rvs RPW 2024 2028
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstel tot vaststelling van het Regionaal Programma Werklocaties Achterhoek 2024-2028
AAN DE RAAD
Samenvatting Op verzoek van provincie Gelderland hebben 7 Achterhoekse gemeenten een nieuw Regionaal Programma Werklocaties (RPW) opgesteld, als opvolger van het RPW 2019-2023. Het nieuwe RPW behelst de periode 2024-2028 met programmeringsafspraken tot en met 2030, en een voorzichtige doorkijk naar 2040. Het RPW laat een confrontatie tussen vraag en aanbod op de bedrijventerreinen zien, is het toetsingskader voor de ontwikkeling van (nieuwe) bedrijventerreinen en omvat de afspraken die de regio hierover maakt. In het RPW 2024-2028 is vastgesteld dat alle gemeenten een ontwikkelopgave hebben om de vraag te accommoderen. Dit wordt per gemeente verder uitgewerkt.
Inleiding Zeven Achterhoekse gemeenten hebben samen met provincie Gelderland een nieuw Regionaal Programma Werklocaties (RPW) opgesteld. Dit RPW is een vervolg op het bestaande RPW 20192023. Om het in werking te laten treden, moeten alle zeven Achterhoekse gemeenteraden en Gedeputeerde Staten het RPW vaststellen. Beschrijving beleidsterrein inclusief toepasselijke regelgeving In haar omgevingsverordening vraagt de provincie Gelderland aan gemeentebesturen om in regioverband iedere vier jaar een RPW op te stellen voor de typen werklocaties waarvan door Gedeputeerde Staten voor die regio is aangegeven dat daarover regionale afspraken nodig zijn. Voor de Achterhoek betreft dit de bedrijventerreinen. De bestemming tot bedrijventerrein is slechts toegestaan indien dit past in regionale programmeringsafspraken. Het RPW Achterhoek is voor gemeenten een belangrijke onderbouwing bij de betreffende ruimtelijke procedures. De Achterhoekse gemeenten en provincie Gelderland hebben het gezamenlijke doel om lokale en regionale bedrijven zo goed mogelijk te faciliteren op bedrijventerreinen die zowel kwalitatief (bereikbaarheid, duurzaamheid, etc.) als kwantitatief (beschikbaarheid) voldoen aan de eisen en wensen van ondernemers en hun omgeving. Hoewel elke gemeente hier een eigen invulling aan mag geven, wordt er op deze manier een regionaal kader afgesproken.
Daarbij gaat het ook om regionale afstemming. Inhoudelijke toelichting op het voorstel Het nieuwe RPW borduurt voort op het vigerende RPW. Het ontwikkelen van bedrijventerrein is een langdurig proces en dat betekent dat het van belang is om ook een lange termijnbeleid te hebben. Het nieuwe RPW geeft deze lange termijn ontwikkelrichting weer; het geeft binnen bandbreedtes voor de hele regio en per gemeente aan wat het toekomstbeeld is tot en met 2030, met een voorzichtige doorkijk naar 2040. Op basis daarvan kunnen gemeenten hun lokale lange termijnontwikkeling onderbouwen en uitvoeren. Naast een cijfermatige onderbouwing voor de toekomst bevat het RPW ook beleidsafspraken en afspraken over de manier waarop er afgestemd wordt tussen gemeenten en provincie. Het ontwikkelen van bedrijventerrein is geen doel op zich, maar een middel om bedrijven op een kwalitatief goede en duurzame manier te faciliteren in hun ontwikkeling zodat onder andere de werkgelegenheid geborgd wordt. Vandaar dat VNO-NCW en SIKA (Samenwerkende Industriekringen Achterhoek) bij het proces betrokken zijn.
Pagina 1 van 3
Concreet betekent dit het volgende: •
Voor de periode 2023 t/m 2030 is regionaal sprake van een ruimtebehoefte van in totaal 179 ha. Deze bestaat uit 138 ha uitbreidingsvraag en 41 ha vervangings- en verplaatsingsvraag. De doorkijk naar de periode 2031 t/m 2040 laat zien dat er ook na 2030 nog groei wordt verwacht van bedrijven op bedrijventerreinen in de Achterhoek. De uitbreidingsvraag ligt in die periode in de bandbreedte tussen 45 en 148 ha.
•
De uitbreidingsvraag wordt via een vaste verdeelsleutel over de 7 gemeenten verdeeld; de vervangings- en verplaatsingsvraag per gemeente wordt hierbij opgeteld om te komen tot de totale ruimtevraag per gemeente.
•
Voor gemeente Aalten betekent dit een totale ruimtevraag 2023 t/m 2030 van 18 ha. Na aftrek van het huidig aanbod van 7,2 ha is de actuele ruimtebehoefte 10,8 ha. Voor de periode 2031-2040 komt daar een uitbreidingsbehoefte van 5 tot 17 ha bij.
•
Het huidig aanbod van 7,2 ha bestaat voor een deel uit in optie gegeven gronden (o.a. tweede deel ontwikkeling Westrand). Volgens de provinciale richtlijnen inzake de registratie van bedrijventerreinen mogen deze gronden nog niet als definitief uitgegeven worden beschouwd. De overige 4,2 ha betreft huidig uitgeefbaar aanbod in Dinxperlo.
•
We onderzoeken momenteel op grond van het RPW 2019-2023 een uitbreiding van bedrijventerrein bij de kern Aalten van ca. 10 ha. Op grond van de cijfers in het nieuwe RPW bezien we of het uit te breiden gebied daar kan worden vergroot. Planvorming en besluitvorming daaromtrent wordt binnenkort aan uw raad voorgelegd.
•
In het RPW wordt geen onderverdeling op kernniveau gemaakt, dit is dus aan de gemeente zelf. We hebben geen kengetallen/rekenmethode om dit te verdelen tussen de kernen. In Dinxperlo is momenteel nog ca. 4 ha beschikbaar. We achten dit voor de komende jaren voldoende. Richting 2030 gaat het wel knellen en zullen voor Dinxperlo ook stappen moeten worden gezet om een mogelijke uitbreiding te faciliteren. Hiertoe zullen we in het kader van de omgevingsvisie richting geven, en zodra de nieuwste behoefteraming in het kader van het volgend RPW (medio 2028) bekend is, of eerder indien de monitor daartoe aanleiding geeft, indien nodig concrete stappen in gang zetten.
•
In het RPW worden naast programmeringsafspraken, ook afspraken gemaakt ten aanzien van duurzaamheidsaspecten, zowel bij de ontwikkeling van nieuwe terreinen als voor bestaande terreinen. Wij streven ernaar door middel van het project ‘toekomstbestendige werklocaties’ hier vorm en inhoud aan te geven.
Alternatieve beleidskeuzes Er kan voor worden gekozen het RPW niet vast te stellen. Hiermee valt de bodem weg onder de (ruimtelijke) onderbouwing voor toekomstige uitbreidingen van bedrijventerrein in de gemeente. De kans bestaat hierdoor dat bedrijven en daarmee werkgelegenheid uit de gemeente wegvloeien. Financiële consequenties Het vaststellen van het RPW zelf heeft geen directe financiële consequenties. De kosten voor het opstellen van het rapport zijn verdeeld over de zeven gemeenten en provincie Gelderland en worden uit bestaand budget voldaan. Participatie en Communicatie De rapportage is na een intensief samenwerkingsproces tussen de zeven gemeenten en provincie Gelderland gedurende 2023 tot stand gekomen. De hoofdlijnen zijn gepresenteerd in de Thematafel Smart Werken & Innovatie en aan VNO-NCW en SIKA en konden op instemming rekenen. Daarbij zijn wel zorgen geuit omtrent lange ontwikkeltermijnen en de actuele situatie inzake netcongestie. Wij hebben in bestuurlijk overleg met IKAD het bestuur continu op de hoogte gesteld van het proces. Enkele bestuursleden van IKAD hebben bij aanvang van het onderzoek de portefeuillehouder en
Pagina 2 van 3
onderzoeksbureau Ecorys begeleid tijdens de schouw van de bestaande bedrijventerreinen en input geleverd voor de lokale situatie. De portefeuillehouders Economische Zaken van de 7 gemeenten hebben op 13 november unaniem ingestemd met het rapport. Gemeente Montferland is in het onderhavige RPW nog niet betrokken, daar zij op dat moment nog onderdeel vormde van de Groene Metropool Regio (GMR) en het politiek-bestuurlijke proces over aansluiting bij de Achterhoek nog liep. De opgaven voor Montferland op het vlak van bedrijventerreinontwikkeling zijn daarom opgenomen in het RPW van de GMR. Die opgaven zal Montferland meenemen naar de Achterhoek. Vervolgstappen inclusief tijdspad Na vaststelling door de zeven gemeenteraden wordt het RPW aangeboden aan GS/PS ter vaststelling. Voor de uitvoering van het RPW vindt regionale afstemming plaats door middel van regulier bestuurlijk en ambtelijk overleg. Het RPW wordt regelmatig gemonitord en over vier jaar (per 1-1-2029) herzien.
Bijlagen Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028 – Ecorys 27-11-2023
Aalten, 5 december 2023
Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten,
drs. A.J.M. Gildhuis secretaris/algemeen directeur
Pagina 3 van 3
mr. A.B. Stapelkamp burgemeester