CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1A.6 Bijlage 1 Bestuursnotitie reactie zienswijzen op de ontwerp BGR 2026 OZHZ.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 30 september 2025, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 17: Doorlopende lijst ingekomen stukken3.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Agendapunt: 5

Bestuursnotitie Datum Onderwerp

26 juni 2026 Zienswijzen op de ontwerpbegroting 2026

De ontwerpbegroting 2026 van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) is op 10 april 2025 voor zienswijze aangeboden aan de raden en Provinciale Staten. Zij zijn tevens in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven op de voorgenomen bestemming van het rekeningresultaat 2024. Verzocht is de zienswijzen voor 10 juni 2025 aan OZHZ toe te zenden. De ingekomen zienswijzen leiden tot een aanvullende toelichting in de begroting 2026 over het doortrekken voor 70% van de incidentele omzet uit het jaar als zijnde “structureel”. Op basis van het verleden is de constatering namelijk dat deze incidentele omzet een structureel karakter heeft. Op basis van het voorzichtigheidsprincipe is 70% van deze omzet doorgetrokken. Dit biedt OZHZ mede in het kader van benodigde bezuinigingen op met name externe inhuur de mogelijkheid om hier vast personeel op in dienst te nemen. Doet OZHZ dit niet dan zal dat betekenen dat de tarieven moeten stijgen. In de bijdrage van de deelnemers is dit echter nog niet verwerkt (zie ook bijlage 1), zodat het voor de deelnemers incidenteel blijft. De frictiebepaling uit de bijdrageverordening is hierop niet van toepassing. Deze bestuursnotitie geeft het algemene beeld van de zienswijzen en de reactie van OZHZ.

Voorafgaand aan de bespreking in het AB op 10 juli 2025 bericht OZHZ, conform de Wet gemeenschappelijke regelingen, de raden en Provinciale Staten over het oordeel van het DB over de ingekomen zienswijzen en de conclusies die het daaraan verbindt. Overzicht van de ingekomen zienswijzen Onderstaand een overzicht van aangeleverde zienswijzen: Zienswijze ontvangen: Alblasserdam

V

Dordrecht

V

Gorinchem

V

Hardinxveld-Giessendam

V

H-I-Ambacht

V

Hoeksche Waard

V

Molenlanden

V

Papendrecht

V

Sliedrecht

V

Zwijndrecht

V

Provincie Zuid-Holland (PZH)

V

De ingebrachte zienswijzen zien op de volgende onderwerpen:

1)

De jaarstukken en voorgenomen bestemming van het rekeningresultaat 2024.

2)

Voorbereiding op het ravijnjaar 2026.

3)

De ontwerpbegroting 2026.

4)

Overig.

Ad 1) Jaarstukken en voorgenomen bestemming van het rekeningresultaat 2024 De gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht en Zwijndrecht en PZH melden expliciet dat zij instemmen met het voorstel om het rekeningresultaat toe te voegen aan het weerstandsvermogen. Aanvullend merken de gemeenten Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam en Papendrecht op dat zij ervan uitgaan dat, indien het weerstandsvermogen conform afspraak is gerealiseerd, toekomstige positieve rekeningresultaten terugvloeien naar de gemeenten. Daarnaast verzoekt Hardinxveld-Giessendam tijdig te worden geïnformeerd als de meerjarenbegroting afwijkende vooruitzichten laat zien en daarbij aan te geven welke beheersmaatregelen genomen kunnen worden. Zwijndrecht verwijst naar haar bekende standpunt dat zij alleen een minimale reserve-omvang bij gemeenschappelijke regelingen wenselijk acht. Reactie van OZHZ De ingekomen reacties geven geen aanleiding tot aanpassing van de begroting . De opmerkingen over toekomstige positieve resultaten zijn in lijn met de bestaande regionale afspraken. Ook informeren wij u tussentijds als de financiële vooruitzichten veranderen. OZHZ berekent jaarlijks bij de begroting het minimaal benodigde weerstandsvermogen op grond van gekwantificeerde risico´s.

Eventuele overschotten komen via de resultaatbestemming van de jaarrekening ten gunste van de eigenaren. Buiten het weerstandsvermogen hanteert OZHZ geen algemene reserves. Ad 2) Voorbereiding op het ravijnjaar 2026 / financiële ombuigingen Vrijwel alle gemeenten spreken hun waardering uit over het resultaat van de bestuursopdracht inzake de ombuigingsmogelijkheden. Genoemd wordt onder andere de gezette stappen richting kostenbeheersing, kwaliteitsverbetering en versterking van de financiële positie. De gerichte focus op interne efficiëntie, taakuitvoering, procesoptimalisatie en samenwerking met deelnemers sluit aan bij de eigen ambities om publieke middelen doelmatig en doeltreffend in te zetten. De uitvoering van de voorgenomen bezuinigingen vraagt om inzet van zowel OZHZ als de deelnemende gemeenten. Dit vereist adequate monitoring, en men ziet de rapportage over de voortgang met belangstelling tegemoet. Dordrecht merkt op dat een besparing wordt bereikt van circa 3,5% (deels tarief, deels besparing op activiteiten). Dat is een goede ontwikkeling, maar hiermee wordt het afgesproken doel van 5% nog niet behaald. De gemeente verzoekt daarom om aanvullende voorstellen uit te werken, waarmee de totale 5% kan worden gerealiseerd.

Met het terugleggen bij de eigenaren van de invulling van de laatste 1% door middel van het beleggen van taken bij OZHZ kan de gemeente niet akkoord gaan. Papendrecht constateert dat uit de begroting blijkt dat voor 2026 een besparing wordt bereikt van ca 4% in 2026/2027 en dat daarmee de ombuigingsdoelstelling van 5% voor een groot deel wordt bereikt. Wel wordt

2

deze tariefsverlaging weer volledig opgeslokt door loon- en kostenstijgingen waardoor per saldo toch een tariefsverhoging nodig is voor 2026 van 0,34%. Inmiddels is er ook een nieuw concept-CAO voor 2026/2027. De gemeente verzoekt de ontwerpbegroting aan te passen als dit akkoord afwijkt van de prognose voor loonen kostenstijgingen waarmee rekening is gehouden in de ontwerpbegroting. Tot nu toe worden deze prijsstijgingen steeds buiten de ombuigingsdoelstelling gehouden. De gemeente vraagt daarom om dit onderwerp te agenderen voor het volgende AB en de mogelijkheden van een nieuwe bestuursopdracht te bespreken en dit te betrekken bij de richtlijnen voor uw begroting 2027 e.v. Daarnaast wijst de gemeente op de mogelijke financiële gevolgen van de veranderde geopolitieke situatie. Zwijndrecht merkt op dat OZHZ de aangekondigde ombuigingen heeft verwerkt in de begroting 2026. Richting 2027 roept de gemeente op om eind 2025 aan te geven hoe de overige 0,5% bezuiniging ingevuld gaat worden. Alblasserdam spreekt de verwachting uit dat zij, naast de gekozen volumebeperking in 2024 en de bezuiniging van 2% in 2025 in 2026 minder gaat afnemen dan OZHZ heeft opgenomen in de conceptbegroting voor 2026, vanwege de flinke bezuinigingsopgave.

Constatering is dat er de afgelopen jaren sprake was van een onderbesteding en de eerste cijfers van dit jaar ook lijken te wijzen op een onderbesteding. De gemeente wil dan ook graag samen met OZHZ kijken of er voor 2026 scherper kan worden begroot. Hiermee hoopt zij dat eventuele bezuinigingen voor OZHZ in de praktijk weinig nadelige effecten hebben. In oktober 2025 bespreekt de gemeente graag hoe het beste kan worden omgegaan met de eventuele bezuinigingen. Reactie van OZHZ OZHZ gaat uit van een collectieve besparing van 5% door efficiencymaatregelen en gemeenschappelijke inhoudelijke keuzes. De besparingen worden hoger, al naar gelang meer gemeenten individueel beslissen over te gaan tot een bredere uitvoering van de VTHA-taken door OZHZ. Deelnemers die meer wensen te besparen kunnen dit ook doen door beleidskeuzes te maken die impact hebben op de specifieke taken die OZHZ voor hen uitvoert. Wij rapporteren u periodiek over de voortgang in de bestuursrapportages. Het houdt dus niet op bij de reeds toegezegde ombuigingen. De suggestie van Papendrecht om de indexering te betrekken bij de bezuinigingsopgave delen wij echter niet. De bijdrageverordening stelt dat de bijdrage aan OZHZ jaarlijks wordt geïndexeerd. Het niet indexeren zou een additionele taakstelling betekenen. Bovendien ontvangt u hiervoor compensatie via het Gemeentefonds.

OZHZ heeft absoluut oog voor de financiële opgaven van uw gemeenten en provincie. Wij leveren onze bijdrage met een ambitieus ombuigingsprogramma. Dat moeten wij combineren met complexe opgaven, zoals de krappe arbeidsmarkt, het kunnen voldoen aan de landelijke robuustheids- en andere kwaliteitseisen, enzovoort. OZHZ kan zich daarom niet vinden in de suggestie om een additionele bestuursopdracht te verstrekken. We zien inderdaad een grote maatschappelijke onzekerheid, maar anderzijds zien we ook een vertraging van de bezuiniging op het Gemeentefonds naar 2028. Verder willen wij u nog wijzen op de toenemende druk op, en daarmee gepaard gaande uitdagingen en maatschappelijke aandacht voor, een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving.

3

OZHZ waardeert de positief kritische reacties en blijft onverminderd de balans bewaken tussen financiële ruimte, personele inzet en de kwaliteit van dienstverlening. Ad 3) De ontwerpbegroting 2026 Incidentele omzet voor 70% structureel verwerkt in de begroting De gemeenten Alblasserdam, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht en Zwijndrecht maken opmerkingen over de manier van begroten waarbij 70% van de incidentele omzet wordt aangemerkt als structureel. Dit komt onverwacht en sommige gemeenten geven aan er niet mee te kunnen instemmen, omdat zij structurele taken al structureel financieren. Reactie van OZHZ OZHZ begrijpt de ingekomen reacties over de manier van begroten waarbij 70% van de incidentele omzet wordt aangemerkt als structureel. Een aantal gemeenten financiert de structurele taken inderdaad al op structurele wijze. Een aanpassing van de ontwerpbegroting doet meer recht doet aan de feitelijke situatie. Met de begroting geven wij een zo reëel mogelijk financieel beeld. De financiële ramingen zijn enerzijds gebaseerd op harde verplichtingen en toezeggingen, zoals het structurele budget van de jaarprogramma's. Anderzijds maken we een inschatting van de verwachte omzet en kosten, op grond van ervaringen in het verleden en een blik op toekomstige ontwikkelingen.

Op deze manier zijn wij het beste in staat om onze organisatie toekomstbestendig in te richten, zowel in financiële als personele zin. Uiteraard met de benodigde flexibiliteit om te kunnen afschalen, als het werkaanbod structureel vermindert. In dat licht is het noodzakelijk om de verwachte incidentele omzet van de deelnemers in de begroting en het jaarprogramma mee te nemen in de ramingen. Voorzichtigheidshalve doen we dit niet voor de volle honderd procent, maar nemen we zeventig procent van de huidige incidentele omzet aan. Zouden we dat niet doen, dan zouden we alleen met extra inhuur (en dus hoge kosten) kunnen inspelen op een extra vraag, los van het feit of dat uberhaupt lukt. Ook zou het tarief in dat geval aanmerkelijk hoger komen te liggen. Immers, een deel van de vaste lasten lopen door en moet dan over een kleiner aantal uren worden uitgesmeerd. Wanneer vervolgens, zoals realistisch is, de omzet toch hoger is leidt dat tot een exploitatieoverschot. Dit overschot wordt weliswaar aan de deelnemers uitgekeerd, doch deze is lager als gevolg van de hogere kosten door late inhuur. Hiermee doen OZHZ en de deelnemers elkaar te kort. Bijlage 1 bevat de bijdrage per deelnemer. Deze bestaat uit de reguliere structurele bijdrage (inwonerbijdrage en jaarprogramma), vermeerderd met 70 procent van de geraamde incidentele omzet.

De inwonerbijdrage en het structurele deel van het jaarprogramma zijn bindend voor u als deelnemer. Op dit deel is ook de frictiebepaling in de bijdrageverordening van toepassing. Het incidentele deel van het jaarprogramma is een inschatting van OZHZ. Dit deel is niet bindend. De frictiebepaling van de bijdrageverordening is niet van toepassing. Een deelnemer kan dit budget dus afbouwen, zonder dat daarvoor een frictievergoeding voor verschuldigd is. Gelet op de ingekomen reacties passen wij bijlage 1 van de ontwerpbegroting 2026 zodanig aan dat duidelijk is welk deel van de bijdrage structureel en daarmee bindend is en welk deel incidenteel en niet bindend.

4

Overige opmerkingen over de ontwerpbegroting 2026 Dordrecht onderschrijft het belang van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel. De rekening van de uitvoeringskosten mag echter niet zomaar bij de gemeenten komen te liggen. Ook het Rijk zal zijn aandeel moeten nemen. Waar dit traject toch leidt tot meer kosten voor gemeenten wil zij daar met een begrotingswijziging vroegtijdig bij worden betrokken. Ook wordt opgemerkt dat de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen leiden tot veel wijzigingen in het werk bij OZHZ. Het blijft de komende jaren van belang om die veranderingen en meerkosten zo goed als mogelijk in beeld te houden of te brengen. De gemeente kan OZHZ verder volgen in de nieuwe en actuele onderwerpen die in de ontwerpbegroting staan genoemd. Vooralsnog krijgt de gemeente geen of weinig rijksmiddelen voor deze belangrijke nieuwe thema's, zodat de inzet vanuit bestaande middelen zal moeten worden gefinancierd, bijvoorbeeld door projecten of prioriteiten te wijzigen of actualiseren. Tenslotte wijst de gemeente op de voorjaarsbrief van OZHZ en daarin opgenomen verzoek om binnen het gemeentelijk jaarprogramma het aandeel incidenteel budget te verlagen en het aandeel structureel budget te verhogen.

Binnen het Jaarprogramma van Dordrecht heeft het incidenteel budget een omvang van circa € 1 miljoen of 10% van het totale jaarprogramma. OZHZ vraagt in de eerste plaats om het structureel maken van het budget voor de Eagenda. Juist deze middelen zijn echter binnen de Dordtse begroting niet structureel geborgd. Deze budgetten zijn ook niet verankerd in een rijksbijdrage. Of en in welke mate de gemeente aan het verzoek tegemoet kan komen vraagt verdere afstemming over de flexibiliteit bij wijziging in bijvoorbeeld het aanbod van werk. De raad draagt het college daarom op dit verder met OZHZ uit te werken en hier een besluit over te nemen. Gorinchem constateert dat de begroting 2026 is gebaseerd op de begrotingsrichtlijnen 2025, die het AB op 30 november 2024 vaststelde. De begroting 2026 en de meerjarenraming begroting 2027-2029 zijn structureel in evenwicht. Geheel conform eerder gemaakte afspraken past OZHZ, met het oog op het ravijnjaar 2026, een tariefverlaging toe van 2,7% en een extra verlaging van 0,5% vanaf 2027. Hardinxveld-Giessendam verzoekt om in beeld te brengen waar bovenwettelijke taken inhoudelijk overlappen met gemeentelijke activiteiten, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. Het is logisch dat zowel OZHZ als de gemeente zich met deze onderwerpen bezighouden. Het is belangrijk dat OZHZ en de gemeente elkaar aanvullen en versterken.

Voorkomen moet worden dat er overlap in expertises ontstaat, wat kan leiden tot onduidelijkheid over welke taken en kennis bij welke organisatie is belegd. Hoeksche Waard laat weten dat zij de inzet om de ombuigingen in de ontwerpbegroting te verwerken waardeert. De gemeente ziet daarom af van het indienen van een zienswijze. Papendrecht merkt op dat de uitvoeringskracht onder druk staat. Samenwerking en innovatie zijn noodzakelijk. De gemeente ziet de uitwerking van businesscase voor mogelijk kansrijke overdracht van taken met interesse tegemoet. Verder wijst de gemeente er op dat enkele voorstellen uit de voorjaarsbrief van OZHZ aan het college nog niet zijn opgenomen in de begroting. Zij beoordeelt nut en noodzaak bij het eigen jaarprogramma 2026. In het verlengde daarvan zullen eventueel benodigde mutaties in budgetten worden verwerkt in de Perspectiefnota 2026 van de gemeente (voorjaar 2026). Tenslotte merkt Papendrecht op dat zij, voorafgaand aan de begrotingscyclus 2027 en samen met de regiogemeenten, een kaderbrief wil opstellen.

5

Sliedrecht wijst op de inwerkingtreding van de Omgevingswet waardoor er mogelijk aanvullende specifieke afspraken nodig zijn op verschillende milieuthema's. De gemeente wijst ook op de overgang van bodemtaken naar het gemeentelijke bevoegde gezag. De exacte uitwerking en gevolgen hiervan op de werkzaamheden van OZHZ zijn op dit moment nog onvoldoende duidelijk. Voor de gemeente als opdrachtgever is het van belang om tijdig beter inzicht te krijgen in de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de aard en omvang van de werkzaamheden die OZHZ voor Sliedrecht uitvoert. Verzoek is daarom om de gemeente Sliedrecht medio augustus 2025 een eerste evaluatie te geven ten aanzien van de uitvoering en de (mogelijke) financiële impact van deze ontwikkelingen. PZH stemt in met vaststelling van de ontwerpbegroting 2026. De meerjarenraming 2026-2028 wordt voor kennisgeving aangenomen. Opgemerkt wordt dat een aantal ondergeschikte (aandachts-) punten nog kan worden meegenomen in de definitieve begroting 2026. Dit betreft: -

PZH stemt in met de verhoging van de uurtarieven en de geraamde totale provinciale structurele bijdrage. Deze verhogingen in 2026 zijn in overeenstemming met het eerder genomen besluit in het AB OZHZ van 29 november 2024.

-

PZH verzoekt om de deelnemers in 2026 regelmatig op de hoogte te houden in welke mate de nog door te voeren efficiencymaatregelen daadwerkelijk worden gerealiseerd. Het is goed om inzicht te hebben in welke mate de efficiencymaatregelen daadwerkelijk het gewenste effect hebben bereikt. Mocht gedurende 2026 blijken dat de kwaliteit van de uitvoering onder druk komt te staan dan is het van belang dat daarover in een zo vroeg mogelijk stadium het gesprek met de (individuele) opdrachtgevers wordt gevoerd.

-

PZH zal voor aanvullende opdrachten een nader gespecificeerde opdrachtbrief (inhoud en budget) verstrekken.

-

PZH wijst op de bandbreedte van 5-10% van de risico's van de Omgevingswet. De onzekerheid van deze bandbreedte maakt dat het bepalen van de omvang niet realistisch is. De VNG heeft het onderzoek naar de financiële impact van de Omgevingswet inmiddels stopgezet. OZHZ zal onderzoeken hoe het risico van de Omgevingswet is te kwantificeren en hierover afstemmen met de andere omgevingsdiensten.

Tenslotte vermeldt PZH dat aan de in de provinciale kaderbrief 2026 opgenomen onderwerpen Doorontwikkeling Omgevingsdiensten, IBP-VTH, Omgevingswet, Herstructurering Gemeentefonds 2026 en MVOI naar tevredenheid aandacht is besteed. Voor wat betreft IBP-VTH benadrukt PZH dat de in de kaderbrief genoemde robuustheidcriteria voor onder meer innovatiebudget (1%) ook in financiële zin zijn verwerkt in de begroting 2026. Reactie van OZHZ OZHZ deelt de mening dat het Rijk zijn aandeel moet nemen in de uitvoeringskosten van het (vervolg op het) Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel. Op landelijk niveau zijn hierover afspraken gemaakt tussen het Rijk en de koepels van VNG en IPO. Buiten de personele inzet van medewerkers van omgevingsdiensten en de begroting van OmgevingsdienstNL (de 'branchevereniging' van directeuren van omgevingsdiensten) is het niet zo dat omgevingsdiensten er apart extra aan bijdragen. OZHZ zal wel de benodigde middelen moeten vrijmaken om te voldoen aan landelijke eisen met betrekking tot de robuustheid en de kwaliteitscriteria. Dan gaat het met name om investeringen in tijd en geld op het gebied van expertise,

6

competenties en ICT. Uitgangspunt is dat OZHZ deze kosten opvangt in de eigen exploitatie, afgesproken budgetten met de opdrachtgevers (inwonerbijdrage en jaarprogramma) of additionele bijdragen en subsidies van het Rijk. Mocht dit inhoudelijke of financiële consequenties hebben, dan leggen wij deze voorafgaand aan u voor. Inzake het in beeld brengen van de meerkosten van de Omgevingswet wijst OZHZ op het onderzoek van de VNG naar de effecten van de Omgevingswet. Dat onderzoek is stopgezet. De VNG-commissie constateert namelijk dat er nu geen zinnige uitspraken over kunnen worden gedaan. OZHZ onderzoekt zelf wel de administratieve verplichtingen vanwege de Omgevingswet. Er zijn, in vergelijking met de situatie van voor de Omgevingswet, thans veel extra administratieve handelingen nodig vanwege de nieuwe opzet met MBA's (milieubelastende activiteiten). Het blijft echter lastig om dat goed in beeld te brengen, wat ook blijkt uit het stopzetten van het onderzoek bij de VNG. Een en ander is ook in het AB van 20 maart 2025 aan de orde geweest, met de oproep aan de gemeenten om bij de VNG aan te kaarten om dit goed te monitoren en er actie op te ondernemen.

Waar deelnemers aangeven dat nieuwe en actuele onderwerpen (zoals zeer zorgwekkende stoffen, de circulaire agenda en de Kaderrichtlijn water) vanuit bestaande middelen moeten worden gefinancierd, dan wel door projecten of prioriteiten te wijzigen of te actualiseren, zal OZHZ met hen bespreken welke prioriteiten zij dan willen stellen. Overigens zullen wij bij de begrotingsrichtlijnen 2027 een actueel beeld geven van de benodigde budgetten van de bodemtaken en overige onderwerpen. Overlap in expertises en werkzaamheden van OZHZ en zijn deelnemers moet inderdaad zoveel mogelijk worden voorkomen. Specifiek voor wat betreft de taakuitvoering in het kader van duurzaamheid en circulariteit geldt dat wij deze goed afstemmen en dat de werkzaamheden en rolverdeling voortkomen uit de wensen en behoeften van de deelnemers. Ad 4) Overig Hardinxveld-Giessendam spreekt haar waardering uit voor de werkzaamheden die door OZHZ in 2024 zijn uitgevoerd. Daarbij wil de gemeente de uitvoering van de bouwtaken van Hardinxveld-Giessendam naar OZHZ per 1 januari 2025 uitlichten. 2024 stond in het teken van het opstellen van de businesscase en de voorbereiding op de overdracht van deze taken. De gemeente stelt voor om in het najaar een eerste evaluatie uit te voeren.

Hendrik-Ido-Ambacht is positief over de transparante wijze waarop OZHZ de verschillende scenario’s voor kostenbeheersing heeft gepresenteerd, inclusief de mogelijke rol van gemeenten in het verschuiven van taken. Zo kwam de OZHZ met een voorjaarsbrief, waarin is aangegeven dat er vanaf 2026 bezuinigingen mogelijk zijn op verschillende werkzaamheden. De bezuinigingen komen voort uit lagere bestedingen in de afgelopen jaren. Wat de gemeente betreft biedt dit een constructief kader om in gesprek te blijven over verdere optimalisering van de samenwerking. Zwijndrecht noemt de inwerkingtreding van de Omgevingswet als belangrijke mijlpaal waarbij in de voorbereiding en totstandkoming door betrokken partijen veel tijd in geïnvesteerd is om te komen tot inhoudelijke en financiële afspraken. Bij de inwerkingtreding zijn de bodemtaken gedeeltelijk overgegaan van provincie naar gemeente(n) als bevoegd gezag. Het niet meekomen van benodigd budget voor deze extra taak zorgt, mede gezien de bezuinigingen, voor een extra uitdaging in de uitvoering. Het verkrijgen van meer

7

inzicht in bronnen van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) heeft in 2024 een vervolg gekregen waarin de uitvraag bij bedrijven om hier informatie over aan te leveren, aan heeft bijgedragen. De E-agenda als versnelling van de energietransitie liep tot 2024 waarbij het onderdeel energietoezicht inmiddels wordt uitgevoerd als basistaak door OZHZ. In 2024 is ook het Circulaire regio overleg ontstaan, waarin de gemeenten en OZHZ vanuit een circulaire agenda belangrijke stappen zetten om te komen tot de nationale doelstellingen van 50% circulair in 2030 en een volledige circulaire economie in 2050. Samenwerking op beleidvorming, uitwisseling van kennis en krachtenbundeling op het onderwerp spelen daarin een belangrijke rol waarin OZHZ als belangrijke partner fungeert. De gemeente dankt daarom OZHZ voor de inzet in 2024. Reactie van OZHZ Wij onderschrijven deze aandachtspunten van de respectievelijke gemeenten. Met Hardinxveld-Giessendam zullen separaat afspraken worden gemaakt om de uitvoering van de bouwtaken te evalueren.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/774/documents/16532