rvs verzamelbesluit Omgevingswet.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstel tot het nemen van een viertal besluiten in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet
AAN DE RAAD
Samenvatting Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking. Ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet uw raad een viertal besluiten nemen, die er voor zorgen dat vanaf de inwerkingtreding van de wet procedures en werkwijzen kunnen worden voortgezet. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen dat er een beleidsneutrale overgang plaatsvindt.
Inleiding
Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking. Met deze wet gaan een groot aantal wetten, AMvB’s en ministeriële regelingen op in één wet, vier AMvB’s en één ministeriele regeling op het gebied van de fysieke leefomgeving. Ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet uw raad een viertal besluiten nemen, die er voor zorgen dat vanaf de inwerkingtreding van de wet procedures en werkwijzen kunnen worden voortgezet. Hierbij is als uitgangspunt er voor gekozen om bij inwerkingtreding van de wet zo veel mogelijk beleidsneutraal over te gaan. Aan uw raad wordt voorgesteld te besluiten dat per datum inwerkingtreding Omgevingswet: 1. De gemeenteraad als adviseur wordt aangewezen voor een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, voor zover deze betrekking heeft op activiteiten waarvoor thans geen algemene verklaring van geen bedenkingen is afgegeven en/of een activiteit die niet valt onder Bijlage 2, artikel 4 van het thans geldende Besluit omgevingsrecht (Bor); 2. De bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan niet wordt gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders; 3. Geen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om participatie verplicht te stellen als aanvraagvereiste voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; 4.
De handelswijze van het college van burgemeester en wethouders, waarbij de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing wordt verklaard op aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die voor advies aan de gemeenteraad moet worden voorgelegd, te ondersteunen.
Beschrijving beleidsterrein inclusief toepasselijke regelgeving
Dit voorstel heeft betrekking op de fysieke leefomgeving, meer specifiek de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Pagina 1 van 4
Inhoudelijke toelichting op het voorstel 1. Adviesrecht Onder de huidige Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ligt de bevoegdheid om een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het bestemmingsplan bij het college van burgemeester en wethouders. Wel dient het college aan uw raad, indien het gaat om een buitenplanse afwijking die niet valt onder de zogenaamde ‘kruimelregeling’ een verklaring van geen bedenkingen aan te vragen. De vergunning kan zonder deze verklaring niet verleend worden. Een verklaring van geen bedenkingen is niet vereist voor zover een algemene verklaring van geen bedenkingen door uw raad is afgegeven. Onder de Omgevingswet verandert dit systeem. De bevoegdheid om af te wijken van het Omgevingsplan blijft bij het college liggen. Het college dient uw raad om advies te vragen, in die situaties waarin uw raad dat heeft besloten. Artikel 16.15, lid b onder 1 Omgevingswet biedt hiervoor het juridisch kader. Het gaat om een bindend advies, waar het college niet van mag afwijken. In de stuur- en klankbordgroep Omgevingswet is dit onderwerp al meerdere malen aan de orde geweest. Er is voor gekozen om bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zoveel als mogelijk beleidsneutraal over te gaan.
Concreet betekent dit ten aanzien van dit onderdeel dat het college aan uw raad advies dient te vragen bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, behalve in die situaties waarin thans een algemene verklaringen van geen bedenkingen is afgegeven en/of die situaties die nu onder de zogenaamde ‘kruimelregeling’ vallen. Onder een buitenplanse omgevingsplanactiviteit vallen activiteiten in strijd zijn met het omgevingsplan en ook niet passen binnen de in het omgevingsplan opgenomen afwijkingsregels. Meer concreet worden door dit voorstel de onderstaande situaties van het adviesrecht uitgezonderd: -
-
-
Projecten binnen agrarische bouwpercelen met de aanduiding ‘Intensieve veehouderij, zoals bedoeld in de algemene verklaring van geen bedenkingen, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 22 augustus 2017; Woningsplitsingen in het buitengebied, zoals bedoeld in de algemene verklaring van geen bedenkingen ten behoeve van woningsplitsing in het landelijk gebied, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 21 augustus 2018; De realisatie van mini en kleine windmolens en zonnevelden, zoals bedoeld in de algemene verklaring van geen bedenkingen, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 26 januari 2021; De realisatie van extra woningen in het buitengebied, zoals bedoeld in de algemene verklaring van geen bedenkingen, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 30 november 2021; De realisatie van activiteiten als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met Bijlage II, artikel 4, Besluit omgevingsrecht (kruimelregeling), zoals weergegeven in de bij dit voorstel behorende bijlage.:
Indien uw raad geen besluit neemt, dan is geen enkele buitenplanse omgevingsplanactiviteit adviesplichtig en is het dus geheel de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders om te besluiten ten aanzien van deze activiteiten.
2. Delegatie Het vaststellen van een bestemmingsplan is de bevoegdheid van uw raad. Evenzo wordt het vaststellen van een omgevingsplan de bevoegdheid van uw raad. Uitgaande van een beleidsneutrale overgang wordt voorgesteld om de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan derhalve niet te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders.
Pagina 2 van 4
3. Verplichte participatie Op grond van de Omgevingswet is het mogelijk om bij een aanvraag voor een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit participatie verplicht te stellen. Indien initiatiefnemer dan geen vorm van participatie toepast, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. De verplichte participatie ziet niet op de vorm en de inhoud van de participatie. Het is aan de initiatiefnemer om invulling te geven aan de vorm en de inhoud van de participatie. Hieruit volgt dat een participatieplicht niet zondermeer leidt tot een betere participatie. In de huidige werkwijze wijzen wij op het belang van participatie met de omgeving. Sterker nog, voor de grotere ontwikkelingen worden informatie- en/of inspraakbijeenkomsten georganiseerd, al dan niet door de initiatiefnemer, voorafgaand aan het formele besluitvormingsproces. Met deze werkwijze zijn goede ervaringen opgedaan en kunnen we onder de Omgevingswet blijven hanteren. Uitgaande van een beleidsneutrale overgang wordt voorgesteld om participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten niet verplicht te stellen, zoals bedoeld in artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet, maar de huidige werkwijze te continueren.
4. De uniforme openbare voorbereidingsprocedure Onder de Omgevingswet is de reguliere procedure zoals we die nu kennen onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht het uitgangspunt. Ook bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. De Omgevingswet (artikel 16.65, lid 4) biedt de mogelijkheid om de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing te verklaren op de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het college van burgemeester en wethouders dient hiervoor per geval/aanvraag een nader besluit te nemen. Uitgaande van een beleidsneutrale overgang zal het college van burgemeester en wethouders gebruik gaan maken van deze mogelijkheid in die situaties waarin uw raad adviesrecht heeft. Hiermee wordt aangesloten bij de huidige processen en is er in de procedure meer tijd voor het vragen het bindende advies. Alternatieve beleidskeuzes Uw raad kan op de genoemde punten anders besluiten. Dit vraagt een inhoudelijke afweging van de diverse bevoegdheden, waarbij ook rekening dient te worden gehouden met het verdere instrumentarium van de Omgevingswet en met name de Omgevingsvisie. Op dit moment is de Omgevingsvisie in voorbereiding. Om die reden is derhalve voorgesteld om nu ‘beleidsneutraal over te gaan’.
Dit neemt niet weg dat de effecten van deze besluiten moeten worden gemonitord en zo nodig moeten worden bijgesteld. Daarom wordt tevens voorgesteld om de effecten 1 jaar na datum inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren en zo nodig de besluiten inhoudelijk bij te stellen.
Financiële consequenties Deze besluiten hebben op zichzelf geen financiële consequenties.
Participatie en Communicatie De inhoud van deze besluiten zal tijdig voor inwerkingtreding van de Omgevingswet worden gepubliceerd.
Pagina 3 van 4
Vervolgstappen inclusief tijdspad Zie alternatieve beleidskeuzes. Bijlagen 1. de algemene verklaring van geen bedenkingen, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 22 augustus 2017, ten behoeve van projecten binnen agrarische bouwpercelen met de aanduiding ‘Intensieve veehouderij; 2. de algemene verklaring van geen bedenkingen, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 21 augustus 2018, ten behoeve van woningsplitsing in het landelijk gebied; 3. de algemene verklaring van geen bedenkingen, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 26 januari 2021, ten behoeve van de realisatie van mini en kleine windmolens en zonnevelden; 4. de algemene verklaring van geen bedenkingen, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 30 november 2021, ten behoeve van de realisatie van extra woningen in het buitengebied. 5. Overzicht van gevallen die vallen onder de ‘kruimellijst’;
Aalten, 23 augustus 2022
Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten,
drs. A.J.M. Gildhuis secretaris/algemeen directeur
Pagina 4 van 4
mr. A.B. Stapelkamp burgemeester