CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorontwerp omgevingsvisie Aalten 2040 - versie 19-12-2025

Beeldvorming raad in zaal Bredevoort 7 januari 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorontwerp Omgevingsvisie Aalten 204010.363 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Omgevingsvisie Aalten 2040 & toetsingskader

VOORWOORD Voor u ligt het voorontwerp van de Omgevingsvisie Aalten 2040. Het voorontwerp is een eerste stap om te komen tot een zo concreet mogelijke, integrale en samenhangende visie op de leefomgeving van gemeente Aalten in 2040. In het voorontwerp is een voorkeurscenario uitgewerkt voor de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in gemeente Aalten richting 2040. Dit voorkeurscenario is in dit voorontwerp vertaald naar een zo concreet (SMART) mogelijk beeld van de streefsituatie in 2040. Het voorontwerp is nadrukkelijk en uitsluitend bedoeld als een bespreekstuk voor de gemeenteraad met de centrale vraag of de gemeenteraad zich kan vinden in de voorgestelde richting van het voorontwerp en de redeneerlijn naar het voorkeurscenario, zodat het voorontwerp daarna kan worden omgezet in een ontwerp dat in procedure (van terinzagelegging e.a.) kan worden gebracht. Vergelijk het besluit over dit voorontwerp als volgt: Uit alle ingrediënten voor de nieuwe Omgevingsvisie is een voorontwerp gemaakt van de gewenste leefomgeving in Aalten in 2040. Vraag aan de raad is of de raad zich kan vinden in dit beeld/voorontwerp, zodat het daarna op die lijn verder kan worden uitgewerkt. Uiteraard is het laatste woord over die gewenste richting (en dus het voorkeurscenario) aan de gemeenteraad, want de Omgevingsvisie is een instrument/bevoegdheid van de gemeenteraad.

In het voorontwerp is (onder andere) al het vigerende beleid voor de leefomgeving (ook van andere bestuurslagen) bij elkaar gebracht. Waar nog conflicten en/of hiaten zitten in al het vigerende beleid, is dat benoemd in het voorontwerp. Ook zijn koppelkansen benoemd en wordt aangegeven welke strategische keuzes gemeente Aalten nog moet maken om tot één integrale en samenhangende Omgevingsvisie Aalten 2040 te komen. Bij dit document horen de volgende bijlagen:  

Ingrediënten voor de Omgevingsvisie Aalten 2040 Analyse en voorkeurscenario voor de Omgevingsvisie Aalten 2040

2/24

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De voorbereiding van de Omgevingswet was binnen Europa één van de grootste juridische operaties van de afgelopen jaren en wordt in Nederland gezien als de grootste stelselwijziging binnen het openbaar bestuur sinds de Grondwetsherziening van 1848. De kern van deze stelselwijziging laat zich samenvatten in vier hoofdpunten: 1. bundeling van wetgeving: alle regels voor de fysieke leefomgeving zijn in één Omgevingswet gebundeld en tegelijkertijd beter op elkaar afgestemd en waar mogelijk vereenvoudigd; 2. snellere en eenvoudigere besluitvorming: procedures zijn gestroomlijnd, met een nieuw Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) als centraal digitaal loket; 3. meer ruimte voor lokaal maatwerk: gemeenten, provincies en waterschappen hebben meer vrijheid gekregen om eigen afwegingen te maken; 4. integrale en gebiedsgerichte benadering van de leefomgeving: niet langer sectoraal reguleren, maar belangen zoals natuur, bouwen, gezondheid, water, veiligheid en energietransitie in samenhang en bij voorkeur gebiedsgericht afwegen. Gekoppeld aan deze vier hoofdpunten heeft de Omgevingswet zes nieuwe kerninstrumenten geïntroduceerd: 1. omgevingsvisie: per bestuurslaag en per gemeente één integrale visie op de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, ter vervanging van alle andere visies e.d.; 2.

programma’s: beleid en maatregelen om de (in de omgevingsvisie vastgelegde) gewenste kwaliteit van de leefomgeving te bereiken; 3. decentrale regels: voor gemeenten voortaan vast te leggen in één omgevingsplan per gemeente, ter vervanging van alle lokale verordeningen en bestemmingsplannen; 4. algemene rijksregels: landelijke regels die gelden voor de hele fysieke leefomgeving; 5. omgevingsvergunning: de vergunning die burgers, bedrijven en overheden nodig hebben om toestemming te krijgen voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de leefomgeving; 6. projectbesluit: een instrument voor provincies, waterschappen en het Rijk om grote projecten met een publiek belang, zoals snelwegen of grootschalige energieopwekking, mogelijk te maken. Deze zes kerninstrumenten vervangen alle instrumenten (structuurvisies, beleidsvisies, bestemmingsplannen e.a.) die in het ‘vorige’ stelsel (van de Wet ruimtelijke ordening) werden gebruikt. Ook om deze reden is de Omgevingswet een ingrijpende ‘stelselwijziging. Zie tevens de navolgende afbeelding.

3/24

Afbeelding: De zes kerninstrumenten van de Omgevingswet

Hiernaast heeft de Omgevingswet nog allerlei andere impact, waaronder de volgende: 

als overheden instrumenten van de Omgevingswet vaststellen, moeten ze aangeven hoe de belanghebbenden betrokken zijn bij de totstandkoming van deze instrumenten (participatieplicht) en welke resultaten dat heeft opgeleverd (motiveringsplicht);

voor het beoordelen van initiatieven in de leefomgeving moeten overheden vooral beoordelen of deze passen in de visie (ja mits) en niet zozeer of deze passen binnen de regels (nee tenzij), want regels zijn maar een instrument en kunnen (strikt genomen) worden aangepast; NB: hiervoor wordt het ontwerp van de Omgevingsvisie Aalten 2040 straks vertaald naar een zo concreet mogelijk “toetsingskader” voor de beoordeling van initiatieven.

in het Besluit kwaliteit leefomgeving (het Bkl, één van de Algemene Maatregelen van Bestuur die zijn gekoppeld aan de Omgevingswet) zijn voor alle overheden monitoringsverplichtingen opgenomen, want om vinger aan de pols te kunnen houden en goede beslissingen te kunnen nemen moeten overheden en initiatiefnemers beschikken over betrouwbare informatie over de toestand van de fysieke leefomgeving.( toevoegen monitoringsplicht: om doelen/resultaten die in de visie zijn benoemd ook daadwerkelijk tot uitvoering komen – doen we ook wat we zeggen?)

4/24

1.2 De nieuwe Omgevingsvisie Aalten 2040 Omdat de Omgevingswet zo’n omvangrijke en ingrijpende stelselwijziging is, wordt deze wet binnen een planhorizon van acht jaren stapsgewijs (verder) ingevoerd. Zo hebben gemeenten tot 1 januari 2027 de tijd gekregen om een omgevingsvisie vast te stellen die voldoet aan alle eisen van de Omgevingswet en voor het Omgevingsplan zelfs tot 1 januari 2032. Zodra de nieuwe Omgevingsvisie Aalten 2040 in het najaar van 2026 door de gemeenteraad van Aalten is vastgesteld, is het niet meer de bedoeling dat daarnaast nog weer andere visiedocumenten worden gemaakt. Bedoeling is dat gemeente Aalten zowel bestuurlijk als ambtelijk in en met deze visie blijft werken als het richtinggevende document voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in gemeente Aalten. Natuurlijk kan het op enig moment nodig zijn de visie bij te stellen, bijvoorbeeld op basis van nieuwe inzichten en/of nieuw landelijk of provinciaal beleid, maar er worden voor de fysieke leefomgeving in principe geen andere gemeentelijke visiedocumenten meer gemaakt. De nieuwe Omgevingsvisie wordt dus per definitie een ‘dynamisch document’, maar blijft onder alle omstandigheden het richtpunt voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en daarmee het (primaire) toetsingskader voor de beoordeling van initiatieven.

1.3 Het waarom van eerst een voorontwerp Voor de nieuwe Omgevingsvisie is eerst een ‘voorontwerp’ gemaakt. Dat voorontwerp wordt na behandeling in de gemeenteraad in februari 2026 uitgewerkt naar de ontwerp-Omgevingsvisie. De ontwerp-Omgevingsvisie wordt - na groen licht van de gemeenteraad- medio 2026 ter inzage gelegd, zodat inwoners en ketenpartners (waaronder Provincie, Waterschap en buurgemeenten) daar nog een reactie op kunnen geven vóórdat de nieuwe Omgevingsvisie na de zomer van 2026 definitief wordt gemaakt en in het najaar van 2026 door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Parallel hieraan wordt de ontwerp-Omgevingsvisie in de zomer 2026 voorgelegd aan de commissie MER. Het maken van eerst een voorontwerp was nodig omdat in de nieuwe Omgevingsvisie al het bestaande beleid (gericht op de fysieke leefomgeving) van zowel Europa, Rijk, Provincie, Waterschap als gemeente Aalten wordt samengebracht. De nieuwe Omgevingsvisie vervangt immers alle andere visies en dus moe(s)t in een tussenstap eerst een omzetting plaatsvinden van heel veel verschillende documenten naar één document. Omdat al die verschillende documenten niet op hetzelfde moment, in samenhang en op dezelfde ‘koers’ zijn geschreven, ontstond met die omzetting niet meteen en vanzelfsprekend een integraal, samenhangend en eenduidig richtinggevend verhaal zoals de Omgevingswet dat vereist.

Daarvoor moeten nog keuzes worden gemaakt. Het laatste woord over die keuzes is voorbehouden aan de gemeenteraad, want de Omgevingsvisie is in ons democratisch bestel een bevoegdheid (instrument) van de raad. De keuzes die nog gemaakt moeten worden, zijn expliciet gemaakt in voorliggend voorontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie. In dit voorontwerp doet het College van B&W van gemeente Aalten een voorstel aan de gemeenteraad voor de invulling van die keuzes en de vertaling daarvan naar een zo concreet mogelijke, gebiedsgerichte visie voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van gemeente Aalten richting 2040. Het is aan de gemeenteraad van Aalten om hierover in februari 2026 een besluit te nemen, zodat het voorontwerp van de Omgevingsvisie daarna kan worden omgezet naar een ontwerp dat op de aangegeven lijn in procedure kan worden gebracht.

5/24

1.4 Omgevings-effect-beoordeling en monitoring De Omgevingswet eist dat overheden -waaronder gemeenten- serieus werk maken van het beter benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving, onder andere door voorgenomen initiatieven en ingrepen in de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk van tevoren te beoordelen op hun (mogelijke) effect(en) voor de fysieke leefomgeving. Daarna(ast) moet uiteraard worden gemeten wat de daadwerkelijke effecten zijn van maatregelen in de fysieke leefomgeving, zodat de vinger aan de pols kan worden gehouden en beleid (danwel de koers) kan worden bijgesteld als dat nodig is. Aanvankelijk was het bij de invoering van de Omgevingswet de bedoeling om de beoordeling van effecten op de fysieke leefomgeving vast te leggen in een ‘Omgevings Effect Rapportage’ (afgekort OER) en deze generiek verplicht te stellen in de Omgevingswet, maar dat is onder druk van de Kamer(s) afgezwakt. In bepaalde gevallen blijft wel een ‘Milieu Effect Rapportage’ (MER) wettelijk verplicht (zoals dit ook in het oude stelsel het geval was), maar soms levert de interpretatie daarvan discussie op. Dat betreft met name de vraag of een Omgevingsvisie ‘kaderstellend’ is op grond van artikel 16.36 van de Omgevingswet. Vaak voldoet een Omgevingsvisie aan dat criterium, maar soms is het een grijs gebied.

Gemeente Aalten heeft er bewust voor gekozen om wel een MER-traject te koppelen aan de nieuwe Omgevingsvisie, niet in de laatste plaats omdat gemeente Aalten de kwaliteit van de fysieke leefomgeving uitermate serieus wenst te nemen en daarom ook haar visie op mogelijke milieueffecten beoordeeld wil hebben. Daarnaast ziet gemeente Aalten in een beoordeling ‘aan de voorkant’ ook een kans om tot een betere visie te komen, met een grotere kans op een betere kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Op deze lijn heeft gemeente Aalten in 2025 door een onafhankelijk deskundig bureau (Royal Haskoning) een nulmeting laten doen op vijfentwintig (door gemeente Aalten zelf gekozen) verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving (zie de tabel hieronder). Dat hadden nog veel meer en dus ook andere aspecten kunnen zijn, maar in overleg met vakspecialisten is een eerste selectie van beoordelingsaspecten gemaakt. Ook om er eerst ervaring mee op te doen.

De nulmeting is gebaseerd is op data (voornamelijk kwantitatief, plus ‘expertjudgement’ op kwalitatieve aspecten). Het betreft nadrukkelijk een (willekeurige) momentopname waaraan (alleen al om die reden) geen kunnen en mogen worden verbonden over inspanningen, beleid en resultaten daarvan. Wel geeft het een beeld van de huidige kwaliteit van de

6/24

leefomgeving, juist als startpunt om beleid / programma's op en/of bij te stellen op aspecten waar de gemeente invloed heeft om de kwaliteit van de leefomgeving -waar nodig- te verbeteren De uitkomsten van de nulmeting zijn (door Royal Haskoning) vastgelegd in een ‘foto van de leefomgeving’. Deze foto is meegenomen in het voorontwerp van de Omgevingsvisie. Op een later moment, in het najaar van 2025, zijn verschillende mogelijke scenario’s voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving (opnieuw door Royal Haskoning) beoordeeld op hun (mogelijke) impact op de kwaliteit van de leefomgeving. Dit als volgende stap in het MER-traject gekoppeld aan de nieuwe Omgevingsvisie. De uitkomsten van deze beoordeling zijn (door Royal Haskoning) vastgelegd in een ‘Omgevingseffectrapportage’ en zijn meegenomen in het voorontwerp van de Omgevingsvisie. In 2026 zal het ontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie nog aan een laatste MER-beoordeling worden onderworpen, enerzijds omdat in de stap van voorontwerp naar ontwerp nog zaken gewijzigd kunnen zijn, anderzijds om daarmee in de definitieve versie van de Omgevingsvisie de laatste puntjes op de i te kunnen zetten. Ook wordt in 2026 het MER-traject nog ter toetsing voorgelegd aan de landelijke Commissie MER. Dit is een wettelijk verplichte stap in een MER-traject, maar de Commissie MER geeft alleen adviezen en die zijn niet bindend.

Uitsluitend bedoeld dus om daarmee de Omgevingsvisie nog verder te kunnen versterken. Dan tot slot nog de monitoringsverplichtingen voortvloeiend uit de Omgevingswet. De keuze van gemeente Aalten om als eerste stap op vijfentwintig zelf gekozen aspecten van de fysieke leefomgeving een nulmeting en effectbeoordeling te laten doen, is mede bedoeld als een eerste stap in de invulling van die monitoringsverplichtingen. In 2026 zullen deze verplichtingen verder worden opgepakt en ingevuld, gekoppeld aan de programma’s die voor de uitvoering van de nieuwe Omgevingsvisie Aalten 2040 nog (moeten) worden gemaakt.

Duiding ‘Foto van de leefomgeving’ De zogenoemde ‘foto van de leefomgeving’ vormt een belangrijke, maar nadrukkelijk niet allesomvattende input voor de Omgevingsvisie. De foto betreft een nulmeting op een selectie van aspecten van de fysieke leefomgeving, gebaseerd op beschikbare data en expertinschattingen op één moment in de tijd. Deze nulmeting geeft daarmee geen integraal oordeel over de kwaliteit van de leefomgeving in gemeente Aalten en is geen eindbeeld, maar een vertrekpunt. Scores moeten altijd in hun context worden gelezen: een lagere score kan het gevolg zijn van factoren buiten de directe invloedssfeer van de gemeente, terwijl een hogere score niet automatisch betekent dat geen verdere verbetering nodig is. Gemeente Aalten hecht waarde aan monitoring om beleid te kunnen bijstellen, maar gaat zorgvuldig en genuanceerd om met de interpretatie en toepassing van deze gegevens. De foto van de leefomgeving wordt daarom gebruikt als signaalinstrument, niet als beoordelingskader op zichzelf.

7/24

1.5 De opbouw van het voorontwerp In de opbouw van het voorontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie Aalten 2040 zijn eerst alle ‘ingrediënten’ verzameld die mee moeten in de nieuwe Omgevingsvisie. Al deze ingrediënten zijn in één samenvattend document bij elkaar gebracht (bijlage ingrediënten). Het gaat hierbij om:  de (wettelijk verplichte) reikwijdte van de Omgevingsvisie, teneinde daarmee de volledigheid (integraliteit) van de nieuwe Omgevingsvisie te kunnen toetsen;  het huidige karakter en de huidige identiteit van gemeente Aalten (ook wel het huidige ‘DNA’ genoemd), omdat hiermee rekening moet worden gehouden in de nieuwe Omgevingsvisie;  de eerder genoemde ‘foto van de leefomgeving’, zodat ook de huidige kwaliteit van de leefomgeving en de aandachts- en verbeterpunten daarin meegenomen worden in de nieuwe Omgevingsvisie;  de trends en ontwikkelingen waarmee gemeente Aalten de komende jaren rekening heeft te houden, ook in de nieuwe Omgevingsvisie;  alle kaders (opgaven en doelstellingen) die door andere bestuurslagen zijn vastgesteld en dus meegenomen moeten worden in de nieuwe Omgevingsvisie;  alle kaders (opgaven en doelstellingen) die gemeente Aalten zelf heeft geformuleerd of in ontwikkeling heeft, want ook deze moeten meegenomen worden in de nieuwe Omgevingsvisie;  en dan als laatste, maar zeker niet in de laatste plaats: de wensen, voorkeuren, prioriteiten en

aandachts- en verbeterpunten die (de) inwoners van gemeente Aalten hebben aangegeven voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving richting 2040, want ook die vormen een belangrijk vertrekpunt voor de nieuwe Omgevingsvisie (ook vanwege de reeds genoemde participatieplicht). Vervolgens is (met ondersteuning van kunstmatige intelligentie) geanalyseerd welke conflicten, hiaten maar ook koppelkansen er in die hele berg van gegevens zitten en welke belangrijke (strategische) keuzes nog gemaakt moeten worden om tot één integrale, samenhangende en voldoende concrete Omgevingsvisie Aalten 2040 te komen. De belangrijkste daarin nog te nemen strategische beslissing betreft de vraag: a) of gemeente Aalten (op het ene uiterste) richting 2040 kiest voor “kwaliteit boven groei” en vooral inzet op behoud en versterking van het huidige karakter en de huidige identiteit van gemeente Aalten; b) of dat gemeente Aalten (op het andere uiterste) richting 2040 kiest voor “flinke groei” om daarmee richting toekomst een steviger fundament te leggen voor behoud van voorzieningen die belangrijk zijn voor de leefbaarheid van gemeente Aalten, niet alleen in de grote(re) kernen, maar ook in het buitengebied. Dit zijn met name twee ‘uitersten’.

Binnen de bandbreedte van deze twee uitersten zijn vervolgens vier verschillende integrale en samenhangende scenario’s onderzocht en beoordeeld op hun (mogelijke) omgevingseffecten. Daarnaast zijn deze vier scenario’s naast de wensen, voorkeuren, prioriteiten en aandachts- en verbeterpunten gelegd die door (de) inwoners zijn benoemd. Op basis hiervan is een voorkeurscenario bepaald voor de nieuwe Omgevingsvisie Aalten 2040. Die voorkeursrichting is vervolgens vertaald naar een zo concreet (SMART) mogelijk beeld van de gewenste leefomgeving van gemeente Aalten in 2040.

8/24

1.6 Leeswijzer In hoofdstuk 2 een samenvatting van de analyse (bijlage) die op alle ingrediënten voor de nieuwe Omgevingsvisie (bijlage) is uitgevoerd en de manier waarop dit heeft geleid tot de voorkeursrichting voor de ontwikkeling van de leefomgeving richting 2040. In hoofdstuk 3 de uitwerking van die voorkeursrichting naar een zo concreet, integraal en gebiedsgericht mogelijke visie op de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in gemeente Aalten richting 2040.

1.7 Bijlagen Bijlagen van dit voorontwerp zijn: 1. het document “Ingrediënten voor de nieuwe Omgevingsvisie Aalten 2040”, versie definitief d.d. 18-12-2025; 2. het document “Analyse richting voorkeursrichting voor de nieuwe Omgevingsvisie Aalten 2040”, versie definitief d.d. 18-12-2025.

9/24

2. ANALYSE & VOORKEURSRICHTING In dit hoofdstuk een samenvatting van de analyse die op alle ingrediënten voor de nieuwe Omgevingsvisie is uitgevoerd en de manier waarop dit heeft geleid tot de voorkeursrichting voor de ontwikkeling van de leefomgeving richting 2040. Voor de analyse zelf (inclusief de omgevingseffectbeoordeling van diverse scenario’s) wordt verwezen naar de betreffende bijlage van dit voorontwerp.

2.1 Samenvatting analyse 2.1.1 Conflicten, hiaten en koppelkansen Met ondersteuning van kunstmatige intelligentie is geanalyseerd welke conflicten, hiaten maar ook koppelkansen er in de hele berg van ‘ingrediënten’ zitten die meegenomen moeten worden in de nieuwe Omgevingsvisie Aalten 2040 en in de programma’s die (op een later moment) voor de realisatie van de nieuwe Omgevingsvisie worden gemaakt. Dit zijn vooral de volgende: Belangrijkste conflicten: 

Wonen versus landschap en dorpskarakter Er is grote behoefte aan (betaalbare) woningen, maar inwoners willen het open landschap, het groen en de dorpse rust behouden. Inwoners hebben op die lijn een voorkeur voor inbreiding, hergebruik (inclusief rood-voor-rood) en desnoods iets hoger bouwen in dorp Aalten en/of Dinxperlo boven bouwen op nieuwe plekken buiten de kernen in het buitengebied. Groei versus beperkt grondoppervlak Groei moet worden gerealiseerd op (per definitie) beperkt grondoppervlak. Op dat beperkte oppervlak ‘concurreren’ allerlei opgaven, ambities, wensen en beperkingen (waaronder rekening houden met de natuur, inclusief water en bodem) met elkaar om ruimte1. Maar groei is niet onmogelijk, mits de puzzel goed wordt gelegd en (ook) op andere manieren naar ruimtelijke inrichting wordt gekeken, juist om het ecosysteem te herstellen. Landbouwontwikkeling versus natuur en biodiversiteit Intensieve landbouw staat op gespannen voet met natuurkwaliteit en stikstofopgaven. Tegelijk is landbouw essentieel voor het landschap en de economie. Er is een nieuw perspectief nodig om het agrarisch grondgebruik weer in balans te brengen met de draagkracht van het ecosysteem. Agrariers zijn onlosmakelijk verbonden aan ons waardevol cultuurlandschap en onmisbaar voor instandhouding en beheer.

Mobiliteit en bereikbaarheid versus leefkwaliteit en klimaat Gemeente Aalten is als uitgestrekte plattelandsgemeente voor mobiliteit behoorlijk autogericht. Inwoners wensen tegelijkertijd schoner, veiliger en rustiger verkeer. Meer OV en fietsinfrastructuur zijn gewenst, vooral vanuit het buitengebied naar de voorzieningen in de hoofdkernen. . Economische groei versus milieukwaliteit en veiligheid Bedrijven hebben uitbreidingsruimte nodig, maar dat levert meer verkeer, geluid, emissies en ruimtegebruik op. Grootschalige energieprojecten (wind/zon) stuiten eveneens op landschappelijke en sociale weerstand.

1

Ter vergelijk: Provincie Gelderland heeft becijferd dat voor gelijktijdige invulling van alle opgaven, ambities, plannen, wensen en beperkingen die de overheid heeft, opgeteld ongeveer 1,8 keer het huidige grondoppervlak van Gelderland nodig is.

10/24

Voorzieningen en leefbaarheid versus vergrijzing en krimp Het op peil houden van winkels, scholen en zorg is moeilijker door (dubbele) vergrijzing en beperkte bevolkingsgroei. Zonder extra woningen en instroom dreigt verdere terugloop van voorzieningen.

Belangrijkste beleidsmatige hiaten: 

 

Geluidsbeleid vraagt actualisatie en integrale doorwerking Gemeente Aalten beschikt over vastgesteld geluidbeleid, waaronder een nieuwe Geluidnota. Tegelijkertijd vraagt de doorwerking hiervan binnen de systematiek van de Omgevingswet om actualisatie en verdere integratie in de Omgevingsvisie en het toekomstige Omgevingsplan. Geluidshinder langs wegen en spoor blijft daarbij een aandachtspunt, met name in relatie tot gezondheid, woningbouw en verkeersveiligheid. Geen beleid voor oppervlaktewaterkwaliteit Doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water worden zonder extra inzet niet gehaald. Geen uitgewerkte voorzieningenstrategie Er is geen (integrale) visie op het behoud van basisvoorzieningen in krimpende/vergrijzende kernen.(sectoraal wel – zorg, detailhandel concentreren in hoofdkernen).

Belangrijkste koppelkansen (slim combineren van opgaven): 

    

Woningbouw, klimaatadaptatie en duurzaamheid Elke nieuwbouwlocatie kan meteen klimaatbestendig en duurzaam worden ingericht (wadi’s, groen, waterberging, koeling e.a.), rekening houdend met water en bodem en de 3-30-300 regel. Woningbouw en sociale cohesie Nieuwe wijken kunnen bijdragen aan ontmoeting, eenzaamheid tegengaan en dorpsgemeenschappen versterken. Landbouwtransitie, natuur en recreatie Agrarische verduurzaming combineren met landschapsbeheer, recreatie en biodiversiteitsherstel. Klimaatadaptatie en biodiversiteit Groenblauwe structuren (bomen, waterbuffers, ecologische zones) verbeteren en meteen ook kijken naar waterbeheer, hittestress en natuurkwaliteit. Voorzieningen, leegstand en zorg Multifunctionele centra, hergebruik van panden en digitale voorzieningen versterken de leefbaarheid en voorkomen leegstand. Mobiliteit, klimaat en gezondheid Investeren in OV, deelmobiliteit en fietsnetwerken verbetert de bereikbaarheid, verlaagt de CO₂-uitstoot én vergroot de verkeersveiligheid en vitaliteit.

2.1.2 Strategische keuzes Mede op basis van deze uitkomst(en) is bekeken welke belangrijke (strategische) keuzes nog gemaakt moeten worden om tot één integrale, samenhangende en voldoende concrete Omgevingsvisie Aalten 2040 te komen. De belangrijkste nog te nemen strategische beslissing betreft de vraag: a) of gemeente Aalten (op het ene uiterste) richting 2040 kiest voor “kwaliteit boven groei” en vooral inzet op behoud en versterking van het huidige (overwegend landelijke en gemoedelijke) karakter en de huidige identiteit van gemeente Aalten (als een gemeente waarin het met voldoende rust, ruimte en groen goed toeven is); b) of dat gemeente Aalten (op het andere uiterste) richting 2040 kiest voor “flinke groei” om daarmee richting toekomst een steviger fundament te leggen zowel voor

11/24

de lokale economie als voor behoud van voorzieningen (zoals scholen en buurthuizen maar ook zorgvoorzieningen) die belangrijk zijn voor de leefbaarheid van gemeente Aalten, niet alleen in de grote(re) kernen, maar ook in het buitengebied. Van belang is om hierbij op te merken dat het in deze analyse en de twee aangegeven ‘uiterste strategieën’ uitsluitend lijkt te gaan om wel of niet (danwel meer of minder) ‘groeien’, terwijl groei op zich geen doelstelling hoeft te zijn en daarmee ook niet meteen een prominent thema hoeft te zijn. Zo presenteert de langetermijnvisie Nederland 20402 (van de Argumentenfabriek en de VNG) een alternatief voor een uitsluitend op groei gerichte omgevingsvisie. In plaats van louter kwantitatieve groei (“bouwen, bouwen, bouwen”) legt de visie Nederland 2040 de nadruk op het bouwen van sterke gemeenschappen als fundament voor de toekomst. Deze mensgerichte benadering moet Nederland in 2040 krachtiger, menselijker en groener maken, met bijzondere aandacht voor de sociale samenhang en leefbaarheid. In de opbouw van het voorontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie Aalten 2040 en de daaraan ten grondslag liggende redeneerlijn naar een voorkeurscenario voor de nieuwe Omgevingsvisie, hebben visies zoals Nederland 2040 wel degelijk ter inspiratie gediend en zijn deze in de analyse meegenomen.

Weliswaar is “bouwen” nog steeds een prominent thema binnen de fysieke leefomgeving, maar is (ook vanwege de vereiste en gewenste integraliteit en samenhang) in de opbouw van het voorontwerp wel degelijk ook gekeken naar allerlei andere aspecten, waaronder de kwaliteit van samenleven en het bouwen van gemeenschappen. Bijvoorbeeld in de vorm van zorginclusieve buurtschappen met gemengde woningtypes en veel groen, die de sociale cohesie (kunnen) bevorderen.

2.2 De vier scenario’s en de beoordeling daarvan Vervolgens zijn -binnen de bandbreedte van de twee uitersten waarbinnen gemeente Aalten een voorkeurscenario moet kiezen- vier scenario’s ontwikkeld als denkrichtingen om de strategische keuze van gemeente Aalten – gericht op vitale gemeenschappen, zorgvuldig ruimtegebruik en behoud van het waardevolle agrarisch cultuurlandschap – in uiteenlopende toekomstbeelden te verkennen. Ze vormen samen een afwegingskader dat inzicht geeft in de ruimtelijke consequenties, de samenhang tussen opgaven en de impact op leefbaarheid, duurzaamheid en identiteit. Elk scenario representeert een andere mate en vorm van groei, variërend van behoudend (scenario 1) tot ambitieus en vernieuwend (scenario 4), en biedt zo ruimte voor dialoog en richtingbepaling. Door bij alle scenario’s integraal te kijken naar wonen, werken, mobiliteit, natuur, klimaat, energie en voorzieningen ontstaat een robuust beeld van de keuzeruimte én van wat nodig is om ook in 2040 een aantrekkelijke, leefbare en toekomstbestendige gemeente Aalten te zijn.

2 In Nederland 2040 worden drie samenhangende hoofddoelen geformuleerd voor een duurzame en

inclusieve ontwikkeling van het land:  Een krachtiger Nederland: vergroten van de welvaart en veerkracht door structureel te investeren in mensen, kennis, innovatie en infrastructuur. Dit gaat gepaard met langetermijnbeleid dat problemen voorkomt in plaats van ze achteraf op te lossen.  Een menselijker Nederland: toewerken naar een zorgzame samenleving waarin mensen tijd en aandacht voor elkaar hebben. Belangrijke pijlers zijn een sterke sociale basis, brede bestaanszekerheid en duidelijke rechten en plichten voor burgers. (Dit doel onderstreept de menselijke en sociale dimensie als kern van de omgevingsvisie.)  Een groener Nederland: waarborgen van duurzaamheid en een gezonde leefomgeving door klimaatverandering aan te pakken en verantwoord om te gaan met onze leefomgeving, zodat ook toekomstige generaties in een schoon en duurzaam Nederland kunnen wonen.

12/24

Leeswijzer bij de scenario’s Onderstaand een verkorte beschrijving van de vier scenario’s. Daarin ligt het accent relatief sterk op woningbouw. Dit komt doordat woningbouw kwantitatief het meest zichtbare onderscheid vormt tussen de scenario’s. Tegelijkertijd zijn de scenario’s integraal ontwikkeld en beoordeeld op een breed palet aan thema’s, waaronder leefbaarheid, sociale cohesie, mobiliteit, landschap, natuur, gezondheid, economie en energie. In de verdere uitwerking van het voorkeurscenario in hoofdstuk 3 komen deze thema’s nadrukkelijk en evenwichtig terug. 2.2.1 Scenario 1: Kwaliteit boven kwantiteit In scenario 1 wordt gekozen voor ruimte en rust en blijft de groei daarom bewust beperkt. Op de lijn van de Woondeal 1.1 worden tot 2035 circa 900 nieuwe woningen gebouwd, wat gezien wordt als een voorlopig maximum om rust, ruimte, natuur, het dorpse karakter en de sociale samenhang te behouden. De 900 woningen voorzien ook in de woningbehoefte voor migratie van buiten onze gemeente. De ruimtelijke koers zet in op inbreiding binnen de bestaande kernen en vermijdt grootschalige uitbreidingen (op enkele uitleglocaties na), zodat het open landschap en de landbouw intact blijven. Deze aanpak heeft ook milieuvoordelen: minder nieuwe verkeersbewegingen en (nieuwe) industrie betekenen minder extra uitstoot, geluid en verstoring.

Met 900 woningen blijft het echter de vraag of iedereen een plek vindt en kunnen voorzieningen zoals scholen, winkels en sportclubs alsnog onder druk blijven of komen te staan. 2.2.2 Scenario 2: Gematigde groei met behoud van karakter In scenario 2 wordt de groei iets langer uitgesmeerd. Bovenop de eerste 900 woningen van scenario 1 komen tot 2040 nog circa 450 extra woningen, waardoor naar verwachting ongeveer 1.350 nieuwe woningen zijn bijgebouwd. Jongeren en ouderen krijgen meer kans op een woning en de bevolkingsgroei draagt bij aan de instandhouding van voorzieningen zoals scholen, winkels en sportclubs. De ruimtelijke ontwikkeling blijft nog steeds kleinschalig en dorps. Uitbreidingen zijn beperkt, groen en landschap worden gelijktijdig met de woningbouwontwikkeling hersteld en versterkt, waarbij behoud van het dorpse karakter het uitgangspunt is. Scenario 2 biedt dus iets meer groei om de leefbaarheid nog wat verder te ondersteunen ten opzichte van scenario 1, maar blijft een behoedzame middenweg. De gemeenschap krijgt een bescheiden impuls zonder de Achterhoekse charme te verliezen. 2.2.3 Scenario 3: Flinkere groei, breed gespreid Scenario 3 gaat uit van een flinkere groei, mede gericht op de toekomstige leefbaarheid ook in het buitengebied van gemeente Aalten. Bijgevolg komen er tot 2040 ongeveer 2.000 woningen bij, evenwichtig verspreid over alle kernen.

Deze forse(re) uitbreiding pakt de woningnood krachtig aan: Starters en jonge gezinnen krijgen weer een kans op een huis in hun eigen dorp en ook ouderen vinden makkelijker een geschikte (zorg)woning. De sterkere bevolkingsgroei houdt de dorpen levendig: Verenigingen blijven bestaan, scholen kunnen openblijven en winkels krijgen nieuw elan. Belangrijk is dat deze groei hand in hand gaat met kwaliteitsverbetering: Nieuwe woonwijken worden groen opgezet en zijn waterrobuust en klimaatbestendig. Om hier ruimte aan te geven betekent dit ook dat gekozen wordt voor minder grondgebonden woningen en meer appartementen (hoogbouw). Tegelijk wordt geïnvesteerd in natuur en landschap: Houtwallen worden hersteld, biodiversiteit neemt toe en landbouw en natuur worden slim gecombineerd. Door de grotere populatie wordt ook mobiliteit verbeterd – beter openbaar vervoer en veilige fietspaden worden haalbaarder. Keerzijde is het verlies aan rust, ruimte en landelijk karakter. De keuze voor meer mensen en dus meer wonen betekent ook meer migratie en vestiging van inwoners van buiten onze gemeente en een verlies van huidige groene ruimte (landbouwgrond). Daarnaast betekent meer inwoners ook meer verkeer en geluid en energiebehoefte(n). Scenario 3 staat dus voor flinke ontwikkeling om Aalten toekomstbestendig te maken, maar met risico’s voor

13/24

behoud van het Achterhoekse karakter, het milieu en de sociale cohesie. 2.2.4 Scenario 4: Flinkere groei, slim gebundeld Scenario 4 bundelt de groei in ieder geval wat woningbouw betreft in een nieuwe kern (een nieuw dorp). Een groot deel van de circa 2.000 extra woningen wordt niet in de bestaande kernen, maar op één nieuwe locatie gebouwd. Dit beperkt de druk op de dorpen en biedt kansen voor bijvoorbeeld een nieuwe OV-knoop (beter openbaar vervoer) en experimentele, duurzame woonvormen. Uit de effectbeoordeling blijkt echter dat scenario 4 grote risico’s meebrengt voor biodiversiteit, omgevingsveiligheid en het landschap. De baten van een nieuw dorp – snelle groei en innovatie – wegen in dit scenario niet op tegen het verlies aan natuurkwaliteit en gemeenschapszin. Scenario 4 staat dus voor maximale groei via vernieuwing, maar tegen een hoge ruimtelijke en sociale prijs. 2.2.5 Omgevingseffectbeoordeling van de vier scenario’s De vier scenario’s zijn zo concreet, integraal en samenhangend mogelijk uitgewerkt (zie bijlage Analyse en voorkeurscenario).

Vervolgens heeft het onafhankelijke onderzoeksbureau Royal Haskoning op verzoek van gemeente Aalten (en als onderdeel van het MER-traject dat aan de Omgevingsvisie Aalten 2040 is gekoppeld) de vier uitgewerkte scenario’s beoordeeld op hun impact op de kwaliteit van de leefomgeving, met een focus op de aspecten die eerder door Royal Haskoning werden beoordeeld in een nulmeting, vastgelegd in een “foto van de leefomgeving”. De uitkomst van de beoordeling van de vier scenario’s is als volgt: 

Scenario 1 (kwaliteit boven groei) heeft per saldo de meest positieve effecten op de leefomgeving. Door de beperkte uitbreiding en de focus op kwaliteit biedt dit scenario meer kansen dan risico’s – het verbetert knelpunten waar mogelijk en veroorzaakt nauwelijks nieuwe problemen. Het is het enige scenario dat netto positieve milieueffecten laat zien.

Scenario 2 (beheerst doorgroeien) toont een gemengd beeld. De verdere groei geeft enige kansen (bijvoorbeeld voor woningbehoefte en economie), maar ook extra risico’s voor de leefomgeving door de bijkomende bebouwing en infrastructuur. Per saldo wegen de risico’s iets zwaarder dan de kansen in dit scenario. Het profiel lijkt op scenario 1, maar de grotere groei betekent dat negatieve effecten minder goed kunnen worden voorkomen.

Scenario 3 (flinke groei, breed gespreid) brengt veel nieuwe kansen (meer woningen, werkgelegenheid en een sterkere sociaaleconomische basis), maar creëert ook aanzienlijke risico’s voor de leefomgeving. Door de forse uitbreiding kunnen knelpunten verergeren of nieuwe knelpunten ontstaan, bijvoorbeeld meer verkeersbewegingen (geluid, luchtkwaliteit), extra verharding (hittestress, wateroverlast) en ruimtebeslag ten koste van groen. Per saldo heeft scenario 3 meer negatieve effecten dan positieve voor de leefomgeving (de risico’s wegen zwaarder).

Scenario 4 (maximale groei, gebundeld) heeft inhoudelijk vrijwel dezelfde beleidskeuzes als scenario 3 en laat daarom vergelijkbare kansen en risico’s zien. De bundeling van woningen in een nieuwe kern verandert hieraan weinig. Ook in scenario 4 overheersen de risico’s per saldo ten opzichte van de kansen voor de leefomgeving.

Wanneer alle aspecten van de leefomgeving integraal worden bekeken, komt op basis van deze beoordeling (op milieueffecten) scenario 1 (Kwaliteit boven groei) als meest gunstig naar voren. Dit is het enige scenario dat onder de streep meer positieve effecten dan negatieve effecten heeft op de leefomgeving. In de andere scenario’s nemen de risico’s voor de leefomgeving per saldo de overhand, naarmate de groeidoelstellingen ambitieuzer worden.

14/24

2.2.6 Beoordeling van de vier scenario’s op de input van inwoners Naast een beoordeling van de impact van de vier scenario’s op de kwaliteit van de leefomgeving zijn de vier scenario’s (door gemeente Aalten zelf) ook naast de wensen, voorkeuren en prioriteiten gelegd die door inwoners van gemeente Aalten zijn aangegeven in gesprekken en enquetes (Uspreekt van de afgelopen jaren). Elk scenario heeft sterke en zwakke punten in het licht van wat onze inwoners belangrijk vinden. Scenario 1 (beperkte groei) scoort hoog op behoud van landschap en rust, maar faalt in het veiligstellen van voldoende woningen en een vitale toekomst voor de gemeenschap. Scenario 3 (maximale groei) doet het omgekeerde: Het lost woningnood en voorzieningendruk meer/beter op, maar dreigt het geliefde dorpse karakter en landschap te overschaduwen door de ingrijpende groei. Scenario 4 (nieuwe kern) probeert kwaliteit en kwantiteit te combineren op een innovatieve manier, maar is moeilijk verenigbaar met de bestaande wensen en identiteit van de gemeenschap. De essentie van deze afweging is duidelijk: Gemeente Aalten moet kiezen voor een koers die genoeg ontwikkeling toestaat om Aalten vitaal te houden, maar niet zoveel groei dat de kwaliteit van de leefomgeving onacceptabel verslechtert. Met andere woorden, we zoeken een integrale balans tussen groei en behoud van kwaliteit.

De vier scenario’s laten de bandbreedte hiervan zien: van beperkte groei tot maximale groei. Uit de analyses en vergelijking met wensen, voorkeuren en prioriteiten van inwoners blijkt dat het optimale toekomstbeeld zich in het midden bevindt, waar ontwikkeling en bescherming hand in hand gaan.

2.3 Het voorkeurscenario Per saldo (dat wil zeggen: op basis van beide beoordelingen tezamen) komt scenario 2 – gematigde groei met behoud van kwaliteit – als meest evenwichtige en toekomstbestendige optie uit de bus. Dit scenario doet het meeste recht aan zowel de bevindingen uit de omgevingseffect-beoordeling (het bewaart een gezond evenwicht voor de fysieke leefomgeving) als aan de wensen van onze inwoners. Het voorziet in de benodigde woningen voor alle doelgroepen, ondersteunt voorzieningen en economische vitaliteit, én blijft intussen trouw aan wat onze gemeenschap waardevol vindt, namelijk het mooie landschap, de kleinschaligheid, de leefbaarheid en de gemeenschapszin. Scenario 2 scoorde in de analyse op de meeste leefomgevingsaspecten gunstig en voldoet tegelijkertijd grotendeels aan de prioriteiten die inwoners hebben benoemd. Deze combinatie van factoren gaf de doorslag voor scenario 2: Het biedt de benodigde oplossingen zonder onacceptabele nadelen – in contrast met scenario 1 dat te weinig perspectief bood en scenario 3 en 4 die juist te veel druk op de leefomgeving leggen. Kortom, “groei met kwaliteit” is het voorkeurscenario voor gemeente Aalten richting 2040. Het is een middenweg die groei omarmt om knelpunten op te lossen en perspectief te bieden aan de jeugd, maar nooit ten koste gaat van de identiteit en omgevingskwaliteit.

Deze koers maakt gemeente Aalten toekomstbestendig, zonder zichzelf te verliezen. Bouwen aan sterke gemeenschappen Het gekozen voorkeurscenario sluit bovendien aan bij recente inzichten van onder meer de VNG, waarin wordt benadrukt dat de toekomstbestendigheid van gemeenten niet uitsluitend wordt bepaald door economische groei, maar vooral door het versterken van gemeenschappen. In deze Omgevingsvisie staat daarom niet groei als doel op zichzelf centraal, maar het bouwen aan een vitale, inclusieve en zorgzame gemeenschap, waarin inwoners elkaar kennen, ondersteunen en samen verantwoordelijkheid dragen voor hun leefomgeving. Woningbouw, voorzieningen, mobiliteit en economie worden in deze visie steeds bezien vanuit hun bijdrage aan sociale samenhang en leefkwaliteit.

15/24

3. VISIE AALTEN 2040 In dit hoofdstuk (mede op basis van alle ingrediënten uit de bijlage) de uitwerking van de voorkeursrichting naar een zo concreet (SMART), integraal en samenhangend mogelijk beeld van de gewenste fysieke leefomgeving in Aalten in 2040.

3.1 Leven in de gemeente Aalten (algemeen) In 2040 is gemeente Aalten nog steeds een landelijk groene gemeenschap met een gemoedelijke dorpssfeer. De gematigde groei is gelijkmatig over de kernen opgevangen, waardoor alle dorpen levendig zijn gebleven. De gemeenschapszin is sterk gebleven: Inwoners kennen elkaar en naoberschap (burenhulp) is nog steeds de norm. Nieuwe inwoners zijn geleidelijk geïntegreerd – mede door bewuste welkom-initiatieven – zodat ze zich snel thuis voelen en meedoen. Gemeente Aalten heeft er in 2040 wel wat nieuwe gezichten bij, maar zonder het eigen karakter te verliezen. Dankzij de lichte groei is de bevolkingsopbouw meer in balans. Er wonen relatief meer jonge gezinnen, wat de vergrijzing afremt en zorgt voor nieuwe energie. De leefkwaliteit is nog steeds hoog: De dorpen zijn veilig, rustig en omgeven door groen, precies zoals de inwoners het wensten. Basisvoorzieningen zoals detailhandel, bedrijven en zorgvoorzieningen zijn in stand gehouden en scholen en verenigingen hebben genoeg draagvlak behouden. Met de (beperkte) uitbreiding en investering in bestaande bestaande bedrijventerreinen zijn deze toekomstbestendig en zorgen ze -net als de basisvoorzieningen- voor werkgelegenheid. De agrarische sector is in balans met een gezond ecosysteem, is toekomstbestendig en draagt bij aan de instandhouding en versterking van ons waardevol cultuurlandschap.

Gemeente Aalten in 2040 is daarmee vitaal en toekomstbestendig, zonder de identiteit en charme van de gemeenschap op te offeren. Waar landelijke wettelijke normen gelden voor milieu, geluid, luchtkwaliteit en veiligheid, vormen deze normen het uitgangspunt voor beleid en toetsing. Internationale richtlijnen, zoals die van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), worden betrokken als inspirerende referentie, maar zijn niet normstellend.

3.2 De inrichting van de fysieke leefomgeving (algemeen) De fysieke leefomgeving in 2040 laat zien dat groei hand in hand is gegaan met kwaliteitsbehoud. Ontwikkelingen zijn kleinschalig en dorps gebleven. We hebben rekening gehouden met water en bodem en bouwen in principe niet op plekken die van nature ongeschikt zijn, zoals drassige grond of locaties met overstromingsrisico. Eerst is binnen de bestaande dorpsgrenzen naar mogelijkheden van inbreiding gekeken, maar omdat ook daar de ruimte beperkt was (ook vanwege ‘concurrerende ruimteclaims’ zoals meer groen en meer berging voor water) zijn aan de randen van Aalten en Dinxperlo een paar uitbreidingslocaties toegestaan en tot ontwikkeling gekomen. Die uitbreidingen zijn zorgvuldig ingepast na strenge landschappelijke toetsing op de koppelkans om met de ontwikkeling bij te dragen aan herstel en versterking van landschap en biodiversiteit (en hiermee een gezonde groene omgevingskwaliteit). Belangrijke landschapswaarden (zoals het coulisselandschap met essen en houtwallen, de stilte en duisternis) zijn in 2040 intact. Ontwikkeling mocht alleen als het landschap ervan meeprofiteerde, volgens het motto “ja, mits het landschap tegelijkertijd wordt versterkt”. Bij nieuwe woonwijken of bedrijfskavels is extra groen aangelegd en/of ruimte gegeven aan water als compensatie en klimaatadaptatie. Nieuwe buurten aan de dorpsrand zijn

16/24

verweven met het omliggende landschap en verbindende (ecologische) structuren, zodat het woongebied geleidelijk overgaat in het buitengebied. We volgden het principe “niet minder, maar anders” voor landschapselementen: Als ergens een houtwal moest wijken, legden we elders een nieuwe aan. Per saldo is er in 2040 geen verlies maar juist een toegevoegde waarde qua biodiversiteit en groene ruimte, die in 2040 klimaatbestendiger is dan in 2025.

3.3 Wonen in de gemeente Aalten In de periode 2025–2040 zijn naar verwachting ongeveer 1.350 nieuwe woningen bijgebouwd in de gemeente. Daarmee is voorzien in de behoefte van alle doelgroepen – starters, jonge gezinnen én senioren – zoals inwoners hadden aangegeven om jongeren te behouden en kernen leefbaar te houden. Dankzij deze nieuwbouw krijgen lokale jongeren weer kans op een huis en vinden ook ouderen gemakkelijker een passende woning binnen de gemeente, waardoor ook de doorstroming is bevorderd. We hebben zoveel mogelijk inbreiding en herbestemming toegepast. Leegstaande panden en binnenlocaties zijn omgezet naar woonruimte en daarnaast is onder strikte voorwaarden aan de dorpsranden bijgebouwd. Elke uitbreidingslocatie is getoetst op water- en bodemgeschiktheid (te natte locaties vielen af). Nieuwe buurten en buurtjes zijn kleinschalig en (conform de 3-30-300-norm) groen van opzet, met buffers van beplanting en water richting het buitengebied. Uitbreiding gebeurde bovendien gefaseerd om leegstand te voorkomen. De woninggroei is over alle kernen gespreid. De meeste huizen kwamen in Aalten en Dinxperlo, maar Bredevoort en de buurtschappen kregen ook enkele nieuwe woningen. In het buitengebied is daarnaast ruimte geboden voor maatwerkoplossingen zoals zogenoemde generatie-erven, waarbij meerdere generaties op één erf kunnen wonen.

Deze woonvormen dragen bij aan informele zorg, sociale samenhang en een evenwichtiger bevolkingsopbouw op het platteland. Daarbij zijn deze landschappelijk goed ingepast, ook binnen de overige doelstellingen van de Omgevingsvisie. Prioriteit bleef liggen bij compacte in- en uitbreidingen van de kernen. Door dit alles was er in alle dorpen lichte instroom, wat scholen, winkels en sportclubs net wat extra draagvlak gaf. De groei wordt als beheerst ervaren: Er zijn een paar nieuwe buren bij gekomen, maar de dorpse sfeer is niet aangetast.

3.4 Mobiliteit en digitale infrastructuur in de gemeente Aalten Met iets meer inwoners en bedrijven is het verkeer in 2040 beperkt toegenomen, maar door gerichte maatregelen heeft dit niet tot problemen geleid. We hebben geen grote nieuwe wegen aangelegd. In plaats daarvan zijn bestaande wegen slim verbeterd. Binnen de kernen is nadruk gelegd op verkeersveiligheid. Vrijwel alle woonstraten zijn 30 km/uur-zones met drempels, en sluipverkeer is geweerd. Ook zijn fietspaden verbeterd, en zijn er snelle en veilige fietsverbindingen gekomen tussen de verschillende deelgebieden van gemeente Aalten, waaronder goede fietsverbindingen vanuit het buitengebied naar de voorzieningen in de hoofdkernen. Bij de verdere ontwikkeling van het fietsnetwerk is waar mogelijk ingezet op routes met bestaande of eenvoudig te realiseren schaduw, zodat comfort en gezondheid worden vergroot. Daarbij is strategisch gekozen voor tracés die logisch aansluiten op bestaande infrastructuur en landschappelijke structuren. Strenge handhaving op snelheid en vrachtwagens heeft de onveiligheid verder teruggedrongen. Het resultaat is duidelijk: Minder verkeerslawaai en veel ruimte voor fietsers, trottoirs en groen in de woonwijken.

17/24

Het openbaar vervoer is verbeterd en aangevuld met bijvoorbeeld beschikbaarheid in de avonduren, een buurtbus danwel vervoer op afroep (zoals ZOOV) . Hiermee is een fijnmaziger systeem gerealiseerd, waarmee ook de mobiliteit van bewoners van buurtschappen verbeterd is. Alle nieuwe buurten zijn bovendien voorzien van laadpalen voor elektrische auto’s en veilige fietsverbindingen, omdat duurzaam vervoer de norm is. De bereikbaarheid van en binnen onze gemeente is in 2040 uitstekend, zonder de rust of het landschap aan te tasten. Verder heeft in 2040 de hele gemeente toegang tot razendsnel internet. De glasvezeldekking bereikte al in 2025 bijna 100%, ook in het buitengebied, en mobiele dekking (4G/5G) is overal aanwezig. Dit betekent dat thuiswerken en digitale diensten voor iedereen mogelijk zijn. Inwoners kunnen in hun eigen dorp online werken, leren en zelfs zorg op afstand krijgen (e-health), wat de leefbaarheid ten goede komt. De gemeente heeft geïnvesteerd in digitale inclusie: er zijn cursussen en hulp voor wie niet digitaal vaardig is, zodat niemand wordt buitengesloten. Gemeente Aalten heeft ook slimme technologie ingezet om de leefomgeving te verbeteren. We doen mee aan regionale “smart city”-projecten en passen innovaties toe zoals energiezuinige straatverlichting en sensoren die verkeer en milieu monitoren.

Digitalisering versterkt bovendien het contact tussen gemeente en inwoners via online platforms voor inspraak. Kortom, de digitale infrastructuur is in 2040 geen belemmering maar juist een kans voor economie en gemeenschap – iedereen kan volwaardig meedoen in de digitale samenleving.

3.5 Cultuur en voorzieningen in de gemeente Aalten De basisvoorzieningen in gemeente Aalten zijn in 2040 grotendeels behouden en op punten versterkt. De lichte groei van bevolking en bestedingen gaf winkels, horeca en scholen net wat meer armslag. In Aalten en Dinxperlo zijn voorheen leegstaande panden waar mogelijk weer ingevuld met nieuwe functies zodra de vraag het toeliet. Het voorzieningenniveau is daarmee op peil gebleven. Er is ingezet op versterking van bestaande Kulturhusen met verbreding van diensten op het gebied van zorg, ontmoeting, sport en culturele activiteiten, zodat deze robuuster zijn dan in 2025. Ook op het gebied van sportaccommodaties is werk gemaakt van slim combineren, waardoor de sportaccommodaties een bruisender plek zijn geworden voor zowel bewegen als ontmoeten en daarmee een belangrijke functie vervullen voor de brede gezondheid en het mentaal welbevinden van de inwoners van gemeente Aalten. Ook de kleinere kernen profiteren mee doordat de hoofdkernen sterke voorzieningen behouden. Overal hebben scholen voldoende leerlingen en hielden bibliotheek, kinderopvang, winkels en sportclubs genoeg aanloop, mede door nieuwe aanwas van vrijwilligers. In dorpen waar het inwonertal groeide, is gekeken of voorzieningen terug konden komen – zo kreeg een kern weer een bibliotheek uitleenpunt of servicepunt op bepaalde dagen.

Bovendien zijn creatieve oplossingen ingezet om voorzieningen bereikbaar te houden, zoals een buurtbus of haal-breng-dienst naar het zwembad en het gezondheidscentrum. Dankzij al deze inspanningen voldoen we ruimschoots aan de provinciale norm dat in 2030 ten minste 90% van de dorpen hun basisvoorzieningen behoudt; in ons scenario hebben waarschijnlijk álle kernen hun primaire voorzieningen weten te behouden. Op cultureel gebied is gemeente Aalten in 2040 net zo rijk en actief als voorheen. Belangrijke monumenten en historisch erfgoed zijn behouden en waar mogelijk in gebruik gebleven – bijvoorbeeld als museum, galerie of woonhuis – zodat ze bijdragen aan het dorpsleven. Alle sport-, muziek- en culturele verenigingen van 2025 bestaan in 2040 nog met voldoende leden en vrijwilligers. Inwoners wilden hun verenigingen behouden, en dat is gelukt:

18/24

samenwerking tussen clubs is gestimuleerd en nieuwkomers zijn actief bij de gemeenschap betrokken. Jaarlijkse tradities en evenementen gaan onverminderd door en trekken zowel oude als nieuwe inwoners en bezoekers van (ver) buiten onze gemeente. Nieuwe inwoners brengen frisse energie mee, terwijl het authentieke karakter van deze feesten bewaard is gebleven. Kortom, cultuur en gemeenschapsleven zijn dynamisch: iedereen kan meedoen en genieten van bibliotheek, sport, kunst en historie, wat bijdraagt aan een hechte en vitale gemeenschap.

3.6 Werkgelegenheid en bedrijventerreinen in de gemeente Aalten De Omgevingsvisie Aalten 2040 doet geen uitspraken over exacte locaties of uitbreidingsgrenzen van bedrijventerreinen. In plaats daarvan worden op hoofdlijnen zoekrichtingen en randvoorwaarden benoemd. Concrete keuzes worden gemaakt in vervolgfases, met oog voor water en bodem, landschappelijke inpassing en leefkwaliteit. In 2040 heeft gemeente Aalten een iets bredere economische basis, zonder de leefomgeving te schaden. De gemeente faciliteerde gematigde groei van werkgelegenheid, vooral door optimaal gebruik van bestaande bedrijventerreinen en passende uitbreidingen. Op ’t Broek bij Aalten is bijvoorbeeld een beperkte uitbreiding aan de rand gedaan, met een groene buffer eromheen. In Dinxperlo lag de nadruk op herstructureren en benutting van beperkte uitbreidingsruimte. Niet toekomstbestendige bedrijfsgebouwen zijn efficiënter herbouwd (soms met een extra verdieping) zodat op dezelfde locatie meer bedrijvigheid past. Inwoners wilden geen industriële bebouwing in het open landschap, en die wens is gerespecteerd. Nieuwe economische ontwikkelingen zijn kleinschalig en duurzaam van aard. We trekken bij voorkeur ondernemers aan die passen bij het Achterhoekse karakter en inzetten op schone, circulaire activiteiten.

Initiatieven die lokale banen creëren én de gemeenschap versterken, krijgen een steuntje in de rug (bijv. hulp bij vergunningen). Tegelijk gelden strenge milieueisen bij elke uitbreiding: groei mag niet ten koste gaan van schone lucht, stilte en veiligheid. Zwaar vervuilende industrie is niet gevestigd. De werkgelegenheid is hierdoor licht toegenomen. Enkele tientallen extra banen zijn lokaal ontstaan, waardoor meer jongeren in hun eigen gemeente aan de slag konden. Veel nieuwe banen zitten in de zorg, het onderwijs, ambachten en maakindustrie. Belangrijk is dat deze economische impuls hand in hand ging met leefomgevingskwaliteit. Onze bedrijventerreinen zijn in 2040 groener en moderner – met energiezuinige panden, bomen langs de straten en zonnepanelen op daken – en voldoen aan alle veiligheidsnormen. Gemeente Aalten blijft dus een prettige woongemeente met voldoende werkgelegenheid, zonder het landschap of de dorpsrust aan te tasten.

3.7 Landbouw in de gemeente Aalten De agrarische sector is en blijft belangrijk voor het landschap en de identiteit van gemeente Aalten en levert daarnaast een bijdrage aan de economie. De in deze Omgevingsvisie benoemde ontwikkelrichtingen richting verduurzaming en natuurinclusiviteit zijn met nadruk bedoeld als perspectief voor de toekomst, niet als waardeoordeel over de huidige sector.

19/24

De landbouwsector in gemeente Aalten is in 2040 duurzamer, meer in balans met de natuur en levert een belangrijke bijdrage aan voedselproductie, beheer van het cultuurlandschap en leefbaarheid van het buitengebied. Het areaal landbouwgrond is maar heel licht afgenomen – alleen aan de randen van dorpen waar woningen of bedrijven zijn bijgekomen. Vrijwel alle open agrarische gebieden buiten de kernen zijn behouden voor de landbouw. Tegelijk zijn strengere milieuregels van kracht om omliggende natuur te beschermen (zoals beperkingen op veehouderij-uitbreiding nabij kwetsbare natuurgebieden). Via saneringsregelingen hebben enkele intensieve veehouderijen vrijwillig hun bedrijf beëindigd, vooral op locaties pal naast kwetsbare natuur. De vrijgekomen stallen zijn meestal gesloopt en de grond is deels omgezet in nieuwe natuur (rood-voor-groen) of kleinschalig wonen (roodvoor-rood). De boeren in 2040 werken grotendeels duurzaam en toekomstgericht. Velen hebben de omslag naar kringlooplandbouw gemaakt. Ze gebruiken veel minder kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen en hergebruiken meststoffen en reststromen maximaal.

Natuurinclusieve landbouw en “agroforestry” zijn sterk in opkomst – steeds meer agrariërs zaaien bloemrijke akkerranden in en hebben de aanleg, het herstel en het beheer van biodiverse groenblauwe landschapselementen (zoals houtwallen, boomgaarden, bosjes, poelen etc) ingepast in hun bedrijfsvoering. De gemeente en het waterschap stimuleren dit met advies en subsidies. Doel was om in 2030 minstens 25% van de boeren natuurinclusief te laten werken en dat doel is ruimschoots gehaald, hetgeen de natuur ten goede is gekomen. Deze verduurzaming en innovatie in de agrarische sector hebben de balans tussen landbouw en natuur aanzienlijk verbeterd. Waar landbouwgrond toch een andere bestemming kreeg, is dat grotendeels natuur of landschap geworden. Op voormalige akkers zijn bosjes en natte natuur ontwikkeld. Daardoor is het ecologisch netwerk versterkt en hebben soorten meer leefruimte gekregen. Boeren zijn meer dan voorheen partners in landschapsbeheer. Via agrarische natuurprogramma’s krijgen ze vergoedingen om bijvoorbeeld weidevogels te beschermen en groenblauwe landschapselementen te onderhouden. Gemeente Aalten heeft door dit alles zijn groene imago van waardevol agrarisch cultuurlandschap behouden. De agrarische economie is verduurzaamd en toekomstbestendig gemaakt, terwijl het karakteristieke coulissenlandschap is hersteld en versterkt.

Ook zijn de biodiversiteit (de soortenrijkdom van planten, dieren en insecten) en het bodemleven weer in gezonde balans met het opbrengend vermogen.

3.8 Toerisme en recreatie in de gemeente Aalten Toerisme en recreatie hebben zich in gemeente Aalten richting 2040 verder ontwikkeld, maar uitsluitend op een kleinschalige, passende manier. Rust en het landschap zijn vooropgesteld, dus massatoeristische attracties zijn er niet gekomen. In plaats daarvan is geïnvesteerd in kwaliteit: Het bestaande recreatieve aanbod is verbeterd en verduurzaamd. Het aandeel van toerisme in de lokale economie is hiermee een belangrijke motor voor de economie gebleven en gepaard gegaan met een kwaliteitsimpuls. Bezoekers genieten van het authentieke karakter van gemeente Aalten. Ze wandelen of fietsen door het coulisselandschap, bezoeken de historische kern van Bredevoort en musea zoals het Grenslandmuseum in Dinxperlo, het onderduikmuseum in Aalten en proeven streekproducten bij boerderijwinkels of kleinschalige markten. Evenementen trekken ook toeristen, maar altijd samen en in overleg met de gemeenschap zodat er groot draagvlak is. Ontwikkelingen die het unieke karakter aantasten zijn bewust niet toegestaan.

20/24

Gemeente Aalten benut toerisme vooral ter ondersteuning en versterking van de eigen gemeenschap. De inkomsten vloeien naar lokale ondernemers in horeca, detailhandel en recreatie, en toerisme biedt een prikkel om erfgoed en landschap te blijven onderhouden. Tegelijkertijd is het bezoekersaantal bescheiden genoeg gebleven om de rust en ruimte – waarden die onze inwoners belangrijk vinden – te behouden. Gemeente Aalten is in 2040 dus nog steeds gastvrij, maar op eigen voorwaarden: We heten toeristen welkom die onze cultuur en natuur waarderen en een bijdrage leveren aan de (lokale) gemeenschap, zonder het karakter van de gemeente te veranderen.

3.9 Landschap, natuur en biodiversiteit in de gemeente Aalten Het landschap van gemeente Aalten is in 2040 nog even waardevol als altijd. De kernkwaliteiten – het mozaïek van weilanden en houtwallen, de stille nachten en de donkere hemel – zijn behouden en daarnaast hersteld. Ontwikkelingen zijn gepaard gegaan met investeringen in het herstel van landschap, biodiversiteit en klimaat volgens het motto “ja, mits”. Bij iedere uitbreiding hebben we iets extra’s voor natuur en/of landschap gedaan, zoals nieuwe groenstroken, waterbuffers en/of herstel van landschapselementen. Nieuwe woonwijken zijn verweven en verbonden met het omliggende (buiten)gebied door groenblauwe structuren en landschapselementen waarmee ook aantrekkelijke verbindingen zoals “ommetjes” zijn gerealiseerd in aanvulling op de 3-30-300 voorwaarden. Waar nodig werden eisen gesteld aan groenblauwe dooradering bij nieuwe ontwikkelingen, altijd gebiedsgericht, in goed overleg met grondeigenaren en met oog voor haalbaarheid. Uitwerking hiervan vindt plaats in omgevingsprogramma’s, inclusief monitoring. We volgden “niet minder, maar anders” voor groenelementen: Als ergens een stukje groen verdween, legden we elders robuuste groenvoorzieningen aan met een hoge waarde voor de biodiversiteit. Daarnaast zijn op strategische plekken nieuwe natuurgebieden gecreëerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=819e59ab-af9a-4aff-80cd-12806d4a73bc