Raadsmededeling 65-2024 Hoogspecialistische Jeugdzorg
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
65-2024 11 april 2024 A. Tiemessen A.J. te Lindert Hoogspecialistische jeugdzorg
Aanleiding: De brandbrief die de zeven Gelderse jeugdhulpregio’s op woensdag 27 maart 2024 verstuurd hebben naar staatssecretaris van Ooijen (demissionair), de VNG en cc naar de leden van de Tweede Kamer Commissie. De brief gaat over de zorgen en ontwikkelingen rondom terugdringen en transformeren van residentiële jeugdhulp binnen de zeven jeugdregio's van de provincie Gelderland en de twee jeugdregio's van de provincie Overijssel. Daarbij informeren we u over het lopende bovenregionale Gelderse verwervingstraject Essentiële jeugdhulpfuncties, dat ook een onderliggende reden voor de brandbrief is. Talrijke inspectierapporten, onderzoeken en verhalen van ervaringsdeskundigen laten zien dat het in de hoogspecialistische jeugdzorg niet goed gaat. Eén van de punten waarop het misloopt is het ontbreken van passende behandeling in verblijf. De zeven Gelderse jeugdhulpregio’s (G7), waaronder de Achterhoek, zijn al ruim anderhalf jaar zeer intensief bezig, samen met de benodigde partners uit de jeugdhulp om de broodnodige samenwerking en het toevoegen van de passende zorg te regelen. Dat betekent dat alle partijen, dus zowel regio’s/gemeenten, verwijzers als aanbieders, zich verplichten samen zorg te bieden op alle problematieken. Ook de twee jeugdzorgregio’s in Overijssel (O2) voeren beleid dat gebaseerd is op deze visie.
Inhoud mededeling: Het recent verschenen rapport van Jason Bhugwandass ‘Eenzaam gesloten’ (onderzoek naar de ervaringen van jongeren met ZIKOS), is door de bestuurders van de G7 en O2 aangegrepen om een tweetal zaken onder de aandacht te brengen van het ministerie van VWS en de VNG met een brandbrief. De brandbrief is bijgevoegd bij deze raadsmededeling. De bestuurders jeugdhulp in de G7/O2 hebben net als collega-bestuurders in het land, met verbijstering kennisgenomen van het rapport. Tegelijkertijd valt dit samen met knelpunten die al langer zichtbaar zijn in de hulp aan jeugdigen met complexe problematiek. Met de brandbrief wordt aan de ene kant aandacht gevraagd voor het kunnen bieden van integrale hulp, die zorgt voor een passende behandeling in de verblijfssetting, waarbij ook de inrichting van de verblijfsplek passend/kleinschaliger is. Aan de andere kant wordt aandacht gevraagd voor de structurele meerkosten van kleinschaligheid, zowel voor de resterende kleinschalige JeugdzorgPlus als voor de alternatieve residentiële plekken. De bestuurders vragen het ministerie en de VNG om flexibele financiële afspraken, die het voor gemeenten mogelijk maken om alternatieven voor JeugdzorgPlus te ontwikkelen zodat we kleinschalige, persoonlijke en integrale zorg structureel kunnen bekostigen.
Gezamenlijke verwerving essentiële jeugdhulpfuncties G7 Om de problemen en knelpunten op te lossen, is het nodig om de hoogspecialistische zorg anders en beter te organiseren. Voor dit type zorg heeft de regio vaak onvoldoende schaalgrootte om de hoog specialistische kennis regionaal te waarborgen. Zoals al aangegeven bij de aanleiding werken de Gelderse jeugdhulpregio’s met betrokken partijen in het veld samen om deze zorg te verbeteren, te transformeren én de beschikbaarheid te garanderen. We gaan het samen anders doen voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen die jeugdhulp nodig hebben. Vanuit deze insteek zijn 16 Pagina 1 van 2
jeugdhulpaanbieders en de 56 gemeenten binnen de G7 halverwege 2022 gestart met de voorbereiding van het verwervingstraject voor essentiële functies. Ze kijken samen naar wat nodig is, waar het goed gaat en waar verbetering noodzakelijk is. Het is een intensief traject om samen de opdracht voor essentiële functies te formuleren en uit te werken. Uiterlijk op 2 april hebben alle Gelderse regio’s/gemeenten ingestemd met de inhoudelijke keuzes zoals opgenomen in de inkoopdocumenten voor de bovenregionale verwerving Essentiële Functies. Ook de betrokken aanbieders hebben hierover een besluit genomen. Op basis van deze besluiten worden met de meegegeven opmerkingen door alle gemeenten/regio’s/aanbieders, de inkoopdocumenten definitief gemaakt. De besluitvorming door de colleges over de definitieve stukken vindt eind juni plaats, waarna per 1 juli het verwervingstraject zal starten. De bedoeling is dat per 1 januari 2025 de contracten tussen alle Gelderse gemeenten binnen de zeven regio’s en de jeugdhulpaanbieders van kracht zijn. Vanwege de stevige transformatieopdracht die hieraan gekoppeld wordt, is het nodig om een langdurige samenwerkingsrelatie aan te gaan. We maken daarom afspraken voor een periode van zeven jaar, waarbij flexibiliteit in de contracten is aangebracht zodat afspraken jaarlijks (of eerder, indien afgesproken) worden herzien.
Deze ontwikkeling brengt een kostenstijging voor de contractering van deze jeugdzorgvormen met zich mee. Dit komt door de vanuit het Rijk opgelegde transformatie van Jeugdhulp met verblijf, die een beweging naar kleinschaligheid moet maken. Daarnaast zijn er met nieuw in te kopen producten hogere tarieven van toepassing. De VNG is namens de gemeenten in onderhandeling over voldoende rijksmiddelen om de beoogde transformatie van de jeugdzorg te realiseren. Hierover zijn afspraken gemaakt in de Hervormingsagenda Jeugd. De uitkomsten hiervan zijn nog onbekend, als ook besluitvorming door het Rijk om extra middelen beschikbaar te stellen en/of de voorgenomen bezuiniging niet door te voeren voor de jeugdzorg. Naar alle waarschijnlijkheid komt hierover in 2025 duidelijkheid. Op basis van de Jeugdwet zijn gemeenten (financieel) verantwoordelijk voor het bieden van alle vormen van jeugdhulp. De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: - Brandbrief bestuurlijk overleg G7/O2 naar aanleiding van onderzoek ZIKOS. - Collegevoorstel Inhoudelijke keuzes inkoopdocument bovenregionale verwerving Essentiële Functies
Pagina 2 van 2
+O2 Brandbrief naar aanleiding van onderzoek ZIKOS Datum:
22 maart 2024
Aan:
VNG/Staatssecretaris van VWS
Van:
Bestuurlijk overleg G7/O2
Aanleiding Op dinsdag 12 maart jl. presenteerde Jason Bhugwandass het rapport ‘Eenzaam opgeslotenonderzoek naar de ervaringen van jongeren met ZIKOS’1. In het onderzoek beschrijven jongeren de praktijk van de afgelopen 10 jaar zoals zij deze op de ZIKOS afdelingen ervaren hebben. De verhalen zijn schokkend; het leefklimaat dat de jongeren beschrijven is uiterst repressief, er worden uitzonderlijk veel vrijheidsbeperkende maatregelen gebruikt en emotionele steun of een ondersteunende benadering ontbreekt. Pijnlijk duidelijk wordt hoeveel emotionele schade aan jongeren is toegebracht door het verblijf op deze groepen. Verblijf dat gemiddeld langer duurde dan de 3 maanden die voor de ZIKOS opname staat. We hebben als bestuurders jeugdzorg in de G7 (de zeven Gelderse jeugdregio’s) / O2 (de twee Overijsselse jeugdregio’s) met verbijstering kennis genomen van het rapport. Tegelijkertijd valt dit samen met knelpunten die al langer zichtbaar zijn in de hulp aan jeugdigen met complexe problematiek. Door de actualiteit van dit rapport voelen we urgentie om deze gebeurtenissen te benutten en een tweetal zaken onder uw aandacht te brengen. Het moet namelijk echt beter.
Integrale hulp Talrijke inspectierapporten, onderzoeken en verhalen van ervaringsdeskundigen laten zien dat het in de hoogspecialistische jeugdzorg niet goed gaat. Eén van de punten waarop het misloopt is het ontbreken van passende behandeling in verblijf. Kinderen wachten soms maandenlang op de juiste therapie of behandeling2 en/of worden veelvuldig overgeplaatst naar andere voorzieningen. Er is veel behoefte aan passende hulp bij verslaving en psychiatrische problematiek maar jongeren krijgen deze hulp niet. De G7 is al ruim anderhalf jaar zeer intensief bezig, samen met de benodigde partners uit de domeinen J&O, LVB, jeugd-GGZ, verslavingszorg en forensische zorg, om die broodnodige samenwerking en het toevoegen van de passende zorg te regelen. Dat betekent dat alle partijen, dus zowel regio’s, verwijzers als aanbieders, zich verplichten samen zorg te bieden op alle problematieken. Ook de twee jeugdzorgregio’s in Overijssel voeren beleid dat gebaseerd is op deze visie. Dit betekent: indiceren op basis van een Verklarende Analyse, expertise toevoegen waar dat nodig is, opvolgende zorgtrajecten voorkomen dan wel tijdig doorbreken (matched care in plaats van stepped care), altijd contact met het kind maken en ieder kind een perspectief geven.
We denken dat deze manier van werken, die in de G7 in de vorm van Essentiele Functies per 1 januari 2025 van start gaat, ook noodzakelijk is voor de jeugdigen die nu bij JeugdzorgPlus en/of ZIKOS groepen aangemeld worden of daar verblijven.
1
Uitkomsten onderzoek Zikos-afdelingen: voorlopig opnamestop | VNG
Factsheet Onvoldoende passende hulp in de JeugdzorgPlus | Rapport | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (igj.nl) 2
1
+O2 Structurele financiering Staatssecretaris van Ooijen heeft in 2022 de opdracht gegeven de gesloten jeugdzorg voor 2030 af te bouwen en om te bouwen naar kleinschalige voorzieningen3. Hoewel we de financiële uitdaging zeer spannend vinden. staan wij hier als G7/O2 volledig achter. Uit steeds meer onderzoeken4 blijkt dat residentieel verblijf, en specifiek daarbinnen de JeugdzorgPlus, schadelijk is en tot extra beschadiging leidt. We streven ernaar om minder kinderen uit huis te plaatsen. De cijfers laten zien dat de instroom JeugdzorgPlus in de afgelopen jaren flink gedaald is. Voor de kinderen die nog wel een vorm van residentiele jeugdhulp nodig hebben zien we kleinschaligheid als een belangrijke factor om de zorg persoonlijker te maken waardoor er veel minder tot geen repressie meer nodig is in de toekomst. Daarnaast zal er geïnvesteerd moeten worden in het personeel, het werkklimaat en in het leveren van integrale zorg en hebben we te maken met stevige huisvestingskosten van de huidige voorzieningen. De SPUKs voor af- en ombouw naar kleinschaligheid hebben deze beweging deels mogelijk gemaakt. Daarnaast heeft de SPUK voor de Bovenregionale Expertisenetwerken bijgedragen aan het openen van alternatieve voorzieningen.
Daar zijn we blij mee want in de gemeentefinanciën hadden en hebben we de financiële ruimte voor innovatie niet, aangezien er op de lopende jeugdzorgkosten al fikse tekorten zijn. Ondanks deze SPUKs missen wij een belangrijke component om de toekomstige missie voor kleinschalige, persoonlijke en integrale zorg te realiseren: de structurele meerkosten van kleinschaligheid, zowel voor de resterende kleinschalige JeugdzorgPlus als voor de alternatieve residentiele plekken. We zien in 2024 tariefstijgingen ten opzichte van 2023 van 70%. Deze stijging is zó fors dat we dit met ons streven naar minder uithuisplaatsingen niet kunnen compenseren. Anders gezegd: de prijsstijgingen overvleugelen de volumevermindering. Hier ontstaan in 2024 al tekorten door. Onderstaand staatje met de oude tarieven en de nieuwe tarieven uit een onderzoek van KPMG5 laat dit zien:
JeugdzorgPlus
Tarief grootschalig in berekening 2022 €147.150
Bandbreedte tarieven kleinschalig in berekening 2024 (tarief per jeugdige per jaar) €228.00- €358.000
Open 3-Milieu
€107.469
€177.000-€299.000
Kamerbrief passende zorg voor jeugdigen die bescherming en veiligheid nodig hebben | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 4 'Betrek mij gewoon!' | Rapport | Rijksoverheid.nl 5 Een verkenning naar de kosten van af-en ombouw van gesloten jeugdhulp en op te bouwen varianten | Rapport | Rijksoverheid.nl 3
2
+O2 De bandbreedte uit 2024 kunnen wij bevestigen met een intensiteiten-kostprijsmodel voor residentiele jeugdzorg dat wij recent met de hoogspecialistische aanbieders in de G7 hebben ontwikkeld. Daarbij zijn we uitgegaan van reële tarieven. We delen graag onze inzichten met u en de rest van het land. De conclusie blijft hetzelfde als wat we nu al in 2024 ervaren: met deze grote tariefstijgingen ontstaan er tekorten die te groot zijn om te compenseren door verminderen van uithuisplaatsingen, zowel op korte als op lange termijn. De nu voorziene structurele compensatie van 74 miljoen is hoogst waarschijnlijk onvoldoende. Hetzelfde KPMG onderzoek toont aan dat het inschatten van de structurele kosten van de alternatieven nu niet mogelijk is. Het zorgaanbod is nog niet volledig uitgedacht en er is onduidelijkheid over de gewenste capaciteit waardoor een betrouwbare raming van de kosten en omvang van de op te bouwen alternatieven nu niet te maken is. Wat we ervaren hebben is dat het opbouwen van alternatieven door aanloopkosten en leergeld kostbaar is en dat gemeenten hier geen budget voor hebben kunnen reserveren of beschikbaar hebben. De urgentie is er wel. De JeugdzorgPlus krimpt snel en de ontwikkeling van alternatieven verloopt wisselend en nog traag.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd waarschuwde onlangs nog voor het te snel afbouwen van gesloten jeugdzorg zonder opbouw van alternatieven6.
Wat nu nodig is: 1. Het onderzoek ‘Eenzaam opgesloten-onderzoek naar de ervaringen van jongeren met ZIKOS’ vraagt om een stevige, gecoördineerde en onderbouwde visie naar alternatieven voor jongeren met een (acute) psychiatrische crisis in combinatie met gedragsproblemen. We denken dat integrale hulp hier een onderdeel van moet zijn en vragen de VNG om een taskforce in te stellen bestaande uit o.a. ervaringsdeskundigen, wetenschappers, vakinhoudelijk deskundigen om binnen 8 weken met een advies te komen. Onderdeel van deze opdracht moet zijn dat in ieder geval de High Intensive Care units voor J-GGZ meegenomen worden in deze visie aangezien zij dezelfde jongeren zien en een bijdrage kunnen leveren aan een integrale aanpak. 2. We vragen om flexibele financiële afspraken die het voor gemeenten mogelijk maken om alternatieven voor JeugdzorgPlus te ontwikkelen zodat we kleinschalige, persoonlijke en integrale zorg structureel kunnen bekostigen. Kleinschalige woonvormen opbouwen vraagt ontwikkeltijd, ontwikkelruimte, flexibiliteit en financiële ruimte. Zoals de Hervormingsagenda al stelt: Terugdringen en transformeren van residentiële jeugdhulp vergt tijd en investeringen. De opbrengsten zijn weliswaar veelbelovend, maar de omvang en het tempo onzeker.
Dit vereist landelijke regie, een adaptieve veranderstrategie met partners en de bereidheid op basis van de realisatie het plan bij te stellen.
Zorgen over om- en afbouw JeugdzorgPlus (gesloten jeugdzorg) | Nieuwsbericht | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (igj.nl) 6
3
+O2 Uiteraard zijn wij bereid toelichting te geven en in gesprek te gaan over bovenstaande punten of een bijdrage te leveren aan (de totstandkoming van) bovengenoemde taskforce.
Hoogachtend, namens de zeven Gelderse jeugdregio’s (G7) en de twee Overijsselse jeugdregio’s (O2),
Ingrid Timmer Voorzitter G7 Bestuurlijk Overleg
4
MT-besluit gemeente Aalten
Zaakkenmerk/Onderwerp Verantwoordelijk organisatieonderdeel Zaakkenmerk/Documentkenmerk Vertrouwelijkheid
Z/23/132222/Inhoudelijke keuzes inkoopdocument bovenregionale verwerving Essentiële Functies A5 Team Mens en Samenleving Z/23/132222/D-510676 Vertrouwelijk
Toelichting voorstel Samenvatting
Portefeuillehouder: H. te Lindert De zorg voor jeugdigen met complexe en samengestelde problemen op meerdere levensgebieden is niet voldoende. Voor deze weinig voorkomende hulpvragen, waar hoogwaardig specialisme, samenwerking en maatwerk nodig is, hebben de 16 jeugdhulpaanbieders en de 56 gemeenten binnen de Gelderse jeugdhulpregio’s (G7) de handen ineen geslagen. De hoogspecialistische zorg moet anders en beter georganiseerd worden. Dit wordt beoogd met de Essentiële functies (EF). Van het college wordt nu gevraagd in te stemmen met de inhoudelijke keuzes voor de bovenregionale verwerving van de Essentiele Functies, de daarmee gemoeide bekostigingswijze en tarieven en de nader genoemde opmerkingen en randvoorwaarden die meegegeven worden ten behoeve van de implementatiefase.
Voorgestelde beslispunten
1. In te stemmen met de inhoudelijke keuzes zoals opgenomen in de inkoopdocumenten voor de bovenregionale verwerving Essentiële Functies (EF), met de daarin beschreven inhoud en kwaliteit van de opdracht, de wijze van monitoring en sturing en financiering van de opdracht en de te sluiten overeenkomst. 2. In te stemmen met de hiermee gemoeide bekostigingswijze en tarieven per beschreven onderdeel. 3. In te stemmen met de volgende opmerkingen/randvoorwaarden die worden meegegeven bij uitwerking en implementatie van de Essentiële Functies: • Het nader uitwerken van de afbakening tussen de beschikbaarheidsfinanciering voor integrale zorg en de aanvullende integrale zorg die met p*q wordt gefinancierd. De personeelsinzet voor integrale zorg wordt eerst uitgenut (beschikbaarheidsfinanciering) voordat aanvullende integrale zorg (PxQ) wordt ingezet. • Het nader uitwerken van de kostenverdeling/verdeelsleutel tussen de regio’s voor de integrale zorg (beschikbaarheidsfinanciering) en het onvoorwaardelijk wonen.
• In het inkoopdocument wordt de relatie tussen de beschrijving van de doelgroep EF en de functie van de lijst met locaties beter geduid, waarbij voor de locaties onvoorwaardelijk wonen nog gewacht wordt op het definitieve voorstel • De ingezette ondersteuning door de Mobiele Brigade staat ook in het teken van bijdragen aan het lerend vermogen van de aanbieder waar de inzet is gepleegd. • In de overeenkomst moet expliciet genoemd worden op welke onderwerpen aanpassingen worden doorgevoerd op basis van de jaarlijkse monitoring. Deze onderwerpen zijn in ieder geval: - Inzet en kosten van de mobiele brigade per cluster. - Het garantiebedrag voor de Jeugdzorg Plus en het Onvoorwaardelijk Wonen. - Het aantal fte binnen de fte bekostiging van de integrale zorg en welk type professionals benodigd zijn. • In de overeenkomst wordt scherp gedefinieerd binnen welke kaders deze opdracht wordt uitgevoerd, wanneer periodiek getoetst wordt of aan alle randvoorwaarden wordt voldaan en welke consequenties eraan verbonden worden.
Besluit
Inleiding
Akkoord. Hoewel er de laatste jaren positieve ontwikkelingen zijn in de jeugdzorg en veel kinderen goede zorg krijgen, zijn er ook nog steeds kinderen met een complexe zorgvraag die vastlopen in het systeem. Deze kinderen vallen tussen wal en schip. Er is dan sprake van situaties waarin: • Geen enkele jeugdhulpaanbieder de benodigde zorg alleen kan leveren, omdat niet alle benodigde expertise beschikbaar is. • De expertise wel beschikbaar is, maar we het kind daar naartoe verplaatsen. Met soms vele opeenvolgende overplaatsingen. • Zorgaanbieders expertise bij elkaar willen brengen, maar (financiële) schotten en andere bezwaren zoals verantwoordelijkheden, beschikbaarheid en vertrouwen, in de weg staan. Om die problemen op te lossen, is het nodig om de hoogspecialistische zorg - die niet via het LTA (landelijke inkoop) beschikbaar is anders en beter te organiseren. Voor dit type zorg heeft de regio vaak onvoldoende schaalgrootte om de hoog specialistische kennis regionaal te waarborgen. We willen deze zorg verbeteren, transformeren én de beschikbaarheid garanderen. Dat kan alleen als de jeugdhulpregio’s deze essentiële functies in een bovenregionale samenwerking samen met de zorgaanbieders gaan organiseren. Vanwege de stevige transformatieopdracht die hieraan gekoppeld wordt, is het nodig om een langdurige samenwerkingsrelatie aan te gaan.
We maken daarom afspraken voor een periode van 7 jaar. De overeenkomsten gaan in op 1 jan 2025 tot 31 december 2027, met de optie om twee keer twee jaar verlengen. We gaan het samen anders doen voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen die jeugdhulp nodig hebben! Vanuit deze insteek hebben 16 jeugdhulpaanbieders en de 56 gemeenten binnen de G7 halverwege 2022 het inkooptraject voor essentiële functies gezamenlijk voorbereid. Ze kijken samen naar wat nodig is, waar het goed gaat en waar verbetering noodzakelijk is. Het is een intensief traject: om samen de opdracht voor essentiële functies te formuleren en uit te werken. Dit alles vanuit de gedeelde insteek om het goede te doen voor de kinderen en gezinnen die dit zo hard nodig hebben. Heel waardevol in dit traject is de inbreng van de ervaringsdeskundigen, verwijzers, Regionale Expert Teams (RET’s) en het onderwijs. Er is daarbij maar één doel voor ogen: ‘samen betere zorg organiseren’. We verwerven twee diensten die in samenhang moeten worden geleverd: de Mobiele Brigade en Integrale hoog specialistische zorg en verblijf. Er is gekozen voor het gezamenlijk, tussen zorgaanbieders en gemeenten, uitwerken van de opdracht in een ‘toelatingsprocedure’. Vanwege deze aanpak, is de aanbestedingswet niet van toepassing. Daarom spreken we van een ‘verwerving’ en niet van een aanbesteding.
Nadat in maart 2023 de Verwervingsstrategie en in juni 2023 in het Toetredingsdocument zijn vastgesteld, ligt nu het Inkoopdocument voor waarin de inhoudelijke keuzes voor de bovenregionale verwerving Essentiële Functies zijn beschreven.
Argumenten
1.1 Essentiële Functies zijn noodzakelijk om voor onze jongeren een dekkend zorglandschap te bieden Essentiële functies zijn de integrale hoog specialistische zorgvormen (niet vallend onder een regionaal of LTA contract) die zich richten op kwetsbare kinderen en hun gezinnen en/of netwerk. Hun zorgvragen en de oorzaken ervan - zijn divers (heterogeen). Daarmee kan niet gesproken worden over een eenduidige of samenhangende doelgroep. Er is sprake van meervoudige en complexe zorgvragen. Niet één van de problematieken is bovenliggend, maar het is een combinatie van meerdere kernproblemen en de oplossing/aanpak/behandeling vraagt om intersectorale samenwerking. Tegelijkertijd kunnen een aantal beschermende
factoren ontbreken. De combinatie van deze factoren zorgt voor ernstige ontregeling, en/of veiligheidsrisico’s bij het kind zelf en in de omgeving. Het perspectief voor deze kinderen ontbreekt. Door het integreren van de verschillende domeinen waar kinderen met deze complexe problematiek mee kampen, verbeteren we de zorg voor deze kinderen. Kinderen worden beter geholpen, er is meer kans op vermindering van de problematiek en uitstroom uit deze verblijfsfuncties (bijvoorbeeld naar andere verblijfsfuncties in de eigen regio). Er is hierbij geen scherpe afbakening op diagnose of problematiek op kindniveau te maken. Er valt onder andere te denken aan een combinatie van bijvoorbeeld forse externaliserende gedragsproblemen, psychiatrische problematiek of diverse dubbeldiagnoses. Er kunnen ook bijkomende problemen zijn in het gezin zoals een complexe scheiding, huiselijk geweld, financiële problemen, psychiatrische problematiek ouders inclusief verslavingen of mishandeling/verwaarlozing. De beoordeling of de zorgvraag van een kind en gezin past binnen de essentiële functies is altijd professioneel maatwerk op grond van een goede analyse (verklarende analyse).
Het meest belangrijke voor de opdracht is de samenwerking tussen aanbieders uit de sectoren Jeugd- en opvoedhulp (J&O), Licht verstandelijke beperking (LVB), Jeugd-geestelijke gezondheidszorg (jGGZ), Verslavingszorg en Forensische zorg (psychiatrie). We verwerven twee diensten die in samenhang moeten worden geleverd (bijlage 1): • Mobiele brigade: De mobiele brigade is een outreachend team dat actieve consultatieve diensten verleent, om verblijf of een onvrijwillige doorplaatsing te voorkomen, dan wel de stagnatie die soms ontstaat rondom uitstroom uit de essentiële functies te verminderen. • Integrale hoog specialistische zorg en verblijf: Integrale hoogspecialistische zorg is een integraal “totaalpakket” van zorg met verblijf voor de kinderen die in aanmerking komen voor de essentiële functies. Dat betekent dat het verblijf waar nodig op maat aangevuld is met ambulante expertise en kennis van aanbieders uit het voor het leveren van de twee diensten in het geheel, het betreft een integraal samenwerkingsverband. Zodat zij gezamenlijk de passende zorg kunnen bieden. De samenwerkende aanbieders hebben de hoog specialistische kennis en ervaring die benodigd is voor het vormgeven van hoog specialistisch verblijf. De samenwerkende aanbieders zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de opdracht. 1.2 De monitor rondom de transformatie is aangescherpt.
In de transformatieopgave die we samen vormgeven is het gezamenlijk monitoren en sturen op de vastgestelde doelen van belang (ontwikkelen, leren en bijsturen). De monitoring richt zich op het organiseren van getransformeerd aanbod, de afspraken over kwaliteit en effectiviteit binnen de uitvoeringskaders, afspraken rondom bekostiging en randvoorwaarden, zoals concrete doelstellingen en werkbare afspraken. Het is van belang om periodiek te toetsen of er nog aan alle randvoorwaarden wordt voldaan om gezamenlijk effectief te monitoren en sturen. 1.3 De financieringsvormen zijn beter afgestemd op de inhoudelijke keuzes. Er worden verschillende bekostigingswijzen gehanteerd voor de verschillende onderdelen. Per onderdeel is besproken welke beschikbaarheid vereist is om goede zorg te kunnen bieden en welke zorg aanvullend kan worden ingezet. Gericht op al deze onderdelen zijn doelstellingen en monitoringsafspraken gemaakt, zodat de juiste zorg beschikbaar is en wordt toegewerkt naar afbouw. De focus ligt op het versterken van het reguliere zorglandschap, zodat plaatsing bij
JeugdzorgPlus kan worden voorkomen. 1.4 De overeenkomst sluit aan op de landelijk afgesproken standaarden. Het inkoopdocument en bijlagen, waaronder de overeenkomst, zijn tot stand gekomen met een intensief traject van de 7 Gelderse Jeugdhulpregio’s en 16 zorgaanbieders samen (bijlage 3). Onze regio is vertegenwoordigd in dit proces met kennis van de inhoud, financiën, monitoring en sturing en inkoopprocessen. Er is ruggespraak gehouden met de lokale beleidsadviseurs van de regiogemeenten. Vanuit de G7 is een aanbestedingsjurist betrokken bij het proces. De opgestelde overeenkomst sluit aan op de landelijk afgesproken standaarden. Er wordt gewerkt met contractering waarin flexibiliteit is ingebracht en afspraken jaarlijks (of eerder, indien afgesproken) worden herzien. 1.5 Iedere regio zorgt voor een gedegen implementatie van de Essentiële Functies De verwerving op G7 niveau, betekent dat we op regionaal niveau aandacht moeten hebben voor de implementatie van Essentiele functies. Zowel op regionaal als lokaal niveau hebben we een uitvoeringstaak om de nieuwe Gelderse afspraken, gericht op toeleiding naar Essentiële Functies, te implementeren. Iedere regio zorgt voor de implementatie van deze afspraken richting het lokale toegangsteam en RET.
Het is ook aan de regio om te voorkomen dat cliënten moeten worden geplaatst in de Essentiële Functies, door tijdig de juiste zorg in te zetten. Om plaatsing zoveel mogelijk te voorkomen en uitstroom te bevorderen, moeten we investeren in het regionaal reguliere zorgaanbod, zodat meer alternatieven voorhanden zijn. Deze ontwikkelingen sluiten ook aan bij de speerpunten in de Transformatie Ontwikkelagenda (SDA) die in relatie tot de accountteams GWV/HCV en IAJ worden genoemd. 2.1 De bekostigingswijze is gebaseerd op de inhoudelijke keuzes. De bekostigingswijzen zijn gebaseerd op de inhoudelijke keuzes. Hierin is de samenhang tussen (en daarmee ook het spanningsveld waarin) gemeenten en aanbieders zich bevinden meegewogen en besproken. Met dit spanningsveld bedoelen we de krapte voor gemeenten om de zorg financieel houdbaar te maken en kostendekkende tarieven voor de zorgaanbieders om de zorg te kunnen blijven leveren. Belangrijk is ook om ons te realiseren dat wanneer we niet op G7 niveau deze zorg inkopen, gemeenten nog steeds verantwoordelijk zijn voor het leveren van zorg voor hoog-complexe zorgvragen, met daarbij behorende kosten, maar zonder de mogelijkheden van sturing. 2.2 De voorgestelde bekostigingswijzen houden rekening met de volgende elementen • Het faciliteren van de samenwerking tussen de zorgaanbieders van verschillende Achtergronden.
• Het stimuleren van deze samenwerking door middel van financiële prikkels. • Het faciliteren van de gewenste en beoogde transformatie van deze zorg. • Oog houden voor de financiële uitdagingen waar gemeenten en zorgaanbieders voor staan. 3.1 De regio’s geven in deze fase opmerkingen en randvoorwaarden mee. Voor de regio Achterhoek zijn de opmerkingen en kanttekeningen die worden meegegeven genoemd in beslispunt 3.
Financiën De verschillende onderdelen hebben verschillende bekostigingswijzen (bijlage 2): • Mobiele brigade De mobiele brigade wordt bekostigd met een FTE-bekostiging. Dit betekent een vast vooraf vastgesteld bedrag waarvoor zij de afgesproken zorg leveren voor 100 kinderen. Dit aantal van 100 is een schatting voor het eerste jaar op basis van het aantal kinderen in verblijf met hoog complexe zorgvragen binnen de G7. Dit bedrag wordt onder de G7 verdeeld met een verdeelsleutel op basis van het aantal jeugdigen onder de 18. De inzet van de Mobiele Brigade wordt gemonitord en gestuurd. • Integrale hoogspecialistische zorg en - verblijf Onderdeel van de integrale hoogspecialistische zorg is een verblijf in een residentiële voorziening. Dit onderdeel bestaat uit een aantal subonderdelen, waarvoor verschillende financiële afspraken gelden. - Verblijf gesloten Jeugdzorg. Het gaat hier om JeugdzorgPlus verblijfsplekken, waar kinderen alleen met een gesloten machtiging op grond van artikel 6.1.2. Jeugdwet, een beschikking van de rechter op grond van de Wet Zorg en Dwang of een strafrechtelijke beslissing voor de inzet van jeugdhulp geplaatst kunnen worden. Voor deze verblijfsplekken gelden G7 tariefafspraken en een deel beschikbaarheidsfinanciering. Afrekening vindt plaats via PxQ op basis van daadwerkelijk gebruikte etmalen.
- Hoog specialistisch verblijf, 3-milieu voorzieningen, niet zijnde gesloten jeugdzorg (zie de bijlage voor de specifieke groepen die binnen de EF zullen vallen). Voor deze verblijfsplekken gelden G7 tariefafspraken, maar géén beschikbaarheidsfinanciering. - Klinieken verslavingszorg (financiering vindt plaats op basis van PxQ) - Onvoorwaardelijk wonen (financiering vindt plaats op basis van PxQ in combinatie met een garantiebedrag) - Hoog specialistische Integrale Zorg, nieuw vakmanschap Voor deze inzet gelden G7 tariefafspraken en een deel beschikbaarheid in de vorm van FTE-bekostiging • Leren en ontwikkelen delen door 7 Om de transformatie te doen slagen moeten we als 56 gemeenten en de zorgaanbieders blijven leren en door ontwikkelen. De kosten hiervoor zijn € 69.000, wat voor elke regio neerkomt op € 8.575,47. Om te berekenen wat de financiële gevolgen zijn voor de gemeenten in onze regio, kunnen we niet één op één alleen een ander verblijfstarief in de berekening opnemen. Immers, we gaan dingen anders doen, niet hetzelfde voor een ander tarief. Uitgaande van de situatie op basis van de realisatie van 2023 voor de Achterhoek, gerekend met de pilot tarieven minus de doelstelling verminderde instroom van 10%, komen we uit op de volgende financiële stand van zaken: Onderdeel Mobiele brigade Leercirkels Team Integrale zorg
Huidige kosten
Nieuwe kosten
% Verschil
Verschil in euro's
NVT
€ 148.002,61
NVT
NVT
NVT
€ 8.575,47
NVT
NVT
NVT
€ 167.780,87
NVT
NVT
Jeugdzorg Plus Drie milieu Integrale zorg p*q Totaal
€ 2.186.973,2 0 € 3.122.234, 63 € 229.851,9 5 € 5.539.059, 78
€ 2.549.954,93 € 3.429.975, 86 Niet Bekend € 6.304.289, 73
16,6% 9,9% NVT 13,9%
€ 362.981,73 € 307.741, 23 NVT € 765.229, 95
Situatie op basis van realisatie 2023 met pilot tarieven minus ambitie verminderde instroom van 10% (exclusief indexering). Financiële consequenties voor Aalten: Op basis van een doorrekening vanuit het regionale CLM komen we tot de volgende inschatting voor onze gemeente (exclusief indexering): Team Integrale Zorg
Aandeel voor
Mobiele Brigade
Aalten
€ 14.281 € 16.190
Leercirkel
Totaal
€ 827
€ 31.298
Situatie op basis van het aantal jeugdigen <18< span> Nieuw
Huidig
Verschil
Jeugdzorg Plus
€ € € 470.015 403.109 66.906 € € € Drie Milieu 442.170 402.498 39.672 Berekening op basis van het gerealiseerde aantal etmalen in 2023 en berekend op basis van een gemiddelde van onze pilottarieven (deze liggen hoger dan onze huidige HCV tarieven). € Berekende extra kosten 137.876 Zoals gezegd is het dus een inschatting. Er is geen goede vergelijking te maken, juist omdat we de dingen anders gaan doen. Daarnaast is het niet mogelijk om de integrale zorg PxQ mee te berekenen in de kosten omdat we hier op voorhand geen inschatting van kunnen maken. De extra benodigde middelen nemen we samen met de ontwikkelingen in het sociaal domein mee bij het opstellen van de begroting 2025. Voor onze gemeente heeft de omvang van het aantal jeugdigen waarvoor deze zorg ingezet wordt relatief veel impact. Daarom is dit risico ook opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting. Er wordt verwacht dat deze transformatie voor de Essentiële Functies vanuit de Hervormingsagenda Jeugd wordt ingezet. Er is momenteel geen zicht op tegemoetkoming in de kosten vanuit het Rijk. De VNG is nog in onderhandeling met het Rijk over de definitieve Rijksbijdragen voor de jeugdhulp vanaf 2026. Kanttekeningen
1.1 De verwerving vindt in consensus plaats Er is bij aanvang van dit traject uitgesproken om in consensus te verwerven. Dit betekent dat wanneer een regio bezwaren heeft, we gezamenlijk weer op zoek gaan naar consensus. Dit betekent niet dat we voor ons de beste oplossing koste wat kost nastreven maar dat we de oplossing nastreven die voor ons als zeven regio’s het meest wenselijk is en waar we dan, wanneer het grotere geheel en het doel ermee gebaat is, mee kunnen leven. Hier is dus de ruimte om als regio aan te
geven wat er, wanneer we niet kunnen instemmen, nodig is om wel in te kunnen stemmen, met voorgaande in ogenschouw nemende. 1.2 Het succes van de EF en de transformatie hangt voor een groot deel af van onze eigen regio. Wanneer we dit als regio niet goed (genoeg) hebben georganiseerd ondermijnt dit de EF. 2.1 De kosten voor de gemeenten nemen toe. Het grootste deel van deze kostenstijging komt door de vanuit het Rijk opgelegde transformatie van Jeugdhulp met verblijf, die een beweging naar kleinschaligheid moet maken. Daarnaast zijn er met nieuw in te kopen producten hogere tarieven van toepassing. Als gemeenten betalen wij deze kosten ook wanneer we dit bij niet gecontracteerde aanbieders moeten beleggen, wanneer we dit niet hebben ingekocht (zonder de mogelijkheden van sturing). 2.2 Uitkomsten en analyse second opinion tarieven volgen nog. Om zorgvuldig handelen vanuit de gemeenten te waarborgen, waaronder het maken van scherpe financiële afspraken die voldoen aan de eisen die de AMvB reële prijs aan gemeenten stelt, is een onafhankelijk bureau gevraagd om een second opinion uit te voeren. Bij het opstellen van dit collegevoorstel konden de definitieve uitkomsten hiervan nog niet gedeeld worden met de Gelderse regio’s. Zodra deze uitkomsten beschikbaar zijn worden deze ook in onze regio geanalyseerd om vervolgens over te kunnen adviseren.
Mocht deze analyse gevolgen hebben voor de definitieve besluitvorming op 27 juni 2024, dan wordt dit meegenomen in de ambtelijke advisering voorafgaand aan deze besluitvorming.
Overleg gevoerd met
Vervolgstappen en planning
Henk Jan Wossink (financiën) Raimond Letteboer (contractmanagement) Het huidige Inkoopdocument met bijlagen zal op basis van de gegeven opmerkingen worden aangepast en wordt op 27 juni 2024 opnieuw voorgelegd aan de colleges, om hier definitief over te besluiten. Een onderdeel hiervan is de overeenkomst. Binnen de Achterhoek zullen we de juridische check op consequenties van de overeenkomst voor de Achterhoekse gemeenten uitvoeren. We zullen de uitkomsten inzichtelijk maken voor het definitieve document eind op 27 juni 2024 aan het college wordt voorgelegd. Bij een positief besluit start per 1 juli 2024 de inschrijving voor de zorgaanbieders (dit is alleen mogelijk vanuit een samenwerkingsverband met een dekkend zorgaanbod voor EF). De implementatie van de nieuw ingekochte zorg maar ook de wijze van toeleiding etc. volgt met een implementatieplan in Q3 2024.
Participatie
n.v.t.
Communicatie
n.v.t.