Raadsmededeling 96-2021 beantwoording schriftelijke vragen over beleidskader gemeenschapshuizen 2021.pdf
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
96-2021 27 mei 2021 11 mei 2021 G. Massen J.C. Wikkerink Beantwoording schriftelijke vragen fracties CDA, VVD, CU en D66 over het raadsvoorstel tot vaststelling van de Kadernota beleidskader gemeenschapshuizen 2021
Aanleiding: Het raadsvoorstel tot vaststelling van de Kadernota ‘Beleidskader gemeenschapshuizen 2021’ staat geagendeerd voor de beeldvormende raadsvergadering van 31 mei 2021. Naar aanleiding van de hiervoor toegestuurde stukken hebben de raadsfracties van CDA, VVD, CU en D66 schriftelijke vragen gesteld. Deze vragen worden middels deze raadsmededeling beantwoord. Inhoud mededeling: Beantwoording schriftelijke vragen CDA: 1. Hoe ziet de concrete invulling en financiële ondersteuning van het Platform Aalten eruit? Antwoord: Platform Aalten is (op eigen initiatief) een overleg- en samenwerkingsverband van alle lokale gemeenschapshuizen, belangenverenigingen en de Zorgcoöperatie Barlo/Dale. De deelnemers in het Platform willen elkaar versterken door onderlinge samenwerking en kennisoverdracht, maar ook in het kader van o.a. burgerparticipatie een klankbord zijn voor de gemeente Aalten op diverse terreinen, zowel in de voorbereiding naar nieuw beleid als uitvoering en/of evaluatie van bestaand beleid. Tevens wil het Platform Aalten aanspreekpunt/gesprekspartner zijn voor Figulus Welzijn en andere organisaties en instellingen om gezamenlijk thema’s te bespreken en plannen/beleid te ontwikkelen. Het Platform Aalten wordt door de gemeente financieel ondersteund met een vrij besteedbare en verantwoordingsvrije structurele organisatiesubsidie van € 2.000,00 per jaar.
De brede welzijnsorganisatie Figulus Welzijn biedt professionele ondersteuning bij het functioneren van het Platform en verzorgt het secretariaat. Deze professionele ondersteuning wordt bekostigd uit het algemeen budgetsubsidie, dat Figulus Welzijn jaarlijks van de gemeente ontvangt. 2. De gemeente maakt de gerichte inzetbaarheid van Figulus financieel mogelijk.” Geldt dit binnen de bestaande afspraken, of worden hier aanvullende afspraken met Figulus over gemaakt? Antwoord: Met Figulus Welzijn zijn hierover, op basis van de systematiek volgens de ‘beleidsgestuurde contract financiering’ afspraken gemaakt. Volgens deze cyclus wordt deze gerichte inzet van professionele uren bij Figulus Welzijn periodiek geëvalueerd en worden, indien nodig,
Pagina 1 van 6
daarover aanvullende of nieuwe prestatie-afspraken gemaakt.
3. Aanpassing van de subsidiaire beleidsregels is noodzakelijk om de financiële ondersteuning van de gemeenschapshuizen formeel vorm te geven. Wanneer verwacht het college met een nieuw subsidiebeleid naar de raad te komen? Antwoord: Overeenkomstig het dualisme ligt de besluitvorming over de uitvoerende subsidiebeleidsregels op basis van artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening bij het college. De basis voor deze praktische uitvoering wordt dan gevormd door de uitgangspunten van het door de raad vastgestelde algemene beleidskader op dat betreffende beleidsterrein. Uiteraard zal de raad geïnformeerd worden over deze praktische uitwerking. Ons college verwacht hierin nog voor het eind van dit jaar belangrijke stappen te hebben gezet. 4. N.a.v. de inspraak zijn tekstuele aanpassingen gedaan. Hebben de briefschrijvers de aanpassingen onder ogen gekregen en heeft het college hier reacties op ontvangen? Antwoord: Ja, de participatie- en inspraaknotitie is aan de besturen van de gemeenschapshuizen toegezonden. Van de gelegenheid om op deze aanpassingen te reageren is geen gebruik meer gemaakt. 5. Wat heeft het college concreet gedaan met de aanbevelingen van de Sociale Raad? Of is men voornemens iets met deze aanbevelingen te doen? Antwoord: Ons college zal zo spoedig mogelijk inhoudelijk reageren op de opmerkingen en aanbevelingen van de Sociale Raad.
Wij zullen uw raad hierover informeren. Wij proeven echter bij de Sociale Raad algemene instemming met het nieuw voorgestelde beleidskader voor gemeenschapshuizen. Wij stellen in ieder geval vast dat een aantal adviezen aansluiten bij de algemene uitgangspunten van de kadernota en zullen, daar waar van toepassing, hiermee bij de verdere praktische uitwerking van dit beleidskader zoveel mogelijk rekening houden. Beantwoording schriftelijke vragen VVD: ONDERWERP Vragen 1.
Voorstel beleidskader gemeenschapshuizen. U stelt dat de multifunctionele gemeenschapshuizen als sociaal-maatschappelijke basisvoorzieningen een belangrijke rol spelen in de bevordering van participatie, sociaal contact, etc. U wilt dit op termijn structureel gaan belonen (convenant per gemeenschapshuis betaald uit Versterking inloopvoorziening Transformatieplan Sociaal Domein € 20.000 en via samenvoeging van incidentele projectsubsidie en Noaberfonds voor vernieuwing van het aanbod). In het collegebesluit staat een budget genoemd. Is dat budget toereikend volgens u? Zijn er ook nog andere inkomstenbronnen hiervoor vanuit Rijk of provincie? Antwoord: Het budget waar u hoogstwaarschijnlijk op doelt is een ambtelijke inschatting van het bedrag dat in eerste instantie geraamd zou kunnen worden voor de uitvoering van de beoogde structurele subsidieregeling met betrekking tot het grootonderhoud van de gemeenschapshuizen. Hiervoor is nog geen dekking in de gemeentebegroting aanwezig. Ons college heeft besloten uw raad hiervoor voorshands nog geen voorstel tot begrotingswijziging te doen. Naar onze mening dient, middels het opstellen van MOP’s, eerst meer inzicht verkregen te worden in de huidige staat van onderhoud van de diverse panden en de financiële aspecten hiervan.
Pagina 2 van 6
Voor het bekostigen van groot-onderhoud van gemeenschapshuizen bestaan geen andere landelijke of provinciale regelingen. Wel kent de Provincie Gelderland in het kader van de leefbaarheid de subsidieregeling aanpassingen gemeenschapsvoorzieningen in de provincie Gelderland. Op basis van deze regeling kunnen gemeenschapshuizen onder randvoorwaarden subsidie krijgen voor o.m. investeringen in het toegankelijk maken van het gebouw voor minder-validen en chronisch zieken, verduurzamen van het pand, het aanpassen van het gebouw voor nieuwe welzijnsactiviteiten en inrichten van de buitenruimte als nieuwe ontmoetingsplek. 2.
Een van de uitgangspunten is de aandachtsverschuiving van het beschikbaar stellen van ruimten naar het zelfstandig organiseren van vraaggerichte sociaalmaatschappelijke activiteiten voor kwetsbare groepen van inwoners. Kunt u zo concreet mogelijk aangeven welke activiteiten de gemeente nog meer graag uitgevoerd ziet? Antwoord: Welke sociaal maatschappelijke activiteiten er door en/of in de diverse gemeenschapshuizen aangeboden worden is in onze ogen vooral afhankelijk van de lokale behoefte van de inwoners. Wel zullen de activiteiten moeten passen in het gemeentelijk beleidskader van de in voorbereiding zijnde Integrale Nota Sociaal Domein. Een voorstel tot vaststelling van dit brede beleidskader sociaal domein zal uw raad in de loop van dit jaar worden voorgelegd.
3.
Begrijp ik het goed dat afhankelijk van de uit te voeren activiteiten een financiering voor de gemeenschapshuizen te verwachten is? En dat dit dan in de diverse convenanten vastgelegd wordt door middel van prestatieafspraken die makkelijk te controleren zijn en niet teveel papierwerk vragen? Antwoord: Subsidiëring van zelfstandig door de gemeenschapshuizen georganiseerde sociaal maatschappelijke activiteiten kan op basis van de uitgangspunten van dit nieuwe beleidskader op twee manieren plaatsvinden. Zo wordt enerzijds structurele financiële ondersteuning van een aantal vast aangeboden activiteiten mogelijk gemaakt op basis van een af te sluiten convenant. Anderzijds wordt via een incidentele regeling (middels samenvoeging en herformulering van de projectsubsidieregeling en het Naoberfonds) de mogelijkheid geboden op incidentele basis subsidie te ontvangen voor nieuwe of vernieuwende activiteiten met een duidelijke meerwaarde ten opzichte van het bestaande aanbod. Het is de zelfstandige keuze van het gemeenschapshuis van deze subsidiemogelijkheden gebruik te maken. Conform de wens van de gemeenschapshuizen en de Sociale Raad zal de procedure voor aanvraag en verantwoording hiervan zo eenvoudig mogelijk worden gehouden.
4.
Kunt u aangeven of het mogelijk is dat deze sociaal-maatschappelijke activiteiten inkomsten opleveren voor de gemeenschapshuizen die (deels) ingezet kunnen worden voor het meerjarenonderhoudsprogramma? Antwoord: Uitgangspunt is dat meer activiteiten in het gemeenschaphuis ook meer inkomsten (bijv. huur en baromzet) betekenen. Meer inkomsten betekent een beter exploitatieresultaat. En een beter exploitatieresultaat betekent meer ruimte om bijv. een MOP op te stellen of te reserveren voor onderhoud. De besturen van de gemeenschapshuizen zijn en blijven echter zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van hun inkomsten. De gemeente zal hier niets in voorschrijven. Volgens dit beleidskader kan ieder gemeenschapshuis een subsidie aanvragen voor het opstellen van een MOP. Dit blijft een zelfstandige keus voor ieder bestuur. Wil men echter in aanmerking komen voor een structureel subsidie in
Pagina 3 van 6
groot-onderhoudskosten, zal men hiervoor verplicht zijn een MOP in te dienen. 5.
Hoe zorgt de gemeente er voor dat kennis en kunde niet alleen bij externe organisaties ondersteund wordt (Figulus, DKK, Aaltense Uitdaging) maar juist bij (de vrijwilligers van) het gemeenschapshuis? Antwoord: De bedoeling is dat de professionele actuele vakkundige kennis die aanwezig is bij de o.m. door u genoemde organisaties actief (via bijv. seminars, kennissessies, ondersteuningstrajecten etc.) wordt overgedragen aan en eigengemaakt bij de besturen en vrijwilligers van de diverse gemeenschapshuizen. Over onder meer deze deskundigheidsbevordering van de vrijwilligers, betrokken bij de gemeenschapshuizen, worden in het kader van de structurele subsidiëring van deze organisaties zo concreet mogelijke afspraken gemaakt.
6.
Is het mogelijk dat er betaalde krachten bij het gemeenschapshuis komen te werken die de sociaal-maatschappelijke activiteiten die zo nodig zijn voor de leefbaarheid organiseren? Zijn daar ook subsidies voor? Antwoord: Ons beleid is er niet op gericht dat elk gemeenschaphuis (verder) professionaliseert door betaalde krachten in dienst te nemen, gericht op het organiseren van de activiteiten. Dergelijke vaste lasten drukken veelal (te) zwaar op de exploitatie van een gemeenschapshuis. Wij kennen daar ook geen subsidieregelingen voor. Alle gemeenschapshuizen kunnen zich bij het organiseren van sociaal maatschappelijke activiteiten kostenvrij laten ondersteunen door de professionele social workers en talentverbinders, centraal in dienst bij Figulus Welzijn en via het budgetsubsidie (mede-)gefinancierd door de gemeente. In onze ogen blijven gemeenschapshuizen met name vrijwilligersorganisaties, bedoeld voor en gedragen door de lokale gemeenschap.
7.
Hoe denkt het college over één (betaald) gezicht van het dorp/buurtschap of van het gemeenschapshuis/dorpsvereniging waar inwoners met al hun vragen en problemen terecht zouden kunnen? Een soort sociale wijkzuster/wijkbroeder? Antwoord: Deze vraag staat in onze ogen los van het nu ter vaststelling voorliggende algemene beleidskader voor gemeenschapshuizen. Ons uitgangspunt is dat de professionele welzijnsorganisaties, dan wel de gemeentelijke organisatie zelf, dermate goed en duidelijk toegankelijk zijn dat iedere inwoner voor beantwoording van zijn of haar vraag de juiste weg weet te vinden.
8.
Paracommercie – Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de sociaal ondernemer en de commercieel ondernemer elkaar niet bijten, maar elkaar misschien zelfs versterken? Antwoord: Met de paracommerciële aspecten van de exploitatie van de gemeenschapshuizen zal bij de verdere uitwerking van het algemeen beleidskader rekening worden gehouden. Hier valt nu inhoudelijk nog niet in detail iets over te zeggen. Wel heeft ons college aangegeven dat hierbij aansluiting gezocht wordt bij de in voorbereiding zijnde nieuwe horecavisie.
9.
Kunt u de gedachtegang achter de teruggave van de OZB uitleggen? En om welke bedragen gaat het dan bij benadering? Antwoord:
Pagina 4 van 6
Voor het subsidiebedrag dat via het af te sluiten convenant aan de gemeenschapshuizen als tegenprestatie wordt aangeboden voor het organiseren van een vast aanbod aan sociaal maatschappelijke activiteiten, wordt door ons gedacht aan de omvang van de aanslag OZB. Onze filosofie hierbij is dat hoe groter het gemeenschapshuis is, hoe groter de mogelijkheden zijn voor sociaal maatschappelijke activiteiten en ook hoe hoger de OZB-aanslag, en daarmee de financiële compensatie voor die activiteiten, is. Gedacht kan hierbij dan worden aan bijdragen variërend per gemeenschapshuis van ca. €1.000 tot € 6.000. 10.
Wat is het advies van de Sociale Raad over deze kadernota? Antwoord: Het advies van de Sociale Raad is rechtstreeks aan de raadsfracties meegestuurd. Zie verder beantwoording vraag 5 CDA.
Beantwoording vragen CU: 1. In het raadsvoorstel staat beschreven dat de gemeenschapshuizen zo zelfstandig en onafhankelijk mogen kunnen blijven functioneren. Welk beeld heeft het college hierbij? Antwoord: De besturen van de gemeenschapshuizen hebben zelf aangegeven veel waarde te hechten aan behoud van hun onafhankelijkheid en zelfstandigheid. Dit werd ook onderschreven in het onderzoeksrapport van de Rekenkamercommissie. Omdat wij gemeenschapshuizen beschouwen als voorzieningen voor en vooral door de gemeenschap zelf, achten wij een dergelijke onafhankelijkheid en zelfstandigheid ook op zijn plaats. De lokale gemeenschap creëert in onze visie zelfstandig een dergelijke ontmoetingsplaats, indien daaraan behoefte bestaat. Onze subsidierelatie zal zo zijn vormgegeven dat elk gemeenschapshuis zelf bepaalt op welke gemeentelijke financiële ondersteuning zij een beroep wil doen. Door te besluiten een beroep te doen op een subsidieregeling, stemmen zij overigens wel in met de daarbij behorende criteria en verantwoordingsplicht. 2. Er staat beschreven dat er nog geen zicht is op de actuele staat van onderhoud van de bestaande gemeenschapshuizen. Wanneer kan het college hierover meer duidelijkheid geven? Antwoord: Dit inzicht proberen wij zo spoedig mogelijk te verkrijgen om op dit aspect vervolgens een praktische subsidiebeleidsregel te kunnen vaststellen.
Voor dit inzicht hebben we uiteraard wel de vrijwillige medewerking van de gemeenschapshuizen nodig. Zij zullen hiervoor bereid moeten zijn inzicht te geven in reeds bestaande MOP’s of bereid moeten zijn een nieuwe(re) MOP op te stellen. Nogmaals, als een individueel gemeenschapshuis er voor kiest geen beroep te doen op de mogelijkheid voor een structureel gemeentelijk subsidie in de grootonderhoudskosten, kunnen zij ook niet verplicht worden een MOP op te stellen. Gelet op het feit dat er voor deze regeling nog geen budget beschikbaar is in de ontwerpgemeentebegroting 2022 en gezien ook de huidige financiële positie, lijkt opvoering van een dergelijk budget in de gemeentebegroting 2023 het meest voor de hand te liggen. Beantwoording vraag D66: 1. Het aanvragen van subsidies is complex en tijdsintensief. De besturen van de gemeenschapshuizen zijn over het algemeen vrijwilligers. Welke expertise en ondersteuning wordt deze besturen geboden? En hebben de talentverbinders de juiste financiële en bestuurlijke kennis en benodigde tijd hiervoor? Antwoord: Vanuit de taak verenigingsondersteuning kan ook voor dit vraagstuk een beroep gedaan worden op de kennis en ervaring van de social workers en talentverbinders in dienst bij
Pagina 5 van 6
Figulus. Zo hebben de talentverbinders begin dit jaar in samenwerking met vindsubsidies.nl een webinar gegeven over externe financiering voor (sport- en cultuur)verenigingen. Gelet op de huidige taakomschrijving en taakuitoefening van deze professionals beperkt zich dit overigens wel tot informatie, advies en het leggen van verbindingen tussen organisaties en deskundige partijen. Het aanvragen van externe financieringsbronnen voor investeringen, projecten en activiteiten blijft uiteraard wel een eigen verantwoordelijkheid van de aanvragende partij. Op dit vlak kunnen dorpsbelangenverenigingen en gemeenschapshuizen in Gelderland (kostenloos) deskundig advies en ondersteuning krijgen via de Leefbaarheidsalliantie Gelderland (waarin onder meer de Vereniging Dorpshuizen en Kleine Kernen Gelderland participeert). Zij denken mee over een succesvolle projectaanvraag en werken veel samen met regionale en landelijk fondsen. Zij delen deze kennis ook actief via het Platform Leefbaarheid en een actuele Kennisbank en doen aan deskundigheidsbevordering voor initiatiefnemers via kortdurende trainingen en workshops. Ook de oprichting van het Platform Aalten speelt hierin een rol. Eén van de doelen van dit Platform is individuele versterking door onderlinge kennisoverdracht.
Zo is het ook de bedoeling dat de deelnemers via dit Platform ook hun ervaringen met het aanvragen van externe subsidies en fondsenwerving delen en elkaar tips kunnen geven voor het opstellen van een succesvolle aanvraag. Daarnaast deelt de gemeente via het secretariaat van het Platform op een eenvoudige wijze actief informatie met de betrokken belangenorganisaties en gemeenschapshuizen over eventuele relevante nieuwe subsidieregelingen, die haar bekend zijn geworden (onder meer via vindsubsidies.nl).
De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd:
Pagina 6 van 6
Vragen CDA fractie beleidskader gemeenschapshuizen.
Het CDA heeft de volgende vragen betreffende het beleidskader gemeenschapshuizen: - hoe ziet de concrete invulling en financiële ondersteuning van Platform Aalten eruit? - “de gemeente maakt de gerichte inzetbaarheid van Figulus financieel mogelijk.” Geldt dit binnen de bestaande afspraken, of worden hier aanvullende afspraken met Figulus over gemaakt? - aanpassing van de subsidiaire beleidsregels is noodzakelijk om de financiële ondersteuning van de gemeenschapshuizen formeel vorm te geven. Wanneer verwacht het college met een nieuw subsidiebeleid naar de raad te komen? - nav de inspraak zijn tekstuele aanpassingen gedaan. Hebben de briefschrijvers de aanpassingen onder ogen gekregen en heeft het college hier reacties op ontvangen? - wat heeft het college concreet gedaan met de aanbevelingen van de Sociale Raad? Of is men voornemens iets met deze aanbevelingen te doen?
VVD vragen beleidskader gemeenschapshuizen
ONDERWERP Vragen 1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9. 10.
Voorstel beleidskader gemeenschapshuizen. U stelt dat de multifunctionele gemeenschapshuizen als sociaal-maatschappelijke basisvoorzieningen een belangrijke rol spelen in de bevordering van participatie, sociaal contact, etc. U wilt dit op termijn structureel gaan belonen (convenant per gemeenschapshuis betaald uit Versterking inloopvoorziening Transformatieplan Sociaal Domein € 20.000 en via samenvoeging van incidentele projectsubsidie en Noaberfonds voor vernieuwing van het aanbod). In het collegebesluit staat een budget genoemd. Is dat budget toereikend volgens u? Zijn er ook nog andere inkomstenbronnen hiervoor vanuit Rijk of provincie? Een van de uitgangspunten is de aandachtsverschuiving van het beschikbaar stellen van ruimten naar het zelfstandig organiseren van vraaggerichte sociaalmaatschappelijke activiteiten voor kwetsbare groepen van inwoners.
Kunt u zo concreet mogelijk aangeven welke activiteiten de gemeente nog meer graag uitgevoerd ziet? Begrijp ik het goed dat afhankelijk van de uit te voeren activiteiten een financiering voor de gemeenschapshuizen te verwachten is? En dat dit dan in de diverse convenanten vastgelegd wordt door middel van prestatieafspraken die makkelijk te controleren zijn en niet teveel papierwerk vragen? Kunt u aangeven of het mogelijk is dat deze sociaal-maatschappelijke activiteiten inkomsten opleveren voor de gemeenschapshuizen die (deels) ingezet kunnen worden voor het meerjarenonderhoudsprogramma? Hoe zorgt de gemeente er voor dat kennis en kunde niet alleen bij externe organisaties ondersteund wordt (Figulus, DKK, Aaltense Uitdaging) maar juist bij (de vrijwilligers van) het gemeenschapshuis? Is het mogelijk dat er betaalde krachten bij het gemeenschapshuis komen te werken die de sociaal-maatschappelijke activiteiten die zo nodig zijn voor de leefbaarheid organiseren? Zijn daar ook subsidies voor? Hoe denkt het college over één (betaald) gezicht van het dorp/buurtschap of van het gemeenschapshuis/dorpsvereniging waar inwoners met al hun vragen en problemen terecht zouden kunnen? Een soort sociale wijkzuster/wijkbroeder? Paracommercie – Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de sociaal ondernemer en de commercieel ondernemer elkaar niet bijten, maar elkaar misschien zelfs versterken?
Kunt u de gedachtegang achter de teruggave van de OZB uitleggen? En om welke bedragen gaat het dan bij benadering? Wat is het advies van de Sociale Raad over deze kadernota?
Vragen ChristenUnie gemeenschapshuizen
Voorstel kadernota beleidskader gemeenschapshuizen 1. In het raadsvoorstel staat beschreven dat de gemeenschapshuizen zo zelfstandig en onafhankelijk mogen kunnen blijven functioneren. Welk beeld heeft het college hierbij? 2. Er staat beschreven dat er nog geen zicht is op de actuele staat van onderhoud van de bestaande gemeenschapshuizen. Wanneer kan het college hierover meer duidelijkheid geven?
Schriftelijke vraag Beleidsnota: Gemeenschapshuizen
Pagina 12: “Hiervan zou informatie over en steun bij het benaderen van externe financieringsbronnen/ fondsen onderdeel uit kunnen maken. De samenwerkende partijen binnen dit project Talent kunnen dit dan opnemen in de taakomschrijving/-uitoefening van de talentverbinders” Vraag: Het aanvragen van subsidies is complex en tijdsintensief. De besturen van de gemeenschapshuizen zijn over het algemeen vrijwilligers. Welke expertise en ondersteuning wordt deze besturen geboden? En hebben de talentverbinders de juiste financiële en bestuurlijke kennis en benodigde tijd hiervoor?