CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

rvs 4e wijziging APV.pdf

Gemeenteraad 13 juli 2021, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van de 4de wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2015 Aalten (APV)11.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Toelichting Artikel 4:9a Verbod oplaten ballonnen: Lange tijd werd er niet of nauwelijks stilgestaan bij de overlast die gepaard gaat met het oplaten van ballonnen en de gevolgen van het oplaten van dergelijke ballonnen voor de natuur en het milieu. De ballonnen en bijbehorende restanten (linten, ijzerdraad, touwtjes, etc.) komen onvermijdelijk op enig moment weer naar beneden en verworden dan tot zwerfvuil. Deze bepaling is erop gericht het oplaten van ballonnen door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, te verbieden in Aalten. Hiermee wordt zwerfafval, overlast, milieuverontreiniging, dierenleed, en brandgevaar dat wordt veroorzaakt door het oplaten van ballonnen tegengegaan. Het verbod geldt voor alle soorten ballonnen. Of het nu gaat om herdenkingsballonnen, sfeerballonnen of geluksballonnen. Hetzelfde geldt voor elk ander voorwerp dat door middel van open vuur of gas opstijgt en zonder sturing wegdrijft. Het maakt daarbij niet uit van welk materiaal de ballonnen of voorwerpen zijn gemaakt. Het verbod is niet van toepassing op luchtballonnen, zijnde een luchtvaartuig of een ballon ten behoeve van wetenschappelijk of meteorologisch onderzoek. Ballonnen komen na het oplaten ongecontroleerd neer op het aardoppervlak en veroorzaken op de bodem en in het water zwerfafval en schade aan het milieu.

Het richt bovendien schade aan bij verschillende dieren, zoals vogels en vissen. Dieren raken erin verstrikt of zien de ballonnen aan voor voedsel en stikken erin. Tot slot vormen ballonnen die met een brandstofbron zijn uitgerust een veiligheidsrisico wegens brandgevaar. Op grond van de Afvalstoffenverordening is het verboden om een stof of voorwerp op de bodem achter te laten op een wijze die aanleiding kan geven tot nadelige beïnvloeding van het milieu. Omdat ballonnen worden opgelaten en niet direct op de bodem worden achtergelaten, is het oplaten van ballonnen op grond van deze bepaling niet handhaafbaar.

Pagina 11 van 14

Wijziging 14. Kampeermiddelen e.a. / artikel 5:6 Artikel 5:6 APV bevat een verbod om een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. In de praktijk is gebleken dat, ongeacht welke wijk of gebied binnen de gemeente het betreft, het plaatsen van kampeermiddelen e.a. op de openbare weg eigenlijk altijd min of meer schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente en bovendien vaak tot parkeerproblemen leidt omdat de openbare parkeercapaciteit er nu eenmaal niet op is berekend dat gedurende bepaalde perioden van het jaar kampeermiddelen e.a. langdurig worden gestald op openbare parkeerplaatsen. Elk jaar weer leidt dat met name in de zomerperiode ook tot klachten van omwonenden. Omdat het langdurig stallen van kampeermiddelen in beginsel overal in de gemeente tot de hiervoor omschreven problemen leidt of kan leiden ligt het meer voor de hand voor de gehele gemeente Aalten een algemeen verbod in de APV op te nemen tot het langer dan drie dagen stallen van kampeermiddelen e.a. in de openbare ruimte.

Dit geeft enerzijds kampeermiddelgebruikers de gelegenheid hun kampeermiddel drie dagen voor en drie dagen na de vakantiereis het kampeermiddel bij huis te stallen om schoon te maken, in en uit te pakken e.d. terwijl anderzijds het gebruik van de openbare parkeerruimte en het ontsierend effect wordt beperkt tot maximaal drie dagen. Voorgesteld wordt daarom het huidige artikel 5:6 van de APV en de toelichting daarop te vervangen door de volgende teksten; Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de provinciale wegenverordening, het provinciaal wegenreglement of de provinciale landschapsverordening. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting op artikel 5:6 APV.

Eerste lid, aanhef Met de zinsnede “of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt” is beoogd aan te geven dat alle soorten (aanhang)wagens en voertuigen, die niet ‘dagelijks’ worden gebruikt als vervoermiddel onder deze bepaling kunnen vallen. Eerste lid, onder a Deze bepaling richt zich tegen het langer dan nodig plaatsen of hebben van voertuigen die voor recreatie en dergelijke worden gebruikt. Hieronder vallen in ieder geval: caravans, campers, kampeerwagens, aanhangwagens, magazijnwagens, keetwagens en dergelijke op de weg. Door de bestanddelen “te plaatsen of te hebben” (in plaats van “te parkeren”) is de handhaving van deze bepaling eenvoudiger. Met het steeds een paar meter verplaatsen van een caravan, aanhangwagentje en dergelijke op de openbare weg wordt handhaving van deze bepaling niet langer meer voorkomen. Gezien de veelal toenemende parkeerdruk op de openbare weg is ervoor gekozen om het direct voor de gehele gemeente van toepassing te verklaren, door te bepalen dat het verboden is de hier bedoelde voertuigen langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben, Eerste lid, onder b Deze bepaling richt zich ook tegen het ontsieren van het uiterlijk aanzien van de gemeente door het doen of laten staan van caravans en dergelijke elders dan op de weg in de zin van de WVW 1994.

In zoverre betreft deze bepaling derhalve niet een ‘eigenlijk’ parkeerexces, dat immers veronderstelt dat de gedraging plaatsvindt op een weg in de zin van de WVW 1994. Het begrip ‘parkeren’ wordt zo uitgelegd, dat het verbod in dit artikel zich niet alleen richt op de bestuurder van een voertuig maar ook op de andere belanghebbenden bij het voertuig. Zie ook artikel 1:1 APV. Vierde lid Het gaat hier om een ontheffing, niet om een reguliere vergunning. Een ontheffing wordt alleen verleend als een in beginsel ongewenste handeling bij hoge uitzondering toch moet worden toegestaan. Doorgaans is daarvoor dan een noodzaak of een zeer dwingende reden. Het college heeft hier dus een vrij overzichtelijke afweging te maken, en er is geen reden waarom dit besluit niet tijdig kan worden genomen. Om die reden is er in de APV voor gekozen om de lex silencio positivo van toepassing te verklaren. Jurisprudentie ARRS 11-03-1993, AB 1993, 553. De Afdeling stelde de gemeente Beverwijk in het gelijk enerzijds in de aanwijzing van een weg waar parkeren van een kampeerwagen langer dan 48 uur niet is toegestaan en anderzijds in de weigering hiervan ontheffing te verlenen. De verkeersveiligheid en het aanbod van parkeerruimte waren in het geding. ABRvS 18-04-1997, JG 97.0210.

De Afdeling geeft aan dat het college van zijn bevoegdheid om voor een bepaalde locatie te bepalen dat er niet met een kampeerwagen en dergelijke mag worden geparkeerd, slechts gebruik kan maken voor zover het

Pagina 12 van 14

gaat om een locatie die geen ‘weg’ is in de zin van de wegenverkeerswetgeving. Binnenplein is weg in de zin van de WVW 1994 en valt daarmee niet onder ‘aangewezen plaats’ uit de APV-bepaling.

Wijziging 15. Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving / artikel 5:13 APV. Artikel 5:13 Awb bevat een verbod om zonder voorafgaande melding een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. In de uitvoeringspraktijk is gebleken dat het noodzakelijk is deze verbodsbepaling uit te breiden met de verkoop van loten voor het goede doel. Daarom wordt voorgesteld aan het bestaande artikel 5:13 lid 1 APV de zinsnede “of loten te verkopen” toe te voegen. Artikel 5:13 aanhef en lid 1 APV komt dan te luiden: Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen, leden- of donateurwerving en lotenverkoop. 1.

Het is verboden een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven of loten te verkopen als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd zonder drie weken voorafgaand aan de actie bij het college daarvan melding te hebben gedaan. De melding wordt op de gebruikelijke wijze gepubliceerd.

Kanttekening. De 4de wijziging van de APV leidt tot een uitbreiding van het aantal artikelen en een toename van het aantal in de APV opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Dit lijkt in tegenspraak met het streven naar deregulering en vermindering van regelgeving. In raadsmededeling 124-220 heeft u aan de gemeenteraad uw standpunt ten aanzien van deregulering kenbaar gemaakt: "Wij verstaan onder deregulering in ieder geval veel meer dan enkel het schrappen van regels. Alvorens een dereguleringsactie te ondernemen moet daarover goed worden nagedacht. Er moet daadwerkelijk en aantoonbaar een voordeel mee kunnen worden behaald, bijvoorbeeld een lastenverlichting in geld of tijd voor de burger of het bedrijfsleven. Deregulering als symboolpolitiek wijzen wij nadrukkelijk af. Daaronder verstaan wij onder meer het enkel en alleen afschaffen van een regel omdat die in de praktijk weinig wordt toegepast. Een regel die slechts zelden wordt toegepast (en gehandhaafd) kan net zo belangrijk zijn als een regel die dagelijks aan de orde is. Voordat een regel wordt afgeschaft inventariseren wij daarom de risico’s daarvan en wegen die af tegen de met afschaffing te behalen voordelen". Deze redenering geldt omgekeerd ook voor het uitbreiden van regelgeving wanneer aan het achterwege laten daarvan risico's zijn verbonden.

De uitbreiding van regelgeving die gepaard gaat met de 4de wijziging van de APV betekent op geen enkele wijze een lastenverzwaring in tijd of geld voor de "doorsnee" burger of het "doorsnee" bedrijf. De toegevoegde regels zijn enkel belastend voor personen en bedrijven wiens handelen een bedreiging vormt voor de openbare orde en de veiligheid. Alternatieve beleidskeuzes Deze artikelen pas opnemen of wijzigen in de uit de Omgevingswet voortvloeiende gemeentelijke regelgeving. Het gaat echter om onderwerpen waarvan een adequate regeling op korte termijn zeer wenselijk of noodzakelijk is. Financiële consequenties Geen. Participatie en Communicatie N.v.t. Vervolgstappen inclusief tijdspad Raad 13 juli 2021. Bekendmaking 20 juli 2021. Inwerkingtreding de dag na bekendmaking. Bijlagen Collegevoorstel. Concept raadsbesluit.

Pagina 13 van 14

IS – WORDT tabel Aalten, 25 mei 2021

Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten,

drs. A.J.M. Gildhuis secretaris/algemeen directeur

Pagina 14 van 14

mr. A.B. Stapelkamp burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=8f491ddd-ff78-46c7-9b4c-79f44635c922