Toegevoegd 13-2: Bijlage bij RM 25-2026 Beslissing op bezwaar provincie Gelderland (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Ministerie van Asiel en Migratie
> Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag
Aan de commissaris van de Koning en de colleges wethouders in de provincie Gelderland
van
burgemeester
en
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www. rijksoverheid. ni/jenv
Datum Betreft
Onze referentie 6786725
8 december 2025 Besluit op bezwaar
Bijlagen 2 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Geachte heer , mevrouw , Bij brieven van 23 januari 2025 en 29 januari 2025 hebben de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalten , Oldebroek , Montferland en West-Betuwe , afzonderlijk bezwaar ingesteld tegen mijn besluit van 20 december 2024 houdende de verdeling van asielopvangplaatsen in het kader van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen over de provincie Gelderland. Met deze brief wordt op uw bezwaar beslist. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Putten , Brummen , Druten en Wijchen en de Commissaris van de Koning in Gelderland hebben tevens bezwaar tegen dit verdeelbesluit ingediend. Deze instanties hebben echter na nader overleg aangegeven ofwel zich te kunnen vinden in de nieuwe verdeling op basis van het provinciaal verslag en hun bezwaren (voorwaardelijk) in te trekken , ofwel op basis van nader overleg te vertrouwen dat met het nieuwe verdeelbesluit tegemoet zal worden gekomen aan het ingediende bezwaar. Nu aan de kern van de bezwaren van deze instanties is voldaan met het nieuwe verdeelbesluit , laat ik hun bezwaarschriften voor zover zij niet betrekking hebben op het provinciaal verslag bij deze beslissing op bezwaar buiten beschouwing. Leeswijzer In het kader opgebouwd.
van
de leesbaarheid wordt hieronder kort uiteengezet hoe dit besluit is
Allereerst wordt onder het kopje 'Besluit' vermeld welke bezwaren gegrond zijn verklaard. Aansluitend volgt onder het kopje 'Verloop van de procedure' een overzicht van het verloop van de bezwaarprocedure. In het onderdeel 'Beoordeling van het bezwaar' worden de ingediende bezwaarschriften en zienswijzen inhoudelijk besproken. Omdat veel van de ingediende gronden overeenkomen , zijn deze gezamenlijk samengevat en opgesomd. De bezwaargronden zijn in die volgorde behandeld. De behandeling van de bezwaargronden verloopt als volgt: per bezwaargrond wordt eerst een algemene toelichting gegeven , waarmee ook de niet nader gespecificeerde gronden worden behandeld. Ten aanzien van een aantal bezwaargronden is een algemene toelichting niet afdoende. De bespreking van die bezwaargronden zal ik toespitsen op hetgeen de gemeenten specifiek hebben aangevoerd. Deze specifieke toelichting volgt direct op de algemene toelichting. Tot slot volgt de herverdeling
en een
bijbehorende toelichting. Pagina 1 van 13
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid
Besluit Ik verklaar de bezwaren van de gemeenten Aalten , Montferland , West-Betuwe en Oldebroek ongegrond. Ik herroep echter naar aanleiding van onderling overleg over een verdeling op basis van het provinciaal verslag het verdeelbesluit van 20 december 2024 en verklaar de bezwaren van de Commissaris van de Koning in Gelderland , en van de gemeenten Druten , Wijchen en Putten op dit specifieke punt gegrond. Voor een motivering verwijs ik naar het onderdeel 'Beoordeling dit besluit.
van
Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
het bezwaar'
van
Verloop
van
de procedure
Op grond van artikel 5 , eerste lid , van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (hierna: de wet) neem ik eens in de twee jaar een verdeelbesluit per provincie. ' In dit besluit worden de opvangplaatsen per provincie , zoals bepaald in de provinciale opvangopgave als bedoeld in artikel 3 van de wet , verdeeld over de in het besluit aangewezen gemeenten. Op 31 januari 2024 is de provinciale opvangopgave als bedoeld in artikel 3 van de wet bekendgemaakt (hierna: de Capaciteitsraming , provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 2024). De provinciale opvangopgave omvat niet alleen reguliere opvangplaatsen , maar ook opvangplaatsen van bijzondere aard , namelijk opvangplaatsen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (hierna: amv). De provinciale opgave voor de provincie Gelderland (hierna: de provinciale opvangopgave) bedraagt 11. 704 opvangplaatsen (10. 712 reguliere opvangplaatsen en 992 amv-opvangplaatsen). Op 31 oktober 2024 heeft de commissaris van de Koning in de provincie Gelderland - in lijn met artikel 4 , tweede lid , van de Spreidingswet - een verslag (hierna: het provinciaal verslag) uitgebracht van het overleg dat heeft plaatsgevonden aan de Provinciale Regietafel (hierna: de PRT) over de verdeling van de opvangplaatsen. Dit verslag bevat geen volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opvangopgave.
Bij besluit van 20 december 2024 (hierna: het bestreden besluit) heb ik op grond van artikel 5 van de Spreidingswet , de Beleidsregel verdeelbesluiten en de Capaciteitsraming , provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 2024 de asielopvangplaatsen voor de provincie Gelderland vastgesteld. Bij brieven van 23 januari 2025 , 28 januari 2025 , en 29 januari 2025 hebben de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalten , Montferland , West-Betuwe , en Oldebroek (pro forma) bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Ik heb de gemeenten Aalten en West-Betuwe in de gelegenheid gesteld de gronden van bezwaar aan te vullen. Bij brieven van 14 februari 2025 bezwaarschriften bevestigd.
en
21 februari 2025 is de ontvangst
van
de
Bij brieven van 11 maart 2025 heb ik de gronden van bezwaar van de gemeente Aalten en West-Betuwe ontvangen. Bij brieven van 31 maart 2025 is de ontvangst hiervan bevestigd.
Pagina 2 van 13
Naar aanleiding van de bezwaarschriften hebben er informele gesprekken plaatsgevonden. In dit gesprek bent u in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen over het bestreden besluit. Bij brieven van 15 mei 2025 heb ik u in de gelegenheid gesteld te worden gehoord als bedoeld in artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Daarbij hebben gesprekken met de Provincie plaatsgevonden en is in die context overeengekomen dat het verdeelbesluit aangepast gaat worden. Ik verwijs hiervoor naar de brief van 20 mei 2025 van de secretaris-generaal van mijn ministerie aan Commissaris van de Koning. De afspraken die genomen zijn aan de PRT zijn in deze brief bevestigd , namelijk dat alle gemeenten in de provincie Gelderland zich in ieder geval committeren aan het aantal opvangplaatsen dat in de indicatieve verdeling is opgenomen , tenzij er een bestuurlijke afspraak is gemaakt over meer of minder opvangplaatsen en deze afspraak is opgenomen is in het provinciaal verslag van 31 oktober 2024 of een van de bijbehorende subregionale plannen. Daarnaast is aangegeven dat gemeenten die geen opvangplaatsen hebben aangeleverd daarmee een opgave krijgen die gelijk is aan het (totale) aantal opvangplaatsen uit de indicatieve verdeling.
Aangezien uit het provinciaal verslag blijkt dat de provincie Gelderland voldoende amv-opvangplaatsen heeft aangeboden , betreft dit enkel reguliere opvangplaatsen.
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Op 28 mei 2025 vond de hoorzitting plaats bij mijn ministerie. Alle gemeenten die bezwaar hebben gemaakt tegen het bestreden besluit hebben zich afgemeld voor de hoorzitting , met uitzondering van de gemeenten Aalten en Oldebroek. Voor de samenstelling van de commissie en het verhandelde ter zitting verwijs ik naar het verslag van de hoorzitting die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd. Bij brief van 18 april 2025 heb ik de beslistermijn verdaagd 7:10 , derde lid , van de Awb.
op
grond
van
artikel
Bij brief van 29 juli 2025 heb ik de gemeenten uit de provincie Gelderland bericht dat ik voornemens ben een deel van de bezwaren gegrond te verklaren , waardoor een deel van de opvangplaatsen dient te worden herverdeeld. Ik heb de gemeenten waarvan ik voornemens ben het aantal toebedeelde opvangplaatsen te wijzigen in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren te brengen. In de periode 7 augustus 2025 tot en met 10 september 2025 hebben de gemeenten Oldebroek , Barneveld , Lingewaard , Overbetuwe , en Brummen bij brieven een zienswijze naar voren gebracht. U bent vervolgens geïnformeerd over de voortgang van de beslissing op het bezwaar. Het is helaas niet gelukt om binnen de termijn op uw bezwaar te beslissen. Hiervoor bied ik u mijn excuses aan. Beoordeling
van
Gronden
het bezwaar
van
het bezwaar
In de bezwaarschriften , tijdens de hoorzitting en in de zienswijzen hebben de gemeenten - kort samengevat - aangevoerd dat: I.
het verdeelbesluit niet in lijn is met het provinciaal verslag , dat verkeerd is geïnterpreteerd ;
Pagina 3 van 13
sprake is van een evenwichtige verdeling als bedoeld in artikel 5 , tweede lid , van de wet jo. artikel 3 , aanhef en onder a , van de Beleidsregel verdeelbesluiten ; III. de opgave uit het verdeelbesluit niet haalbaar en uitvoerbaar is als bedoeld in artikel 3 , aanhef en onder c , van de Beleidsregel verdeelbesluiten , onder andere gelet op de termijn ; IV. het verdeelbesluit niet conform de termijn van artikel 5 , eerste lid , van de wet is genomen ; en V. het verdeelbesluit in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. II.
geen
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
AD I Het provinciaal verslag In de 'Capaciteitsraming , provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 2024' is niet alleen de provinciale opvangopgave opgenomen , maar ook een indicatieve verdeling naar het benodigde aantal opvangplaatsen per gemeente. De indicatieve verdeling geeft een indicatie van hoe een evenwichtige verdeling van de opvangplaatsen over de gemeenten eruitziet op basis van inwoneraantal en SESWOA score. Deze verdeling is echter niet afdwingbaar ; het geeft richting aan gemeenten voor hun inzet aan de Provinciale regietafel (PRT). Aan de PRT wordt het gesprek gevoerd over (continuering , verlenging of sluiting van) bestaande opvangplaatsen en accommodaties en locaties op het grondgebied van de gemeenten binnen de desbetreffende provincie die geschikt zijn of (na aanpassing , verbouwing) geschikt kunnen worden gemaakt voor het realiseren van nieuwe opvangplaatsen. Daarnaast kunnen gemeenten afspraken maken over het uitruilen van opvangplaatsen binnen de provincie. De wettelijke taak , waarbij voor bepaalde gemeenten wordt vastgesteld hoeveel opvangplaatsen zij moeten realiseren , volgt bij het verdeelbesluit , waarbij het provinciaal verslag het uitgangspunt vormt.
De verdeling van opvangplaatsen over gemeenten in de provincie komt derhalve tot stand in onderlinge samenwerking tussen gemeenten aan de PRT , waarbij de vrijwillige inbreng van opvangplaatsen uitdrukkelijk voorop staat. Bij het nemen van het verdeelbesluit neem ik ingevolge artikel 5 , tweede lid , van de wet jo. artikel 2 , eerste lid , van de Beleidsregel verdeelbesluiten het provinciaal verslag als uitgangspunt. Wanneer in het verslag een volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opvangopgave is opgenomen , wordt deze verdeling op grond van artikel 2 , tweede lid , van de Beleidsregel verdeelbesluiten uit het provinciaal verslag overgenomen in het verdeelbesluit. Wanneer in het verslag geen volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opvangopgave is opgenomen , vul ik deze verdeling op grond van artikel 2 , derde lid , van de Beleidsregel verdeelbesluiten in. In het laatstgenoemde geval vul ik het verslag aan , zodat het verdeelbesluit de provinciale opvangopgave volledig dekt. Ook in dit geval is de verdeling in het provinciaal verslag het uitgangspunt. Beoordeling
van
de bezwaargronden
I. 1. De interpretatie
van
het provinciaal verslag
De Commissaris van de Koning in de provincie Gelderland , gezamenlijk met verscheidene gemeenten , betogen dat ten onrechte het verdeelbesluit in afwijking van het provinciaal verslag is vastgesteld. Met betrekking tot dit punt was ik bij het nemen van het verdeelbesluit van opvatting dat het provinciaal verslag van de provincie Gelderland geen volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opvangopgave bevatte , waardoor ik - na Pagina 4 van 1. 3
het overnemen van de opvangplaatsen - de restopgave heb berekend en deze evenredig heb verdeeld over de gemeenten die hier niet van zijn uitgesloten. Dit berustte echter op een verkeerde interpretatie van het provinciaal verslag van de provincie Gelderland. Aan de PRT zijn namelijk afspraken gemaakt over de verdeling van opvangplaatsen over de provincie die niet zijn meegenomen in het verdeelbesluit. Naar aanleiding van de bezwaren op dit punt , evenals nadere gesprekken hierover en een brief met verduidelijking over de juiste verdeling van opvangplaatsen over de provincie van 20 mei 2025 kom ik tot de conclusie dat het provinciaal verslag van de provincie Gelderland wel een volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opgave bevat. Als gevolg daarvan zal ik in het onderhavige verdeelbesluit het provinciaal verslag , nu deze een volledige en uitvoerbare verdeling behelst , overnemen. Aangezien dit een sluitende verdeling betreft , is er niet langer sprake van een restopgave die verdeeld hoeft te worden. Gelet
op
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
het bovenstaande , verklaar ik de bezwaren op dit punt gegrond.
AD II. Evenwichtige verdeling Op grond van artikel 5 , tweede lid , van de wet jo. artikel 3 , aanhef en onder a , van de Beleidsregel verdeelbesluiten dien ik naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling over het grondgebied van Nederland te streven , rekening houdend met de SESWOA-score op gemeenteniveau. De indicatieve verdeling per gemeente is voor de verdeling van de provinciale opvangopgave het uitgangspunt , aangezien hierin rekening is gehouden met de evenwichtige verdeling naar inwoneraantal en de SESWOA score. De restopgave is alleen verdeeld over gemeenten die nog geen evenredige bijdrage aan de opvang van asielplekken leveren. Indien een gemeente in het provinciaal verslag heeft aangegeven evenveel of meer te doen dan het aantal opvangplaatsen uit de indicatieve verdeling , is deze gemeente niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave. Een aantal gemeenten heeft op regionaal niveau verslag uitgebracht aan de PRT ; er is een gezamenlijke opvangopgave aangeboden. Indien een regio evenveel of meer doet dan de regionale opvangopgave en dit door middel van uitruilafspraken is vastgelegd , zijn alle gemeenten in de betreffende regio uitgesloten voor de verdeling van de restopgave. Hiermee wordt recht gedaan aan het uitgangspunt van het streven naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling.
Zoals hierboven is omschreven , is overeengekomen dat alle gemeenten in de provincie Gelderland zich in ieder geval committeren aan het aantal opvangplaatsen dat in de indicatieve verdeling is opgenomen , tenzij er een bestuurlijke afspraak is gemaakt over meer of minder opvangplaatsen en deze afspraak opgenomen is in het provinciaal verslag van 31 oktober 2024 of een van de bijbehorende subregionale plannen. Daarnaast is aangegeven dat gemeenten die geen opvangplaatsen hebben aangeleverd daarmee een opgave krijgen die gelijk is aan het (totale) aantal opvangplaatsen uit de indicatieve verdeling. Aangezien uit het provinciaal verslag blijkt dat de provincie Gelderland voldoende amvopvangplaatsen heeft aangeboden , betreft dit enkel reguliere opvangplaatsen. Het bovenstaande heeft ertoe geleid dat ik zelf niet meer opvangplaatsen onder de gemeenten heb verdeeld , nu de nieuwe verdeling - die overeengekomen is met de provincie Gelderland - sluitend is. Beoordeling
van
de bezwaargronden
II. 1. Evenwichtige verdeling
en
het vrijwillige aanbod Pagina 5 van 1. 3
De gemeente Aalten betoogt dat geen sprake is van een zo evenwichtig mogelijke verdeling van de opvangplaatsen. Dit ligt erin dat het vrijwillige aanbod van de gemeente Aalten is meegenomen in het Verdeelbesluit , en gemeenten die meer hebben willen doen door deze systematiek onevenredig worden belast vergeleken met gemeenten die geen plannen hebben ingediend voor aanvullende asielopvangplekken. Hierover overweeg ik het volgende. Indien een gemeente vrijwillig opvangplaatsen heeft aangeboden in het provinciaal verslag , zijn deze opvangplaatsen - in overeenstemming met artikel 5 , tweede lid , van de wet jo. artikel 2 , eerste lid , van de Beleidsregel verdeelbesluiten - overgenomen in het verdeelbesluit. De wet stelt de onderlinge samenwerking tussen gemeenten en de vrijwillige inbreng van opvangplaatsen (het overleg aan de PRT) voorop bij het nemen van een verdeelbesluit. De gemeenten die vrijwillig opvangplaatsen inbrengen tonen daarmee hun solidariteit naar andere gemeenten , omdat dit zorgt voor een lager restant aan nog te verdelen opvangplaatsen ; de provinciale opvangopgave wordt deels al ingevuld met het aantal opvangplaatsen dat is opgenomen in het provinciaal verslag. Dat het aantal opvangplaatsen dat is aangeboden in het provinciaal verslag niet overeenkomt met de indicatieve verdeling , maakt het voorgaande niet anders.
De indicatieve verdeling is immers niet afdwingbaar en geldt enkel als startpunt voor de gesprekken aan de PRT. Het provinciaal verslag fungeert als uitgangspunt voor de verdeling van de opvangplaatsen.
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Hierbij acht ik tevens van belang dat het overnemen van de vrijwillig geboden opvangplaatsen niet onevenredig is. Indien een gemeente een groot aantal opvangplaatsen aanbiedt , mag ervan uit worden gegaan dat die gemeenschap dat kan dragen. De wet neemt niet alleen een evenwichtige verdeling van de opvangplaatsen tot uitgangspunt , maar ook onderlinge solidariteit. Wanneer de vrijwillige opvangplaatsen niet worden overgenomen , zou dit betekenen dat andere gemeenten deze opvangplaatsen moeten realiseren terwijl dit feitelijk niet nodig is. Hiermee worden andere gemeenten onnodig zwaarder belast en leidt dit daarbij mogelijk tot leegstaande opvangplaatsen. Bovendien is het voor het uitkeren van de specifieke uitkeringen op grond van de wet een voorwaarde dat opvangplaatsen zijn opgenomen in het verdeelbesluit. Alleen voor opvangplaatsen die zijn opgenomen in het verdeelbesluit komt een gemeente in aanmerking voor een specifieke uitkering. Voor bovenmatige inspanningen die gemeenten leveren , krijgen zij hiermee een financiële bonus. Door financiële middelen beschikbaar te stellen worden gemeenten in deze hogere opgave tegemoetgekomen. Het niet overnemen van vrijwillig ingebrachte opvangplaatsen dan wel het toekennen van een 'vrijwillige status' aan deze opvangplaatsen is niet in overeenstemming met de wet.
In de parlementaire geschiedenis wordt expliciet vermeld dat bij het nemen van een verdeelbesluit het provinciaal verslag - en aldus de vrijwillig geboden opvangplaatsen aan de PRT - als uitgangspunt dient. Gelet
op
het bovenstaande , verklaar ik de bezwaren op dit punt ongegrond.
11. 2 Evenwichtigheid met betrekking tot kansrijke initiatieven De gemeente West-Betuwe betoogt dat door de keuze vanuit de minister om aan te geven welke initiatieven kansrijk zijn , er onevenwichtigheid ontstaat bij de verdeling Pagina 6 van 13
van
het aantal opvangplaatsen. Hoewel dit wordt gecompenseerd door de
restopgave , is de gemeente West-Betuwe van mening dat gemeenten die geen kansrijke initiatieven hebben voorgedragen bevoordeeld zijn ten opzichte van gemeenten die wel kansrijke initiatieven hebben voorgedragen.
Hierover geldt het volgende. Het niet overnemen van de ingebrachte kansrijke initiatieven bij het verdeelbesluit zou onevenredige gevolgen hebben. Wanneer aangedragen kansrijke initiatieven niet worden overgenomen , zou dit betekenen dat andere gemeenten aanvullende opvangplaatsen moeten realiseren terwijl dit feitelijk wellicht niet nodig is. Hiermee worden andere gemeenten onnodig zwaarder belast en leidt dit mogelijk tot leegstaande opvangplaatsen. Hierbij geldt eveneens dat de wet niet alleen een evenwichtige verdeling van de opvangplaatsen tot uitgangspunt neemt , maar ook onderlinge solidariteit. Het bezwaar dat het meenemen van kansrijke initiatieven bij het verdeelbesluit in strijd met de evenwichtige verdeling van opvangplaatsen en het doel van de wet zou zijn , slaagt daarom niet. Gelet
op
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
het bovenstaande , verklaar ik de bezwaren op dit punt ongegrond.
11. 3 De regionale opvangopgave van Aalten en Montferland
van
de regio Achterhoek
en
kansrijke initiatieven
De gemeenten Aalten en Montferland betogen dat met het verdeelbesluit wordt afgeweken van wat in het Provinciaal plan/regioplan Achterhoek is vastgesteld waarin is opgenomen dat de gemeenten een bestuursovereenkomst met het COA hebben getekend ten behoeve van het openen van een opvanglocatie uiterlijk 1 september 2026. Hieraan gerelateerd wordt betoogd dat de initiatieven van de gemeenten Aalten en Montferland onterecht als kansrijk zijn gecategoriseerd. Naar aanleiding hiervan wordt overwogen dat in gesprekken met de provincie is overeengekomen dat het verdeelbesluit aangepast gaat worden. Zoals hierboven is omschreven ben ik tot de conclusie gekomen dat het provinciaal verslag van de provincie Gelderland wel een volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opgave bevat. Ik verwijs hiervoor naar de brief van 20 mei 2025 met verduidelijking over de juiste verdeling van opvangplaatsen over de provincie. Dit betekent dat ik zelf niet meer opvangplaatsen onder de gemeenten heb verdeeld. Aan de PRT zijn namelijk afspraken gemaakt over de verdeling van opvangplaatsen over de provincie. Gelet
op
het bovenstaande , verklaar ik de bezwaren
AD III. Haalbaarheid en uitvoerbaarheid
van
op
dit punt ongegrond.
het verdeelbesluit
Bij het nemen van het verdeelbesluit dien ik op grond van artikel 3 , aanhef en onder c , van de Beleidsregel verdeelbesluiten de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het verdeelbesluit in aanmerking te nemen. Het betreft hier de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de verdeling van de opvangplaatsen voor de uitvoeringsorganisaties in de migratieketen en de gevolgen hiervan voor het asiel- , vertrek- en opvangproces. Door gebruik te maken van een indicatieve verdeling gebaseerd op inwoneraantal en SES-WOA-score en deze ook te betrekken bij de verdeling van de restopgave wordt rekening gehouden met de draagkracht van een gemeente en daarmee met
Pagina 7 van 13
de haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Ter bevordering van de haalbaarheid en uitvoerbaarheid zijn - zoals toegelicht in het bestreden besluit - tevens de omstandigheden meegewogen die kunnen bijdragen aan kansrijke realiseerbaarheid van een opvangvoorziening in een gemeente. Plaatsen die in het verslag zijn opgenomen , maar niet voldoen aan alle vereisten uit de wet , zijn daarom alsnog als kansrijke initiatieven overgenomen in het verdeelbesluit. Om de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van een verdeelbesluit te beoordelen , heb ik gebruik gemaakt van reeds bij mij bekende informatie en informatie van andere partijen zoals het COA , de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV).
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Mocht een gemeente door de verdeling van de restopgave uitkomen op een aantal van minder dan vijf opvangplaatsen (regulier of amv) , dan wordt deze gemeente gelet op de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het verdeelbesluit uitgesloten voor de verdeling van de restopgave en worden deze opvangplaatsen verdeeld over de andere gemeenten die wel in aanmerking komen voor de verdeling van de restopgave. Een aantal gemeenten heeft in het verdeelbesluit desondanks een kleine opgave gekregen. Ter bevordering van de haalbaarheid en uitvoerbaarheid blijft het mogelijk voor gemeenten om opgaven samen te voegen en zo te komen tot een grotere opvanglocatie. Specifieke feiten en omstandigheden op gemeenteniveau , zoals de beschikbaarheid van geschikte locaties , zijn niet meegenomen bij het nemen van de verdeelbesluiten. Dit past niet bij de systematiek van de wet , waarin dwingend is bepaald dat een verdeelbesluit de provinciale opvangopgave volledig moet dekken. Wanneer er een groot tekort is aan plekken , is bij voorbaat al bekend dat het zeer lastig wordt voor gemeenten om tijdig (binnen zes maanden) alle benodigde plekken te realiseren.
Ook de beperkte tijd (twee maanden) waarin de verdeelbesluiten genomen moeten worden , maakt het niet mogelijk om bij de totstandkoming van de verdeelbesluiten al te komen tot een kwalitatieve afweging van de haalbaarheid en uitvoerbaarheid op gemeenteniveau. Bij de toepassing van het interbestuurlijk toezicht op de wettelijke taak worden daarentegen wel alle relevante feiten en omstandigheden in acht genomen. Gemeenten kunnen immers niet aan het onmogelijke worden gehouden. Als blijkt dat een gemeente door overmacht niet kan voldoen aan haar wettelijke taak , wordt dit dus betrokken bij de toepassing van het interbestuurlijk toezicht. Zo wordt in deze fase alsnog rekening gehouden met haalbaarheid en uitvoerbaarheid op gemeenteniveau. Beoordeling
van
de bezwaargronden
111. 1 Haalbaarheid en uitvoerbaarheid
voor gemeenten
De gemeenten Aalten , Montferland , Oldebroek , en West-Betuwe , evenals de gemeente Brummen in haar zienswijze , betogen dat de asielopvang niet haalbaar is. Hiervoor worden verscheidene kwesties benoemd , namelijk dat de termijnen te kort zijn en dat gemeenten afhankelijk zijn van externe omstandigheden met betrekking tot het realiseren van opvanglocaties Zoals hierboven al is toegelicht , worden deze omstandigheden niet in aanmerking genomen bij het nemen van het verdeelbesluit , omdat dit niet past binnen de systematiek van de wet. Deze omstandigheden wegen wel mee bij de toepassing Pagina 8 van 13
het interbestuurlijk toezicht. Bij het toepassen van interbestuurlijk toezicht zullen alle relevante feiten en omstandigheden worden meegenomen. Gemeenten worden niet aan het onmogelijke gehouden. van
Gelet
op
het bovenstaande , verklaar ik de bezwaren
AD IV. Buiten de termijn
van
op
dit punt ongegrond.
de wet
De gemeenten Aalten en Montferland stellen dat het verdeelbesluit buiten de genoemde termijn in artikel 5 , eerste lid , van de wet is genomen , nu het verdeelbesluit enkel zag op de verdeling tussen 1 juli 2025 en 1 februari 2026 , en niet voor de duur van twee kalenderjaren volgend op de datum van het besluit. Het verdeelbesluit ziet niet enkel op de periode van 1 juli 2025 tot en met 1 februari 2026. Het verdeelbesluit ziet op de periode van twee jaar na 1 juli 2025. De publicatie van de capaciteitsraming van de tweede cyclus op 1 februari 2026 heeft geen gevolgen voor de opgave uit de eerste cyclus.
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Gelet op het bovenstaande , verklaar ik deze bezwaargrond ongegrond. AD. V Strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur De gemeente West-Betuwe betoogt dat het bestreden verdeelbesluit in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ik overweeg ten aanzien hiervan het volgende. Beoordeling
van
de bezwaargronden
V. 1. Vertrouwensbeginsel Er wordt een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel door de gemeente WestBetuwe , specifiek op basis van uitlatingen van de minister van Asiel en Migratie , evenals de minister-president , met betrekking tot de intrekking van de wet. Voor wat betreft het vertrouwensbeginsel met betrekking tot de intrekking van de wet , geldt het volgende. Een eventueel wetsvoorstel tot intrekking van een wet dient meerdere stappen te doorlopen voordat deze daadwerkelijk wordt ingetrokken. Dergelijke intrekking kan niet eenzijdig door een bewindspersoon of het kabinet bewerkstelligd worden. Aan uitlatingen over het intrekken van de Spreidingswet kunnen aldus niet zonder meer verwachtingen worden ontleend. Ik kan mij voorstellen dat uitlatingen over het intrekken van de wet tot frustratie binnen de gemeenten leiden. Dit neemt echter niet weg dat de wet onverkort geldt. Zolang de wet niet officieel is ingetrokken , blijft deze van kracht. Gelet op het bovenstaande , verklaar ik het bezwaar V. 2. Zorgvuldigheids-
en
op
dit punt ongegrond.
motiveringsbeginsel
De gemeente West-Betuwe betoogt dat het verdeelbesluit in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel is genomen , doordat niet (gemotiveerd) blijkt dat met verscheidene lokale omstandigheden rekening is genomen. Uit het voorgaande blijkt dat ik de feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 5 van de wet en de artikelen 2 en 3 van de Beleidsregel verdeelbesluiten in aanmerking heb genomen bij het nemen van het bestreden besluit. Dit houdt in dat ik het verslag als uitgangspunt heb genomen en bij de verdeling van de restopgave Pagina 9 van 13
Directie Wetgeving en Juridische Zaken
eerder beschreven wijze de andere uitgangspunten uit de Beleidsregel verdeelbesluiten heb toegepast. Ook is thans toegelicht op basis van welke informatie ik tot mijn overwegingen ben gekomen. Verder onderzoek naar de specifieke haalbaarheid en uitvoerbaarheid op gemeenteniveau voor het nemen van de verdeelbesluiten past niet binnen de systematiek van de wet. Dit wordt wel in acht genomen bij de toepassing van het interbestuurlijk toezicht. Ik overweeg derhalve dat het bestreden besluit zorgvuldig is genomen. Ik heb wel aanleiding gezien de motivering verder aan te vullen. Voor zover er sprake is van een motiveringsgebrek , beschouw ik dit hersteld naar aanleiding van de aanvullende motivering in deze beslissing op bezwaar. op
Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid Datum
8december 2025 Onze referentie
6786725
Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
In het kader van transparantie besluit ik onderliggende gegevens te verstrekken. Het gaat hierbij om een overzicht van de gehanteerde gegevens die ten grondslag liggen aan de indicatieve verdeling van de opvangplaatsen , namelijk het inwoneraantal en de SES-WOA score , en de cijfers van de (historische) bijdragen en de gehanteerde formule. Deze gegevens zijn bijgevoegd als bijlage 2. Herverdeling
van
de provinciale
opvangopgave
De provincie Gelderland heeft een opgave van 10. 712 reguliere opvangplaatsen en 992 amv-opvangplaatsen. Nu ik het bezwaar van de Commissaris van de Koning in Gelderland , Druten en Wijchen en Putten gegrond heb verklaard , neem ik de verdeling uit het provinciaal verslag over. Dit heeft geleid tot de volgende herverdeling:
Gemeente
Reguliere opvangplaatsen
Amvopvangplaatsen
Aalten
200
0
200
Apeldoorn
881
0
881
Arnhem
1. 936
132
2. 068
Barneveld
0
0
0
Berg en Dal
0
192
192
Berkelland
50
130
180
Beuningen
80
0
80 160
160
Bronckhorst
Totaal
Brummen
350
0
350
Buren
174
0
174
Culemborg
176
Doesburg
51
0
0
176 51
Pagina 10van 13
Doetinchem
50
Druten
57
0
57
Duiven
270
0
270
Ede
330
0
330
Ell. i rg
138
0
138
Epe
276
Ermelo
160
0
160
Harderwijk
747
53
800
Hattem
77
0
77
Heerde
0
0
0
Heumen
96
9
105
Lingewaard
284
Lochem
185
65
250
Maasdriel
0
40
40
Montferland
250
Neder-Betuwe
145
Ni kerk
278
0
278
Nijmegen
820
12
832
0
167
167
Nunspeet
...
50
100
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid Datum 8december 2025 Onze referentie 6786725
Bij beantwoording dedatum enons kenmerk vermelden. Wilt uslechts éénzaak inuw brief behandelen.
276
0
0
284
0
250 0
145
_
Oldebroek
141
0
191
Oost Gelre
182
0
182
Oude Ilsselstreek
500
Overbetuwe
297
Putten
152
0
152
Renkum
150
0
150
Rheden
200
50
250
Rozendaal
0
0
0
Scherpenzeel
64
0
64
0 0
500 297
Pagina 11 van 13
Directie
Wetgeving
en
Juridische
Zaken Juridische Zaken en
Wetgevingsbeleid Datum 8 december
Het aantal
opvangplaatsen voor de gemeenten Barneveld, Brummen, Buren, Doesburg, Druten, Elburg, Ermelo, Hattem, Lingewaard, Neder-Betuwe, Nijkerk, Oldebroek, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Overbetuwe, Scherpenzeel, Voorst, Westervoort en Wijchen wijzigt. De colleges van burgemeester en wethouders van deze gemeenten dienen in beginsel op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet binnen zes maanden na bekendmaking van dit besluit zorg te dragen voor de terbeschikkingstelling van deze opvangplaatsen. Deze termijn geldt ten aanzien van de opvangplaatsen die nu eerst naar aanleiding van de bezwaarprocedure zijn toebedeeld aan deze gemeenten. Deze
toebedeling
Onze
2025
referentie
6786725
Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
extra opvangplaatsen aan deze gemeenten vindt in een laat cyclus plaats. Gelet hierop zal het ministerie van Asiel en eerst na de eerdergenoemde termijn van zes maanden in overleg Migratie treden met de betreffende gemeenten of en hoe zij aan deze extra opgave kunnen voldoen. Hierbij worden alle feiten en omstandigheden in acht genomen. Het streven is om in goed overleg tussen de gemeente en het ministerie te komen tot realisatie binnen een haalbare en uitvoerbare termijn. stadium
van
deze
van -
-
Besluit Gelet
gemeenten Aalten, Montferland, ongegrond. betrekking tot het provinciaal verslag, verklaar ik de bezwaren op dit punt van de Commissaris van de Koning in Gelderland en de gemeenten die hier bezwaar op hebben ingediend, gegrond. Ik herroep daarom het bestreden besluit en pas de verdeling van het provinciaal verslag toe. op
het
voorgaande
West-Betuwe
verklaar
en
ik
Oldebroek
bezwaren
van
de
Met
Hoogachtend,
(geanonimiseerd) mr.
drs.
M.C.G.
Keijzer
BEROEPSCLAUSULE
Tegen dit besluit kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het beroepschrift zijn woonplaats in Nederland heeft. Ik verwijs in het bijzonder op artikel 8:8 van de Awb. Het beroepschrift moet binnen zes weken na de dag waarop de beschikking u is toegezonden door de rechtbank zijn ontvangen.
Pagina
12
van
13
Het beroepschrift moet op grond van artikel 6:5 van de Awb zijn ondertekend en bevat ten minste de naam en adres van de indiener , de dagtekening , de omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht , zo mogelijk een afschrift van dit besluit , en de gronden waarop het beroepschrift rust. Van de indiener van het beroepschrift wordt griffierecht geheven door de griffier van de rechtbank. Nadere informatie over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betalen wordt door de griffie van de rechtbank verstrekt.
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Pagina 13 van 13