder aanscherpen van de sturing op doelmatigheid en rechtmatigheid. Waar in het verleden veelal sprake was van outputfinanciering (een vast bedrag per cliënt), werken wij inmiddels – en in toenemende mate – met prestatiefinanciering, onder andere binnen huishoudelijke ondersteuning en vanaf volgend jaar ook binnen dagbesteding en individuele begeleiding. Dit vraagt van aanbieders een nauwkeuriger registratie van daadwerkelijk geleverde zorg. In dat kader zullen wij de controle op rechtmatigheid van declaraties en betalingen de komende periode verder intensiveren. Dit draagt bij aan meer inzicht, betere sturing en het voorkomen van onterechte of ondoelmatige uitgaven. − Tot slot blijven wij inzetten op het gesprek met aanbieders over passende inzet van ondersteuning, het bevorderen van uitstroom waar mogelijk en het voorkomen van onnodig zware trajecten. Voorjaarsbrief 2026 4. Realistisch begroten De Voorjaarsbrief 2026 is financieel‑technisch van aard, maar laat opnieuw zien dat eerder ingeboekte besparingen, zoals de herstelgerichte ondersteuning, niet haalbaar blijken. Daarnaast maakt de voorjaarsbrief duidelijk dat realistisch begroten leidt tot hogere bijdragen voor gemeenten en dat de ruimte voor incidenteel bijsturen beperkt is.
Wij ondersteunen de beweging naar realistisch begroten, maar verzoeken u tegelijkertijd gemeenten tijdig te betrekken bij keuzes met een substantiële financiële impact, helder te onderscheiden welke ontwikkelingen autonoom zijn en waar daadwerkelijk sturingsmogelijkheden bestaan, en terughoudend te zijn met het doorschuiven van financiële risico’s naar gemeenten zonder expliciete bestuurlijke afweging. Reactie: Wij herkennen de door u geschetste spanning tussen realistisch begroten en de financiële impact daarvan voor gemeenten. Wij waarderen uw steun voor de beweging naar meer realistische ramingen, juist omdat deze transparanter maken waar we gezamenlijk voor s taan. 24 Tegelijkertijd begrijpen wij uw zorg over het niet realiseren van eerder ingeboekte besparingen en de beperkte ruimte om gedurende het jaar bij te sturen. In de praktijk blijkt dat aannames weerbarstig kunnen zijn door externe factoren en ontwikkelingen in vraag en doelgroep. Dit onderstreept het belang van zorgvuldige en realistische ramingen, maar ook van het tijdig blijven bijstellen van verwachtingen. Wij onderschrijven uw oproep om gemeenten vroegtijdig te betrekken bij keuzes met een substantiële financiële impact. Wij zullen hier in onze planning- en controlcyclus nadrukkelijk aandacht voor blijven houden.
Daarbij zetten wij in op het beter onderscheiden van autonome ontwikkelingen en beïnvloedbare factoren, zodat duidelijker wordt waar daadwerkelijk sturingsmogelijkheden liggen. Tot slot delen wij uw punt dat terughoudend moet worden omgegaan met het doorschuiven van financiële risico’s. Wij blijven ons inzetten om hierin een zorgvuldige balans te vinden, waarbij transparantie, tijdige bestuurlijke afweging en gezamenlijke verantwoordelijkheid centraal staan. Begroting 2027 5. Niet behalen ombuigingen Uit uw jaarstukken 2025, de voorjaarsbrief 2026 en de begroting 2027 maken wij op dat u de beoogde ombuigingen uit de Bestuurlijke Opdracht ‘Een toekomstbestendig Sociaal Domein’ voor een groot deel loslaat. Dit, terwijl u in de najaarsbrief 2025 nog aangaf dat de realisatie van deze ombuigingen naar verwachting verliep. Hoewel de omvang van deze ombuigingen eerder al naar beneden was bijgesteld, komt deze ontwikkeling voor ons als een verrassing. Dit is mede ontstaan door het ontbreken van een duidelijke toelichting. Wij verzoeken u daarom om in uw reactie op onze zienswijze een duidelijke toelichting te geven op de laatste neerwaartse bijstelling.
Reactie: We constateren dat wij destijds – mede op basis van de toen beschikbare inzichten en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt – hebben ingezet op het maximaal vergroten van uitstroom, zonder dat voldoende scherp was onderbouwd in hoeverre dit structureel realiseerbaar was voor onz e doelgroep. In de uitvoering is gebleken dat de aannames hierover te optimistisch waren, onder andere door de sneller dan verwachte verzwaring van het bestand en de beperkte uitstroomkansen. Wij hebben hierop gereflecteerd in onze P&C-cyclus, onder andere via risicoparagrafen en bijstellingen in voortgangsrapportages. Tegelijk erkennen wij dat deze reflectie nadrukkelijker en explicieter naar voren had mogen komen in relatie tot de bestuurlijke opdracht als ge heel. Met de huidige bijstelling maken wij deze herijking expliciet en kiezen wij voor een realistischer, beter onderbouwde koers, waarin ambitie en haalbaarheid beter in balans zijn en waarin wij scherper sturen op wat daadwerkelijk beïnvloedbaar is binnen onze uitvoering. 6. Kostenstijgingen De bijdrage van de gemeente Sliedrecht stijgt in 2027 substantieel. Hoewel deze stijging grotendeels wordt veroorzaakt door autonome groei, loon- en prijsontwikkelingen en landelijke beleidskeuzes, constateren wij dat dit de financiële druk op de gemeentelijke begroting verder vergroot.
In dat kader vragen wij blijvende aandacht voor de structurele betaalbaarheid en beheersbaarheid van de kosten van de GR Sociaal, mede in het licht van het naderende ravijnjaar. Wij ondersteunen het hanteren van realistische CPB‑prognoses als uitgangspunt en begrijpen de bijstelling van eerdere uitstroomambities. Tegelijkertijd blijven wij het van belang vinden dat actief wordt ingezet op maatregelen die instroom beperken en uitstroom bevorderen, om toekomstige kostenstijgingen zoveel mogelijk te dempen. Daarbij vragen wij nadrukkelijk aandacht voor de impact van loon ‑ en prijsontwikkelingen en het tijdig bijstellen van ramingen wanneer nieuwe inzichten beschikbaar komen, de onzekerheden rond het uitstel van de inkomensafhankelijke Wmo ‑bijdrage, Huishoudelijke ondersteuning (HO), de structurele kostenontwikkeling van Drechtwerk en de daarmee samenhangende sturingsmogelijkheden voor gemeenten, alsmede het kritisch blijven beoordelen van apparaatskosten en formatie-uitbreidingen. Ten aanzien van de loonontwikkeling voor 2027 plaatsen wij specifiek een kanttekening. De recente verlaging van de CPB-indexatie met betrekking tot de loonvoet sector overheid voor 2027 van 5,7% naar 4,2% is niet verwerkt in de conceptbegroting. Wij verzoeken u deze indexatieverlaging te verwerken in de begroting.
25 Reactie: Wij herkennen de door u geschetste ontwikkeling van stijgende kosten, die grotendeels het gevolg is van autonome factoren zoals volumegroei en loon- en prijsontwikkelingen. Tegelijkertijd merken wij op dat gemeenten voor een belangrijk deel ook worden gecompenseerd voor deze stijgingen via middelen vanuit het Rijk. Dit neemt niet weg dat de financiële druk in de praktijk voelbaar blijft. Wij blijven ons inzetten om, binnen de gegeven kaders, samen met gemeenten te zoeken naar een balans tussen betaalbaarheid, rechtmatigheid en passende ondersteuning voor inwoners. Daarbij blijven wij transparant over zowel de kostenontwikkelingen als de (on)mogelijkheden om hierin te sturen. Daarbij merken wij nadrukkelijk op dat aanvullende beheersmaatregelen in veel gevallen ook beleidsmatige en maatschappelijke afwegingen vragen. Ten aanzien van de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage bestaat nog geen definitieve duidelijkheid. De invoering is reeds meerdere malen uitgesteld en staat momenteel gepland per 1 januari 2028. De verwachte financiële effecten van dit uitstel zijn dan ook verwerkt in de begroting vanaf 2028. Het voornemen om huishoudelijke ondersteuning per 1 januari 2029 uit de Wmo te halen, is nog onderwerp van nadere uitwerking en politieke besluitvorming.
Op dit moment is daarom nog onduidelijk of, en zo ja op welke wijze, deze wijziging wordt doorgevoerd en of deze juridisch houdbaar is. Naar aanleiding van het regeerakkoord en het daarin opgenomen kabinetsvoornemen om de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning per 2029 af te schaffen, heeft het Dagelijks Bestuur, in overleg met de toezichthouder, besloten om een stelpost op te nemen ter hoogte van de budgetuitname zoals opgenomen in de meicirculaire. Deze stelpost is verwerkt in de eerste begrotingswijziging. Recent heeft het Dagelijks Bestuur besloten om aanvullend ook het verschil tussen de Rijksvergoeding en de werkelijke kosten als stelpost in de begroting op te nemen. Deze verwerking zal plaatsvinden via een tweede begrotingswijziging. Wij herkennen uw oproep om ook binnen de GR Sociaal kritisch te blijven kijken naar mogelijkheden voor besparingen, met name op het gebied van bedrijfsvoering. In dat kader kunnen wij aangeven dat wij hier reeds nadrukkelijk op sturen. De afgelopen twee jaar is een nullijn gehanteerd, waarbij de formatie niet is meegegroeid met de opgaven. Daarnaast is in de begroting 2026 al een structurele besparing van € 2 miljoen op de bedrijfsvoering ingeboekt. Dit onderstreept dat wij reeds scherpe keuzes hebben gemaakt binnen onze organisatie.
Tegelijkertijd nemen wij uw oproep serieus en zeggen wij toe opnieuw kritisch te kijken naar de bedrijfsvoering, waaronder apparaatskosten en formatie-uitbreidingen. De door u genoemde verlaging van de CPB-indexatie (van 5,7% naar 4,2%) is reeds verwerkt in de voorliggende conceptbegroting. Dit is nader toegelicht op pagina 13 van de begroting. Zienswijze gemeente Zwijndrecht (college versie) Jaarrekening 2025 1. Informatievoorziening Hoewel voor de jaarrekening geen zienswijze wordt gevraagd maken wij van de gelegenheid gebruik aandacht te vragen voor gemeente specifieke sturingsinformatie. Afgelopen zienswijzen hebben wij daar regelmatig om gevraagd. Reactie: Wij danken u voor uw aandacht voor gemeente-specifieke sturingsinformatie. Wij herkennen deze behoefte en werken er hard aan om de informatievoorziening verder te verbeteren. 2. Verantwoording De bijdrage van gemeente Zwijndrecht in de begroting van de GR Sociaal loopt steeds verder op en bereikt in 2030 inmiddels de grens van € 60 miljoen. Vanuit onze controlerende taak als gemeenteraad willen wij weten wat u voor dat bedrag in onze gemeente heeft gedaan. Dit beeld krijgen wij niet met informatie alleen op Drechtstedenniveau. Wij zijn positief dat deze informatie bij de opgave Zorgen voor Ondersteuning inzichtelijk is gemaakt.
Deze informatie ontbreekt helaas nog 26 steeds bij de opgaven Bestaanszekerheid Versterken en Ontwikkelen naar Werk. Wij dringen nogmaals aan op een gemeentelijke inhoudelijke jaarverantwoording waaruit wij als raad kunnen opmaken wat op elk programma voor onze inwoners is gedaan; in activiteiten, inzet et cetera, niet alleen in financiële zin. Reactie: Wij begrijpen uw behoefte aan meer inzicht in wat de GR Sociaal concreet voor uw gemeente realiseert. Tegelijkertijd willen wij benadrukken dat het niet mogelijk is om binnen de jaarstukken per opgave volledig en gedetailleerd uit te werken wat er specifiek per afzonderlijke gemeente is gedaan. Een dergelijke uitwerking over alle zeven gemeenten zou de leesbaarheid van de jaarstukken aanzienlijk verminderen en gaat voorbij aan het doel van de jaarstukken als verantwoordingsdocument op regionaal niveau. Wij zetten daarom in op een balans tussen overzicht en detail. In de bijlage bij de jaarstukken zijn reeds een aantal cijfers op gemeenteniveau opgenomen, om u aanvullend inzicht te bieden. Wij begrijpen echter uw behoefte aan verdere duiding en zijn vanzelfsprekend bereid om deze toelichting mondeling in uw gemeenteraad te geven, zodat wij nader kunnen ingaan op de inzet en resultaten binnen uw gemeente.
Op die manier willen wij u zo goed mogelijk ondersteunen in uw controlerende rol, binnen de kaders die passen bij de aard van de jaarstukken. Begroting 2027 3. Kostenstijging In eerdere zienswijzen hebben wij herhaaldelijk gewezen op onze ernstige zorgen over de betaalbaarheid van het sociaal domein. Naast het ‘ravijnjaar’ zien we dat we onze gemeentelijke bijdrage van € 54,6 miljoen in de jaarrekening 2025 stijgt naar een bijdrage van inmiddels € 58,7 miljoen in de begroting 2027. Alhoewel indexaties hierbij een rol spelen, moeten we constateren dat de door u ingezette ombuigingen niet tot een afvlakking van deze kostenstijging hebben geleid. Onze zorgen worden versterkt door de verwachte effecten van het nieuwe landelijke coalitieakkoord. Zo is het Rijk voornemens per 1 januari 2029 de huishoudelijke hulp uit de Wmo te schrappen. In de Voorjaarsnota van het Rijk is deze beleidswijziging financieel vertaald naar een uitname van € 1,01 miljard uit het gemeentefonds. Daarnaast is de invoering van de eigen bijdrage in de Wmo door het Rijk wederom uitgesteld naar 1 januari 2028. We zien hierbij het risico dat het verschil tussen de bijdragen van het Rijk en onze kosten nog verder uiteen gaan lopen. We sluiten niet uit dat wij in de komende bestuursperiode ons heroriënteren op de balans tussen regionale en lokale taakuitvoering met aandacht voor het preventieve (voor)veld.
Reactie: Wij herkennen de door u geschetste ontwikkeling van stijgende kosten, die grotendeels het gevolg is van autonome factoren zoals volumegroei en loon- en prijsontwikkelingen. Tegelijkertijd merken wij op dat gemeenten voor een belangrijk deel ook worden gecompenseerd voor deze stijgingen via middelen vanuit het Rijk. Dit neemt niet weg dat de financiële druk in de praktijk voelbaar blijft. Wij blijven ons inzetten om, binnen de gegeven kaders, samen met gemeenten te zoeken naar een balans tussen betaalbaarheid, rechtmatigheid en passende ondersteuning voor inwoners. Daarbij blijven wij transparant over zowel de kostenontwikkelingen als de (on)mogelijkheden om hierin te sturen. Daarbij merken wij nadrukkelijk op dat aanvullende beheersmaatregelen in veel gevallen ook beleidsmatige en maatschappelijke afwegingen vragen. Ten aanzien van de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage bestaat nog geen definitieve duidelijkheid. De invoering is reeds meerdere malen uitgesteld en staat momenteel gepland per 1 januari 2028. De verwachte financiële effecten van dit uitstel zijn dan ook verwerkt in de begroting vanaf 2028. Het voornemen om huishoudelijke ondersteuning per 1 januari 2029 uit de Wmo te halen, is nog onderwerp van nadere uitwerking en politieke besluitvorming.
Op dit moment is daarom nog onduidelijk of, en zo ja op welke wijze, deze wijziging wordt doorgevoerd en of deze juridisch houdbaar is. Naar aanleiding van het regeerakkoord en het daarin opgenomen kabinetsvoornemen 27 om de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning per 2029 af te schaffen, heeft het Dagelijks Bestuur, in overleg met de toezichthouder, besloten om een stelpost op te nemen ter hoogte van de budgetuitname zoals opgenomen in de meicirculaire. Deze stelpost is verwerkt in de eerste begrotingswijziging. Recent heeft het Dagelijks Bestuur besloten om aanvullend ook het verschil tussen de Rijksvergoeding en de werkelijke kosten als stelpost in de begroting op te nemen. Deze verwerking zal plaatsvinden via een tweede begrotingswijziging. 4. Niet behalen ombuigingen Uit uw jaarstukken 2025, voorjaarsbrief 2026 en begroting 2027 maken wij op dat u de beoogde ombuigingen uit de Bestuurlijke Opdracht ‘Een toekomstbestendig Sociaal Domein’ voor het grootste deel loslaat. Dit, nadat u in uw Najaarsbrief 2025 aangaf dat de realisatie van de ombuigingen naar verwachting verliep. Alhoewel de verwachte omvang van deze ombuigingen al eerder neerwaarts is bijgesteld, komt deze aankondiging als een onaangename verrassing. Juist omdat er ook deze keer geen toelichtende verklaring wordt gegeven en de taakstellende besparing volledig uit uw begroting is geschrapt.
Dit bevreemdt ons des te meer omdat wij hier als gemeenteraad in eerdere zienswijzen en bestuurlijke overleggen herhaaldelijk aandacht voor hebben gevraagd. Daarbij constateren wij dat ook andere gemeenteraden in hun zienswijzen vergelijkbare zorgen hebben geuit over het ontbreken van inzicht in de gemaakte keuzes en de feitelijke stand van zaken rondom de ombuigingsmaatregelen. Desondanks blijft een nadere onderbouwing uit. Wij verzoeken u met klem alsnog een toelichtende verklaring te verstrekken voor de laatste neerwaartse bijstelling in uw reactie op onze zienswijze. Reactie: Wij herkennen uw eerdere zienswijze en de daarin geuite twijfels over de haalbaarheid van de extra uitstroomambitie. Tegelijk constateren wij dat wij destijds – mede op basis van de toen beschikbare inzichten en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt – hebben ingezet op het maximaal vergroten van uitstroom, zonder dat voldoende scherp was onderbouwd in hoeverre dit structureel realiseerbaar was voor onze doelgroep. In de uitvoering is gebleken dat de aannames hierover te optimistisch waren, onder andere door de sneller dan verwachte verzwaring van het bestand en de beperkte uitstroomkansen. Wij hebben hierop gereflecteerd in onze P&C-cyclus, onder andere via risicoparagrafen en bijstellingen in voortgangsrapportages.
Tegelijk erkennen wij dat deze reflectie nadrukkelijker en explicieter naar voren had mogen komen in relatie tot de bestuurlijke opdracht als ge heel. Met de huidige bijstelling maken wij deze herijking expliciet en kiezen wij voor een realistischer, beter onderbouwde koers, waarin ambitie en haalbaarheid beter in balans zijn en waarin wij scherper sturen op wat daadwerkelijk beïnvloedbaar is binnen onze uitvoering.