rvs voorlopige kaders begroting 2025
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstel tot vaststellen van de voorlopige kaders voor de begroting 2025
AAN DE RAAD
Samenvatting Volgens de vaste jaarlijks terugkerende procedure legt het college uiterlijk in mei de gemeenteraad de kaders voor de begroting van het jaar daarna voor, nu de programmabegroting 2025. Getracht is in dit raadsvoorstel zo duidelijk mogelijk aan te geven, wat de financiële situatie is en wat er de komende tijd (mogelijk) op de gemeente afkomt. Met ingang van vorig jaar is op verzoek van de gemeenteraad gestart om ook de grotere beleidsinhoudelijke ontwikkelingen voor de komende jaren mee te nemen. Daar is dit jaar een vervolg aan gegeven. Helaas is de situatie met betrekking op de onzekerheid over de algemene uitkering niet verbeterd. Ingegaan wordt op de onderwerpen die deze belangrijkste gemeentelijke inkomstenbron raken en waarover soms nog Haagse besluitvorming moet plaatsvinden. Zoals gebruikelijk worden er ook voorlopige afspraken gemaakt die als basis gebruikt worden bij het opstellen van de begroting 2025-2028. Net als de afgelopen jaren wordt voorgesteld te focussen op het reëel sluitend maken van de begroting voor het jaar 2025. Natuurlijk wordt ook de verplichte meerjarenbegroting opgesteld, maar met de in dit voorstel geschetste onzekerheden, blijft de waarde daarvan beperkt.
Mocht er onvoldoende duidelijkheid van het Rijk komen, na het bekend worden van de meicirculaire 2025, wordt voorgesteld op basis van zachte cijfers geen grootschalig structurele ombuigingsoperatie te starten om de meerjarenschijven sluitend te krijgen, maar te wachten op harde cijfers. Wel is het doel om de begroting voor het jaar 2025 reëel sluitend te krijgen. De ambitie zoals deze is vertaald in het uitvoeringsprogramma passen niet bij de financiële onzekere situatie voor de komende begrotingsperiode. Duidelijk is dat we bij de begroting 2025 keuzes moeten maken welke beleidsontwikkelingen prioriteit hebben en welke ontwikkelingen we niet binnen de komende bestuursperiode gaan uitvoeren of verder ontwikkelen.
Inleiding In de door de raad vastgestelde Financiële Verordening (Gemeentewet artikel 212) is opgenomen, dat het college uiterlijk 1 mei de raad de kaders voor de komende programmabegroting 2025-2028 voorlegt. Dit past in de planning & control cyclus die uit de volgende documenten bestaat: • kaders begroting volgend jaar (raadsbehandeling eind mei) • voorjaarsnota (behandeling eind juni/begin juli) • jaarrekening vorig jaar (behandeling eind juni/begin juli) • programmabegroting volgend jaar (behandeling begin november) • najaarsnota (behandeling in december) In deze kaderbrief schetsen wij de actuele financiële situatie en de ontwikkelingen die mogelijk invloed hebben op de meerjarenbegroting 2025-2028. Daarnaast worden in deze kaderbrief de financiële kaders vastgelegd die worden gehanteerd bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2025-2028. Net als de afgelopen jaren wordt voorgesteld te focussen op het reëel sluitend maken van de begroting voor het jaar 2025. Natuurlijk wordt ook de verplichte meerjarenbegroting opgesteld, maar met de in dit voorstel geschetste onzekerheden, blijft de waarde daarvan beperkt. We stellen dan ook
Pagina 1 van 8
voor om in aanloop van de meerjarenbegroting 2025-2028 geen grootschalige structurele ombuigingsoperatie te starten.
Beschrijving beleidsterrein inclusief toepasselijke regelgeving Gemeentelijke financiën
Inhoudelijke toelichting op het voorstel 1. Financiële stand van zaken Om inzichtelijk te maken waar de gemeente Aalten momenteel begrotingstechnisch staat, wordt eerst aansluiting gezocht bij de meest actuele raming. Dat is het begrotingssaldo na de vastgestelde najaarsnota 2023 voor de komende jaren: voor het jaar
begrotingstekort
2024
€
2025
2026
2027
-57.000 € -118.000 € 3.878.000 € 3.813.000 Overschot Overschot Tekort Tekort
Helder is dat er momenteel op begrotingsbasis vanaf 2026 jaarlijks tekorten zijn die oplopen tot meer dan 3,8 miljoen euro in 2027. Vanaf het jaar 2026 was al bekend dat er dan een aanzienlijk tekort is. Dat wordt daarom al langer betiteld als het ravijnjaar. In de tijd dat deze kaders door de raad behandeld worden wordt de voorjaarsnota 2024 opgesteld, deze gaat eind mei richting de gemeenteraad ter behandeling. In deze nota komen zoals gebruikelijk de nog voorgestelde bijstellingen op de begroting, die het begrotingssaldo nog gaan beïnvloeden. Het begrotingssaldo geeft inzicht in het structurele saldo van uitgaven en inkomsten. Naast het saldo van de begroting heeft de gemeente ook een reserve. Voor het totaal financieel beeld is ook inzicht nodig in de reservepositie van de gemeente.
Op het gebied van het gemeentefonds spelen er diverse onzekerheden die nog behoorlijke financiële gevolgen kunnen hebben. De volgende onderdelen krijgen met zekerheid nog effect op de komende begroting: • • • •
De ontwikkeling van de algemene uitkering en de meicirculaire 2024; Afschaffen eigen bijdrage WMO; Hervormingsagenda Jeugd; Overige mutaties;
Pagina 2 van 8
De ontwikkelingen van de algemene uitkering en de uitkomst van de meicirculaire 2024. Gemeenten komen vanaf 2026 structureel middelen tekort om hun taken uit te voeren. Dit tekort loopt daarna elk jaar verder op. Dit is het gevolg van het eenzijdig afschaffen van de normeringssystematiek (samen trap op, samen trap af) door het kabinet en de terugkeer van de volledige opschalingskorting in 2026. Daarnaast is er nog altijd geen duidelijkheid over de herverdeling van het gemeentefonds. In afwachting van de uitkomsten daarvan is er een ingroeipad door het Rijk bepaald: dit houdt in dat er in 2023 per inwoner € 7,50 kon worden opgenomen, in 2024 € 22,50 en vanaf 2025 structureel € 37,50 per inwoner per jaar. In theorie zou volledige invoering op basis van de laatst bekende stand (die van de meicirculaire 2023) een voordeel van ongeveer € 86 euro per inwoner per jaar voor Aalten betekenen. Het kabinet heeft in het coalitieakkoord een andere financieringssystematiek aangekondigd. Vooruitlopend daarop werd de jaarlijkse aanpassing van het gemeentefonds voor stijgende lonen, prijzen en het aantal inwoners (het zogenoemde accres) teruggezet naar een lager niveau. In 2026 is een tekort begroot van € 3,9 mld voor alle gemeenten gezamenlijk. Dit tekort loopt op tot € 6,2 mld in 2028.
De lopende kabinetsformatie en de demissionaire status van het huidige kabinet maken het lastig om een inschatting te maken op welk moment exact meer duidelijkheid is te verwachten. Dit wordt in ieder geval nog niet verwacht in de meicirculaire 2024. Grofmazige doorrekening laat zien dat het effect van de opschalingskorting op onze begroting structureel € 9 ton betreft, het effect van de herverdeling € 1,3 miljoen en het effect van de normeringssystematiek € 3 miljoen. Deze uitkomsten geven een indicatie van de effecten op onze begroting. Het is op het moment van schrijven nog steeds niet duidelijk welke keuzes het Rijk gaat maken. Voor het financieel beeld blijven wij de circulaires gebruiken als uitgangspunt. Eventuele andere keuzes van het Rijk mbt bovenstaande punten zullen uiteindelijk vertaald worden naar de circulaires en bepalen voor een groot deel onze ombuigingsoperatie. Hervormingsagenda jeugd Voorlopig is in afwachting van duidelijkheid rondom de jeugdmiddelen door de toezichthouders van de provincie toegestaan dat vanaf 2024 tot en met 2027 100% van de door het Rijk toegezegde extra middelen door gemeenten mag worden ingezet. Er is nog geen duidelijkheid over de jeugdmiddelen voor 2028 en verder.
Overige te verwachten mutaties In de voorjaarsnota 2024 komt ter informatie een verzamellijst met de dan bekende beleidswensen die nieuw op te nemen budget vergen vanaf 2025. Zoals gebruikelijk worden ook noodzakelijke aanpassingen op bestaande budgetten meegenomen. Door zoveel mogelijk noodzakelijke mutaties te verwerken in de voorjaarsnota geeft deze een zo accuraat mogelijk beeld van de actuele stand van zaken van de gemeentelijke begroting. Daarnaast geven we in deze kaderbrief inzicht in lopende beleidsontwikkelingen met mogelijke incidentele of structurele financiële consequenties. Het is in deze fase moeilijk in te schatten wat de financiële impact van deze ontwikkelingen is op het begrotingssaldo en/of de reservepositie van de gemeente. Gezien de onzekerheid over het begrotingssaldo wijzen wij erop dat een integrale afweging van deze ontwikkelingen noodzakelijk is. De komende maanden worden verder ook de begrotingen van de verbonden partijen en aanverwant (bijvoorbeeld het Sociaal Domein Achterhoek) vastgesteld. Dat heeft ook invloed op de gemeentelijke uitgaven vanaf 2025. 2.
Beleidsinhoudelijke ontwikkelingen
In deze kaderbrief informeren wij de raad ook over beleidsinhoudelijke ontwikkelingen met mogelijk structurele financiële gevolgen voor de begroting. De focus ligt hierbij op ontwikkelingen waarvoor in de begroting nog geen financiële dekking is. Wij stellen de raad voor om in afwachting van duidelijkheid over de genoemde onderdelen van de algemene uitkering het begrotingstekort (€ 3,8 miljoen) vanaf 2026 niet verder te laten oplopen. • Duurzaamheid (structureel financieel effect) Duurzaamheid is een belangrijk thema binnen onze gemeente. We onderkennen vier hoofdthema’s waar we middels projecten en taken uitvoering aan geven: 1. Maatregelen om de opwarming van de aarde te beperken (klimaatmitigratie) Pagina 3 van 8
a. Besparing energieverbruik b. Opwek duurzame energie : (RES , Ukzw, congestie) c. Warmtetransitie (van het gas af): Wijkuitvoeringplannen (WUP) 2. Circulariteit 3. Klimaatadaptie (Aanpassen op klimaatvernadering) 4. Biodiversiteit We willen de overgang naar duurzame energie stapsgewijs realiseren. Een aanpak die zich richt op een meer persoonlijke benadering, vooral gericht op woningen met slechte energielabels en huishoudens in energiearmoede lijkt effectiever. Na de zomer van 2024 zal een herijking van het beleid naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen op gebied van energie en ruimte plaatsvinden. Hierbij wordt rekening gehouden met nieuwe normen voor windmolens (geluid, slagschaduw en veiligheid), grootschalige batterij-opslag in het buitengebied. Vorig jaar zijn het biodiversiteitsplan en het klimaatadaptatiebeleid vastgesteld door de raad. In deze beleidsstukken zijn diverse vervolgacties opgenomen via de uitvoeringsagenda. De gemeente neemt ook een actieve en aanjagersrol aan bij de Cirkelregio Achterhoek. Verder sluiten we aan bij de ambities uit grondstoffenakkoord (2050 volledig circulaire bouweconomie, 50% van de einddoelstelling is in 2030 gerealiseerd). Bovenstaande ontwikkelingen hebben mogelijke gevolgen voor de begroting van 2025 en verder voor wat betreft het thema duurzaamheid.
• Omgevingsdienst Achterhoek (structureel financieel effect) Voor goed toezicht op milieu en leefbaarheid moet er flink wat veranderen bij de 29 omgevingsdiensten in Nederland. Dat concludeerde de commissie Van Aartsen ruim twee jaar geleden en deed daarbij tien aanbevelingen. De omgevingsdiensten hebben tot april 2026 de tijd om middels een plan van aanpak aan te tonen een robuuste omgevingsdienst te zijn. Deze ontwikkeling kan consequenties hebben voor de omgevingsdienst Achterhoek (ODA) en indirect daarmee ook voor de begroting van de gemeente Aalten. • Plan Slingeplas (incidenteel financieel effect) In Bredevoort is door de werkgroep De Slingeplas een plan gemaakt voor de Slingeplas en ’t Broock. Door verplaatsing van de sportvelden richting de Slingeplas ontstaat op de huidige locatie van het sportpark ruimte voor woningbouw. Ook komen er meer mogelijkheden voor recreatie bij de Slingeplas. Uit de verkenningsfase is gebleken dat een geoptimaliseerde variant haalbaar is. Deze variant wordt nu in detail uitgewerkt met alle betrokken partijen. In Q4 2024 dient het onderzoek bij de gemeenteraad ter besluitvorming voor te liggen. De uitwerking moet nog voorzien worden van een financieel dekkingsplan.
• Crossfire (afhankelijk keuze incidenteel of structureel financieel effect) Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar de eerste Nederlands-Duitse brandweerkazerne, geschikte locaties worden ondergezocht en kostenramingen opgesteld. Parallel aan dit proces zijn er verschillende werkgroepen opgericht welke aan het werk gaan met concrete maatregelen (inrichting kazerne, ruimtelijke ordening, etc). Gezien status project lijkt financieel effect onomkeerbaar, terwijl hier in begroting geen rekening is gehouden of een financieel inschatting is gemaakt van de uitgaven. • Actieplan huisvesting aandachtsgroepen (deels incidenteel financieel effect, deels structureel financieel effect) We streven ernaar om in een zo kort als realistisch mogelijke periode 165 plekken voor vluchtelingen uit Oekraïne, 100 plekken voor asielzoekers, jaarlijks huisvesten van 100 statushouders en zes crisisopvanglocaties te realiseren. Gepland staat om in Q1 de inventarisatie voor mogelijke panden en locaties af te ronden, waarna er gestart kan worden met de realisatie van de huisvesting voor aandachtsgroepen. Naast eventuele uitgaven voor het realiseren van de huisvesting ligt het in de lijn der verwachting dat ook de uitgaven zullen stijgen rondom scholing, inburgering, zorg, burgerzaken, onderwijs, taken Figulus en Laborijn. Indien dit het geval is, zal dit ter besluitvorming worden voorgelegd aan de raad.
• Toegang sociaal domein/ dienstverlening (incidenteel financieel effect) In het uitvoeringsprogramma is opgenomen dat we de dienstverleningsvisie uit 2013 herijken en aan de slag gaan met één toegang in het sociaal domein. Wij zien de visie op dienstverlening als het fundament voor de toegang en zijn van mening dat je deze twee opdrachten dan ook niet los van elkaar kunt zien en stellen voor om dit samen te voegen in één herijkte visie. In Q4 2024 wordt de Pagina 4 van 8
visie door de gemeenteraad vastgesteld. In 2025 zal de realisatie van de visie vorm krijgen. Dit kan niet los gezien worden van de vraagstukken die er spelen rondom informatievoorziening en interne huisvesting. • Interne Huisvesting (deels incidenteel financieel effect, deels structureel financieel effect) In de periode na corona zijn we steeds meer hybride gaan werken. Hiermee is de verhouding tussen thuiswerken en op kantoor werken verschoven. Deze trend is inmiddels in werkend Nederland onomkeerbaar, waarbij de ontwikkeling naar a synchroon werken zich verder doorzet. Onder a synchroon werken verstaan we dat medewerkers meer vrijheid hebben in waar en wanneer ze hun werk doen. Uiteraard binnen de mogelijkheden van de functie en de afspraken binnen het team. Deze ontwikkeling vraagt om aanpassingen van onze kantoren, die nu nog zijn ingericht op werken op kantoor tijdens de kantoortijden. Naast bovenstaande ontwikkelingen spelen er nog ontwikkelingen rondom de thema’s duurzaamheid, 1 toegang en dienstverlening die van invloed kunnen zijn op onze interne huisvesting. In 2024 worden scenario’s uitgewerkt voor de aanpassing van de huisvesting. De uitwerking moet nog voorzien worden van een financieel dekkingsplan.
• Informatievoorziening (deels incidenteel financieel effect, deels structureel financieel effect) De overheid staat voor complexe maatschappelijke uitdagingen en burgers verwachten passende dienstverlening. Dat vraagt om een ingrijpende verbetering van onze bedrijfsvoering en dienstverlening. En om de transitie naar een moderne informatievoorziening. Het gaat daarbij niet alleen over de ontwikkeling van de automatisering (die randvoorwaardelijk is voor ons werk). Het gaat juist ook over de strategische bouwsteen die informatie is geworden, omdat het grootste deel van onze producten en diensten bestaat uit data en informatie. Data en informatie zit daarmee voor een gemeente in de kern van haar bestaansrecht en zou dus ook tot de kern van haar bedrijfsvoering moeten horen. In 2024 willen we de visie op informatievoorziening hebben afgerond en vertaald naar concrete acties om onze informatievoorziening duurzaam te verbeteren. De uitwerking moet nog voorzien worden van een financieel dekkingsplan. • Visie Zwembaden (structureel financieel effect) De toekomstvisie zwembaden moet als resultaat hebben dat er in de gemeente zwemvoorzieningen zijn die na 2032 qua aanbod en accommodatie, aansluiten bij ons toekomstbestendig sportlandschap, levensvatbaar zijn en beantwoorden aan de eisen van deze tijd. De startnotitie is in Q1 vastgesteld door de raad.
Verwachting is dat de visie in Q2 van 2025 kan worden vastgesteld. De uitwerking moet nog voorzien worden van een financieel dekkingsplan. • Uitbreiding Bedrijventerrein Aalten (incidenteel financieel effect) Naar aanleiding van het eerste verkennend locatie-onderzoek is aan een bureau opdracht verleend om te komen tot een plan van aanpak voor de feitelijke uitbreiding. In dit plan van aanpak wordt bepaald welke stappen genomen moeten worden om het gebied daadwerkelijk te gaan ontwikkelen. Hiervoor wordt een concrete ontwikkelstrategie opgeleverd. Er worden nu verschillende scenario`s doorgerekend om voldoende inzichtelijk te krijgen welke financiële consequenties een eventuele uitbreiding heeft en welke mogelijke varianten er dan zijn. Vervolg is afhankelijk van besluitvorming van de uitgewerkte varianten. De uitwerking moet nog voorzien worden van een financieel dekkingsplan. • Locatie Slingelaan Schaersvoorde (structureel financieel effect) Het IHP (Integraal Huisvestingsplan) is in september 2023 vastgesteld. Voor het vervolg van locatie Slingelaan Schaersvoorde, is een scenariostudie nodig. De scenariostudie wordt momenteel opgestart en naar verwachting in het najaar van 2024 opgeleverd. Dit maakt onderdeel uit van de verkenningsfase. Het vervolg is afhankelijk van besluitvorming n.a.v. de uitgewerkte scenario`s (verbouw of nieuwbouw).
De uitwerking moet nog voorzien worden van een financieel dekkingsplan • Bestaanszekerheid (structureel financieel effect) De komende jaren zal het accent van het armoedebeleid komen te liggen op bestaanszekerheid. We focussen ons daarbij op wonen, werken en meedoen. Door de vele regelingen, verschillende uitvoerders en ingewikkelde voorwaarden zijn inwoners onzeker over hun rechten, plichten en hun inkomen. Hierdoor maken zij niet altijd gebruik van regelingen en krijgen inwoners te maken met terugvorderingen en schulden. Ook durven inwoners de stap naar (meer) werk niet altijd te zetten. Om deze situatie te verbeteren, willen we oplossingen uitwerken voor een aantal urgente knelpunten. Ze raken aan meerdere domeinen en kunnen uitkomst bieden voor een grote groep inwoners. Pagina 5 van 8
• Aanbesteding WMO en Jeugdhulp per 1 januari 2026 (structureel financieel effect) In 2024 wordt gestart met een aanbesteding WMO en Jeugdhulp die naar verwachting per 1 januari 2026 in gaat. Deze aanbesteding kan mogelijk financiële gevolgen hebben voor de in de begroting opgenomen budgetten voor WMO en Jeugdhulp. • Regionale samenwerking Sociaal Domein (structureel financieel effect) Om te komen tot een succesvol inkoopproces op het gebied van de Wmo en Jeugdhulp is regionaal afgesproken dat er - voorafgaand aan de formele start van de inkoopprocedure - door de Achterhoekse gemeenten bindende en duidelijke samenwerkingsafspraken worden gemaakt. Dit om een efficiënte en soepele besluitvorming te garanderen. Dit proces loopt. De samenwerkingsafspraken kunnen, afhankelijk van de keuzes die we als Achterhoekse gemeenten met elkaar maken, financiële gevolgen hebben voor de uitvoeringskosten van het Sociaal Domein Achterhoek. • Toekomstbestendig sportlandschap (structureel financieel effect) Iedereen die werkzaam is in de sport merkt dat het sportlandschap verandert. De aantallen sporters, het aantal verschillende sporten en sportaanbieders en de manier van sporten zijn anders dan 20 jaar geleden. We zien landelijk tegelijkertijd dat cijfers van inactiviteit en overgewicht onder de bevolking toenemen.
Doen we nog de goede dingen en doen we de dingen goed? Deze vragen stellen we ons steeds vaker. We werken momenteel in samenwerking met de sportverenigingen aan het in kaart brengen van ons sportlandschap en de visie om deze toekomstbestendig te maken. We vinden niet alleen bewegen belangrijk, maar zien dat bewegen in verenigingsverband een belangrijker pijler is voor het creëren van een goede toekomstbestendige sociale basis. In 2024 willen we de visie hebben afgerond en vertaald naar concrete acties om ons sportlandschap duurzaam te verbeteren. De uitwerking moet nog voorzien worden van een financieel dekkingsplan. • Hervormingsagenda Jeugd en toekomstscenario Kind en gezinsbescherming (structureel financieel effect) De Hervormingsagenda Jeugd bevat een groot pakket afspraken om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Er wordt structureel geïnvesteerd in de landelijke kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp. Ook komt er een aanpassing van de Jeugdwet, waardoor duidelijker wordt waarvoor kinderen en ouders hulp kunnen krijgen. Gemeenten worden verplicht bepaalde specialistische zorg regionaal in te kopen om beschikbaarheid en continuïteit van zorg beter te organiseren. Er zal minder papierwerk en administratie nodig zijn, zodat medewerkers daar zo min mogelijk tijd aan kwijt zijn.
Ook worden ondersteuningsteams versterkt en moet betere samenwerking met bijvoorbeeld het onderwijs ervoor zorgen dat kinderen en jongeren meer met collectieve voorzieningen worden ondersteund. Deze hervorming heeft ook impact op de gemeente Aalten. We zijn momenteel bezig om inzichtelijk te maken wat de consequenties van de hervormingsagenda zijn voor onze gemeente. 4.
Visie op de begroting 2025 – 2028
Op het moment van schrijven zijn er nog teveel onzekerheden die een structurele invloed kunnen hebben op de begroting 2025-2028. De lopende kabinetsformatie en de demissionaire status van het huidige kabinet maken het lastig om een inschatting te maken op welk moment exact meer duidelijkheid is te verwachten. De financiële situatie voor de gemeente Aalten kun je momenteel omschrijven als ‘prepare for the worst, hope for the best’. Het is verstandig om na te denken over maatregelen, tegelijkertijd willen we voorkomen dat we te vroeg onnodige en onomkeerbare ombuigingen in gang zetten. De ambitie zoals deze is vertaald in bovenstaande beleidsontwikkelingen passen daarbij niet bij de financiële onzekere situatie voor de komende begrotingsperiode. Duidelijk is dat we bij de begroting 2025 keuzes moeten maken welke beleidsontwikkelingen prioriteit hebben en welke ontwikkelingen we niet binnen de komende bestuursperiode gaan uitvoeren of verder ontwikkelen. Het credo blijft dat er pas bezuinigd wordt wanneer er harde cijfers onder liggen, dus wanneer er zekerheid is over de algemene uitkering. Daarom is het voorstel van het college om net als de afgelopen jaren te koersen op een reëel sluitende begroting voor 2025. Leidend hierbij worden de cijfers uit de meicirculaire 2024, die rond het begin van juni verwacht wordt.
De uitkomsten hiervan zullen ter kennis naar de raad gebracht worden. Ambtelijk is deze aanvliegroute ook met de provincie Pagina 6 van 8
gedeeld die begrip heeft voor deze insteek. Voorts houden college en organisatie er in de agenda’s al rekening mee om in de maand juni te komen tot een sluitende conceptbegroting 2025. Wel stellen wij voor terughoudend te zijn met nieuwe beleidsvoornemens met structureel financiële consequenties waarvoor in de begroting geen financiële dekking aanwezig is. Vooruitlopend op het ravijnjaar 2026 zullen we begin volgend jaar starten met een werkproces om de maatregelen in beeld te brengen die nodig zijn indien het kabinet de korting op de algemene uitkering niet terugdraait. Visie op de begroting 2025 – 2028
4.
Op het moment van schrijven zijn er nog teveel onzekerheden die een structurele invloed kunnen hebben op de begroting 2025-2028. De lopende kabinetsformatie en de demissionaire status van het huidige kabinet maken het lastig om een inschatting te maken op welk moment exact meer duidelijkheid is te verwachten. De financiële situatie voor de gemeente Aalten kun je momenteel omschrijven als ‘prepare for the worst, hope for the best’. Het is verstandig om na te denken over maatregelen, tegelijkertijd willen we voorkomen dat we te vroeg onnodige en onomkeerbare ombuigingen in gang zetten. De ambitie zoals deze is vertaald in bovenstaande beleidsontwikkelingen passen daarbij niet bij de financiële onzekere situatie voor de komende begrotingsperiode. Duidelijk is dat we bij de begroting 2025 keuzes moeten maken welke beleidsontwikkelingen prioriteit hebben en welke ontwikkelingen we niet binnen de komende bestuursperiode gaan uitvoeren of verder ontwikkelen. Het credo blijft dat er pas bezuinigd wordt wanneer er harde cijfers onder liggen, dus wanneer er zekerheid is over de algemene uitkering. Daarom is het voorstel van het college om net als de afgelopen jaren te koersen op een reëel sluitende begroting voor 2025. Leidend hierbij worden de cijfers uit de meicirculaire 2024, die rond het begin van juni verwacht wordt.
De uitkomsten hiervan zullen ter kennis naar de raad gebracht worden. Ambtelijk is deze aanvliegroute ook met de provincie gedeeld die begrip heeft voor deze insteek. Voorts houden college en organisatie er in de agenda’s al rekening mee om in de maand juni te komen tot een sluitende conceptbegroting 2025. Wel stellen wij voor terughoudend te zijn met nieuwe beleidsvoornemens met structureel financiële consequenties waarvoor in de begroting geen financiële dekking aanwezig is. Vooruitlopend op het ravijnjaar 2026 zullen we begin volgend jaar starten met een werkproces om de maatregelen in beeld te brengen die nodig zijn indien het kabinet de korting op de algemene uitkering niet terugdraait. 5. Uitgangspunten begroting 2025 Het college streeft naar een degelijk sluitende begroting voor 2025, zo mogelijk ook voor de jaren daarna maar dat is nogal afhankelijk van externe factoren zoals aangegeven. De volgende uitgangspunten worden voorgesteld: 1. 2.
3.
4.
5.
6.
Het jaar 2025 wordt reëel sluitend gemaakt, eventueel via ombuigingen. De algemene uitkering wordt zoals gewoonlijk opgenomen op basis van de meicirculaire 2024, eventueel aangevuld met de meest actuele informatie over belangrijke richtlijnen/afspraken rondom het gemeentefonds. In afwachting van duidelijkheid over de genoemde onderdelen van de algemene uitkering wordt gewacht met het starten van eventuele bezuinigingsoperaties voor de jaren vanaf 2026 en verder. In afwachting van duidelijkheid over de genoemde onderdelen van de algemene uitkering wordt voorgesteld geen verplichtingen aan te gaan met structurele financiële consequenties die het begrotingstekort vanaf 2026 verder doen toenemen. Bij het opstellen van de begroting 2025 – 2028 zal er een prioritering worden gemaakt in bestaande ambities en beleidsontwikkelingen. Er zal een keuze gemaakt worden welke beleidsontwikkelingen in de komende bestuursperiode niet worden ontwikkeld dan wel uitgevoerd. De bijdragen aan verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen worden op basis van vooraf gemaakte afspraken geïndexeerd. Ontwikkelingen met structurele financiële consequenties voor verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen buiten indexaties kunnen meegenomen worden in de integrale afweging bij de begroting.
Pagina 7 van 8
7.
8.
9. 10.
Subsidies en bijdragen aan derden worden geïndexeerd op basis van de prijsindex overheidsconsumptie voor 2025 uit de meicirculaire 2024, tenzij er budgetafspraken zijn gemaakt over de indexering. De budgetten die betrekking hebben op externe kosten worden eveneens volgens de onder 4 en 5 genoemde index geïndexeerd, tenzij er andere afspraken zijn gemaakt met leveranciers. Beoordeeld wordt waar er extra indexatie moet plaatsvinden zoals bij de inkoop zorg, energie en brandstof. Met betrekking tot de loongerelateerde budgetten wordt uitgegaan van de in meicirculaire 2024 opgenomen ‘loonvoet sector overheid’. Zie ook schema hieronder. 10. Zoals gebruikelijk worden de afvalstoffen- en rioolheffing op een dekkingspercentage van 100% gesteld.
Alternatieve beleidskeuzes NVT Financiële consequenties Worden verwerkt in de begroting 2025-2028 Participatie en Communicatie NVT Vervolgstappen inclusief tijdspad mei begin juni juni /begin juli jul/aug 19 sept 20 sept 9 okt 21/22 okt 28 okt 5 nov
Starten ambtelijke voorbereiding Na bekend worden circulaire vaststellen stand van zaken B&W maakt keuzes m.b.t. begroting 2024 Opstellen begroting 2024-2027 ambtelijk B&W stelt conceptbegroting vast Verzending conceptbegroting naar raad Begrotingscafé/inloopavond raad (woensdagavond) Oordeelsvormende raad Raad indienen eventuele beleidsvragen door fracties Raadsbehandeling
Bijlagen NVT
Aalten, 16 april 2024
Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten,
drs. A.J.M. Gildhuis secretaris/algemeen directeur
Pagina 8 van 8
mr. A.B. Stapelkamp burgemeester