CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

rvs kaders begroting 2023.pdf

Gemeenteraad 31 mei 2022, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de voorlopige kaders begroting 2023-2026.7.698 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Voorstel tot vaststelling van de voorlopige kaders voor de begroting 2023-2026

AAN DE RAAD

Samenvatting Volgens de vaste jaarlijks terugkerende procedure biedt het college uiterlijk in mei de gemeenteraad de kaders aan voor de begroting van het jaar daarna. Het gaat om de programmabegroting van 2023, de eerste die behandeld wordt door de nieuwe gekozen gemeenteraad. Mede daarom is getracht zo duidelijk mogelijk aan te geven, wat de startpositie is en wat er de komende tijd op de gemeente afkomt. In deze kaders besteden we ook aandacht aan een aantal beleidsinhoudelijke en financiële aangelegenheden die er spelen. Rode draad bij de financiële vooruitblik is de onzekerheid die er op dit moment is in hoeverre het Rijk financieel over de brug gaat komen op dossiers waarover nog besluitvorming moet plaatsvinden. In deze context worden er zoals de laatste jaren gebruikelijk voorlopige afspraken gemaakt die als basis gebruikt worden bij het opstellen van de begroting 2023-2026. Met de onzekerheid rondom voornamelijk de herijking van het gemeentefonds en de jeugdmiddelen, wordt voorgesteld te focussen op het reëel sluitend maken van de begroting voor specifiek het jaar 2023. Natuurlijk wordt er ook een meerjarenbegroting opgesteld, maar met de in dit voorstel geschetste onzekerheden, blijft de waarde hiervan beperkt.

Mocht er onvoldoende duidelijkheid van het Rijk komen, na het bekend worden van de meicirculaire 2022, wordt voorgesteld op basis van zachte cijfers geen ombuigingsoperatie te starten, maar te wachten op harde cijfers en de begroting zo nodig te dichten met een stelpost. Op 6 april stuurde de minister van BZK een zogeheten maartbrief, die op een aantal punten meer inzicht geeft. Deze is op basis van de beschikbare informatie verwerkt in dit voorstel. Daarbij wordt aangetekend dat definitieve en exacte doorrekening pas gemaakt kan worden wanneer de meicirculaire 2022 beschikbaar is. Deze circulaire informeert gemeenten over de omvang en verdeling van het gemeentefonds. Hiermee kan berekend worden wat het bedrag is dat vanuit het Rijk naar de gemeente toekomt. Deze wordt begin juni 2022 verwacht

Inleiding In de door de raad vastgestelde Financiële Verordening (Gemeentewet artikel 212) is opgenomen, dat het college uiterlijk 31 mei de raad de kaders voor de komende programmabegroting 2023-2026 voorlegt. Dit past in de planning & control cyclus. Deze bestaat in een kalenderjaar uit de volgende documenten in volgorde van raadsbehandeling in een jaar: • kaders begroting volgend jaar (raadsbehandeling eind mei) • voorjaarsnota (behandeling eind juni/begin juli) • jaarrekening vorig jaar (behandeling eind juni/begin juli) • programmabegroting volgend jaar (behandeling begin november) • najaarsnota (behandeling in december) Om de komende maanden deze begroting op te kunnen stellen is het van belang een aantal uitgangspunten te formuleren. Zeker is dat de herijking van het complete gemeentefonds (dus zowel het klassieke deel als het sociaal domein) zoals het er nu uitziet tot gevolgen leidt met ingang van 2023. Besluitvorming hierover is doorgeschoven naar het huidige kabinet, en de onlangs verschenen maartbrief begint duidelijkheid te geven. Naast financiële wetenswaardigheden worden op programmaniveau ook voor het eerst in de kadernota beleidsinhoudelijke ontwikkelingen toegelicht.

Pagina 1 van 14

Beschrijving beleidsterrein inclusief toepasselijke regelgeving Gemeentelijke financiën. Inhoudelijke toelichting op het voorstel 1. Ontwikkelingen in de programma’s Programma 1 Ruimte Klimaatstrategie Het klimaat verandert, en daarvan gaan we steeds meer de effecten merken. We waren in Nederland gewend aan een relatief gelijkmatig weerbeeld, met af en toe een extreme weersituatie. Maar door de opwarming van de aarde, krijgen we ook in Nederland steeds vaker te maken met extreme weersbeelden. Zo zijn er tal van scenario’s te bedenken, waar Nederland door het veranderende klimaat mee te maken kan krijgen. Wat is de klimaatopgave voor de gemeente Aalten? Hoe gaan we de Aaltense burgers, bedrijven en instellingen hierbij betrekken en tot actie motiveren? We doen al veel bij herinrichting van straten maar hoe kunnen we de beschikbare middelen nog beter inzetten? Dat zijn vragen die in de Klimaatstrategie Aalten worden beantwoord. De Klimaatstrategie Aalten wordt in de loop van 2022 aan de raad voorgelegd. Daarna zal er een uitwerking komen waarin de maatregelen worden aangeven welke moeten worden/kunnen worden genomen en de komende jaren worden uitgevoerd. Woningbouwstrategie Flexibel inspelen op de woningvraag is een van de vijf programma's uit de vastgestelde woonvisie voor de gemeente Aalten 2021-2026.

De in november 2021 vastgestelde woningbouwstrategie geeft een uitwerking van dit programma en biedt een kader waarbinnen de gemeente Aalten invulling wil geven aan de woningbouwopgave in de gemeente voor de komende jaren. We zien een opgave om in de komende 10 jaar 800 woningen te realiseren. Bij de planvoorbereiding moeten we rekening houden met planuitval van circa 30% en daarom koersen we de komende jaren op 1050 woningen in een periode van 10 jaar. Omgevingswet De Omgevingswet zal naar verwachting, na eerder herhaald uitstel, in werking treden op 1 januari 2023. De Omgevingswet is een verandering van het wetgevingsstelsel, met diverse nieuwe (beleids)instrumenten die uiting geven aan de wijze waarop de samenleving en de overheid in de fysieke leefomgeving op een andere wijze gaan samenwerken. De nieuwe instrumenten (omgevingsvisie, omgevingsplan etc.) zijn wettelijk vastgelegd. De wijze van uitwerking van de instrumenten en de manier van (samen)werken en communiceren (o.a. participatie) tussen de samenleving en de overheid is in de stelselwijziging niet geheel vastgelegd. Dat betekent dat de gemeente veel beleidsvrijheid heeft in de mate van uitwerking van de diverse thema’s in de fysieke leefomgeving. Op hoofdlijnen moet er meer regie ontstaan op de fysieke leefomgeving van Aalten.

Dat heeft betrekking op ontwikkelingen, bescherming en beheer van de fysieke leefomgeving vanuit een - bindende - strategische visie, die wordt uitgewerkt in onderliggende programma’s en het omgevingsplan (wat we nu kennen als bestemmingsplan). Met de instrumentele uitwerking zijn we er niet, de nieuwe manier van werken moet gemeengoed worden van de ambtelijke organisatie, de initiatiefnemers en natuurlijk de samenleving. Om deze stelselherziening voor te bereiden werken we al vier jaar aan de implementatie middels een projectteam Omgevingswet vanuit een implementatieplan. Hierin zijn een zestal deelprojecten opgenomen. Deels gaat dit over de uitwerking van de nieuwe instrumenten (visie, omgevingsplan en

Pagina 2 van 14

vergunningen), maar ook over de manier van werken en de uitwerking van het digitale stelsel Omgevingswet. Het projectteam is integraal samengesteld vanuit de brede organisatie van Aalten. De komende jaren zal voelbaar worden dat de vraagstukken in de fysieke leefomgeving vanuit de (bindende) omgevingsvisie worden beoordeeld op samenhang tussen de heersende opgaven als de woningopgave, de klimaatadaptatie, de energie transitie. Maar ook andere thema’s als leefbaarheid, bereikbaarheid en veiligheid worden in samenhang toegepast in de beoordeling van nieuwe initiatieven, maar ook in het beschermen en beheren van de fysieke leefomgeving in Aalten. Dat betekent nieuwe planregels in het omgevingsplan, nieuwe toetsing strategieën voor vergunningen en toezicht en handhaving, etc. De uitwerking van de Omgevingswet zal met name gericht zijn op de eerste vijf tot zes jaar vanaf de inwerkingtreding.

Onderwijshuisvesting “It takes a village to raise a child” De jeugd houdt ons bezig. Problemen rondom opgroeien en opvoeden lijken toe te nemen, evenals de kosten voor jeugdzorg. Dit vraagt om voortzetting en intensivering van het ingezette beleid rondom preventie, (vroeg)signalering, normaliseren en toegang. Tevens is er vanaf 2023 de verplichting om een Integraal Huisvestingsplan (IHP) te hebben voor het onderwijs. Deze twee zaken bieden een kans en vragen om een integrale aanpak om te komen tot een visie op onderwijs(huisvesting) i.r.t. jeugd(zorg)beleid. Vanuit het uitgangspunt ‘It takes a village to raise a child’ zal in de aanloop naar 2023, samen met schoolbesturen en andere partners, gewerkt worden aan het verder uitwerken en concretiseren van deze visie. Vanaf 2023 zal dit ook z’n uitwerking hebben op de gemeentelijke begroting gezien de investeringen die stapsgewijs gedaan zullen worden in (o.a.) onderwijshuisvesting.

Duurzaamheid Duurzaamheid is momenteel een groot onderwerp binnen de organisatie. De uitwerking van diverse deelprojecten loopt al enige tijd en ook de komende jaren liggen er nog verschillende uitdagingen waar wij mee aan de slag moeten. Sommige deelprojecten zijn doorlopend en hebben ontwikkelingen welke in 2023 spelen. In 2022 voert LTO een onderzoek uit naar de mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen op daken van agrarische daken. De AGEM geeft in 2022 vervolg aan een eerder project voor zon op dak van industriële panden. Op basis van de uitkomsten van beide trajecten verwachten we in 2023 en de jaren daaropvolgend, de realisatie van zonnepanelen op bedrijfsdaken. De beleidsnota Circulaire economie wordt in 2022 vastgesteld door de raad. De vaststelling van de nota is de basis voor de verdere uitvoering en verankering van circulaire economie binnen de gemeente. In 2023 e.v. geven we dan ook uitvoering aan het beleid, waarbij het doel is om slimmer te ontwerpen, produceren, gebruiken en te recyclen en de bewustwording hierover voor jong en oud te vergroten. Van de Rijksoverheid hebben we een specifieke uitkering ontvangen van € 221.035 voor de ondersteuning van huishoudens met een laag inkomen (huurders en eigenaar-bewoners) met een laag besteedbaar inkomen, die te maken hebben met hoge energielasten.

Dit als gevolg van gestegen energieprijzen in combinatie met de lage energetische kwaliteit van de woningen. In overleg met het Meedoenpact en de AGEM wordt een plan gemaakt voor de uitvoering van de regeling om deze doelgroep te ondersteunen bij energiebesparing en zo energiearmoede tegen te gaan. Het bedrag moet besteed worden voor 1 mei 2023. In de transitievisie Warmte (TVW) is de route uitgezet naar een aardgasloos gebouwde omgeving. De TVW zet in op het opstellen en uitvoeren van buurtuitvoeringsplannen samen met de bewoners van de betreffende buurt. Daarbij wordt een nauwe samenwerking gezocht met andere stakeholders zoals De Woonplaats en Liander. Binnen de gemeente zijn enkele buurten/wijken aangewezen voor deze wijkaanpak. De planning is dat de wijkaanpak de komende tijd meer vorm krijgt waarna de komende jaren de uitvoering volgt.

Pagina 3 van 14

Herinrichting centrumgebied Dinxperlo In 2020 is de centrumvisie Dinxperlo vastgesteld. Een visie welke samen met verschillende stakeholders tot stand is gekomen en welke ingaat op de visie voor het centrum maar ook over de knelpunten en verbetermogelijkheden voor de openbare ruimte. Voor de openbare ruimte geldt voor het centrumgebied vooral dat het gebied vergroend moet worden en dat de huidige inrichting moet worden heroverwogen. Daarbij ligt de prioriteit vooral op het Prins Clausplein en de aangrenzende straatdelen. Vooral bij de Hogestraat en de Kerkstraat wordt ingezet op een volledige herinrichting van de wegen en bij de overige aanloopstraten zoals de Raadhuisstraat en Wilhelminastraat is dit in mindere mate aan de orde. Bij de aanloopstraten wordt voornamelijk ingezet op het vergroenen van de huidige inrichting met een minimale herinrichting van de beschikbare ruimte. Het uiteindelijke doel is om het gehele centrumgebied een prettige plek te maken om te verblijven met het Prins Clausplein als huiskamer voor en van Dinxperlo. Met de aanpak van het centrumgebied ontstaat er de kans om de grens met Duitsland beter beleefbaar te maken en te betrekken bij het centrumgebied. Hiervoor is de aansluiting met en de herinrichting van de Heelweg noodzakelijk. De verbinding richting het centrum moet straks naadloos in elkaar overlopen.

Programma 2 Sociaal Domein Herijking sociale basis De gemeente Aalten wil een sterke en vitale sociale basis, zodat alle inwoners mee kunnen doen. Een sterke sociale basis draagt eraan bij dat inwoners zich niet uitgesloten voelen, maar juist erbij horen, ertoe doen en mee kunnen doen op een manier die bij hen past en hen recht doet. In oktober 2021 is de kadernota Sociaal Domein ‘Zo persoonlijk mogelijk blijven meedoen in Aalten’ door de gemeenteraad van Aalten vastgesteld. Deze nota formuleert de opdracht om de sociale basis te herijken. Kernvragen hierin zijn of de sociale basis voldoende toegerust is op de opgaven in het sociaal domein en of de sociale basis goed is aangesloten op de toegang naar ondersteuning en zorg in de gemeente. Radar Advies heeft met behulp van interviews en sessies met professionals en vrijwilligers die actief zijn in de sociale basis geïnventariseerd waar de punten voor herijking in de sociale basis liggen. Op basis van een inventarisatie zijn in een rapportage aan de hand van drie programmalijnen aanbevelingen voor de contouren voor de herijking van de sociale basis in gemeente Aalten. Vaststelling van de aanbevelingen staat gepland voor 2022 met als vervolgstap dat de programmalijnen daarna actief worden opgepakt.

Regionale Inkoop Jeugdhulp en Wmo In de Achterhoek werken gemeenten en zorgaanbieders sinds 2021 samen aan een optimale uitvoering van Jeugdhulp en Wmo (inclusief Wonen). Na de transitie en de eerste transformatiestappen zetten we op dit moment een grote stap om uitvoering te geven aan het verder realiseren van de transformatie. Een belangrijk onderdeel is de nieuwe wijze van inkoop, die leidt tot een resultaatgerichte werkwijze waarin de vraag van de cliënt (nog meer dan voorheen) centraal staat en waarin een heldere rolverdeling bestaat tussen de gemeenten en zorgaanbieders (gemeente is van het ‘wat’, de zorgaanbieder is van het ‘hoe’). We gaan werken vanuit partnerschap met meerjarige contracten, met minder zorgaanbieders, met een andere wijze van financieren (lumpsum) en met meer ruimte voor innovatie. Na een zorgvuldig voorbereidingstraject en een intensieve dialoogfase met zorgaanbieders is de aanbesteding op 1 april 2021 van start gegaan, in twee ronden; een selectie- en een gunningsfase. De definitieve ingangsdatum van deze nieuwe manier van werken is 1 juli 2022. In de periode 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022 hebben aanbieders samen met de gemeentelijke toegangen de tijd om de nieuwe samenwerking te implementeren (overgangsregeling). Dit betreft voor beide partijen een grootschalige operatie waarbinnen alle lopende- en nieuwe indicaties moeten worden omgezet.

Gezien de omvang van deze operatie ligt het in de lijn der verwachting dat de implementatie nog extra inzet vraagt in 2023. Tenslotte is het belangrijk te realiseren dat deze nieuwe regionale inkoop voorziet in langdurige overeenkomsten met aanbieders, wat ruimte biedt aan o.a. innovatie en groei. De komende periode en zeker in 2023 zal dan ook in het teken staan van dit beoogde groeimodel.

Pagina 4 van 14

Ondermijning Op 19 oktober 2021 heeft de gemeenteraad de Beleidsnota Ondermijning in de gemeente Aalten - Van Beeld naar aanpak- vastgesteld. De Beleidsnota laat zien wat er binnen de gemeente Aalten al is gebeurd in de strijd tegen ondermijning en welke acties nog op stapel staan. Het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving en het bestuur is een belangrijke taak voor de gemeente. Deze bestuurlijke aanpak krijgt verder vorm, onder andere door de uitbreiding van de inzet van de toetsing op grond van de Wet Bibob (Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur). Hiertoe behoren verder een duidelijk handhavingsbeleid, kennis en bewustwording vergroten. Er wordt een gebiedsanalyse van zowel het buitengebied als van de bedrijventerreinen gemaakt. Dit om beter zicht te krijgen op wat er allemaal speelt op het gebied van criminaliteit. Gemeenten zijn dan hard op zoek naar innovatieve manieren om met ondermijning aan de slag te gaan. Om tot een goede aanpak van ondermijning te komen is een goede informatievoorziening essentieel. Om deze reden zijn de ogen steeds meer gericht op een datagedreven aanpak van ondermijning. Datalab GO is bezig met het ontwikkelen van een ‘feitenkaart’. Er is begonnen met een brancheanalyse van kwetsbare branches en op basis van deze gegevens kan een vervolgproces worden bepaald.

Afhankelijk van de uitkomsten van de gebiedsanalyses door het RIEC (Regionaal Informatie – en Expertise Centrum), de herijking van ons Bibob-beleid en de Weerbaarheidsscan zijn mogelijk extra structurele financiële investeringen nodig. Wanneer meer hierover bekend is wordt beoordeeld of dit meegenomen wordt in de begroting. Leefstijlakkoord In gemeente Aalten zetten veel organisaties zich in voor gezondheid en welzijn voor alle inwoners. Naast het bieden van goede zorg en ondersteuning, gaat het daarbij ook steeds meer om preventie, het ‘voorkomen van’. Er gebeuren al veel goede dingen om mensen aan een gezonde leefstijl te helpen. Tegelijkertijd streven we ernaar preventie en gezondheid nog meer onderdeel van het leven te maken. Een gezonde leefstijl moet voor iedereen gemakkelijk en gewoon (kunnen) worden. Daarom gaan we samen aan de slag met het lokaal leefstijlakkoord in gemeente Aalten. In aansluiting op het lokale sport- en beweegakkoord ‘Heel gemeente Aalten beweegt’ maken we de komende periode een lokaal leefstijlakkoord samen met diverse stakeholders. Hierin beschrijven we concrete doelstellingen en acties om mee aan de slag te gaan in 2022 en 2023. Het akkoord wordt van iedereen die wil aansluiten, zodat we sterke samenwerkingsverbanden kunnen opzetten en projecten en activiteiten kunnen uitvoeren.

Specifiek richt het leefstijlakkoord zich in ieder geval op 3 preventiethema’s: • Roken: denk aan het creëren van rookvrije omgevingen, niet beginnen met roken en het helpen te stoppen met roken. • Voeding: denk aan informeren over en stimuleren van gezonde voeding en het verminderen van overgewicht. • Alcohol: denk aan het zorgen voor verantwoord alcoholgebruik, de verstrekking ervan en het verminderen van overmatig alcohol gebruik. Global Goals In juni 2021 heeft de gemeente Aalten zich aangemeld als Global Goals-gemeente. In de komende raadsperiode moet dit een nadere invulling krijgen. De oproep om te komen een duurzame wereld is nu meer dan actueel en daarom is er het streven naar duurzaamheid in alle sociale, economische en ecologische dimensies, met de Global Goals als referentiekader. Naast het uitdragen van de Global Goals in de bestuurlijke besluitvorming en onze eigen organisatie zullen we ook de samenleving moeten meenemen, inspireren en uitdagen in het gedachtengoed van de Global Goals. Het is daarom van groot belang burgers, organisaties en ondernemers te stimuleren bij te dragen aan de Global Goals. De basis hiervoor volgt mogelijk uit het nog op te stellen raadsprogramma waar de bestuurlijk commitment wordt vastgelegd. Vervolgens zal in kleine stapjes worden gewerkt aan een verdere verankering van de Global Goals binnen onze organisatie, beleid en werkwijze.

Pagina 5 van 14

Programma 3 Bedrijfsvoering Samenhangende objectenregistratie In de afgelopen jaren zijn diverse basisregistratie opgebouwd en ingevoerd. Een volgende stap is dat een aantal van deze registraties (WOZ, BAG en BGT) samengevoegd worden in een Samenhangende Objecten Registratie (SOR). De invoering daarvan vindt in 2025 plaats. Daarop vooruitlopend moeten de diverse softwareapplicaties worden aangepast. Wet Open Overheid De Wet open overheid (Woo) is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De wet treedt op 1 mei 2022 in werking. De jaren daarna moeten steeds meer soorten overheidsinformatie actief openbaar worden gemaakt. Omdat dit veel werk en aanpassing van systemen kost, gebeurt dit in kleine stappen. Cloud ontwikkelingen van onze softwarepakketten Elke softwareleverancier zal uiteindelijk zijn software vanuit de cloud aanbieden. Dit betekent dat de werkplek waar je je software draait steeds minder belangrijk wordt en het hybride werkplekconcept verder doorgevoerd kan worden. Noodzakelijk daarbij is de toename van voldoende privacywaarborgen, andere contractafspraken en bijstellingen van het beveiligingsbeleid. Arbeidsmarkt Uit recente cijfers van het UWV blijkt dat de krapte op de arbeidsmarkt groter is dan ooit tevoren. Nooit eerder waren er zoveel vacatures per werkzoekende.

In de gemeentelijke sector stabiliseert de vraag naar arbeid op een substantieel hoger niveau dan voor het uitbreken van de coronapandemie. In vergelijking met het 4e kwartaal van 2019 ligt het aantal vacatures 31 % hoger. In verband met de relatief hoge gemiddelde leeftijd in de sector Gemeenten en de bij gevolg hoge uitstroom wegens pensionering in de komende jaren valt te verwachten dat de krapte op de gemeentelijke arbeidsmarkt alleen maar verder zal toenemen en uiteindelijk een groot deel van de gemeentelijke organisatie zal raken. Binnen onze organisatie worden we de afgelopen periode nadrukkelijk geconfronteerd met de krappe arbeidsmarkt. Dat bleek recent bijvoorbeeld bij de openstelling van vacatures op het gebied van zorg, documentaire informatievoorziening en vergunningverlening. Maar te verwachten valt dat de schaarste zal uitbreiden naar andere taakvelden. Gegeven de verwachting van een langdurige krapte op de arbeidsmarkt is het voor de organisatie van belang een relatief sterke arbeidsmarktpositie te hebben. Vanwege het plafond in het loongebouw is dat voor relatief kleine gemeenten een uitdaging. In verband hiermee oriënteren wij ons op de mogelijkheden om de arbeidsmarktpositie en wervingskracht van de gemeente Aalten te versterken. Personele ontwikkelingen Er gebeurt een boel in de wereld en in Nederland. Maar ook in onze gemeente.

De formatie staat onder druk. Het is nooit meer rustig en de organisatie moeten steeds vaker aanstaan. Of het nu gaat om toeslagen, schuldhulpverlening, corona, de Oekraïnecrisis of energie armoede. Allemaal extra werk. En dan hebben we ook nog de landelijke overheid. Met heel veel uitvoerend werk. Op alle gebied. Ondermijning, Wet open overheid, Omgevingswet, handhaving en ga maar door. Komt daar extra geld voor mee? Soms wel, maar ook vaak niet. En dan nog de informatieveiligheid en privacy. Het begon klein, maar stelt steeds meer eisen aan ons. We redden dat niet meer met de ooit vastgestelde formatie. En we moeten dat doen, het is gewoon wet. En we moeten ook een Ciso hebben. Dat is een chief information security officer. Dat doet het huidige afdelingshoofd bedrijfsvoering er nu bij. Maar dat mag niet meer in een managementfunctie. Het moet een onafhankelijk adviseur en toezichthouder zijn. Dus ook meer formatie voor nodig. We willen en moeten als gemeente de benodigde kwaliteit blijven leveren. Het sociaal domein eist ook steeds meer inzet. Dit alles betekent extra budget voor personeelskosten en/of waar mogelijk eventueel onderdelen minder of later in de tijd doen. Bedoeling is dat het nieuwe college en het managementteam snel na het aantreden afstemmen welke keuzes er gemaakt worden.

Dat wordt dan verwerkt in de meerjarenbegroting en voor 2022 zo nodig in de tussentijdse rapportages (voor of najaarsnota).

Pagina 6 van 14

2. Financiële stand van zaken Om inzichtelijk te maken waar de gemeente Aalten momenteel staat wordt eerst aansluiting gezocht bij de meest actuele raming, dat is het begrotingssaldo na de in december 2021 door de raad vastgestelde najaarsnota:

jaar begrotingssaldo dit is een

2022 427.000 overschot

2023 -1.526.000 tekort

2024 -1.988.000 tekort

2025 -2.234.000 tekort

Kortom, de actuele uitgangssituatie is dat er op begrotingsbasis vanaf 2023 jaarlijks tekorten zijn die oplopen tot meer dan 2 miljoen euro in 2025. Daarnaast is de organisatie inmiddels gestart met de voorbereiding op de voorjaarsnota 2022, die eind mei richting de gemeenteraad wordt verzonden ter behandeling. Daarin staan zoals gebruikelijk nog voorgestelde wijzigingen op de begroting die het begrotingssaldo nog gaan beïnvloeden. En een opsomming van dan bekende wensen die beslag op budget leggen, dat nog niet in de begroting is opgenomen. De genoemde tekorten vanaf 2023 staan in contrast met de verwachte uitkomst van de jaarrekening over 2021, die weliswaar nog niet gereed is (er wordt nog geboekt), maar voorlopig af lijkt te koersen op een overschot van ongeveer 2,7 miljoen euro. De accountants van Baker Tilly controleren momenteel nog en ook bij de zorg zijn nog niet alle gegevens definitief. Dit voorlopige rekeningresultaat is voor Aalten behoorlijk hoog zoals af te lezen valt uit de volgende grafiek met de resultaten van de afgelopen tien jaar:

Rekeningresultaten vanaf 2012 in € 1.000 € 3.000

€ 2.700

€ 2.500 € 2.000 € 1.500

€ 1.000 € 500

€ 244

€ 391

€ 215

€ 115

€ 421

€ 417

€0 € -500

€ -177

€ -417

€ -1.000 € -1.500 € -2.000

€ -1.302 2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

De resultaten zoals gepresenteerd in de jaarrekeningen zaten vaak in de orde van enkele tonnen over- of onderschrijding. Behalve 2019, waar de opgelopen tekorten in de zorg mede debet aan de rode cijfers waren. Verder springt 2021 met het forse overschot er natuurlijk met kop en schouders uit. In de jaarrekening, die naar verwachting half mei richting gemeenteraad gaat, wordt dieper op het afgelopen jaar ingegaan. Naast alle andere mutaties beïnvloedt name de meevaller door de hogere uitkering uit het gemeentefonds van ruim 2 miljoen het resultaat in positieve zin. De afhankelijkheid van deze uitkering is en blijft voor Aalten groot. Om een beeld te geven: in 2023 bedraagt deze uitkering op grond van het gemeentefonds in de huidige begroting zo’n 46 miljoen, op een totaalbegroting van 65 miljoen. Juist op het gebied van het gemeentefonds spelen er diverse onzekerheden die behoorlijke financiële gevolgen kunnen krijgen. Voor de duidelijkheid, deze zijn dus niet in de begroting verwerkt. In de volgende passage de lopende vraagstukken: 2.1. Herijking van de algemene uitkering Hoeveel geld individuele gemeenten uit het gemeentefonds krijgen is afhankelijk van het door het Rijk vast te stellen verdeelstelsel. Dit stelsel sluit niet meer goed aan bij de werkelijkheid en moet daarom Pagina 7 van 14

worden vernieuwd. De afgelopen jaren zijn daartoe diverse onderzoeken geweest met voor Aalten wisselende uitkomsten. De eerste uitkomsten die in 2020 bekend werden zagen er voor plattelandsgemeenten zoals Aalten niet goed uit en resulteerden in een nadeel van 33 euro per inwoner. Dat was op basis van gegevens uit 2017. Door de toenmalige minister van BZK is aangegeven dat de onderzoeken ontoereikend waren en er te veel niet verklaarbare uitkomsten naar voren kwamen. Nieuw onderzoek werd verordonneerd, waarvan de voorlopige uitkomst op basis van peiljaar 2019 er voor Aalten met een voordeel van € 78 euro per inwoner een stuk beter uitziet. Een groot verschil tussen beide scenario’s van 111 euro x 27.000 inwoners = omgerekend 3 miljoen euro per jaar. Over afhankelijkheid gesproken… Maar ook de uitkomsten op peiljaar 2019 werden bekritiseerd en er volgde advies door de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). In de algemene ledenvergadering (ALV van de VNG van 13 januari 2022) is een resolutie aangenomen met bijna 90%van de stemmen, die in briefvorm richting BZK en Financiën is gestuurd. De vijf dringende adviespunten uit de resolutie zijn: 1. Het huidige verdeelmodel vervangen door het nieuwe verdeelmodel, omdat de huidige verdeling achterhaald en verouderd is. 2.

Volledig recht te doen aan de aanbevelingen in het ROB-advies, inclusief het ingroeipad (maximum € 15 per inwoner per jaar met een maximum van 4 jaar). 3. Het nieuwe verdeelmodel in te voeren als dit verdeelmodel in lijn met de aanbevelingen van het ROB-advies is aangepast en de koek is vergroot (het rijk de totale gemeentelijke uitkering verhoogt). 4. Te borgen dat het doorontwikkelde model op draagvlak kan rekenen bij gemeenten en de ROB. 5. Als dit betekent dat het verdeelmodel niet per 1 januari 2023 wordt ingevoerd, dan de gemeenten die hier nadeel van ondervinden (gemist voordeel) te compenseren tot het moment dat het verdeelmodel in lijn met de aanbevelingen van het ROB-advies is aangepast. 2.2 Stabilisatie gemeentelijke inkomsten Nog altijd geldt in grote lijnen de zogenaamde ‘trap op trap af’ systematiek. Geeft het Rijk meer uit, vloeit er ook meer geld naar het gemeentefonds en omgekeerd. Maar o.a. door corona en nu weer door de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, worden die extra uitgaven van het Rijk soms weer niet meegeteld in de systematiek. Dat geeft reden tot discussie, omdat het Rijk dit eenzijdig kan bepalen. Bijvoorbeeld de extra uitgaven voor het aanjagen door het Rijk van woningbouw, Klimaat- en Stikstoffonds worden niet meegenomen, terwijl gemeenten daar ook hun rol in hebben.

Het is voor gemeenten de laatste jaren steeds lastiger om een goede en stabiele meerjarenbegroting op te stellen vanwege de tussentijdse fluctuaties van het gemeentefonds. Vier jaar vooruit begroten is immers de wettelijke verplichting, maar het blijkt steeds dat één jaar al lastig is. Zie het genoemde voorbeeld van onze jaarrekening 2021 met de laat in het jaar bekend geworden meevaller in de algemene uitkering. In dit verband heeft de minister van Binnenlandse Zaken recent aan de Tweede Kamer meegedeeld dat om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten, in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt wordt. Hierbij wordt ook de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied betrokken. Daarbij worden alternatieven voor de onroerendezaakbelasting en de motorrijtuigenbelasting in de beschouwing betrokken. Nadere uitwerking, in gesprek met medeoverheden, zal nog plaatsvinden. Voor de zomer van 2022 heeft de minister een Contourennota hierover toegezegd. N.B. Wat betreft de financiële gevolgen van de opvang van Oekraïners heeft de ministerraad vrijdag 18 maart besloten dat gewerkt wordt met een hybride financieringssystematiek. Het kabinet werkt samen met partners binnen en buiten de Rijksoverheid aan financiering van de opvanglocaties en bijhorende kosten in gemeenten.

Het uitgangspunt is dat het kabinet van rijkswege de kosten die gemaakt zullen worden door gemeenten zal vergoeden en dat gemeenten er gemiddeld financieel niet op achteruit mogen gaan. 2.3 Toekenning van extra jeugdmiddelen Naar aanleiding van een oordeel van de arbitragecommissie extra middelen (Commissie van Wijzen) moest het kabinet voor 2022 over de brug komen met een aanvullende verhoging van het gemeentefonds voor jeugdzorg van ongeveer € 1,6 miljard euro. De VNG had de arbitragezaak tegen Pagina 8 van 14

het Rijk aangespannen omdat gemeenten het structureel niet redden met de ook nog eens gekorte budgetten. Vanaf 2023 zouden deze extra toegekende bedragen dalen door aanvullende specifieke afspraken in de vorm van een beoogde Hervormingsagenda. Deze moest in overleg tussen VNG en Rijk tot stand komen en er waren al plannen die de extra middelen landelijk lieten dalen naar 0,8 miljard in 2027. Ofwel een halvering van de eerder toegezegde middelen. Daar kwam tijdens de kabinetsformatie nog een onverwachte 500 miljoen bezuiniging door het kabinet bovenop met ingang van 2025. Deze opgave uit het regeerakkoord was ook onderwerp van de ALV van de VNG. Met 100% van de stemmen werd een resolutie aangenomen, die verdere vormgeving en besluitvorming over de hervormingsagenda opschort totdat het kabinet erkent dat: 1. De uitspraak van de Commissie van Wijzen ten volle zal worden gerespecteerd. 2. De genoemde extra besparingen in het coalitieakkoord op geen enkele wijze ten koste zullen gaan van het voor kwetsbare jeugd beschikbaar gestelde budget. 3. Alle te treffen maatregelen vooraf financieel dienen te zijn gevalideerd en getoetst op hun uitvoeringsconsequenties en dienen bij te dragen aan betere jeugdhulp en een beter beheersbaar stelsel. 4.

De verantwoordelijkheid voor de ‘extra’ maatregelen uit het Coalitieakkoord van 500 miljoen euro bij het kabinet blijft, waarbij wordt gegarandeerd dat die extra besparing geen negatief effect heeft op de Hervormingsagenda jeugd. In de actuele begroting van Aalten zit er voor 2022 € 1,9 miljoen aan daadwerkelijk toegezegde middelen. Maar vanaf 2023 is er dus nog geen harde toezegging en is alleen een structurele stelpost (inkomsten) van € 350.000 euro opgenomen. Verwacht wordt dat dit onderdeel dus voor de gemeente nog extra inkomsten gaat opleveren vanaf 2023. Gewacht wordt op besluitvorming door het kabinet en verwerking daarvan in de circulaires. Zie voor meer informatie hierover raadsmededeling 181-2021, waarin opgenomen de volgende tabel. Deze geeft op de onderste regel inzicht in de mogelijk maximaal beschikbaar komende extra middelen, maar waar bijvoorbeeld de extra 500 miljoen uit het regeerakkoord of andere, nu nog niet bekend maatregelen, nog tot lagere cijfers kunnen leiden. Maximum scenario mogelijke toekenning extra bijdrage Jeugdwet Bedragen x € 1 mln basis extra middelen arbitragecommissie overeenstemming hervormingsagenda dossiers zonder overeenstemming inkomensafhankelijke ouderbijdrage verwerkt voorschot in eigen begroting € 1 mln staat gelijk aan: maximum scenario Aalten in hele euro's structureel al opgenomen mogelijk maximale extra middelen

2022 2023 2024 2025 2026 2027 1.828 1.828 1.828 1.828 1.828 1.828 -214 -374 -463 -570 -961 -1.017 0 pm pm pm pm pm 0 pm pm pm pm pm -300 1.314 1.454 1.365 1.258 867 811 1.465 1.465 1.465 1.465 1.465 1.465 1.925.010 2.130.110 1.999.725 1.842.970 1.270.155 1.188.115 350.000 350.000 350.000 350.000 350.000 1.925.010 1.780.110 1.649.725 1.492.970 920.155 838.115

2.4. Wmo en mogelijke compensatie Ook de Wmo uitgaven vertonen zowel landelijk als lokaal een stijgende budgettaire post. Een van de oorzaken is de instelling van het uniform abonnementstarief, dat vanaf 2020 definitief werd ingevoerd. Dit kwam in de plaats van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. De Wmo cliënt betaalt momenteel 19 euro aan eigen bijdrage, ongeacht aantal voorzieningen of inkomen. Volgens de hiertoe ingestelde landelijke monitor bedroegen in 2020 de extra kosten voor gemeenten door de aanzuigende werking 230 miljoen euro aangevuld met 100 miljoen inkomstenderving door de veel lager uitvallende eigen bijdrage. De VNG heeft om volledige compensatie bij de verantwoordelijke minister en de Tweede kamer gepleit. Ook op dit punt is momenteel geen inzicht in hoeverre de gemeenten compensatie of wat anders zoals een wijziging in het eigen bijdragesysteem mogen verwachten. Overigens vormen de extramuralisering, de vergrijzing, het langer thuis wonen en de arbeidsmarktkrapte eveneens grote uitdagingen voor de houdbaarheid van de Wmo.

Pagina 9 van 14

2.5. Mogelijke ontwikkelingen rondom de opschalingskorting De gemeenten worden al sinds 2015 geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds. Deze zogeheten opschalingskorting loopt jaarlijks op tot een korting op het gemeentefonds van bijna 1 miljard euro in 2025. Gedachte was dat gemeenten door gedwongen herindelingen efficiënter zouden gaan werken en dus kosten zouden besparen. De eerste jaren is de korting toegepast, maar door politieke druk is de korting door het Rijk keer op keer in 2020, 2021 en ook in 2022 geschrapt. Vanaf 2023 is deze korting wel in de actuele meerjarenraming 2023-2026 verwerkt. 2.6. De oplopende inflatie De kosten voor energie, huisvesting, boodschappen, brandstof, grondstoffen enzovoort schieten omhoog. Het CBS meldde in december de hoogste inflatie in 40 jaar, daarna zijn de inflatiecijfers alleen maar gestegen tot boven de 6%. Eind maart jl. heeft het CBS zelfs een inflatiecijfer gemeld dat is opgelopen naar bijna 12%. Het gemeentefonds volgt ruwweg (trap op trap af) de rijksuitgaven. En de groei van de algemene uitkering (het zogenaamde accres) gaat dus mee trap op in dit geval, omdat het Rijk ook hogere prijzen voor haar kiezen krijgt en dus meer uitgeeft. Een groot gat zal hierdoor normaliter niet ontstaan in de begroting. In deze uitzonderlijke tijd blijft het wel even afwachten hoe een en ander uitpakt.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan de forse doorwerking van soms meer dan 20% op de prijzen door schaarste van menskracht, energie en logistieke problemen. Of door het wereldwijde tekort aan grondstoffen, van hout tot staal, van olie tot chips (computer) enz. Dit heeft behoorlijke invloed op de (consumenten) prijzen en investeringsbedragen. Dit houdt ook in dat in elk geval naast de reguliere standaard indexering op een aantal budgetten bekeken wordt waar extra aanpassingen noodzakelijk zijn. Denk bv. aan energie, brandstoffen en nieuwe investeringswerken, zoals een te bouwen brandweerkazerne of investeringen in onderwijshuisvesting als een Integraal Kindcentrum (IKC). 2.7 Opgenomen stelposten Dit punt is toegevoegd ter informatie. De gevolgen van de septembercirculaire 2021 zijn in tegenstelling tot de vraagstukken uit de vorige punten wel verwerkt in de begroting. Vanaf 2022 ging het Rijk daarbij nog uit van behoorlijke hoge groeicijfers. Dat zou inhouden dat het Rijk ook veel geld zou uit gaan geven. Onder andere de FAMO (Federatie van Algemene Middelenmanagers bij de Overheid) waarschuwde voor té positieve cijfers en gaf een winstwaarschuwing af. Vanwege deze waarschuwing is een stelpost (veiligheidsbuffer) opgenomen van structureel € 500.000 vanaf 2022. Hieruit kan mogelijke onderuitputting door het Rijk opgevangen worden.

Want via ‘trap op trap af’, daalt ook de algemene uitkering als het Rijk minder uitgeeft dan voorgenomen. Mocht die onderuitputting meevallen, zou dit een voordeel inhouden op de begroting. Daarnaast was er vanaf begrotingsjaar 2022 nog een stelpost in de begroting opgenomen van € 300.000. Deze post was al langer opgenomen om tegenvallers binnen de zorguitgaven te kunnen opvangen. Bedoeling is dit budget in de voorjaarsnota structureel in te zetten ter dekking van de gestegen zorgkosten. Zodoende vervalt de stelpost en wordt beslag op extra middelen zoveel mogelijk gedempt.

3. Update maartbrief Met het uitbrengen van de maartbrief van 6 april 2022 (zie bijlage) door minister Bruins Slot van BZK lijkt het erop dat het kabinet een aantal vraagstukken opgepakt heeft. 3.1 herijking Op gebied van de herijking geeft de minister aan dat er vaart gemaakt gaat worden. Te lezen is dat de minister door wil gaan met de invoering per 1 januari 2023 van het nieuwe verdeelmodel. Het ingroeipad geeft de maximale herverdeeleffecten per jaar per gemeente aan. BZK stelt daarbij dat in het eerste jaar 2023 niet meer dan een herverdeeleffect (voor- of nadelig) van € 7,50 per inwoner mag optreden. In 2024 wordt dat € 22,50 en in 2025 gaat het om een maximaal bedrag van € 37,50. In 2026 zou het gehele voordeel ingeval Aalten pas tot uitkering komen. Doordat Aalten op basis van de meest actuele berekening een voordeel gemeente zou worden van 78 euro per inwoner per jaar, kan gerekend worden op de maximale ingroeivergoeding. Toch moet ook benoemd worden dat dit voordeel van 78 euro hoogstwaarschijnlijk nog zal wijzigen. Het bedrag is immers nog op basis van peiljaar 2019, er komen nog evaluaties, aanvullende onderzoeken zoals over het gedeelte van het sociale domein binnen de algemene uitkering, nadeel gemeenten gaan nog lobbyen, het blijft politiek

Pagina 10 van 14

etc. Maar het ziet er op dit moment niet slecht uit. Uitgaande van het ingroeipad zou dit voor Aalten het volgende kunnen inhouden:

1. gemaximeerd ingroeipad extra bedrag per inwoner in euro houdt in mogelijk extra budget

2023 7,50 202.500

2024 22,50 607.500

2025 37,50 1.012.500

2026 78,00 2.106.000

Of er met punt 5 uit de VNG-resolutie al iets gebeurt voor het jaar 2023 (compensatie voor gemist voordeel door de vertraging van de herijking) is niet bekend. Wel valt te lezen op pagina 5 van de maartbrief dat nog gekeken wordt of met name de gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en een lage sociaaleconomische status voldoende weerbaar zijn en blijven. Hierbij wordt ook gekeken naar de uitwerking van het coalitieakkoord voor deze gemeenten. Met andere woorden sommige gemeenten gaan in aanmerking komen voor extra compensatie. Of Aalten hierop kan rekenen is ons op dit moment niet bekend. Ook komt het kabinet tegemoet aan punt 3 van de VNG-resolutie dat de koek groter moet worden voor er tot herijking over gegaan kan worden. De hoogte van het gemeentefonds wordt positief beïnvloed doordat het Haagse coalitieakkoord uitgaat van hogere uitgaven door het Rijk de komende jaren dan eerder gedacht. Daardoor groeit via ‘trap op’ ook de grootte (het zogenaamde accres) van het gemeentefonds de komende jaren. Wel valt dit accres het laatste jaar uit de komende begroting, 2026 nog fors tegen en is de VNG hierop inmiddels richting Tweede kamer op aangeslagen. Na de publicatie van de maartbrief en de daarin aangegeven extra uitgaven die het Rijk doet kan de volgende doorrekening van het regeerakkoord gemaakt worden:

2. gevolgen extra investeringen Rijk extra bedrag per inwoner in euro extra budget hogere rijksuitgaven

2023 44 1.188.000

2024 81 2.187.000

2025 92 2.484.000

2026 43 1.161.000

3.2 Opschalingskorting Op dit punt geeft de maartbrief houvast voor de komende 3 jaar. Het kabinet ziet wederom af van de omstreden korting voor 2023 t/m 2025. Voor 2026 blijft deze dan weer wel van kracht. Daar wordt de hete aardappel nog een keer doorgeschoven naar een volgend kabinet. Daarom is voor dat jaar in de volgende tabel vooralsnog rekening gehouden met een omgekeerd effect van 2025. De structurele korting vanaf dat jaar gaat landelijk om bijna één miljard, 975 miljoen euro. Dit heeft ruwweg de volgende budgettaire gevolgen:

5. schrappen opschalingskorting extra bedrag per inwoner in euro houdt in mogelijk extra budget

2023 21 567.000

2024 28 756.000

2025 35 945.000

2026 -35 -945.000

3.3 Resumé Alle Haagse besluiten die er nog genomen worden en de toezeggingen uit de maartbrief vinden hun weerslag in de zogeheten circulaires (mei- en septembercirculaire). Voorlopig zijn de gevolgen van de maartbrief inzichtelijk gemaakt, maar pas na verwerking in de circulaires valt het daadwerkelijke effect te zien. Dit omdat het uiteindelijk financieel effect van de wijzigingen via een complex systeem van maatstaven en volumes via de doorrekening van de circulaires bij de individuele gemeenten terechtkomt. De begroting van Aalten wordt altijd gebaseerd op de meicirculaire. Bedoeling is dat voor 2023 ook te doen, eventueel aangevuld met informatie die na de meicirculaire beschikbaar komt. Maar met alle onzekerheden is het niet te verwachten dat er dan (verwachting eind mei/begin juni) al duidelijkheid is op alle dossiers. Zo kan bijvoorbeeld de oorlog in de Oekraïne nog gevolgen hebben op de rijksbegroting.

Pagina 11 van 14

In de voorjaarsnota 2022 komt ter informatie een verzamellijst met dan bekende beleidswensen die nieuw op te nemen budget vergen vanaf 2023. Zoals gebruikelijk worden ook noodzakelijke aanpassingen op bestaande budgetten meegenomen. Verwacht wordt dat bijvoorbeeld de hoge kosten van jeugdzorg die in de laatste maanden van 2021 naar voren zijn gekomen hun weerslag ook naar de toekomst krijgen. Door zoveel mogelijk noodzakelijke mutaties te verwerken in de voorjaarsnota geeft deze een zo accuraat mogelijk beeld van de actuele stand van zaken van de gemeentelijke begroting op dat moment. Daarna kan er bij het opstellen van de begroting afhankelijk van de beschikbare budgettaire ruimte worden bekeken welke onderwerpen er aanvullend een plekje in die begroting krijgen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de financiële doorwerking van de dan inmiddels vastgestelde begrotingen van verbonden partijen waar Aalten aan deelneemt. Natuurlijk heeft ook het nog op te stellen raadsprogramma gevolgen voor de komende begroting. En spelen er andere beleidsmatige wensen. Onderstaand een tabel, met daarin de nu bekende en nog openstaande (blauw gemarkeerde) vraagstukken die de komende maanden ingevuld kunnen worden.

Nog van invloed op begrotingssaldo: Uitgangssituatie huidige tekorten 2.1 Herijking maximaal ingroeipad 2.2 Gevolgen investeringen Rijk 2.3 Toekenning extra jeugdmiddelen 2.4 Mogelijke Wmo compensatie 2.5 Schrappen opschalingskorting 2.6 Loon- en prijsindexering Verder in te vullen o.a: Mutaties voorjaarsnota Raadsprogramma/nieuw beleid Gevolgen meicirculaire Gevolgen verbonden partijen etc. Verhoging inkomsten leges/ozb etc. Mutaties personeel Diverse nog nader te bepalen mutaties Voorlopig (positief) saldo

2023 -1.526.000 202.500 1.188.000

2024 -1.988.000 607.500 2.187.000

2025 -2.234.000 1.012.500 2.484.000

2026 -2.234.000 2.106.000 1.161.000

567.000

756.000

945.000

-945.000

431.500

1.562.500

2.207.500

88.000

4. Visie op de begroting 2023 – 2026 Al met al ondanks de maartbrief toch nog onzekerheid vanaf het jaar 2023. Denk aan de jeugdzorg, abonnementstarief, de daadwerkelijke uitkomsten van herijking/circulaires, Oekraïne en wat gebeurt er in 2026 met de opschalingskorting? Voorgesteld wordt vooral te focussen op het jaar 2023 en met alle onzekerheden minder op de jaren daarna. Dezelfde tactiek die er bij het opstellen van de begroting 2021 en 2022 al is gevolgd. In de zomermaanden wordt altijd de begroting opgesteld. Mocht er onverhoopt toch onvoldoende Haagse duidelijkheid naar voren komen uit de meicirculaire 2022, kan het zijn dat de gemeente haar begroting niet sluitend krijgt voor 2023. In dat geval wordt voorgesteld in afwachting van meer duidelijkheid niet (weer) een bezuinigingsoperatie in te zetten, op grond van cijfers die nog behoorlijk kunnen veranderen. Duidelijk zal dan in de begroting worden aangegeven welk bedrag er aan de algemene reserve moet worden onttrokken om de begroting voor 2023 sluitend te maken. Dit in afwachting van meer duidelijkheid op de dossiers rondom het gemeentefonds. Zou er wel bezuinigd gaan worden op basis van ‘zachte cijfers’, wordt de kans gelopen dat van alles onder de loep komt te liggen, met alle negatieve (maatschappelijke) gevolgen van dien, terwijl later blijkt dat dit onnodig was.

Wel moet in dat geval met de provincie in overleg worden getreden, in de zekerheid dat er meer gemeenten met dezelfde problematiek te maken hebben. Overigens is de provincie zich bewust dat de gemeentebegrotingen 2023-2026 onder druk komen te staan. Het college zal zich zoveel mogelijk inspannen om tot met een sluitende begroting 2023 te komen.

Pagina 12 van 14

5. Aanpak begroting 2023 Het college streeft naar een sluitende begroting voor 2023 en zo mogelijk ook voor de jaren daarna. Zoals aangegeven wordt getracht een goed onderbouwde en sluitende begroting voor het jaar 2023 te realiseren. Mocht het zo zijn dat het Rijk onvoldoende helderheid verschaft, behoort een sluitende begroting door een onttrekking aan de algemene reserve tot de mogelijkheden. De volgende uitgangspunten worden voorgesteld: 1. De algemene uitkering wordt opgenomen op basis van de meicirculaire 2022, eventueel aangevuld met de meest actuele informatie over belangrijke richtlijnen/afspraken rondom het gemeentefonds. 2. Bij een mogelijk tekort en onvoldoende duidelijkheid vanuit Den Haag, wordt in afwachting daarvan gewacht met het starten van bezuinigingsoperaties. In dat geval wordt duidelijk gemaakt hoe groot het tijdelijke gat in de begroting is en wordt de tijdelijke dekking gezocht door een onttrekking aan de algemene reserve voor 2023. Ook wordt dan in overleg met de provincie als toezichthouder getreden. 3. Subsidies en bijdragen aan derden worden geïndexeerd op basis van de prijsindex overheidsconsumptie (zie hieronder als voorbeeld uit de septembercirculaire 2021) uit de meicirculaire 2022, tenzij er budgetafspraken zijn gemaakt over de indexering. 4.

De budgetten die betrekking hebben op externe kosten worden eveneens volgens de onder 3 genoemde index geïndexeerd, tenzij er andere afspraken zijn gemaakt met leveranciers. Beoordeeld wordt waar er extra indexatie moet plaatsvinden zoals bij energie en brandstof. 5. Met betrekking tot de loongerelateerde budgetten wordt uitgegaan van de in meicirculaire 2022 opgenomen ‘loonvoet sector overheid’. Zie ook schema hieronder. 6. Zoals gebruikelijk worden de afvalstoffen- en rioolheffing op een dekkingspercentage van 100% gesteld. 7. De overige leges en rechten worden voorlopig met 3% geïndexeerd. 8. Waar nodig en kwantificeerbaar worden covid en of Oekraïne gerelateerde effecten meegenomen.

Bron: septembercirculaire 2021.

Alternatieve beleidskeuzes N.v.t.

Financiële consequenties Worden verwerkt in de begroting 2023-2026

Participatie en Communicatie N.v.t.

Pagina 13 van 14

Vervolgstappen inclusief tijdspad mei begin juni half juni jul/aug 8 sept 9 sept 5 okt 18 okt 24 okt 1 nov

Starten ambtelijke voorbereiding Na bekend worden circulaire vaststellen stand van zaken B&W keuzes begroting 2023 Opstellen begroting 2023-2026 ambtelijk B&W stelt conceptbegroting vast Verzending conceptbegroting naar raad Begrotingscafé/inloopavond raad (woensdagavond) Oordeelsvormende raad Raad indienen algemene beschouwingen door fracties Raadsbehandeling

Bijlagen Maartbrief BZK 6 april 2022

Aalten, 14 april 2022

Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten,

drs. A.J.M. Gildhuis secretaris/algemeen directeur

Pagina 14 van 14

mr. A.B. Stapelkamp burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=27318904-b556-4fe2-ba80-6ed628f92f5c