Toegevoegd 1-10: Raadsmededeling 113-2025 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk gebied - herstelbesluit
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
113-2025 30 september 2025 30 september 2025 G.H. Scheffer T.M.M. Kok ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk gebied - herstelbesluit’
Aanleiding: De fractie van D66 heeft de volgende passage gelezen in de desbetreffende stukken: “De veebezetting kan (afhankelijk van het soort bedrijf) sterk fluctueren. Door het vastleggen van de veebezetting op de exacte datum van vaststelling van het omgevingsplan kunnen bedrijven onevenredig in de belangen worden geschaad. De hoogste omvang van de veestapel in de periode van 1,5 jaar voorafgaand aan de vaststelling van het plan op grond van feitelijk aanwezig planologisch toegestaan gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot die veehouderij is daarom bepalend voor de bestaande stikstofdepositie zoals vastgelegd in de begripsbepaling. De fractie van D66 heeft naar aanleiding hiervan vragen gesteld met betrekking tot het ‘TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk gebied - herstelbesluit’. Middels deze raadsmededeling geeft het college antwoord op de gestelde vragen. Inhoud mededeling: 1. Vraag: Betekent dit ook dat in de toekomst de fluctuatie in aantallen vee altijd onder het vastgelegde maximum in het omgevingsplan moet blijven? Wordt dit gehandhaafd? Antwoord van het college: Op een veehouderij mag de stikstofdepositie als gevolg van het in werking zijn van die veehouderij niet meer bedragen dan in het omgevingsplan is vastgelegd. Hierop wordt gecontroleerd (en zo nodig gehandhaafd), veelal bij de reguliere integrale controles door de omgevingsdienst. 2.
Vraag: Op 4 maart 2020 is het bestemmingsplan door de Raad van State vernietigd. Is het vastgesteld of de aantallen van veestapel in de gebruikte referentieperiode significant afwijkt vergeleken met de peildatum van de RvS uitspraak? Antwoord van het college: De Raad van State heeft bij uitspraak van 4 maart 2020 slechts vernietigd voor zover het betreft artikel 3, lid 3.4.2 en artikel 4, lid 4.4.2, van de planregels (regels met betrekking tot de stikstofdepositie) en twee plandelen aan de Ganzenpoelendijk en de Velsdijk. Voor het overige is het bestemmingsplan geheel in stand gebleven en onherroepelijk geworden. Het plan is opgenomen in het ‘Omgevingsplan Aalten’. Wel heeft de Raad van State een voorlopige voorziening getroffen voor wat betreft de bepaling ten aanzien van de stikstofdepositie en de gemeenteraad opgedragen daarvoor een een nieuwe planregeling vast te stellen. Het plandeel Velsdijk is eveneens in dit ‘Tam-omgevingsplan’ opgenomen. Voor het plandeel aan de Ganzenpoelendijk is separaat een ruimtelijk plan vastgesteld. De datum van de uitspraak van de Raad van State is geen peildatum voor de Aaltense veebezetting. Dit is immers een willekeurige datum in het planproces.
Pagina 1 van 2
3. Vraag: In het omgevingsplan zijn geen andere (neven) functies opgenomen voor agrarische locaties. Blijft dit wel mogelijk? Antwoord college: De bestaande regeling in het moederplan blijft onverkort van kracht. Daarin behoeft dit ‘TAMomgevingplan’ niet te voorzien. De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: --
Pagina 2 van 2