SR advies Verordening Sociaal Domein 2021.pdf
Tekst van het document
Gevraagd advies op de concept Verordening Sociaal Domein 2021 d.d. 16 december 2020
Sociale Raad Aalten Adviesraad voor sociaal domein
December 2020 Pagina 1 van 4
Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5.
Inleiding Algemene opmerkingen Specifieke aandachtspunten Conclusie Vervolgtraject
Pagina 2 van 4
1. Inleiding Het college heeft op 3 november jl. ingestemd met het concept “Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2021”. Met de brief van 5 november jl. legt het college dit concept ter advies voor aan de Sociale Raad. Voor de uitvoering is het noodzakelijk om de huidige verordening Sociaal Domein aan te passen. Tegelijkertijd met deze aanpassing wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de verordening te actualiseren en aan te passen aan (nieuw) beleid en regelgeving. Daarbij zijn teksten gewijzigd, aangepast en (verder) verduidelijkt/ gespecificeerd. Ter advisering ligt één van de maatregelen voor uit het transformatieplan over de invoering van een jaarlijkse bijdrage in de kosten voor het gebruik van het collectief taxivervoer, ZOOV Op Maat. De aanvragen voor de WMO-indicaties voor het collectief taxivervoer ZOOV Op Maat blijven toenemen, waardoor de uitvoeringskosten stijgen. Het blijkt dat ongeveer een derde van de uitgegeven indicaties voor collectief taxivervoer Wmotarief niet of nauwelijks worden gebruikt. Voor de gemeente is dat problematisch omdat de gemeente aan ZOOV een bijdrage betaalt per afgegeven indicatie. Of een burger wel of niet gebruik maakt van het taxivervoer heeft geen invloed op wat de gemeente financieel bijdraagt aan ZOOV.
De gemeente stelt voor door het heffen van een bijdrage van € 60,- per jaar het aantal aanvragen voor een indicatie te verminderen en daardoor de kosten te beperken 2. Algemene opmerkingen De SR gaat akkoord met de aanpassingen van de Verordening Sociaal Domein behalve de aanpassing in paragraaf 7.4 over de jaarlijkse bijdrage voor het gebruik maken van het Wmo-tarief voor het collectief taxivervoer. De SR heeft daarbij de volgende overwegingen: • De SR is er geen voorstander van om stijgende uitvoeringskosten bij de gemeente door te belasten aan de minst draagkrachtigen. Een groot aantal van de indicaties voor een Wmotarief collectief taxivervoer is voor de minst draagkrachtige burgers . • De SR is van mening dat een financiële drempel opwerpen als gemeente om gebruik te mogen maken van een wettelijke regeling, Wmo-Tarief taxivervoer, niet terecht is. Zeker in deze situatie niet omdat de gebruiker ook een eigen bijdrage moet betalen als daadwekelijk gebruik gemaakt wordt van een taxi. Twee keer een eigen bijdrage betalen, eerst om gebruik te mogen maken van de regeling en daarna bij het feitelijk gebruik. • Zeker omdat de minst daadkrachtigen niet gecompenseerd kunnen/mogen worden en voor die groep is € 60,- per jaar een behoorlijk bedrag.
• De SR vindt het niet acceptabel dat alle gebruikers van de regeling een lastenverzwaring krijgen omdat een aantal, een derde, van de gebruikers de regeling volgens de gemeente verkeerd gebruikt. Met twee derde van de gebruikers heeft de gemeente geen problemen, maar ze moeten wel betalen.
3. Specifieke aandachtspunten • De stijging van de uitvoeringskosten wordt veroorzaakt door slechte afspraken tussen de gemeentes en ZOOV over de verrekening. Deze worden gebaseerd op de afgegeven indicaties en dat geeft een slecht beeld van het werkelijk gebruik van het taxivervoer. Een derde van de burgers met een indicatie maakt geen of weinig gebruik van het collectief taxivervoer. o De SR adviseert de gemeente dan ook om met ZOOV-afspraken te maken over een verrekening op basis van gemaakte kosten/verrekende kilometers in plaats van op basis van afgegeven indicaties. Dit is niet de gemakkelijkste weg maar volgens de SR wel zinvol en draagt bij aan een gezondere werkrelatie tussen de gemeentes en ZOOV. Pagina 3 van 4
•
De gemeente stelt dat het invoeren van een jaarlijkse bijdrage van € 60,- ervoor zorgt dat de inwoners zelf, nadrukkelijker, de afweging maken of zij daadwerkelijk een probleem hebben op het gebied van het participeren aan de samenleving dat zij niet zelf kunnen oplossen. o De SR stelt daar vraagtekens bij. Er zullen minder burgers een indicatie aanvragen, maar waarschijnlijk niet minder gebruik maken van het taxivervoer want dat deden ze al niet. Een derde van de indicaties maakt immers geen gebruik van het vervoer.
o
•
De SR vraagt zich af of de mogelijkheid onderzocht is of de betaalde € 60,- zou kunnen worden gebruikt door de burger bij het daadwerkelijk reizen met de ZOOV.
Uit de brief van de gemeente blijkt niet dat er onterecht gebruik gemaakt wordt van het taxivervoer, hooguit van het aanvragen van een indicatie. Met de aanvrager in gesprek en/of een jaarlijkse evaluatie over een vervolg is dan zinvoller.
4. Conclusie De conclusie van de SR is dat het voorstel van de gemeente tot invoering van een jaarlijkse bijdrage aan het collectief taxivervoer niet leidt tot een positief advies. In het voorgaande zijn de overwegingen tot het negatieve advies toegelicht.
5.
Vervolgtraject
De Sociale Raad verwacht dat zij met deze reactie bijdraagt aan een goede invulling van de Verordening Sociaal Domein. De sociale raad zal het op prijs stellen in het proces van deze beleidsontwikkeling betrokken te blijven. Met belangstelling ziet de Raad uw reactie, waarin uw visie over het uitgebrachte advies herkenbaar tot uiting komen, binnen de afgesproken termijn van 4 weken tegemoet.
Pagina 4 van 4