1A.18c Jaarrekening 2025 OZHZ incl. controleverklaring 2025 AB 090726.pdf
Tekst van het document
Aard controle R Aard controle n.v.t. Aard controle n.v.t. Indicator: E97B/01 Indicator: E97B/02 Indicator: E97B/03 Indicator: E97B/04 Indicator: E97B/05 1 030008 Provincie Zuid-Holland Gasfabriek `s Gravendeel (Binnenmaas) € 0 € 8.090 Ja 2 030008 Provincie Zuid-Holland Kade 22 Piershil € 0 € 21.767 Ja 3 030008 Provincie Zuid-Holland Van der Seijde Strijen € 0 € 75.230 Nee 4 030008 Provincie Zuid-Holland Veerdam Papendrecht € 0 € 18.410 Ja 5 030008 Provincie Zuid-Holland Vml. Gasfabriek Sliedrecht € 0 € 47.275 Ja 6 030008 Provincie Zuid-Holland Uitvoer bodemsaneringen diffuus lood in regio Zuid- Holland Zuid. € 0 € 33.463 Ja 7 030008 Provincie Zuid-Holland Onderzoeksvoorstel naar heterogeniteit van voorkomen van PFAS en gedrag van PFAS in boven- en ondergrond € 0 € 15.501 Ja Kopie projectnaam / nummer Uitvoering is volgens aanvraag uitgevoerd (Ja/Nee), zo nee geef in indicator 08 de reden aan Optionele toelichting. Verplicht als bij 07 nee is ingevuld Aard controle n.v.t. Aard controle n.v.t. Aard controle n.v.t. Indicator: E97B/06 Indicator: E97B/07 Indicator: E97B/08 1 Gasfabriek `s Gravendeel (Binnenmaas) Ja 2 Kade 22 Piershil Ja 3 Van der Seijde Strijen Ja 4 Veerdam Papendrecht Ja 5 Vml. Gasfabriek Sliedrecht Ja 6 Uitvoer bodemsaneringen diffuus lood in regio Zuid-Holland Zuid.
Ja 7 Onderzoeksvoorstel naar heterogeniteit van voorkomen van PFAS en gedrag van PFAS in boven- en ondergrond Ja Eindverantwoording (Ja/Nee) Aard controle n.v.t. Indicator: E97B/09 Nee IenW E113B Tijdelijke regeling uitkering bodemopgaven 2024-2030 Hieronder per regel één provincie(code) of gemeente(code) uit (jaar T) selecteren en in de kolommen ernaast de verantwoordingsinformatie voor die provincie of gemeente invullen Besteding (jaar T) binnen werkvoorraad Cumulatieve besteding (t/m jaar T) binnen werkvoorraad Eindverantwoording (Ja/Nee) SiSa tussen medeoverheden Aard controle n.v.t. Aard controle R Aard controle n.v.t. Aard controle n.v.t. Indicator: E113B/01 Indicator: E113B/02 Indicator: E113B/03 Indicator: E113B/04 1 030008 Provincie Zuid-Holland € 141.310 € 266.870 Nee 2 10 KGG K21 Eenmalige specifieke uitkeringen ten behoeve van extra ondersteuning voor toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplicht Besteding (jaar T) Cumulatieve besteding (t/m jaar T) Wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6, tweede lid van de Regeling (ja/nee) Wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6, zesde lid, van de Regeling (ja/nee) Eindverantwoording (ja/nee) Aard controle R Aard controle n.v.t.
Aard controle R Aard controle D2 Aard controle R Indicator: K21/01 Indicator: K21/02 Indicator: K21/03 Indicator: K21/04 Indicator: K21/05 € 332.646 € 881.223 Ja Ja Nee SiSa bijlage verantwoordingsinformatie 2025 op grond van artikel 3 van de Regeling informatieverstrekking sisa - d.d. 07-01-2026 61 Deel III: Overige bijlagen Naast de jaarrekening voegen wij nog graag 2 relevante bijlagen toe: Bijlage 1: overzicht van de verbonden partijen Bijlage 2: verantwoording over de robuustheidscriteria en de VTH-kwaliteitseisen Bijlage 1: Verbonden partijen a) de naam en de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, gevestigd te Dordrecht. vestigingsplaats; b) het openbaar | De regeling is getroffen ter ondersteuning van de bestuursorganen van de gemeenten in Zuid- belang dat op | Holland Zuid en de provincie Zuid-Holland bij de uitvoering van hun taken op het gebied van het deze wijze | omgevingsrecht en andere opgedragen taken. behartigd wordt; c) het belang dat De omzet betreft de realisatie 2025.
de provincie | Alblasserdam | € 2.057.887,61 onderscheidenlijk de gemeente in de Dordrecht | € 12.039.531,32 verbonden partij | Gorinchem | € 979.451,49 heeft in 2025; Hardinxveld-Giessendam | € 1.534.999,32 Hendrik-Ido-Ambacht | € 901.819,68 Hoeksche Waard | € 2.540.436,03 Molenlanden | € 2.618.057,99 Papendrecht | € 1.020.697,44 Sliedrecht | € 956.372,66 Zwijndrecht | € 1.547.918,55 Provincie Zuid-Holland | € 10.149.707,88 TOTAAL | € 36.346.879,97 d) de omvang van | Eigen vermogen verbonden partij aan het begin en einde van het begrotingsjaar: het eigen vermogen en het | 31-12-2024 | € 988.399 vreemd vermogen | 31-12-2025 | € 2.744.588 van de verbonden partij aan het begin en aan het | Vreemd vermogen verbonden partij aan het begin en einde van het begrotingsjaar: einde van het begrotingsjaar; | 31/12/2024 | € 13.240.152 31/12/2025 | € 14.925.473 e) de omvang van | Het resultaat voor het jaar 2025 bedraagt € 1.756.190. het financiële resultaat van OZHZ in het begrotingsjaar. 62 63 Bijlage 2: Verantwoording over de robuustheidscriteria en de VTH-kwaliteitseisen Behorend bij paragraaf 3.1. Robuustheidscriteria KPI/ randvoorwaarde Criterium Score Randvoorwaarde 3 Alle basistaken zijn overgedragen. Randvoorwaarde 4 De governance is ingericht, er is onafhankelijkheid en de directeur heeft mandaat. Randvoorwaarde 5 De omgevingsdienst is v.w.b.
de omzet in staat om onderscheid te maken tussen taken. KPI 1 Omvang 6 Omzet basistaken inclusief milieutaken≥ € 16,5 mln. KPI 1 Omvang 7 ≥ 80% in vaste dienst van het totaal aantal FTE. KPI 2 Kwaliteit 8 Er wordt voldaan aan de (vigerende) kwaliteitscriteria 3.0 voor basis- en plustaken. KPI 3 Innovatie 9 Innovatie-agenda. KPI 3 Innovatie 10 Innovatiebudget > 1% begroting. KPI 4 Continuïteit 11 Uitbreiding met niet-milieu-gerelateerde plustaken mogelijk. KPI 4 Continuïteit 12 Afspraken toereikend in GR van terugnemen van (milieugerelateerde) plustaken. KPI 4 Continuïteit 13 Weerstandsratio ≥ 0,8. KPI 4 Continuïteit 14 Fusie-perspectief. KPI 4 Continuïteit 15 Intensieve samenwerking met andere OD's gericht op het voldoen aan de robuustheidscriteria. KPI 5 Sturing 16 Opleidingsprogramma. KPI 5 Sturing 17 Opleidingsbudget > 3% loonsom. KPI 5 Sturing 18 Businessintelligence (BI) strategie. KPI 5 Sturing 19 Capaciteit Business Intelligence > 3 FTE. KPI 6 Congruentie 20 Congruentie en samenhang werkgebied. 64 VTH-kwaliteitseisen Generieke deskundigheden Toelichting 1. Casemanagen 2. Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening 3. Vergunningverlening milieu 3.1. VV Procesindustrie 3.2. VV Afval 3.3. VV Agrarisch 3.4 Seveso-inrichtingen Nvt 4. Toezicht en handhaving bouw/ RO 5. Toezicht en handhaving milieu 5.1. T&H Procesindustrie 5.2. T&H Afval 5.3. T&H Agrarisch 5.4.
T&H Seveso Nvt 6. Toezicht en handhaving bodem 7. toezicht en handhaving natuur 7.1. Natura 2000 7.2. Soortenbescherming 7.3. Faunabeheer 7.4. Hout Juridische deskundigheden 8. Behandelen Juridische zaken 9. Ketentoezicht Samen met de andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten 10. Buitengewone opsporing natuur en milieu en fysieke leefomgeving Specialistische deskundigheidsgebieden accent bouwen 11. Bouwfysica 12. Brandveiligheid 13. Constructieve veiligheid 14. Sloop en asbest Specialistische deskundigheidsgebieden accent milieu 15. Afvalwater (indirecte lozingen) 16. Bodem, bouwstoffen, water 17. Omgevingsveiligheid 18. Geluid (milieu- en bouw) 19. Luchtkwaliteit en geur 20. Natuur activiteiten Specialistische deskundigheidsgebieden accent ruimtelijke ordening 65 21. Cultuurhistorie Nvt 22. Verduurzaming Energie 23. Advisering fysieke leefomgeving Er wordt voldaan aan de KC 3.0. Acties gestart om te voldoen. Gemotiveerde afwijking. Samenwerking /uitbesteed. Geen taak van OZHZ. Procescriteria uit de VTH-kwaliteitseisen Voor de totstandkoming van producten zoals vergunningen, controles en handhavingsacties zijn diverse werkprocessen nodig. Transparantie en bestuurlijke vastlegging spelen daarin een belangrijke rol. De procescriteria uit de VTH-kwaliteitseisen leiden samen tot een sluitende cyclus en kwaliteitsborging. Daarbij is de “BIG-8” gehanteerd (beleidslevenscyclus).
Daarnaast bevat de tabel hieronder informatie over de criteria voor inhoudelijke kwaliteit en prioriteiten. Deze criteria bepalen de minimale ondergrens binnen de werkprocessen. Het gaat bijvoorbeeld om criteria met betrekking tot de diepgang waarmee getoetst wordt, het gebruik van de landelijke handhavingsstrategie en (landelijke) prioriteiten. Documenten en toelichting 1. Rapportage en Evaluatie Verantwoording van prestaties, mensen en middelen Tussentijdse rapportages Jaarrapportages Actuele website Probleem analyse VV (inclusief afhandelen meldingen) Nota VTH 1 Probleem analyse T&H Nota VTH Vergelijking en auditing Externe visitatie 2. Strategisch beleidskader Prioriteit en meetbare doelstellingen VV Nota VTH Prioriteit en meetbare doelstellingen T&H Nota VTH 3. Operationeel beleidskader Strategie en basiswerkwijze Nota VTH Beleid R.O. ten aanzien van VV Nota VTH Objectieve criteria beoordelen en beslissen VV Nota VTH Naleefstrategie T&H Nota VTH Toezicht strategie Nota VTH Sanctiestrategie Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht Gedoogstrategie Nota VTH 1 Met Nota VTH wordt hier steeds verwezen naar de Nota VTH voor gemeentelijke taken en de Nota VTH voor provinciale taken, zoals vastgesteld door de colleges. 66 4. Planning en controle Borging personele en financiële middelen Begroting en voorjaarsbrieven Jaarprogramma's gemeenten en provincie.
Formatieplanning Uitvoeringsprogramma VV en T&H Individuele jaarprogramma's van gemeenten en provincie. Collectieve jaarprogramma's Ontwikkelaanpak en Toezicht Midden Organisatorische condities Functiescheiding op organisatieniveau Roulatie toezichthouders Wachtdienst 24/7 Kwaliteitsborging Handboeken en werkinstructies Interne auditing door het kwaliteitsteam 5. Voorbereiden Protocollen en werkinstructies VV Aanwezig, actualisering loopt Protocollen en werkinstructies T&H Aanwezig, actualisering loopt Protocollen voor communicatie en informatiebeheer Communicatie: afspraken met gemeenten en provincie Informatiebeheer: handleidingen en procesbeschrijvingen Interne en externe afstemming Werkinstructies en samenwerkingsafspraken 6. Uitvoering Uitvoering ondersteunende voorzieningen VV en T&H ICT-voorzieningen Voertuigen, vaartuigen en drones Naslagwerken Veiligheidsvoorzieningen Opleidingen 7. Monitoren Monitoring Met name outputgericht Bij Toezicht Midden ook outcomegericht Controleverklaring van de onafhankelijke accountant R A4953 A an: het algemeen bestuur van Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid- Holland Zuid Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2025 O ns oordeel Wij hebben de jaarrekening 2025 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid- Holland Zuid te Dordrecht gecontroleerd.
N aar ons oordeel geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2025 en van het vermogen van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid -Holland Zuid op 31 december 2025 alsmede een getrouw beeld van de financiële rechtmatigheid over 2025 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). D e jaarrekening bestaat uit: het overzicht van baten en lasten over 2025; de balans per 31 december 2025; de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen; de rechtmatigheidsverantwoording over 2025; de SiSa-bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen; en de bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld. D e basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 27 november 2025 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2025 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.
W ij zijn onafhankelijk van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance -opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). W ij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. 68 Informatie ter ondersteuning van ons oordeel Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op EUR 714.460. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt 2% van de totale lasten exclusief de toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 en 3 Bado. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT- informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2025.
Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de EUR 25.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve, SiSa- of WNT-redenen relevant zijn. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2025 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6 sub a WNT en artikel 5 lid 1 sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie De jaarstukken omvatten andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij. De andere informatie bestaat uit: de inhoudsopgave; het voorwoord; het jaarverslag (Deel I); en de bijlagen (Deel III).
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV. 69 Verklaring betreffende overige door wet- of regelgeving gestelde eisen Ingevolge artikel 213 lid 3 (b) van de Gemeentewet hebben wij onderzocht of de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen als bedoeld in artikel 17 van de Financiële - verhoudingswet (hierna: de specifieke uitkeringen) rechtmatig tot stand zijn gekomen. In de jaarrekening is verantwoordingsinformatie opgenomen over deze specifieke uitkeringen (de SiSa -bijlage).
Naar ons oordeel zijn de baten en lasten, alsmede de balansmutaties over 2025 met betrekking tot de specifieke uitkeringen in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de vereisten aan de specifieke uitkeringen bij en krachtens artikel 58a BBV en de Financiële-verhoudingswet - Regeling Informatieverstrekking SiSa. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen, in overeenstemming met de vereisten aan de specifieke uitkeringen bij en krachtens artikel 58a BBV en de Fin anciële-verhoudingswet - de Regeling Informatieverstrekking SiSa. In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. Het is onze verantwoordelijkheid een redelijke mate van zekerheid te krijgen voor ons oordeel ingevolge artikel 213 lid 3 (b) van de Gemeentewet.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) en de Nota Verwachtingen Accountantscontrole 2025, zoals opgenomen in de Nota procedure aanlevering SiSa-verantwoordingsinformatie 2025 in bijlage 2 van de Regeling Informatieverstrekking SiSa. Wij hebben bij de controle van de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen dezelfde materialiteit toegepast als bij de controle van de jaarrekening. Onze controle bestond onder andere uit: het identificeren en inschatten van de risico’s dat baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen als gevolg van fraude of fouten niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle -informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel; het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden.
Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effec tiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling; het evalueren of de baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening en getrouw weergeven van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2025 en van het vermogen op 31 december 2025 alsmede het getrouw weergeven van de financiële rechtmatigheid over 2025 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) . 70 In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van het normenkader voor de financiële rechtmatigheid mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur de veronderstellingen inzake de financiële risico’s in relatie tot de financiële positie onderbouwen en afwegen of de gemeenschappelijke regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder . Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de financiële risico’s kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van het normenkader voor de financiële rechtmatigheid en het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarreken ing nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 27 november 2025, het Controleprotocol WNT 2025, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten.
Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effec tiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling; het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan; 71 het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde veronderstellingen aanvaardbaar zijn inzake de afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Tevens het op basis van de verkregen controle -informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan omtrent de financiële positie.
Als wij con cluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklar ing aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle -informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen echter van materiële betekenis zijn voor de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling; het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen. Wij communiceren met de het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. Rotterdam, 14 april 2026 BDO Audit & Assurance B.V. namens deze, F.P. (Arne) Koole MSc RA