CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

RVO Aalten 2021.pdf

Gemeenteraad 1 juni 2021, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Aalten 2021.17.231 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Aalten 2021 Paragraaf 1. Algemene Bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. raadsvoorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; b. griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; c. fractie: deel van de raad, bestaand uit één of meer raadsleden, die tot dezelfde politieke groepering behoren; d. voorzitter: voorzitter van een beeldvormende bijeenkomst of oordeelsvormende vergadering e. woordvoerder: een raadslid of een raadsvolgers die namens een fractie in de beeldvormende bijeenkomst of oordeelsvormende vergadering het woord voert. f. fractievolger: een niet-raadslid dat namens een van de verkozen fractie deelneemt aan commissies, werkgroepen en beeldvormende bijeenkomsten en oordeelsvormende vergaderingen; g. college: college van burgemeester en wethouders h. initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; i. amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; j. subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; k. motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; l.

stemstuk zonder stemverklaring: een voorstel op de agenda van de raadsvergadering waarover geen debat hoeft te worden gevoerd; m. stemstuk met stemverklaring: een voorstel op de agenda van de raadsvergadering waarover geen debat hoeft te worden gevoerd met dien verstande dat tenminste één raadslid wel een stemverklaring wenst af te geven; n. stemverklaring: korte verklaring van maximaal één minuut van een raadslid of fractie voorafgaande aan de stemming; o. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; p. wet: Gemeentewet.

Artikel 2. De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium en de agendacommissie. 2. De griffier ondersteunt en adviseert de gemeenteraad, presidium en de agendacommissie en de door de raad ingestelde werkgroepen en commissies. 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 4. De griffier of diens plaatsvervanger kan op uitnodiging van de raadsvoorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Artikel 3 Waarnemend voorzitter en voorzitters 1. De raad benoemt bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad een waarnemendvoorzitter van de gemeenteraad. 2. De raad benoemt uit zijn midden voorzitters voor de beeldvormende bijeenkomsten en de oordeelsvormende vergaderingen. 3. De raadsvoorzitter en voorzitters van de beeldvormende bijeenkomsten en oordeelsvormende vergaderingen zijn belast met: - het leiden van de bijeenkomsten en vergaderingen; - het handhaven van de orde; - het doen naleven van dit reglement; - hetgeen de Gemeentewet hen verder opdraagt;

1

-

4.

het toelichten van de procedurele aspecten van de vergadering en de inhoudelijke aspecten van de geagendeerde onderwerpen aan het begin van de beeldvormende bijeenkomst en de oordeelsvormende vergadering. De voorzitters hebben geen stemrecht in de oordeelsvormende vergadering.

Artikel 4. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de raadsvoorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de raadsvoorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de raadsvoorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Artikel 5 Fractievolgers 1. De raad kan, op voordracht van een fractie, zoals bedoeld in artikel 4 van dit reglement, per fractie maximaal drie personen aanwijzen tot fractievolger van die betreffende fractie. 2.

Alvorens hun functie uit te kunnen oefenen leggen de fractievolgers in de vergadering van de raad, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot fractievolger benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als fractievolger naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!. (Dat verklaar en beloof ik) 3. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op fractievolgers. 4. De benoeming tot fractievolgers eindigt: - van rechtswege aan het einde van de zittingstermijn; - op eigen verzoek; - op verzoek van de betreffende fractievoorzitter of diens vervanger. 5. De fractievolger ontvangt een iPad en sleutel voor toegang tot het bestuurscentrum van het gemeentehuis. 6. De fractievolger krijgt toegang tot alle beschikbare informatie, tenzij daarover geheimhouding is opgelegd. 7. De gedragscode voor de leden van de raad is van overeenkomstige toepassing op de fractievolger. 8.

De fractievolger is verplicht tot geheimhouding omtrent hetgeen hen ter kennis komt en waarvan hij het geheime of vertrouwelijke karakter daarvan moeten aannemen.

2

Paragraaf 2 Commissie, werkgroepen en andere gremia Artikel 6 Commissies en werkgroepen 1. Er is een presidium dat fungeert als dagelijks bestuur van de raad. 2. De raad kan commissies en werkgroepen in het leven roepen ter uitvoering van bepaalde werkzaamheden. 3. Een commissie is permanent en een werkgroep wordt tijdelijk ingesteld. 4. De commissies en werkgroepen bestaan uit vier leden, tenzij de raad anders besluit. 5. Een fractie is vertegenwoordigd door maximaal één lid. 6. De leden zijn raadsleden en als de raad daartoe besluit fractievolgers. 7. De raad kan plaatsvervangende leden benoemen. 8. Commissies en werkgroepen kiezen uit hun midden een voorzitter. 9. Commissies en werkgroepen doen verslag van hun werkzaamheden aan de raad. 10. De raad kan adviseurs van de commissies en werkgroepen benoemen. Artikel 7. Het presidium 1. Het presidium bestaat uit de raadsvoorzitter en de fractievoorzitters. 2. Fractievoorzitters wijzen elk één raadslid aan of – indien het een eenpersoonsfractie betreft – één fractievolger aan, dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. De raadsvoorzitter van de raad is voorzitter van het presidium. 5. Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium. Wanneer de stemmen staken beslist de voorzitter. 6.

Het presidium is het dagelijks bestuur van de gemeenteraad en heeft tot taak: a. het bespreken van onderwerpen die gezien eventuele schade voor de gemeente Aalten niet in een openbare vergadering kunnen worden besproken en onderwerpen die personele en integriteitsaangelegenheden betreffen; b. het initiëren van en aanpassing van dit reglement; c. het doen van aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad; d. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17 tweede lid, van de wet; e. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad; f. de taken opgenomen in de artikelen 10, 27 en 32 van dit Reglement van Orde. 7. Het presidium komt na aloop van elke agendacommissie of op initiatief van de raadsvoorzitter of één van de fractievoorzitters of diens vervanger, bijeen. 8. Van de vergaderingen van het presidium wordt een besluitenlijst gemaakt. 9. De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar. Artikel 8. De agendacommissie 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de raadsvoorzitter, de waarnemend-voorzitter van de raad en de fractievoorzitters of diens vervanger. De waarnemend-voorzitter van de raad heeft een adviserende rol in de agendacommissie. 2. De fractievoorzitters of diens vervanger hebben elk één stem. De griffier en de waarnemendvoorzitter van de raad hebben geen stem. Waneer de stemmen staken beslist de voorzitter.

3. De raadsvoorzitter is voorzitter van de agendacommissie. 4. De agendacommissie heeft tot taak de wijze van behandeling van de onderwerpen vast te stellen. 5. De agendacommissie heeft eveneens tot taak het voorbereiden en vaststellen van de agenda’s voor beeldvormende bijeenkomsten en de oordeelsvormende vergaderingen en het voorbereiden en vaststellen van de voorlopige agenda’s van de raadsvergaderingen. 6 De agendacommissie kan na een beeldvormende bijeenkomst besluiten om een onderwerp c.q. voorstel niet in de oordeelsvormende vergadering en de raad te behandelen. Het voorstel wordt in dat geval teruggestuurd naar het college. 7 Het college, de fracties en raadsleden kunnen punten aandragen voor beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming. 8 Het college, de fracties en raadsleden dienen uiterlijk vijf dagen voordat de agendacommissie vergadert, gemotiveerd en schriftelijk bij de griffie aan te geven, dat zij een onderwerp beeldvormend willen bespreken en op welke wijze. 9 De agendacommissie doet tevens een voorstel aan de gemeenteraad tot afhandeling van de ingekomen stukken. 10 De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar.

3

Artikel 9. Financiële commissie 1. Er is een financiële commissie. 2. De commissie heeft als aandachtsgebied alle activiteiten die van belang zijn voor een goede beheersing van de gemeente op het gebied van rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid in het kader van de kaderstellende en controlerende rol van de raad. 3. Onder de in het tweede lid bedoelde activiteiten wordt in ieder geval begrepen: a. de voorbereiding van het door de raad vast te stellen controleprotocol; b. het zijn van aanspreekpunt voor de accountant richting de raad betreffende de opzet en uitvoering van de accountantscontrole; c. een overlegplatform te zijn voor de voorgenomen controleaanpak door de accountant met de mogelijkheid om specifieke aandacht te doen besteden aan bepaalde posten of organisatieonderdelen; d. een overlegplatform te zijn over de uitkomsten van de door de accountant uitgevoerde controles; e. het (tussentijds) evalueren van de werkzaamheden van de accountant; f. het voorbereiden van de selectie van de accountant na afloop van het contract met de accountant en advisering over contractverlening dan wel keuze van een (andere) accountant; g. een afstemmingsoverleg te zijn over voorgenomen onderzoeken door accountant en college; h. bespreken van aanbevelingen die in de accountantscontrole en in de managementletter worden gedaan; i.

bespreken van de opzet van de verschillende financiële rapportages; j. bespreekt de verantwoording van de fractievergoedingen; k. het adviseren aan de raad over genoemde zaken. 4. De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar. 5. De griffier is secretaris en zorgt voor de uitnodigingen en een besluitlijst van de vergaderingen. Artikel 10. Commissie Geloofsbrieven en integriteit a. Voor het onderzoeken van de geloofsbrieven van raadsleden, fractievolgers en wethouders stelt de raad een vaste commissie in. b. De commissie fungeert ook als klankbordgroep voor de burgemeester rond het thema bevordering van de bestuurlijke integriteit. Zij speelt geen rol bij het onderzoek van meldingen van mogelijke integriteitsovertredingen. Artikel 11. Werkgroepen 1. De raad kan op voorstel van de agendacommissie, het presidium of het college, op adhoc basis, een of meer werkgroepen instellen. 2. De werkgroep krijgt voor het uitvoeren van haar taak vooraf een opdracht van de raad ten aanzien van onderwerpen welke in de lopende raadsperiode (nog) niet in de raadsvergadering ter besluitvorming aan de orde zijn geweest. 3. De raad bepaalt tevens de wijze waarop en de termijn waarbinnen de werkgroep dient te rapporteren aan de raad. 4.

De voorzitter van de werkgroep doet, door tussenkomst van de griffier een voorstel aan het college voor ambtelijke ondersteuning bij de uitvoering van de gestelde opdracht. 5. Na behandeling van de rapportage in de raad, houdt de werkgroep op te bestaan tenzij de raad anders beslist. 6. De vergaderingen van de werkgroepen zijn niet openbaar. Paragraaf 3 Toelating van leden, benoemen van fractievolgers en wethouders Artikel 12. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. De commissie als bedoeld in artikel 10 van dit reglement onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden. 2. De commissie brengt advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Bij het onderzoek wordt de door de raad vastgestelde gedragscode voor de raadsleden betrokken. 4. De commissie onderzoekt de door de raadsleden gemelde nieuwe nevenfuncties en fungeert als klankbordgroep voor de raadsleden.

4

5. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 6. Na een raadsverkiezing roept de raadsvoorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen 7. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de raadsvoorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 13 Onderzoek geloofsbrieven fractievolgers 1. De commissie als bedoeld in artikel 10 van dit reglement onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de te benoemen fractievolgers 2. De commissie brengt advies uit aan de raad over de benoeming van nieuwe fractievolgers. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Bij het onderzoek wordt de door de raad vastgestelde gedragscode voor de raadsleden betrokken. 4. De commissie onderzoekt de door de fractievolgers gemelde nieuwe nevenfuncties en fungeert als klankbordgroep voor de fractievolgers. Artikel 14. Onderzoek geloofsbrieven wethouders en benoeming wethouders 1.

De commissie als bedoeld in artikel 10 van dit reglement onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de te benoemen wethouders. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c eerste lid, van de wet. 3. De commissie brengt advies uit aan de raad over de benoeming van nieuwe wethouders. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 4. Bij het onderzoek wordt de vastgestelde gedragscode voor collegeleden betrokken. 5. De commissie vraagt van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. 6. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. 7. De burgemeester laat door een daartoe bevoegd onderzoeksbureau een deskundig onderzoek verrichten naar de benoembaarheid van alle kandidaat-wethouders. Onderzocht worden onder andere de integriteitsrisico’s, zoals de financiële risico’s en zakelijke belangen van de kandidaatwethouder. 8. De kandidaat-wethouder overlegt alle documenten en informatie die nodig zijn voor het onderzoek aan het onderzoeksbureau.

De kandidaat-wethouder maakt alle door hem/haar in dat verband relevante geachte overige informatie aan het onderzoeksbureau kenbaar. 9. Het onderzoeksbureau onderzoekt de benoeming van de kandidaat en bespreekt de onderzoeksresultaten met de kandidaat-wethouder. 10. De kandidaat-wethouder besluit of het rapport en de conclusie van de onderzoeksresultaten mogen worden doorgezonden naar de raadsvoorzitter of besluit zich terug te trekken als kandidaatwethouder. 11. De burgemeester bespreekt vertrouwelijk het rapport en de conclusie van de onderzoeksresultaten met de kandidaat-wethouder en brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de ingevolgde artikel 10, van dit reglement ingestelde commissie en de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar. Ook de door de burgemeester verrichte werkzaamheden zijn niet openbaar en de verslagen worden bewaard volgens de privacywetgeving.

5

Paragraaf 4. Van de vergaderingen van de raad Artikel 15. Vergadermodel 1. De gemeenteraad maakt onderscheid in een beeldvormende, een oordeelsvormende en een besluitvormende behandeling van onderwerpen. 2. De agendacommissie stelt het karakter van de behandeling van het onderwerp vast. 3. De beeldvormende behandeling van onderwerpen is vormvrij, maar behelst in bepaalde gevallen een schriftelijke vragenronde. 4. Oordeelvormende behandeling vindt plaats in de oordeelsvormende vergadering. 5. Besluitvormende behandeling van onderwerpen vindt plaats in de raadsvergadering. 6. Te agenderen voorstellen of onderwerpen worden in de regel eerst beeldvormend, dan oordeelsvormend en voor zover noodzakelijk, besluitnemend behandeld, tenzij de agendacommissie of de raad anders beslist. Artikel 16. Algemene bepalingen beeldvorming en oordeelsvorming 1. De agenda’s van de beeldvormende bijeenkomsten en oordeelsvormende vergaderingen worden ten minste zeven dagen voor deze bijeenkomst/vergadering schriftelijk toegezonden. 2. Er kunnen parallelle sessie van de beeldvormende bijeenkomsten en oordeelsvormende vergaderingen worden gehouden. c. De beeldvormende bijeenkomsten en de oordeelsvormende vergaderingen beginnen om 19.30 uur en worden in het gemeentehuis gehouden, tenzij de agendacommissie anders beslist. d.

De beeldvormende bijeenkomsten en de oordeelsvormende vergaderingen zijn openbaar tenzij de agendacommissie anders beslist. e. De beeldvormende bijeenkomst wordt drie weken voorafgaande aan de raadsvergadering en de oordeelsvormende vergadering wordt twee weken voorafgaande aan de raadsvergadering gehouden, tenzij de agendacommissie anders beslist f. Degenen die van een openbare beeldvormende bijeenkomst of oordeelsvormende vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Artikel 17. Samenstelling beeldvorming en oordeelsvorming en besluitenlijst 1. Bij alle beeldvormende bijeenkomsten en oordeelsvormende vergaderingen worden de fracties door één raadslid of fractievolger vertegenwoordigd, tenzij de raad anders besluit. 2. Eén van de door de raad benoemde voorzitters is belast met het leiden van de beeldvormende bijeenkomsten en oordeelsvormende vergadering. 3. Per agendapunt kunnen andere woordvoerders namens de fracties zitting nemen in de beeldvormende bijeenkomst en oordeelsvormende vergadering. 4. In een beeldvormende bijeenkomst is geen vertegenwoordiging van of namens het college van burgemeester en wethouders aanwezig, tenzij de agendacommissie anders beslist. 5. Het college heeft een permanente uitnodiging voor de oordeelsvormende vergadering.

Wanneer het onderwerp daarom vraagt kan het college zich laten bijstaan door de ambtelijke organisatie. 6. De griffier of zijn vervanger is aanwezig bij de oordeelsvormende vergadering en heeft tot taak de voorzitter bij te staan in diens taak en zorgt voor een besluitenlijst en een audio opname en/of video-opname. 7. De besluitenlijst van de oordeelsvormende vergadering wordt in beginsel in de eerst volgende raadsvergadering vastgesteld. 8. De woordvoerders en de collegeleden hebben het recht een voorstel tot verandering van de besluitenlijst aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden zou bevatten of niet duidelijk weergeeft wat besloten is. Een voorstel tot verandering dient vóór de desbetreffende raadsvergadering schriftelijk bij de griffier te worden ingediend. Artikel 18. Beeldvorming 1. Beeldvormende behandeling van een onderwerp heeft tot doel het verzamelen van informatie over het geagendeerde onderwerp zodat de raad daarover een gewogen uitspraak kan doen of besluit kan nemen. 2. Van de beeldvormende bijeenkomst wordt geen verslag of besluitenlijst gemaakt met uitzondering van een formele inspraakronde.

6

Artikel 19. Beeldvormende behandeling 1. De beeldvormende behandeling vindt zoveel mogelijk schriftelijk plaats door middel van het stellen van vragen, tenzij de agendacommissie anders beslist. 2. Voor bijzondere onderwerpen en voor de meer subjectieve kanten kunnen onder andere de volgende werkvormen worden ingezet: 1. Tafelgesprek. 2. Formele inspraakronde. 3. Technische briefing. 4. Informatieve beeldvormende bijeenkomst. 5. Werkbezoek. Artikel 20. Schriftelijke vragenronde beeldvorming 1. Schriftelijke vragen moeten voor een door de agendacommissie te bepalen tijdstip worden ingediend. 2. De schriftelijke beantwoording vindt plaats uiterlijk 12.00 uur van de dag van de betreffende bijeenkomst. 3. Schriftelijke antwoorden van de wethouders, de burgemeester of het college worden door de griffie aan de raadsleden en fractievolgers toegezonden. Artikel 21. Tafelgesprek 1. Het tafelgesprek is een beeldvormende bijeenkomst met als doel in gesprek te gaan met inwoners, (belangen) verenigingen, organisaties, bedrijven e.d. 2. Tijdens een tafelgesprek kan een ieder hun mening kenbaar maken of informatie delen over de geagendeerde onderwerpen. 3. De meesprekers mogen in hun betoog niet worden gestoord. 4. Het gesprek vindt plaats in drie ronden en duurt in totaal dertig minuten. 5.

De deelnemende raadsleden en fractievolgers rouleren na ieder blok van tien minuten door naar de volgende tafel. 6. De griffie draagt zorg voor de uitnodigingen aan genodigden aan de beeldvormende bijeenkomst. 7. Meesprekers moeten zich voorafgaande aan de vergadering voor een door de agendacommissie te bepalen datum en tijdstip, melden bij de griffie. Artikel 22. Formele inspraakronde 1. De inspraakronde is een beeldvormende bijeenkomst met als doel het horen van de indiener(s) van zienswijzen. 2. Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. 3. De woordvoerder van de fractie heeft de gelegenheid beknopt en zakelijk aan de inspreker een (nadere) toelichting te vragen op de ingebrachte documenten en zienswijze. 4. De woordvoerder van elke fractie krijgt in eerste instantie de gelegenheid om twee vragen te stellen aan de inspreker. Een korte vraag ter verduidelijking van een eerdere vraag is in de eerste ronde mogelijk en geldt niet als een tweede vraag, tenzij de voorzitter anders beslist. Nadat elke fractie in eerste instantie in de gelegenheid is gesteld twee vragen aan de inspreker te stellen, krijgen de woordvoerders de mogelijkheid om de resterende vragen aan de inspreker te stellen. 5. De voorzitter geeft de inspreker aan het eind van het gesprek de gelegenheid om een laatste reactie te geven. 6.

De voorzitter formuleert aan het eind van het gesprek eventueel openstaande feitelijke vragen, technische punten en onduidelijkheden. 7. De griffier noteert deze onderdelen en stuurt deze op de gebruikelijke wijze naar het college. 8. Het college wordt verzocht vóór de behandeling in de oordeelsvormende vergadering op de gebruikelijke wijze hier op te reageren. Artikel 23. Technische briefing 1. Er kan een technische briefing worden gehouden met ambtelijke vertegenwoordiger(s) namens het college van burgemeester en wethouders en met portefeuillehouder(s) ten aanzien van politieke keuzes.

7

2. De woordvoerder namens de fractie heeft de gelegenheid beknopt en zakelijk aan de vertegenwoordiger(s) namens het college of de portefeuillehouder(s) een (nadere) toelichting op de ingebrachte documenten te vragen. 3. De te stellen vragen dienen uiterlijk maandagmorgen om 9.00 uur voorafgaande aan het technisch beraad schriftelijk bij de griffie te worden ingediend. 4. Tijdens het technische briefing heeft de woordvoerder namens de fractie de mogelijkheid om aan de vertegenwoordiger(s) namens het college en de portefeuillehouder(s) aanvullende c.q. verduidelijkende vragen te stellen. Artikel 24. Informatieve beeldvormende bijeenkomst 1. De agendacommissie kan besluiten een informatieve beeldvormende bijeenkomst te organiseren. 2. Het college of een derde kan zich tijdens deze informatie beeldvormende bijeenkomst laten bijstaan. Artikel 25. Oordeelsvormende vergaderingen. 1. Een oordeelsvormende vergadering heeft tot doel in een open gesprek een oordeel te vormen over een geagendeerd onderwerp. Tijdens dat gesprek worden de voorlopige standpunten uitgewisseld, wordt doorgevraagd op argumenten om tot een goede weging te komen van de voor- en nadelen van het betreffende onderwerp en wordt - zo nodig - gezamenlijk gezocht naar gewenste aanpassingen. 2.

Elke vergadering duurt maximaal vijfenveertig minuten per blok met een uitloopmogelijkheid van een kwartier tenzij de agendacommissie anders beslist. Zo mogelijk worden meerdere agendapunten in één tijdsblok gepland. 3. In de oordeelsvormende vergadering kan niet worden ingesproken. Artikel 26. Procedure oordeelsvormende vergadering 1. De meerderheid van de woordvoerders kan aan het begin van de vergadering besluiten een geagendeerd onderwerp door te schuiven naar een volgende oordeelsvormende vergadering of terug te sturen naar de agendacommissie. 2. De oordeelsvormende behandeling vindt plaats in twee termijnen. 3. In de eerste termijn benoemen de woordvoerders namens hun fracties kort hun voorlopig standpunt, eventuele discussiepunten over het geagendeerde ontwerp en kondigen zij eventuele amendementen en moties aan. 4. Er worden geen technische c.q. feitelijke vragen gesteld. 5. Iedere woordvoerder spreekt in de eerste termijn slechts eenmaal. Door de andere woordvoerders mogen – via de voorzitter - verhelderende interrupties worden gesteld. 6. Na de eerste termijn reageert de portefeuillehouder(s) op de discussiepunten. De woordvoerders mogen interrupties stellen. Aan het eind van het betoog van de portefeuillehouder(s) hebben de woordvoerders nog de mogelijkheid om verduidelijkende vragen aan de portefeuillehouder(s) te stellen. 7.

In de tweede termijn wordt alleen – tussen de woordvoerders van de fracties – gedebatteerd over de aangedragen discussiepunten. 8. Aan het eind van de behandeling van het onderwerp bepalen de woordvoerders of het onderwerp rijp is voor besluitvorming in de raadsvergadering. 9. Elke woordvoerder van de fractie heeft één stem. 10. Indien de meerderheid van de woordvoerders besluit dat het onderwerp niet rijp is voor behandeling in de raad, gaat het onderwerp terug naar het college of naar de agendacommissie voor een nieuwe beeldvormende fase en/of oordeelsvormende fase. 11. Wanneer één woordvoerder aangeeft dat zijn/haar fractie voornemens is om tijdens de raadsvergadering een motie of amendement in te dienen, wordt het onderwerp als bespreekstuk voor de raadsvergadering geagendeerd. 12. Indien de meerderheid van de woordvoerders van mening is dat over het onderwerp in de raad niets meer hoeft te worden besproken, wordt door de meerderheid besloten of het onderwerp als een stemstuk met stemverklaring of als een stemstuk zonder stemverklaring wordt geagendeerd.

8

Paragraaf 5 Raadsvergaderingen en besluitvorming Artikel 27. Vergaderfrequentie 1. De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op de derde dinsdag van de maand volgens een jaarlijks door het presidium vast te stellen vergaderschema. 2. De vergaderingen vangen om 19.30 uur aan en worden gehouden in de raadzaal van het gemeentehuis. 3. Eindtijd van de vergadering is 23.00 uur. In voorkomend geval wordt een vergadering voortgezet op de aansluitende woensdag vanaf 19.30 uur. De raad kan – op voorstel van de raadsvoorzitter besluiten af te wijken van de eindtijd of van de aansluitende dag. 4. De raadsvoorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium. Artikel 28. Oproep en agenda 1. De raadsvoorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de wet bedoelde stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de raadsvoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen.

Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zesendertig uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 29, tweede lid, van toepassing. 4. Er is voor burgers c.q. organisaties e.d. geen mogelijkheid om tijdens de raadsvergadering in te spreken. 5. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. 6. In de agenda wordt onderscheid gemaakt tussen stemstukken met stemverklaring, stemstukken zonder stemverklaring, bespreekstukken en overige onderwerpen. 7. De bespreekstukken worden na de stemstukken geagendeerd. 8. Een lid van de raad kan bij de vaststelling van de agenda kenbaar maken, dat hij een stemstuk zonder stemverklaring alsnog als stemstuk met stemverklaring wil behandelen. De raad beslist over dit verzoek bij de vaststelling van de agenda. 9. Een lid van de raad kan bij de vaststelling van de agenda kenbaar maken, dat hij een stemstuk (met of zonder stemverklaring) alsnog als een bespreekstuk wil behandelen mits een amendement en/of motie wordt aangekondigd. De raad beslist over dit verzoek bij de vaststelling van de agenda. Artikel 29. Ter inzage leggen van stukken 1.

Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op de website van de gemeente Aalten geplaatst. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en het college. 2. Stukken waaromtrent op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. Artikel 30. Openbare kennisgeving 1. Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in het huis aan huis blad en door plaatsing op de internetsite van de gemeente. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden. Artikel 31. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de raadsvoorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 32. Zitplaatsen

9

1. De raadsvoorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter, na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de raadsvoorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. Artikel 33. Beraadslaging 1. Er vindt in de raadsvergadering geen integrale discussie plaats over het onderwerp. Beraadslaging vindt uitsluitend plaats over de ingediende amendementen en moties, tenzij de raad anders beslist. 2. De (eerste) indiener van het amendement of motie krijgt drie minuten de gelegenheid om bij het katheder het amendement of motie kort toe te lichten. Spreker mag in zijn betoog niet worden geïnterrumpeerd. 3. Daarna krijgt het college de gelegenheid om zaken uiteen te zetten ten aanzien van een amendement of motie. 4. Vervolgens vindt beraadslaging plaats over het ingediende amendement en motie. Interrumperen is toegestaan. 5. Indien meerdere amendementen of moties zijn ingediend wordt de procedure zoals gesteld in tweede t/m vierde lid herhaald. 6. Per agendapunt spreekt in beginsel één woordvoerder namens een fractie. 7. Een ieder voert het woord, na het aan de raadsvoorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 8. Spreektermijnen worden door de raadsvoorzitter afgesloten. 9.

Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de raadsvoorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de raadsvoorzitter hem gedurende de vergadering over het onderwerp het woord ontzeggen. Artikel 34. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 35. Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Artikel 36. Primus bij hoofdelijke stemming 1. Bij aanvang van de vergadering deelt de raadsvoorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. 2. Daartoe wordt tijdens de eerste vergadering van de raad na de verkiezingen, het raadslid aangewezen die naar alfabetische volgorde bovenaan aan de lijst staat. 3. Voor iedere daaropvolgende vergadering wordt de alfabetische volgorde aangehouden. 4. Bij tussentijdse wijziging van de samenstelling van de raad wordt de naam van het nieuwe raadslid alfabetisch aan de lijst toegevoegd. Artikel 37. Stemverklaring 1.

Voordat de raad tot stemming over een stemstuk met stemverklaring overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten. 2. Na het sluiten van de beraadslaging over een amendement en/of motie bij een bespreekstuk en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten. 3. Een raadslid krijgt maximaal één minuut voor het afleggen van een stemverklaring, tenzij de raad anders beslist. 4. Met betrekking tot majeure onderwerpen, waar forse belangen van vele betrokkenen mee gemoeid zijn, kan de raad besluiten om een uitgebreide stemverklaring van maximaal drie minuten te hanteren. Artikel 38. Beslissing 1. De raadsvoorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een amendement of motie voldoende is toegelicht en besproken, tenzij de raad anders beslist.

10

2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de raadsvoorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

Artikel 39. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De raadsvoorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de raadsvoorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de raadsvoorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de raadsvoorzitter de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 36 van dit reglement is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd.

Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze, nadat de raadsvoorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De raadsvoorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 40. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 41. Stemming over personen 1.

Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de raadsvoorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolgde het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. 5. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. 6. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel 42. Video-verslag en besluitenlijst 1. Van de raadsvergaderingen wordt een video-verslag gemaakt en een besluitenlijst. 2. De besluitenlijst moet inhouden: a. de namen van de raadsvoorzitter, de griffier, ter vergadering aanwezige raadsleden en wethouders; b. een aantekening van welke raadsleden en wethouders afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest met inbegrip van moties en

11

amendementen; d.

een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 34 van dit reglement door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een concept-besluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending van de agenda met bijbehorende voorstellen aan de raadsleden en de collegeleden toegezonden. 4. De raadsleden en de wethouders hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden zou bevatten of niet duidelijk weergeeft wat besloten is. Een voorstel tot verandering dient vóór de desbetreffende vergadering schriftelijk bij de griffier te worden ingediend. 5. De besluitenlijst wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de griffier 6. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de raadsvoorzitter en griffier ondertekend. Artikel 43. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en op de in de gemeente gebruikelijk wijze ter inzage wordt gelegd. 2.

Op voorstel van de agendacommissie, of in geval van onverwijlde spoed de griffier, stelt de raad de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel 44. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 45. Besluitenlijst besloten vergadering 1. Van een besloten raadsvergadering wordt een besluitenlijst en een audioverslag gemaakt. 2. Concept-besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier. 3. Het audioverslag is niet openbaar en voor raadsleden te beluisteren bij de griffier. Collegeleden die bij een besloten vergadering aanwezig waren kunnen het audioverslag eveneens bij de griffier beluisteren. 4. De besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het audioverslag en de besluitenlijst. 5. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de raadsvoorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 46.

Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding op te heffen dan wel niet te bekrachtigen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Artikel 47. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. Artikel 48. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de raadsvoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Artikel 49. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de raadsvoorzitter, tenzij de raadsvoorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.

12

2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. 4. Het voornemen om een amendement of subamendement in te dienen wordt door de fractie zo mogelijk vrijdags voorafgaande aan de raadsvergadering aan de overige fracties en de griffie schriftelijk kenbaar gemaakt. Artikel 50. Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de raadsvoorzitter. 2. De behandeling van een motie vindt plaats bij het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. 5. Het voornemen om een motie in te dienen wordt door de fractie zo mogelijk vrijdags voorafgaande aan de raadsvergadering aan de overige fracties en de griffie schriftelijk kenbaar gemaakt. Artikel 51. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de raadsvoorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college en de gemeenteraad. 2.

Het college kan binnen vier weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel – door de agendacommissie - op de voorlopige agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Ter voorbereiding daarvan wordt het voorstel geagendeerd voor de beeldvormende bijeenkomst en de oordeelsvormende vergadering, tenzij de agendacommissie anders beslist. Artikel 52. Collegevoorstel 1. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 53. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de raadsvoorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2.

De raadsvoorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Over verzoeken die ten minste zesendertig uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de raadsvoorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellatie vindt plaats als tenminste éénderde van de aanwezige leden daarmee instemt. 5. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 54. Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college, de burgemeester of wethouders in bij de griffier. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en kunnen zo nodig van een toelichting worden voorzien. Op deze vragen wordt door middel van een raadsmededeling beantwoord. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de secretaris, het college en de overige raadsleden. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen schriftelijk zijn ingediend.

13

4. Indien de in het vorige lid bedoelde beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller en de raad hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn wordt aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 5. Schriftelijke antwoorden van de wethouders, de burgemeester of het college worden door de griffier aan de raadsleden en fractievolgers toegezonden. Artikel 55. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen dertig dagen nadat het verzoek is ingediend. Artikel 56. Vragenuur 1. Tijdens de vergadering van de raad is er een vragenuur, tenzij bij de raadsvoorzitter geen vragen zijn ingediend. 2. Raadsleden die tijdens het vragenuur vragen willen stellen, dienen bij voorkeur de te stellen vragen in vóór 9.00 uur op de dag van de vergadering, maar uiterlijk om 18.00 uur op de dag van de raadsvergadering, met aanduiding van het onderwerp en de vragen, bij de raadsvoorzitter. 3.

De raadsvoorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen, indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 4. De raadsvoorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. 5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 6. Vervolgens kan de raadsvoorzitter aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 7. Tijdens het vragenuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten. Artikel 57. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de raadsvoorzitter. Artikel 58. Intrekking oude reglement De Verordening op de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Aalten 2013, vastgesteld bij besluit van 19 februari 2013 wordt ingetrokken. Artikel 59. Inwerkingtreding en citeertitel 1.

Dit reglement treedt in werking op 1 augustus 2021. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Aalten 2021. Dit reglement is vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 1 juni 2021

14

Toelichting Sinds januari 2021 werkt de gemeenteraad van Aalten met een nieuw vergadermodel. In plaats van het organiseren van Ronde Tafel Gesprekken is overgestapt op een werkwijze waarin de voorbereiding plaatsvindt door middel van beeldvorming en oordeelsvorming. De besluitvorming vindt plaats in de raadsvergadering. De bestaande verordening op de vergaderingen en organisatie van de werkzaamheden van de gemeenteraad Aalten 2013 is vervangen door een compleet nieuw Reglement van Orde. Daarvoor is gebruik gemaakt van het meest recente modelreglement van de VNG. Artikelsgewijs Paragraaf 1. Algemene Bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In artikel 1 worden een aantal begrippen uit dit reglement van orde gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Voor wat betreft het begrip ‘raadsvoorzitter’ zij nog vermeld dat de burgemeester voorzitter is van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet (hierna: wet) schrijft dit dwingend voor. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de wet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als raadsvoorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. Artikel 2. De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikelen 100 en 107 van de wet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad.

Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig (eerste lid). De wet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid, van de wet). In het derde lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de wet (verschoningsrecht) is in het vierde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Artikel 3. Waarnemend voorzitter en overige voorzitters In artikel 77, eerste lid, van de wet is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. In dit artikel wordt geregeld dat de raad bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad een waarnemend-voorzitter van de gemeenteraad benoemd. Daarnaast benoemt de raad uit zijn midden de voorzitters voor de beeldvormende bijeenkomsten en de oordeelsvormende vergaderingen. Artikel 4. Fracties Eerste en tweede lid De Kieswet en de wet kennen het begrip fractie niet. In artikel 33, tweede lid, van de wet wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning).

Vanaf de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd (eerste lid). De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee (tweede lid). Vierde lid In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de raadsvoorzitter mede (vierde lid). Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van

15

twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd. Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de wet en artikel 129 van de Grondwet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen. Een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij, maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen.

Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie. Dit betekent ook dat: - kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn vanwege strijd met de wet en de Kieswet; - personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen; - als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren. Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische gevolgen hebben. Te denken valt aan: fractievergoedingen en -faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door burgerraadsleden.

Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet). Vijfde lid De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde; als een politieke groepering zich voor het eerst wil laten registreren gebeurt dit ook. Op grond van artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet wordt de naam van de nieuwe fractie onder meer geweigerd als deze in strijd is met de openbare orde of als deze overeenkomt met of erg lijkt op de naam van een politieke groepering die al geregistreerd is voor de Tweede Kamer- of Statenverkiezingen, én daardoor verwarring te duchten is. Voor het overige is de nieuwe fractie vrij in het kiezen van een naam. Artikel 5. Fractievolgers In dit reglement wordt gesproken over fractievolgers en niet meer over fractievertegenwoordigers. In dit artikel zijn opgenomen alle rechten en plichten van de fractievolgers. De punten spreken voor zich. Paragraaf 2 Commissie, werkgroepen en andere gremia Artikel 6. Commissies en werkgroepen De raad kan ter uitvoering van bepaalde werkzaamheden commissies en werkgroepen instellen. Commissies worden permanent (gedurende de zittingsperiode van de raad) en werkgroepen worden tijdelijk ingesteld.

Om het raadswerk te verdelen maar ook om de commissies en werkgroepen slagvaardig te maken bestaan de commissies en werkgroepen uit vier leden, tenzij de raad anders

16

beslist. De leden werken dus voor de hele raad en niet voor hun fractie. Belangrijk is dat de commissieleden en werkgroepleden affiniteit met hun thema hebben en ook bereid zijn om hier voldoende tijd beschikbaar voor te stellen. Als de raad de aan zich zelf gegeven opdrachten serieus neemt, kan dit immers geen vrijblijvende zaak zijn. Commissies of werkgroepen met een wat meer politiek inhoudelijk karakter (zoals de Commissie Sociaal Domein en de Klankbordgroep Omgevingswet) waarbij informatievoorziening en klankbordfunctie een belangrijke rol spelen, kan een vertegenwoordiging van alle fracties wenselijk worden geacht. De raad kan hiertoe besluiten. Artikel 7. Het presidium Het presidium heeft voornamelijk een adviserende rol (aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad). In dit artikel zijn aanvullende taken opgenomen (die in het verleden bij de agendacommissie waren ondergebracht) zoals het doen van aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad, het initiëren van een aanpassing van dit reglement van orde, integriteitsaangelegenheden, vergadercyclus vaststellen e.d. Daarmee krijgt het presidium een andere rol dan voorheen. Het is van belang dat in het presidium elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt.

Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten. De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig (artikel 2, eerste lid), omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Ingevolge artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. De raadsvoorzitter pleegt in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg met het presidium. Op deze wijze houdt het presidium bij vergaderingen die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie. Artikel 8. De agendacommissie De agendacommissie vervult een coördinerende rol bij de agendering van zaken in beeldvormende bijeenkomsten, oordeelsvormende vergaderingen en de raad. De commissie stelt de agenda's van de beeldvormende bijeenkomsten en de oordeelsvormende vergaderingen vast. De agendacommissie bekijkt namens de hele raad hoe een onderwerp het beste c.q. op de meest efficiënte en effectieve wijze, behandeld kan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=b7f0fba2-095c-400a-abf2-891af571bb3c