rvs uittreden GR SON.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstel tot uittreden uit de Gemeenschappelijke Regeling Stadsbank Oost Nederland 2015
AAN DE RAAD
Samenvatting De afgelopen jaren hebben we gemerkt dat de dienstverlening van de Stadsbank Oost Nederland (SON) niet meer aansluit op de verwachtingen die inwoners (met schulden) hebben met wat de SON daadwerkelijk kan bieden. Ook sluit de geboden dienstverlening (het financieel technisch regelen van de schulden) niet meer aan op onze visie op het sociaal domein. Het puur financieel technisch helpen van mensen vraagt om een heel andere benadering en ander werkproces dan het ondersteunen vanuit een integrale mensgerichte benadering (aanpak achterliggende problematiek) en dus aansluitend op de leefwereld van onze inwoners. Voor de helderheid: op basis van de GR SON is het aanbieden van financiële dienstverlening (waaronder het technisch regelen van de schulden) ook primair hun opdracht. Begin 2020 zijn wij gestart met het ontwikkelen van een visie op de schuldhulpverlening. Gemeenten moeten (integraal) beleid ontwikkelen om schuldenproblematiek te voorkomen, beheersbaar te maken en duurzaam op te lossen. We willen allemaal hetzelfde: inwoners met (dreigende) schulden eerder, beter en sneller op weg helpen naar een duurzame en schulden(zorgen)vrije toekomst. De persoonlijke en maatschappelijke gevolgen van het hebben van (problematische) schulden zijn namelijk groot.
Op 10 februari 2020 en 17 mei 2021 is in de commissie Sociaal Domein (en tussentijds ook met de Sociale Raad die een positief advies heeft gegeven over het voorliggende voorstel) gesproken over onze visie op de schuldhulpverlening aansluitend op ons adagium vanuit het uitvoeringsprogramma 2018 – 2022: daadkrachtig, duurzaam en dichtbij. Het afgelopen 1 ½ jaar zijn we, ondanks corona, toch in gesprek gegaan met de collega’s van onze afdeling sociaal domein, inwoners en ervaringsdeskundigen, lokale ketenpartners (formeel en informeel) en het Meedoenpact. Dit heeft ons veel informatie opgeleverd, en ons nog meer het besef gegeven om de schuldhulpverlening in al zijn facetten zo dicht mogelijk bij huis (de inwoner) te organiseren vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid. We willen nu dus een slag gaan maken in de transformatie in de kijk op schulden en de regie zoveel mogelijk in eigen hand nemen. Kortom: zo persoonlijk en integraal mogelijk werken via de omgekeerde toets en aansluitend op de visie en leidende principes zoals beschreven in onze nota sociaal domein 2021. Daarnaast is het voor de SHV zeker van belang om de (financiële en sociale) basis op orde te hebben en dat onze inwoners bestaanszekerheid ervaren zoals wij hebben beschreven in hoofdstuk 5.6 van de nota sociaal domein 2021 (Blijven meedoen in Aalten).
Het vorenstaande heeft tot gevolg dat wij de curatieve schuldhulpverlening (zoals beschreven in de Informatienota schuldhulpverlening gemeente Aalten) per 1 januari 2023 niet meer afnemen bij de GR SON, maar bij het Bureau voor Financiële Ondersteuning van de gemeente Doetinchem via een Dienstverleningsovereenkomst. Dit betekent dus een uittreding uit de GR SON per 1 januari 2023. De uittreding brengt uittredingskosten met zich mee maar de hoogte hiervan kunnen wij nog niet aangeven. Op dit moment beschikken we alleen over een rekenkundige aanname van BDOaccountants en - adviseurs, die voor ons onderzoek heeft gedaan naar de mogelijke financiële impact. Over de werkelijke financiële (en overige) gevolgen van de uittreding moeten het bestuur van de SON en gemeente onderhandelen en dit gaan vastleggen in een uittredingsovereenkomst. Een voorstel van het bestuur van de SON en het uiteindelijke onderhandelingsresultaat, neemt enige tijd in beslag. Naar alle waarschijnlijkheid komt hier pas begin 2022 meer duidelijkheid over. Pagina 1 van 8
Om per 1 januari 2023 te kunnen uittreden, moet het besluit tot uittreden vóór 31 december 2021 worden genomen (zekerheidsstelling). Een uitreding brengt nu eenmaal kosten met zich mee. En uiteraard willen we deze schadelast zo beperkt mogelijk houden. Wij kiezen er echter voor om de curatieve schuldhulpverlening dicht bij de inwoner te organiseren en de regie zelf in handen te nemen. We zijn ervan overtuigd dat, als schuldhulpverlening (van preventie tot en met nazorg) dicht bij de inwoner, mensgericht en dus integraal wordt uitgevoerd, dit op lange termijn loont! Primair voor de mensen (en hun gezin) maar secundair ook vanuit financieel oogpunt. Uiteindelijk gaat het om effectieve schuldhulpverlening met een zo duurzaam mogelijk resultaat. Door zelf te regisseren en (bij te) sturen, kunnen we op lange termijn sociaal domeinbreed zeker kosten gaan besparen. Door eerder, beter en sneller de schuldhulpverlening uit te voeren en mensen perspectief te bieden, kunnen uitgaven binnen andere (gemeentelijke) domeinen worden bespaard. De gemeente Doetinchem heeft, op basis van de jaarcijfers 2020 (jaarrekening SON), een indicatie gegeven van de kosten voor hun dienstverlening. Zij komen uit op een raming van € 114.000,- per jaar inclusief additionele dienstverlening (dienstverlening op locatie). In 2020 hebben wij aan de SON € 132.912,- betaald.
Kanttekening hierbij is uiteraard wel een verwachte volumegroei. De komende jaren verwachten we met zijn allen in Nederland dat er een groter beroep op de schuldhulpverlening wordt gedaan.
Inleiding Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor de integrale uitvoering van de schuldhulpverlening op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Vanaf 2014 (vooruitlopend op de decentralisaties per 1 januari 2015) hebben wij als één van de eerste gemeenten de (crisis) intake (reguliere indicatiestelling) bij de Stadsbank Oost Nederland (SON) overgenomen en voeren deze taak zelf uit. Wij vinden namelijk dat, als je integraal (levensbreed) wilt werken binnen het gemeentelijk sociaal domein (en in de verbinding naar buiten vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid), je als gemeente ook zelf zicht moet hebben op de (dreigende) schuldenproblematiek en de onderliggende oorzaken. Schulden staan nooit op zichzelf en bijna altijd zijn er problemen op meerdere levensgebieden. Door zicht te krijgen op alle levensdomeinen, kunnen we snel interveniëren, verbinden en schakelen met aanpalende beleidsterreinen zoals de Wmo, Jeugdwet, Participatiewet (inkomensondersteuning en re-integratie), inburgering, onderwijs, gezondheidszorg, wonen maar ook op het snijvlak van zorg en veiligheid. Daarnaast is het voor de SHV zeker van belang om de (financiële en sociale) basis op orde te hebben en dat onze inwoners bestaanszekerheid ervaren zoals wij hebben beschreven in hoofdstuk 5.6 van de nota sociaal domein 2021 (Blijven meedoen in Aalten).
De afgelopen jaren hebben we gemerkt dat de dienstverlening van de SON niet meer aansluit op de verwachtingen die inwoners (met schulden) hebben met wat de SON daadwerkelijk kan bieden. Ook sluit de geboden dienstverlening (het financieel technisch regelen van de schulden) niet meer aan op onze visie op het sociaal domein. Het puur financieel technisch helpen van mensen vraagt om een heel andere benadering en werkproces dan het ondersteunen vanuit een integrale mensgerichte benadering (aanpak achterliggende problematiek) en dus aansluitend op de leefwereld van onze inwoners. Voor de helderheid, op basis van de GR SON is het aanbieden van financiële dienstverlening (waaronder het technisch regelen van de schulden) ook primair hun opdracht. Begin 2020 zijn wij gestart met het ontwikkelen van een visie op de schuldhulpverlening. Gemeenten moeten (integraal) beleid ontwikkelen om schuldenproblematiek te voorkomen, beheersbaar te maken en duurzaam op te lossen. We willen allemaal hetzelfde: inwoners met (dreigende) schulden eerder, beter en sneller op weg helpen naar een duurzame en schulden(zorgen)vrije toekomst. De persoonlijke en maatschappelijke gevolgen van het hebben van (problematische) schulden zijn namelijk groot.
Op 10 februari 2020 en 17 mei 2021 is in de commissie Sociaal Domein (en tussentijds ook met de Sociale Raad) gesproken over onze visie op de schuldhulpverlening aansluitend op ons adagium vanuit het uitvoeringsprogramma 2018 – 2022: daadkrachtig, duurzaam en dichtbij. Het afgelopen 1 ½ jaar zijn we, ondanks corona, toch in gesprek gegaan met de consulenten en beleidsmedewerkers van onze afdeling sociaal domein, inwoners/ervaringsdeskundigen, lokale ketenpartners (formeel en informeel) en het Meedoenpact. Dit heeft ons veel informatie opgeleverd, en ons nog meer het besef gegeven om de schuldhulpverlening in al zijn facetten zo dicht mogelijk bij huis (de inwoner) te Pagina 2 van 8
organiseren vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid. We willen nu dus een slag gaan maken in de transformatie in de kijk op schulden en de regie zoveel mogelijk in eigen hand nemen. Kortom: zo persoonlijk en integraal mogelijk werken via de omgekeerde toets en aansluitend op de visie en leidende principes beschreven in onze nota sociaal domein 2021. Daarnaast is het voor de SHV zeker van belang om de (financiële en sociale) basis op orde te hebben en dat onze inwoners bestaanszekerheid ervaren zoals wij hebben beschreven in hoofdstuk 5.6 van de nota sociaal domein 2021 (Blijven meedoen in Aalten). Het vorenstaande heeft tot gevolg dat wij de curatieve schuldhulpverlening (zoals beschreven in de Informatienota schuldhulpverlening gemeente Aalten ) per 1 januari 2023 niet meer afnemen bij de GR SON, maar bij het Bureau voor Financiële Ondersteuning van de gemeente Doetinchem via een Dienstverleningsovereenkomst. Dit betekent dus een uittreding uit de GR SON per 1 januari 2023.
Beschrijving beleidsterrein inclusief toepasselijke regelgeving Sinds 2012 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening van kracht en dit is een kaderwet. De wet verplicht gemeenten om inwoners te ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing (of beheersbaar maken) van schulden en de onderliggende problematiek (integraal dus). Schuldhulpverlening en het bestrijden van armoede (gemeentelijk armoedebeleid) hebben (veel) met elkaar te maken. Met betrekking tot het uittreden uit een gemeenschappelijke regeling, is de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing. Gezien alle ontwikkelingen in ‘het schuldenlandschap’ en de complexiteit van de schuldhulpverlening, hebben we op hoofdlijnen een (beschrijvende) informatienota gemaakt om meer inzicht te geven in de kaders en ontwikkelingen op dit terrein. Ook beschrijven we de activiteiten waarmee we bezig zijn (geweest) of gaan. Deze nota treft u bijgevoegd aan. Inhoudelijke toelichting op het voorstel De argumenten om in te stemmen met de voorgestelde beslissing(en) zijn: 1.
Dienstverlening SON sluit niet meer aan bij de verwachtingen en de leefwereld van onze inwoners en op onze integrale visie op het sociaal domein Het puur financieel technisch helpen van mensen vraagt om een heel andere benadering en werkproces dan het ondersteunen vanuit een integrale mensgerichte benadering (aanpak achterliggende problematiek) en dus aansluitend op de leefwereld van onze inwoners. Zowel vanuit inwonersperspectief als vanuit onze gemeentelijke uitvoeringspraktijk hebben we de afgelopen jaren ervaren dat de SON haar werkprocessen heeft ingericht op regels, procedures en standaarden (een dossier). Wij willen uitgaan van een mensgerichte integrale benadering en daarbij doen wat echt nodig is voor de mensen om wie het gaat (ernaast gaan staan). Daarbij moeten we rekening houden met het (vaak beperkte) doenvermogen van deze doelgroep en stress-sensitief te werk gaan. Langdurige schuldenproblematiek levert (chronische) stress op en kan het gedrag flink ontregelen. Dit is ook vaak een verklaring voor het soms improductieve gedrag en het maken van verkeerde keuzes van mensen met schulden. Ze komen in een dynamiek terecht van bij de dag leven, die hen gijzelt in de problematiek die ze zo graag achter zich willen laten. Mensen kunnen geen overzicht meer krijgen en zijn niet goed meer in staat om doelgericht en probleemoplossend te denken.
Dit vraagt om een andere aanpak waarbij de gemeente zelf zoveel mogelijk regisseur moet worden op de uitvoering van de schuldhulpverlening (van preventie tot en met nazorg). 2. We missen communicatie, regievoering en verbindingen met aanpalende domeinen In de informatienota is beschreven wat wij als gemeente doen en wat de SON doet. Nadat wij een inwoner (met plan van aanpak, schuldendossier en afgeven beschikking) hebben overgedragen aan de SON, hebben wij geen zicht en grip (zeggenschap) meer op de cliënt (situatie) en het verloop van het schuldhulpverleningstraject: - Er is vrijwel geen communicatie vanuit de SON over hoe het met de cliënt (en/of zijn gezin) gaat; - Hoe het schuldhulpverleningstraject vordert (ook in verband met handhaving = gemeentelijke taak); - Of er gaandeweg het traject nog andere vormen van (financiële) ondersteuning of Pagina 3 van 8
hulpverlening nodig is, dus de verbinding (terug) naar de gemeente of aanpalende domeinen; - Bericht of een minnelijke schuldregeling wel of niet is geslaagd of dat er een doorgeleiding is naar de Wsnp (wettelijke schuldsanering); - Of aanvullende nazorg (voorkomen van recidive) noodzakelijk is; - En wat uiteindelijk het duurzaam resultaat is geworden. De klantmanager van de SON voert vrijwel geen regie op het plan van aanpak en de ondersteuning die daarvoor wordt ingezet. Er is geen aan- of bijsturing gedurende het gehele schuldhulpverleningstraject of richting betrokken ketenpartners (bijvoorbeeld het Algemeen Maatschappelijk Werk, een schuldhulpbuddy van Humanitas of Figulus als het om statushouders gaat). Casusregie ontbreekt en het contact met de cliënt is grotendeels op afstand (digitaal). Daarmee wordt het risico op vroegtijdig uitvallen alleen maar groter. 3. Communicatie met de Stadsbank In 2020 en 2021 is (op bestuurlijk en ambtelijk niveau) meerdere keren constructief gesproken met de directeur van de SON en is onze visie gedeeld. De conclusie was dat er vanuit de SON zeker begrip is voor onze visie en opvattingen, maar dat de SON dit niet 'kan leveren'. Zoals gezegd, hun core business (en opdracht vanuit de GR) is het financieel technisch regelen van de schulden.
Volledigheidshalve wordt benadrukt dat het op geen enkele wijze een diskwalificatie van de dienstverlening van de SON betreft, maar hun visie en werkwijze sluit niet meer aan bij die van de gemeente Aalten (sociaal domeinbreed). 4. Dienstverlening curatieve schuldhulpverlening afnemen bij de gemeente Doetinchem via een Dienstverleningsovereenkomst Met de gemeente Doetinchem zijn diverse gesprekken gevoerd en zij zijn bereid om de curatieve schuldhulpverlening voor de gemeente Aalten uit te voeren per 1 januari 2023. Wij zoeken aansluiting bij de gemeente Doetinchem omdat: a. Zij voeren de integrale schuldhulpverlening al jaren volledig in eigen beheer uit en hebben veel ervaring en deskundigheid opgebouwd in de hele keten van de schuldhulpverlening. Dit geldt ook voor de kredietfaciliteiten (aangesloten bij de Kredietbank Nederland) en recent de uitvoering van beschermingsbewind in eigen beheer. Zij zijn geaccrediteerd en volwaardig lid van de NVVK (de brancheorganisatie voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) en voldoen daarmee aan de gestelde (gecertificeerde) kwaliteitseisen. b. Zij voeren de schuldhulpverlening integraal uit en zijn bekend met een brede verbinding tussen de diverse (aanpalende) domeinen. Onze visies sluiten op elkaar aan. c.
Dichtbij voor onze inwoners: de huidige dienstverlening door de SON is op afstand (Enschede) en vrijwel volledig digitaal (telefonisch en via een berichtenbox). Vanuit Doetinchem kunnen we de dienstverlening gemakkelijk(er) op locatie in onze gemeente organiseren. Ook bij calamiteiten (bijvoorbeeld ziekte) kunnen we eenvoudiger ondersteuning invliegen (continuïteit van dienstverlening). d. Vanaf 1 januari 2021 vormen we samen (grotendeels) de GR Laborijn. Schuldenproblematiek zit ook bij cliënten uit de Participatiewet en de (oud)-Sociale Werkvoorziening. Samen met de gemeente Doetinchem en Laborijn worden bestanden gescreend op financiële problematiek (waaronder beslag op uitkeringen of loon) en een aanpak ontwikkeld om deze doelgroep te (laten) ondersteunen. e. Samen met de gemeente Doetinchem en Laborijn hebben we in mei 2021 een ondernemerssteunpunt ingericht. (Ex)-ondernemers kunnen bij Laborijn terecht voor onder andere schuldhulpverlening. Zoals in de informatienota aangegeven verplicht de gewijzigde Wgs gemeenten om schuldhulpverlening aan te bieden aan ondernemers. f.
Daarnaast werken we op meerdere terreinen samen met Doetinchem: ICT, recent de TONK (een bijzondere bijstandsregeling vanuit het Corona steun- en herstelpakket), de nieuwe Wet inburgering (met Laborijn als uitvoeringsorganisatie voor beide gemeenten en de gemeente Doetinchem gaat voor onze gemeente het onderdeel 'financieel ontzorgen' van statushouders uitvoeren) en op het terrein van de leerplicht/voortijdig schoolverlaten. g. Begin 2022 stappen we over naar andere software voor onze uitvoering (van het primaire proces) van de schuldhulpverlening. Het huidige pakket voldoet niet meer en de aanbieder ontwikkelt deze software ook niet meer door (alleen de noodzakelijke releases). De gemeente Doetinchem heeft hetzelfde softwarepakket en heeft recent een Pagina 4 van 8
aanbesteding doorlopen. Zij stappen nu over en onze gemeente kan hierop meeliften. Overigens maakt de SON ook gebruik van hetzelfde softwarepakket dat Doetinchem (en Aalten vanaf voorjaar 2022) nu aan het implementeren is. Alternatieve beleidskeuzes Met betrekking tot de uitvoering van de curatieve schuldhulpverlening zijn er 2 mogelijkheden: 1. Of we blijven bij de Stadsbank Oost Nederland en laten het zoals het nu is; 2. Of we zoeken aansluiting dichtbij huis en in dit geval dus bij de gemeente Doetinchem.
Kanttekeningen en financiële consequenties 1. Om meer zicht te krijgen op de financiële gevolgen van de uittreding, hebben we BDOaccountants en -adviseurs gevraagd een onderzoek te doen naar de (mogelijke) omvang van de uittredingskosten. BDO heeft diverse van dit soort onderzoeken (waaronder ook Laborijn) gedaan. In het kader van transparantie en zorgvuldigheid, hebben we de directeur van de SON vanaf het begin in dit proces betrokken (mede ten behoeve van de informatievoorziening en checks door de SON/BDO). In september 2021 hebben we het concept met de directeur besproken. Begin oktober 2021 hebben we de definitieve versie van het rapport 'Proforma berekening uittredingskosten GR SON' ontvangen. 2. Rapport BDO, methode berekeningssystematiek en indicatie van de (eenmalige) uittredingskosten (frictiekosten en desintegratievergoeding) BDO baseert de berekeningen op basis van de methode van specifieke prijsbepaling op grond van de handvatten die de jurisprudentie heeft aangereikt (uitspraak Raad van State uit 2015). Zij geven aan dat dit een gangbare methode is en hierover jurisprudentie is ontwikkeld: - Schade is het rechtstreeks gevolg van het uittreden en het betreft de reële schade; - Voor de termijn wordt expliciet aansluiting gezocht bij de termijn van de begrotingssystematiek.
Er wordt vanuit gegaan dat het Algemeen Bestuur respectievelijk de overblijvende partijen dan voldoende tijd hebben om zich aan te passen aan de gevolgen van de uittreding; - Het aandeel in de algemene reserve op de datum van uittreding wordt in mindering gebracht op het berekende schadebedrag; - Een aanpassingsperiode van 5 jaar wordt als redelijk aangemerkt. Naast de algemene reserve worden ook de andere bezittingen en schulden betrokken in de berekeningen, waardoor er een volledig beeld ontstaat van de cijfers bij een uittreding. Het door BDO gehanteerde referentiemodel, waarop zij de berekening van de uittredingskosten baseren, heeft betrekking op: - impact op het direct personeel (kosten van afvloeien); - impact organisatie/bedrijfsvoering (vergoeding voor wegvallende dekking vaste bedrijfsvoering); - impact balans (afwikkeling balansposten); - projectkosten (vergoeding ontvlechtingskosten). In hoofdstuk 7 van het rapport van BDO zien we een totaaloverzicht van de financiële impact bij uittreding en deze laat een bandbreedte zien die ligt tussen de € 403.000,- en € 597.000,-. Dit is door hen berekend op basis van feiten en onderbouwde schattingen, gebaseerd op de principes van goed koopmanschap en accounting. Verder geeft BDO aan dat de uitkomsten indicatief zijn en geen advies geeft over de hoogte van de uittredingsvergoeding.
Zij gaan uit van maximale bedragen waarbij nog geen rekening is gehouden met schadebeperkende maatregelen en overige (personele, organisatorische en financiële) aspecten. De hoogte van de uittredingssom wordt nog uit onderhandeld. Naast bovengenoemde methodiek is er ook nog een andere (landelijk veel gehanteerde) manier gebaseerd op de huidige kosten (lees: de kosten op het moment van uittreding) van de uittredende partij. In de 5 jaren na uittreding zal de uittredende deelnemer de eigen kosten moeten betalen, met dien verstande dat met elk jaar het bedrag wordt verkleind totdat de uittredende gemeente in het 6e jaar niets meer hoeft te betalen (bijv. 100%-80%-60%Pagina 5 van 8
40%-20% = factor 3). Als we deze berekening grofweg loslaten op een gemeentelijke bijdrage van € 130.000,- in 2023 (exclusief de additionele dienstverlening), dan komen we uit op een bedrag van € 390.000,-. Deze methodiek lijkt gunstiger uit te pakken. Overigens moeten de SON en de gemeente het samen eens worden over welke methodiek wordt gehanteerd. In de gesprekken die we met BDO hebben gehad, hebben we aangegeven deze rekenkundige aanname fors te vinden en niet in verhouding lijkt te staan met ons feitelijk aandeel binnen de GR SON mede in relatie tot de (minimale) gevolgen voor de achterblijvende organisatie. Op basis van de gehanteerde methode, berekeningssystematiek, de onderbouwde schattingen en de geldende jurisprudentie zal deze indicatieve berekening in theorie zeker een substantiële realiteitswaarde hebben, maar wij beleven dit anders. In het begrotingsjaar 2022 bedraagt ons aandeel € 122.954,- (standaarddienstverlening en bijdrage bestaanskosten) en dit is 1,72% van de SON-begroting (van € 7.631.209,- minus de totale additionele dienstverlening ad € 480.982,- = € 7.150.227,-) Hierbij is geen rekening gehouden met de afname van additionele dienstverlening (zoals spreekuren op onze locatie), omdat een gemeente ieder jaar kan besluiten om dit niet meer af te nemen.
BDO gaat in haar berekening uit van een aandeel volgens afname van de totale dienstverlening van 1,9% dus inclusief additionele dienstverlening (van € 19.056,-) met in totaal een gemeentelijke bijdrage van € 142.010,- in 2022 als peiljaar. In de jurisprudentie van de Raad van State (uit 2015) is ook als uitgangspunt opgenomen dat de hoogte van de deelnemersbijdrage een rol kan spelen bij het vaststellen van de hoogte van de uittredingskosten. Daarover is in het rapport niets vermeld, maar dit vinden wij wel een belangrijk onderhandelingspunt. 3. Schadebeperkende maatregelen In het rapport benoemt BDO nog diverse (mogelijke) schadebeperkende maatregelen, waaronder overname van personeel, waar nu nog geen rekening mee is gehouden. Wel mag aan de SON worden gevraagd om, indien het verzoek tot uittreding is ingediend, in het voorbereidingsjaar 2022 zoveel mogelijk rekening te houden met het beperken van de schadelast. Daarnaast verwachten wij van de SON dat de organisatie een zekere mate van flexibiliteit kent om toe- en afname van de werkzaamheden te kunnen opvangen (werken zelf ook met een flexibele schil).
Ook onze gemeente kan, om het aandeel direct personeel iets te verminderen, een aantal acties ondernemen op het gebied van: - screening bestand budgetbeheer (uitstroom realiseren); - geen nieuwe instroom beschermingsbewind bij SON en screening huidig bestand (alternatief aanbieden) en heroverweging afname additionele dienstverlening. 4. Onzekere uitkomst (financiële verplichtingen) uittredingsproces in relatie tot besluitvorming Op dit moment beschikken we alleen over een rekenkundige aanname van BDO aan de hand van de door hen uitgewerkte bevindingen. Over de werkelijke financiële (en overige) gevolgen van de uittreding moeten de gemeente en het bestuur van de SON onderhandelen en dit gaan vastleggen in een uittredingsovereenkomst. Een voorstel van het bestuur van de SON en het uiteindelijke onderhandelingsresultaat, neemt enige tijd in beslag. Naar alle waarschijnlijkheid komt hier pas begin 2022 meer duidelijkheid over. Om per 1 januari 2023 te kunnen uittreden, moet het besluit tot uittreden vóór 31 december 2021 zijn genomen. De dekking van de te betalen incidentele uittreedsom in 2022 vindt plaats uit de algemene reserve. 5. Inverdieneffect kosten schuldhulpverlening / sociaal domein lange termijn Een uitreding brengt nu eenmaal kosten met zich mee. En uiteraard willen we deze schadelast zo beperkt mogelijk houden.
Wij kiezen er echter voor om de curatieve schuldhulpverlening dicht bij de inwoner te organiseren en de regie zelf in handen te nemen. In dit voorstel hebben we onderbouwd waarom. We zijn ervan overtuigd dat, als schuldhulpverlening (van preventie tot en met nazorg) dicht bij de inwoner, mensgericht en dus integraal wordt uitgevoerd, dit op lange termijn loont!
Pagina 6 van 8
Primair voor de mensen (en hun gezin) maar secundair ook vanuit financieel oogpunt. Uiteindelijk gaat het om effectieve schuldhulpverlening met een zo duurzaam mogelijk resultaat. Door zelf te regisseren en (bij te) sturen, kunnen we op lange termijn sociaal domeinbreed zeker kosten gaan besparen. Door eerder, beter en sneller de schuldhulpverlening uit te voeren en mensen perspectief te bieden, kunnen uitgaven binnen andere (gemeentelijke) domeinen worden bespaard. De gemeente Doetinchem heeft, op basis van de jaarcijfers 2020 (jaarrekening SON), een indicatie gegeven van de kosten voor hun dienstverlening. Zij komen uit op een raming van € 114.000,- per jaar inclusief additionele dienstverlening (dienstverlening op locatie). In 2020 hebben wij aan de SON € 132.912,- betaald. Kanttekening hierbij is uiteraard wel een verwachte volumegroei. De komende jaren verwachten we met zijn allen in Nederland dat er een groter beroep op de schuldhulpverlening wordt gedaan. Nu lijkt het nog op stilte voor de storm. 6. Zijn we met betrekking tot de curatieve schuldhulpverlening bij de gemeente Doetinchem beter af dan bij de SON? Vooropgesteld, de gemeente Aalten is te klein om de schuldhulpverlening volledig in eigen beheer uit te voeren. Daar zijn de curatieve schuldhulpverleningstaken te specialistisch voor.
Doetinchem en Aalten samen hebben een schaal van ruim 85.000 inwoners en dit is een goede schaalgrootte waarbij ook specialisme en nieuwe (innovatieve) ontwikkelingen (door)ontwikkeld kunnen worden zoals: aansluiten bij het landelijke schuldenknooppunt, collectief schuldregelen, aanhaken bij de Nederlandse Schuldhulproute (dienstverlening in eigen gemeente beter en sneller te vinden) en een versnelling in het verstrekken van saneringskredieten. De NVVK stimuleert en ondersteunt gemeenten hier ook in. Het antwoord op bovenstaande vraag is volmondig ja en we hebben hierboven aangegeven waarom aansluiten bij Doetinchem. We werken al een aantal jaren naar volle tevredenheid samen en er is geregeld kruisbestuiving op diverse dossiers binnen het sociaal domein. De gemeente Doetinchem hanteert grotendeels dezelfde doelstellingen en uitgangspunten die wij ook belangrijk vinden als het gaat om: mensgerichte (integrale) benadering, streven naar een duurzame oplossing, heldere en vroegtijdige communicatie, begeleiden naar financiële zelfredzaamheid, samenwerking met (formele en informele) ketenpartners en werken vanuit de bedoeling en een maatschappelijke missie. In een dienstverleningsovereenkomst kunnen we deze (en andere) uitgangspunten/afspraken vastleggen.
Participatie en Communicatie Zoals aangegeven hebben wij de afgelopen tijd met tal van betrokken personen en organisaties (formeel en informeel) gesproken over de ervaringen in de hele keten van de schuldhulpverlening. Ook is dit onderwerp geweest bij het participatietraject (thematafel blijven meedoen) voorafgaand aan het opstellen van de nota sociaal domein 2021. Daarnaast is het voor de schuldhulpverlening zeker van belang om de (financiële en sociale) basis op orde te hebben en dat onze inwoners bestaanszekerheid ervaren zoals wij hebben beschreven in hoofdstuk 5.6 van de nota sociaal domein 2021(blijven meedoen in Aalten). Verder hebben we over onze visie op de schuldhulpverlening meerdere keren gesproken met leden van de commissie Sociaal Domein en de Sociale Raad. In juni 2021 hebben wij het advies van de Sociale Raad ontvangen. Zij kunnen zich vinden in onze visie en voorstel om de curatieve schuldhulpverlening niet meer bij de SON, maar bij de gemeente Doetinchem te beleggen. De Sociale Raad vraagt aandacht voor een aantal onderwerpen en deze vragen gaan we schriftelijk beantwoorden. Met betrekking tot de communicatie hebben wij op directieniveau en (gemeentelijk) bestuurlijk niveau met de SON (zie ook vervolgstappen inclusief tijdspad) gecommuniceerd. Na besluitvorming wordt samen met communicatie een communicatieaanpak beschreven.
Pagina 7 van 8
Vervolgstappen inclusief tijdspad We wachten het voorstel van het Algemeen Bestuur van de SON af ten aanzien van de financiële, personele en overige gevolgen van de uittreding. De hoogte van de uittredingssom moet vervolgens worden uit onderhandeld. We willen dit onderhandelingsproces afronden vóór de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. Daarna start de ontvlechting en overgangsfase van SON naar de gemeente Doetinchem en het vormgeven van de nieuwe situatie per 1 januari 2023 (opstellen dienstverleningsovereenkomst met Doetinchem). Beide sporen beslaan het hele jaar 2022.
Bijlagen 1. Rapport BDO van 4 oktober 2021: ‘Pro forma-berekening uittredingskosten gemeenschappelijke regeling Stadsbank Oost Nederland. 2. Informatienota schuldhulpverlening gemeente Aalten. 3. Advies Sociale Raad en beantwoording college. 4. Brief kennisgeving van uittreding aan het Algemeen Bestuur van de SON.
Aalten, 26 oktober 2021
Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten,
drs. A.J.M. Gildhuis secretaris/algemeen directeur
Pagina 8 van 8
mr. A.B. Stapelkamp burgemeester