Rvs-Rbs 4de Laborijn 4 juli 2023
Tekst van het document
Raadsvoorstel Voorstel tot het afzien van het kenbaar maken van een zienswijze op het ontwerp van de vierde wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn
AAN DE RAAD
Samenvatting Door wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (verder "Wgr") per 1 juli 2022 en de wens van de deelnemende colleges om het takenpakket van Laborijn uit te breiden met de uitvoering van de Wet inburgering 2021 is het nodig de Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn (verder "gr Laborijn") te wijzigen. Inleiding Op 1juli 2022 is de Wgr gewijzigd. Deze wijziging heeft tot doel de democratische legitimatie en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden bij taken die in gemeenschappelijke regelingen worden uitgevoerd te versterken. Als gevolg daarvan moet elke gemeenschappelijke regeling uiterlijk 1 juli 2024 in overeenstemming zijn gebracht met de actuele Wgr. Dit voorstel voorziet daarin. Deze verplichte wijziging van de gr Laborijn wordt gecombineerd met een voorstel om de taken van het algemeen bestuur, bedoeld in artikel 4 van de gr Laborijn, uit te breiden met de zorg voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021. Met deze uitbreiding wordt invulling gegeven aan het voornemen van de colleges van Aalten en Doetinchem om de uitvoering van Wet inburgering 2021 per 1 januari 2024 aan Laborijn over te dragen. Beschrijving beleidsterrein inclusief toepasselijke regelgeving Intergemeentelijk samenwerking. Wet gemeenschappelijke regelingen, Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn.
Inhoudelijke toelichting op het voorstel 1. Voorgestelde aanpassingen van de gr Laborijn als gevolg van wijziging van de Wgr per 1 juli 2022: De wetswijziging heeft tot gevolg dat de regeling op de volgende onderwerpen moet worden aangepast: A. Aanscherping afspraken uittreding (artikel 9 lid 1 Wgr) B. Zienswijze procedure (artikel 10 lid 5 en 6 Wgr) C. Inspraak/ Participatie (artikel 10 lid 7 en 8 Wgr) D. Evaluatie (artikel 11a Wgr) E. Actieve informatieplicht (artikel 17 lid 2 en 3 Wgr) F. Gemeenschappelijke raadscommissie (artikel 24a Wgr) G. Data planning- en control-cyclus (artikel 34 lid 2, artikel 34b en artikel 35 lid 1 Wgr) Toelichting per onderwerp: A. Aanscherping afspraken uittreding In de huidige regeling zijn de procedure en de gevolgen van uittreding op hoofdlijnen beschreven. De gewijzigde Wgr voegt daaraan toe dat in de regeling in elk geval afspraken worden gemaakt over het vermogen van de rechtspersoon en de uittredingsvoorwaarden. De procedure en voorwaarden bij uittreding zijn opgenomen in afdeling 7.3 van de ontwerpregeling (artikel 46 tot en met 54) en voorzien van een uitgebreide toelichting. Het uitgangspunt van samenwerking in een gemeenschappelijke regeling is dat iedere deelnemer eenzijdig kan besluiten om de samenwerking te Pagina 1 van 3
beëindigen en uit de regeling te treden. Daar staat echter tegenover dat de uittreder de nadelige gevolgen van de uittreding (frictie- en desintegratiekosten) moet compenseren. Bij frictie- en desintegratiekosten gaat het enkel om kosten die een direct gevolg zijn van de uittreding. Hoewel dat niet letterlijk uit de tekst van de wijziging en toelichting blijkt valt daar redelijkerwijs buiten het aandeel van de uittredende partij in eventuele balansposten, zoals reserveringen. Mocht een uittreding in de praktijk aan de orde komen is het niettemin verstandig dit onderscheid in het uittredingsplan te benoemen. De aan de regeling toegevoegde uittredingsbepalingen zijn erop gericht om te komen tot één door het algemeen bestuur vastgesteld uittredingsplan. Een plan dat het resultaat is van een proces waarin alle relevante belangen zijn afgewogen en dat alle condities bevat voor de uittreding. Als gevolg van een uittreding kan een situatie ontstaan, waarbij voorzetting van regeling niet langer reëel meer is. In die situatie regelt artikel 47 van de ontwerpregeling dat onder bepaalde voorwaarden er geen sprake is van uittreding, maar van opheffing van de regeling, bedoeld in artikel 45, van de ontwerpregeling. B.
Zienswijze procedure In de gewijzigde Wgr is de verplichting opgenomen om in de regeling afspraken te maken over besluiten, waarop het bestuur van de regeling (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter) een zienswijze aan de raden vraagt. Het dagelijks bestuur moet gemotiveerd en schriftelijk reageren op de zienswijze. Daarmee moet worden voorkomen dat zienswijzen ongemotiveerd genegeerd worden. Het is overigens niet verplicht om besluiten aan te wijzen waarop zienswijzen kunnen worden ingebracht, maar dan moet in de regeling tot uitdrukking worden gebracht dat daarvan is afgezien. In de regeling is ervoor gekozen om de raden een zienswijze te vragen over de kadernota (artikel 16a en 27, tweede lid, van de regeling). De kadernota vormt de basis voor de begroting van Laborijn, waarop eveneens een zienswijze procedure van toepassing is. De kadernota beschrijft uitvoerig de (beleidsmatige) ontwikkelingen en de financiële gevolgen daarvan en raakt als zodanig direct de kaderstellende rol van de raden. De kadernota is echter niet zo gedetailleerd dat daarin de hoogte van de uitvoeringslasten is vermeld. Afgezien van het besluit over de begroting zijn er geen andere besluiten van het bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze moet worden gevraagd. Dit is tot uitdrukking gebracht in artikel 12a, 16a en 17a, van de gr Laborijn. C.
Inspraak/ Participatie De gewijzigde Wgr schrijft voor dat de regeling een bepaling moet bevatten of en hoe inwoners en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid worden betrokken. Het is ook mogelijk om de inspraak via de gemeenteraden te laten verlopen. Voor wat betreft de doelgroep van de Participatiewet is participatie nadrukkelijk in de Participatiewet vastgelegd. Artikel 47 van de Participatiewet bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over hoe cliëntenparticipatie wordt vormgegeven. Binnen de gemeenten zijn sociale raden ingesteld. Zij richten zich op het brede sociale domein. Laborijn heeft een eigen cliëntenraad die zich specifiek richt op de belangen van de doelgroep van de Participatiewet. De belangen van SW-medewerkers worden vanuit een onderdeel commissie behartigd. Via een periodiek medewerkers tevredenheidsonderzoek wordt in beeld gebracht wat er leeft onder de SW-medewerkers. In de regeling is nu in artikel 25 opgenomen dat het dagelijks bestuur, onverminderd het bepaalde in de verordening op grond van artikel 47 van de Participatiewet zorg draagt voor de instelling van een cliëntenraad bestaande uit personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid Participatiewet of hun vertegenwoordigers. Hiermee wordt bewerkstelligd dat de cliëntenraad van Laborijn zijn grondslag vindt in de regeling.
De cliëntenraad zal worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid in het kader van de Participatiewet. D. Evaluatie Op grond van de gewijzigde Wgr moeten er afspraken worden gemaakt over de evaluatie van de regeling. Er kan worden gekozen om de regeling niet te evalueren, maar dan moet dat op basis van een bewuste keuze waarmee de gemeenteraden instemmen. In de gr Laborijn is in artikel 42 een facultatieve bepaling opgenomen inhoudende dat op voorstel van de raden het algemeen bestuur zorg draagt voor een evaluatie van de regeling. Daarbij moeten de raden de inhoud en omvang van de evaluatie aangeven. Als alle raden instemmen met de evaluatie dan is het algemeen bestuur verplicht om de evaluatie uit te voeren. E. Actieve informatieplicht Artikel 17 lid 2 en 3 Wgr introduceert een actieve informatieplicht voor het bestuur van Laborijn. In dat kader is het bestuur (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter) verplicht om de Pagina 2 van 3
gemeenteraden actief te informeren, zodat de raden hun taken goed kunnen oppakken. Het gaat hier om een rechtstreekse informatieplicht, dus niet door tussenkomst van de colleges. De actieve informatieplicht is in de gr Laborijn tot uitdrukking gebracht in artikel 37 lid 2, artikel 34, lid 4, 35, lid 4 en 36, lid 4. Artikel 35, lid 5 vermeldt welke documenten het dagelijks bestuur in elk geval beschikbaar stelt. De documenten worden op de website van Laborijn geplaatst, zodat deze voor iedereen zichtbaar zijn. F. Gemeenschappelijke raadscommissie In de ontwerp wijziging gr Laborijn is in artikel 20 een bepaling opgenomen gelijkluidend aan artikel 24a Wgr. Dit artikel biedt de mogelijkheid om een gemeenschappelijke raadscommissie in te stellen. Dat gebeurt door het algemeen bestuur op voorstel van de gezamenlijke gemeenteraden. G. Data planning- en controlcyclus Als gevolg van de wetswijziging verandert een aantal data in de planning- en controlcyclus. De in de Wgr gewijzigde data zijn in het ontwerp verwerkt en Laborijn heeft het proces ten aanzien de planning- en controlcyclus opnieuw uitgelijnd. 2. Voorgestelde aanpassingen in verband met de Wet inburgering 2021 Laborijn voert vanaf 1 januari 2022 de Wet inburgering 2021 voor de gemeenten Aalten en Doetinchem uit.
Hieraan ligt een dienstverleningsovereenkomst ten grondslag, waarin de intentie is opgenomen om de taken en bevoegdheden op grond van die wet per 1 januari 2024 over te dragen aan het algemeen bestuur van Laborijn. Door de overdracht kan Laborijn de uitvoering nog effectiever en efficiënter inrichten. Voor het college van Montferland blijft gelden dat zij alleen de taken en bevoegdheden uit de Wet Sociale Werkvoorziening hebben overgedragen. 3. Geconsolideerde gr Laborijn Als bijlage treft u aan een brief van 7 april 2023 van het algemeen bestuur van Laborijn inzake de 4de wijziging van de gr Laborijn met daaraan gekoppeld een geconsolideerde versie van de gr Laborijn waarin de voorgestelde wijzigingen al zijn verwerkt. Die tekst is dus de letterlijke tekst zoals die luidt nadat de 4de wijziging in werking is getreden. Daarna volgt nog een toelichting op de 4de wijziging. Alternatieve beleidskeuzes De aanpassingen van de gr Laborijn voortvloeiend uit de gewijzigde Wgr zijn verplicht. Door de overdracht van de taken van de Wet Inburgering aan Laborijn kan Laborijn de uitvoering nog effectiever en efficiënter inrichten dan wanneer dat via een dienstverleningsovereenkomst gebeurt. Het afzien van deze wijziging zou dus ten koste gaan van de efficiëntie. Financiële consequenties N.v.t. Participatie en Communicatie N.v.t.
Vervolgstappen inclusief tijdspad Van het raadsbesluit wordt Laborijn zo spoedig mogelijk op de hoogte gebracht. Bijlagen Collegebesluit d.d. 2 mei 2023. Aalten, 2 mei 2023 Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten,
drs. A.J.M. Gildhuis secretaris/algemeen directeur
Pagina 3 van 3
mr. A.B. Stapelkamp burgemeester
De raad van de gemeente Aalten gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 mei 2023; gelet op de door de gemeenteraad van Doetinchem toegezonden amendement inzake de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling; gehoord de oordeelsvormende vergadering van 19 juni 2023; gelet op het bepaalde in Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen
BESLUIT
ten aanzien van het ontwerp van de vierde wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn, de volgende zienswijze aan het algemeen bestuur van Laborijn mee te geven: 1. de gewijzigde regeling Laborijn voldoet in belangrijke mate aan het hoofddoel van de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen om de democratische legitimatie van Laborijn te verbeteren; 2. om de gewijzigde regeling Laborijn nog beter bij het hoofddoel van de Wgr te laten aansluiten wordt de volgende aanvullingen voorgesteld bij de artikelen 12a, 16a, 17a en 29 en de artikelen 35, 36 en 37 van de gewijzigde regeling Laborijn: a. De tekst bij artikel 12 a door de volgende tekst te vervangen: Voorafgaande aan het nemen van een besluit over zaken met een grote politieke, financiële en/of maatschappelijke impact door het algemeen bestuur worden de raden van de gemeenten in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen b. Aan artikel 16a de volgende nieuwe tekst als lid 1 toe te voegen en de andere leden te hernoemen naar lid 2, 3 en 4: Voorafgaande aan het te nemen van een besluit over zaken met een grote politieke, financiële en/of maatschappelijke impact door het dagelijks bestuur worden de raden van de gemeenten in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen c.
De tekst bij artikel 17a door de volgende tekst te vervangen: Voorafgaande aan het nemen van een besluit over zaken met een grote politieke, financiële en/of maatschappelijke impact door de voorzitter worden de raden van de gemeenten in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen d. Artikel 29 aan te vullen met een regel dat Laborijn jaarlijks met gemeenten overlegt om te komen tot een planning voor de begrotingsprocedure die gemeenteraden voldoende gelegenheid geeft om een zienswijze op de ontwerpbegroting te geven. e. Artikel 35, lid 4 als volgt aan te vullen: Het dagelijks bestuur geeft de raden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een van die raden gevraagde inlichtingen, alsmede uit eigen beweging alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, in het bijzonder over alle zaken met een grote politieke, financiële en/of maatschappelijke impact, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang f. Artikel 36. Lid 4 als volgt aan te vullen: De voorzitter geeft de raden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een van die raden gevraagde inlichtingen, alsmede uit eigen beweging alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, in het bijzonder over alle zaken met een grote politieke, financiële en/of maatschappelijke impact, tenzij het verstrekken
g.
ervan in strijd is met het openbaar belang. Artikel 37, lid 2 als volgt aan te vullen: Het algemeen bestuur geeft de raden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een van die raden gevraagde inlichtingen, alsmede uit eigen beweging alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, in het bijzonder over alle zaken met een grote politieke, financiële en/of maatschappelijke impact, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.
AALTEN, 4 juli 2023 De Raad voornoemd,
De Griffier,
-M.A.li. Fiering