Zienswijzennota geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
Zienswijzennota Bestemmingsplan ‘Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein ’t Broek 2022’
Inhoud PROCEDURE ......................................................................................................................................................................... 3 ZIENSWIJZEN ....................................................................................................................................................................... 4
1. 2. 3. 4.
Waterschap Rijn en IJssel. ....................................................................................................... 4 Gedeputeerde Staten van Gelderland ...................................................................................... 4 De heer en mevrouw XXXXX.................................................................................................... 5 Stichting Natuur en Milieu Aalten .............................................................................................. 5
VOOROVERLEGREACTIES .............................................................................................................................................. 11 ER ZIJN GEEN VOOROVERLEGREACTIES INGEDIEND. ...................................................................................... 11 AMBTSHALVE WIJZIGINGEN ......................................................................................................................................... 11
Zienswijzennota bestemmingsplan Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein ’t Broek 2022 van 11
Pagina 2
Procedure Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein ’t Broek’ heeft met ingang van maandag 29 november 2021 gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegen in het gemeentekantoor, locatie Hofstraat 8 in Aalten. Iedereen heeft in deze periode het plan ook kunnen raadplegen via de website www.aalten.nl, resp. www.ruimtelijkeplannen.nl. Op de website is ook vermeld op welke wijze de planbestanden konden worden verkregen. Zienswijzen Tijdens deze termijn van tervisielegging is gelegenheid geboden om mondeling of schriftelijk zienswijzen over het plan in te dienen bij de gemeenteraad. Er zijn geen mondelinge zienswijzen ingediend. Op grond van de Algemene termijnenwet wordt een wettelijke termijn, die op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, tot en met de eerstvolgende dag verlengd. Dit betekent dat zienswijzen tot en met maandag 10 januari 2022 kunnen worden ingediend. Er zijn vier zienswijzen ingediend. Formele beoordeling De formele ontvankelijkheid van een zienswijze wordt bepaald door artikel 3.8 Wro en artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:9 Awb luidt: 1. Een bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen; 2.
Bij verzending per post is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend en daarom ontvankelijk. Inhoudelijke beoordeling In deze Zienswijzennota zijn de ingekomen zienswijzen beknopt samengevat. Voor een volledig beeld wordt verwezen naar de ingebrachte zienswijzen. De zienswijzen zijn door het college van Burgemeester en wethouders beoordeeld. Ambtshalve wijzigingen Naast de uit de zienswijzenbeoordeling voortvloeiende wijzigingen wordt een aantal ambtshalve wijzigingen voorgesteld. In het kader van de uitvoering van de Wet natuurbescherming is voor het plangebied een zgn. activiteitenplan opgesteld. Dit plan richt zich op de bescherming van de in het gebied voorkomende dieren vlindersoorten. Een deel van het gebied is als een essentiële leefomgeving van de huismus aangemerkt. In verband daarmee moet ten noorden van het bedrijfsterrein van ISG Lettink tenminste de helft van de groensingel worden behouden. In die strook dient de leefomgeving voor de huismus te worden verbeterd, zoals in de rapportage is omschreven. ISG Lettink is hiermee akkoord. De bewuste strook wordt als ‘Groen’ bestemd en de wijze van inrichting/beheer wordt als kwalitatieve voorwaarde opgenomen in de planregels.
Zienswijzennota bestemmingsplan Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein ’t Broek 2022 van 11
Pagina 3
Zienswijzen
1. Waterschap Rijn en IJssel. Ingekomen op 23 december 2021 Inhoud van de zienswijze Er vindt een toename van verhard oppervlak plaats en daarvoor dient watercompensatie/retentie te worden geregeld in het plan. Het waterschap heeft daarvoor eisen. Beoordeling zienswijze door college van B&W In het bestemmingsplan zijn de eisen van het waterschap opgenomen, zoals die bij de gemeente bekend waren op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan. Een en ander is verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan en opgenomen in de planregels (artikel 3.3.7). Op de verbeelding is een perceel aangeduid waarop de retentievoorziening kan worden gerealiseerd. Er heeft nader overleg met het waterschap en bij nader inzien kan ingestemd worden met deze planregels. Aan de hand van deze regels kan de aard en omvang van de retentievoorzieningen verder worden uitgewerkt. Dit is een kwestie van uitvoering en behoeft niet op voorhand tot in detail te worden uitgewerkt in het bestemmingsplan. Voor het waterschap is een en ander aanleiding geweest om de zienswijze bij brief van 6 januari 2022 in te trekken. Besluit: Deze zienswijze leidt niet tot aan aanpassing van de planregeling.
2. Gedeputeerde Staten van Gelderland Ingekomen op 29 december 2021 Inhoud van de zienswijze a. Het college van Gedeputeerde Staten spreekt zich in positieve zin uit over het ontwerp van dit plan, omdat het past binnen de kaders van het RPW van de Achterhoek. Er is verder sprake van een goede landschappelijke inpassing en het plan heeft voldoende aandacht voor duurzaamheid en biodiversiteit. b. Het college wil verder komen tot een procesafspraak omtrent de huisvesting van arbeidsmigranten voor zgn. XXL bedrijven. De provincie ziet Kaemingk als een XXL bedrijf.
Beoordeling zienswijze door college van B&W a. De provinciale positieve beoordeling wordt gewaardeerd! b. Omtrent dit vraagstuk willen wij desgevraagd overleg voeren met provinciaal bestuur. Dit aspect heeft op zich geen consequenties voor dit ruimtelijk plan. In dit geval wordt verder opgemerkt dat de nieuwbouw verdergaande mogelijkheden geeft tot mechanisering/automatisering, waardoor in totaliteit voor het bedrijf Kaemingk op het Aaltense bedrijventerrein geen wezenlijke toename van het aantal werknemers/arbeidsmigranten wordt verwacht. De in het bedrijf werkzame arbeidsmigranten voorzien overigens zelf in passende
Zienswijzennota bestemmingsplan Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein ’t Broek 2022 van 11
Pagina 4
huisvesting. Uit nader overleg met provincie Gelderland ten aanzien van de voorgestelde procesafspraak wordt aangegeven dat het vraagstuk bij provincie Gelderland breder leeft dan voor gemeente Aalten, specifiek het bedrijf Kaemingk, en liefst op regionale schaal. Daarbij kan deze case als aanleiding worden gezien om in te zoomen op de rol die een bedrijf zelf kan spelen en hoe de Duitse partners hierin staan. De provincie wil uiteindelijk ook toe naar een regionale aanpak huisvesting arbeidsmigranten. Wij hebben de thematiek inmiddels bij de Thematafel Wonen en Vastgoed aanhangig gemaakt. Kaemingk is bereid mede het gesprek aan te gaan. Tenslotte is het maar de vraag of de kwalificatie van het bedrijf Kaemingk als XXL-bedrijf wel terecht is. Dit bedrijf is immers een groothandel en de kavelgrootte voldoet in dit geval niet aan de maatvoering, zoals de provincie die hanteert. De bebouwde oppervlakte voor deze locatie aan de Vierde Broekdijk 51 te Aalten is ca. 2,4 ha en de kavelgrootte is minder dan 4 ha. Besluit: Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de planregeling.
3. De heer en mevrouw XXXX en de heer en mevrouw XXX. Ingekomen op 6 januari 2022 Inhoud van de zienswijze Er is een pro-forma zienswijze ingediend. Beoordeling zienswijze door college van B&W Met betrokkenen heeft in de afgelopen periode intensief overleg plaats gevonden. De afspraken zijn over en weer vastgelegd in een overeenkomst. Hiermede is voldoende tegemoetgekomen aan de zienswijze. Een verdere behandeling van de zienswijze is niet nodig. Besluit: Deze zienswijze leidt niet tot aan aanpassing van de planregeling.
4. Stichting Natuur en Milieu Aalten Ingekomen op 6 januari 2022 (en toegelicht tijdens een gesprek met de portefeuillehouder ruimtelijke ordening op 7 februari 2022). In het kader van de participatie heeft Kaemingk ook gesproken met vertegenwoordigers van Stichting Natuur en Milieu Aalten. De intentie is en blijft in dit geval om tot een vergelijk te komen met de SNMA. Deze grondhouding blijkt ook uit de beoordeling van de zienswijze. Inhoud van de zienswijze t.a.v. het ontwerp van het bestemmingsplan a. het plan betreft in feite een uitbreiding van het bestaande Aaltense bedrijventerrein ’t Broek; b. van het bestaande bedrijventerrein is de referentiesituatie van de emissies van de diverse bedrijven nooit vastgesteld; om die reden kan niet worden gesteld dat de depositie op de Natura2000-gebieden niet zal toenemen; c. niet alle stikstofemissies zijn meegenomen in de beoordeling; d. welke bedrijven op het bestaande bedrijventerrein hebben een Nbw-vergunning voor stikstofemissies; wat is de omvang van deze emissierechten; Beoordeling zienswijze door college van B&W
Zienswijzennota bestemmingsplan Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein ’t Broek 2022 van 11
Pagina 5
a. het plangebied grenst inderdaad aan het bestaande bedrijventerrein ’t Broek; een belangrijk deel van het gebied heeft reeds een bedrijfsbestemming; het gaat in dit geval om een maatwerkplan, met name ten behoeve van de bedrijven Kaemingk en ISG Lettink. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is dit een logische uitbreidingsrichting van het bedrijventerrein bij de kern Aalten; het bedrijf Kaemingk heeft inderdaad sinds jaar en dag meerdere locaties op het Aaltense bedrijventerrein. b. de referentiesituatie van het bestaande bedrijventerrein, voor zover opgenomen in het bestemmingsplan Kern Aalten 2011, is inderdaad niet vastgesteld; dit plan is daarop niet van toepassing en kan daarin dus niet voorzien. Een nulmeting voor het bestemmingsplan Kern Aalten 2011 is in het kader van de onderhavige procedure dan ook niet aan de orde. c. bij de beoordeling zijn alle relevante stikstofemissies meegenomen; uit de berekeningen blijkt dat dit plan niet leidt tot een toename van een stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuurgebieden. Sedert 13 januari 2022 geldt een nieuwe versie van de AERIUS Calculator.
De omstandigheid dat AERIUS regelmatig wordt aangepast naar aanleiding van nieuwe gegevens en inzichten betekent dat de gemeenteraad zich bij de vaststelling van het plan moet baseren op de versie van AERIUS die dan beschikbaar is en geschikt is voor het maken van de stikstofdepositieberekeningen (zie de uitspraak van 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1110, onder 12.11). In verband hiermee zijn de stikstofberekeningen opnieuw uitgevoerd. Dit heeft echter niet tot andere conclusies geleid. Uit de AERIUS-stikstofberekeningen die als bijlage bij de plantoelichting zijn gevoegd, blijkt dat de bedrijfsactiviteiten waarin het bestemmingsplan voorziet geen toename van stikstofdepositie met zich meebrengen groter dan 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000-gebieden. Dat betekent dat significante effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten; d. dit deel van de zienswijze heeft geen betrekking op het ontwerp van dit bestemmingsplan en dient derhalve in dit kader buiten beschouwing te worden gelaten. Het bestaande bedrijventerrein is immers niet in deze planregeling opgenomen.
Besluit: Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Inhoud van de zienswijze t.a.v. de ontwerp-besluiten voor een omgevingsvergunning a. voor beide bedrijven in het plan is niet de referentie betreffende de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden vastgesteld. Er kan dan ook niet worden uitgesloten dat de projecten geen negatieve effecten zullen hebben op Natura-2000; b. ten onrechte is er geen Milieueffectrapport (MER) opgesteld. Er ontbreekt een passende beoordeling; c. een landschappelijke inpassing of groen- en blauwcompensatie van/voor ISG Lettink ontbreekt. De poel bij Lettink zien we niet terug in het ontwerpplan'. En waar wordt het hemelwater opgevangen? Ook de bomen die gekapt worden voor de uitbreiding van Lettink zien we niet gecompenseerd; d. het concept van 'Natuurinclusief bouwen' wordt niet toegepast (voorzieningen voor flora en fauna aan, in en op de gebouwen en directe omgeving). e. Het plan en de besluiten zijn niet in overeenstemming met het akkoord van Parijs, omdat zij een extra gebruik van fossiele brandstoffen met zich mee brengen. f. Er ontbreekt een plan tot opwekken van (alle) eigen energiegebruik binnen het plan en van beide bedrijven in het plan. Dit met op het oog op energieneutraliteit. g.
Er ontbreekt een plan om op zijn minst vooraf aan de uitvoering van het plan te starten met CO2 in te vangen voordat gekapt, gebouwd en geëxploiteerd wordt. CO2-invang hoort voorop te staan in het kader van het klimaatbeleid van Aalten. Het is lokaal de meest directe aanpak van het klimaatprobleem. h. Met betrekking tot natuur, landschap maar ook het klimaat (CO2-invang!) is de werkwijze van eerst kaalkap op het terrein van Van Duren e.a. en vervolgens weer aanplanten niet duurzaam en niet meer van deze tijd. Elders worden plannen ingepast met behoud van de bestaande beplanting; i. Er is niet of nauwelijks compensatie van verdwijnend groen. In het vigerende plan was deze
Zienswijzennota bestemmingsplan Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein ’t Broek 2022 van 11
Pagina 6
oppervlakte groen en bomen er namelijk ook al. Er komt niets extra's bij. • Klimaatadaptatie verdient speciale aandacht. De verstening (grote hal) creëert een hitte eiland dat goed gecompenseerd moet worden, zeker in deze tijd. • Er ontbreekt een onderdeel waarin alle extra CO2-emissies door de bedrijven worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door extra aanplant van bomen. j. De lichtvervuiling neemt toe. Het betekent extra energieverbruik en verstoort de natuur. Er ontbreekt verder een verbod op continue verlichting of een verplichting tot gebruik van bewegingsmelders. k. het perceel voor hemelwaterretentie heeft nu de bestemming ‘Bos. De oppervlakte aan bomen - en ook hun CO2-invang - dat verdwijnt door de retentievijver wordt niet gecompenseerd. Beoordeling zienswijze door college van B&W a. Uit de AERIUS-stikstofberekeningen, die als bijlage bij de plantoelichting zijn gevoegd, blijkt dat ten aanzien van de activiteiten waarin het bestemmingsplan voorziet geen sprake is van een toename van stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000-gebieden. Dat betekent dat significante effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten. In de planregels is verder uitgewerkt dat een toename van de stikstofdepositie niet is toegestaan (artikel 3.3.6, te lezen in samenhang met de betreffende begripsbepalingen).
Wij zijn van oordeel dat in dit geval de Wet natuurbescherming de vaststelling van dit bestemmingsplan niet in de weg staat. b. Een MER moet in ieder geval worden opgesteld wanneer daar volgens het besluit milieueffectrapportage een verplichting toe is. Dit is niet het geval. Een passende beoordeling zou nodig zijn indien het plan nadelige gevolgen voor een natura 2000 gebied (zoals stikstofdepositie) mogelijk gaat maken. In de beoordeling ten aanzien van het aspect stikstof is aangetoond dat er geen significante stikstofdepositie op een natura 2000 gebied zal plaatsvinden of met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. In de regels van het bestemmingsplan, artikel 3.3.6 (en de bijbehorende begripsbepalingen), is dit vastgelegd. Het gebied van dit bestemmingsplan overschrijdt de drempelwaarde als bedoeld in categorie 11.3 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. niet. Het gaat immers in hectares gezien om een beperkte uitbreiding van het Aaltense bedrijventerrein. Bovendien heeft een groot deel van de gronden reeds een bedrijfsbestemming in de onderliggende geldende bestemmingsplannen (Kern Aalten 2011 en Landelijk Gebied 2015). Het gaat in dit geval verder om bedrijven in de ‘lichtere’ bestemmingscategorie. Er is overigens wel een vormvrije m.e.r -beoordeling uitgevoerd (Bijlage 6 bij de toelichting).
De conclusie hieruit is dat geen milieueffectrapport (MER) nodig is. Als voor een (ontwerp)bestemmingsplan een MER-beoordelingsbesluit is vereist, dan is zowel het college van burgemeester en wethouders als de gemeenteraad bevoegd om dat MERbeoordelingsbesluit te nemen. Dat oordeelde de Raad van State in een uitspraak van 26 september 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3131). Op 1 juli 2017 zijn de regels over de milieueffectrapportage veranderd. Omdat dit bestemmingsplan na die datum wordt vastgesteld, zijn die nieuwe regels van toepassing. Van belang is artikel 7.19 van de Wet milieubeheer. Dat artikel bepaalt het volgende: als het bevoegd gezag een activiteit wil ondernemen en voor die activiteit op grond van artikel 7.2, eerste lid, sub b, Wm een MER-beoordeling vereist is, dan moet het bevoegd gezag in een zo vroeg mogelijk stadium voor de voorbereiding van het besluit een MER-beoordelingsbesluit nemen. Onder ‘een zo vroeg mogelijk stadium’ wordt verstaan de periode vóór de terinzagelegging van het ontwerpbesluit. Dit betekent dus dat voordat het ontwerpbesluit (bijvoorbeeld een ontwerpbestemmingsplan) ter inzage wordt gelegd, een MER-beoordelingsbesluit moet zijn genomen.
Zienswijzennota bestemmingsplan Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein ’t Broek 2022 van 11
Pagina 7
Het bevoegd gezag mag het MER-beoordelingsbesluit pas nemen na overleg met de bestuursorganen die op grond van de wet moeten worden betrokken bij het voorbereiden van het betrokken besluit (bijvoorbeeld een bestemmingsplan). Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het voorbereiden of het vaststellen van een plan of besluit. In het MER-beoordelingsbesluit moet het bevoegd gezag beslissen of er vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben, een MER moet worden gemaakt. Voor dit bestemmingsplan is een vormvrije MER-beoordeling vereist. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd het (ontwerp)bestemmingsplan voor te bereiden en de gemeenteraad is bevoegd het bestemmingsplan vast te stellen. Gelet hierop is volgens de Raad van State zowel het college als de gemeenteraad bevoegd om het MER-beoordelingsbesluit te nemen. Het MER-beoordelingsbesluit wordt in dit geval tegelijk met het vaststellen van het bestemmingsplan genomen, in plaats van vóór de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Wij zijn van mening dat de Stichting Natuur en Milieu en/of overige belanghebbenden hierdoor niet zijn benadeeld of in hun belangen zijn geschaad. c. Het plangebied voorziet in een voldoende landschappelijke inpassing in verhouding tot het gehele plangebied.
De aspecten schaalgrootte, behoud van de bomen en de toe te kennen bestemming groen spelen hierin een rol. De landschappelijke inpassing en herplant van de bomen ten behoeve van de inpassing van ISG Lettink vindt met name plaats op het naastliggende terrein, waar nu nog de bestaande woonbebouwing, met bijgebouwen en erfverharding, staat. Nadat al deze bebouwing en verhardingen zijn verwijderd is er voldoende ruimte om al de te kappen bomen te compenseren. In de omgevingsvergunning wordt een ruime compensatie verlangd. Overigens worden zo min mogelijk bomen gekapt, uitsluitend voor zover nodig voor de uitvoering van het bestemmingsplan. Zoveel mogelijk bomen blijven staan. In het ruimtelijk plan is niet direct zichtbaar op welke wijze het hemelwater in zijn geheel wordt geïnfiltreerd. Een deel van het plangebied is daarvoor specifiek aangeduid. Voor het overige biedt het terrein voor dat doel voldoende mogelijkheden bv. op onbebouwde delen van het bedrijfsterrein/parkeerterrein. Dit is een uitvoeringskwestie. De planregels garanderen de hemelwaterinfiltratie overigens. d. Het bouwen vindt in dit geval plaats met inachtneming van het bepaalde in de Wet natuurbescherming. Voor de in het gebied voorkomende diersoorten is een activiteitenplan uitgewerkt. Deze wordt als bijlage in het bestemmingsplan opgenomen.
Verder zijn wij van mening dat de oppervlakte dat aan ‘groen’ wordt toegevoegd, gerelateerd aan de omvang van het plangebied, substantieel is. e. In het Akkoord van Parijs is niet opgenomen dat in een bestemmingsplan en bestemmingsplanbesluiten een verbod op toename van het verbruik van fossiele brandstoffen moet worden opgenomen. Bovendien zijn de bepalingen uit het Akkoord van Parijs niet onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig geformuleerd om op projectniveau zonder meer als objectief recht te worden toegepast. (ECLI:NL:RVS:2021:1597). f.
Er is geen wettelijke grondslag om een plan te verlangen waarin wordt aangegeven dat alle eigen energieverbruik binnen het plan, en van de bedrijven binnen het plan, wordt opgewekt. Onder punt j. gaan wij hierop nader in.
g. Evenmin is er een wettelijke grondslag om te starten met invang van CO² voordat gekapt, gebouwd of geëxploiteerd wordt ten behoeve van de realisatie van dit plan.
Zienswijzennota bestemmingsplan Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein ’t Broek 2022 van 11
Pagina 8
h. Er worden zo min mogelijk bomen gekapt. De bomen die worden gekapt worden ruimschoots gecompenseerd, onder meer op het terrein van de te slopen woning. Al met al wordt er, over het gehele plangebied bezien, veel meer bomen geplant en groen ontwikkeld, dan er wordt gekapt/verdwijnt i.
Nogmaals wordt herhaald dat er substantieel méér bomen worden aangeplant en groen wordt aangelegd dan wordt gekapt. Ongeacht of er al sprake zal zijn van het ontstaan van een hitte-eiland ter plaatse van de grote hal is er geen wettelijke verplichting tot compensatie ervan. Er is geen wettelijke grondslag voor het in een bestemmingplan opnemen van een compensatie van alle extra CO2-emissie die door het gebruik van het bestemmingsplan kan ontstaan.
j.
De gemeente Aalten heeft de ambitie om als gemeente in 2030 energieneutraal te zijn. Het bedrijf Kaemingk onderschrijft deze ambitie en wil waar mogelijk met dit project een positieve bijdrage leveren aan de klimaatdoelstellingen. Het is een uitdaging om bij de stand van zaken (anno 2022), het pand energieneutraal te laten zijn. Dit betekent immers in het huidige spraakgebruik dat het energieverbruik van het pand met eigen middelen wordt opgewekt. Het kunnen terug leveren van de opgewekte energie is hierbij essentieel. Momenteel is het niet mogelijk om elektriciteit terug te leveren aan het net. De netbeheerder doet helaas evenmin een uitspraak vanaf wanneer dat wel weer mogelijk zou kunnen zijn. Kaemingk investeert in zonnepanelen voor eigen gebruik. Kaemingk zal daarnaast investeren in de benodigde infrastructuur (dak en leidingen) om in de toekomst meer zonnepanelen mogelijk te maken. Kortom, zonder een toereikende energie infrastructuur in de regio zal de verduurzaming vooralsnog niet kunnen leiden tot energieneutraliteit. Zoals aangegeven wil Kaemingk graag een aanzienlijke bijdrage leveren. In de situatie dat terug levering van energie nog niet mogelijk is, zal Kaemingk voldoende zonnepanelen voor eigen gebruik aanschaffen. Kaemingk heeft verder het volgende energieplan voor dit pand opgesteld: Kaemingk verwacht voor dit pand een energieverbruik van 700.000 kWh.
Plan Kaemingk: • Besparen van energie. Kaemingk laat op grond van EU regelgeving een EED audit verrichten. Uit dit onderzoek (2020) blijkt dat er voor Kaemingk besparingsmogelijkheden zijn. Kaemingk zal voor dit pand de volgende besparingsopties nader onderzoeken: Toepassen van een Gebouw Beheer Systeem Energieregistratie- en bewakingssysteem Maximale aandacht voor energievriendelijker gedrag van de medewerkers. • Goede isolatie van het pand. • Gebruik van warmtepompen. • Duurzame energie: Kaemingk zal zich inzetten om zodra het technisch haalbaar is en financieel verantwoord initiatieven te nemen om energieneutraliteit na te streven. Daartoe rekent Kaemingk ook de uitwisseling van energie met andere bedrijven op het industrieterrein (als de benodigde wet – en regelgeving dat mogelijk maakt). Ten aanzien van Co2 en de Co2 invang (bomen):
Zienswijzennota bestemmingsplan Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein ’t Broek 2022 van 11
Pagina 9
Kaemingk heeft een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen aangevraagd. De kapvergunning is enkel aangevraagd voor de bomen die niet kunnen blijven staan. Waar mogelijk blijft de natuur / bestaande situatie in tact. Op grond van het ontwerpbesluit kapvergunning bestaat er een herplantplicht. De herplantplicht is als volgt gedefinieerd: ‘Voor elke boom die wordt gekapt geldt een herplantplicht van 125% met een boom (streekeigen beplanting) met een minimale maat 14/16. Verder geldt ‘Indien de beplanting / de bomen niet zijn aangeslagen, dienen deze te worden ingeboet. Deze verplichting geldt gedurende een termijn van drie jaar nadat de aanplant heeft plaats gevonden’. Kaemingk heeft onverplicht met Stichting Natuur en Milieu Aalten (hierna SNMA) de afspraak gemaakt dat Kaemingk voor een deel ook dikkere bomen (dan de minimale maat van 14/16) zal gaan planten. Dit zodat de bomen sneller en tot meer Co2 invang zullen leiden en de bomen een aanzienlijke kans tot aanslaan hebben. De soort herplanting wordt deels bepaald door de plannen van het bureau Ontwerp en Omgeving in het kader van nieuwe leefgebieden en deels door de landschappelijke inpassing van landschapsarchitect Nico Wissing. Voor het overige worden inheemse bomen geplant en geen invasieve exoten. Met SNMA is afgesproken om periodiek verslag te doen van de stand van zaken, zodat SNMA de voortgang kan monitoren.
Bovendien heeft Kaemingk met SNMA afgesproken om in september 2022 een evaluatie-afspraak in te plannen. k. Het bedrijf Kaemingk heeft de grootste opgave op het gebied van waterretentie. Deze gronden, waarop dit plaatsvindt, hebben inderdaad de bestemming ‘Bos’, maar is feitelijk als agrarisch in gebruik (grasland). Ten behoeve van de hemelwaterretentie behoeven geen bomen te worden gekapt. De bestemming ‘Bos’ wordt gewijzigd in ‘groen’, inclusief de aanduiding waterretentie. Naast het realiseren van de waterretentie ter hoogte van de Roelendijk worden daar ook onder meer nog wat bossages en waardplanten geplant. Verwezen wordt naar het zgn. activiteitenplan in het kader van de Wet natuurbescherming. De retentievijver (zie ook tekening: 19-2800 Kaemingk A-07 Terreininrichting Wadi 08-102021_26), wordt al met al voldoende gecompenseerd. De realisatie van hemelwaterretentie is geborgd in de planregels. Voor het overige is het verder een uitvoeringsvraagstuk. De omvang van het totale plangebied [in zijn geheel en per bedrijf afzonderlijk] is meer dan voldoende om al het hemelwater op of naast het bedrijfsterrein te infiltreren. Het waterschap Rijn en IJssel heeft aangegeven met de regeling in te kunnen stemmen.
Besluit: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de besluiten met betrekking tot de omgevingsvergunningen.
Zienswijzennota bestemmingsplan Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein ’t Broek 2022 10 van 11
Pagina
Vooroverlegreacties Er zijn geen vooroverlegreacties ingediend.
Ambtshalve wijzigingen
Adres/artikel
Wijziging Zie inleiding. De verbeelding wordt aangepast, inclusief een inrichtingsverplichting voor het Activiteitenplan Natuur in de planregels.
Zienswijzennota bestemmingsplan Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein ’t Broek 2022 11 van 11
Pagina