CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsmededeling 31-2022 beantwoording aanvullende vragen fractie D66 Update Plan van Aanpak Duurzaamheid 2021.pdf

Beeldvorming raad 1 februari 2022, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van Update 2021 van het Plan van Aanpak Duurzaamheid1.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp

: : : : : :

31-2022 1 februari 2022 H.G. Eskes M.J. Veldhuizen Beantwoording aanvullende vragen fractie D66 Update Plan van Aanpak Duurzaamheid 2021

Aanleiding: Aanvullende vragen D66 fractie n.a.v. raadsmededeling 26-2022 Inhoud mededeling: Beantwoording vragen Update PvA Duurzaamheid Antwoord: Gemiddeld hebben de huurwoningen van De Woonplaats energielabel B. Een beperkt aantal woningen heeft nog een laag energielabel (E, F en G). In het kader van de warmtetransitie is met De Woonplaats over deze laag gelabelde woningen besproken, en afgesproken deze, indien mogelijk, versneld mee te nemen in het traject. Vragen: ● Kan een overzicht gegeven worden van het aantal label E, F en G woningen van de Woonplaats per wijk? ● Hoeveel overlap is er met de wijkaanpak van de TVW? Antwoord: In de warmtetransitieatlas is zowel het woningbezit van ‘De woonplaats’ als het energielabel van de woning in beeld gebracht. De combinatie geeft het volgende resultaat. Een groot deel van de energielabels zijn nog bepaald op basis van het energieverbruik en de bouwperiode, niet op een aanmelding. Onderstaande tabel geeft een overzicht per plaats van de lage energielabels van woningen van de Woonplaats. De Woonplaats heeft 2221 woningen in bezit in de gemeente. Plaats Dinxperlo Aalten Bredevoort

Label E 14 22 4

Label F 10 3 1

Label G 2 1 1

TVW-wijk 16 in eerste wijk TVW

Met de eerste wijk uit de TVW is de overlap vrij groot.

Antwoord: Kantoren groter 100 m2 moeten vanaf 1 januari 2023 minimaal energielabel C hebben. Uitzonderingen zijn monumenten, binnen 2 jaar sloop of transformatie, en indien het kantoor minder dan 50% van het pand is. Wij zullen daar in onze informatievoorziening (duurzaamheidspagina, ondernemerskrant, overleg met IKAD) aandacht aan besteden. Toezicht en handhaving is in eerste instantie door de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) maar toezicht

Pagina 1 van 3

hierop kan ook van de ODA worden verwacht. Vragen: ● Is er inzicht over hoeveel en welke bedrijven deze verplichting gevolgen heeft? Zo ja kan dit gedeeld worden? Zo nee, waarom niet? ● Worden bedrijven actief benaderd en ondersteund door de gemeente? ● Geldt de uitzondering zowel voor rijksmonumenten als gemeentelijke monumenten? ● Worden ook bedrijven met minder dan 50% kantooroppervlakte of met een monumentaal pand ook door de gemeente gestimuleerd om mee te doen? Zo ja, hoe? Zo nee waarom niet? Antwoord: ● Nee, Dit inzicht hebben wij niet. Op EP-online kunnen de geregistreerde energielabels voor kantoren worden opgezocht. Kantoren die onder de labelverplichting gaan vallen moeten hun energielabel aanvragen en voldoen aan energielabel C vóór 1 januari 2023. ● Ja, dit wordt ondergebracht bij het milieutoezicht en uitgevoerd door de Omgevingsdienst Achterhoek. ● Ja, deze uitzondering geldt ook voor gemeentelijke monumenten. ● De regeling is pasvolgend jaar van kracht. Over de uitvoering, toezicht en aanvullingen op de regeling moet nog worden nagedacht. Voor de kantoorpanden die niet onder de regeling vallen geldt een eigen verantwoordelijkheid voor de ondernemers. Energiebesparing is daarnaast ook kostenbesparing en daardoor ook interessant voor bedrijven. Ook zijn er tal van subsidies beschikbaar voor verduurzaming van kantoorpanden, bedrijfspanden.

Antwoord: Het afzetten van het percentage hernieuwbare energie tegen alle energieverbruik in de gemeente zou wellicht een zuiverder vergelijking zijn. Maar er is in de update aansluiting gezocht bij het Akkoord van Groenlo en dat akkoord gaat alleen over het energieverbruik in de gebouwde omgeving. Dus niet het energieverbruik van verkeer en vervoer, zware industrie, landbouw e.d. Vragen: ● Als de berekening niet zuiver is, is het dan niet beter om deze helemaal weg te laten? ● Als er toch persé een berekening gegeven moet worden over het Akkoord van Groenlo, is deze dan te zuiver te maken door te rekenen met de “verbruiksbenadering” methode zoals gebruikt in het klimaat dashboard? Dus alleen hernieuwbare energie die gebruikt wordt in de gemeente mee te tellen. Antwoord: ● Er is niet gesteld dat de berekening niet zuiver is. Het is de stand van zaken is ten opzichte van de doelstelling van het Akkoord van Groenlo. Naar alle energieverbruik in de gemeente kijken geeft een aanvullend beeld, dat ook aangeeft hoe het er voorstaat. ● De berekening is gelijk aan de uitgangspunten van het dashboard van de klimaatmonitor. Hernieuwbare energie wordt aan de gemeente toegerekend, omdat die energie meestal in de omgeving van de opwek wordt gebruikt.

De elektriciteitscentrale die levert aan Aalten, staat ook niet in de Achterhoek, maar de geproduceerde elektrische energie wordt wel voor een gedeelte in de gemeente gebruikt. Het is dan juist om deze verbruikte elektrische energie (met bijbehorende CO2uitstoot) toe te rekenen aan Aalten. De berekening zet de opwek van hernieuwbare energie in de gemeente af tegen het energieverbruik in (de gebouwde omgeving van) de gemeente. Dat doet de klimaatmonitor ook. In 2020 werd in de gebouwde omgeving 887 TeraJoule energie verbruikt. Daarvan was 247 TJ (27,8%) afkomstig van wind (123 TJ), zon (69 TJ) en houtkachels (55 TJ) In 2020 werd in Aalten totaal 1783 TeraJoule energie verbruikt. Daarvan was 279 TJ (15,6%) afkomstig van wind (123 TJ), zon (69 TJ), houtkachels (55 TJ) en biobrandstoffen (ca 32 TJ)

Pagina 2 van 3

De CO2-uitstoot is vanaf 1990 niet lineair afgenomen. Vanaf 2015 zien we wel in de gemeente Aalten een duidelijke daling inzetten, met zo’n 5.000 ton CO2 afname per jaar. Vooral in de gebouwde omgeving is de afname in fors. Aardgasbesparing door woningisolatie en plaatsing van zonnepanelen zijn daar vast de oorzaak van. Wanneer deze daling zo zou doorzetten zouden we in 2030 op ca 61% CO2-reductie ten opzichte van 1990 uitkomen. Maar zo kan niet worden gerekend: er moet intensief aan de vermindering van de CO2-uitstoot worden gewerkt. Dat gaat niet #vanzelf. Vraag: ● De werkelijkheid is inderdaad weerbarstig, is het daarom voor een dergelijk indicatieve berekening niet veiliger om een gemiddelde toename over de gehele periode te extrapoleren i.p.v. alleen over de laatste 5 jaar? De uitkomst zou dan 41% CO2-reductie in 2030. Antwoord: Er zijn hierin vele keuzes te maken. De gemeenschappelijke deler hierin is dat ‘resultaten uit het verleden geen garantie vormen voor de toekomst’. In de CO2-uitstoot zien we dat in 2013 ongeveer hetzelfde niveau aan broeikasgassenuitstoot aanwezig was als in 1990. In deze periode (1990-2013), en zeker in het begin van die periode, werd ook niet heel veel aan energiebesparing en duurzame opwek gedaan.

Omdat we wel mogen verwachten dat de inzet op duurzaamheid vergelijkbaar zal zijn met de inzet uit de afgelopen jaren, en naar verwachting zelfs intensiever zal woden, is het doorrekenen van een trend van de afgelopen 5 jaar naar 2030 realistischer dan rekenen vanaf 1990.

De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd:

Pagina 3 van 3

Aanvullende vragen D66 fractie n.a.v. raadsmededeling 26-2022 beantwoording vragen Update pvA Duurzaamheid

Antwoord: Gemiddeld hebben de huurwoningen van De Woonplaats energielabel B. Een beperkt aantal woningen heeft nog een laag energielabel (E, F en G). In het kader van de warmtetransitie is met De Woonplaats over deze laag gelabelde woningen besproken, en afgesproken deze, indien mogelijk, versneld mee te nemen in het traject.

Vragen: ● Kan een overzicht gegeven worden van het aantal label E, F en G woningen van de Woonplaats per wijk? ● Hoeveel overlap is er met de wijkaanpak van de TVW?

Antwoord: Kantoren groter 100 m2 moeten vanaf 1 januari 2023 minimaal energielabel C hebben. Uitzonderingen zijn monumenten, binnen 2 jaar sloop of transformatie, en indien het kantoor minder dan 50% van het pand is. Wij zullen daar in onze informatievoorziening (duurzaamheidspagina, ondernemerskrant, overleg met IKAD) aandacht aan besteden. Toezicht en handhaving is in eerste instantie door de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) maar toezicht hierop kan ook van de ODA worden verwacht.

Vragen: ● Is er inzicht over hoeveel en welke bedrijven deze verplichting gevolgen heeft? Zo ja kan dit gedeeld worden? Zo nee, waarom niet? ● Worden bedrijven actief benaderd en ondersteund door de gemeente? ● Geldt de uitzondering zowel voor rijksmonumenten als gemeentelijke monumenten? ● Worden ook bedrijven met minder dan 50% kantooroppervlakte of met een monumentaal pand ook door de gemeente gestimuleerd om mee te doen? Zo ja, hoe? Zo nee waarom niet?

Antwoord: Het afzetten van het percentage hernieuwbare energie tegen alle energieverbruik in de gemeente zou wellicht een zuiverder vergelijking zijn. Maar er is in de update aansluiting gezocht bij het Akkoord van Groenlo en dat akkoord gaat alleen over het energieverbruik in de gebouwde omgeving. Dus niet het energieverbruik van verkeer en vervoer, zware industrie, landbouw e.d.

Vragen: ● Als de berekening niet zuiver is, is het dan niet beter om deze helemaal weg te laten? ● Als er toch persé een berekening gegeven moet worden over het Akkoord van Groenlo, is deze dan te zuiver te maken door te rekenen met de “verbruiksbenadering” methode zoals gebruikt in het klimaat dashboard? Dus alleen hernieuwbare energie die gebruikt wordt in de gemeente mee te tellen.

De CO2-uitstoot is vanaf 1990 niet lineair afgenomen. Vanaf 2015 zien we wel in de gemeente Aalten een duidelijke daling inzetten, met zo’n 5.000 ton CO2 afname per jaar. Vooral in de gebouwde omgeving is de afname in fors. Aardgasbesparing door woningisolatie en plaatsing van zonnepanelen zijn daar vast de oorzaak van. Wanneer deze daling zo zou doorzetten zouden we in 2030 op ca 61% CO2-reductie ten opzichte van 1990 uitkomen. Maar zo kan niet worden gerekend: er moet intensief aan de vermindering van de CO2-uitstoot worden gewerkt. Dat gaat niet vanzelf. Vraag: ● De werkelijkheid is inderdaad weerbarstig, is het daarom voor een dergelijk indicatieve berekening niet veiliger om een gemiddelde toename over de gehele periode te extrapoleren i.p.v. alleen over de laatste 5 jaar? De uitkomst zou dan 41% CO2-reductie in 2030.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=5ba340d5-28d7-4082-9d0c-5a8168f6cd2c