CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Toegevoegd 21 april: Addendum TAM-Omgevingsplan locatie Hollenberg 4 inclusief bijlage

Gemeenteraad 21 april 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel TAM-Omgevingsplan Landelijk gebied2.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Addendum Raadsvoorstel Van Aan Datum Portefeuillehouder

: Het college van de gemeente Aalten : De raad van de gemeente Aalten : 20 april 2026 : T.M.M. Kok

Onderwerp

: Addendum TAM-Omgevingsplan Landelijk gebied, herziening 2025: wijziging erfinpassingsplan Hollenberg 4

Aanleiding: Op 21 april 2026 staat het raadsvoorstel voor het vaststellen van het TAM-Omgevingsplan ‘Landelijk gebied, herziening 2025’ op de agenda voor besluitvorming. Dit addendum hoort bij het voornoemde raadsvoorstel en gaat over een gewijzigd erfinpassingsplan. Addendum: Eén van de locaties die is opgenomen in het TAM-Omgevingsplan Landelijk gebied, herziening 2025 is de Hollenberg 4 te Aalten. Op deze locatie wordt een agrarische bestemming omgezet in een woonbestemming. Er wordt voormalige agrarische bebouwing gesloopt en één bouwmogelijkheid voor een vrijstaande woning opgenomen. Er is een erfinpassingsplan opgesteld. In het omgevingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee geborgd is dat het erfinpassingsplan uiterlijk twaalf maanden na oplevering van de nieuwe woning wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Nadat het college op 17 februari 2026 heeft besloten het omgevingsplan en de bijbehorende stukken ter besluitvorming aan te bieden aan de gemeenteraad, heeft er overleg plaatsgevonden tussen de initiatiefnemer en enkele buurtbewoners. Dit heeft geleid tot een aanpassing in het inpassingsplan. De aanpassing houdt in dat in het vogelbosje vijf elzen geplant worden die zich tot hogere bomen kunnen doorontwikkelen. Wanneer één van de elzen afsterft dient er een nieuwe voor in de plaats geplant te worden.

Om u als raad het meest actuele TAM-omgevingsplan voor te leggen wordt het aangepaste erfinpassingsplan middels dit addendum betrokken bij het op 21 april 2026 voorliggende raadsvoorstel ‘TAM-Omgevingsplan Landelijk gebied, herziening 2025’. De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: 1. Erfinpassingsplan Hollenberg 4 – Aalten, versie 1.3, rapportdatum 01-04-2026

Erf inpassingsplan Hollenberg 4 | Aalten

Colofon Erfinpassingsplan Hollenberg 4 – Aalten

Uitgevoerd door:

Opdrachtgever:

Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131PZ Lichtenvoorde

Legeland – Advies Buitengebied

BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Projectnummer en versie: 6934A versie 1.3 Ligging plangebied: Hollenberg 4 - Aalten Auteur: L. Talen + K. ten Haaff

Status: Definitief Rapportdatum: 1-4-2026

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding............................................................................................................................................................................................................................ 3

1.1 Aanleiding........................................................................................................................................................................................................................................... 3 1.2 Voorgenomen ontwikkelingen ........................................................................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2

Plangebied......................................................................................................................................................................................................................... 4

2.2 Beschrijving van het plangebied......................................................................................................................................................................................................... 4 2.1 Situering van het plangebied ............................................................................................................................................................................................................. 4 2.3 Landschap........................................................................................................................................................................................................................................... 8 2.4 Cultuurhistorie ................................................................................................................................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 3

Het ontwerp .................................................................................................................................................................................................................... 10

3.1 Doelstelling ....................................................................................................................................................................................................................................... 10 3.2 Het ontwerp ..................................................................................................................................................................................................................................... 10 3.3 Uitgangspunten ................................................................................................................................................................................................................................ 11 3.4 Beleid ................................................................................................................................................................................................................................................ 11 3.5 Kansen voor versterking van de landschappelijke inpassing van het erf ......................................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 4

Inrichting en beheer........................................................................................................................................................................................................ 12

4.1 Inrichtingsmaatregelen .................................................................................................................................................................................................................... 12 4.2 Beheer .............................................................................................................................................................................................................................................. 14

2

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding Op het adres Hollenberg 4 in Aalten bevindt zich een actieve melkveehouderij. De varkenshouderij is een aantal jaren geleden gestaakt. Het voornemen van de initiatiefnemers bestaat uit: het staken van de melkveehouderij, het slopen van de stallen en het realiseren van een nieuwe woning met bijgebouw op het erf. Bij een aantal ruimtelijke ontwikkelingen is een landschappelijke inpassing verplicht in de gemeente Aalten. Bijvoorbeeld als voor een initiatief een bestemmingsplan gewijzigd moet worden. De gemeente Aalten heeft initiatiefnemer gevraagd een voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf op te stellen. In voorliggend plan wordt een voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf gepresenteerd. Naast een verbeelding van het wenselijke eindbeeld, wordt tevens ingegaan op de te nemen inrichtingsmaatregelen. Ook wordt een advies gegeven op welke wijze de nieuwe elementen beheerd dienen te worden om zich te kunnen ontwikkelen tot de elementen zoals bedoeld in dit plan.

Contour te saneren stallen Te behouden kapschuur

Te behouden woning

Nieuwe woning

1.2 Voorgenomen ontwikkelingen Het initiatief tot erftransitie bestaat uit het plan om een groot oppervlakte aan agrarische bedrijfsgebouwen te slopen en de huidige agrarische bestemming om te zetten naar woonbestemming waarbij één woning door initiatiefnemer toegevoegd gaat worden samen met een bijhorend bijgebouw. Dit onder gebruikmaking van de beleidsregel Lokale kwaliteitscriteria voor het toevoegen van een woning in het landelijk gebied van de gemeente Aalten. Afbeelding 1 geeft een verbeelding van de voorgenomen ontwikkelingen.

Afbeelding 1: Voorgenomen ontwikkelingen

3

HOOFDSTUK 2

PLANGEBIED

2.1 Situering van het plangebied

2.2 Beschrijving van het plangebied

Tussen het dorp Aalten en Bredevoort ligt het plangebied Hollenberg 4 te Aalten, gemeente Aalten. Het plangebied wordt omgeven door landelijk gebied. Op afbeelding 2 wordt de ligging van het plangebied op topografische kaart weergegeven.

Het plangebied bestaat uit een woning, kapschuur, melkveestal, twee varkenstallen, een moestuin en agrarisch grasland. De beplanting bestaat uit inheemse bessenstruiken en enkele fruitbomen. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied in geel aangeduid.

Afbeelding 2: Ligging plangebied met rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl)

Afbeelding 3: Luchtfoto met plangebied in geel aangeduid (bron: gelderland.maps.arcgis.com) 4

Afbeelding 4 t/m 15: Huidige situatie en beplanting van het plangebied.

5

6

7

2.3 Landschap Het plangebied en de omgeving van het plangebied behoort tot het kampenlandschap, zie afbeelding 16. Het kampenlandschap bestaat van oorsprong niet uit grote akkercomplexen, maar uit individuele akkers. De boerenbedrijven voerden een gemengde bedrijfsvoering, een combinatie van akkerbouw en veeteelt. Omdat de grond vaak arm was, brachten de boeren mest en heideplaggen als bemesting op het land. Het kampenlandschap is een oud agrarisch cultuurlandschap dat ontstaan is vanaf de middeleeuwen. Het kenmerkt zich door de grillige, bochtige wegenstructuur met verspreid liggende bebouwing. Sommige boerderijen liggen tegenwoordig op enige afstand van de doorgaande weg, als gevolg van ruilverkaveling en het opheffen van tal van zandwegen en paden. De agrarische percelen hebben ongelijke vormen en volgen veelal het oorspronkelijke landschap. Essen en graslanden wisselen elkaar af en wegen zijn veelal voorzien van laanbeplanting. Veel kavelgrensbeplanting, zoals houtwallen, zijn verdwenen tijdens ruilverkaveling. Ook zijn de meeste oorspronkelijke zandwegen verdwenen of verhard.

2.4 Cultuurhistorie Rond 1850 bestaat het plangebied uit agrarisch cultuurland. Vanaf 1881 is de Hollenberg weg ingetekend op de historische kaart. Sinds 1927 is bebouwing aan de Hollenberg 4 toegevoegd aan de historische kaart. Rond 1930 loopt er nog een doorgaande weg dwars door het plangebied, deze weg is op de kaart van 2005 verwijderd.

Afbeelding 16: Ligging plangebied in Kampenlandschap, bron: slgelderland.nl

8

Onderstaande afbeeldingen laten de ontwikkeling van het landschap zien, doormiddel van historische topografische kaarten van topotijdreis.nl. De zwarte cirkel duidt het plangebied aan.

Afbeelding 18: Plangebied op topografische kaart van 1850.

Afbeelding 19: Plangebied op topografische kaart van 1900.

Afbeelding 20: Plangebied op topografische kaart van 1950.

Afbeelding 21: Plangebied op topografische kaart van 2000.

9

HOOFDSTUK 3

HET ONTWERP

3.1 Doelstelling Het doel van een plan voor landschappelijke inpassing is het in harmonie met het omringende landschap inpassen van het erf; zowel het bestaande deel alsmede de nieuwe ontwikkeling. Dat wil niet zeggen dat alle bebouwing verstopt moet worden achter een ‘groene muur’ van beplanting. Bebouwing mag juist zichtbaar en beleefbaar zijn, maar beplanting kan wel bijdragen aan het wegnemen van zicht op minder fraaie elementen, zoals mestsilo’s, betonnen keerwanden van kuilvoerplaten of grote, eentonige stallen voor de intensieve veehouderij.

3.2 Het ontwerp Het ontwerp is voorzien van een struweelhaag die het zicht vanaf de Hollenberg op de kapschuur zal ontnemen. Ten noorden van de bestaande woning wordt een hoogstam fruitboomgaard gerealiseerd, omgeven door een meidoornhaag. Ten zuiden van de boomgaard wordt een bessenstruweel en een solitaire walnoot aangeplant. Langs de inrit worden vijf loofbomen aangeplant. Het erf van de nieuwe woning wordt voorzien van een scheerhaag, heesters en een solitaire loofboom. Tevens wordt er ten zuidoosten van het plangebied een poel aangelegd. Aan de westkant van het perceel komt een vogelbosje bestaande uit verschillende soorten (voornamelijk besdragende) beplanting.

10

3.3 Uitgangspunten Bestaande beplanting Uitgangspunt voor het opstellen van een erfinpassingsplan is behoud van zo veel mogelijk bestaande beplanting. Voorwaarde is wel dat het streekeigen beplantingsvormen zijn, passend in het landschap, en bestaat uit inheemse beplanting (geen conifeer, laurier, duindoorn, naaldbomen). Huidige beplanting Het plangebied bestaat grotendeels uit inheemse soorten. Er hoeft geen beplanting gerooid te worden. Autochtoon plantmateriaal Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van autochtoon plantmateriaal. Dat houdt in dat het plantmateriaal een Nederlandse herkomst heeft. Autochtoon plantmateriaal is afgestemd op het Nederlandse klimaat. Autochtoon plantmateriaal gebruiken verminderd ook hybridisatie van plantgoed van buitenlandse komaf met autochtone beplanting. Streekeigen beplantingsvormen Op de randen van de kleine kavels bevonden zich in het kampenlandschap veel houtwallen en heggen, waardoor het kampenlandschap van oudsher erg kleinschalig is. Streekeigen beplantingsvormen voor het kampenlandschap bestaan uit houtwallen, houtsingels en knotbomen in de nattere delen. Tevens zijn struweelhagen, geriefhoutbosjes, hoogstamboomgaarden, solitaire bomen en scheerhagen streekeigen binnen dit landschap.

3.4 Beleid Provinciaal beleid Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of de Groene Ontwikkelingszone. Vanuit provinciaal beleid voor de bescherming van voorgenoemde zones worden geen specifieke eisen gesteld. Tevens behoord het plangebied niet tot Natura 2000-gebied.

3.5 Kansen voor versterking van de landschappelijke inpassing van het erf Binnen het plangebied bevindt zich, op de moestuin na, vrijwel geen beplanting. De aanleg van de bomenrij, struweelhaag en hoogstam fruitboomgaard is streekeigen voor dit landschap en versterkt de biodiversiteit. Tevens is de nieuwe poel een versterking voor het landschap, amfibieën, zoogdieren en vogels.

Afbeelding 23: Ligging plangebied buiten GNN (donkergroen) en Go (licht groen), bron: gelderland.maps.arcgis.com. 11

HOOFDSTUK 4

INRICHTING EN BEHEER

4.1 Inrichtingsmaatregelen Om tot het wenselijke eindbeeld te komen, worden de volgende inrichtingsmaatregelen genomen.

1. Aanplant struweelhaag Er worden een struweelhaag aangeplant. De haag mag bestaan uit diverse struweelsoorten als veldesdoorn, meidoorn, sleedoorn, hazelaar, Gelderse roos, hondsroos, wilde lijsterbes, gewone vlier en rode kornoelje. Er wordt bij aanleg gebruik gemaakt van driejarig plantsoen (80-120 cm). Er worden twee rijen aangeplant. De totale lengte van de struweelhaag betreft circa 30 meter. 2. Aanplant loofbomen Er worden vijf zomereiken aangeplant langs de inrit. Daarnaast worden er twee walnoten aangeplant. Eén ten noordwesten van de nieuwe woning en één ten oosten van de bestaande woning. Er worden als laanboom gekweekte bomen gebruikt met een minimale stamomtrek van 14-16 cm op 1,30 hoogte. De bomen worden voorzien van twee boompalen en boomband.

Afbeelding 24: Voorbeeld struweelhaag.

Afbeelding 25: Voorbeeld loofboom met boomband en boompalen.

12

3. Aanplant scheerhaag Rondom de hoogstam fruitboomgaard wordt een meidoornscheerhaag aangeplant. Tevens wordt er ten zuidwesten van de nieuwe woning een scheerhaag aangelegd, deze mag bestaan uit (haag)beuk of liguster. Er wordt driejarig plantsoen gebruikt in de maat 80-120 cm. De haag bestaat uit 4 stuks plantsoen per meter haag. 4. Aanplant heesters en bessenstruiken Ten oosten van de nieuwe woning worden heesters aangeplant. Deze heesters mogen bestaan uit Gelderse roos, hondsroos kardinaalsmuts en aalbes. Ten oosten van de bestaande woning worden diverse inheemse bessenstruiken aangeplant. Als voorbeeld: aalbes, kruisbes, Gelderse roos, gewone vlier, wilde lijsterbes en bosbes. 5. Aanleggen poel De beste locatie voor de poel is aan de zuidoost kant van het perceel, grenzend aan de watergang en knotwilgen van de buren en waar amfibieën het kleine bosschage als (winter) rustverblijfplaats kunnen benutten. De amfibieënpoel neemt in zijn geheel (dus met oevervegetatie/hooiland) circa 100m² in beslag. De poel wordt tot maximaal twee meter beneden maaiveld afgegraven, waarbij het voorjaarspeil ongeveer 1,5 meter is en de poelen zomers droog kunnen vallen. 6. Hoogstam fruitboomgaard Ten noorden van de bestaande woning wordt een hoogstam fruitboomgaard gerealiseerd. De vijf bomen komen minimaal vijf meter uit elkaar te staan.

Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van oude-, streekeigen rassen, denk hierbij aan handappel, moesappel, stoofpeer, handpeer of pruim (als voorbeeld: Hennie Rossel Collectie, Stichting Landschapsbeheer Gelderland (achterhoek)). De boomgaard wordt gecombineerd met een extensief beheerd bloem- en faunarijk grasland. 7. Aanplant vogelbosje/bosschage met zwarte elzen Aan de westkant van het perceel komt een vogelbosje/bosschage met 5 zwarte elzen te liggen. Deze zal uit voornamelijk besdragende beplanting bestaan. Bij aanplant wordt er 2- of 3-jarige plantsoen (80-120cm) gebruikt. Het vogelbosje wordt circa 20mx5 = 100m2. Plantsoen wordt 1,50m uit elkaar geplant, dus moeten er 100m2/2,25 = 44 stuks plantsoen aangeplant worden. Een mix van verschillende soorten die gebruikt kunnen worden zijn meidoorn, sleedoorn, veldesdoorn, hazelaar, wilde liguster, wilde lijsterbes, wilde kardinaalsmuts, hondsroos en wilde appel. De 5 zwarte elzen worden in een rij aangeplant. Bij aanplant van de 5 elzen wordt er gebruik gemaakt van 5 stuks plantsoen met een stamomtrek van 10-12cm gemeten op 130cm hoogte vanaf de grond.

13

4.2 Beheer Het vervolgbeer van de aan te leggen elementen bepaald in grote mate het aanzien van de elementen. In deze paragraaf wordt aangegeven hoe de nieuwe elementen beheerd dienen te worden. Struweelhaag De struweelhaag wordt beheerd als hakhout. Dat betekent dat de haag periodiek afgezet mag worden, waarna de haag weer zal uitlopen. De haag mag iedere 8-10 jaar teruggezet worden, bij voorkeur in twee onderhoudsbeurten, waarbij telkens 50% van de haag (in lengte) afgezet wordt. Solitaire boom Geen beheer. Indien laag hangende takken hinder of schade veroorzaken, mag de boom gesnoeid worden. Scheerhaag De scheerhaag wordt jaarlijks één à twee maal geknipt of geschoren om de haag in de wenselijke hoogte en breedte te houden. Hoogstam fruitboomgaard Beheren naar eigen voorkeur. Door snoeien verjong je het vruchthout en blijft de boom langer vruchten produceren. De vorm snoei is bij voornamelijk bij jonge bomen belangrijk. Appelbomen worden meestal in een bolvorm gesnoeid, perenbomen in een piramidale vorm. Het bloem- en faunarijkgrasland wordt gefaseerd gemaaid (sinusbeheer). Bij deze vorm van graslandbeheer wordt het weiland verdeeld in vlakken, deze worden een paar keer per jaar gefaseerd gemaaid waarbij steeds één vlak niet gemaaid wordt. Op deze manier krijgen insectenpopulaties de kans om naar het vlak met de meeste kruiden en bloemen te verhuizen.

Laat de grassen niet langer dan 3 dagen liggen. Door gemaaid gras langer te laten liggen komen er voedingsstoffen vrij die je juist wil afvoeren. Ook krijgen bladrozetten op deze manier niet genoeg licht om te groeien. Maaien na 15 juni (wanneer verschaling nodig is ook in mei maaien). Poel en grasland Opslag van ongewenste houtige gewassen en bomen langs en in de poel wordt jaarlijks in oktober verwijderd (uittrekken, niet maaien). Het grasland om de poel hetzelfde beheren als het bloem- en faunarijkgrasland bij de boomgaard. Niet bemesten en 1x maaien en afvoeren. Vogelbosje/bosschage met zwarte elzen Het vogelbosje/de bosschage word eens per jaar gesnoeid waarbij takken die hinder of schade veroorzaken verwijderd worden. Eens in de 10 jaar wordt het vogelbosje gefaseerd afgezet in minimaal 3 onderhoudsbeurten. Dit betekend dat per keer maximaal 1/3 deel van het vogelbosje afgezet wordt. Bij het afzetten blijven de 5 elzen behouden als boomvormers. Wanneer een van de zwarte elzen dood gaat/afsterft dient er een nieuwe voor in de plaats geplant te worden.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=7d12a556-f107-4b62-8d0e-2e3f02857e54