CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

05 23 19 Bijlage 3 Reactie OZHZ 2019-05-23 Notitie Beantwoording vragen OTT rapport Cauberg Huygen.pdf

Commissie Grondgebied Alblasserdam 24 mei 2022, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 10: Bestuurlijke rapportage OTT - Raadsinformatiebrief978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Aan

B&W van Alblasserdam

Van

OZHZ

Dossier

OTT

Datum

23 mei 2019

Onderwerp

Zaaknummer

Kenmerk

Beantwoording vragen rapport Cauberg Huygen inzake Den Ouden Tanktransport B.V.

Op 16 mei 2019 heeft u ons het rapport van het bureau Cauberg Huygen toegezonden inzake Den Ouden Tanktransport B.V., met de ondertitel 'Vergunning, toezicht en handhaving' (rapport van 26 april 2019, referentie 05309-50220-03). In het rapport staat een aantal vragen aan OZHZ. Onderstaand treft u de beantwoording van de gestelde vragen. Vooraf Het rapport bevat naar onze mening een aantal feitelijke onjuistheden. In een separaat memo hebben wij u deze toegezonden. OZHZ is van mening dat deze onjuistheden zouden moeten worden hersteld alvorens het rapport openbaar wordt gemaakt middels toezending aan de gemeenteraad. Beantwoording van de gestelde vragen U heeft gevraagd een aantal vragen die aan ons worden gesteld in het rapport van Cauberg Huygen te beantwoorden. U treft de betreffende vragen en de antwoorden hieronder achtereenvolgens aan. 

OZHZ wordt verzocht aan OZHZ om toe te lichten op basis van welk argument de vergunde activiteiten zijn toegestaan.

Wij gaan er vanuit dat wordt gedoeld op basis van welk argument de vergunde activiteiten zijn toegestaan in het kader van het bestemmingsplan. Echter, geen van de twee op pagina 10 van het rapport genoemde argumenten is als basis gebruikt om de activiteiten te vergunnen. Wij lichten dat hieronder toe. Om deze vraag te beantwoorden gaan wij in op de destijds bij het verlenen van de bedoelde vergunning (2014) reeds vergunde situatie. Dat betreft allereerst een in 1997 verleende oprichtingsvergunning voor een tankcleaningsbedrijf. Destijds maakte het stallen van tankwagens geen onderdeel uit van de aanvraag en vergunning. Voor de uitbreiding met het stallen van tankwagens en een gewijzigde bedrijfsvoering is in 2008 een revisievergunning verleend. In deze vergunning is tevens sprake van het opstomen en verwarmen van tankwagens. Op 26 november 2013 is het Bestemmingsplan "Werkgebied" vastgesteld. In bijlage 4 "Bedrijveninventarisatie" van het bestemmingsplan is een overzicht van de bedrijven opgenomen die niet passen binnen de algemene toelaatbaarheid in dit bestemmingsplan en die derhalve een specifieke aanduiding krijgen. De

bedrijfsactiviteiten van deze bedrijven zijn daarmee specifiek bestemd. Hierdoor zijn deze specifieke bedrijfsactiviteiten volgens het bestemmingsplan toegestaan. Het bestemmingsplan zegt hierover dat, gelet op de ligging van deze bedrijven (op de bestaande bedrijventerreinen) en het huidige functioneren van deze bedrijven, de gemeente het niet wenselijk acht de betreffende bedrijven weg te bestemmen / te verplaatsen. Den Ouden Tanktransport B.V. is niet opgenomen in dit overzicht. Hieruit volgt dat bij het opstellen van het bestemmingsplan "Werkgebied" als uitgangspunt is genomen dat Den Ouden Tanktransport B.V. (en haar op dat moment vergunde activiteiten) past binnen het bestemmingsplan. In 2014 is vergunning verleend voor het uitbreiden van de inrichting. Deze uitbreiding betrof vergelijkbare hoofdactiviteiten als in de oprichtingsvergunning uit 1997 en de uitbreidingsvergunning uit 2008 waren opgenomen, te weten het reinigen van vrachtwagens, het stallen van vrachtwagens, bedrijfswagens en containers, en onderhoud en reparaties. 

OZHZ wordt verzocht om nadere toelichting omtrent de gebreken van het bij de aanvraag gevoegde AV-beleid en AO/IC en de keuze om de beschikking te verlenen in combinatie met het verbinden van voorschrift 2.2.1 aan de beschikking.

Zoals ook in het rapport wordt beschreven, is dit geen ongebruikelijke en zeker geen strijdige aanpak. Een document dat niet helemaal helder is, kan voldoende basis bieden om vergunning te verlenen. Het bevoegd gezag heeft daarbij een bepaalde mate van beoordelingsvrijheid bij de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag. Bij die beoordeling mag ook een rol spelen dat er geen sprake is van een bedrijf dat valt onder de afvalverwerkende bedrijven zoals genoemd in categorie 28.4 of 28.5 van de Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. Het indienen van het AV-beleid en AO/IC geldt daarom niet als indieningsvereiste op basis van de Regeling omgevingsrecht, maar kan op basis van de eigen beoordeling door het bevoegd gezag worden gevraagd. Uit de jurisprudentie volgt dat het bevoegd gezag het indienen van een (gewijzigd) AV-beleid en AO/IC ook in de voorschriften mag verankeren. Dat is hier gebeurd. 

OZHZ wordt verzocht om aan te geven welke acties er richting OTT zijn ondernomen in verband met handhaving van voorschrift 2.2.1.



Uit het verslag van periodieke controle verricht op 2017 blijkt dat het AO/IC in orde is bevonden. Vraag aan OZHZ is welke vervolgacties ondernomen zijn om deze stukken ter goedkeuring aan te bieden aan bevoegd gezag.

De gestelde vragen hangen onderling sterk met elkaar samen. Daarom is ervoor gekozen één antwoord te formuleren. In paragraaf 7 van het rapport van Cauberg Huygen is op goede wijze verwoord hoe is omgegaan met de handhaving van voorschrift 2.2.1. OZHZ heeft tijdens de controle in 2017 de AV-AO/IC gecontroleerd op locatie. Dit is vastgelegd in het controlerapport van 20 november 2017 naar aanleiding van de periodieke integrale controle. Tijdens deze controle is onder andere expliciet gecontroleerd op de aanwezigheid van een veiligheidsprocedure voor veilig opwarmen, welke procedure is voorgeschreven in voorschrift 2.2.1. Deze veiligheidsprocedure bleek niet aanwezig in de AV-AO/IC. Daarom is handhaving ingezet om deze overtreding ongedaan te maken. Het bedrijf is daarbij aangeschreven op basis van het meer specifieke voorschrift 3.3.5 van de vergunning inzake de veiligheidsprocedure bij het opwarmen van vervoerseenheden. Na het verstrijken van de hersteltermijn is tijdens een hercontrole op locatie vastgesteld dat de overtreding ongedaan is gemaakt. De procedure veilig opwarmen was aanwezig en de inhoudelijke toetsing heeft de

2

inspecteur op locatie uitgevoerd. Vervolgens is dit met een brief aan het bedrijf bevestigd, waarin is vermeld dat de overtreding ongedaan is gemaakt. De door OZHZ verzonden brief is formeel geen goedkeuringsbesluit als bedoeld in voorschrift 2.2.1. De constatering van Cauberg Huygen dat de AV - AO/IC niet is goedgekeurd middels een goedkeuringsbesluit is derhalve formeel gezien juist.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/315/documents/7425