CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1A.13b 1e burap 2026 GR DGJ.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 6 oktober 2026, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 13: Doorlopende lijst ingekomen stukken15.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1 alinea's met “rijnmond”: 8

1e burap 2026 GR DG&J 1e burap 2026 30 juni 2026 Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 2 Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 3 Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 2 Financiële voortgang 6 3 Inhoudelijke voortgang 16 3.1 Programma 1 GGD 16 3.2 Programma 2 Veilig Thuis 23 3.3 Programma 3 Leerplicht en Voortijdig schoolverlaten 24 3.4 Programma 4 Serviceorganisatie Jeugd 25 4 Risicobeheersing 26 Bijlage 1 Voorgestelde begrotingswijzigingen 35 Bijlage 2 Gemeentelijke bijdrage na voorgestelde begrotingswijzigingen 37 Bijlage 3 Lijst van gebruikte afkortingen 41 Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 4 1 Inleiding Voor u ligt de eerste bestuursrapportage 2026 van de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid- Holland Zuid (DG&J). De bestuursrapportage heeft als doel het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur te informeren welke afwijkingen er zijn en welke er naar verwachting komen ten opzichte van het vastgestelde beleid en de programmabegroting 2026. Tevens wordt de bestuursrapportage gebruikt om de (financiële) afwijkingen ten opzichte van de begroting te duiden en zo nodig begrotingswijzigingen voor te stellen. GGD De 1e burap 2026 van de GGD biedt een helder inzicht in onze voortgang en de actuele stand van zaken.

Tegelijkertijd opereren we in een omgeving met aanhoudende arbeidsmarktkrapte, financiële druk, een groeiende vraag naar inzet op mentale gezondheid en preventie, en blijvende aandacht voor pandemische paraatheid. Deze ontwikkelingen hebben invloed op onze uitvoering en prioriteiten. We sturen hierop bij waar nodig en maken afwijkingen ten opzichte van de begroting inzichtelijk en navolgbaar, zodat tijdig passende keuzes kunnen worden gemaakt. Veilig Thuis De stijging van het aantal meldingen bij Veilig Thuis is afgevlakt in de eerste vier maanden van 2026. Waarschijnlijk is dit het gevolg van inspanningen in het kader van de vijf implementatielijnen, die als doel hebben het verminderen van het aantal te behandelen meldingen door Veilig Thuis. Daar tegenover staat dat het aantal adviesaanvragen is toegenomen en inmiddels nagenoeg gelijk is aan het aantal meldingen. Bovendien is het behalen van de wettelijke doorlooptijden voor triageren van meldingen en uitvoeren van onderzoeken, verder verslechterd. Verhoudingsgewijs ontvangt Veilig Thuis minder ‘eenvoudige’ meldingen en meer complexere meldingen. Dat is een positieve ontwikkeling, omdat dit betekent dat meer ‘eenvoudige’ casuïstiek direct is doorgeleid naar de lokale teams. De complexere meldingen vragen echter relatief meer tijd en inzet van Veilig Thuis.

Daarnaast dragen het hoge ziekteverzuim en de werkdruk bij aan het niet-behalen van de wettelijke doorlooptijden. Zorgwekkend is dat het aandeel meldingen waarin een interventie met een spoed- of crisiskarakter nodig is, stevig is toegenomen. Bovendien is het aantal Tijdelijk Huisverboden in de eerste vier maanden nog verder gestegen. Op basis van de huidige cijfers stevenen we af op een verdubbeling ten opzichte van het begrote aantal Tijdelijk Huisverboden. Daarbij zien we dat steeds meer huisverboden door de burgemeesters worden verlengd van 10 naar 28 dagen en wordt Veilig Thuis regelmatig gedaagd voor de bestuursrechter vanwege bezwaarprocedures. Dit vraagt veel van Veilig Thuis. Daarnaast neemt met het stijgen van het aantal huisverboden ook de benodigde inzet van Fivoor toe. Fivoor is gespecialiseerd in forensische psychiatrie en richt zich met outreachende en poliklinische hulpverlening specifiek op de pleger. Deze inzet wordt betaald vanuit de begroting van Veilig Thuis. De stijging waar we nu mee te maken hebben, is niet voorzien bij het opstellen van de begroting. Dit alles maakt het lastig voor Veilig Thuis om adequaat te sturen op de werkvoorraad. Het rekenmodel dat ontwikkeld wordt, moet dit jaar meer inzicht gaan geven in hoe werkvoorraad en middelen met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht.

Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 5 LVS Het aantal afgehandelde meldingen van relatief verzuim door LVS lijkt af te vlakken in de eerste vier maanden van 2026. Dit is mogelijk het gevolg van de afbakening van werkzaamheden binnen de toegekende formatie, voortvloeiend uit de bestuursopdracht die is uitgevoerd onder regie van gemeenten. Daar tegenover staat dat het aantal vrijstellingen op psychische gronden aanzienlijk is gestegen. Deze stijging doet zich ook landelijk voor. Deze ontwikkeling is zorgelijk, omdat de ervaring leert dat het grootste deel van de jaarlijkse vrijstellingen verderop in het jaar volgt. LVS ervaart verder dat het onderwijs een beroep doet op LVS om toch preventieve taken uit te voeren. Dit verhoudt zich niet tot de gemaakte afspraken op basis van de bestuursopdracht en kan voor ruis in de samenwerking zorgen. Bovendien leidt het af van de inzet in het primaire proces van LVS. De ervaringen verschillen per cluster. LVS monitort de ontwikkeling van het aantal meldingen en vrijstellingen en de stand van zaken van de ketensamenwerking per cluster en rapporteert hierover in de volgende bestuursrapportage. SOJ De daling van het jeugdhulpgebruik in de laatste maanden van 2025 lijkt zich niet door te zetten in de eerste vier maanden van 2026, waarin sprake is van stabilisatie.

De daling in 2025 en de stabilisatie in de eerste maanden van 2026 is (mede) het gevolg van inspanningen van gemeenten en SOJ in het kader van het Verbeterprogramma. De focus van de SOJ lag daarnaast bij de ontwikkelopdracht naar aanleiding van het kostprijsonderzoek, rechtmatigheidsonderzoeken en voorbereidingen op de inkoop/contractering vanaf 2028. In de eerste maanden van 2026 is ingezet op het versterken van de borging en beheersing binnen de jeugdhulp. Gemeenten hebben, op basis van een regionaal raamwerk, de verordening Jeugdhulp geactualiseerd en de SOJ heeft contracten en uitvoeringsprocessen verder aangescherpt. Daarnaast is de SOJ samen met gemeenten diverse trajecten gestart die gericht zijn op structurele verbeteringen in kwaliteit, samenwerking en betaalbaarheid, zoals de collectieve transformatie van segment 1, de verkenning van samenwerking tussen Jeugd, Wmo en Wlz en de pilot Kwaliteit als medicijn. Deze ontwikkelingen bevinden zich grotendeels in een voorbereidings- of verkennende fase. Eventuele structurele financiële effecten worden pas op termijn verwacht en zijn in deze eerste bestuursrapportage 2026 nog beperkt of niet zichtbaar te maken.

Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 6 2 Financiële voortgang Zowel bij Programma 1 (GGD) als Programma 3 (Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten) zijn de hogere baten en lasten grotendeels het gevolg van extra of doorgeschoven activiteiten en middelen. Deze ontwikkelingen zijn overwegend incidenteel en budgettair neutraal. Binnen de GGD zorgen personele omstandigheden en herprioritering van activiteiten voor verschuivingen tussen onderdelen, zonder significante financiële risico’s. Extra lasten voor onder meer COVID-19 en het Actieplan Mentale Gezondheid worden gedekt uit daarvoor gevormde bestemmingsreserves. Bij Programma 2 (Veilig Thuis) wordt een voorlopig negatief resultaat van € 0,3 miljoen verwacht, met name door toenemende druk bij het crisisinterventieteam (meer huisverboden), complexere casuïstiek en hoger ziekteverzuim, incidentele kosten voor het rekenmodel en incidentele ICT kosten voor de applicatie Clavis. Deze ontwikkelingen sluiten aan bij landelijke trends. Richting de 2e bestuursrapportage wordt onderzocht of sprake is van structurele effecten en of aanvullende maatregelen of middelen nodig zijn. Op dit moment zijn geen besluiten van de raad vereist. Bij programma 4 SOJ is na een daling van in de laatste maanden van 2025 sprake van een stabilisatie in 2026.

De totale lasten nemen wel toe, voornamelijk als gevolg van de effecten van het kostprijsonderzoek en extra indexatie. Het AB heeft vorig jaar besloten deze ontwikkelingen te verwerken in de eerste bestuursrapportage 2026, waarbij tevens de ontwikkelingen in het jeugdhulpgebruik worden meegenomen. De stijging van de gemeentelijke bijdrage bedraagt € 10,2 miljoen. Bij programma 5 (Algemene baten en lasten) wordt een voordelig resultaat verwacht van € 0,1 miljoen voor de onderdelen GGD-VT-LVS. Er is sprake van diverse voor en nadelen. (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo GGD 27.924 27.810 -114 31.559 31.055 -504 3.635 3.245 -390 Veilig Thuis 8.830 8.830 0 8.960 8.661 -299 129 -169 -299 LVS 3.282 3.282 0 3.863 3.863 0 581 581 0 Serviceorganisatie Jeugd 159.560 159.560 0 171.313 171.313 0 11.752 11.752 0 Saldo baten en lasten 199.597 199.483 -114 215.695 214.892 -803 16.098 15.410 -689 Mutaties reserves 0 114 114 0 511 511 0 397 397 Geraamd resultaat 199.597 199.597 0 215.695 215.403 -292 16.098 15.806 -292 Algemene baten en lasten 13.798 13.798 0 13.598 13.354 -245 -200 -445 -245 Saldo baten en lasten 13.798 13.798 0 13.598 13.354 -245 -200 -445 -245 Mutaties reserves 0 0 0 0 342 342 0 342 342 Geraamd resutlaat 13.798 13.798 0 13.598 13.695 97 -200 -103 97 Totaal DG&J Saldo baten en lasten 213.395 213.281 -114 229.293 228.246 -1.047 15.898

14.965 -933 Mutaties reserves 0 114 114 0 852 852 0 738 738 Geraamd resutlaat 213.395 213.395 0 229.293 229.098 -195 15.898 15.703 -195 Begroting 2026 Prongose 1e burap 2026 Voorgestelde begrotingwijziging Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 7 Programma 1 GGD (bedragen x € 1.000) Toelichting: De huidige prognose laat per saldo een licht positief resultaat van € 7.000 zien. Zowel de baten als de lasten vallen naar verwachting € 3,9 miljoen hoger uit dan begroot. Deze stijging wordt veroorzaakt door ontwikkelingen binnen IZB, OGGZ en het COVID- uitvoeringsprogramma. De afwijkingen zijn grotendeels incidenteel van aard. Infectieziekten: Vanuit de GGD vinden voorlichtingen en inspecties plaats in asielzoekerscentra. Voor de inzet hiervan worden middelen ontvangen. De inzet vindt plaats vanuit de bestaande formatie. Daarnaast is beperkte vacature ruimte. TBC: De lasten voor TBC vallen lager uit dan begroot. Dit is voornamelijk het gevolg van een lagere indexatie die door de GGD Rotterdam-Rijnmond wordt doorberekend. Dit leidt tot een positief effect op de prognose. Reizigers: De vraag naar reizigersvaccinaties blijft hoog. Hierdoor stijgen zowel de baten als de lasten met € 0,6 miljoen. De hogere kosten worden volledig gedekt door hogere opbrengsten; het resultaat is daarmee budgettair neutraal.

Gezondheidsbevordering: Reeds in de begroting zijn de middelen die de gemeenten ontvangen en doorzetten naar de GGD voor suïcidepreventie opgenomen. Gebleken is dat de daadwerkelijke middelen die de gemeenten ontvangen vanuit het gemeentefonds lager uitvallen en daarnaast is afgesproken dat 10% van de middelen die gemeenten ontvangen lokaal ingezet dienen te worden. Per saldo is nu een gemeentelijke bijdrage € 49.000 te hoog in de begroting van de GGD. Het resultaat van Gezondheidsbevordering is echter € 159.000 nadelig. Dit is voornamelijk het gevolg van langdurig ziekte en zwangerschappen. Aanvullende capaciteit is dan ook aangetrokken, waardoor de lasten hoger uitvallen. In de afgelopen maanden is intensief ingezet op het Actieplan Mentale Gezondheid. De uitvoering van het Actieplan Mentale Gezondheid via VO-scholen blijkt in de praktijk moeilijk uitvoerbaar, ondanks brede erkenning van het belang. Totaal is ongeveer voor € 24.000 aan lasten gemaakt. Voorgesteld wordt om dit te dekken uit de bestemmingsreserve Mentale Gezondheid. De totale omvang hiervan is € 350.000 en is gevormd uit het jaarrekening resultaat 2024.

Voor het resterende deel is, in afstemming Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo Infectieziektebestrijding 2.414 2.414 0 2.791 2.861 71 377 448 71 SOA/Sense 711 711 0 750 750 -0 39 39 -0 TBC 566 566 0 415 502 86 -151 -65 86 Reizigers 934 934 0 1.546 1.537 -9 612 603 -9 Gezondheid en Milieu 331 331 0 367 331 -35 35 -0 -35 Toezicht Kinderopvang 1.222 1.222 0 1.271 1.288 16 50 66 16 Toezicht WMO 190 190 0 197 199 2 7 9 2 Gezondheidsbevordering 2.242 2.242 0 2.231 2.072 -159 -11 -169 -159 Crisisorganisatie 310 310 0 291 296 4 -19 -15 4 OGGZ 2.313 2.313 0 3.228 3.231 2 916 918 2 COVID-19 0 0 0 1.608 1.116 -492 1.608 1.116 -492 Jeugdgezondheidszorg 15.427 15.427 0 15.235 15.282 47 -192 -145 47 Kennisprogramma 1.264 1.150 -114 1.628 1.590 -38 363 440 76 Saldo baten en lasten 27.924 27.810 -114 31.559 31.055 -504 3.635 3.245 -390 Mutaties reserves 0 114 114 0 511 511 0 397 397 Geraamd resultaat 27.924 27.924 0 31.559 31.566 7 3.635 3.642 7 P1 GGD Begroting 2026 Prongose 1e burap 2026 Voorgestelde begrotingwijziging Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 8 met gemeenten, een voorstel geformuleerd. De kern van dit voorstel is dat de gezamenlijke ambitie wordt behouden en een effectievere realisatie door de aanpak te herpositioneren naar een geïntegreerde werkwijze.

Hierbij wordt aangesloten bij bestaande lokale, regionale een landelijke initiatieven (zoals Gezonde School en het plan suïcidepreventie). De prognose laat niet een stijging van de lasten zien. Dit is het gevolg van een herschikking van de inzet van de onderzoeksfunctie binnen de begroting van de GGD. Deze is gecentraliseerd bij het kennisprogramma. De hiermee samenhangende baten en lasten, € 180.000, zijn overgeheveld naar het kennisprogramma. OGGZ: De prognose laat zowel € 1,2 miljoen aan hogere baten als lasten zien. Voor € 0,6 miljoen aan zowel baten als lasten het gevolg van PSH Oekraïne. Deze inzet was nog niet meegenomen in de begroting van OGGZ. Daarnaast is de prognose bijgesteld voor €0,6 miljoen voor zowel baten als lasten als gevolg van bijgestelde DVO's/subsidies (waaronder € 0,3 miljoen vanuit ZonMW voor de ontwikkeling van de regionale kenniswerkplaats voor onbegrepen gedrag). COVID-19: ten tijden van het opstellen van de begroting 2026 had VWS nog niet de opdracht aan GGD'en gegeven voor de najaar campagne. Inmiddels is de opdracht gegeven. De met de campagne samenhangende lasten bedragen € 1,8 miljoen, waarvan € 0,2 miljoen betrekking heeft op overhead. Per saldo resteert € 1,6 miljoen wat direct betrekking heeft op de uitvoering.

De lasten liggen naar verwachting € 0,5 miljoen hoger dan de ontvangen middelen van het ministerie van VWS (€ 1,3 miljoen zal van VWS via een SPUK subsidie worden ontvangen). Het tekort wordt gedekt door een onttrekking aan de bestemmingsreserve COVID-19, die bij de jaarrekening 2025 is gevormd en een omvang heeft van € 0,5 miljoen. Jeugdgezondheidszorg: Ook binnen JGZ is de inzet van onderzoek herverdeeld naar het Kennisprogramma. Het gaat hierbij om € 145.000 aan baten en lasten Kennisprogramma: Vanuit Gezondheidsbevordering en Jeugdgezondheidszorg zijn middelen overgeheveld naar het Kennisprogramma voor de inzet van onderzoek. In totaal betreft dit € 0,3 miljoen. Het gaat om een interne, budgettair neutrale verschuiving binnen het GGD-programma. Daarnaast zijn extra middelen ontvangen voor diverse onderzoeken en programma’s, waaronder:  participatief actieonderzoek in de gemeente Dordrecht;  het programma Valpreventie, gefinancierd door de gemeente Dordrecht en ZonMw. Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 9 Programma 2 Veilig Thuis (bedragen x € 1.000) Toelichting: De totale lasten van Veilig Thuis komen in de 1e bestuursrapportage 2026 uit op € 9 miljoen. De baten worden geprognotiseerd op € 8,6 miljoen. Hiermee ontstaat een voorlopig negatief resultaat van € 0,4 miljoen.

Hiervan heeft € 0,1 miljoen betrekking op de delen van Veilig Thuis die worden gedekt vanuit subsidies van de centrumgemeente Dordrecht en gemeente Hoeksche Waard. Deze subsidies worden volledig ingezet voor het onderdeel Volwassenen en deels voor het onderdeel Jeugd. Het resterende nadeel van € 0,3 miljoen is onderdeel van de resultaatbestemming. Hiervan heeft € 0,2 miljoen betrekking op het onderdeel Crisisinterventieteam en 0,1 miljoen op het onderdeel Jeugd. In aanloop naar de 2e bestuursrapportage wordt nader onderzocht in hoeverre deze lasten structureel zijn en of aanvullende middelen noodzakelijk zijn, dan wel of bijsturing mogelijk is om de lasten te beperken. De tekorten hebben wij nu opgevangen binnen de 1e bestuursrapportage door er cijfermatig vanuit te gaan dat er een aanvullende subsidie wordt verstrekt door de centrumgemeente Dordrecht en gemeente Hoeksche Waard. Hierdoor is er een voorlopig negatief resultaat van € 0,3 miljoen. In aanloop naar de 2e bestuursrapportage zal met beide centrumgemeenten worden gesproken over de mogelijkheden om het tekort dat van toepassing is op de subsidie onderdelen (€ 0,1 miljoen totaal), op te vangen. Bij alle onderdelen van Veilig Thuis is sprake van een daling van de baten. Dit wordt veroorzaakt door de herallocatie van huisvestingskosten naar het programma Bedrijfsvoering.

Deze herallocatie werkt zowel door in de baten als in de lasten en is per saldo budgettair neutraal. De lasten bij de onderdelen Volwassenen en Jeugd liggen per saldo onder de begroting. Zonder de herallocatie van de huisvestingskosten zouden de lasten boven het begrote niveau zijn uitgekomen. Tegelijkertijd is sprake van stijgende personeelslasten als gevolg van een relatief hoog ziekteverzuim. Dit ziekteverzuim hangt samen met de hoge werkdruk en de toenemende complexiteit van de casuïstiek. Om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen zijn aanvullende maatregelen genomen, waaronder tijdelijke inzet van extra capaciteit en vervanging bij uitval. Daarnaast wordt ingezet op verzuimbegeleiding en het structureel verlagen van de werkdruk. Tevens wordt het ICT- systeem waar Veilig Thuis mee werkt (Clavis) doorontwikkeld, wat een nadeel van € 30.000 in 2026 met zich mee brengt. Daarnaast wordt een rekenmodule ontwikkeld, wat eveneens leidt tot een nadeel van € 30.000. Bij het onderdeel Crisisinterventieteam (CIT) vallen de lasten hoger uit dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door een forse stijging van het aantal Tijdelijke Huisverboden waar ook het CIT voor wordt ingezet. Deze ontwikkeling was al zichtbaar in 2025 en zet zich naar verwachting in 2026 voort.

De toename leidt tot extra personele inzet en in specifieke situaties tot inzet van externe partijen vanwege veiligheidsoverwegingen in gezinnen. Ook hier draagt vervanging bij ziekte bij aan de overschrijding van de lasten. Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo Volwassenen 1.573 1.573 0 1.571 1.571 0 -2 -2 0 Jeugd 6.162 6.162 0 6.123 6.026 -97 -39 -136 -97 Crisisinterventieteam 1.095 1.095 0 1.265 1.063 -202 170 -32 -202 Saldo baten en lasten 8.830 8.830 0 8.960 8.661 -299 129 -169 -299 Mutaties reserves 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Geraamd resultaat 8.830 8.830 0 8.960 8.661 -299 129 -169 -299 P2 Veilig Thuis Begroting 2026 Prongose 1e burap 2026 Voorgestelde begrotingwijziging Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 10 Programma 3 Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (bedragen x € 1.000) Toelichting: De baten en lasten van Programma 3 zijn geraamd op € 3,86 miljoen, wat € 0,58 miljoen hoger is dan begroot. De afwijking ten opzichte van de begroting doet zich voor het grootste deel voor bij het Doorstroompunt. Hier zijn zowel de baten als de lasten hoger dan begroot door extra beschikbare middelen in 2026, waaronder doorgeschoven middelen uit 2025 en aanvullende subsidies. Deze middelen worden in 2026 ingezet, waardoor per saldo sprake is van een budgettair neutraal resultaat.

Bij Leerplicht is sprake van een beperkte stijging van baten en lasten, onder andere door het doorschuiven van middelen uit 2025. Daarnaast vallen de ICT ‑kosten hoger uit dan begroot, wat aansluit bij het beeld van voorgaande jaren. Deze ontwikkeling wordt binnen het programma opgevangen en leidt niet tot een afwijking in het resultaat. Programma 4 Serviceorganisatie Jeugd (bedragen x € 1.000) Met inbegrip van de overhead dan bedraagt de totale begroting van de SOJ € 165,24 miljoen en de prognose € 175,46 miljoen. Als gevolg van verschuiving van overhead naar primair proces (vanwege BBV-wijzigingen), is een voordeel op de overhead van € 1,5 miljoen. Per saldo is de prognose € 10,2 miljoen nadelig. In onderstaande tabel is de toename van de gemeentelijke bijdragen op regioniveau gespecificeerd.

Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo Leerplicht 1.814 1.814 0 1.870 1.870 0 56 56 0 Doorstroompunt 1.467 1.467 0 1.993 1.993 0 526 526 0 Saldo baten en lasten 3.282 3.282 0 3.863 3.863 0 581 581 0 Mutaties reserves 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Geraamd resultaat 3.282 3.282 0 3.863 3.863 0 581 581 0 P3 Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten Begroting 2026 Prongose 1e burap 2026 Afwijking Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo Producten 159.560 159.560 0 171.313 171.313 0 11.753 11.753 0 Saldo baten en lasten 159.560 159.560 0 171.313 171.313 0 11.753 11.753 0 Mutaties reserves 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Geraamd resultaat 159.560 159.560 0 171.313 171.313 0 11.753 11.753 0 P4 Serviceorganisatie Jeugd Begroting 2026 Prongose 1e burap 2026 Afwijking

Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 11 Correctie indexatie 2026 In de begroting 2026 is rekening gehouden met een indexatie van 3,28% voor tarieven en bijdragen. Op basis van de definitieve prijs‑ en loonontwikkelingen over 2026 is de indexatie landelijke vastgesteld op 5,13%. Het verschil tussen de geraamde en de definitieve indexatie leidt tot een correctie die in deze eerste bestuursrapportage wordt verwerkt. Tariefsaanpassing 2026 n.a.v. kostprijsonderzoek Naar aanleiding van het uitgevoerde kostprijsonderzoek zijn de tarieven voor 2026 herijkt. Deze herijking leidt, naast de reguliere indexatie, tot een lastenverhoging van € 6,4 miljoen (+3,9%). Op dit moment wordt er gewerkt aan een ontwikkelopdracht om de kostprijs op onderdelen neerwaarts bij te kunnen stellen om de huidige impact van de herijkte tarieven te dempen. De verwachting is dat als gevolg van deze ontwikkelopdracht een eerste correctie op de tarieven in 2027 doorgevoerd kan worden. Prijsverhoging door tariefswijzigingen De tariefswijzigingen betreffen twee specifieke prijsaanpassingen met ieder een eigen ingangsdatum en impact. Per 1 januari 2025 is het tarief voor verblijf met behandeling bij iHUB (3‑milieusvoorziening) verhoogd met 69,1%, wat leidt tot een lastenverhoging van € 0,4 miljoen.

Daarnaast is per 1 juli 2025 een tariefsverhoging voor gesloten plaatsing bij JeugdzorgPlus doorgevoerd van 29,1%, resulterend in een extra last van € 0,2 miljoen. Resultaat op rechtmatigheidsproject De uitkomst van rechtmatigheidsonderzoeken die in 2026 worden afgerond leidt tot een terugvordering van eerder gedeclareerde lasten. De terugvordering zal hoger zijn dan de kosten van de uitvoering van de onderzoeken waarmee hier een netto resultaat zal worden behaald. Het betreft correcties op basis van vastgestelde onrechtmatigheden of bijstellingen in declaraties over (gedeeltelijk) eerdere jaren, die in 2026 financieel worden gerealiseerd. Rentebaten en vrijval oude jaren Als gevolg van een positief saldo op de bankrekeningen wegens opgelopen rente en afschaffen van de onderhanden werk financiering voor zorgaanbieders ontstaan er rentebaten. In de begroting 2026 is rekening gehouden met € 282.500 aan baten. Door een stijging van de jeugdlasten in ten opzichte van de gemeentelijke bijdrage 2026 is het positieve banksaldo lager en zullen de rentebaten naar verwachting lager uitkomen dan begroot. Mutatie jeugdhulpgebruik en besparingen De mutatie jeugdhulpgebruik en besparingen laat per saldo een beperkte stijging van circa € 0,4 miljoen zien ten opzichte van de begroting 2026. Deze afwijking moet worden bezien in relatie tot de in de begroting verwerkte besparingen.

Onderliggend is sprake van een nagenoeg stabiele ontwikkeling van het jeugdhulpgebruik: na een daling in de laatste maanden van 2025 is in 2026 sprake van stabilisatie. Rijksbijdrage 2026 is hoger dan de verwachte kosten De totale rijksbijdragen (o.b.v. meicirculaire 2026) die de gemeenten in deze regio ontvangen voor jeugdhulp bedragen in 2026 € 209,8 mln. Na aftrek van de stelpost van € 30,5 mln. voor Jeugdteams, Veilig Thuis en Jeugd naar Voren, resteert een rijksbijdrage van € 179,3 mln. voor de kosten van de overige jeugdhulp. De geraamde gemeentelijke kosten voor 2026 volgens de eerste bestuursrapportage bedragen € 175,3 mln., wat betekent dat de rijksbijdrage ruim € 4,0 mln. hoger uitvalt dan de verwachting. Hierbij wordt opgemerkt dat het beeld per gemeente sterk varieert en er ook gemeenten zijn waarbij de kosten hoger zijn dan de rijksbijdragen. Uiteraard is het aan gemeenten zelf om te bepalen waar zij de rijksbijdragen voor inzetten. Wij begrijpen dat gemeenten de Rijksbijdrage ook voor andere doelen dan jeugdhulp kunnen inzetten, afhankelijk van o.a. de lokale financiële situatie en inhoudelijke prioriteiten. Kostenstijging t.o.v. 2025 Ten opzichte van 2025 stijgen de kosten in 2026 met € 17,1 mln. (+10,8%). In onderstaande figuur is de procentuele kostenstijging in 2026 ten opzichte van 2025 uitgesplitst naar de verschillende oorzaken.

Toelichting (Bedragen * € 1.000) | Bedragen | % | Toelichting Definitieve jaarrekening 2025 | 158.135 Indexatie | 8.112 5,1% | Indexatie 2026 Tariefsaanpassing 2026 | 6.428 4,1% | Tariefsaanpassing 2026 n.a.v. herijking kostprijsonderzoek Stijging o.a. door rechtmatigheidsproject, inhuur en formatie- Apparaatkosten SOJ | 711 0,4% /bezettingswijzigingen. Netto financieel resultaat voor gemeenen uit terugvordering Realisatie rechtmatigheidsonderzoeken | -300-0,2% naar aanleiding van afgeronden rechtmatigheidsonderzoeken Voor 2026 wordt er geen rekening gehouden met positief of Resultaat woonplaatsbeginsel 2025 | 2.194 1,4% negatief resultaat uit woonplaatsbeginsel Mutatie jeugdhulpgebruik | -210,0% | Mutatie jeugdhulpgebruik Gemeentelijke bijdragen eerste bestuursrapportage | 175.260 | 10,8% Kostenstijging meerjarig bezien In onderstaande grafiek is de groei van de kosten in onze regio opgenomen. Voor een goede vergelijking zijn de kosten voor jeugdteams en Jeugdhulp Naar voren uitgezonderd. Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | | 12 Regionale versus landelijke kostenontwikkeling Er zijn geen nieuwe onderzoeken over de landelijke kostenontwikkeling jeugdhulp beschikbaar gekomen.

Eerdere onderzoeken uit 2023 hebben laten zien dat de kostenontwikkeling in onze regio aanzienlijk gunstiger is geweest dan het landelijk gemiddelde (accountantskantoor BDO). De kostenefficiency in onze regio is relatief hoog (Stichting Instituut Publieke Sector Efficiëntie Studies). Programma verantwoording SOJ financieel Realisatie | Primaire | Begroting | Prognose 1e Bedragen * € 1.000,- | Begroting | t/m april | begroting | wijziging 1e Prognose 1e | burap - | Realisatie t/m april | obv | 2026 | burap | burap | begroting | 2025 declaraties Regionale Zorgmarkt 47.730 | 38.805 | 143.189 | 12.346 | 155.535 | 12.346 | 139.819 LTA 3.229 | 1.737 | 9.688 | -1.402 | 8.286 | -1.402 | 7.496 PGB 2.228 | 556 | 6.683 | -725 | 5.958 | -725 | 6.275 Serviceorganisatie 1.893 | 1.742 | 5.680 | - | 5.680 | - | 4.970 Totaal lasten 55.080 | 42.839 | 165.241 | 10.219 | 175.460 | 10.219 | 158.560 Gemeentelijke bijdragen54.986 | 42.773 | 164.958 | 10.301 | 175.260 | 10.301 | 158.135 Rentebaten 94 | 67 | 283 | -83 | 200 | -83 | 225 Overige baten - | - | - | - | - | - | - Totaal baten 55.080 | 42.839 | 165.241 | 10.219 | 175.460 | 10.219 | 158.560 Saldo baten -/- lasten - | - | - | - | - | - | - Regionale zorgmarkt Kostenstijging zet door, jeugdhulpgebruik daalt Binnen de regionale zorgmarkt nemen de kosten toe met € 12,3 miljoen (+8,6%) ten opzichte van de primaire begroting 2026, terwijl het

jeugdhulpgebruik en het aantal jeugdigen per saldo afnemen. Het volume daalt van 8.367 jeugdigen in de begroting naar 8.303 jeugdigen in de eerste bestuursrapportage, een afname van 64 jeugdigen (-0,8%). De kostenstijging wordt daarmee niet veroorzaakt door volumegroei, maar door hogere tarieven als gevolg van indexatie en tariefaanpassingen. De belangrijkste ontwikkelingen ten opzichte van de begroting zijn samengevat in onderstaande tabel. Primaire begroting Prognose 1e Verschil in | Jeugdigen Jeugdigen Zorgcategorie (bedragen * € 1.000) | o.b.v. | burap | vergelijkbare % | begroting prognose 1e Verschil% tarieven | prijzen | burap 2026 Ambulante jeugdhulp Behandeling, begeleidng, diagnostiek 25.747 | 34.154 | 8.407 | 33%2.929 | 2.916 | -13 | -0,4% Jeugd GGZ 27.127 | 28.765 | 1.638 | 6,0%3.388 | 3.409 | 21 | 0,6% Dagbesteding en dagbehandeling 14.312 | 14.733 | 421 | 2,9%603 | 591 | -12 | -2,0% Basis GGZ 2.296 | 2.019 | -277 | -12,1%1.126 | 1.076 | -50 | -4,4% ED (dyslexie) 3.300 | 3.407 | 107 | 3,2%838 | 831 | -7 | -0,8% Ambulant overig 3.644 | 6.277 | 2.633 | 72,3%1.405 | 1.574 | 169 | 12,0% Subtotaal ambulante jeugdhulp | 89.35576.426 | 12.929 | 16,9%7.754 | 7.742 | -0,2%-12 Jeugdhulp met verblijf | - Verblijf met behandeling 15.469 | 15.461 | -8 | -0,1%106 | 88 | -18 | -17,0% Pleegzorg 7.688 | 6.647 | -1.041 | -13,5%447 | 392 | -55 | -12,3% Gesloten jeugdhulp 3.170 |

1.605 | -1.565 | -49,4%13 | 7 | -6 | -46,2% Gezinshuizen 6.907 | 8.286 | 1.379 | 20,0%91 | 105 | 14 | 15,4% Verblijf SGGZ HIC (high intensive care) 1.096 | 1.337 | 241 | 22,0%6 | 9 | 3 | 50,0% Wonen met begeleiding 13.960 | 15.001 | 1.041 | 7,5%115 | 117 | 2 | 1,7% Logeren 2.158 | 1.911 | -247 | -11,4%109 | 92 | -17 | -15,6% Subtotaal jeugdhulp met verblijf | 50.24850.448 | -200 | -0,4% | 778840 | -62-7,4% Jeugdbescherming en jeugdreclassering 11.022 | 10.929 | -93 | -0,8%796 | 762 | -34 | -4,3% Jeugdhulp taxivervoer 2.673 | 2.701 | 28 | 1,0%418 | 383 | -35 | -8,4% Vrijval oude jaren -853 | -853 | - Besparingen rechtmatigheid - | -300 | -300 Overige zorgcategoriën en taakgerichte bekostiging3.474 | 3.455 | -19 Totaal | 155.535143.190 | 12.345 | 8,6% | 8.3038.367 | -0,8%-64 Waarvan veroorzaakt door niet gerealiseerde gemeentelijke besparingen in begroting | 2.882- | 2,0% NB: jeugdigen betreft aantal op peildatum begroting en 1e burap en kunnen in meerdere categorieën voorkomen. Hieronder worden de grootste afwijkingen uit bovenstaande tabel toegelicht.

Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | | 13 Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 14 Ambulante jeugdhulp Binnen de ambulante jeugdhulp nemen de kosten toe met € 12,9 miljoen (+16,9%) ten opzichte van de primaire begroting 2026, terwijl het aantal jeugdigen per saldo daalt met 12 (-0,2%). De grootste kostenstijging doet zich voor bij behandeling, begeleiding en diagnostiek (+€ 8,4 miljoen; +33%), ondanks een afname van 13 jeugdigen (-0,4%). Deze stijging wordt met name veroorzaakt door hogere tarieven en een verschuiving naar zwaardere en duurdere vormen van zorg. Ook binnen Jeugd GGZ stijgen de kosten (+€ 1,6 miljoen; +6,0%) en het aantal jeugdigen stijgt (+21; 0,6%). Bij basis GGZ dalen zowel de kosten (-€ 0,3 miljoen; -12,1%) als het aantal jeugdigen (- 50; -4,4%). Voor ernstige dyslexie (ED) is sprake van een lichte kostenstijging (+€ 0,1 miljoen; +3,2%) bij een daling van het aantal jeugdigen (-7; -0,8%). De kostenstijging binnen de ambulante jeugdhulp wordt daarmee niet veroorzaakt door volumegroei, maar door prijsontwikkelingen en een intensievere inzet binnen specifieke zorgcategorieën. Jeugdhulp met verblijf De kosten voor jeugdhulp met verblijf dalen per saldo met € 0,2 miljoen (0,4%), en het aantal jeugdigen neemt af met 62 (-7,4%).

Binnen deze categorie zijn echter duidelijke verschuivingen zichtbaar. De kosten voor pleegzorg dalen met € 1,0 miljoen (-13,5%) bij een afname van 55 jeugdigen (-12,3%), waarmee de dalende trend in pleegzorg doorzet. Ook gesloten jeugdhulp neemt sterk af, zowel in kosten (-€ 1,6 miljoen; -49,4%) als in aantal jeugdigen (-6; -46,2%). Daartegenover staat een stijging bij gezinshuizen (+€ 1,4 miljoen; +22,0%) en wonen met begeleiding (+€ 1,0 miljoen; +7,5%), ondanks slechts beperkte volumegroei. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door hogere tarieven wat leidt tot hogere kosten per jeugdige en daarnaast een verschuiving naar intensievere verblijfsvormen. Het aantal jeugdigen in verblijf met behandeling en logeren neemt af, terwijl bij Specialistische Geestelijke Gezondheidszorg High Intensive Care (SGGZ HIC) sprake is van kleine fluctuaties als gevolg van geringe aantallen. Jeugdbescherming en jeugdreclassering De kosten voor jeugdbescherming en jeugdreclassering dalen licht met € 0,1 miljoen (- 0,8%). Het aantal jeugdigen neemt af van 796 naar 762 (-34; -4,3%). Deze ontwikkeling sluit aan bij de landelijke trend van een afname van het aantal opgelegde jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen. Niet gecontracteerd aanbod Het niet‑gecontracteerde aanbod blijft een aandachtspunt.

Hoewel het totale aantal jeugdigen daalt, neemt de inzet van niet‑gecontracteerde zorg relatief toe, met name bij complexe casuïstiek waarvoor geen passend gecontracteerd aanbod beschikbaar is. Dit maakt sturing en kostenbeheersing lastiger. Binnen het Verbeterprogramma betaalbare en beschikbare Jeugdhulp wordt ingezet op het terugdringen van deze inzet door versterking van de toegang, betere triage en het vergroten van transparantie in de toeleiding. Landelijk Transitie Arrangement (LTA) Het Landelijk Transitie Arrangement (LTA) is een set afspraken die via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) landelijk wordt gemaakt met een beperkt aantal gespecialiseerde jeugdhulpaanbieders. Deze afspraken zijn bedoeld om zekerheid te bieden over de beschikbaarheid van uitzonderlijk zorgaanbod, zoals zorg voor jongeren met transgenderproblematiek, complexe forensische problematiek, ernstige kindermishandeling of diagnostiek bij onduidelijke problematiek. Het betreft doorgaans een kleine groep jeugdigen met hoge kosten per jeugdige, waardoor de lasten sterk kunnen fluctueren. Ten opzichte van de primaire begroting 2026 dalen de kosten met €1,4 mln. (-14,5%). Vergeleken met de realisatie in 2025 bedraagt de stijging € 789.822 (+10,5%).

Deze stijging wordt met name veroorzaakt door hogere inzet voor enkele individuele dure Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 15 casussen en een lichte stijging van het aantal jeugdigen dat gebruikmaakt van LTA- voorzieningen. De sturingsmogelijkheden voor de regio en de individuele gemeenten zijn beperkt, omdat het LTA via landelijke afspraken wordt vastgelegd. De Serviceorganisatie monitort de inzet en kostenontwikkeling en brengt de uitnutting per gemeente periodiek in beeld. Persoongebonden budget (PGB) Ten opzichte van de primaire begroting 2026 dalen de kosten van het persoonsgebonden budget (PGB) met € 0,7 miljoen (-10,9%). Deze daling wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname van het aantal jeugdigen met een PGB, in combinatie met een verschuiving naar zorg in natura (ZiN). In de regio is sprake van een strengere toetsing van aanbieders, waarbij contracten met aanbieders die niet aan de kwaliteitsvoorwaarden voldoen zijn beëindigd. Daarnaast wordt actiever gestuurd op de hoogte en toekenning van PGB‑budgetten, die in eerdere jaren relatief ruim waren vastgesteld ten opzichte van de feitelijke declaraties. Hoewel de tarieven in 2026 zijn geïndexeerd, resulteert de lagere inzet per saldo in een daling van de PGB ‑uitgaven.

Het PGB blijft daarbij een aandachtspunt in het kader van rechtmatigheid en doelmatigheid, met name bij maatwerkvoorzieningen en de inzet van niet ‑gecontracteerde aanbieders. Programma 5 Algemene Dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000) Algemene dekkingsmiddelen GGD, LVS en Veilig Thuis Het voordelig resultaat bestaat uit diverse voor en nadelen. Er is een voordeel op rentebaten van € 0,2 miljoen. Aan de lastenkant is er sprake van extra structurele lasten voor versterking van informatiebeveiliging, archief beheer en hogere huisvestingslasten (extra huur vierkante meters) om te voldoen aan de ARBO-normen (€ 0,2 mln). Deze kosten hebben betrekking op een deel van het jaar. De lasten en baten zijn respectievelijk € 1,3 en 1,1 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt onder andere veroorzaakt door het opnemen van de huisvesting Johan de Wittstraat in de overhead (interne verschuiving), de aan Covid-19 gerelateerde overhead, kosten gedekt door reserves en (overige) interne verschuivingen. Algemene dekkingsmiddelen SOJ De lasten voor de Serviceorganisatie blijven in de 1e burap 2026 ongewijzigd ten opzichte van de begroting, ondanks de lagere lasten in de realisatie 2025.

Dit wordt veroorzaakt door een verschuiving van lasten binnen het rechtmatigheidsprogramma: een deel van de in 2025 geplande onderzoeken is door vertraging later gestart, waardoor de bijbehorende lasten in 2026 zullen worden gerealiseerd. Daarnaast wordt bezien op welke onderdelen de Serviceorganisatie, gelet op ontwikkelingen in toezicht, rechtmatigheid en complexiteit van het zorgdomein, verder versterkt dient te worden. De uitvoeringslasten SOJ waren volledig opgenomen onder de overhead. Echter hangt een deel van de lasten direct samen met de uitvoering van jeugdhulp. Hierbij gaat het om totaal € 1,3 miljoen. Deze lasten zijn nu opgenomen onder het primair proces.

Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo GGD, LVS en VT 8.118 8.118 8.118 9.452 9.207 -245 1.334 1.089 -245 SOJ 5.680 5.680 0 4.147 4.147 0 -1.534 -1.534 0 Saldo baten en lasten 13.798 13.798 0 13.598 13.354 -245 -200 -445 -245 Mutaties reserves 0 0 0 342 342 0 342 342 Geraamd resultaat 13.798 13.798 0 13.598 13.695 97 -200 -103 97 P5 Algemene dekkingsmiddelen Begroting 2026 Prongose 1e burap 2026 Voorgestelde begrotingwijziging Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 16 3 Inhoudelijke voortgang 3.1 Programma 1 GGD Infectieziektebestrijding en Technische hygiënezorg Indicator Norm Prognose April Bezetting artsen en verpleegkundigen op orde 100% van de formatie   Aantal voorlichtingen en trainingen verzorgd 15   Vergunningsaanvragen tattoo, piercing PMU binnen 8 weken afgehandeld 100%   Certificaataanvraag shipsanitation binnen 24 uur in behandeling genomen 100%   Klanttevredenheidsonderzoek Nulmeting   8,5 (2025) Toelichting: Kanttekening bij de artsenbezetting: het is nog steeds noodzakelijk om basisartsen in te zetten voor een volledige bezetting in plaats van artsen Maatschappij en Gezondheid. Gezien hun eindverantwoordelijkheid voor medische processen kan deze situatie een kwetsbaarheid betekenen in geval van grote uitbraken, ziekte en/of uitval.

SOA/Sense Volgens afspraken rondom ASG-regeling zet het CSG meer in op outreach in 2026. Voor Nu Niet Zwanger (NNZ) is nog niet bekend op welke manier de AZWA gelden worden ingeregeld. Daarnaast wordt onderzocht op welke manier NNZ doorgang kan vinden in 2027 en welke mogelijkheden er zijn binnen de reguliere dienstverlening van de GGD. TBC bestrijding Indicator Norm Prognose April Aantal TBC patiënten < 15   4 Aantal latente TBC infecties < 25   13 Toelichting: Geen bijzonderheden Reizigersadvisering en Hepatitis B vaccinaties beroepsgroepen Indicator | Norm | Prognose | April  Aantal reizigersconsulten | 6.500 | 100% | 2.240 (tot half april)  Beroepsgroepen en opmaat vaccinaties | 400 | 100% | 238 (tot half april) Vervolgconsulten reizigers en beroepsgroepen en |  bloedafname | 9.000 | 100% | 3.980 (tot half april) Toelichting: Geen bijzonderheden Gezondheid en Milieu Indicator | Norm | Prognose | April Klanttevredenheid gemeente | 7,0 | Zie toelichting | Zie toelichting over adviseurs en adviezen Toelichting: Klanttevredenheidsonderzoek is in gang gezet. Uitkomsten volgen later.

Toezicht Kinderopvang Indicator | Norm | Prognose | April Percentage inspecties dat is uitgevoerd binnen | 100% | 100% |  de wettelijke termijn Percentage verplichte jaarlijkse inspecties | 100% | 100% |  kinderopvang (KDV, BSO, GOB) uitgevoerd Percentage wettelijk verplichte jaarlijkse | 50% | 50% |  inspecties bij gastouders uitgevoerd Toelichting: De reden dat de inspecties achter lopen is gelegen in het feit dat:  | de inspecties die uitgevoerd worden in december 2025 doorlopen naar 2026.  | een toezichthouder is doorgestroomd naar de functie beleidsmedewerker, waardoor er een vacature ontstond die pas in juni opgevuld kan worden  | twee medewerkers zwanger  | twee medewerkers voor een langere periode maar 50% inzetbaar zijn. De verwachting is echter dat de 100% gehaald wordt door inzet van een extra medewerker. Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | | 17 Toezicht WMO Indicator | Norm | Prognose | April Percentage van de opdrachten is uitgevoerd | 100% | 100% |  Percentage van gemelde calamiteiten is | 100% | 100% |  onderzocht Toelichting: De toezichthouders Wmo lopen op schema. Door de inzet van 1 medewerker bij het project “Nu niet Zwanger” is het team toezicht Wmo wel kwetsbaar met 2 toezichthouders. De samenwerkingspilot met gemeente Hoekse Waard wordt in mei verder geformaliseerd.

Het gaat om enkele afgebakende opdrachten die passen binnen de huidige formatie. Gezondheidsbevordering Indicator | Norm | Prognose | April Gezondheid |  Realiseren van | bevorderende | Doelstellingen van doelstellingen van het | Volgens jaarlijkse | activiteiten en | het MJP staan onder programma dat | verantwoording | resultaten zijn tot | druk door voortkomt uit de lokale | die per gemeente | stand gekomen met en | aankomende nota volksgezondheid | wordt opgesteld | in afstemming met de | bezuinigingen 2024-2027 | gemeenten als opdrachtgevers. Team GB ontwikkelt |  door op | Verbeterpunten KTO Tevredenheid | 8,0 (peildatum | vraaggerichtheid, pro- | 2024 worden gemeenten | 2024) | activiteit en verbinding | voortgezet in het met de agenda van het | jaarplan van GB 2026 Sociaal Domein en gemeenten. Wij zoeken actief |  samenwerkingspartners | Verbeterpunten KTO op, werken aan co- | 2024 worden creaties en betrekken | voortgezet in het Tevredenheid | 8,0 (peildatum | (beleggen) | jaarplan van GB 2026 ketenpartners | 2024) | maatschappelijk middenveld bij uitvoering. We benutten de netwerken die lokale partijen hebben opgebouwd. Inwoners spreken |  Aan de hand van | waardering uit over | Inwoners worden de | hun betrokkenheid bij | toenemend betrokken participatieladder | participatietrajecten als | bij GB vraagstukken.

Betrokkenheid inwoners | scoren we de mate | PAO in Dordrecht, | De doorontwikkeling van | Rookvrij Gorinchem, | van de meting van inwonerbetrokken- | Rookvrij Zwijndrecht. | inwonerbetrokkenheid heid | Als team GB en als organisatie GGD Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | | 18 Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 19 werken we de methode ‘scoren aan de hand van de participatieladder’ nader uit. wordt voortgezet in 2026. Wijkgericht werken Aantal wijkgerichte interventies die we samen met bewoners en ketenpartners gecreëerd hebben Momenteel zijn 5 wijkgerichte interventies (waaronder borging van) actueel.  Wijkgericht werken wordt in 2026 GGD breed nader uitgewerkt, om te komen tot een visie en methodische aanpak. Toelichting: Wijkaanpakken Binnen de regionale context van Zuid-Holland Zuid zien we dat elk dorp, gebied of wijk anders is. Om de lokale situatie te kennen (cijfers, data) en naast inwoners te gaan staan, werkt de GGD/ Gezondheidsbevordering aan de uitvoering van de verschillende wijkaanpakken, waaronder: • Dordt west, middels een Participatief Actie Onderzoek (PAO) 1. Vervolgopdracht PAO Wielwijk (Zeehavenbuurt), aparte opdracht vanuit het Nationaal Programma Dordrecht West 2.

Nieuw PAO in Nieuw-Krispijn: • Uitvoeren wijkaanpak Rookvrij leven voor iedereen in Gorinchem (Participatief Actieonderzoek (PAO) Haarwijk & Gildenwijk met inwoners en lokale professionals) en Zwijndrecht (Participatief Actieonderzoek (PAO) light-versie in wijken Kort-Ambacht en Zwijndrecht Noord) • Veerkrachtige buurten Zwijndrecht  Deelname Denktank Valpreventie (in het kader van toekomstige programma vitaal ouder worden. In 2026 wordt het Plan van Aanpak suïcidepreventie actueel. Het AB DG&J heeft hiermee in april 2026 ingestemd. De werving van de projectleider suïcide preventie is inmiddels opgestart. Mentale Gezondheid Het verbeteren van de ervaren mentale gezondheid van jongeren (12-27 jaar) via collectieve preventie in de schoolomgeving (onderbouw VO, regulier), met koppelingen naar de thuis- en online omgeving is relevant en urgent. Momenteel wordt er ingezet op verbinden met en in voegen binnen de bredere aanpak van suïcidepreventie. onderdeel van de aanpak suïcide preventie. De verdere uitwerking van deze geïntegreerde aanpak vindt plaats in nauwe samenwerking met gemeenten en relevante partners Hierbij wordt aangesloten bij lopende ontwikkelingen. Dit voorstel wordt voorgelegd aan het AB in juli 2026.

Crisisorganisatie Indicator | Norm | Prognose | April 4x (wnd.) Directeur |  Realiseren optimale | 4x (wnd.) Directeur Publieke | Publieke Gezondheid 4 x procesleider bezetting van de | Gezondheid | Psychosociale (piket) poule voor | 4 x procesleider Psychosociale | Hulpverlening uitvoering van de | Hulpverlening | 4 x procesleider taken van de GGD | 4 x procesleider | Infectieziektebestrijding ZHZ in | Infectieziektebestrijding | 4x procesleider crisissituaties | 4x procesleider communicatie | communicatie 4x procesleider geneeskundig | 4x procesleider onderzoek | geneeskundig onderzoek Minimaal 1 OTO |  (opleiden, trainen en oefenen) activiteit per | 100 % | 100 % werkproces per jaar.

OGGZ Indicator | Norm | Prognose | April  |  Realisatie loopt | Realisatie loopt Aantal nieuwe meldingen | 4.500 (marge 10%) | ernstig achter | ernstig achter Meldpunt Z&O (initieel)* | op de norm | op de norm 2100 (nm) | 633 (nm) 2056(totaal)  |  Realisatie loopt | Realisatie loopt Doorlooptijd en formatieve | achter op de | achter op de inzet GGD verminderen bij | Huur < 296 dagen | norm | norm trajecten woningvervuiling, | Koop < 644 dagen | Huur>296 | Huur>296 bij huur en koopwoningen* | dagen | dagen Koop>644 | Koop>644 dagen | dagen  |  Aantal trajecten | 99 trajecten regio Zuid- | Realisatie | Realisatie woningvervuiling (koop/huur) | Holland Zuid | boven de norm | boven de norm 120 trajecten | 44 trajecten Toelichting: Meldingen Het totaal aantal meldingen betreft tot 1 mei 2026 2056 meldingen. In de bovenstaande cijfers wordt aangegeven over hoeveel personen in 2026 een eerste melding is gedaan. Dit doet geen recht aan het aantal meldingen wat wordt verwerkt Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | | 20 Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 21 omdat dit de herhaalde meldingen over reeds bekende personen buiten schot laat. Deze herhaalde meldingen betreffen echter wel een groot gedeelte van de werkzaamheden op het Meldpunt.

Een herhaalmelding neemt meer tijd in beslag door de belemmeringen in het zorgaanbod Door deze "bekende" personen goed in beeld te hebben (door middel van meerdere meldingen) kan efficiënter passende zorg worden ingezet. Ook is in de huidige prognose geen rekening gehouden met het aantal externe contacten (met hulpverleners, burgers en cliënten) die niet hebben geleid tot een geregistreerde melding. De vraag die hierbij opkomt is of het verstandig is dat de huidige norm moet gelden voor alleen het aantal nieuwe meldingen of dat we de huidige norm moeten vaststellen op het totaal aantal meldingen. Doorlooptijd Uit analyse blijkt dat de afwijking op de gestelde norm voor de doorlooptijd en inzet GGD bij extreme woningvervuiling lijkt te ontstaan door: 1. Doorzettingskracht bij Gemeente wordt belemmerd door onduidelijkheid in verantwoordelijkheid en rolverdeling bij gemeentelijke collega's 2. Langere wachttijden bij WMO beschikking en zorgaanbieders 3. Complexere doelgroep Aantal trajecten woningvervuiling Het aantal trajecten woningvervuiling neemt ieder jaar toe. Gezien de analyse van de toename is het wenselijk deze als afwijking te noteren omdat een traject woningvervuiling veel tijd in beslag neemt. Bij jaarlijkse toename zal heroverweging gemaakt moeten worden op de formatieve inzet. Financiering boven de Norm gebeurt tot op heden op nacalculatie.

Covid-uitvoeringsorganisatie Indicator Norm Prognose April Covidcampagne Volgens landelijke opdracht uitgevoerd  Toelichting: In 2026 wordt opnieuw een COVID-19-vaccinatiecampagne uitgevoerd in het derde en vierde kwartaal. Ten opzichte van 2025 is de doelgroep voor vaccinatie aangepast. De voorbereidingen hiervoor zijn in volle gang en verlopen volgens planning. De leeftijdsgrens voor volwassenen zonder medische indicatie wordt verhoogd van 60 naar 70 jaar. Daarnaast komen personen van 50 tot en met 69 jaar met een medische indicatie in aanmerking voor vaccinatie (voorheen 50 tot en met 59 jaar). Voor bewoners van langdurige zorginstellingen geldt dat niet langer alle bewoners van 18 jaar en ouder automatisch tot de doelgroep behoren. Ongewijzigd ten opzichte van 2025 is dat volwassenen en kinderen die behoren tot een medisch hoog-risicogroep, evenals zorgmedewerkers met direct contact met kwetsbare patiënten, onderdeel blijven van de doelgroep. De aanpassing van de doelgroep leidt tot een stijging van de kostprijs per vaccinatie, doordat de doelgroep kleiner wordt terwijl de vaste lasten niet evenredig dalen. Voor 2026 wordt een vergoeding van minimaal € 25,62 en maximaal € 27,84 verwacht. 85% wordt gegarandeerd ongeacht de opkomt. Dit is lager is dan in 2025.

Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 22 Daarnaast brengt de afsluiting van de N3 aanzienlijke extra kosten met zich mee voor de uitvoering van de campagne. Ook komt de inzet op aanvullende pop-uplocaties in de wijk en de samenwerking met huisartsen voor het gelijktijdig aanbieden van de COVID-19- en griepvaccinatie onder druk te staan. Jeugdgezondheidszorg Indicator Norm Prognose April De JGZ verricht de uitvoering van het regionaal basispakket JGZ en het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) conform het Uitvoeringskader JGZ en de jaarlijkse geactualiseerde richtlijnen uitvoering RVP. Overzicht met KPI's is opgenomen in uitvoeringskader JGZ. Deze KPI's zijn in een stoplichtenmodel opgenomen en zijn onderdeel van de jaarverantwoording JGZ.   Kennis & onderzoek Indicator Norm Prognose April Tevredenheid gemeenten, via een 4-jaarlijkse monitor 8,0 (peildatum 2024)   Tevredenheid ketenpartners via een 4-jaarlijkse monitor 8,0 (peildatum 2024)   Het online GGD dashboard www.hoegezondiszhz.nl is geactualiseerd op basis van de gezondheidsmonitors Kinderen, Jeugd en Volwassenen & Ouderen 100% Elk jaar wordt er een deel herijkt, in vier jaar tijd zijn alle cijfers aan de beurt geweest.   Toelichting: De resultaten van de kindmonitor zijn in het najaar beschikbaar. Dan worden deze ook verwerkt in het dashboard.

3.2 | Programma 2 Veilig Thuis Volwassenen & Jeugd Indicator | Norm | Prognose | April Aantal meldingen | 4.400 |  |  4248 | 1416 Doorlooptijden Triage (binnen 5 werkdagen) | 95-100% |  |  51% | 51% Doorlooptijden Onderzoek (binnen 10 weken) | 85-100% |  |  64% | 64% Aantal directe overdrachten van meldingen | 3.744 |  |  3603 | 1201 Aantal overdrachten met Ondersteuning | 576 |  |  423 | 141 Aantal onderzoeken | 576 |  |  531 | 177 Aantal advies aanvragen | 3.168 |  |  4224 | 1408 Aantal Tijdelijke Huisverboden | 44 |  |  81 | 27 Klanttevredenheid | 7,5 |  |  Crisisinterventieteam Indicator | Norm | Prognose | April Aantal crisisinterventies (doelgroep 0 | 500-600 |  |  – 100 jaar) | 858 | 286 Percentage direct overdragen | 100% |  |  casuïstiek aan lokale teams binnen 48 | 89% | 89% uur Toelichting: De stijging van het aantal meldingen bij Veilig Thuis is afgevlakt in de eerste vier maanden van 2026. Waarschijnlijk is dit het gevolg van inspanningen in het kader van de vijf implementatielijnen, die als doel hebben het verminderen van het aantal te behandelen meldingen door Veilig Thuis. Daar tegenover staat dat het aantal adviesaanvragen is toegenomen en inmiddels nagenoeg gelijk is aan het aantal meldingen. Bovendien is het behalen van de wettelijke doorlooptijden voor triageren van meldingen en uitvoeren van onderzoeken, verder verslechterd.

Verhoudingsgewijs ontvangt Veilig Thuis minder ‘eenvoudige’ meldingen en meer complexere meldingen. Dat is een positieve ontwikkeling, omdat dit betekent dat meer ‘eenvoudige’ casuïstiek direct is doorgeleid naar de lokale teams. De complexere meldingen vragen echter relatief meer tijd en inzet van Veilig Thuis. Daarnaast dragen het hoge ziekteverzuim en de werkdruk bij aan het niet-behalen van de wettelijke doorlooptijden. Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | | 23 Zorgwekkend is dat het aandeel meldingen waarin een interventie met een spoed- of crisiskarakter nodig is, stevig is toegenomen. Bovendien is het aantal Tijdelijk Huisverboden in de eerste vier maanden nog verder gestegen. Op basis van de huidige cijfers stevenen we af op een verdubbeling ten opzichte van het begrote aantal Tijdelijk Huisverboden. Daarbij zien we dat steeds meer huisverboden door de burgemeester worden verlengd van 10 naar 28 dagen en wordt Veilig Thuis regelmatig gedaagd voor de bestuursrechter vanwege bezwaarprocedures. Dit vraagt veel van Veilig Thuis. Daarnaast neemt met het stijgen van het aantal huisverboden ook de benodigde inzet van Fivoor toe. Fivoor is gespecialiseerd in forensische psychiatrie en richt zich met outreachende en poliklinische hulpverlening specifiek op de pleger. Deze inzet wordt betaald vanuit de begroting van Veilig Thuis.

De stijging waar we nu mee te maken hebben, is niet voorzien bij het opstellen van de begroting. Dit alles maakt het lastig voor Veilig Thuis om adequaat te sturen op de werkvoorraad. Het rekenmodel dat ontwikkeld wordt, moet dit jaar meer inzicht gaan geven in hoe werkvoorraad en middelen met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht. 3.3 | Programma 3 Leerplicht en Voortijdig schoolverlaten Leerplicht Indicator | Norm | Prognose | April Aantal afgehandelde meldingen van relatief | 2.500 |  |  verzuim | 3.000 | 1.098 Aantal afgehandelde meldingen van absoluut | 500 |  |  verzuim | 620 | 176 Aantal afgehandelde meldingen verzuim 18+ | 700 |  |  780 | 299 Aantal thuiszitters | 40 |  |  40 | 22 Aantal behandelde vrijstellingen | 650 |  |  740 | 226 Aantal verleende vrijstellingen | 500 |  |  700 | 177 Alle leer- en kwalificatieplichtige jeugdigen | 100% |  |  staan ingeschreven op een school | 100% | 100% Toelichting: Het aantal afgehandelde meldingen van relatief verzuim door LVS lijkt af te vlakken in de eerste vier maanden van 2026. Dit is mogelijk het gevolg van de afbakening van werkzaamheden binnen de toegekende formatie, voortvloeiend uit de bestuursopdracht die is uitgevoerd onder regie van gemeenten. Daar tegenover staat dat het aantal vrijstellingen op psychische gronden aanzienlijk is gestegen. Deze stijging doet zich ook landelijk voor.

Deze ontwikkeling is zorgelijk, omdat de ervaring leert dat het grootste deel van de jaarlijkse vrijstellingen verderop in het jaar volgt. Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | | 24 LVS ervaart verder dat het onderwijs een beroep doet op LVS om toch preventieve taken uit te voeren. Dit verhoudt zich niet tot de gemaakte afspraken op basis van de bestuursopdracht en kan voor ruis in de samenwerking zorgen. Bovendien leidt het af van de inzet in het primaire proces van LVS. De ervaringen verschillen per cluster. LVS monitort de ontwikkeling van het aantal meldingen en vrijstellingen en de stand van zaken van de ketensamenwerking per cluster en rapporteert hierover in de volgende bestuursrapportage.

Doorstroompunt Indicator | Norm | Prognose | April Aantal nieuwe vsv’ers in de regio | 840 |  |  <840 | 375 % uitgevallen jongeren dat een jaar later terugkeert | 61,97% |  |  naar onderwijs of werk | ±60% | 63,15% % nieuwe voortijdige schoolverlaters | 2,32% |  |  <2,32% | 2,13% Jongeren die geen onderwijs volgen en geen werk en | 100% |  |  dagbesteding hebben, zijn in beeld | 100% | 100% % vsv’ers dat een jaar later teruggaat naar onderwijs | 19,52% |  |  ±19% | 18,62% % vsv’ers dat een jaar later werk heeft | 42,45% |  |  ±41% | 44,53% Aantal plaatsingen door Doorstroomcoaches | 150 |  |  >150 | 154 Toelichting: De Doorstroomcoaches hebben in de eerste vier maanden van 2026 fors meer jongeren geplaatst. Daarmee wordt het begrote aantal plaatsingen in 2026 nu al overschreden.

3.4 | Programma 4 Serviceorganisatie Jeugd Indicator | Norm | Prognose | April Het contractmanagement | 4 ontwikkeltafels |  |  is volgens plan | 4 bestuurlijke tafels | 100% | 100% uitgevoerd | 3 gesprekken per strategische partner Informatie, kennis en | Actueel regionaal dashboard |  |  expertise over jeugdhulp | jeugdhulp en maandelijkse | 100% | 100% wordt gedeeld met | dashboard-bijeenkomsten voor gemeenten | gemeenten Maandelijkse rapportages met kostenverloop en prognose Deelname SOJ aan AOJ, Netwerk MT en PFO Deelname SOJ aan relevante (meervoudig) lokale overleggen Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | | 25 Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 26 4 Risicobeheersing Kaders In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 22 december 2022 is de nota risicomanagement en weerstandvermogen vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe risico's binnen de Dienst Gezondheid en Jeugd worden geïnventariseerd, gekwalificeerd beheerst en waar nodig gekwantificeerd. De paragraaf wordt steeds geactualiseerd bij elk volgend P&C document, zo ook nu ook met de eerste bestuursrapportage 2026. Risicobeheersing Voor het bepalen van een gewenst weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en in de achtergronden van de risico’s en de risicobeheersing.

De actuele en relevante inzichten omtrent de risicobeheersing zijn als volgt omschreven: - Risicobeheersing jeugdhulp SOJ - Risicobeheersing GGD, VT, LVS, apparaatskosten SOJ en bedrijfsvoering GR Risicobeheersing jeugdhulp SOJ Weerstandsvermogen Voor jeugdhulp is er geen weerstandsvermogen/algemene reserves. Zoals opgenomen in de bijdrageverordening komen tegenvallers en meevallers ten opzichte van de begroting, ten laste respectievelijk ten gunste van de deelnemende gemeenten. Risico's gerelateerd aan jeugdhulpgebruik Deze financiële risico's richten zich vooral op de ontwikkeling van de kosten van jeugdhulp in relatie tot de begroting en de daling van de rijksbijdragen voor jeugdhulp. In 2026 stabiliseert het gebruik van jeugdhulp op regioniveau. De ontwikkeling van de kosten voor jeugdhulp fluctueert en verschilt per gemeente. In de Hervormingsagenda Jeugd zijn een aantal programmalijnen opgenomen die moeten leiden tot een forse afname van de kosten. In lijn hiermee worden de rijksbijdragen afgebouwd. Als het niet lukt de kosten te laten dalen, ontstaat er een tekort tussen rijksbijdragen en kosten jeugdhulp. Gemeenten en Serviceorganisatie nemen de uitvoering van de maatregelen gezamenlijk ter hand. Hiertoe is het Verbeterprogramma inkoop jeugdhulp opgesteld. De uitwerking en implementatie van de maatregelen is onderhanden.

Daarnaast wordt een ontwikkelopdracht voor zorgaanbieders geformuleerd welke de effecten van het kostprijsonderzoek gedeeltelijk moet mitigeren. Risico vanwege hogere inflatie en indexatie Onzekerheden in de ontwikkeling van de inflatie kunnen de indexatie van tarieven doen oplopen. Voor 2026 zijn de tarieven met 5,13% geïndexeerd. Dit is 1,85% hoger dan waarmee in de primaire begroting rekening is gehouden. Bij het opstellen van de kadernota en begroting is het OVA percentage nog niet bekend en worden indexcijfers uit de septembercirculaire gebruikt. Dit heeft voor 2026 een forse stijging opgeleverd van de lasten ten opzichte van de begroting van circa € 3,0 mln. De tarieven worden geïndexeerd volgens de landelijk overeengekomen OVA-methodiek. Hiermee wordt ook het gemeentefonds voor het onderdeel jeugdhulp geïndexeerd. Gemeenten ontvangen dus middelen voor de indexatie van de tarieven jeugdhulp. In de voorgestelde begrotingswijzigingen is dit effect opgenomen. Risico behalen beoogd resultaat ontwikkelopdracht zorgaanbieders SOJ Dienst Gezondheid & Jeugd | 1e burap 2026Soort product (rapport etc.) | 27 Voor SOJ is een kostprijsonderzoek uitgevoerd naar de toereikendheid van de tarieven voor jeugdhulpaanbieders. De uitkomsten hiervan met een impact van € 6,4 mln. zijn verwerkt in de tarieven voor 2026 en in de begroting 2027, maar niet in de primaire begroting 2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/843/documents/19529