Reactie.pdf
Tekst van het document
Wat de reactie van Laborijn over de zienswijzen en actieve informatieplicht betreft. De volgende opmerkingen daarbij: (1) Het is een ruime formulering, dat klopt, maar in de praktijk leidt die maar heel zelden tot discussie, omdat voor iedereen duidelijk is wanneer die impact aan de orde is ( zo leert de praktijk in Doetinchem, waar we over zgn. ‘grote onderwerpen’ praten) en daar waar discussie ontstaat is die discussie politiek relevant. (2) Het klopt dat de actieve informatieplicht in de voorgestelde regeling Laborijn zo omschreven is dat alles wat in het belang is voor de raden medegedeeld wordt. In die zin valt daar alles onder. Het amendement preciseert dit wat nader en geeft daarmee duidelijkheid over wanneer de actieve informatieplicht in elk geval geldt. (3) Anders dan Laborijn betoogt, ligt het voorstel rondom zienswijzen wel degelijk in lijn met wat de wetgever beoogt met de gewijzigde Wgr. De wetgever beoogt de positie van de raden te versterken, o.a. door de zienswijzeprocedure te verruimen naar meerdere besluiten. Dit kunnen van te voren benoemde besluiten zijn (zoals over de begroting, enzovoort), maar dit kunnen ook besluiten zijn over onderwerpen die een grote impact hebben. Anders gezegd, de opvatting van Laborijn lijkt mij een te beperkte opvatting over wat de wetgever beoogd heeft. Wat de reactie van Laborijn over de begrotingscyclus betreft.
Dit jaar was Laborijn de enige GR die zich geconfronteerd zag met een moeilijk planningsopgave bij de begroting. Ik meende dat dat kwam doordat zij zich gefocust hadden op de nieuwe eindtermijn en zich onvoldoende gerealiseerd hadden dat de zomerperiode een lastige periode was om zienswijzen bij raden op te halen. Na overleg hierover heeft Laborijn de termijn van aanlevering aangepast, zodat de raden tijd hadden om in te spreken. Hiermee werd de aanlevertermijn ongeveer gelijk aan de aanlevertermijnen in de jaren daarvoor. Er veranderde dus niet zoveel. Rob Janssens