Ruimtelijke onderbouwing_Kalverweidendijk_Dinxperlo_Anoniempdf.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing, t.b.v. Waboprojectbesluit KALVERWEIDENDIJK ONG. 7091 HP DINXPERLO
Opdracht Ruimtelijke onderbouwing voor het woningbouwproject aan Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo 16 december 2020
Opdrachtgever ERS architekten bna Stationsweg 25 7061 CT Terborg Opdrachtnemer Locis Adviseurs B.V. Borchgraven 2.5 7051 CW Varsseveld
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
1
INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding .................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding .................................................................................................................. 3 1.2 Plangebied .................................................................................................................. 4 1.3 Geldende planologische regeling ................................................................................. 4 1.4 Leeswijzer ................................................................................................................... 6 2 Het plan .................................................................................................................................... 7 2.1 Huidige situatie plangebied ......................................................................................... 7 2.2 Toekomstige situatie plangebied ................................................................................. 8 3 Haalbaarheid ........................................................................................................................... 10 3.1 Inleiding ...................................................................................................................
10 3.2 Beleid ....................................................................................................................... 10 3.3 Milieu ....................................................................................................................... 13 3.4 Water ....................................................................................................................... 17 3.5 Archeologie en monumenten .................................................................................... 18 3.6 Flora en Fauna .......................................................................................................... 19 3.7 Stikstofparagraaf ...................................................................................................... 22 3.8 Verkeer en parkeren ................................................................................................. 25 3.9 Economische haalbaarheid ........................................................................................ 25 4 Conclusie ................................................................................................................................. 26 5 Bijlagen ................................................................................................................................... 27
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
2
1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Het is de wens van initiatiefnemer om op de locatie Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo een nieuwe woning te bouwen. De locatie is kadastraal bekend als gemeente DPL00, sectie F, nummer 684. De totale planlocatie heeft een oppervlakte van circa 4.000 m2.Om dit mogelijk te maken is het nodig om een bouwtoestemming te verlenen met een planologische afwijking (een zogenaamd projectbesluit).
Figuur 1: impressie van gewenste situatie (ruimtelijke plannen)
Figuur 2: schetsontwerp gewenste woning (ERS Architecten)
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
3
1.2 Plangebied De locatie is gelegen aan de Kalverweidendijk ten oosten naast Kalverweidendijk 5. De planlocatie is gelegen aan de Kalverweidendijk. Tegenover is de bebouwde kom van Dinxperlo gelegen. Op het plangebied staat in de huidige situatie geen bebouwing. Het terrein is kadastraal bekend als gemeente Dinxperlo, sectie F, nummer 684. In onderstaande figuur 3 is de gewenste woning gesitueerd binnen het plangebied in de omgeving weergegeven.
Figuur 3 Globale ligging plangebied (ruimtelijkeplannen.nl)
1.3 Geldende planologische regeling De locatie Kalverweidendijk ong. ligt binnen het bestemmingsplan “Landelijk gebied 2015 (vastgesteld op 4 maart 2020 en deels onherroepelijk). De planlocatie heeft de enkelbestemming “Agrarisch”. Daarnaast heeft de locatie een dubbelbestemming “Waarde – archeologie lage verwachting”. De direct aanliggende percelen hebben respectievelijk de bestemming “Wonen” (ten westen), “Bos” (ten noorden) en “Agrarisch” (ten oosten). Op deze percelen rust tevens de dubbelbestemming “Waarde – archeologie lage verwachting”. Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
4
Figuur 4 Uitsnede bestemmingsplankaart “Landelijk gebied 2015”(bron: ruimtelijkeplannen.nl)
In de gewenste situatie wordt op de projectlocatie een nieuwe woning en een bijbehorend bijgebouw gebouwd. Het perceel is en blijft ontsloten via het bestaande inrit. (zie onderstaande weergave in figuur 5).
Figuur 5: situatieschets gewenste situatie
Door toepassing te geven aan een WABO projectbesluit-procedure en door het afgeven van een “verklaring van geen bedenking” van de gemeenteraad van Aalten, kan medewerking worden verleend aan het bouwplan. Het college van burgemeester en wethouders stelt hiertoe de gemeenteraad voor om Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
5
deze verklaring af te geven. Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter onderbouwing voor de te volgen procedure.
1.4 Leeswijzer In dit hoofdstuk is een eerste algemene indruk van het plangebied geschetst en is de aanleiding voor het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing beschreven. In hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt de huidige en toekomstige situatie van het plangebied beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de haalbaarheid voor wat betreft beleid behandeld. In dit hoofdstuk worden tevens de relevante omgevingsaspecten nader toegelicht. Het laatste hoofdstuk is gewijd aan de afweging ten aanzien van het initiatief en de uiteindelijke conclusie.
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
6
2 HET PLAN 2.1 Huidige situatie plangebied Het plangebied betreft een voedselrijk grasland met enkele struiken en opslag van bomen in het plangebied. De randen van het plangebied zijn dichtbegroeid met grotere bomen en struiken. Het plangebied ligt ten noorden van de grens van de bebouwde kom van Dinxperlo.
Figuur 6: luchtfoto van de huidige situatie ter plaatse, met onder de bestaande inrit van de planlocatie.
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
7
2.2 Toekomstige situatie plangebied In de gewenste situatie wordt aan de Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo een woning met bijbehorend bijgebouw gerealiseerd. In onderstaande illustraties worden deze weergegeven. In bijlage 1 en 2 zijn meer gedetailleerde tekeningen opgenomen.
Figuur 7: gewenste opzet nieuwe woning (ERS architecten)
Figuur 8: gewenste opzet nieuw bijgebouw (ERS architecten)
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
8
Voor plattegrondtekeningen en meer gedetailleerde tekeningen van de beoogde bebouwing met hierin een weergave van de maatvoering en oppervlaktes wordt verder verwezen naar het schetsontwerp in bijlage 1 en 2.
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
9
3 HAALBAARHEID 3.1 Inleiding Te behoeve van de planologische procedure moet de uitvoerbaarheid van het plan worden aangetoond. Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuwe ontwikkeling daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij moet worden gedacht aan onder meer het ruimtelijk beleid van hogere overheden en de gemeente zelf, milieuaspecten en economische haalbaarheid. De beoogde ontwikkeling is aan deze aspecten getoetst, in dit hoofdstuk worden de resultaten hiervan aangegeven.
3.2 Beleid 3.2.1. Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het voorjaar van 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. In deze visie geeft het kabinet een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De visie is vernieuwend in de zin dat ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur sterker dan voorheen met elkaar verbonden worden. De visie vervangt onder meer de Nota Ruimte. In de structuurvisie schetst het Rijk de ambities voor concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid tot 2040 (lange termijn) en doelen, belangen en opgaven tot 2028 (middellange termijn). De structuurvisie richt zich op de volgende nationale belangen: rijks vaarwegen, project mainportontwikkeling Rotterdam, kunstfundament, grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorzieningen, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kunstfundament en het IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Aangezien het voorliggend initiatief geen relatie heeft met één van genoemde belangen, is verdere toetsing aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte niet benodigd.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van een bestemmingsplan voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. De gebieden van nationaal belang zijn in het Barro op kaarten aangegeven. De projectlocatie ligt niet een gebied van nationaal belang. Ladder duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (oktober 2012) is “de ladder voor duurzame verstedelijking” geïntroduceerd. De Ladder voor duurzame verstedelijking (ladder) is toegevoegd aan artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motivatievereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is de gewijzigde ladder in werking getreden. Met betrekking tot woningbouw is sprake van een ladder-plichtige stedelijke ontwikkeling vanaf 12 woningen. In het onderhavige plan is sprake van de herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
10
Hoewel er binnen dit plan slechts sprake is van 1 te bouwen woning, wordt zonder meer voldaan aan de het criterium efficiënt ruimtegebruik.
3.2.2. Provinciaal beleid De omgevingsvisie richt zich formeel op de komende tien jaar, maar wil ook een doorkijk bieden aan Gelderland op een langere termijn. Veel maatschappelijke vraagstukken zijn zo complex dat alleen een gezamenlijke inzet succesvol kan zijn. In de omgevingsvisie zijn de opgaven voor Gelderland daarom in een nauwe samenwerking met partners uitgedacht. Daarbij kijken de provincies en partners vanuit een integraal en internationaal perspectief naar Gelderland. Met deze bestuurlijke strategie kunnen voor Gelderland toekomstbestendige keuzes gemaakt worden. De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem.
In de Omgevingsverordening is met betrekking tot woningbouw geregeld dat er per regio een regionale woonagenda moet worden opgesteld. De 7 gemeenten in de Achterhoek hebben hieraan invulling gegeven door in juli 2019 gezamenlijk in te stemmen met de kwaliteitscriteria voor nieuwe woningbouwplannen. Onderhavig projectplan voldoet aan hetgeen in de Omgevingsverordening staat opgenomen.
3.2.3. Gemeentelijk beleid Woningbouwbeleid gemeente Aalten In juli 2019 hebben de colleges van de 7 gemeenten in de Achterhoek ingestemd met kwaliteitscriteria voor nieuwe woningbouwplannen. Deze gemeenten hebben er unaniem voor gekozen om voorrang te geven aan woningen waar nu een tekort aan is: voor starters en senioren. In september 2019 hebben ook de 7 Achterhoekse gemeenteraden besloten dit nieuwe beleid voor woningbouw vast te stellen. Onderhavig plan voldoet aan dit beleid. Bestemmingsplan “Landelijk gebied 2015” Op 4 maart 2020 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan “Landelijk gebied 2015” vastgesteld (deels onherroepelijk). Onderstaand een uitsnede van de plankaart van de omgeving van de planlocatie met daarop het bestemmingsvlak “agrarisch” voor de locatie Kalverweidendijk ong.
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
11
Figuur 9: huidige bestemming (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
De locatie heeft de enkelbestemming “Agrarisch” (artikel 3). Verder is voor de projectlocatie een dubbelbestemming “Waarde Archeologie lage verwachting” (artikel 34) opgenomen.
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
12
3.3 Milieu 3.3.1 Bodem Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet aangetoond worden dat de bodem- en grondwaterkwaliteit ter plaatse van het plangebied geschikt is voor het beoogd gebruik. In de gewenste situatie wordt er op de planlocatie een woning met bijbehorend bijgebouw gerealiseerd. De gehele locatie is voorheen in gebruik geweest met als functie “agrarisch”. Ten behoeve van de gewenste ontwikkeling is er door bodemonderzoeksburo Montferland Milieu een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd (als Bijlage 3 achter dit rapport). Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: ▪ Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd’ dient te worden verworpen. Dit naar aanleiding van de aangetroffen zeer plaatselijk sterke koper en PCB’s verontreiniging. ▪ Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen activiteiten. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin), aangezien er sprake is van een eenmalig of periodiek (licht tot sterk) verhoogde concentratie waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen.
3.3.2. Geluid Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet volgens de Wet geluidhinder worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning van derden, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende bestemmingen. De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd:
woningen;
geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven;
geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen).
Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
13
voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen, geluidbelastingkaarten en actieplannen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Het plangebied is gelegen aan de Kalverweidendijk. Dit is een 30 km/u weg. De Wet geluidhinder is niet van toepassing op wegen die liggen binnen een woonerf en voor 30 km/u wegen, omdat daar geen zones gelden. Het betreft bovendien een rustige weg welke niet structureel en intensief wordt gebruikt door (zwaar) vrachtverkeer. Het is dan ook niet aannemelijk dat er sprake is van geluidsoverlast afkomstig van deze weg. In de omgeving van het plangebied liggen geen industrieterreinen of spoorwegen, waarmee industrielawaai en/of spoorweglawaai op voorhand kunnen worden uitgesloten. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid. 3.3.3. Milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten van bestaande en toekomstige bedrijvigheid om zodoende kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen.
Op grond van de Wet milieubeheer zijn bedrijven en instellingen verplicht te voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit, dan wel een omgevingsvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zoveel mogelijk voorkomen. Andersom mag een gewenste ontwikkeling niet leiden tot een onevenredige aantasting van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden opleveren. In de bestaande situatie grenst de planlocatie aan percelen met respectievelijk de bestemming “Wonen” (ten westen), “Bos” (ten noorden) en “Agrarisch” (ten oosten). De gewenste situatie, het bouwen van de woning, wordt niet belemmerd door functies of bestemmingen in de omgeving en zorgt zelf ook niet voor een belemmering van de omliggende functies.
3.3.4 Luchtkwaliteit Op 15 november 2017 is de Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden. Ten aanzien van de kwaliteit van de buitenlucht gelden uitsluitend bepalingen uit deze Titel. In bijlage 5 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofdioxiden, fijnstof (PM10), lood, benzeen en koolmonoxide. Bestuursorganen moeten er bij het uitoefenen of toepassen van hun bevoegdheden, waaronder het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning, voor zorgen dat deze grenswaarden niet (verder) worden overschreden. Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
14
Tegelijkertijd met het in werking treden van de luchtkwaliteitseisen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is ook het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (hierna: NIBM) in werking getreden. In dit besluit is geregeld dat (nu er een plan is bekendgemaakt, zoals wordt bedoeld in artikel 5.12 van de Wet milieubeheer, namelijk het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van 10 juli 2009) uitbreidingen zijn toegestaan wanneer aannemelijk is gemaakt dat de concentratie in de buitenlucht van fijnstof ten gevolge van de uitbreiding niet de 3% grens overschrijdt. De 3% grens is 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10). 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie is 1,2 µg fijnstof (PM10 per m³). Er zijn voor de beoogde ontwikkeling geen negatieve effecten ten aanzien van de luchtkwaliteit te verwachten. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor onderliggend plan.
3.3.5 Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations) en vervoer van gevaarlijke stoffen en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen.
Figuur 10: kaartuitsnede risicokaart.nl (plangebied bij blauwe pijl)
Uit de Risicokaart is gebleken dat op korte afstand van het plangebied geen risicobronnen of wegen en leidingen aanwezig zijn die zijn aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. De dichtstbijgelegen risicobronnen voor het projectplan betreft de ondergrondse buisleidingen voor gastransport (op ruim 280 meter) en een Gasdrukmeet- en regelstation aan de Beggelderdijk 61 in Dinxperlo (op ruim 380 meter). Overige risicobronnen zijn op (veel) grotere afstand gelegen.
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
15
Alle genoemde risicobronnen zijn gelegen op dermate grote afstand, dat deze niet van invloed kunnen zijn op de veiligheid in het plangebied. Het aspect externe veiligheid levert daarmee geen problemen op voor voorliggend plan.
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
16
3.4 Water 3.4.1 Beleid Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De planlocatie ligt in het beheersgebied van het waterschap Rijn en IJssel. In het waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Rijn en IJssel laat het waterschap zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten zij in de samenwerking met haar partners willen leggen. Vanuit die omgevingsverkenning is vervolgens het beleid voor de planperiode 2016-2021 beschreven voor primaire taakgebieden van het waterschap: Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer 3.4.2. Watertoetstabel Waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel ontwikkeld waarmee met een aantal vragen in beeld te brengen is welke wateraspecten relevant zijn en met welke intensiteit het watertoetsproces doorlopen dient te worden. De vragen zijn gericht op de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling en welke veranderingen er mogelijk worden gemaakt.
De intensiteit van het watertoetsproces is afhankelijk van de antwoorden op de vragen. Als er op een categorie 2 vraag een ‘ja’ is geantwoord, is een uitbreide watertoets noodzakelijk. Als er alleen met ‘nee’ is geantwoord, dan is het RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang en hoeft er geen wateradvies bij het waterschap gevraagd te worden. Navolgend is de watertoetstabel opgenomen. De relevante waterthema’s voor de ontwikkeling worden door middel van de watertoetstabel geselecteerd en vervolgens beschreven (wanneer de toetsvraag met ‘ja’ is beantwoord). Thema
Toetsvraag
Veiligheid
1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kader) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier? 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m³/uur? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap? 1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2.500 m²? 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m²? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? 1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd? 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel?
Riolering en Afvalwaterketen Wateroverlast (oppervlaktewater)
Oppervlaktewaterkwaliteit Grondwateroverlast
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
Relevant
Intensiteit
Nee
2
Nee
2
Nee Nee
2 1
Nee Nee
1 2
Nee
1
Nee
1
Nee
1
Nee Nee Nee
1 1 1
17
Grondwaterkwaliteit Inrichting en beheer Volksgezondheid
Natte natuur
Verdroging Recreatie Cultuurhistorie
3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? 4. Beoogt het plan aanleg van drainage? 1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking? 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? 1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of bij het plangebied die milieu hygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen? (zwemmen, spelen, tuinen aan water) 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEH of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? 1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied? 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?
Nee Nee
1 1
Nee
1
Nee Nee
1 2
Nee
1
Nee Nee Nee Nee Nee
1 2 2 1 1
Nee
1
Nee
2
Nee
1
Tabel 1: Waterstoetstabel
De planologische bebouwingsmogelijkheden van de planlocatie nemen toe ten opzichte van de bebouwingsmogelijkheden in de huidige planologische situatie. Het betreft echter een plan dat de bouw van 1 enkele woning mogelijk maakt. De riolering zal worden aangesloten op het gemeentelijk riool. Schoon hemelwater afkomstig van (dak)verharding zal worden afgekoppeld en worden geinfimtreed op eigen terrein. Verder speelt er bij de voorgenomen plannen geen Waterschapsbelang.
3.5 Archeologie en monumenten Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst op het voorkomen van archeologische waarden en/ of monumenten binnen het plangebied. Tevens moet worden bepaald of deze eventueel aanwezige waarden worden geschaad door de gewenste ontwikkeling binnen het plangebied.
Figuur 11: Uitsnede bestemmingsplan “Landelijk gebied 2015” (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
18
Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan “Landelijk gebied 2015” een dubbelbestemming “Waarde Archeologie lage verwachting” gekregen. Dit betekent dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning, voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 5.000 m2, een rapport dient te worden overlegd, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. Het onderhavige bouwproject betreft het oprichten van een woning (ca. 180 m2) en een bijgebouw (ca. 78 m2) en daarmee blijft de gezamenlijke oppervlakte ruimschoots onder de onderzoeksgrens van 5.000 m2. Op de planlocatie bevinden zich verder geen (cultuurhistorische) monumenten. Door de gewenste ontwikkeling worden er geen archeologische en/ of monumentale waarden aangetast.
3.6 Flora en Fauna Gebiedsbescherming Natura2000 gebieden bevinden zich niet op korte afstand van de planlocatie. Het dichtstbijgelegen Natura2000 gebied is gelegen in Duitsland. Dit gebied, de “Klevsche Landwehr, Anholt. Issel, Feldschlaggr. U. Regnieter Bach”, is gelegen op een afstand van circa 3,6 kilometer. Het dichtstbij gelegen gebied, gelegen in Nederland (“Korenburgerveen” en “Bekkendelle”) bevindt zich op een afstand van circa 16,2 kilometer.
Figuur 12: Ligging t.o.v. Natura2000 gebieden (bron Aerius.nl)
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
19
Gezien de afstanden, tussenliggende verstorende elementen (zoals wegen en woningen), de reeds bestaande achtergrondverstoring van de kernen Dinxperlo, Lichtenvoorde en Aalten en de beperkte omvang van de voorgenomen plannen aan de Kalverweidendijk ong. in Dinxperlo, is het uitgesloten dat de beoogde ontwikkeling een negatief effect zal hebben op de natuurwaarden van Natura-2000 gebieden. Het besluitgebied is gelegen buiten de begrenzingen van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone waardoor negatieve effecten hierop zijn uit te sluiten (figuur 13). Met betrekking tot de stikstofemissie van het project en het effect daarvan op omliggende Natura-2000 gebieden, wordt verwezen naar paragraaf 3.7 (stikstofparagraaf) van deze notitie.
Figuur 13 Ligging t.o.v. Gelders Natuurnetwerk (bron: provincie Gelderland)
Soortenbescherming Het plangebied betreft een grasland met enkele struiken en opslag van bomen in het midden van het plangebied. De randen van het plangebied zijn begroeid met grotere bomen en struiken. Ten behoeve van de gewenste ontwikkeling is er door onderzoeksbureau Staro een Quickscan uitgevoerd naar de aanwezige natuurwaarden binnen het plangebied (resultaten in Bijlage 4 achter dit rapport). Uit het veld- en literatuuronderzoek is gebleken dat in het plangebied de aanwezigheid van beschermde soorten planten, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, weekdieren en kevers kan worden uitgesloten. Voor alle aanwezige soorten in het plangebied geldt de Algemene zorgplicht, zie §2.1 van dit rapport (zie bijlage 4). Om het verwonden van dieren te voorkomen kan bij de werkzaamheden in één richting worden gewerkt, zodat aanwezige dieren kunnen vluchten. Vogels De werkzaamheden hebben geen significant negatief effect op het foerageergebied van vogels. In de struiken, jonge opslag en in de bomen op de grenzen van het plangebied is broedgelegenheid aanwezig voor vogels. Bij het snoeien en kappen van bomen en struiken kunnen nesten worden vernietigd en broedende vogels worden verstoord. Gedurende het broedseizoen zijn nesten strikt beschermd.
Het snoeien of kappen van bomen en struiken dient te worden uitgevoerd wanneer geen broedgeval aanwezig is en buiten het broedseizoen van vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot en met juli. In Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
20
het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen echter geen standaardperiode gehanteerd. Vleermuizen Het plangebied biedt geschikt foerageergebied voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effect op het foerageergebied van vleermuizen. De laanbomen langs de Kalverweidendijk blijven gehandhaafd, de werkzaamheden hebben derhalve geen effect op mogelijke vliegroutes van vleermuizen. Op de grenzen van het plangebied staan grote bomen, in deze bomen zijn tijdens het veldbezoek geen holtes aangetroffen. Echter, door het dichte bladerdek kunnen holtes over het hoofd zijn gezien. Indien grote bomen met holtes worden gekapt kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen worden vernietigd en individuen worden verstoord of verwond. Voorafgaand aan het kappen dienen de grote bomen te worden geïnspecteerd op de aanwezigheid van geschikte holtes voor vleermuisverblijfplaatsen. Indien deze niet aanwezig zijn kunnen de bomen (buiten het broedseizoen) worden gekapt. Indien wel geschikte holtes aanwezig zijn en het gebruik door vleermuizen middels een nader onderzoek is aangetoond, dient voor het kappen van deze bomen een ontheffing te worden verkregen. Voor het aantonen van het gebruik van de holtes door vleermuizen is een onderzoek nodig volgens het vleermuisprotocol. Dit onderzoek vindt plaats gedurende de periode 15 mei en 30 september.
Amfibieën Het plangebied kan door amfibieën worden gebruikt als land- en overwinteringshabitat. Bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander zijn algemene en niet-kritische soorten. Voor deze soorten geldt bij ruimtelijke ingrepen in provincie Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor het verstoren van deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Grondgebonden zoogdieren De voorgenomen plannen hebben geen significant negatief effect op het leefgebied van algemene spits-, woel- en ware muizensoorten, egel, konijn, ree, steenmarter, bunzing, vos en wezel. Mogelijk worden de dichtbegroeide randen van het plangebied gebruikt als verblijfplaats door algemene muizensoorten en egel. De randen kunnen ook worden gebruikt als migratieroute door steenmarter, wezel en bunzing. De dichtbegroeide randen blijven behouden. Negatieve effecten op de mogelijke migratieroute van marters zijn daardoor uitgesloten. In de dichtbegroeide randen worden sparren gekapt, hierbij kunnen verblijfplaatsen van algemene muizensoorten en egel worden verstoord. Voor algemene spits-, woel- en ware muizensoorten en egel geldt bij ruimtelijke ingrepen in provincie Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor het verstoren van deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.
Advies en vervolgstappen soortenbescherming De volgende maatregelen en vervolgstappen dienen te worden genomen om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen: Snoeien en kappen van bomen en struiken wanneer geen broedgevallen aanwezig zijn en buiten het broedseizoen; Voorafgaand aan het kappen van grote bomen inspecteren op geschikte holtes voor vleermuisverblijfplaatsen en eventueel nader onderzoek naar vleermuizen uitvoeren. Met in achtneming van de genoemde adviezen is er geen belemmering voor uitvoer van het gewenste project. Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
21
3.7 Stikstofparagraaf Wettelijk kader In het kader van de toets aan de Wet Natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen dient middels een pretoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. De beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen is uitgewerkt in paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming.
Figuur 14: ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 gebieden met projectlocatie rood omcirkeld (gelderland.nl)
Op circa 16,2 kilometer afstand van de planlocatie bevindt zich Natura-2000 gebied “Korenburgerveen” (zie figuur 14). “Bekkendelle” en “Wooldse veen” zijn ook gelegen op circa 16,2 kilometer afstand van de planlocatie. Werkzaamheden Hierna worden, voor zover relevant met betrekking tot de stikstofemissie van het project, verschillende stadia beschreven. Hierbij wordt er bij dit project vanuit gegaan dat het planproject een (voorbereidings-) bouw-, en woonfase heeft. In het kader van de “worst-case”-benadering van het project, wordt beoordeeld of al deze werkzaamheden en activiteiten tezamen, wel of geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen voor de omliggende Natura-2000 gebieden. Bouw Tijdens de aanleg- en bouwwerkzaamheden wordt, door de inzet van materieel aangedreven door verbrandingsmotoren, stikstof in de vorm van NOx en NH3 uitgestoten. Hierbij wordt uitgegaan van een “worst-case” benadering.
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
22
Tijdens de bouwactiviteiten wordt er, door de inzet van materieel aangedreven door verbrandingsmotoren, stikstof in de vorm van NOx en NH3 uitgestoten. Er is voorzien in zwaar transport van bijvoorbeeld beton, stenen en materiaal. Verder is er een periode een mobiele kraan (stage III A, 75 130 kW) aanwezig voor hijswerkzaamheden. Gedurende het bouwproces van deze woning wordt er in de “worst case” benadering van uitgegaan dat er per dag 3 personenauto’s/ bestelbusjes (licht verkeer) en na afronding van de bouw eventueel een (mobiele) kraan (stage III A, 75-130 kW) aanwezig is voor het egaliseren. Wonen Ook bij het in gebruik hebben (bewonen) van woningen kan NOx ontstaan. Daarvoor hanteert Aerius per type woning kentallen (zie factsheet “Ruimtelijke plannen – emissiefactoren” (op de Aerius.nl)). Daarbij wordt onderscheid gemaakt in bestaande woningen en nieuwbouw. In onderstaande tabel staan de emissiewaarden van verschillende typen nieuwbouwwoningen weer gegeven. Zoals aangegeven is dit een “worst case”-benadering, aangezien deze woning in principe gasloos moeten worden gebouwd en daarmee wordt er tijdens het gebruik van een gasloze woning geen NOx geëmitteerd. Tabel 2: emissiewaarden voor (nieuwbouw) woningen (aerius.nl/ factsheet ruimtelijke plannen emissiefactoren, 5 juli 2018).
Emissie per woning (huishouden)
Type woning
NOx in kg/jaar
Nieuwbouw
Appartement Tussenwoning Hoekwoning 2-onder-één-kap Vrijstaande woning
1,11 1,55 1,83 2,17 3,03
Verkeer Een nieuwbouwplan heeft een verkeersaantrekkende werking, de zogenaamde verkeersgeneratie. In de bepaling van de stikstofdepositie is rekening gehouden met het arriverend en vertrekkend verkeer. Het type woning wijzigt niet, alleen de locatie verschuift iets. In principe is in de bestaande situatie reeds sprake van een verkeersaantrekkende werking. Daarmee zou geredeneerd kunnen worden dat ten gevolge van deze bouw, de verkeeraantrekkende werking (en daarmee de stikstofemissie) niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Er is uitgegaan van de volgende gegevens: Gebiedstype: rustige wijk/ schil centrum / matig stedelijk; Woningtype: vrijstaand in het midden segment; Verkeersgeneratie: 8 auto’s per dag. Zodoende wordt er in het “worst-case”- scenario, met betrekking tot de verkeersaantrekkende werking van het plan, uitgegaan van 8 auto’s voor deze nieuwe woning per dag.
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
23
Depositieberekening Aerius-calculator In onderstaande tabel is het in te zetten, met verbrandingsmotoren aangedreven materieel weergegeven. Tabel 3: ingezet materieel tijdens bouwwerkzaamheden en gebruik (emissiewaarden en categorieën, zie aerius.nl). Bron Kalverweidendijk ong. Dinxperlo Bouw woning + bijgebouw 1 Mobiele kraan, uitgraven bouwplaats 2 Mobiele kraan hijsen op bouwplaats 3 Vrachtwagen (beton, stenen, materiaal) 4 Busjes 5 Mobiele kraan, egaliseren na bouw
Mobiele werktuigen/ wegverkeer Stage klasse, bouwjr Dagen of aant/dag of jr. Brandstofverbruik op projectlocatie l/ dag ltr/ jr. mobiel werktuig mobiel werktuig wegverkeer (standaard) wegverkeer (standaard) mobiel werktuig
IV, 2015 (75-130 kW) IV, 2015 (75-130 kW) zwaar licht IV, 2015 (75-130 kW)
Gebruik woning 6 Verkeersgeneratie 1 woning (vrijstaand) 7 Gebruik woning (3,03 kg Nox/ jaar)
wegverkeer (standaard) nvt
nvt
2 dagen 20 dagen 20/ jaar 3/ dag 4 dagen
licht
8 / dag nvt
100 (bij volledige inzet) 25 verdisconteerd, zwaar wegverkeer verdisconteerd, licht wegverkeer 100 (bij volledige inzet)
200 500 nvt nvt 400
verdisconteerd, licht wegverkeer
nvt nvt
nvt
Extra toelichting mobiele voertuigen: - De cilinderinhoud van de mobiele kraan (stage IV, 75 -130 kW) bedraagt 6,25 liter en draait 35% per werkdag stationair. * Normen gehanteerd van het TNO-rapport 2018 R10465: De inzet van bouwmachines en de bijbehorende NOx- en CO2-emissies.
Al de hiervoor beschreven stikstofbronnen (zie tabel 3), welke zich tijdens de bouw en het gebruik (wonen) voordoen, zijn in Aerius-calculator ingevoerd.
Figuur 15: screenshot Aerius-calculator, rekenresultaat (berekening via aerius.nl)
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
24
Conclusie stikstofparagraaf: Het resultaat van de berekeningen luidt: er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar (zie bijlage 5, Aerius-berekening). Daarmee staat op voorhand vast dat de activiteiten, nodig tijdens de voorbereiding, de bouw en het wonen binnen het gewenste plan, in de “worst-case”-benadering geen nadelig effect hebben op de instandhoudings-doelstellingen van de omliggende beschermd Natura-2000 gebieden. De stikstofdepositie ten gevolge van de activiteiten tijdens de bouw- en woonfase vormt daarmee geen belemmering voor het uitvoeren van het gewenste plan.
3.8 Verkeer en parkeren Verkeer Het initiatief heeft betrekking op het bouwen van een vrijstaande woning met bijbehorend bijgebouw. Qua verkeerbewegingen van en naar de planlocatie zal er ten opzichte van de huidige planologische situatie (“agrarisch”), een lichte toename zijn. De verkeersafwikkeling van en naar de woning blijft plaatsvinden via de bestaande inrit naar het perceel. Parkeren Voorliggend initiatief heeft betrekking op het bouwen van een bestaande vrijstaande woning met bijbehorend bijgebouw op een perceel van in totaal ruim 3.800 m2. Binnen het plangebied wordt op eigen terrein voldoende ruimte gecreëerd om te voorzien in de eigen parkeerbehoefte die ontstaat als gevolg van de beoogde ontwikkeling.
3.9 Economische haalbaarheid Het plan wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten in verband met de realisatie zijn dan ook voor rekening van initiatiefnemer. De kosten voor het volgen van de procedure zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer worden doorberekend. Voor de gemeente zijn er geen andere kosten verbonden aan dit plan waardoor het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht te zijn aangetoond. Met de initiatiefnemer wordt een planschadeovereenkomst afgesloten.
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
25
4 CONCLUSIE Het is de wens van initiatiefnemer om op de locatie op Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo een vrijstaande woning met bijbehorend bijgebouw te realiseren. In deze ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat er met het bouwplan van een woning op deze locatie sprake is van een goede ruimtelijke ordening en is er sprake van een blijvend goed woon- en leefklimaat.
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
26
5 BIJLAGEN 1. Schetsontwerp ERS, beoogde situatie woning 2. Schetsontwerp ERS, beoogde situatie bijgebouw; 3. Verkennend bodemonderzoek, Montferland Milieu; 4. Toets Flora en Fauna, Staro; 5. Stikstofdepositieberekening Aerius-calculator.
Ruimtelijke onderbouwing Kalverweidendijk ong. te Dinxperlo
27