Raadsmededeling 20-2025 beantwoording aanvullende vragen fracties D66 en BBB-HMV nav oordeelsvorming voorstel ontwikkelkader horecavisie
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
20-2025 18 februari 2025 E.E. Koenders T.M.M. Kok Beantwoording schriftelijke vragen fracties D66 en BBB-HMV fractie n.a.v. oordeelsvormende raad 11-2-2025 / relatie horecavisie en ontwikkelkader
Aanleiding: Naar aanleiding van raadsmededeling 12-2025 en de behandeling tijdens de oordeelsvormende raad van 11-2-2024 heeft de fractie van D66 de volgende aanvullende vragen gesteld: Eerder heeft D66 een schriftelijke vraag gesteld over de ‘voorkeur voor doorontwikkeling in centra van de kernen’. In raadsmededeling 12-2025 is dit als volgt beantwoord: "Met de uitdagingen die we (continu) hebben om de centra leefbaar en attractief te houden, zien we meer en meer een functiemix ontstaan, waar horeca een belangrijk onderdeel van uit maakt. Daarom onze voorkeur om nieuwe reguliere horeca daar te laten landen." Tijdens de oordeelsvorming heeft de wethouder deze uitleg ook gegeven. Daarnaast heeft de wethouder toegezegd om schriftelijk een toelichting te geven op de mogelijkheid voor nieuwe reguliere horeca in het buitengebied. Bijvoorbeeld een sterrenkok die een mooie nieuwe bijzondere locatie in buitengebied vindt. Graag ontvangt de D66 fractie ook een verdere schriftelijke toelichting op hoe de voorkeur van het college voor reguliere horeca in de centra boven reguliere horeca in het buitengebied, zich verhoudt met de vastgestelde horecavisie, waarin deze voorkeur niet is opgenomen. In het toekomstperspectief van de horecavisie we lezen namelijk: "Concentratie in kernen en spreiding over het landelijk gebied is het uitgangspunt voor de doorontwikkeling.
Lonkend perspectief is elkaar versterkende centrumhoreca en buitengebiedhoreca." Tevens hebben de fracties D66 en BBB-HMV de volgende schriftelijke vragen gesteld: Op pagina 31 van de horecavisie staat onder de kop ‘Voorstel Ontwikkelkader’ het volgende: In het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) vindt een doorvertaling van het horecabeleid plaats. Voor de beoordeling van de vraag of vestiging/uitbreiding van een horecabedrijf mogelijk is, wordt het beoogde initiatief in eerste instantie getoetst aan het vigerende omgevingsplan. Indien het initiatief past, wordt vergunning verleend. Tweejaarlijks zal het toetsingskader / ontwikkelkader worden geëvalueerd. Het ontwikkelkader wordt expliciet beschreven als onderdeel van het omgevingsplan. Gezien de raad een omgevingsplan vaststelt, gingen de BBB-HMV en D66 fractie er vanuit dat het (tijdelijke) ontwikkelkader ook door de raad vastgesteld zou worden. Het is wenselijk dat we klip en klaar weten welk bestuursorgaan bevoegd is voor vaststellen van het ontwikkelkader horeca. Immers, als college niet bevoegd is, is de raad dat.
Pagina 1 van 3
Vragen 1. Waarom is in horecavisie het ontwikkelkader wel beschreven als onderdeel (‘doorvertaling’) van het omgevingsplan, maar wordt deze als zodanig niet aan de raad voorgelegd voor besluitvorming? 2. Op basis van welk concreet wetsartikel zou het college bevoegd zijn om het ontwikkelkader horeca formeel vast te stellen en welke redenering hanteert het college hierover exact? 3. Het betreft nu een ontwikkelkader als onderdeel voor een mogelijk voorbereidingsbesluit van de raad. Is het college ook van mening dat het bevoegd is om ook in de toekomst het ontwikkelkader vast te stellen nadat de omgevingsvisies en -plannen door de raad zijn vastgesteld? 4. In de horecavisie wordt in een tweejaarlijkse evaluatie van het ontwikkelkader voorzien. Is het college ook van mening dat bevoegd is tot wijzigingen van het ontwikkelkader zonder besluitvorming door de raad?
Inhoud mededeling: Antwoord college op aanvullende vragen D66 inzake nieuwe reguliere horeca in buitengebied en ‘voorkeur’ voor nieuwe ontwikkelingen in centra: In de horecavisie is inderdaad bepaald dat naast het uitgangspunt ‘bestaand bewaren en versterken’, ook ruimte moet blijven voor nieuwvestiging en uitbreiding, waarbij concentratie in kernen en spreiding over landelijk gebied uitgangspunt is. Op p. 26, laatste bullit, van de visie lezen we echter ook dat voor het buitengebied, dit met name wordt gezocht in groei/doorontwikkeling van bestaande ondernemers en tevens ondersteunende/ondergeschikte horeca mogelijk moet blijven. Omdat die laatste categorie betere regels behoeft, is bepaald dat er in het omgevingsplan een betere begripsbepaling en categorie-indeling moet komen. Wij blijven van mening dat toevoeging van nieuwe reguliere horeca het beste in de centra kan landen. Wij kunnen immers ook niet voorbijgaan aan het feit dat de visie ook heeft aangetoond dat het huidige aanbod in principe economisch voldoet. We willen dus niet de illusie wekken dat op willekeurige locaties in het buitengebied nieuwe reguliere horeca mogelijk en wenselijk is.
Maar mocht er een zodanig goed initiatief worden ingediend, dat duidelijk onderscheidend is wat betreft concept (uniciteit), doelgroep, spreiding, en passend binnen gangbare ruimtelijke principes, zullen wij dit uiteraard beoordelen in de geest van de horecavisie en het ontwikkelkader, en niet op voorhand afwijzen. Indien uw raad van mening is dat onze ‘voorkeur’ voor ontwikkeling in de centra dit tegenspreekt, zijn wij bereid de tekst van het ontwikkelkader op dit punt aan te passen. Antwoord college op vragen D66 / BBB-HMV inzake bevoegdheid ontwikkelkader: Ad 1: de doorvertaling, zijnde de nieuwe categorie-indeling, waardoor o.a. ondersteunende en ondergeschikte horeca van betere regels wordt voorzien, vindt inderdaad in het toekomstige omgevingsplan plaats en is aan uw raad ter vaststelling. De uitwerking van de visie in een ontwikkel/toetsingskader zien wij als uitvoering van de horecavisie en daarmee als collegebevoegdheid. Dit naar voorbeeld van andere door het college uitgewerkte toetsings/uitvoeringsregelingen zoals de Beleidsregels voor de ontwikkeling van verblijfsrecreatie (2510-2022). Ad 2: Cf. artikel 160 lid 1 sub b Gemeentewet is het college bevoegd om een voorstel aan de raad voor te bereiden. Dit heeft het college gedaan door het voorstel tot vaststelling van de ‘Horecavisie gemeente Aalten’ aan u voor te leggen.
Uw raad heeft hier vervolgens op woensdag 26 juni 2024 toe besloten. Het ontwikkelkader is de feitelijke uitvoering van deze horecavisie. Artikel 160 lid 1 sub b Gemeentewet schrijft voor dat uitvoering van besluiten een collegebevoegdheid is. Ad 3: het ontwikkelkader is strikt genomen geen onderdeel van het voorbereidingsbesluit. Met het voorbereidingsbesluit vragen wij u te anticiperen op de nieuwe regels (categorie-indeling en begripsomschrijvingen) die u in het omgevingsplan wenst op te nemen, zoals in de door u vastgestelde horecavisie is bepaald. Voor nieuwe initiatieven is bepaald dat het ontwikkelkader er moet komen, om initiatiefnemers kort en bondig aanknopingspunten voor planvorming te geven. In
Pagina 2 van 3
het kader staat feitelijk in enkele pagina’s de uitgangspunten van de visie verwoord. Er is geen sprake van ‘nieuw’ beleid maar uitvoering van de visie. Na vaststelling van de omgevingsvisie en -plan is het ontwikkelkader waarschijnlijk overbodig en kan het ingetrokken worden. Ad 4: indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft en indien het ontwikkelkader dan nog nodig is, zien wij dat inderdaad zo. Wel hebben wij u toegezegd dat u dan een raadsmededeling ontvangt waarin wij toelichten welke initiatieven op welke wijze door ons zijn beoordeeld.
De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd:
Pagina 3 van 3
Voorstel voorbereidingsbesluit ontwikkelkader horecavisie Aanvullende schriftelijke vragen D66 en BBB-HMV Op pagina 31 van de horecavisie staat onder de kop ‘Voorstel Ontwikkelkader’ het volgende: In het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) vindt een doorvertaling van het horecabeleid plaats. Voor de beoordeling van de vraag of vestiging/uitbreiding van een horecabedrijf mogelijk is, wordt het beoogde initiatief in eerste instantie getoetst aan het vigerende omgevingsplan. Indien het initiatief past, wordt vergunning verleend. Tweejaarlijks zal het toetsingskader / ontwikkelkader worden geëvalueerd. Het ontwikkelkader wordt expliciet beschreven als onderdeel van het omgevingsplan. Gezien de raad een omgevingsplan vaststelt, gingen de BBB-HMV en D66 fractie er vanuit dat het (tijdelijke) ontwikkelkader ook door de raad vastgesteld zou worden. Het is wenselijk dat we klip en klaar weten welk bestuursorgaan bevoegd is voor vaststellen van het ontwikkelkader horeca. Immers, als college niet bevoegd is, is de raad dat.
Vragen 1. Waarom is in horecavisie het ontwikkelkader wel beschreven als onderdeel (‘doorvertaling’) van het omgevingsplan, maar wordt deze als zodanig niet aan de raad voorgelegd voor besluitvorming? 2. Op basis van welk concreet wetsartikel zou het college bevoegd zijn om het ontwikkelkader horeca formeel vast te stellen en welke redenering hanteert het college hierover exact? 3. Het betreft nu een ontwikkelkader als onderdeel voor een mogelijk voorbereidingsbesluit van de raad. Is het college ook van mening dat het bevoegd is om ook in de toekomst het ontwikkelkader vast te stellen nadat de omgevingsvisies en -plannen door de raad zijn vastgesteld? 4. In de horecavisie wordt in een tweejaarlijkse evaluatie van het ontwikkelkader voorzien. Is het college ook van mening dat bevoegd is tot wijzigingen van het ontwikkelkader zonder besluitvorming door de raad?