Toegevoegd 30-1-26: D66 Schriftelijke vragen voorkeurscenario Omgevingsvisie
Tekst van het document
Raadsvragen Naam/fractie Datum
: :
Jeroen Hollema - D66 30 januari 2026
Onderwerp
:
Voorkeursscenario Omgevingsvisie
Context (aan te vinken) Verzoek om informatie (niveau ambtelijke bijstand) Vragen over een bepaald voorstel Schriftelijke vragen aan het college ex artikel 54 RvO Mondelinge vragen aan het college ex artikel 56 RvO (vragenuur)
Aanleiding: Het college heeft de raad gevraagd om een uitspraak te doen over een algemeen voorkeursscenario voordat de Omgevingsvisie verder uitgewerkt wordt.
Algemene vragen 1. In de startnotitie was het uitgangspunt om de definitieve omgevingsvisie binnen de bestuursperiode 2022-2026 vast te stellen. Wat zijn de redenen voor de vertraging? 2. In de startnotitie werd uitgegaan van een visie met het jaar 2050 als ‘stip op de horizon’, omdat andere (hogere) bestuurslagen (NOVI, POVI) dit ook aanhouden. Waarom is nu voor 2040 gekozen? 3. In de startnotitie werden drie fases aangehouden: fase 1 (inkadering, basisingrediënten), fase 2 (participatie met bewoners) en fase 3 (ontwerp) met een go / no go na iedere fase. In welke fase zitten we nu? 4. In de notitie gebiedsindeling zijn vier gespreksrondes voorzien per gebied. De vierde gespreksronde was gepland voor maart/april 2025 en was voor een toelichting op een gebiedsgericht ontwerp. Op de website van de gemeente Aalten staan verslagen van twee gespreksrondes. Welke gespreksrondes volgen nog, met welke inhoud, welke gebieden en wanneer?
Vragen Voorontwerp omgevingsvisie Aalten 2040 5. In het ‘voorontwerp’ lezen we : “De nieuwe Omgevingsvisie vervangt alle andere visies”. In bijlage 1 van Bijlage 1 is een lijst van honderden documenten opgenomen, zoals beleidsnota’s, visies, plannen, afwegingskaders, strategieën, akkoorden, programma’s, kaarten, monitors en verordeningen.
a. Welke documenten worden volledig vervangen door de omgevingsvisie? b. Welke documenten blijven (deels) vooralsnog geldig, eventueel als programma? c. Voor welke documenten moet een vervangend programma geschreven worden? d. Welke documenten zullen (deels) een plek krijgen in de omgevingsplannen? 6. Het voorkeursscenario is samengevat in 8 pagina’s, komt dit overeen met het detailniveau van het uiteindelijke ontwerp? 7. De raad wordt nu gevraagd om in te stemmen met één voorkeursscenario voor de gemeente als geheel. Hoe verhoudt dit zich met een integrale en gebiedsgerichte aanpak? 8. Scenario 4 is een extreem met een volledig nieuw dorp, daarentegen wordt in het voorkeursscenario gekozen voor een naar rato verdeling van woningbouw over alle kernen. Waarom is niet meer voor gebiedsgerichte aanpak gekozen? Bijvoorbeeld groei in alle kernen, maar extra groei voor één (of meerdere) kleine kern(en) om voorzieningen terug te kunnen halen? Bijvoorbeeld een verdere ontwikkeling van De Heurne, waardoor er een as van vier dorpen ontstaat door het midden van de gemeente.
9. Is er ook nagedacht om deels te kiezen voor meer compacte woonvormen om tot een andere balans te komen tussen ruimtebeslag en aantal woningen? 10. Waarom wordt in het voorkeursscenario gekozen voor een vast aantal nieuwe woningen (1350) en niet voor een range, bijvoorbeeld 1200-1600? 11. “Belangrijke landschapswaarden zijn in 2040 intact”, waarom is er niet gekozen voor herstel / uitbreiding? 12. Waarom is het STOMP-principe niet genoemd bij mobiliteit? 13. Mobiele dekking (4G/5G) is 2040 overal aanwezig. Waarom wordt 6G (na 2030) en 7G (na 2035) niet genoemd en de vergaande digitalisering van allerlei apparaten en machines voor bijvoorbeeld precisielandbouw? 14. Er wordt gesproken over de provinciale norm dat in 2030 ten minste 90% van de dorpen hun basisvoorzieningen behoudt. Welke kernen vallen wel/niet onder deze norm? 15. Voor bedrijventerreinen worden op hoofdlijnen zoekrichtingen en randvoorwaarden benoemd in de visie.
Waarom wordt het gebied langs de N318 aansluitend aan Hofskamp Oost / VIP in Varsseveld niet genoemd als een mogelijke zoekrichting in de toekomst? 16. Wat is de integrale (kwalitatieve) afweging die gemaakt is voor de kwantitatieve stelling dat in 2040 “Het areaal landbouwgrond maar heel licht is afgenomen - alleen aan de randen van dorpen waar woningen of bedrijven er bij zijn gekomen.”? 17. “Waar landbouwgrond toch een andere bestemming kreeg, is dat grotendeels natuur of landschap geworden.” Hoe verhoudt dit zich met de stelling uit vraag 15? De stellingen lijken te conflicteren. 18. Wat wordt bedoeld met uitsluitend kleinschalig toerisme en recreatie? Betekent dit een initiatief als Bommelwereld bij voorbaat wordt uitgesloten in Aalten? Is een toekomstig bungalowpark Walfort ook kleinschalig? Betekent dit dat bij voorbaat uitgesloten wordt dat er meer bungalowparken komen? 19. We lezen: “Het bestaande recreatieve aanbod is verbeterd en verduurzaamd”. Betekent dit dat nieuwe kleinschalige recreatie niet gestimuleerd wordt? 20. Wordt er ook een toeristische visie uitgewerkt per deelgebied? 21. “Bij iedere uitbreiding hebben we iets extra’s voor natuur en/of landschap gedaan”.
Moet ‘iets extra's gedaan’ opgevat worden als ‘meer dan strikt noodzakelijk of gebruikelijk is’? Waarom is gekozen voor deze wat vage omschrijving? 22. “Daarnaast zijn op strategische plekken nieuwe natuurgebieden gecreëerd.” Kan een nadere duiding gegeven worden van ‘strategische plekken’? Wat is het kwalitatieve en kwantitatieve doel? 23. “’s Nachts is het donker en stil in de dorpen”. Waarom wordt een donker buitengebied niet genoemd? Een donker dorp lijkt niet in overeenstemming met het beleidsplan 'Licht in de gemeente Aalten'. Graag een toelichting hierop. 24. “We hebben de CO2-uitstoot fors verminderd – circa 80% minder dan in 1990”. Waarom over de wettelijke doelstelling uit het Klimaatakkoord en Europese Green Deal om in 2030 55% CO2 te verminderen (ten opzichte van 1990) en de nieuwe Europese en daarmee ook Nederlandse doelstelling om in 2040 90% te verminderen niet genoemd?
25. “2050 energieneutraal (...) Dit is bereikt zonder ons landschap te schaden.” Is het wel reëel te stellen dat er geen schade / impact is op het landschap? Waarom is niet gekozen voor een beschrijving als: ‘De grootschalige opwekking van energie verandert het landschap, het energielandschap is zorgvuldig vormgegeven en er is rekening gehouden met de lokale omgeving.’ 26. “Op diverse locaties en bedrijventerreinen zijn voorzieningen voor energieopslag gerealiseerd, waarmee de pieken in vraag en aanbod van energie worden opgevangen”. Kan een nadere duiding worden gegeven voor ‘diverse locaties’? 27. “De meeste huizen hebben een warmtepomp en een deel is aangesloten op een warmtenet dat bijvoorbeeld restwarmte van een lokale fabriek benut.” Waarom zijn andere vormen van warmtenetten niet genoemd, bijvoorbeeld een buurt WKO of een collectieve warmtepomp in combinatie met een energieopslag? 28. “De lokale energiecoöperatie telt honderden leden”. Waarom enkelvoud? 29. “Meer dan 75% van het afval wordt nu - in 2040 - gescheiden ingezameld en gerecycled.” Wat is het huidige percentage?
Bijlage 1 - Ingrediënten 30. In het document staan beschrijvingen en specifieke kenmerken beschreven van de deelgebieden. In hoeverre wordt dit overgenomen in de uiteindelijke gebiedsgerichte omgevingsvisie? Bijvoorbeeld de input van inwoners van Aalten dat men graag het autoverkeer in het kernwinkelgebied wil beperken. 31. In het document worden samenvattingen gegeven van bestaande beleidsdocumenten (zie ook vraag 5). In hoeverre komt deze informatie terug in de uiteindelijke Omgevingsvisie? 32. Waarom wordt in paragraaf 3.2 (mobiliteit) de internationale OV verbinding Aalten - Bocholt niet genoemd? 33. Waarom is het Lintelo Dorpsontwikkelplan 2021-2031 en het wat oudere plan van IJzerlo niet meegenomen?
Bijlage 2 - Analyse en voorkeursscenario 34. Er wordt een conflict geconstateerd voor woningbouw versus landschap. In hoeverre draagt ‘rood-voor-rood’ hier aan bij? 35. Waarom wordt specifiek uitgegaan van landbouwgroei, terwijl de landelijke trend is krimp van de landbouwsector? 36. De vier scenario’s zijn allemaal in ‘alles of niets’ termen voor de gemeente als geheel beschreven. Op een informatiebijeenkomsten met inwoners in januari werd gesteld dat het aantal te bouwen woningen waarschijnlijk na rato over de kernen wordt verdeeld. Dit terwijl het doel was om tot een gebiedsgerichte, integrale en samenhangende visie te komen met specifieke en passende keuzes per gebied. Hoe wordt deze stap alsnog gezet in de komende maanden? Bijvoorbeeld de vraag of er een dorpskern moet komen in de Aaltense Heurne of om De (Dinxperlose) Heurne uit te laten groeien tot een volwaardige vierde dorpskern. 37. Waarom is in de scenario’s steeds gekozen voor dezelfde groei voor alle sectoren, bijvoorbeeld toerisme, en is er niet meer een (gebiedsgerichte) mix gemaakt?