05 07 19 Bijlage 1 Evaluatie incident stankoverlast 9 februari 2019.pdf
Tekst van het document
Evaluatie Incident Stankoverlast 9 februari 2019
Inhoud I Samenvatting ........................................................................................................................................ 3 II Opdrachtformulering en afbakening opdracht ..................................................................................... 5 Afbakening .......................................................................................................................................... 5 III Beantwoording deelvragen……………………………………………………………………………………………………………….5 Hoe verliep de communicatie tijdens dit incident? …………………………………………………………………………..5 a. Communicatie bij constatering incident ...................................................................................... 5 b. Communicatie vanaf start incidentbestrijding tot aan GRIP 2 (1e overleg ROT 09.15)................ 6 c. Communicatie vanaf start GRIP 2 tot en met laatste NL Alert ..................................................... 6 d. De inzet van NL Alert en afwegingen inzet andere middelen ...................................................... 7 e. Informatievoorziening tussen en door verschillende Veiligheidsregio’s ...................................... 9 f. Informatievoorziening door en aan lokale pers ......................................................................... 10 g.
Communicatie vanuit de gemeente tijdens het incident en in de nafase .................................. 11 Deelvragen m.b.t. Vergunningverlening ............................................................................................ 12 h. Bestemmingsplan (wat mag er op die plek?) ............................................................................. 12 i. Datum afgifte vergunning ........................................................................................................... 13 j. Reikwijdte ................................................................................................................................... 13 k. Condities, randvoorwaarden, beperkingen ............................................................................... 14 l. Toezicht, controles op vergunning .............................................................................................. 15 m. Beschrijving werkzaamheden (verwarmen) .............................................................................. 15 n. Toelaatbaarheid werkzaamheden ............................................................................................. 15 o. Kanttekening ..............................................................................................................................
15 IV Volksgezondheid en Milieu ............................................................................................................... 16 V Overige kwesties ................................................................................................................................. 18 VI Bijlagen: ............................................................................................................................................. 21
2
I Samenvatting ➢ Het incident op 9 februari jl. heeft een grote impact gehad op de inwoners van Alblasserdam, maar ook op een aanzienlijk deel van Nederland. Het product dat in de tankwagen oververhit raakte, zorgde voor grote stankoverlast in grote delen van Nederland. Deze stank waaide dezelfde dag nog op de meeste plekken in Nederland weg, maar de stank in Alblasserdam zelf is in de weken na het incident na regenval nog op te merken. ➢ Er is op 14 maart 2014 een vergunning afgegeven voor het oprichten en in werking houden van een tanktransportbedrijf, tank- en containerreiniging en diverse nevenactiviteiten zoals het opwarmen en opstomen van viskeuze (stroperige) producten m.b.v. een stoomketel en het smelten van producten. ➢ In de tankwagen bleek Petrolad te zitten waarin door opwarming chemische reacties optraden en waarbij stoffen vrijkwamen die in een hele kleine concentratie al voor ernstige stankoverlast kan zorgen, maar volgens metingen van de brandweer en het RIVM geen gevolgen heeft voor het milieu of de gezondheid. ➢ Gedurende de dag zijn er verschillende NL Alerts uitgegaan. Hierbij deed zich de situatie voor dat sommige inwoners de eerste NL Alert wel, en de tweede niet ontvingen (of andersom). Ook waren er inwoners die meerdere keren dezelfde NL Alert ontvingen.
➢ Woordvoerders van de veiligheidsregio zijn de hele dag ter plaatse geweest en hebben actief de aanwezige pers geïnformeerd. Daarnaast zijn verschillende tweets verstuurd. Wat in het vervolg van het incident niet goed is gegaan is in de crisiscommunicatie uitleggen dat deze giftige stof waarschijnlijk geen schadelijke gezondheidseffecten zou hebben en dat mensen nog steeds ramen en deuren moesten sluiten. Daardoor bleef het beeld van de giftige stof bestaan. Wat hierbij niet hielp was dat binnen VRZHZ de vernieuwing van informatie op de website haperde zodat aansluiting bij het externe mediabeeld niet plaatsvond. ➢ Tijdens het incident in Alblasserdam vervulde Peter Stam van Alblasserdamsnieuws.nl een actieve rol. Via deze site was al vroeg in het incident adequate informatie beschikbaar over het verloop van het incident, het ontstaan van het incident en over de aanwezige stof. Door gebruik te maken van meerdere bronnen kon zo een goed beeld worden gegeven van het incident. ➢ Tijdens het incident leek via de lokale journalistiek meer informatie beschikbaar te zijn dan via de woordvoerders van de crisisorganisatie. Dit riep vragen op over de relatie tussen deze partijen.
➢ De gemeente heeft zich ook na afschaling van de crisisorganisatie ingezet om de bewoners en bedrijven zo snel en zo goed mogelijk te informeren door diverse middelen zoals berichtgeving op diverse Social Media, een bewonersavond, gerichte bewonersbrieven, een emailgroep bestaande uit belanghebbenden en een geactualiseerde vraag- en antwoordlijst op de gemeentelijke website. Tevens heeft er ook persoonlijke communicatie plaatsgevonden bij melding van klachten of vragen. ➢ Tot nu toe zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd: luchtmetingen Brandweer (tijdens incident), analyse van de luchtkwaliteit (RIVM); onderzoek naar ontstaan ongewoon voorval (OTT) en bodemonderzoek van de bodem onder de tank (OZHZ), 3
➢ Er lopen nu nog 2 onderzoeken te weten: onderzoek naar de inhoud van de tank (Expertlab, via opdracht OZHZ; resultaat verwacht mei 2019) en het onderzoek naar traject vergunningverlening, toezicht en handhaving en ruimtelijke component (onafhankelijk bureau, in opdracht van gemeente Alblasserdam; resultaat verwacht mei 2019). ➢ Op grond van de ons nu bekende onderzoeken zijn er geen blijvende gevolgen voor de volksgezondheid en milieu. ➢ Op basis van de ervaringen tijdens en na het incident zijn diverse verbeteracties ingezet, deze worden in het document verder toegelicht. ➢ Daar waar het beter had gekund, heeft het geen wezenlijk verschil gehad op de uitkomsten van de incidentbestrijding en de effecten op de samenleving.
4
II Opdrachtformulering en afbakening opdracht Voor u liggen de antwoorden op de vragen over de communicatie en de vergunningverlening zoals geformuleerd in de Raadsinformatiebrief van 18 februari jl. over het incident stankoverlast in Alblasserdam op 9 februari jl., aangevuld met de vragen vanuit de raad d.d. 19 maart 2019. Dit document wordt geschreven in opdracht van het college van B&W. Afbakening ➢ De genomen beslissingen en acties dienen bezien te worden in de context va het moment waarop het incident zich manifesteerde: 9 februari 2019 en kunnen niet met de kennis van nu bezien worden. ➢ De multidisciplinaire en monodisciplinaire hulpverlenings- en crisisbeheersingsprocessen worden door de Veiligheidsregio geëvalueerd en worden alleen meegenomen in dit document indien relevant voor de vraagstelling. ➢ Dit document is geen integrale evaluatie van het incident, maar richt zich op voor de gemeente relevante deelvragen, waaronder vragen die zijn gesteld op diverse bijeenkomsten, zoals de bewonersavond en de raads- en commissiebijeenkomsten over dit incident. Het feitenrelaas is aangevuld tot 1 april 2019.
III Beantwoording deelvragen Hoe verliep de communicatie tijdens dit incident? ➢ Zijn inwoners juist en tijdig geïnformeerd? ➢ Op welk moment was er welk handelingsperspectief? ➢ Hoe is opvolging gegeven aan de meldingen en de aanvullende informatie? Hoe is hier vervolgend op gehandeld en gecommuniceerd? Waarom zijn bepaalde keuzes gemaakt? ➢ Waardoor is er onduidelijkheid ontstaan onder de inwoners tijdens de eerste uren van het incident? Ten aanzien van de communicatie zijn verschillende onderdelen te onderscheiden. Deze fases worden chronologisch besproken, waarbij in het bijzonder wordt ingegaan op de werking van NL Alert. Omdat de beantwoording van de deelvragen met elkaar samenhangt, wordt niet elke vraag apart beantwoord, maar wordt hieronder uitgebreid ingegaan op de verschillende fases. a. Communicatie bij constatering incident De politiemeldkamer (8844) meldt aan melders dat de stank van een langsvarend schip kwam. Deze melders hebben geen informatie terug gehad. Uit navraag bleek dat de afstemming tussen de 8844 meldkamer en de 112 meldkamer onvoldoende ingeregeld was. De meldkamer heeft dit inmiddels verbeterd. De opvolging van de meldingen is naar de beleving van de getroffenen niet altijd goed gegaan.
Sommige bellers die direct getroffen waren, voelden zich niet altijd serieus genomen in hun klachten en werden niet teruggebeld door de meldkamer DCMR/ OZHZ als dat wel was beloofd. In eerste instantie was het niet duidelijk wat de oorzaak van de stank was en is er onjuiste informatie telefonisch doorgegeven. Later werd de meldkamer DCMR/ OZHZ zo overspoeld door meldingen dat 5
lastig werd om iedereen meteen terug te bellen. Na het incident heeft de gemeente op diverse manieren de bewoners op de hoogte gehouden van de stand van zaken zoals bijvoorbeeld de resultaten van de onderzoeken, ook indien een onderzoek langer duurde dan beoogd. b. Communicatie vanaf start incidentbestrijding tot aan GRIP 2 (1e overleg ROT 09.15) De crisisorganisatie van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid is in samenwerking met die van de gemeente Alblasserdam om 07:46 uur gestart. Drie minuten later werd de eerste tweet verstuurd. Crisiscommunicatie is een belangrijk onderdeel van de crisisorganisatie waarbij de aansturing op deze communicatie vanuit de Veiligheidsregio komt. Kort samengevat: de Veiligheidsregio is onder gezag van de burgemeester verantwoordelijk voor de uitvoering van de communicatie. De taken die lokaal uitgevoerd moeten worden zoals bijvoorbeeld re tweeten en berichten plaatsen op de website van de gemeente worden gedaan door het Lokaal Steunpunt. Volgens protocol wordt er bij de meldkamer DCMR/ OZHZ pas na 3 geurklachten een wachtdienst medewerker opgeroepen. Omdat den Ouden zelf contact op heeft genomen met de meldkamer 112 is ook de brandweer gealarmeerd, er komt dan onder andere een Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS) ter plaatse die metingen gaat doen.
Ongeveer anderhalf uur na de eerste meldingen en 39 minuten na het starten met de crisisorganisatie is het eerste NL Alert gecommuniceerd. In het zelfde bericht werd verwezen naar de website ZHZ Veilig. c. Communicatie vanaf start GRIP 2 tot en met laatste NL Alert Om 08.19 werd opgeschaald naar GRIP 2. Op dat moment is het ROT nog niet actief omdat er sprake is van opkomsttijden van teams. Dat betekent dat de crisiscommunicatie onder regie van het COPI blijft plaatsvinden totdat het ROT de taken kan overnemen. Dit was vanaf circa 09.15 uur. Op dat moment blijven de woordvoerders van het COPI actief, maar wordt de regie overgenomen door de communicatieadviseur ROT en is er een team medewerkers actief die zich onder meer bezighoudt met media-analyse, actualiseren van website, afstemming met voorlichters van de gemeente en partners, etc. Het tweede NL Alert volgde om 10:06 uur waarin gezegd werd dat het gezondheidsrisico nihil was. Er werd geen uitleg gegeven waarom in het eerste NL Alert gesproken werd over giftige stof en in het tweede bericht er geen risico's waren voor de gezondheid. Dit schepte onduidelijkheid onder de inwoners. Daarnaast deed zich de situatie voor dat sommige inwoners de eerste NL Alert wel, en de tweede niet ontvingen (of andersom). Ook waren er inwoners die meerdere keren hetzelfde NL Alert ontvingen. En inwoners die geen NL alert hebben ontvangen.
Op de website van de VRZHZ was een live blog gestart waar mensen updates konden lezen. Deze berichtgeving was weer gekoppeld aan updates op twitter en facebook ZHZ Veilig. Om up to date te blijven moest de gebruiker wel blijven refreshen omdat het een live blog was. Dit was niet bij alle lezers duidelijk. Rond 10:45 uur kampte de VRZHZ met een probleem van technische aard waardoor er van 10:47 – 11:15 uur geen nieuwe informatie op de website bij is gekomen. Wel was de informatie tot 11:47 uur op een andere manier bereikbaar en beschikbaar omdat de pers telefonisch en live op de hoogte werd gehouden die deze informatie vervolgens op hun eigen kanalen publiceerde. De reacties op Social Media over de berichtgeving van het incident zijn geanalyseerd door de veiligheidsregio. Hieruit blijkt dat het eerste NL Alert vrijwel geen negatieve sentimenten opleverde. De inwoners vonden het daarentegen wel vervelend dat er na het eerste NL Alert voor hun gevoel te weinig informatie beschikbaar was. Ook werden direct betrokkenen door de meldkamer DCMR/ OZHZ niet direct teruggebeld of voor hun gevoel afgescheept met een niet afdoende antwoord. In het callcenter bij de Veiligheidsregio werden geen telefoonnummers en namen genoteerd. Dit is wel gebeurd in de opvanglocatie Landvast. 6
d. De inzet van NL Alert en afwegingen inzet andere middelen De eerst verzonden NL Alert tijdens het stankincident werd 08:25 verstuurd met de tekst: “Ongeval met giftige stof Alblasserdam. Ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten. Nadere info op www.zhzveilig.nl”. Vragen die achteraf opkomen zijn: - was dit de juiste tekst voor het NL Alert? Immers, de stof was toch niet giftig? - als de stof giftig was, waarom zijn de sirenes dan niet aangegaan? - waarom is het beeld van de giftige stof naderhand niet gecorrigeerd? - waarom kregen sommige mensen meerdere NL Alerts en anderen geen enkele? Context NL Alert Bij dit punt is het belangrijk de context van NL Alert te kennen. NL Alert is een landelijk systeem dat is ontwikkeld door en eigendom is van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en dat door Veiligheidsregio’s wordt gebruikt. Een NL-Alert wordt vanuit de meldkamer van de hulpdiensten verstuurd in een geselecteerd gebied in opdracht van de operationeel leider, of ingeval van spoedeisendheid de hoofdofficier van de brandweer of de leider COPI. NL-alert wordt ingezet bij incidenten die: • acuut handelen van publiek kan vergen; of • een fysieke bedreiging kan vormen; of • voor grote maatschappelijke onrust/ontwrichting kan zorgen.
NL Alert is gebaat bij snelheid (er is een situatie waarin onmiddellijke communicatie nodig is) en nauwkeurigheid (burgers moeten het juiste handelingsperspectief krijgen). Daarom is de berichtgeving van NL Alert in hoge mate gestandaardiseerd. Voor NL-alert is landelijk een standaard berichtenstructuur afgesproken. Volgens deze structuur worden de NL-alert berichten opgebouwd. Een NL-Alert bericht bevat standaard de volgende elementen: • Afzender [altijd NL-Alert, automatisch gegenereerd] • Datum en tijd [automatisch gegenereerd] • Risico [wat is er gebeurd] [wat is hiervan het gevaar] • Locatie [wat is de geografische (bron)locatie] [wat is het effectgebied] • Actie [wat moeten mensen doen/laten] • Facultatief: Informatie [waar vinden mensen meer informatie] Vanwege het spoedeisende belang – en dus om zo weinig mogelijk tijd te verliezen bij het informeren van burgers – zijn landelijk voor verschillende incidenttypen standaardberichten ontwikkeld. Er zijn zeven incidenttypen benoemd waarbij de verwachting is dat NL Alert wordt ingezet en waarvoor een standaardbericht is ontwikkeld. Dit zijn: Incidenttype (standaard handelingsperspectief): • (Grote) brand met Rook (blijf uit de rook. Sluit bij overlast ramen en deuren en zet ventilatie uit) • Brand met Rook / met explosies (Verlaat het gebied tot op ...m afstand.
Blijf op afstand van het gebied) • Ongeval met giftige stof (Ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten) • Overstromings-risico (Verlaat het gebied binnen ..x uur / dagen) • Drukte / rellen (Vermijd gebied) • Verontreiniging drinkwater (Drink tot nader order geen leidingwater) • Extreme weeromstandigheden (Blijf tot nader order binnen) Terugkijkend naar het eerste NL Alert bericht was er op dat moment sprake van een stof die in potentie giftig is waarbij de meldkamer veel meldingen kreeg van mensen die misselijk waren of andere fysieke reacties hadden. Op dat moment is ervoor gekozen het meest logische 7
standaardbericht met het bijbehorende handelingsperspectief te versturen in het gebied waarvan op dat moment bekend was dat de verspreiding van de stof plaatsvond of zou plaatsvinden. Dat was het derde bericht in de opsomming hierboven met de giftige stof. Wat in het vervolg van het incident niet goed is gegaan is in de crisiscommunicatie uitleggen dat deze giftige stof waarschijnlijk geen schadelijke gezondheidseffecten zou hebben en dat mensen nog steeds ramen en deuren moesten sluiten. Daardoor bleef het beeld van de giftige stof bestaan. Wat hierbij niet hielp was dat binnen VRZHZ de vernieuwing van informatie op de website haperde zodat aansluiting bij het externe mediabeeld niet plaatsvond. Vanwege de aard van de meldingen (stank en misselijkheid) is de inzet van sirenes – het WAS-stelsel Waarschuwings en Alarmerings Systeem) – niet overwogen. Het WAS-stelsel is ontworpen om mensen op straat te alarmeren en op te roepen naar binnen te gaan, ramen en deuren te sluiten en ventilatie uit te schakelen. Er zijn harde criteria voor de inzet van het WAS-stelsel: de verspreiding van de gevaarlijke stof moet dusdanig zijn dat er blijvende gezondheidsschade dreigt indien er een uur in de stof verbleven wordt (de zogenaamde AlarmeringsGrensWaarde dient overschreden te zijn).
Dat was bij deze stof niet aan de orde; wel was nodig om mensen te waarschuwen en een goed handelingspersectief mee te geven. Daarom is gekozen voor het middel NL Alert. Daar komt bij dat het bij NL Alert mogelijk is ontvangers het handelingsperspectief concreet in het bericht mee te geven terwijl het bij inzet van de WAS-palen nog maar de vraag is of iedereen het handelingsperspectief kent. In de praktijk zal bij inzet van de WAS-palen ook een NL Alert worden gestuurd met aanvullend het handelingsperspectief. Daarnaast zijn er de overige communicatiemiddelen (inzet social media, website, contacten met pers) om informatie aan de burger te geven. Zoals hierboven is geconstateerd, is in deze ondersteunende communicatie onvoldoende aandacht geweest voor het uitleggen wat de betekenis is van dat eerste NL Alert in combinatie met de kennis over de stof Petrolad die kort daarna gevalideerd beschikbaar was. Het ministerie was voornemens de WAS-palen in 2020 af te schaffen. Reden hiervoor is het toenemende aantal alternatieve alarmmethoden waarmee gericht handelingsperspectief gegeven kan worden. Recent is bekend geworden, mede door lobby uit de regio Zuid-Holland Zuid, dat het afschaffen van de WAS-palen een jaar is uitgesteld. In verschillende bijeenkomsten is gerefereerd aan de inzet van geluidswagens.
Uit onderzoeken blijkt dat de geluidssprekers op auto's alleen hoorbaar zijn voor mensen op straat in een klein gebied rond de auto en dat de informatie vaak niet goed verstaanbaar is. Het effect is dan tegenovergesteld aan het doel: mensen komen naar buiten om te luisteren in plaats van dat zij binnen blijven. Bovendien duurt het geruime tijd voordat mensen in een wijk of groter gebied zijn geïnformeerd. NL Alert heeft dan een veel hoger bereik en kan onmiddellijk een handelingsperspectief geven. Aanvullend op NL Alert heeft de politie nabij de incidentlocatie aangebeld bij huizen om inwoners extra te alarmeren. Dergelijke kleinschalige inzet in combinatie met NL Alert werkt het beste om inwoners te informeren. Niet iedereen in het gebied met stankoverlast heeft een NL Alert ontvangen. Sommige mensen in het gebied kregen juist meerdere NL Alerts en ook kregen sommige mensen buiten het gebied een of meer NL Alerts. Dit heeft tot verwarring geleid. Het NL Alert heeft een vrij hoog bereik (75%), maar de grenzen waar het ontvangen wordt en waar niet zijn vaag. Dat ligt o.a. aan zendmasten, mobiliteit van ontvangers en instellingen van telefoons. In de meldkamer wordt voor elk NL Alert afzonderlijk een gebied geselecteerd dat wordt doorgestuurd naar de Providers. Die bepalen dan vervolgens welke zendmasten ingezet worden.
Het bereik van deze zendmasten is niet 1 op 1 gelijk aan het getroffen gebied. Het kan daardoor voorkomen dat bij meerdere telefoons op een zelfde locatie de ene telefoon wel een NL-Alert ontvangt en een andere telefoon niet. Het gebied wordt altijd zodanig gekozen dat de betrokkenen in het centrum van het 8
effect in elk geval in het verzendgebied zijn. Een mobiele telefoon kiest zelf met welke zendmast het in verbinding staat en wijzigt dit automatisch. Hierdoor kan ongemerkt een telefoon de ene keer binnen bereik van een zendmast zijn die het NL Alert verzendt en de andere keer binnen bereik van een andere zendmast zijn. Het verzendgebied dat de VRU koos voor haar NL Alerts kende overlap met het gebied dat VRZHZ koos voor NL Alert. Inwoners op de grens van beide gebieden kregen van zowel VRZHZ als VRU de NL Alerts. Aangezien sommige telefoons een ‘snooze-functie’ kennen voor NL Alert berichten kon het voorkomen dat een NL Alert meerdere keren door deze telefoons werd getoond. Dit leverde het beeld op dat er telkens een nieuw NL Alert was verstuurd.
Geleerde lessen m.b.t. NL Alert VRZHZ Naar aanleiding van de gebeurtenissen in Alblasserdam heeft de VRZHZ voor dit punt een aantal verbeteracties opgesteld:
Er is een animatie ontwikkeld die uitlegt hoe NL Alert werkt en waarom sommige mensen wel, en anderen niet het bericht krijgen. Deze animatie wordt bij volgende inzetten van NL Alert gedeeld. Ook op de website van VRZHZ (https://www.zhzveilig.nl/algemeen/hoe-werkt-nlalert/) is aanvullende informatie geplaatst.
Er is een landelijke gebruikersraad NL Alert, waarin ook VRZHZ is vertegenwoordigd. Hierin worden alle inzetten van NL Alert besproken en geëvalueerd. Vanuit VRZHZ wordt hier ook meegepraat over de standaard-inzet en standaardberichten van NL Alert, zodat er deze effectiever kan worden ingezet bij toekomstige incidenten. Het incident in Alblasserdam en de inzet van NL Alert wordt door onze Veiligheidsregio ingebracht als casuïstiek.
Binnen het proces crisiscommunicatie is met nadruk gesproken over de gang van zaken in Alblasserdam en de constatering dat opvolgende communicatie beter had moeten aansluiten bij het eerste NL Alert. Vanuit vakbekwaamheid is een aantal activiteiten uitgezet die ervoor zorgen dat aanscherping t.a.v. het praktisch gebruik van middelen (website, inzet NL Alert etc.) en bewustwording over het communicatiebeeld plaatsvindt. De eerste extra vakbekwaamheidsactiviteiten hebben al plaatsgevonden. De incidentbestrijdingen die in de regio nadien hebben plaatsgevonden hebben hiervan al praktisch geprofiteerd.
e. Informatievoorziening tussen en door verschillende Veiligheidsregio’s Tijdens het stankincident vond informatievoorziening plaats door VRZHZ, maar ook door de VRU (Veiligheidsregio Utrecht). Uit het feitenrelaas blijkt dat al vrij kort na de eerste melding afstemming met de meldkamer VRU heeft plaatsgevonden. Dit is een standaardprocedure in de meldkamer: zodra het beeld ontstaat dat er effecten van een incident in een naburige regio zijn, leggen meldkamers contact met elkaar. Immers, vermoedelijk zullen burgers in de andere regio ook naar de meldkamer bellen en op dat moment kunnen alle meldkamers inwoners van adequate informatie voorzien. Aangezien hulpverlening aan burgers voorop staat, worden eerst de meldkamers geïnformeerd en is de volgende stap dat de betrokken burgemeester wordt geïnformeerd, zodat hij zijn verantwoordelijkheid kan nemen als opperbevelhebber tijdens de crisis. De afstemming tussen de meldkamers dient ook doorgevoerd te worden in afstemming tussen de woordvoerders van de burgemeester(s) en woordvoerder ROT/COPI m.b.t. boodschap en timing. Eenduidigheid is daarbij noodzakelijk ter voorkoming van ruis en onduidelijkheid. Deze afstemming kan verbeterd worden. Tijdens het incident was het gebied van de VRU het meest in het oog springende effectgebied van het incident naast de betrokken gemeentes in de 'pluim' in Zuid-Holland Zuid.
Vanwege de indringende effecten en het aantal stankklachten in het gebied van de VRU, is er voor gekozen om in de VRU eigen 9
informatie te verstrekken, waaronder een aantal NL Alerts. Zoals eerder beschreven bereikten een aantal van deze NL Alerts ook inwoners in deze regio die al eerder via VRZHZ NL Alerts hadden ontvangen. Verbeteren van de afstemming tussen Veiligheidsregio’s bij het verzenden van NL Alerts is één van de onderwerpen in de eerdergenoemde gebruikersraad van NL Alert. De VRZHZ was bronregio én effectregio, de VRU alleen effectregio. Dit maakte dat de focus van de VRU vooral was op communicatie over de effecten van het incident. VRZHZ communiceerde zowel over de directe incidentbestrijding als over de effecten van het incident. Doordat de focus van de VRU alleen op het effect was gericht, ontstond de situatie dat de VRU op een gegeven moment meer informatie over de stof en de oorzaak van het incident communiceerde dan de VRZHZ op dat moment had gedaan. Hierover had betere afstemming tussen de regio’s kunnen plaatsvinden. VRU heeft die afstemming gezocht maar omdat binnen VRZHZ op dat moment werd gewerkt aan oplossing van het probleem van actualisatie van informatie op de website, vond die afstemming niet plaats.
Geleerde lessen informatiedeling tussen verschillende regio’s VRZHZ Naar aanleiding van de gebeurtenissen in Alblasserdam heeft de VRZHZ voor dit punt een verbeteractie opgesteld: □
Bij regiogrensoverschrijdende incidenten zal meer oog moeten zijn voor informatiebehoefte van buurregio’s en wordt actiever de afstemming over communicatie-inspanningen door meerdere regio’s gezocht.
f. Informatievoorziening door en aan lokale pers Tijdens een groter incident is over het algemeen sprake van grote aandacht van de pers. Woordvoerders van gemeente en VRZHZ worden ingezet om de pers zo goed mogelijk van informatie te voorzien. Tijdens het incident in Alblasserdam vervulde Peter Stam van Alblasserdamsnieuws.nl een actieve rol. Via deze site was al vroeg in het incident adequate informatie beschikbaar over het verloop van het incident, het ontstaan van het incident en over de aanwezige stof. Door gebruik te maken van meerdere bronnen kon zo een goed beeld worden gegeven van het incident. Tijdens het incident leek via de lokale journalistiek meer informatie beschikbaar te zijn dan via de woordvoerders van de crisisorganisatie. Dit riep vragen op over de relatie tussen deze partijen. Bij woordvoering tijdens een incident is transparantie heel belangrijk: de woordvoerders vertellen wat zij weten en bevestigen wat zichtbaar is. Tegelijkertijd kan de officiële woordvoering alleen gevalideerde informatie delen. Ook is deze woordvoering actief in het reageren op het externe mediabeeld, bijvoorbeeld als via Social Media foutieve informatie wordt gedeeld of als blijkt dat maatschappelijke onrust ontstaat. Deze validatie van informatie kost soms wat meer tijd dan gewenst is en ook het monitoren van de omgeving en andere media vraagt tijd.
Een journalist bij de incidentlocatie heeft een vrijere rol en is in dit geval actief én effectief geweest in het ontsluiten van informatie. Zo had hij onder meer toegang tot kennis van verschillende functionarissen rondom de incidentlocatie en heeft deze gebundeld tot een omvattende beschrijving van het incident. Ondanks dat dit over het algemeen geen gevalideerde informatie betrof, bevatte de informatie nauwelijks onjuistheden en werd hierdoor een compleet en informatief beeld van het incident opgesteld. Vanuit de gemeente en de Veiligheidsregio wordt een actieve rol van de pers bij incidenten toegejuicht. Dit vanuit het perspectief dat lokale en regionale media een groot bereik hebben en belangrijk zijn om burgers te informeren en een handelingsperspectief mee te geven. Daarom wordt zo veel mogelijk openheid naar de pers betracht, waarbij in beginsel de lijn is dat (in verband met de 10
eerder genoemde validatie) de informatie via de woordvoerders ter beschikking wordt gesteld. De VRZHZ heeft bijvoorbeeld een convenant gesloten met de regionale rampenzender RTV Rijnmond waardoor de VRZHZ 24/7 toegang heeft tot de zender in noodsituaties en in overige situaties open communicatielijnen met de rampenzender heeft zodat daarlangs informatie kan worden gedeeld. In de praktijk betekent dit dat er actieve afstemming met de redactie van RTV Rijnmond plaatsvindt om informatie te delen. Dergelijke convenanten heeft de VRZHZ niet met de lokale media in de regio en dat is over het algemeen ook niet praktisch. Wel geldt de algemene lijn dat media ruimhartig van informatie worden voorzien, daarom zijn woordvoerders van de VRZHZ voor alle lokale en regionale media 24/7 bereikbaar. Hier wordt actief gebruik van gemaakt, ook bij kleinere incidenten in de regio. Naar aanleiding van dit incident en de gerezen vragen heeft een uitvoerig gesprek plaatsgevonden tussen VRZHZ en Peter Stam gecombineerd met een werkbezoek aan de crisisruimtes en toelichting op de werkwijzen van VRZHZ en de behoefte van lokale pers. g. Communicatie vanuit de gemeente tijdens het incident en in de nafase Tijdens de crisis is het lokaal Steunpunt Communicatie ingezet.
Dit steunpunt is verantwoordelijk voor uitvoering van lokale publieksvoorlichting, het communiceren met lokale partijen en maatschappelijke organisaties, het faciliteren van de burgemeester in zijn mediaoptreden en interne communicatie. Dit lokaal steunpunt werkt in opdracht van de sectie Crisiscommunicatie VRZHZ en staat in nauw contact met team Bevolkingszorg. De middelen die door het Lokaal Steunpunt en na afschaling door de gemeente zijn ingezet zijn:
Op 9 februari heeft de gemeente Alblasserdam melding van het incident gedaan op de website met het handelingsperspectief: sluit ramen en deuren en zet mechanische ventilatie uit. Ook stond er een verwijzing naar de VRZHZ voor meer informatie. Daarna regelmatig updates op de gemeentelijke website over de stand van zaken t/m 27 februari. De gemeente Alblasserdam heeft op 9 februari ook op Twitter en Facebook melding van het incident gedaan, advies gegeven wat inwoners moesten doen en waar zij nadere informatie konden vinden, namelijk via de VRZHZ.
Op 9 februari lokale media ingeschakeld voor verspreiding nieuws o.a. ook over opvanglocatie in Landvast.
De bedrijven zijn op 9 februari geïnformeerd door middel van een mail van de bedrijvencontactfunctionaris.
Op 15 februari is een persbericht verstuurd waarin staat dat de uit de tank ontsnapte stof geen blijvende gezondheidsschade oplevert en op 27 februari een persbericht dat analyse inhoud tankwagen later volgt. Als analyse inhoud tankwagen er is volgt weer een persbericht.
Alle berichten van de website ZHZ Veilig zijn geretweet en gedeeld op facebook.
De Raad is geïnformeerd door middel van een Raadsmemo (9 en 12 februari) en een Raadsinformatiebrief (18 februari).
Er zijn aan de betrokken bewoners twee bewonersbrieven uitgegaan: één op 9 februari en één op 15 februari.
Op 11 februari is een bewonersavond georganiseerd waarin antwoord op alle vragen werd gegeven. 11
Op 13 februari is zowel het verslag van de bewonersavond als een vraag- en antwoordlijst (= Q&A) op de website van de gemeente geplaatst.
Op 14 februari is de Q&A verder aangevuld en zijn nog openstaande vragen op social media beantwoord.
Op 15 februari is aan de betrokken bewoners een tweede bewonersbrief met de laatste stand van zaken verspreid.
Op 20 maart is een mail verzonden naar o.a. de direct omwonenden en de malinglijst met de laatste stand van zaken en de oproep te blijven melden als men iets ruikt.
Geleerde lessen m.b.t. communicatie vanuit gemeente □ Inzetten lokale pers is belangrijk om informatie te delen, incident te duiden of mensen ergens toe op te roepen; □ In team bevolkingszorg zit tijdens de vergaderingen ook de coördinator lokaal Steunpunt of een communicatieadviseur; □ Lokaal steunpunt heeft een coördinator nodig om alle taken belegd bij dit team te coördineren en overzicht te bewaken; □ Er moet contact zijn tussen woordvoerder burgemeester en VR ZHZ (Hoofd Actiecentrum) over de stand van zaken; □ Zorg gedurende incident voor gestructureerd overleg (telefonisch) tussen communicatieadviseur lokaal steunpunt en sectie CC om taken goed af te stemmen; □ Zorg dat in de nafase voldoende menskracht beschikbaar is; □ Maak duidelijke afspraken over overdracht aan gemeente bij afschaling sectie CC VR; □ Noteer namen en telefoonnummers van bellers Publiekstelefoon, zodat mensen teruggebeld kunnen worden c.q. op de hoogte gehouden kunnen worden.
Deelvragen m.b.t. Vergunningverlening h. Bestemmingsplan (wat mag er op die plek?) In het onafhankelijke onderzoek dat door adviesbureau Cauberg Huygen is uitgevoerd, wordt over de activiteiten van OTT in relatie met het bestemmingsplan het volgende geconcludeerd. OTT is sinds 1999 gevestigd aan Edisonweg 14 en 14a te Alblasserdam. De gronden van OTT zijn in het bestemmingsplan "Herstelplan Alblasserdam" volledig bestemd als "bedrijventerrein -1" en deels bestemd met de functieaanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.1" en deels met de functieaanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2". Het "Herstelplan Alblasserdam" is bij besluit van 21 maart 2015 door de gemeenteraad van Alblasserdam vastgesteld. De vergunde hoofdactiviteiten van OTT zijn ingeschaald in de milieucategorieën overeenkomstig de Staat van Bedrijfsactiviteiten uit bijlage 1 van de planregels. Hieruit blijkt dat alle hoofdactiviteiten vallen onder milieucategorie 3.2. Dit betekent dat de hoofdactiviteiten op een gedeelte van het terrein van OTT in beginsel niet zijn toegestaan (i.e. tanktransportbedrijf en uitvoeren van onderhoud en reparaties). Echter, er zijn twee argumenten aan te voeren op grond waarvan de vergunde activiteiten wel zijn toegestaan. Het eerste argument betreft het overgangsrecht gebruik.
In artikel 63.4 van bestemmingsplan ‘herstelplan Alblasserdam’ is aangegeven dat het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op 12
het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Hierop is in artikel 63.7 de uitzondering geformuleerd dat voormeld artikel niet van toepassing is op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Daarop zijn de bestemmingsplannen ‘Werkgebied’ van 25 september 2012 alsmede van 26 november 2013 geraadpleegd. Deze bestemmingsplannen bevatten allebei overgangsregels met een eensluidende strekking: strijdig gebruik is toegestaan, tenzij het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan Het tweede argument betreft het maatgevende milieuaspect, op grond waarvan de strijdige activiteiten zijn ingedeeld in milieucategorie 3.2. De hoofdactiviteiten tanktransportbedrijf en uitvoeren van onderhoud en reparaties aan transportmiddelen (eigen wagenpark en transporteenheden van derden), containers en installaties in een werkplaats/werkplaats zijn vanwege het milieuaspect geluid ingedeeld in milieucategorie 3.2. Voor alle overige milieuaspecten zijn de activiteiten ingedeeld in een lagere milieucategorie.
In de overwegingen van de vigerende omgevingsvergunning is beschreven dat de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus vergunbaar zijn. Gelet hierop zou geconcludeerd kunnen worden dat ondanks de hogere milieucategorie de hoofdactiviteiten van OTT wel toelaatbaar zijn. Volledigheidshalve moet worden vermeld dat de calamiteit met de tankwagen plaatsvond op het gedeelte van het bedrijfsterrein van OTT dat aangemerkt is als milieucategorie 3.2, waarvan het gebruik in overeenstemming is met de regels van het bestemmingsplan. i. Datum afgifte vergunning Op 8 maart 2013 is door OTT de aanvraag voor revisie van de omgevingsvergunning ingediend. Het ontwerp van de aanvraag heeft van 27 december tot en met 7 februari 2014 ter inzage gelegen. Door BMD Advies zijn namens OTT op 31 januari zienswijzen ingediend. Op 14 maart 2014 is het besluit genomen vergunning te verlenen. Er zijn geen andere zienswijzen ingediend. De vergunning van 14 maart 2014 is momenteel (en was dat ook op 9 februari jl.) van kracht. j. Reikwijdte De omgevingsvergunning is aangevraagd (en verleend)voor de volgende hoofdactiviteiten: • Tanktransportbedrijf inclusief: - het parkeren van bedrijfswagens en vrachtwagens (ongevaarlijke en gevaarlijke lading) op het buitenterrein.
De vrachtwagens met gevaarlijke (ADR) lading kunnen zowel leeg ongereinigd, als vol zijn; - het aftanken van bedrijfswagens (motorbrandstof en Adblue); - op-/overslag handelsgoederen; - het (tijdelijk) stallen van containers (ongevaarlijke en gevaarlijke lading) op het buitenterrein. De containers met gevaarlijke (ADR) lading kunnen zowel leeg ongereinigd, als vol zijn; - klaar maken containers; - aan-/afkoppelen trekkers en opleggers (ongevaarlijke en gevaarlijke lading) op het buitenterrein. Trekkers / opleggers met gevaarlijke (ADR) lading kunnen zowel leeg ongereinigd, als vol zijn; • Tank- en containerreiniging inclusief: - het inwendig en uitwendig reinigen van tankwagens en vrachtwagens (ADR/niet-ADR) inclusief het verwijderen van restlading; - het inwendig en uitwendig reinigen van containers; 13
•
- het inwendig en uitwendig reinigen van emballage (IBC's en vaten); - het zuiveren van het vrijkomende afvalwater; - afvoer van warme lucht afkomstig van de reinigingsbanen door ramen in het dak. Uitvoeren van onderhoud en reparaties aan transportmiddelen (eigen wagenpark en transporteenheden van derden), containers en installaties in een werkplaats/werkplaats.
Ten behoeve van bovengenoemde hoofdactiviteiten voert het bedrijf een aantal ondersteunende (neven)activiteiten uit: • kantoorwerkzaamheden; • opslag van dieselolie en AdBlue in bovengrondse tanks; • afleveren van motorbrandstoffen aan eigen voertuigen op een tankplaats; • opslag van gevaarlijke stoffen en gasflessen (< 10 ton per opslagvoorziening); • opslag van niet gevaarlijke stoffen; • laden en lossen van vaste stoffen en vloeistoffen; • overpompen/afpompen van vloeistoffen; • opwarmen en opstomen van viskeuze producten m.b.v. een stoomketel; • smelten van producten; • homogeniseren/opwerken van producten; • mengen van producten; • afvullen van emballage. k. Condities, randvoorwaarden, beperkingen Uit de omgevingsvergunning blijkt dat besloten is om voorschriften aan de vergunning te verbinden. De voorschriften zijn opgenomen in de activiteitgebonden bijlagen B en C van de vergunning. Ten aanzien van het opwarmen van vervoerseenheden zijn de volgende voorschriften in de vergunning opgenomen: 3.3 Opwarmen van vervoerseenheden 3.3.1 Het opwarmen van vervoerseenheden door middel van stoom, warm water of elektriciteit mag alleen plaatsvinden op de daarvoor bestemde opstoom/verwarmplaats (zie nr. 19 op de bij de aanvraag gevoegde situatieschets van de inrichting) en in de werkplaats zoals beschreven in bijlage 1 van de aanvraag.
3.3.2 Binnen de inrichting mogen alleen transporteenheden met ongevaarlijke lading of ADR-klasse 8 en 9 (zonder bijkomend gevaar) worden opgewarmd. 3.3.3 De vervoerseenheden welke elektrisch opgewarmd worden dienen voorzien te zijn van een eigen specifieke aansluiting en temperatuurbeveiliging. 3.3.4 De inhoud van vervoerseenheid mag tot maximaal 20 °C onder het vlampunt worden verwarmd. Hierbij dient ook te worden vastgesteld of de eigenschappen van de stoffen niet zodanig veranderen dat er in feite sprake is van een gevaarlijke stof die niet is toegestaan volgens voorschrift 3.3.2. 3.3.5 Binnen de inrichting dienen veiligheidsprocedures aanwezig te zijn die borgen dat de opwarm/stoominstallatie op een veilige manier wordt gebruikt en dat daarnaast aan de voorschriften uit deze paragraaf wordt voldaan. 14
3.3.6 Tijdens het verwarmen en de werkzaamheden die daarvoor nodig zijn, dient ten minste een medewerker aanwezig te zijn die bekend is met de benodigde veiligheidsprocedures. In afwijking hiervan kan vergunninghouder een andere werkwijze (incl. bijbehorende veiligheidsprocedures) toepassen indien hiervoor op basis van een gemotiveerd verzoek goedkeuring is verleend door bevoegd gezag. l. Toezicht, controles op vergunning In het onafhankelijke onderzoek dat door adviesbureau Cauberg Huygen is uitgevoerd wordt over het uitgevoerde toezicht en controles op de vergunning het volgende geconcludeerd. Het dossieronderzoek (dat is uitgevoerd door Cauberg Huygen en de periode van 1997 tot en met heden beslaat) laat zien dat OZHZ (voorheen MZHZ) als toezichthouder niet te kort is geschoten. m. Beschrijving werkzaamheden (verwarmen) Onder het kopje Condities, randvoorwaarden, beperkingen zijn de voorschriften uit de vergunning opgenomen waaraan moet worden voldoen bij het opwarmen van vervoerseenheden. Bij de aanvraag van de vergunning heeft OTT de werkzaamheden van opwarmen en opstomen viskeuze producten als volgt omschreven: 2.6.4 Opwarmen en opstomen viskeuze producten Om viskeuze vloeistoffen vloeibaar te maken, worden deze verwarmd met behulp van stoom, warmwater (elektrische boiler) en elektriciteit. Dit gebeurt op het buitenterrein.
Tijdens het proces worden geen stoffen toegevoegd, komen geen reststoffen vrij en vinden er geen emissies plaats. Bij het opstomen van de viskeuze vloeistoffen wordt gebruik gemaakt van de reeds aanwezige stoomketel of een mobiele unit voor warmwater (elektrische gevoed). Op het achterterrein is een opstoom/verwarmplaats ingericht. Hier staan de tanks met viskeuze producten, die verwarmd worden. In de werkplaats is ook een voorziening aanwezig, om met warmwater (mobiele boiler, elektrisch gevoed), viskeuze producten in tanks te verwarmen. n. Toelaatbaarheid werkzaamheden Het opwarmen van vervoerseenheden is een vergunde activiteit. o. Kanttekening In de aanvraag van 2013 is expliciet aangegeven dat OTT verzoekt vergunning te verlenen voor tank – en container reiniging onder andere inclusief: • Inwendig en uitwendig reinigen van tankwagens en vrachtwagens (ADR/niet-ADR) inclusief het verwijderen van de restlading. • Opwarmen en opstomen van viskeuze productie met behulp van een stoomketel. Cruciaal onderdeel van de aanvraag is het Acceptatie- en Verwerkingsbeleid (AV-beleid) en de Administratieve Organisatie en Intern Controle (AO/IC). In de overwegingen van de vigerende beschikking wordt onder de kop: inhoudelijke beoordeling van de aanvraag, ingegaan op dit beleid.
OZHZ stelt dat de wijze van acceptatie en verwerking moet worden beschreven in duidelijke procedures gerelateerd aan de administratieve organisatie en interne controle. De Omgevingsdienst constateert dat ‘de kwaliteits- en beoordelingssystemen niet inzichtelijk zijn in de aanvraag en nadere inzichtelijkheid/toelichting behoeven’.
15
In de vergunning is hiertoe voorschrift 2.2.1 opgenomen. In voorschrift 2.2.1 is voorgeschreven dat in het stuk onder andere een beschrijving van de veiligheidsvoorzieningen en/of -procedures ter voorkoming van oververhitting van de op te warmen vervoerseenheden moet bevatten alsmede een procedure ten aanzien van het accepteren van op te warmen tanks alsmede het opwarmen van restladingen door middel van elektriciteit, stoom of warm water. In de vergunning wordt OTT verplicht binnen 3 maanden na het van kracht worden van de vergunning het AV-AO/IC aan te vullen en ter goedkeuring voorleggen aan bevoegd gezag. In de overwegingen van de beschikking (onder: inhoudelijke beoordeling van de aanvraag) is vervolgens gesteld dat het acceptatie en verwerkingsbeleid wel voldoende is beschreven om de vergunning te kunnen verlenen. In het verslag van toezicht en (her)controle dat plaatsgevonden heeft tussen november 2017 en voorjaar 2018 is melding gemaakt van het feit dat het AO/IC-beleid is getoond en in orde is bevonden. Formeel had van deze bevinding een goedkeuringsbesluit moeten worden opgesteld. Dit is niet gebeurd. Op het moment dat het onderzoek van Cauberg Huygen definitief is afgerond worden OZHZ en OTT gevraagd een reactie te geven op de feiten die in het onderzoek zijn geconstateerd. Geleerde lessen OZHZ n.a.v.
bestrijding incident □ Communicatie termijnen; tijdens en na het incident zijn er concrete toezeggingen gedaan over termijnen om uitslagen van onderzoeken te leveren. Dit op basis van advies van de laboratoria. Achteraf gezien zijn deze termijnen echter niet haalbaar vanwege de complexiteit van het gevraagde onderzoek. In het vervolg meer aandacht aan haalbaarheid van termijnen en dan pas communicatie hierover. □ Riool; meer aandacht voor het riool aan het begin van een incident in het COPI. Dit kan voorkomen dat stoffen zich onnodig verspreiden in het riool. □ Controle opvolging afspraken gemaakt in het COPI; in het COPI waren afspraken gemaakt over het leegzuigen van het riool. Deze afspraken zijn op locatie bij het incident niet uitgevoerd zoals in het COPI besproken. □ Aanschaf infrarood thermometer voor wachtdienst; achteraf is de nodige discussie over de temperatuur van het product in de tank ontstaan. Door de aanschaf van een infrarood thermometer kunnen we nauwkeurige temperatuurmetingen uit (laten) voeren. □ Informeren; bij incidenten met grote gevolgen ook de gedeputeerde milieu actief informeren.
IV Volksgezondheid en Milieu Mede vanwege de inhoud van het eerste NL-Alert bericht is het beeld ontstaan van een giftige stof. Al vrij snel werd tijdens de bestrijding van het incident duidelijk dat er weliswaar gezondheidsklachten konden ontstaan (hoofdpijn, misselijkheid), maar dat dit geen blijvende gezondheidsrisico's meebracht. Met het verminderen van de stank, ebden ook de klachten weg. Op de bewonersavond op 11 februari is dit beeld bevestigd door de medisch milieukundige van de GGD en ook het onderzoek van het RIVM bevestigde deze informatie. De stank bleek echter hardnekkiger dan gedacht:
Geurhinder bewoners woningen Edisonweg, woning Oranjestraat (maatregelen) De geurhinder die is ervaren in de woningen aan de Oranjestraat en Edisonweg is door luchten en spoelen zo veel mogelijk weggenomen. Daarnaast zijn er op enkele plekken openriooldeksels geplaatst om met een constant luchtstroom de nog aanwezige geurstof te laten vervluchten. 16
Problematiek geur in rioolstelsel De problematiek van de geur in het rioolstelsel ligt voornamelijk door het gesloten systeem van ons gemeentelijk stelsel. De geurstoffen konden hierdoor langere tijd aanwezig blijven in ons stelsel en manifesteerde zich met name bij regenval, die de stof weer in beweging bracht.
Schoonmaak plaats incident, rioolnet Een schoonmaak is gezien het om een gas gaat niet goed te realiseren. Het meer en constant luchten gedurende langere perioden is de enige manier het resteerde gas uit het rioolstelsel definitief te verwijderen.
Blijvende effecten/ aanwezigheid Op grond van de ons nu bekende onderzoeken zijn er geen blijvende gevolgen voor de volksgezondheid en milieu. Naast metingen zijn er door de brandweer in de buurt van de tankwagen ook luchtmonsters genomen. Dat heeft geleid tot meerdere resultaten die hieronder staan weergegeven.
Resultaten rapportage RIVM Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft de luchtmonsters die de brandweer tijdens het stankincident heeft genomen, geanalyseerd. Dit onderzoek bevestigt dat bij het incident Thiolen (ook wel Mercaptanen geheten) zijn vrijgekomen in concentraties die voor de blootgestelde bevolking geen blijvende gezondheidsschade opleveren. De inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) heeft ook monsters van de lading genomen. ILT heeft aangegeven dat zij geen behoefte heeft om een analyse uit te laten voeren, omdat voor ILT voldoende vaststaat wat het oorspronkelijke product is geweest. De monsters die ILT heeft genomen zijn beschikbaar gesteld aan de OZHZ. OZHZ laat deze monsters door een gespecialiseerd bureau analyseren. De resultaten van dit onderzoek zijn nog niet bekend. Resultaten metingen brandweer Bij de metingen zijn in de directe nabijheid van de bron in 9 gevallen licht verhoogde meetwaarden vastgesteld. Het betrof hierbij met name de nitreuze gassen, zwavelwaterstof en in een geval ook zwaveldioxide. De brandweer hanteert de zogenaamde alarmeringsgrenswaarde (AGW). Concentraties onder de AGW leveren geen gezondheidsschade op, maar kunnen wel leiden tot serieuze stankklachten. Alle meetwaarden zijn gelet op de blootstellingsduur onder de AGW gebleven.
Het rapport van het RIVM en de resultaten van de metingen van de brandweer zijn op de website van de gemeente te vinden. Resultaten onafhankelijk laboratorium Tijdens het stankincident heeft de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) monsters van de lading genomen. Deze worden door een gespecialiseerd bureau in opdracht van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid geanalyseerd. Deze analyse is van belang om vast te kunnen stellen wat er in de tank zat. Analyseren hiervan neemt meer tijd in beslag dan kort na het incident werd voorzien. Het is nog niet duidelijk binnen welke termijn het laboratorium het monster wel geanalyseerd kan hebben. De gemeente maakt de definitieve resultaten van het onderzoek bekend zodra de gemeente erover beschikt. Geleerde lessen m.b.t. volksgezondheid en milieu □
Het is belangrijk de juiste verwachting te wekken m.b.t. beschikbaar komen van onderzoeksresultaten en analyses. In dit geval is te gemakkelijk de verwachting gewekt dat resultaten binnen relatief korte termijn van drie weken beschikbaar zouden zijn. Les is de 17
verwachtingen op dit punt realistischer te stellen en een nadrukkelijke disclaimer te communiceren.
V Overige kwesties De kwesties 'Inzet NL Alert i.p.v. waarschuwing via luchtalarm WAS-palen'; 'giftige stof of niet'; 'Informatieverschillen tussen onze regio en andere regio's' en 'Waarom eerst omliggende regio's geïnformeerd en daarna pas de burgemeester?' zijn beantwoord in hoofdstuk III. De overige kwesties betreffen:
Blijvende effecten/aanwezigheid van de geurstof Er zijn enkele vragen gesteld die te maken hebben met de daadwerkelijke incidentbestrijding op de locatie. Belangrijk hierbij is de duiding dat al vrij snel duidelijk was dat sprake was van een stof met ernstige stankoverlast maar zonder blijvende gezondheidsschade na blootstelling. De vraag hoe deze duiding in crisiscommunicatie aan de orde kwam is eerder in dit document behandeld.
Een aantal vragen heeft betrekking op ‘wat-als’ scenario’s, zoals ‘wat als sprake was geweest van een stof die wél tot gezondheidsschade leidt’. In eerdere bijeenkomsten is aangegeven dat deze wat-als scenario’s niet passen bij dit verloop van het incident. Aangezien al vrij snel bekend was welke stof aanwezig was, bepaalde dit de inzet van de crisisorganisatie en de alarmering van inwoners. In andere scenario’s zou anders gehandeld zijn.
Effecten van het incident bij windstilte Gevraagd is wat het effect was geweest bij windstilte bij het incident. Het lijkt redelijk te veronderstellen dat er op dat moment sprake was geweest van een hogere concentratie van de stank bij OTT die tegelijkertijd eenvoudiger te isoleren was geweest, bijvoorbeeld door afdekking en isolatie van de tank tijdens het leegpompen. Dan was in elk geval sprake geweest van minder stankoverlast.
Effect van het waterscherm Om verdere drukopbouw en temperatuurverhoging te voorkomen is er met het opbrengen van veel water op de tankwagen ingezet. Hierbij is het product wat uit de tankwagen is gekomen vermengd met dit ‘koelwater’. Daarnaast is er een schermstraal (waterscherm) op een aantal meters van de tankwagen opgesteld omdat er een verhoogde concentratie van H2S werd gemeten in het direct benedenwindse gebied. Bij metingen voor het waterscherm en achter het waterscherm kwam naar voren dat de concentratie achter het scherm lager waren dan voor het scherm. Het waterscherm had geen effect op de vermindering van de stankoverlast. Het effect van de waterschermen was tweeledig: - koelen tankwagen om drukopbouw en verdere chemische ontwikkeling te voorkomen. - Verlaging concentratie H2S in benedenwinds gebied. - Het nadelig effect was dat het product dat het stankeffect veroorzaakte (wat uit de tankwagen kwam) in aanraking kwam met het water wat op de tankwagen werd opgebracht.
Afzetten straten Bij de bestrijding van het incident zijn enkele straten afgezet. De keuze voor dit gebied wordt bepaald door de bewegingsruimte die de crisisorganisatie nodig heeft. Afhankelijk van de
18
gevaren rondom het incidentgebied kan een groter gebied worden afgezet. Gelet op de aard van de stof en de effecten was afzetting van een groter gebied in dit geval niet nodig.
Afvoer van container naar Moerdijk Het vervoer van de tankwagen is besproken in het COPI met onder andere ILT en OZHZ. Daar was het beeld dat vervoer naar een afvalverwerker gewenst was. Voor dergelijk vervoer moet ILT expliciet toestemming geven, in zoverre waren zij de opdrachtgever van deze verplaatsing. In aanloop daarnaar waren er contacten met het bedrijf en de verzekering rond de vraag wie kon/wilde de substantie verwerken. De basis was de keuze om de bron van het stankincident te verwijderen en de vloeistof te vernietigen want door het opwarmen was de vloeistof niet meer bruikbaar. De beste oplossing was daarom om de tank naar de verwerker te brengen. Het daadwerkelijke vervoer vond plaats na afschaling van het incident.
Betekenis van dit soort bedrijven nabij woonwijken Naast werkgelegenheid en naamsbekendheid voor een gemeente of regio kunnen bedrijven ook risico's met zich meebrengen. De milieuwetgeving en regels rond veiligheid, denk bijvoorbeeld aan brandveiligheid, zien er op toe dat de risico's in beeld zijn en zo nodig beheersbaar worden gemaakt. Hierdoor kunnen functies als wonen en bedrijven op relatief korte afstand van elkaar functioneren. Het bevoegd gezag zal, samen met de omgeving, er op toe moeten zien dat de afgesproken spelregels ook worden nageleefd.
Nederland kent een stelsel van milieu- en veiligheidsregels waardoor ogenschijnlijk elkaar bijtende functies als wonen en bedrijven toch naast elkaar kunnen functioneren. Vinkenwaard-Noord is zo'n gebied waar dit al decennia gebeurt en waar bewoners en bedrijven gewend zijn aan deze situatie. Net als overigens op andere plekken in Nederland, Alblasserdam is hierin niet uniek.
Wat heeft OTT gedaan om incident te beperken? Na het incident is OTT, op basis van artikel 17.2 van de Wet milieubeheer, verplicht om een voorval rapportage op te stellen. In deze rapportage heeft OTT aangegeven hoe het voorval op 9 februari 2019 heeft kunnen ontstaan. OTT heeft tot op heden in alle fases van de incidentbestrijding en de Nafase actief medewerking verleend, betrokkenheid getoond bij hen die overlast ervaren en afstemming gezocht over stappen richting herstel van vertrouwen in de samenleving. Ook heeft OTT geïnvesteerd in contacten met direct aanliggende bedrijven en aanwonenden. Daarnaast heeft OTT maatregelen in het proces voorgesteld om een dergelijk voorval in de toekomst te voorkomen.
Hoe verliepen de contacten met OTT? OZHZ heeft als bevoegd gezag (namens de gemeente) de contacten op het gebied van toezicht en handhaving onderhouden. Als gevolg van het incident heeft OTT een verplichte voorvalrapportage op moeten stellen. Deze is ter toetsing aangeboden aan OZHZ. Nadat OZHZ heeft aangegeven dat zij instemmen met de voorgestelde maatregelen, moet OTT deze maatregelen doorvoeren in haar bedrijfsvoering. OZHZ houdt hier toezicht op. Inmiddels heeft OTT een verzoek gedaan voor het opwarmen van niet-ADR stoffen. OZHZ heeft hier -onder nadere gemeentelijke voorwaarden- namens de gemeente mee ingestemd.
De communicatie naar de sportverenigingen Op zaterdag 9 februari heeft burgemeester Paans desgevraagd contact gehad met de voorzitters van Voetbalvereniging Alblasserdam en vv De Alblas om hen te informeren over het incident met de tankwagen bij transportbedrijf Den Ouden en de risico-inschatting voor sportwedstrijden in de buitenlucht in het effectgebied. Tijdens de nafase heeft wethouder Kraijo met alle verenigingen op sportpark Souburgh contact gehad. 19
Waarom wordt niet meteen duidelijkheid verschaft over de aard van de stof aan de professionals in het gebied (ook journalisten doen risicovol werk, willen duidelijkheid voor eigen gezondheid) In principe verschaffen we die duidelijkheid. Bij dit incident is dat te laat gecommuniceerd. Als snel was duidelijk dat het product niet giftig was en dat had meteen gecommuniceerd moeten worden. Bij incidentbestrijding staat veiligheid eigen personeel en anderen die aanwezig zijn in het incidentgebied voorop. Dit bepaalt de keuzes die ten aanzien van de incidentbestrijding worden gemaakt zoals toegang tot het gebied. Journalisten, hulpverleners en overige personen hebben geen groter risico gelopen dan bij een regulier incident waarbij zij ter plaatse gaan.
20
VI Bijlagen 1. Beschrijving incident ..……………………………………………………………………………………………22 2. Feitenrelaas Incident Stankoverlast Alblasserdam …………………………………………………26 3. Beschrijving verantwoordelijkheidsverdeling van betrokken partijen……..……………..41 4. Overzicht Onderzoeken……………………………………………………………………………..…………..44 5. Evaluatie door de VRZHZ……………………………………………………………………………..………...45
21