1A.3a VRZHZ Dekkingsplan Brandweerzorg.pdf
Tekst van het document
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid Afdeling Brandweerzorg
www.zhzveilig.nl
Colofon Dit document maakt onderdeel uit van het beleidsplan VRZHZ
Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Postbus 350 3300 AJ DORDRECHT T 088-636 5000 I www.zhzveilig.nl
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
2
Inhoud Voorwoord
6
Inleiding
7
1. Analyse
12
1.0 Inleiding
12
1.1 Interne ontwikkelingen
12
1.2 Externe ontwikkelingen
13
2. Dekking beschrijven
16
2.0 Inleiding
16
2.1 Beschrijving van de kwaliteitsbepalende factoren
16
2.2 Snelheid
16
2.3 Capaciteit
20
2.4 Paraatheid
22
2.5 Werkdruk
23
3. Dekking beoordelen
28
3.0 Inleiding
28
3.1 Doel en werkwijze
28
3.2 Categorische indeling van gebieden en gebiedsgerichte opkomsttijden
28
3.3 Beoordeling opkomsttijd (snelheid)
30
3.4 Beoordeling capaciteit (slagkracht)
32
3.5 Beoordeling paraatheid
33
3.6 Beoordeling werkdruk
35
3.7 Conclusies en aanbevelingen regionaal beeld dekkingsplan
35
4. Dekkingsplan vaststellen
38
5. Uitvoering bijstellen
42
6. Dekking uitvoeren
46
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
3
Hoofdstuk 7. Uitvoering beoordelen
50
7.1 Methodiek
50
7.2 Resultaten 2022 en 2023 gebouwbrand
51
Bijlages Bijlage: 1 Samenvatting Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen
54
Bijlage: 2 Overzicht repressieve inrichting basisbrandweerzorg
56
Bijlage: 3 Continuïteitsplan58 Bijlage: 4 Overzicht nagestreefd beschikbaarheidspercentage
59
Bijlage: 5 Aandachtspuntenlijst
61
Situatie TS-6
62
Situatie UoM
62
Bijlage: 6 Slagkracht
94
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
4
Voorwoord en Inleiding
Voorwoord en Inleiding
Voorwoord Beste lezer, Voor u ligt het dekkingsplan 2024-2028 brandweer Zuid-Holland Zuid. Het dekkingsplan is opgesteld op basis van een landelijke handreiking. Minimaal eens per vier jaar verzorgd de brandweer een algehele herziening van het dekkingsplan als onderdeel van het beleidsplan Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. Het plan beschrijft met welke kazernes, met welke basisbrandweereenheden en in welke organisatievorm wij de komende jaren onze operationele prestaties leveren. Daarbij ligt de focus van de operationele prestatie in dit dekkingsplan op de basistaak brandbestrijding. In het verlengde van deze prestaties liggen ook de andere basistaken, hulpverlening, water- oppervlakteredding en incidentbestrijding gevaarlijke stoffen. De opzet van het dekkingsplan is anders dan de voorgaande dekkingsplannen. Door gebruik te maken van een landelijke handreiking is de beschrijving van de operationele prestaties van de brandweer eigentijds en niet meer gebaseerd op objectgerichte opkomsttijden maar op gebiedsgerichte opkomsttijden. Met het beschrijven en het beoordelen van de bepalende factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk ontstaat er nog beter zicht op de prestaties van de brandweer en wat de restrisico’s zijn.
Dit bevordert dat preventie, preparatie en repressie intensiever met elkaar zullen gaan samenwerken waardoor het voorkomen en bestrijden van brand en incidenten nog meer in elkaar opgaan. Daarmee is de integratie tussen risicobeheersing en incidentbestrijding een expliciet onderdeel van de landelijke systematiek. Het opstellen van dit dekkingsplan is gedaan door een ambtelijke projectgroep met een brede samenstelling. Zo is alle aanwezige expertise gebundeld. Daarnaast is gebruik gemaakt van een klankbordgroep waarin alle in de regio aanwezige posten waren vertegenwoordigd en een bestuurlijke begeleidingscommissie. De overtuiging is dan ook dat dit dekkingsplan zorgvuldig tot stand is gekomen en goed inzicht biedt waar we als organisatie toe in staat zijn maar ook de komende jaren mee aan de slag kunnen om de kwaliteit van onze basiszorg hoog te houden en te verbeteren.
Marko Redelijkheid. Directeur brandweerzorg Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
6
Inleiding De Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid voert taken uit op het gebied van brandweerzorg geneeskundige hulpverlening, risicobeheersing en crisisbeheersing. Het beleidsplan Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) biedt focus om de juiste dingen te doen voor onze inwoners, bedrijven en bezoekers en deze een veilige en gezonde omgeving te bieden. De brandweer vervult hierin een belangrijke taak. Brandweerzorg is voor burgers één van de meest herkenbare en tastbare taken van de Veiligheidsregio. Hoe de (basis)brandweerzorg wordt vormgegeven en wat de te verwachten operationele prestaties zijn is beschreven in een dekkingsplan. Het dekkingsplan vormt een belangrijk onderdeel van het beleidsplan. Het fenomeen dekkingsplan is niet nieuw. Aan dit dekkingsplan voor de brandweer Zuid-Holland Zuid gingen twee eerdere dekkingsplannen vooraf. Wel nieuw is dat voor het opstellen van een dekkingsplan een handreiking is ontwikkeld; de ‘Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen’. De handreiking beschrijft hoe het dekkingsplan tot stand moet worden gebracht, vastgesteld, uitgevoerd en beoordeeld. Het doel van een landelijke handreiking is zowel meer uniformiteit van dekkingsplannen in de verschillende regio’s te bevorderen, als het bestuur een beter inzicht te bieden in de mate waarin alle risico’s al dan niet worden afgedekt.
Zo kan ook worden beoordeeld of de beschikbaar gestelde middelen doelmatig en doeltreffend worden gebruikt. De systematiek is erop gericht om de opkomsttijden van een tankautospuit (TS) bij een brandmelding te bepalen zodat inzicht wordt verkregen in de basisbrandweerzorg. Daarnaast biedt de systematiek ook zicht op de slagkracht van de brandweer en de paraatheid van- en werkdruk op de posten. Het verkregen inzicht en het cyclisch verband in de systematiek van de handreiking, biedt mogelijkheden voor het bestuur de brandweerzorg te verbeteren of te optimaliseren waar dit nodig blijkt. De handreiking is vastgesteld door het Veiligheidsberaad. De minister van Veiligheid en Justitie heeft laten weten (onderdelen van) de systematiek op te zullen nemen in de wet- en regelgeving. Gebruik van de handreiking heeft daarmee een verplichtend karakter. De systematiek van de handleiding wordt nader toegelicht in bijlage 1.
Uitgangspunten Voordat kennisgenomen wordt van de inhoud is het van belang aan te geven wat naast de landelijke systematiek belangrijke uitgangspunten vormen voor dit dekkingsplan. Brandweerzorg breder dan opkomsttijden Eerder is aangetoond dat brandveiligheid een coproductie is en dat ook andere factoren bepalend zijn ten aanzien van de kwaliteit van de brandweerzorg. Dit is visueel gemaakt in een vlinderdasmodel zodat ook op deze factoren binnen de veiligheidsketen focus ontstaat. Dit neemt niet weg dat wanneer het eenmaal brandt, de opkomsttijd van de brandweer cruciaal kan zijn en andere factoren niet zonder meer ingeruild kunnen worden tegen de repressieve inzet van de brandweer. Om duidelijk te maken over welke factoren het gaat is het vlinderdasmodel opgenomen. Naast de in dit dekkingsplan beschreven prestaties op het gebied van repressieve brandweerzorg, is ook (de uitvoering van) het brandveiligheidsbeleid binnen de veiligheidsregio bepalend voor de kwaliteit van de brandweerzorg. Daarbij wordt het belang van de koppeling van pro-actie, preventie en repressie onderschreven.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
7
In het zogenaamd vlinderdasmodel wordt de samenhang tussen repressie en activiteiten binnen de overige schakels van de veiligheidsketen inzichtelijk gemaakt. Figuur 1: Vlinderdasmodel Vlinderdas met activiteiten Verkleinen kans
Beperken effect Brand
Preventie
Pro-actie Preparatie
Nazorg Regressie
Pro-actie
Preventie
Preventie
Nazorg
Risico’s beperken - Risicobeleid - Geen brandgevaarlijke activiteiten bij elkaar of in dichtbevolkte wijken - Risico-oorzaken spreiden
Ontstaan van brand voorkomen - Brandveilige bouw - Risicobewustzijn - Veilig gedrag - Brandveilige consumentenproducten - Keuring elektrische installaties
Uitbreiding voorkomen - Snelle ontdekking (rookmelders) - Zelf blussen, sprinklers - Vuurlast beperken - Compartimenteren, deuren sluiten
Terug naar normaal, leren, verbeteren - Opvang slachtoffers - Nazorg personeel - Evaluatie inzet - Brandonderzoek
Preparatie
Repressie
Voorbereiding door burger en brandweer - Zelfredzaamheid - Vluchtplan - Rookmelders, kleine blusmiddelen - BHV - Meldkamer - Dekkingsplan - Vakbekwaamheid en materieel
Daadwerkelijke bestrijding - Vluchten - Melden - Bluspoging, blusinstallaties - Snelle respons brandweer - Slagkracht - Redden en blussen - Branduitbreiding voorkomen
Behoud karakter Bestuurlijk is besloten (2019) de brandweerzorg voor Zuid-Holland Zuid compact, veerkrachtig en nabij te willen organiseren. Dit betekent dat vanuit een fijnmazig netwerk van brandweerposten burgers moeten kunnen rekenen op een solide en betrouwbare repressieve brandweerorganisatie die bestaat uit vrijwilligers en beroepsmedewerkers. Een belangrijk uitgangspunt is dit karakter te behouden.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
8
18-minutennorm. Nog steeds geldt het (wettelijk) uitgangspunt van de 18 minutennorm voor de opkomst van de brandweer. Inwoners, bedrijven en eigenaren van objecten die buiten de 18-minutennorm vallen dienen actief te worden geïnformeerd. In de regio Zuid-Holland Zuid bevinden zich een tweetal geïsoleerde natuurgebieden. Dit zijn het natuurmonument “Eiland Tiengemeten” en het “Nationaal Park de Biesbosch”. In deze gebieden zijn objecten zoals enkele woningen, musea, een 24-uurs zorginstelling, boerderijen, een camping en horecagelegenheden aanwezig. De belangstelling voor deze gebieden -en daarmee de bezoekersaantallen- neemt nog steeds toe. De normtijden voor objecten in deze gebieden worden door hun ligging overschreden. Met het vaststellen van dit dekkingsplan vindt bestuurlijke besluitvorming plaats voor die gebieden en daar aanwezige objecten waarvan vooraf is vastgesteld dat de wettelijke tijdnormen niet gehaald worden. Voor deze gebieden is al vanuit het verleden structurele aandacht voor brandveiligheid en komen verder niet meer terug in de beoordeling van de dekking. Voor alle andere objecten die buiten de 18- minutennorm vallen, is een overzichtslijst gemaakt. Ten aanzien van deze objecten zal worden voldaan aan de actieve informatieplicht.
Leeswijzer Dit dekkingsplan volgt de processtappen uit de handreiking ‘Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen’. De handreiking beschrijft in 7 processtappen het doel, beoogd resultaat en de aanpak voor. De processtappen bepalen daardoor de indeling van dit dekkingsplan. Voor sommige processtappen zijn technische instructies en of gelden er beoordelingskaders. Deze beoordelingskaders gelden ten aanzien van de gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO), voor het bepalen van de slagkracht, het grootschalig brandweeroptreden (GBO) en de ondersteuningseenheden. Daar waar tekstuele aanvullingen, toelichtingen en of berekeningen op de hoofdstukken relevant zijn, wordt verwezen naar bijlagen waarin deze zijn opgenomen.
De indeling is als volgt Hoofdstuk 1 beschrijft processtap 1 ‘dekking bijstellen’. Hier wordt als het ware een foto gemaakt van de huidige werkwijze en worden de interne en externe factoren die van invloed (kunnen) zijn beschreven. Hoofdstuk 2 beschrijft processtap 2; ‘dekking beschrijven’ en geeft zicht op de operationele prestaties van de brandweer aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, slagkracht en werkdruk. In hoofdstuk 3 wordt processtap 3 beschreven; ‘het beoordelen van de dekking’. Beoordeeld wordt in hoeverre de operationele prestaties voldoen aan de beoordelingskaders die hiervoor zijn opgesteld. Hoofdstuk 4 beschrijft processtap 4; de conclusies en verbetervoorstellen waarover het bestuur besluitvorming doet. In hoofdstuk 5 wordt beschreven hoe na de besluitvorming uitvoering wordt gegeven aan de implementatie, uitvoering en beoordeling van het dekkingsplan. Tot slot zijn in hoofdstuk 6 de onderbouwingen, berekeningen en bijlagen opgenomen die per hoofdstuk zijn gemaakt.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
9
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
10
1. Analyse
Analyse
Hoofdstuk 1. Analyse Processtap 1 1.0 Inleiding De bestaande brandweerorganisatie vormt de basis voor een nieuw dekkingsplan. In dit hoofdstuk is onderzocht en beschreven welke interne en externe ontwikkelingen van belang en van invloed kunnen zijn op de dekking.
1.1 Interne ontwikkelingen De interne ontwikkelingen die gaande zijn binnen de brandweer ZHZ zijn in lijn met het vastgesteld beleidsplan VRZHZ 2022-2025. Er lopen een tweetal gebied-gebonden onderzoeken naar (het verbeteren van) de toekomstbestendigheid van de (basis) brandweerzorg. In 2021 is een programma gestart onder de naam ‘doorontwikkeling brandweerzorg’. Binnen dit programma loopt een project dat leidt tot het verbeteren van de zorgcontinuïteit door het inzetten van dagdienstpersoneel voor repressieve taakuitvoering op werkdagen en het vernieuwen van alarmeringsmogelijkheden. Daarnaast wordt de huidige werking van de beroepsposten van Dordrecht doorgelicht, inclusief de ondersteuning die zij krijgen van de vrijwilligers. 1.1.1 Repressieve inrichting Vanuit 31 brandweerposten kan door de brandweer worden uitgerukt. Dit leidt tot een fijnmazig netwerk van posten. Iedere post is ingericht en georganiseerd als basisbrandweereenheid en beschikt over een tankautospuit (TS). Op 20 posten zijn daar aanvullende taak/taken of specialisme(s) aan toegevoegd. Verdeeld over de regio staan ter ondersteuning van de basiszorg vijf identieke redvoertuigen gestationeerd voor het redden op hoogte. We onderscheiden onze posten in 3 categorieën: 1. de basispost, 2. de basis+ post, 3. de beroepspost. De basisposten en de basis+ posten werken uitsluitend met vrijwilligers.
De hoeveelheid vrijwilligers is afgestemd op het aantal aanvullende taken en specialismes. Bij de basis+ posten is het mogelijk om vrijwilligers te consigneren voor periodes en/of bepaalde functies. De beroepsposten draaien 24 uursdiensten met beroepsmatig aangesteld personeel. De beroepsposten maken ook gebruik van vrijwilligers. Zij verzorgen de herbezetting van de beroepspost tijdens een uitruk waarvan duidelijk is dat de inzet langere tijd gaat duren. Tevens kunnen zij worden ‘ingeroosterd’ in een 24 uursdienst als de situatie daarom vraagt. Een volledig overzicht van de repressieve inrichting is opgenomen als bijlage 2 van dit dekkingsplan. 1.1.2 Repressieve afspraken, uitruk op maat De basisposten zijn aangewezen om te kunnen werken volgens het principe uitruk-op-maat1 (UoM). Feitelijk kan op deze posten met minimaal 4 en maximaal 6 personen uitgerukt worden. De basis+ posten rukken altijd uit als complete basiseenheid. Hieraan is een garantiefactor van 99,9% gekoppeld. De basis+ posten zijn uitgerust met een 2e TS. De 2e TS kan uitrukken volgens het principe van UoM. De beroepsposten rukken uit met 6 personen. Op één van de twee beroepsposten is deze samenstelling verdeeld over de TS (4) en het redvoertuig (2) en daarmee feitelijk ook via het principe van UoM. Aan de beroepspost is een garantiefactor van 100% gekoppeld.
1
Landelijk kader ‘Uitruk op maat bij brand’, vastgesteld op 10 oktober 2022 door het Veiligheidsberaad.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
12
1.1.3 Interne repressieve afspraken De basisposten en basis+ posten werken met een beschikbaarheidssysteem en bewaken een kritische ondergrens van hun potentiële bezetting. Bij overschrijding van de ondergrens (4 personen) op een basispost gaat de post ‘buiten dienst’, tot het moment dat de overschrijding is opgelost. De beroepsposten worden voor een deel van hun oefentijd overdag waargenomen door medewerkers die taken uitvoeren in de dagdienstorganisatie. Alarmering vindt plaats door middel van een tweeweg-pagersysteem. Met dit systeem kan gealarmeerd personeel zijn of haar opkomst naar de kazerne bevestigen of afwijzen. Bij onvoldoende opkomstbevestiging alarmeert de meldkamer een volgende eenheid. 1.1.4 Hulpmiddelen voertuiguitrusting Alle basiseenheden beschikken over een uitgebreid arsenaal aan informatiesystemen die zijn gebundeld en te raadplegen op een tablet. Voertuigen die opereren in een gebied waarvoor het functioneel is, zijn uitgerust met een systeem voor verkeersbeïnvloeding. De hulpsystemen zijn gekoppeld aan de systemen van de meldkamer en daarmee direct vanaf de uitrukmelding beschikbaar. 1.1.5 Operationele grenzen en dynamisch alarmeren Zowel binnen de regio zelf als over de regiogrenzen heen geldt het principe van operationele grenzen. Daarmee wordt recht gedaan aan het uitgangspunt dat burgers zo snel als mogelijk hulp krijgen van de brandweer.
Het dynamisch alarmeren wordt nu nog beperkt toegepast, de intentie is dat dit de komende jaren verder zal worden uitgebreid. Daardoor wordt alarmering van de snelste eenheid nog beter gereguleerd. 1.1.6 Objecten buiten de 18-minutennorm In de regio Zuid-Holland Zuid bevinden zich een tweetal geïsoleerde natuurgebieden. Dit zijn het natuurmonument “Eiland Tiengemeten” en het “Nationaal Park de Biesbosch”. In deze gebieden zijn objecten zoals enkele woningen, musea, boerderijen en horecagelegenheden aanwezig. De belangstelling voor deze gebieden neemt nog steeds toe. De normtijden voor objecten in deze gebieden worden overschreden. Deze gebieden hebben al langlopende programma’s ten aanzien van het borgen van de brandveiligheid en komen verder niet meer expliciet terug in de beoordeling van de dekking. 1.1.7 Duurzaam gebruik van vrijwilligers neemt af De brandweer ziet zich in toenemende mate geconfronteerd met vrijwillig personeel dat zich minder lang verbindt aan de organisatie. Een hogere frequentie van uitstroom vraagt naast een gelijk opgaande instroom, vooral veel tijd, geld en aandacht voor vakbekwaamheid.
1.2 Externe ontwikkelingen 1.2.1 Geografie De Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid bestaat uit 10 gemeenten en telt ca. 459.400 inwoners. De regio vormt een gebied van ca. 726 km2 die een grootstedelijke agglomeratie afwisselt met kleinstedelijke- en landelijke gebieden. 1.2.2 Demografie Volgens de prognoses van het CBS laten de deelnemende gemeenten tot 2035 een bescheiden groei van de bevolking zien in de regio. Tegelijkertijd neemt ook de vergrijzing tot die tijd verder toe. De bevolkingsdichtheid varieert sterk. In de Drechtstedenagglomeratie zal de toename van het aantal woningen en daarmee het aantal inwoners het sterkst zijn. De vergrijzing zal naar verhouding meer toenemen in de landelijke gemeenten waar op langere termijn ook enige krimp van de bevolking wordt voorzien. 1.2.3 De voorkomende risico’s in de regio Zuid-Holland Zuid is een regio met een hoog risicoprofiel. Gelegen in een deltagebied dat zich voor een groot deel onder het zeeniveau bevindt. Het risico op overstroming is daarmee groot, omdat het water zowel vanuit zee als vanuit de rivieren en/of de combinatie van beiden een bedreiging vormt. Veel mensen en goederen vinden
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
13
dagelijks hun doorvoer via belangrijke autosnelwegen (A15, A16, A27 en A29), via het water (Lek, Waal, Merwede, Maas en Hollands Diep) en het spoor (regulier personenvervoer, HSL en Betuweroute). Dit alles gecombineerd met een complex netwerk aan energievoorzieningen, buisleidingen en meerdere (spoor)tunnels. Verder zijn verdeeld over de regio een aantal risicovormende bedrijven. Circa 90 bedrijven vallen onder de werking van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Verder zijn er 14 BRZO-bedrijven en bevindt zich in de regio het grootste rangeerterrein van Nederland. Tot slot is een hoog gehalte aan cultureel (wereld)erfgoed (molens Kinderdijk, Hollandsche Waterlinie) aanwezig en meerdere prachtige Oudhollandse steden (Dordrecht, Gorinchem, Nieuwpoort, Oud-Beijerland) met vrijwel alle voorkomende woonvormen. 1.2.4 Gevolgen Europese deeltijdrichtlijn De Europese deeltijdrichtlijn gaat uit van het principe dat gelijk werk in voltijd en in deeltijd gelijk beloond moet worden. Dit conflicteert met de wijze waarop het huidig brandweerbestel is vormgegeven. Dit heeft geleid tot onderzoek en een voorstel voor een aangepast brandweerbestel. De mogelijkheid van het inroosteren van vrijwilligers in de 24 uursdienst en beschikbaar blijven op basis van consignatiediensten op de basis+ posten komt daarmee te vervallen en leidt tot nieuw inrichtingsvraagstukken.
Onduidelijk is nog of de gevolgen tot (organisatorische) veranderingen gaan leiden tijdens deze planperiode. 1.2.5 Verkeer Verlagen maximumsnelheid bebouwde kom Vanuit de intentie het aantal verkeersslachtoffers verder te verminderen wordt sterk ingezet op het uitbreiden van de 30-km zones binnen de bebouwde kom. Het gebruik van snelheid remmende maatregelen heeft invloed op de inzet van de brandweer. Het vertraagt zowel de rijtijd (opkomst) van vrijwilligers naar de kazerne als de rijtijd die de brandweer nodig heeft om op het incidentadres te komen. Grootschalig onderhoud infrastructuur De komende jaren heeft Rijkswaterstaat diverse grootschalige onderhoudsprojecten gepland staan aan tunnels, bruggen en wegen. Ook de provincie Zuid-Holland heeft een ambitieus programma om de bereikbaarheid te verbeteren. Dit gaat gepaard gaat met, (langdurige) afsluitingen, infrastructurele aanpassingen en omleidingen door de gehele regio heen. Ook dit zal invloed zijn op de inzet van de brandweer. 1.2.6 Trends en ontwikkelingen De energietransitie brengt nieuwe veiligheidsrisico’s met zich mee, bijvoorbeeld door toename van elektrificatie van huizen en voertuigen, maar ook door de opkomst van de waterstofeconomie. Nieuwe kennis, vaardigheden en instrumenten zijn daarom noodzakelijk. Daarnaast kent de regio Zuid-Holland Zuid de komende jaren een aanzienlijke woningbouwopgave.
Met een vroege betrokkenheid van de brandweer kan risico’s op incidenten verkleind worden doordat er advies over locatie, gebruikte bouwtechnieken en andere veiligheidsthema’s kan worden gegeven. Tegelijkertijd zal de brandweer zich weer moeten prepareren en bekwamen in het bestrijden van nieuwe risico’s. Verandering van het klimaat heeft grote gevolgen voor de samenleving en dus ook voor de brandweerzorg en de brandweerorganisatie. Doordat extreem weer vaker voorkomt, zal er ook vaker een beroep op de brandweer worden gedaan, bijvoorbeeld bij hevige regenval, extreme hitte of harde wind. Langdurige droogte kan negatieve gevolgen hebben voor de bluswatervoorziening.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
14
2. Dekking beschrijven
Dekking beschrijven
Hoofdstuk 2. Dekking beschrijven Processtap 2 2.0 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de verwachte dekking in het verzorgingsgebied van de brandweer. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt waartoe de brandweer in staat is onder de gegeven omstandigheden. Hiervoor zijn de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk van belang. Voor de factoren snelheid en capaciteit wordt gebruik gemaakt van respectievelijk een beoordelingskader en een beoogd beoordelingskader vanuit de handreiking landelijke systematiek voor dekkingsplannen. Beschrijving van de factoren snelheid en capaciteit is verplicht. De factoren paraatheid en werkdruk worden beschreven en beoordeeld op basis van eigen onderzoek. Beschrijving hiervan is niet verplicht, maar er is voor gekozen deze wel mee te nemen in het bepalen van de dekking.
2.1 Beschrijving van de kwaliteitsbepalende factoren Voor de beschrijving kwaliteitsbepalende factoren is het van belang te melden dat brandweereenheden op basis van ‘operationele grenzen’ worden ingezet en gemeente- en regiogrenzen geen belemmering zijn. Afstemming hierover vindt plaats met de aangrenzende regio’s. Van de kwaliteitsbepalende factoren zijn de volgende onderzoekaspecten van belang. Factor
Onderzoekaspect
Snelheid
- Maatgevend scenario (gebouwbrand) - Eerste tankautospuit ter plaatse
Capaciteit
- Slagkracht - Grootschalige en of langdurige inzetten
Paraatheid
- Beschikbaarheid - Gelijktijdigheid en restdekking
Werkdruk
- Alarmeringsfrequentie - Beleving
2.2 Snelheid Snelheid is van belang! Om levens te kunnen redden en schade te voorkomen kan het verschil worden gemaakt door een snelle opkomst van de brandweer. Voor het beoordelen van de factor snelheid is het maatgevend scenario gebouwbrand als uitgangspunt genomen en de berekening van de snelheid gebaseerd op de eerste tankautospuit2 (basiseenheid) die ter plaatse komt. Bij het maatgevend scenario gebouwbrand gaat het bijvoorbeeld om woningbranden of industriebranden.
2
Tankautospuit (TS) met 6 personen of het equivalent hiervan indien initieel met de TS- variabel wordt uitgerukt.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
16
De snelheid wordt bepaald door de tijd die ligt tussen het moment dat een melder contact krijgt met de meldkamer om een melding te doen en het moment dat de hulp bij het incident arriveert. We noemen dit de opkomsttijd van de brandweer. Deze bestaat altijd uit een aaneenschakeling van afzonderlijke processen. In de volgende afdeling zijn deze processen weergegeven. Afbeelding; melding en alarmering
Tijdlijn incidentenverloop
Tijdstip ontstaan
112
Ontdekkingstijd
Tijdstip alarmeren (opdracht verstrekt)
Tijdstip uitgifte
Tijdstip melding
Tijdstip uitgerukt
Tijdstip ter plaatse
Aannametijd = Tijdstip uitgifte
Alarmeertijd = Tijdstip alarmeren
Uitruktijd = Tijdstip uitrukken
Rijtijd = Tijdstip ter plaatse
Min (-)
Min (-)
Min (-)
Min (-)
Tijdstip melding
Tijdstip uitgifte
Tijdstip alarmeren
Tijdstip uitrukken
Verwerkingstijd meldkamer
Brandweertijd
Verwerkingstijd meldkamer = Tijdstip alarmeren - Tijdstip melding
Brandweertijd = Tijdstip ter plaatse - Tijdstip alarmeren
Opkomsttijd
Opkomsttijd = Tijdstip Ter plaatse - Tijdstip melding
Om de snelheid (opkomsttijd) te kunnen berekenen wordt een vaste rekenmethodiek gehanteerd. Door gebruik te maken van gelogde ervaringsgegevens, een programma dat rijtijden berekent op basis van bestaande infrastructuur en de kernregistratie van alle in de regio aanwezige objecten, kan de snelheid nauwkeurig worden geprognosticeerd. Hierdoor wordt inzicht verkregen welke basiseenheid het snelst bij een object kan zijn ten opzichte van andere basiseenheden. Zo ontstaat er een verzorgingsgebied per basiseenheid. In bijlage 3 van dit dekkingsplan worden de gebruikte uitgangspunten en de rekenmethodiek toegelicht. In de volgende afbeelding is de opkomstprognose van de eerste basiseenheid inzichtelijk gemaakt weergegeven in minuten. Hierbij is als uitgangspunt genomen dat deze compleet met een standaardbezetting (bevelvoerder, chauffeur en 4 manschappen) uitrukt.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
17
Afbeelding Dekkingskaart snelheid TS met 6 personen
In de witte en roze gebieden is de opkomsttijd het kortst. Naarmate de gebieden donkerder roze en rood worden, zijn de opkomsttijden langer. De opkomstprognose kan ook worden weergegeven in een grafiek. Door de opkomsttijden te verbinden aan de locaties ontstaat er een S-curve waarmee de procentuele dekking van alle aanwezige objecten in de regio wordt weergegeven. Dekkingsgrafiek snelheid basiseenheid TS met 6 personen
Uitruk op Maat In hoofdstuk 1 is aangegeven dat structureel gebruik (kan worden) gemaakt wordt van variabele voertuigbezetting volgens het principe ‘Uitruk op Maat’. Dat geeft een ander beeld in de berekening van de opkomsttijd. Wanneer we als uitgangspunt hanteren dat van maandag tot en met zaterdag tussen 6:00 uur en 18:00 uur op alle basisposten
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
18
variabel wordt uitgerukt, dan wordt de aankomst van een tweede TS op de plaatst van het incident bepalend voor de opkomsttijd. Als dit eveneens wordt vertaald naar een S-curve, zien we een verschil t.o.v. de eerste berekening. Immers, pas bij aankomst van de tweede TS is er sprake een volledige bezetting van 6 personen die is gekoppeld aan een basiseenheid. Dekkingsgrafiek snelheid 1e TS met variabele voertuigbezetting
Door zowel S-curve van de eerste grafiek waarin is uitgegaan van de basiseenheid TS 6 als van de S-curve uit de tweede grafiek die uitgaat van samengesteld uitrukken in één grafiek weer te geven, ontstaat zicht op zowel het theoretisch optimaal haalbare resultaat als het theoretische behoudende resultaat. In ruimte tussen de S-curves ligt de geprognosticeerde opkomsttijd van de brandweer. Dekkingsgrafiek verschil opkomsttijd TS 6 en variabele voertuigbezetting
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
19
2.3 Capaciteit De capaciteit voor het leveren van slagkracht en grootschalige en of langdurige inzetten valt ook onder de basisbrandweerzorg. Daarmee wordt gesteld dat niet alleen de opkomstsnelheid van de eerste autospuit van belang is, maar ook de aanwezigheid van voldoende menskracht en materieel om slagkracht te kunnen leveren en of een inzet langdurig vol te kunnen houden. Capaciteit houdt ook verband met het kunnen zorgdragen voor aflossing bij langdurige inzet. Slagkracht Slagkracht is het vermogen om meerdere basiseenheden ter plaatse te krijgen indien dit noodzakelijk blijkt voor de bestrijding van een incident. De standaard die hiervoor geldt is de inzet van maximaal 3 tankautospuiten én een bijzonder voertuig onder de leiding van een officier van dienst. Inzet met meer dan 3 basiseenheden valt onder het grootschalig en bijzonder optreden (GBO). De slagkracht wordt gemeten aan de hand van het vermogen om 3 tankautospuiten ter plaatse te krijgen binnen 15 minuten. Door naast het berekenen van de opkomsttijd van de eerste basiseenheid ook die van de tweede en derde basiseenheid te berekenen, ontstaat inzicht in de capaciteit die de brandweer heeft voor het leveren van slagkracht en grootschalige en of langdurige inzetten. De volgende afbeelding geeft zicht op hoeveel autospuiten er binnen 15 minuten ter plaatse kunnen zijn en waar.
Overzicht slagkracht (aantal TS-en in 15 minuten)
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
20
Overzicht slagkracht (opkomst drie tankautospuiten in minuten)
Om het overzicht te kunnen relateren aan het aantal objecten in de regio is de prognose van de opkomst in een S-curve weergegeven. S-curve grafiek voor slagkracht
Grootschalige en bijzonder optreden (GBO) en langdurige inzetten Bij inzet van meer dan drie basiseenheden spreken we van grootschalig optreden. Dit kan plaatsvinden in de eigen regio, maar ook op aanvraag buiten de eigen regio. Gebaseerd op de Visie GBO3 dient iedere regio voldoende capaciteit te hebben om een basispeloton bestaande uit vier basiseenheden en een pelotonscommandant te kunnen leveren voor bijstand in een andere regio.
3
Visie Grootschalig Brandweeroptreden, september 2018 (vastgesteld Raad Brandweercommandanten september 2018)
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
21
Bij een GBO inzet binnen de eigen regio wordt het principe van vrije instroom gehanteerd. Eenheden stromen in op basis van de dynamische berekening die is gebaseerd op interregionale operationele grenzen. Vanaf een inzet met drie tankautospuiten wordt vanuit een ‘brandweeractiecentrum’ de restdekking beoordeeld en eventuele herbezetting gecoördineerd. De herbezetting vindt plaats door middel van het kazerneren van een basiseenheid op een inmiddels ingezette post gedurende de tijd dat deze post is ingezet. De spreiding is altijd zo gekozen dat op nieuwe meldingen steeds kan worden voldaan aan de uitgangspunten die gelden voor de gebiedsgerichte opkomsttijden. Ter borging van de continuïteit van de (basis)brandweerzorg als geheel is een continuïteitsplan opgesteld. Het continuïteitsplan is opgenomen als bijlage 3 van dit dekkingsplan. Voor GBO buiten de regio geldt een vaste pelotonssamenstelling4. Hiervoor zijn vier basis+ posten geselecteerd die met de tweede tankautospuit van hun post een peloton formeren. Een dienstdoende officier van dienst treedt op als pelotonscommandant. Voor grootschalig brandweeroptreden buiten de regio geldt een opkomsttijd op de regiogrens van maximaal 60 minuten en een inzettijd van maximaal 8 uur. Door het inzetten van de tweede autospuiten blijft de basisdekking binnen de eigen regio op gelijke sterkte.
Deelnemende posten aan basispeloton brandweer Oud Beijerland Zwijndrecht Hendrik Ido Ambacht Gorinchem Papendrecht (reserve)
2.4 Paraatheid Paraatheid gaat over de mate waarin de brandweer volgens plan beschikbaar is (paraat kan zijn). Paraatheid wordt beïnvloed door de mate van beschikbaarheid, gelijktijdigheid en restdekking. De paraatheid is niet constant maar wisselt. De kans op verminderde paraatheid is het grootst op de basisposten. Beschikbaarheid Beschikbaarheid is de mate waarin de brandweer voldoende gekwalificeerd personeel en goed werkend materieel ter beschikking heeft om incidenten te kunnen bestrijden. De personele beschikbaarheid van alle posten wordt 24/7 gemonitord. Op de beroepsposten en de basis+ posten is de personele beschikbaarheid geborgd. Naast een tweede tankautospuit die de materiele continuïteit borgt, zijn roosters of consignatiemodellen beschikbaar om de personele capaciteit te borgen. Voor de basisposten die uitsluitend met vrijwilligers en een vrije instroom werken, geldt dat met name op werkdagen en op zaterdagen sprake kan zijn van verminderde- en op momenten onvoldoende personele beschikbaarheid. Bij onvoldoende personele beschikbaarheid wordt de post buiten dienst gesteld. Hierdoor wordt automatisch de eerstvolgende dichtstbijzijnde post gealarmeerd en gaat er geen kostbare tijd verloren. Een overzicht met het nagestreefde beschikbaarheidspercentage per post is opgenomen in bijlage 4 van dit dekkingsplan.
Gelijktijdigheid We spreken van gelijktijdigheid wanneer de meldkamer een beroep wil doen op een post die reeds is ingezet. Dit levert feitelijk een verminderde paraatheid op omdat een andere basiseenheid moet worden gealarmeerd dan de snelste eenheid omdat deze reeds is ingezet. Door de kans hierop in te schatten of te berekenen ontstaat inzicht in de kwaliteit van de dekking. Voor de berekening van gelijktijdigheid is geen kader beschikbaar. Dit wordt daarom kwalitatief beschreven.
4
Zie Doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden visie 2.0 (betreft 1 pelotonscommandant en 4 tankautospuiten)
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
22
Valide data over gelijktijdigheid over meerdere jaren is lastig uit de beschikbare systemen te achterhalen. Op basis van niet gevalideerde data is de schatting dat dit ongeveer 50 maal per jaar voorkomt. De helft (25) van de gevallen is een post reeds ingezet voor een andere prio 1 met brandclassificatie waarvan ca. 12 in een gebouw. Restdekking Bij langdurige en of grootschalige inzet van de brandweer kan het aantal ingezette of in te zetten eenheden groot zijn. Hierdoor kan er sprake zijn van een verminderde dekking in de regio. Om deze verminderde dekking op te vangen zijn beheersmaatregelen maatregelen op post- en regionaal niveau van toepassing. Overzicht beheersmaatregelen langdurige inzetten Waar
Wat
Beheersmaatregel restdekking
Beroepsposten Dordrecht Leerpark Dordrecht Noordendijk
Tijdens (duik)oefeningen (dag) en tijdens inzet incident.
Waarneming 1e uitruk door dagdienstpersoneel. Waarneming 1e uitruk door vrijwilligers.
Basis+ posten Oud-Beijerland Zwijndrecht Hendrik-Ido- Ambacht Papendrecht Alblasserdam Sliedrecht Gorinchem
Tijdens inzet eerste tankautospuit
De 2e tankautospuit beschikbaar als minimaal TS-variabel
Regionaal (beroeps, basis+ en basisposten)
Vanaf de inzet van drie basiseenheden binnen de regio.
Coördinatie op het borgen van voldoende restdekking vanuit de sectie brandweer.
Regionaal
Interregionale bijstand (basis peloton)
2e tankautospuit beschikbaar als minimaal TS-variabel.
2.5 Werkdruk Werkdruk kan een belasting vormen voor een normale taakuitvoering. Zeker bij vrijwilligers die naast hun brandweertaken een vaste baan hebben of een eigen bedrijf runnen. Daarmee kan werkdruk ook van invloed zijn op de paraatheid. Werkdruk kan meerdere oorzaken hebben en op meerdere manieren individueel of binnen een gehele post worden ervaren. Evengoed kan werkdruk van tijdelijke aard zijn of structureel. Er bestaan geen normen voor het meten van werkdruk. Om (structurele) werkdruk inzichtelijk te krijgen en te kunnen beoordelen zijn de volgende bronnen gebruikt: • het aantal alarmeringen die een post heeft (de uitrukfrequentie), • het ‘belevingsonderzoek repressief brandweerpersoneel’ en een actuele toetsing in de klankbordgroep repressief personeel, • de psychische of geestelijke belasting.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
23
Tabel met uitrukoverzicht Alblasserdam
Arkel
Bleskensgraaf
200 50 100
0
172
2019
183
143 2020
2021
50
191 35 2022
0
2019
48
45
54 30
2020
Brandwijk
Dordrecht Leerpark
20
500
2021
2022
0
2019
53 2020
76
2021
51 2022
Dordrecht Noordendijk 500
17 0
2019
24
2020
19 2021
690
24 0
2022
2019
650
620
2020
2021
782
395
378
434
2020
2021
2022
342
302
302
2019
2020
2021
2022
38
34
37
35
2019
2020
2021
2022
41
44
45
2019
2020
2021
290 0
2022
2019
Dordrecht Vrijwilligers
Giessenburg
Gorinchem
50
50
500
0
40
42
43
47
2019
2020
2021
2022
Goudriaan
37
33 0
48
35
2020
0
2022
Goudswaard
Groot-Ammers
40
40
401
20
16 0
2019
22
2020
16 2021
23
2022
Hardinxveld-Giessendam Boven
20
23 0
2019
32
2020
20
25
25
2021
2022
Hardinxveld-Giessendam Neder
0
Heerjansdam
100 50
50
34 0
2019
43 2020
50
33 2021
93
25 0
2022
Heinenoord
2019
75
2020
70 2021
73 2022
Hendrik-Ido-Ambacht
0
37 2022
Hoornaar 40
200
50
0
50
56
56
2019
2020
2021
69 0
2022
Klaaswaal
183
205
211
222
2019
2020
2021
2022
Langerak
20
0
29
31
2019
2020
2021
92
98
108
2019
2020
2021
26
35
2022
Maasdam
50 20
0
54
33
33
27
2019
2020
2021
2022
0
100
23
24
2019
2020
29
2021
25
2022
0
143
2022
Bureau Operationele Voorbereiding - Melding en Alarmering. Bron: GMS Archief * Er kan kunnen kleine afwijkingen zijn in de totalen
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
24
Mijnsheerenland
Numansdorp
Nieuw-Beijerland
100
40
50
49
37 0
2019
2020
38
44
2021
2022
Nieuw-Lekkerland
50
0
66
62
67
68
2019
2020
2021
2022
50
57 0
2019
83
2020
20
53 2021
66 2022
0
0
2019
192
187
209
2020
2021
2022
0
Strijen 100
0
2019
2020
2021
96
2022
Zuid-Beijerland
2022
269
255
278
2020
2021
2022
67
74
2020
2021
227
200
90
2021
200
Sliedrecht
88
2020
200
100
78
2019
Papendrecht
s'Gravendeel
50
23
Oud-Beijerland
265
100
0
147
151
143
152
2019
2020
2021
2022
2019
50
48 0
35
25
2019
15
89
2022
Zwijndrecht
40 500 20
0
38
2019
37
2020
32
2021
39 335 2022
0
2019
417 2020
273 2021
375 2022
Belevingsonderzoek repressief brandweerpersoneel Een andere manier om gevalideerd iets over werkdruk te weten te komen is het 4-jaarlijks belevingsonderzoek repressief personeel. Daarbij moet opgemerkt worden dat de uitkomst hiervan niet te herleiden is naar individuele posten. Uit het laatstgehouden onderzoek in 20215 is het volgende regionale beeld hierover naar voren gekomen: “Aangegeven wordt dat men zich fit en sterk voelt (84%). Het werk wordt niet fysiek of emotioneel als zwaar ervaren, de combinatie met privéleven wordt als goed ervaren (89%)”. Vanuit de klankbordgroep repressief personeel is aangegeven dat de werkdruk die wel ervaren wordt is te relateren aan het plichtsbesef om de post in dienst te houden. Met de introductie van het monitoringssysteem is zichtbaar of er nog voldoende collega’s zijn om de functie(s) die men heeft te vervangen. Op het moment dat men ziet de laatste te zijn, komt het voor dat men het gevoel heeft (sociaal) gegijzeld te zijn om te voorkomen dat de post wegens onderbezetting buiten dienst moet worden gesteld. Psychische of geestelijke belasting Een laatste manier om iets over de werkdruk te kunnen zeggen is de psychische of geestelijke belasting van het uitrukpersoneel van een post.
Bij inzetten die een forse impact (kunnen) hebben zoals branden of ongevallen met dodelijke afloop of gebeurtenissen met eigen personeel van een post, wordt een beroep gedaan op een team wat is getraind om collegiale opvang en hulp te bieden. De frequentie waarmee een post hiervan gebruik maakt een post kan als werkdruk worden ervaren. Tabel gebruik van TCO per post Bureau Operationele Voorbereiding - Melding en Alarmering. Bron: GMS Archief * Er kan kunnen kleine afwijkingen zijn in de totalen
5
Belevingsonderzoek repressief brandweerpersoneel Regionaal beeld 2021 Zuid-Holland-Zuid
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
25
Waar
2021
2022
Nieuw-Beijerland
1
1
Zuid-Beijerland
1
1
Oud-Beijerland
1
Goudswaard
Numansdorp Klaaswaal
1
Heinenoord
1
Mijnsheerenland / Westmaas Strijen
1
Maasdam / Puttershoek
1
's-Gravendeel
1
1
Heerjansdam Zwijndrecht Hendrik Ido Ambacht
1
Dordrecht-Noordendijk Dordrecht-Leerpark Alblasserdam
1
2
Nieuw-Lekkerland Papendrecht
2
Sliedrecht
1
Bleskensgraaf
1
Brandwijk Groot-Ammers Langerak/Nieuwpoort
1
Goudriaan Hardinxveld-Neder Hardinxveld-Boven Giessenburg
1
Hoornaar/Noordeloos Gorinchem
3
2
Arkel
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
26
3. Dekking beoordelen
Dekking beoordelen
Hoofdstuk 3. Dekking beoordelen Processtap 3 3.0 Inleiding Na de inrichting van de brandweer en de te verwachte prestatie in de vorige hoofdstukken te hebben beschreven, beschrijft dit hoofdstuk de derde processtap. In deze processtap beoordelen we de repressieve dekking aan de hand van kaders die hiervoor zijn opgenomen in de landelijke handreiking en of zijn meegegeven namens het algemeen bestuur.
3.1 Doel en werkwijze Het doel is een oordeel te geven over de prestaties van de brandweer. Voor het beoordelen van de snelheid is een normenkader vanuit de landelijke handreiking beschikbaar. Voor de boordeling van de factor capaciteit wordt gebruik gemaakt van een beoogd of concept kader. Dit kader is nog in ontwikkeling maar geeft voor nu voldoende houvast. Er zijn geen beoordelingskaders voor paraatheid en werkdruk. Deze worden kwalitatief beschreven. De beoordeling als geheel moet inzicht geven in hoeverre de brandweer voldoet aan alle wettelijke kaders en bestuurlijke wensen.
3.2 Categorische indeling van gebieden en gebiedsgerichte opkomsttijden De landelijke handreiking stelt dat het verzorgingsgebied van de regio een gebiedsindeling heeft die is gebaseerd op de wijk en buurtindeling van het CBS. Afhankelijk van de dichtheid van aanwezige adressen per km2 en bepaalde gebouwtypen die de buurt of wijk een overheersend karakter geeft, valt een gebied in categorie I, II of III. Per categorie is een referentiewaarde voor de opkomsttijd van de brandweer vastgesteld met een bandbreedte. Afbeelding categorische indeling van gebieden, referentiewaarden en bandbreedte Categorie I
Categorie II
• Oude binnensteden • Gebouwen voor slapende niet zelfredzame personen • Portiekwoningen • Woongebouwen met vloerhoogte boven de 20 meter
Referentiewaarde 7 minuten
• Woningen • Gebouwen voor zelfredzame personen
Referentiewaarde 10 minuten
Bandbreedte 4-10 minuten
Bandbreedte 7-13 minuten Categorie III
• Verspreid liggende woningen • Verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
Referentiewaarde 15 minuten Bandbreedte 12-18 minuten
28
Wanneer we deze gebiedscategorisering projecteren op het verzorgingsgebied van de regio levert dit het volgende beeld op. Kaart Gebiedsgerichte Opkomsttijden
Categorie I Categorie II Categorie III
Referentiewaarde 7 minuten, bandbreedte 4-10 minuten Referentiewaarde 10 minuten, bandbreedte 7-13 minuten Referentiewaarde 15 minuten, bandbreedte 12-18 minuten
Vrijwel alle bebouwde gebieden vallen in gebiedscategorie II met een referentiewaarde van 10 minuten. De (oude) stadskernen en gebieden met veel hoogbouw vallen onder categorie I met een referentiewaarde van 7 minuten. De overige (landelijke) gebieden vallen onder categorie III en is de referentiewaarde 15 minuten. Op deze -op het CBS gebaseerde- indeling is voor categorie II en III een extra toets gedaan op de aanwezigheid van bijzondere en risicovolle objecten. Hieronder vallen bijzondere woongebouwen zoals portiekwoningen, objecten met een woonverblijf boven de 20 meter en objecten waar permanente zorg plaatsvindt en tevens wordt geslapen (ziekenhuizen, verpleeg en zorginstellingen/ -gebouwen). Dit is gedaan om te kunnen beoordelen of de aanwezigheid van dergelijke objecten een opwaardering naar een hoger categoriegebied zouden rechtvaardigen. Hieruit komt dat een aantal categorie II gebieden zijn opgewaardeerd. Deze gebieden zijn in het bovenstaand grafisch overzicht van de gebiedsgerichte opkomsttijden verwerkt en ingekleurd als categorie I. Op basis van de grafische weergave van de gebiedscategorieën wordt duidelijk welke referentiewaarde geldt voor welk gebied van de regio.
Deze werkwijze leidt ertoe dat de opkomsttijd per gebied kan worden beoordeeld en kan worden vastgesteld of de huidige kazerneconfiguratie in de regio voldoet aan de uitgangspunten van de gebiedsgerichte opkomsttijden.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
29
3.3 Beoordeling opkomsttijd (snelheid) De beoordeling van de opkomsttijden vindt plaats aan de hand van een landelijk normenkader. Idealiter voldoet de brandweer op iedere plaats in de regio aan de referentiewaarde die geldt voor het gebied. In de volgende afbeelding is het normenkader opgenomen vanuit de landelijke handreiking.
Gebied
Bandbreedte Referentiewaarde
Categorie 1
0
1
2
3
4
5
6
7
Goed
8
9
10
11
12
13
Voldoende
14
15
16
17
18
19
>20 minuten
17
18
19
>20 minuten
18
19
>20 minuten
Onvoldoende
Referentiewaarde
Categorie 2
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Goed
11
12
13
14
15
Voldoende
16
Onvoldoende
Referentiewaarde
Categorie 3
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Goed
13
14
15
16
17
Voldoende
Onvoldoende
Het normenkader gaat naast de genoemde referentiewaarde per categorie uit van een bandbreedte. Hierdoor kan de opkomsttijd worden gekwalificeerd als goed, voldoende of onvoldoende. Goed
Opkomsttijd lager dan- of gelijk aan de referentiewaarde
Voldoende
Opkomsttijd is hoger dan de referentiewaarde maar lager dan de maximale bandbreedte
Onvoldoende
Opkomsttijd is hoger dan de maximale bandbreedte. Aanvullende duiding van gebied is nodig op een aandachtspuntenlijst. Objecten worden nader beschouwd en zo nodig worden aanvullende (preventieve) maatregelen genomen.
Voor de beoordeling wordt per buurt de mediaan van alle opkomsttijden voor alle objecten vergeleken met de norm. De opkomst van de brandweer voor het leveren van basisbrandweerzorg wordt weergegeven in goed, voldoende en onvoldoende. Wanneer het uitgangspunt wordt toegepast dat alle posten op ieder moment van de dag en dus bij iedere alarmering als basiseenheid uitrukt (TS6), dan kan de opkomsttijd (snelheid) overwegend als goed worden beoordeeld. In deze boordeling is ook geen rekening gehouden met het gegeven dat de post Leerpark permanent volgens het kader Uitruk op Maat uitrukt.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
30
Afbeelding kaart beoordeling dekking Gebiedsgerichte Opkomsttijden (alles TS 6)
Eenzelfde beoordeling voor de overheersende situatie overdag, waarbij het uitgangspunt is dat alle basisposten 6 en de post Leerpark Dordrecht uitrukken met een variabele bezetting en er dus twee basiseenheden gealarmeerd zullen worden voor de maatgevende incidenten, geeft dit het volgende beeld. Afbeelding kaart beoordeling dekking Gebiedsgerichte Opkomsttijden Variabele voertuigbezetting
Deze situatie leidt ertoe dat er gebieden zijn die als onvoldoende worden beoordeeld.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid 6
Met uitzondering van de post Nieuw-Lekkerland.
31
Opkomst redvoertuigen Voor de volledigheid is de opkomsttijd van redvoertuigen inzichtelijk gemaakt. Dit is gedaan op basis van de 18-minutennorm zodat inzicht wordt verkregen waar er dekking is met een redvoertuig binnen de wettelijke norm. Afbeelding kaart beoordeling dekking Redvoertuig binnen 18 minuten
Aandachtpuntenlijst Door de grafische weergave wordt duidelijk welke gebieden de brandweerzorg als onvoldoende wordt beoordeeld. Conform de landelijke handreiking zijn deze gebieden beschreven op een zogenoemde áandachtspuntenlijst. Deze gebieden zijn afzonderlijk beoordeeld. Ook de categorie I objecten die buiten de opkomsttijd van de bandbreedte vallen, zijn ongeacht het gebied waarin ze gelegen aan deze de lijst toegevoegd. De aandachtspuntenlijst wordt gedeeld met Risicobeheersing. Risicobeheersing bepaalt welke objecten kunnen worden meegenomen in de bestaande/ lopende brandveiligheid projecten en welke objecten op andere wijze aandacht krijgen. De aandachtpuntenlijst is in zijn geheel opgenomen als bijlage 5 van dit dekkingsplan.
3.4 Beoordeling capaciteit (slagkracht) Slagkracht is naast snelheid van belang om slachtoffers te voorkomen en brand te kunnen beperken. We beoordelen dit aan de hand van een beoogd beoordelingskader dat in de handreiking is opgenomen. Hiervan is nog niet vastgesteld of dit kader voldoende aansluit op de dagelijkse praktijk. De methodiek van het beoordelingskader is onder andere gerelateerd aan de brandveiligheidssituatie en de ontvluchtingsmogelijkheden in een gebouw. Ook dit (concept)kader gaat uit van referentiewaarden en bandbreedtes. Afbeelding tabel beoordelingskader slagkracht Risiconiveau
TS 1 (min)
TS 2 (min)
TS 3 (min)
RV (min)
Categorie I
4-10 (7)
6-12 (9)
8-12 (10)
4-10 (7)
Categorie II
7-13 (10)
12-18 (15)
Geen norm
Geen norm
Categorie III
12-18 (15)
Geen norm
Geen norm
Geen norm
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
32
Voor categorie I gebieden geldt de normering voor de 1e, 2e en 3e tankautospuit. Ook voor het redvoertuig geldt hier een tijdnorm. Voor categorie II geld de normering voor de 1e en de 2e tankautospuit. Bij categorie 3 is alleen de tijd van de 1e autospuit genormeerd en is daarmee gelijk aan de opkomst van de 1e autospuit. De afspraak is gemaakt hiervan geen grafische weergave op te nemen maar het aantal buurten in beeld te brengen waar overschrijdingen van toepassing zijn. Tabel Beoordeling grootschalig basisoptreden Categorie
Capaciteit
Onder referentiewaarde
Tussen referentiewaarde bandbreedte
Boven bandbreedte
Aantal buurten
CAT I
1e TS
15
40
4
59
2e TS
25
30
4
3e TS
2
19
38
RV
6
36
17
1e TS
278
35
0
2e TS
307
6
0
3e TS
1e TS
168
2
0
2e TS
3e TS
CAT II
CAT III
Totaal aantal buurten
313
170
542
In categorie I zien we een forse (64%) overschrijding van de opkomsttijd van de 3e TS. De concentratie van buurten waar de 3e TS boven de bandbreedte arriveert bevinden zich in Dordrecht. De verklaring hiervoor is tweeledig. Als eerste de geografische ligging van deze buurten ten opzichte van de standplaatsen van een 3e TS. Als tweede is de huidige organisatorische situatie van de posten in Dordrecht een verklaring. Voor de laatstgenoemde loopt reeds een onderzoek naar passende organisatiewijzigingen. Een overzicht van categorie I buurten waar de 3e TS buiten de bandbreedte arriveert is opgenomen in bijlage 6 van dit dekkingsplan. Voor grootschalig brandweeroptreden buiten de regio geldt een opkomsttijd op de regiogrens van maximaal 60 minuten op de regiogrens. Hieraan kan worden voldaan.
3.5 Beoordeling paraatheid Voor de beoordeling van paraatheid zijn geen kaders en wordt beschrijvend gedaan. Beschikbaarheid In de hoog-risicogebieden zijn de beroepsposten en de basis+ posten gesitueerd. Hier is de beschikbaarheid goed en de paraatheid voldoende geborgd. In de kleinere plaatsen en de landelijke gebieden waar de basisposten zijn gelegen, kunnen problemen ontstaan ten aanzien van de beschikbaarheid van voldoende personeel. Op de basisposten kan de beschikbaarheid van vrijwillig personeel (sterk) fluctueren. Al zo’n 10 jaar geleden is begonnen met het digitaal registreren van beschikbaarheid en zijn de -soms tijdelijke- problemen rondom de beschikbaarheid van bepaalde posten bekend. Op enkele posten kan het voorkomen dat de beschikbaarheid van vrijwillig brandweerpersoneel dermate laag is dat de paraatheid tijdelijk wegvalt. Daar staan beheersmaatregelen tegenover die de totale paraatheid en daarmee het niveau van de basiszorg in de gehele regio voldoende moeten borgen. In onderstaand overzicht is de beoordeling én de beheersmaatregelen weergegeven.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
33
Tabel beoordeling paraatheid en toegepaste beheersmaatregel. Postsoort
Beoordeling
Beheersmaatregel
Beroepsposten Dordrecht Leerpark (UoM) Dordrecht Noordendijk (TS 6)
Goed
Vast dienstrooster
Basis+ posten Oud-Beijerland Zwijndrecht Hendrik-Ido- Ambacht Papendrecht Alblasserdam Sliedrecht Gorinchem Basispost Nieuw Lekkerland
Goed
Combinatie van vrije instroom en consignatie.
Basisposten Goudswaard Nieuw-Beijerland Zuid-Beijerland Numansdorp Klaaswaal Heinenoord Mijnsheerenland / Westmaas Strijen Maasdam / Puttershoek ‘s-Gravendeel Heerjansdam Bleskensgraaf Brandwijk Groot-Ammers Langerak/Nieuwpoort Goudriaan Hardinxveld-Neder Hardinxveld-Boven Giessenburg Hoornaar/Noordeloos Arkel
Soms onvoldoende
Paraatheid wordt gemonitord met het pagersysteem van PreCom met opkomstbevestiging.
Buiten dienststelling wanneer post niet kan voldoen aan het UoM principe. Dubbele alarmering ma-za tussen 06:00 uur en 18:00 Paraatheid wordt gemonitord met het pagersysteem van PreCom met opkomstbevestiging.
Voor de brandweerzorg als geheel is een instandhoudingsplan opgesteld. Hierin is planmatig vastgelegd hoe de kwaliteit van de brandweerzorg zo lang mogelijk op het hoogst mogelijk niveau wordt gehouden. Dit instandhoudingsplan is opgenomen als bijlage 7 van dit dekkingsplan. Gelijktijdigheid Gelijktijdigheid van meldingen voor een gebouwbrand komt weinig voor. Uit de beoordeling van de slagkracht blijkt dat een autospuit van een naburige post veelal binnen de daarvoor geldende normen aanwezig kan zijn. Dit onderschrijft de noodzaak van het in standhouden van een fijnmazig netwerk van brandweerposten. Restdekking Het verzorgen van de restdekking is voldoende geborgd. Vanaf de kwalificatie grote brand binnen de regio is de sectie brandweerzorg operationeel en vindt coördinatie plaats op het borgen van voldoende restdekking.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
34
De fijnmazigheid van posten en de aanwezigheid van een tweede autospuit op de basis+ posten bieden voldoende potentieel hiervoor.
3.6 Beoordeling werkdruk Uit analyse van het aantal uitrukken per post blijkt niet dat er buitenproportionele werkdruk bestaat. Neemt niet weg dat er enkele posten zijn die grenzen gaan benaderen van wat vrijwilligers aan uitrukken kunnen afhandelen naast hun reguliere werk. Hiernaar loopt reeds een onderzoek en dit blijft de komende periode gemonitord. Aandachtspunt op het gebied van werkdruk ligt op het in stand houden van de paraatheid van basisposten en enkele basis+ posten.
3.7 Conclusies en aanbevelingen regionaal beeld dekkingsplan Conclusie 1. De Veiligheidsregio Zuid Holland Zuid beschikt met haar 31 brandweerposten over een fijnmazig netwerk en een goede dekking. Van de 542 buurten scoren er -rekening houdend met de inzet van variabele voertuigbezetting-15 buurten boven de bandbreedte. Daarmee sluit de basisbrandweerzorg goed aan op het (brand)risicoprofiel van de regio. 2. Vanuit de praktische benadering, waarbij door het toepassen van het concept Uitruk op Maat een meer realistisch beeld ontstaat van de werkelijke situatie, is de conclusie dat de opkomst van de brandweer voor het bieden van basisbrandweerzorg voor ruim 80% van alle objecten binnen de 11 minuten kan worden geprognosticeerd. Daarbij ontstaan tegelijkertijd wel een aantal aandachtsgebieden die op basis van de nieuwe dekkingsplansystematiek in een hoog risicogebied vallen en als onvoldoende gekwalificeerd zijn. Deze dienen te worden opgelost. 3. Van objecten met een overschrijding (zie bijlage 5 van dit dekkingsplan) moet worden onderzocht welke objecten in aanmerking komen voor aansluiting op reeds bestaande brandveiligheidsprogramma’s of welke aanvullende maatregelen getroffen kunnen worden die bijdragen aan een goed brandveiligheidsniveau. Hierin dient de afdeling Risicobeheersing een regierol te pakken.
Dit moet leiden tot minder incidenten, maar beïnvloed niet de operationele prestatie, ofwel, tijdoverschrijding kan niet worden opgelost door (brand) preventieve maatregelen. 4. Het grootste risico voor de continuïteit van een goede dekking van de basis brandweerzorg wordt veroorzaakt door een verminderde paraatheid. Met name op de basisposten komt het met enige regelmaat voor dat beperkte paraatheid leidt tot het buitendienst stellen van een voertuig. Het paraatheidsmonitoringssysteem helpt om hier tijdig op bij te sturen maar kan het niet voorkomen. Daarnaast kan monitoring leiden tot het ervaren van werkdruk omdat vrijwilligers vanuit betrokkenheid en plichtsbesef zich ‘gegijzeld’ voelen om de paraatheid te kunnen garanderen. 5. Op het gebied van slagkracht is de score onvoldoende. De nuance die hierbij past is dat dit oordeel is gebaseerd op een beoogd beoordelingskader waarvoor een wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt. De problemen ten aanzien van het kunnen leveren van de beoogde slagkracht concentreert zich voornamelijk in de gemeente Dordrecht. De oorzaak hiervan is voor een deel geografisch, maar ligt voornamelijk op het organisatorische vlak.
Aanbevelingen 1. Pak de problematiek van de verminderde paraatheid aan om de druk en de ervaren belasting op de (basis) posten te verminderen. Organiseer ondersteuning vanuit de dagdienstorganisatie op posten die basiszorg bieden in gebieden waar deze nu niet binnen de bandbreedte gerealiseerd kan worden.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
35
2. Bespoedig het onderzoek naar de werking en de beroepsorganisatie van de brandweerposten in Dordrecht. Bedenk mogelijkheden en implementeer modellen die effectief kunnen bijdragen aan een verbetering van de basisbrandweerzorg en het optimaliseren van de slagkracht. 3. Stel als afdeling Risicobeheersing een programma/ plan op waarin wordt bepaald hoe objecten en gebieden die een tijdsoverschrijding hebben op de bandbreedte van de opkomsttijden, beoordeeld gaan worden op een goed brandveiligheidsniveau en de noodzaak van aanvullende maatregelen.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
36
4. Dekkingsplan vaststellen
Dekkingsplan vaststellen
Hoofdstuk 4. Dekkingsplan vaststellen Processtap 4 Dit dekkingsplan (2024-2027) is opgesteld aan de hand van de herziene handreiking versie 3.0 landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen. Een dekkingsplan op basis van de nieuwe systematiek geeft een realistisch beeld van de prestaties die van de brandweer verwacht mogen worden bij brand in gebouwen. Daarbij is niet alleen de snelheid van de eerste basiseenheid bepalend, maar wordt ook de slagkracht inzichtelijk gemaakt door aan te geven binnen welke tijd er 3 eenheden op een locatie kunnen zijn. Verder geeft de nieuwe methodiek inzicht in de paraatheid en werkdruk van de brandweer. Gebieden en of objecten waar de prestaties van de brandweer niet aan de norm voldoen zijn inzichtelijk gemaakt en op een aandachtpuntenlijst geplaatst. Hier zal de brandweer inzetten op extra preventieve- en preparatie maatregelen. Dit alles biedt meer informatiewaarde voor het bestuur en daarmee een betere basis voor verantwoording en besluitvorming. De handreiking gaat uit van gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO). Deze systematiek is nog niet opgenomen in de regelgeving. Het ministerie van J&V heeft de systematiek wel al omarmd en met een brief bevestigd deze in de Wet op te zullen nemen.
In dezelfde brief vraagt de minister de veiligheidsregio’s hun dekkingsplannen, voor zover nog niet gedaan, vóór 31 december 2023 op basis van de handreiking te actualiseren. Vooruitlopend op de wetsaanpassing is dit dekkingsplan opgesteld en het bestuur gevraagd het dekkingsplan vast te stellen. Mocht de wetsaanpassing langer op zich laten wachten dan kan het bestuur gebruik maken van de mogelijkheid gemotiveerd af te wijken de vigerende normtijden tot het moment de wetsaanpassing gerealiseerd is. De vaststelling van dit dekkingsplan is op 9 december 2023. De implementatie in Q1 van 2024 met een looptijd tot 2028.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
38
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
39
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
40
5. Uitvoering bijstellen
Uitvoering bijstellen
Hoofdstuk 5. Uitvoering bijstellen Processtap 5 Het bestuurlijk vastgesteld dekkingsplan zal in Q1 van 2024 geïmplementeerd worden. Onderdeel daarvan is uitvoering geven aan de aanbevelingen. Het dagelijks beheer van het dekkingsplan ligt bij het bureau OPV. De afdeling brandweerzorg zal zich inspannen om de kwaliteit van de brandweerzorg hoog te houden en waar nodig initiatieven nemen bij te sturen en te verbeteren. Gedurende de beleidsperiode van het dekkingsplan zal de uitvoering ervan gemonitord worden en zal jaarlijks inhoudelijk worden gerapporteerd aan het algemeen bestuur over de uitvoering en de resultaten.
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
42
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
43
Dekkingsplan Brandweer Zuid-Holland Zuid
44
6. Dekking uitvoeren
Dekking uitvoeren
Hoofdstuk 6. Dekking uitvoeren Processtap 6 Aan de hand van het dekkingsplan wordt uitvoering gegeven aan- en gestreefd naar een adequate brandweerzorg. Daarbij worden (nieuwe) eenduidige administratieve processen ingericht die relevant zijn voor- en inhoud kunnen geven aan het cyclische proces van de dekkingsplansystematiek. Met zorgvuldige registratie van de gerealiseerde brandweerzorg kunnen geleverde repressieve prestaties worden beoordeeld en worden gebruikt voor verbeter-, verander- en verantwoordingsdoeleinden. Dit zal (deels) gebeuren op basis van de systematiek die in hoofdstuk 7 wordt beschreven.