CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsmededeling 3-2024 beantwoording vragen CU fractie voorstel Regionaal Programma Werklocaties 2024-2028

Gemeenteraad 30 januari 2024, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het Regionaal Programma Werklocaties Achterhoek 2024-2028955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp

: : : : : :

3-2024 8 januari 2024 E.E. Koenders T.M.M. Kok Beantwoording schriftelijke vragen fractie CU inzake voorstel Regionaal Programma Werklocaties 2024-2028

Aanleiding: Door de fractie CU zijn schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van het voorstel voor de vaststelling van het RPW 2024-2028.

Inhoud mededeling: Via deze raadsmededeling beantwoorden wij de gestelde vragen. Vraag: Wat is de huidige stand van zaken qua vraag en aanbod van bedrijventerreinen in de gemeente Aalten? Antwoord college: Het huidig areaal aan bedrijventerrein bedraagt in de gemeente in totaal bijna 140 ha netto, waarvan 7,2 uitgeefbaar. Daarvan is nog eens 3 ha in optie, wat maakt dat er slechts 4,2 ha vrij uitgeefbaar is. Dit betreft uitsluitend bedrijventerrein in Dinxperlo (Aa-strang en ’t Hietveld). Vraag: hoeveel bedrijventerrein / panden wordt momenteel in de gemeente Aalten niet benut (leegstand ed)? En welke verwachtingen zijn daarbij voor de toekomst? Antwoord college: zie vorige vraag. Leegstand van bestaande bedrijfspanden monitoren wij zelf niet maar uit eigen waarnemingen en signalen vanuit het bedrijfsleven weten wij dat er slechts zeer beperkte leegstand is. In de afgelopen jaren hebben wij gezien dat de schaarste aan bedrijventerrein, met name in Aalten, ertoe heeft geleid dat vrijkomende panden/percelen veelal snel van eigenaar zijn gewisseld. Vraag: op pagina 36 van het RPW staat balans vraag en aanbod weergegeven.

Op grond waarvan worden deze hectares genoemd? (uitbreidingsvraag a 13 ha en vervangingsvraag a 5 ha)? Ofwel, hoe is men tot deze getallen gekomen en welke uitgangspunten liggen daaraan ten grondslag? Antwoord college: de uitbreidingsvraag van 13 ha betreft ons aandeel binnen de regionale behoefteraming bedrijventerreinen zoals deze door provincie Gelderland is vastgesteld. De regionale uitbreidingsvraag bedraagt 138 ha in een hoog economisch scenario. Dit is berekend in de Provinciale behoefteraming Gelderland 2023-2030 (zie tevens tabel 4.2 op blz. 24 en de toelichtende alinea boven de tabel). In de Provinciale behoefteraming luidt ook het advies om uit te gaan van het hoge economische scenario. De provincie heeft dit advies overgenomen t.a.v. het RPW. De totale 138 ha voor de regio is vervolgens doorvertaald naar gemeenten, o.b.v. werkgelegenheid en historische uitgifte. De werkwijze hiervan is toegelicht onder paragraaf 5.3.1. op blz. 27. Gemeente Aalten heeft een aandeel van gemiddeld 9% in de regionale werkgelegenheid en het regionale areaal aan bedrijventerreinen. De uitbreidingsvraag voor Aalten is daarmee berekend op 13 ha (9% van 138 ha). De vervangingsvraag (5 ha) is tot stand gekomen door enkele concrete verplaatsingswensen die ons bekend zijn. Vanwege bedrijfseconomische redenen maken wij die niet openbaar.

Pagina 1 van 2

De uitbreidingsvraag (13 ha) en de vervangingsvraag (5 ha) maken samen de totale ruimtebehoefte (18 ha). Minus het aanbod (7,2 ha) betekent dit dat er nog ca. 11 ha gevonden moet worden om te kunnen voorzien in de totale ruimtebehoefte. Vraag: het RPW gaat uit van een verdeelsleutel over de gemeenten. In hoeverre is/wordt rekening gehouden met andere zaken, zoals bereikbaarheid en infrastructuur (denk daarbij aan de verkeersdruk aan de N318, de ervaren overlast door buurtbewoners, vraagstukken rondom netcongestie etc.)? In hoeverre wordt op regionaal niveau op een integrale wijze naar behoefte van bedrijventerreinen gekeken? Antwoord college: In het RPW wordt regionaal afgestemd wat de kwantitatieve behoefte is en welke kwalitatieve afspraken we maken t.a.v. toekomstige ontwikkeling van nieuwe en herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen. Iedere gemeente is vervolgens aan zet om door middel van locatiestudies en ruimtelijke procedures de daadwerkelijke uitbreiding van bedrijventerrein te realiseren. In die studies en procedures komen alle aspecten van (planologische) ontwikkeling (grondposities, landschappelijke inpassing, infrastructuur, netcongestie etc.) aan de orde. Deze (locatie)keuzes worden in het RPW zelf niet gemaakt maar worden uiteraard daarna integraal afgewogen en ook regionaal afgestemd.

Vraag: welke alternatieven zijn mogelijk/denkbaar en welke voor- en nadelen zijn daaraan verbonden (NB de paragraaf alternatieve beleidskeuzes noemt namelijk alleen het scenario niet vaststellen)? Denk daarbij bijvoorbeeld aan het meer centreren van bedrijventerreinen nabij de A18 etc. Antwoord college: in de regio is de keuze gemaakt om voor bedrijven van buiten de regio, met een grote kavelmaat danwel hoge milieucategorie, ruimte op twee regionale bedrijventerreinen te realiseren. Voor lokale bedrijvigheid zijn we van mening dat we ook lokaal ruimte moeten blijven faciliteren. Ten aanzien van de daadwerkelijke uitbreiding van bedrijventerrein bij onze kernen worden in het kader van de betreffende procedures (zie ook vorige vraag) afwegingen en keuzes gemaakt.

De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd:

Pagina 2 van 2

Vragen fractie ChristenUnie voorstel Regionaal Programma Werklocaties Achterhoek. Hierbij een aantal vragen van de ChristenUnie over het onderwerp Regionaal Programma Werklocaties Achterhoek: 1. Wat is de huidige stand van zaken qua vraag en aanbod van bedrijventerreinen in de gemeente Aalten? 2. Hoeveel bedrijventerrein / panden wordt momenteel in de gemeente Aalten niet benut (leegstand ed)? En welke verwachtingen zijn daarbij voor de toekomst? 3. Op pagina 36 van het RPW staat balans vraag en aanbod weergegeven. Op grond waarvan worden deze hectares genoemd? (uitbreidingsvraag a 13 ha en vervangingsvraag a 5 ha)? Ofwel, hoe is men tot deze getallen gekomen en welke uitgangspunten liggen daaraan ten grondslag? 4. Het RPW gaat uit van een verdeelsleutel over de gemeenten. In hoeverre is/wordt rekening gehouden met andere zaken, zoals bereikbaarheid en infrastructuur (denk daarbij aan de verkeersdruk aan de N318, de ervaren overlast door buurtbewoners, vraagstukken rondom netcongestie etc.)? In hoeverre wordt op regionaal niveau op een integrale wijze naar behoefte van bedrijventerreinen gekeken? 5. Welke alternatieven zijn mogelijk/denkbaar en welke voor- en nadelen zijn daaraan verbonden (NB de paragraaf alternatieve beleidskeuzes noemt namelijk alleen het scenario niet vaststellen)? Denk daarbij bijvoorbeeld aan het meer centreren van bedrijventerreinen nabij de A18 etc.

Hartelijke groet, Tobias

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=b2468dcd-abac-4a63-8937-16cd988b9ce9