Raadsmededeling 189-2021 beantwoording vragen fracties PP, CDA, CU, D66 en GB inzake Transitievisie Warmte.pdf
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
189-2021 5 november 2021 23 oktober 2021 H.G. Eskes M.J. Veldhuizen Beantwoording vragen fracties PP, CDA, CU, D66 en GB over Transitievisie Warmte
Met betrekking tot de beantwoording van de raadsvragen over het voorstel Transitie Warmte wordt verwezen naar de “Begeleidende brief behorende bij het raadsvoorstel tot het vaststellen van de Transitie Warmte”. Zoveel als mogelijk worden onderstaande vragen beantwoord. Aanleiding: Ingediende raadsvragen over de voorliggende Transitievisie Warmte Inhoud mededeling: Vragen TVW PP 1.
Pag 5. Het woordje ‘en’ is verwarrend in “12.000 woningen EN 15.000 WEq’s”
Antwoord: ja, wellicht is hierdoor niet direct duidelijk dat het in totaal om15.000 WEq’s gaat (woningen en utiliteit) in de gemeente Aalten. Verderop in de visie, blz 14, is dit wel duidelijker aangegeven: ‘In totaal zijn er 15.000 woningequivalenten (woningen en utiliteit) in de gemeente aanwezig’. 2. Algemeen: soms wordt als eenheid (miljoen) GJ gebruikt (pag 14), elders soms TJ: waarom? Antwoord: Het is geen verschillende eenheid. De omvang van de energie is steeds uitgedrukt in Joule (PetaJoule-TeraJoule-GigaJoule-MegaJoule.) De 0,6 miljoen GJ had ook 0,6 PJ kunnen worden genoemd of 600 TJ. Dat zou niet veel duidelijker zijn geweest. 3. Pag 14. Gemiddeld gasverbruik per huishouden (1650 m3) lijkt incl verbuik utiliteit te zijn. Dit is verwarrend en maakt vergelijk met andere gemeenten niet mogelijk. Antwoord: Het berekende gasverbruik van 1650 m3 per woning lijkt hier inderdaad inclusief het verbruik door utiliteit te zijn. Berekend vanuit de warmtevraag van gebouwde omgeving (0,6 mln GJ) waarvan 88% voor woningen, kom je uit op gemiddeld 45,5 GJ / 1440 m3 aardgasverbruik per woning. De energiemonitor geeft aan dat in 2019: 17,3 miljoen m3 (temperatuurgecorrigeerd) aardgas werd verbruikt door woningen in de gemeente Aalten. Dat is gemiddeld 1504 m 3 per woning in de gemeente Aalten. Dit sluit nog nauwer aan bij de gemiddelden in Nederland. 4.
Pag 16 Waarom nu nog geen aanpak utiliteit? Wanneer wel?
De aanpak, te beginnen met een startkeuze voor 4 kansrijke buurten, is vooral gebaseerd op eenvormigheid van de woningen. Hierdoor is een seriematige aanpak te realiseren. Het kenmerk
Pagina 1 van 13
van utiliteit is het ontbreken van deze eenvormigheid. Vandaar dat utiliteit later in de buurtuitvoeringsplannen aan bod zal komen. 5. 10% particuliere huur. Is bekend om welke woningen, verhuurders en huurders het gaat (kenmerken)? Zijn deze makkelijk te benaderen, wat zijn voor deze groep de knelpunten, wat is de beste aanvliegroute? Antwoord: De particuliere huurwoningen in de gemeente zijn wel bij ons bekend. Knelpunten voor deze groep in de verduurzaming zijn dat de ISDE-subsidie, de duurzaamheidslening niet kan worden ingezet. Die geldt alleen voor de woningeigenaar én bewoner van de woning. Ook de structurele aandacht voor verduurzaming die bij woningcorporaties wel aanwezig is, is bij de particuliere verhuurders wat minder, uitzonderingen daargelaten. 6. Woonlastenneutraal, terugverdientijd. Dit soort vragen stelt men ook niet bij aanschaf van een keuken.
Moeten we dit uitgangspunt niet verlaten nu de urgentie om CO2 terug te dringen zo groot is? ‘Betaalbaarheid’ lijkt een beter uitgangspunt (Uiteraard moeten we niet lage inkomens op extra kosten jagen; voor deze groep geldt terugverdientijd zeker als factor; maar voor hogere inkomens speelt betaalbaarheid geen rol, oftewel elke ingreep is voor hen betaalbaar ongeacht terugverdientijd.) Antwoord: Wanneer de urgentie om de CO2-uitstoot terug te dringen zodanig goed ‘tussen de oren’ zou zitten bij de woningbezitters en uitgevoerde duurzaamheidsmaatregelen net zo gewaardeerd worden als een nieuwe keuken zou terugverdientijd inderdaad geen thema hoeven te zijn. Ten aanzien van de warmtetransitie is in het klimaatakkoord ‘woonlastenneutraliteit’ als een principe genoemd. Dat is hier overgenomen. 7. P 25 “Bij het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen gaat het spoor van de clusteraanpak, zoals voorgesteld in deze visie, aangesloten worden op het spoor van de Woonplaats.” Hoe moet ik dit interpreteren? niet per cluster maar per individuele woning?? Antwoord: De Woonplaats heeft ook een beleid, een routekaart, ten aanzien van het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Met een clusteraanpak wordt getracht om dit met elkaar in lijn te brengen. 8. P 27. De Woonplaats is niet de meest actieve club als het om duurzaamheid gaat.
Welke (druk-) middelen kan de gemeente inzetten? Antwoord: De gemeente overlegt regelmatig, bestuurlijk en ambtelijk, met de Woonplaats. Daarnaast worden jaarlijks prestatieafspraken gemaakt. Daarin is verduurzaming een belangrijk onderwerp. 9. P 28 Verbinding met andere opgaven: duurzaam en circulair bouwen: in hoeverre wordt de keuze van materialen, losmaakbaarheid ed meegenomen in de BUPpen?. Antwoord: In dit stadium is het niet verstandig om al aan te geven wat er in een buurtuitvoeringsplan komt te staan. Het uitvoeringsplan wordt immers samen met de bewoners en andere stakeholders opgesteld en elke inhoud van dit plan is nog mogelijk. Maar het is zeker niet onlogisch om nu al aan te geven dat toe te passen materialen zo veel mogelijk herbruikbaar moeten zijn, en dat het hergebruik van materialen positief is. 10. P29 fig 7.1. “Isolatie: betaalt eigenaar” ; maar in geval van huur wordt de huur verhoogd dus betaalt de huurder. Antwoord: Uiteindelijk betaalt de huurder door de verhoging van de huur. De verhuurder ‘schiet voor’. 11. Algemeen: wat is nu de routekaart voor een gasloze aaltense gebouwenvoorraad? (smart, aantallen, jaren, …)
Pagina 2 van 13
Antwoord: Dat is niet concreet, of smart, aan te geven. Er wordt gestart met een paar wijken waardoor wordt geleerd van het proces waardoor het vervolg sneller en efficiënter zal gaan verlopen. CDA – Vragen Transitie Warmte Aalten 1) Voor groen gas wordt op pagina 18 geen grote rol toegedicht in onze gemeente Aalten. Dit in tegenstelling tot een succesvolle 5 (!) jaren lopende praktijkproef op De Marke te Hengelo G. De opstelling (Bio-UP) aldaar wordt zelfs verder ontwikkeld en geoptimaliseerd. * is in onze agrarische gemeente juist de productie van groen gas geen uitstekende veelbelovende kans? * is het juist niet raadzaam om nu al te anticiperen om de mogelijkheden van groengas ruimtelijk ruimschoots te onderzoeken en te faciliteren om bij aanvragen snel te kunnen reageren. Ook (voor) overleg met Alliander over, van, voor de mogelijkheden en vroegtijdig bijvoorbeeld mogelijke problemen met congestie van het gasnet te bespreken. Antwoord: Biogas wordt geproduceerd door vergisting van organische stoffen. De Achterhoek huisvest veel landbouwhuisdieren en heeft daarom veel mest en dat biedt kansen. Groen gas is biogas dat is opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit. Groen gas lijkt een zeer gunstig alternatief omdat het toegepast kan worden in het huidige gasnet. Die infrastructuur bestaat al.
Nadelen zijn dat het opwaarderen van biogas naar groengas kostbaar is en dat de productie nog zeer beperkt is. Daarnaast wil Nederland overstappen naar een kringlooplandbouw om te kunnen voldoen aan het Klimaatakkoord. Dit betekent dat de veestapel zal afnemen en er minder mest beschikbaar komt voor vergisting. De toekomstige vraag naar groen gas als alternatief voor aardgas in de industrie, transport en de gebouwde omgeving is vele malen groter dan het aanbod. Bij het gebruik van groen gas kunnen hoge temperaturen worden bereikt, en daarom wordt het vooral gezien als een oplossing voor de zware industrie en zwaar transport. Groen gas als alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving is dan ook een sluitstuk. Groen gas wordt doorgaans ingevoed in het landelijke aardgasnetwerk. Het is daarmee ook niet beschikbaar voor een lokaal warmtenet. Het groen gas zal landelijk worden verdeeld en ingezet worden op plaatsen waar geen andere (betaalbare alternatieven) voorhanden zijn. 2) Het hele traject staat of valt in het meenemen van onze bewoners in deze transitie. Echter er dient ook daadkrachtig en deskundige leiding te worden gegeven aan elk buurtproject.
Wat is de rol van de gemeente daarin of wordt er gedacht aan externe begeleiding en zijn hier voldoende middelen voor begroot? Antwoord: Daadkracht en deskundigheid van de projectleider is zeker van belang als het gaat om het opzetten en uitvoeren van een buurtuitvoeringsplan. Op dit moment denken wij echter dat daadkrachtige en deskundige leiding alleen niet genoeg is om bewoners massaal over de streep te trekken en mee te laten doen in de warmtetransitie. De maatregelenpakketten moeten helder zijn in kosten en opbrengsten, betaalbaar zijn, deelnemers niet in financiële problemen brengen, en voor ieder bezwaar een oplossing kunnen bieden. Daarvoor zijn wellicht nieuwe financiële arrangementen en subsidies nodig. Op dit moment staat voor de buurtuitvoeringsplannen € 50.000 per jaar op de begroting. Dat is niet genoeg om meerdere buurtuitvoeringsplannen per jaar tot een goed einde te brengen. Zeker niet als dat met inhuur van externen moet. Wij verwachten hiervoor nog aanvullende uitkering van het Rijk 3) Utiliteit doet nu nog niet mee, en toch hebben in 2023 al een uitdaging. Op welke manier ziet u de routekaart voor u? Antwoord: De aanpak, te beginnen met een startkeuze voor 4 kansrijke buurten, is vooral gebaseerd op eenvormigheid van de woningen. Hierdoor is een seriematige aanpak te realiseren. Het kenmerk van utiliteit is het ontbreken van deze eenvormigheid.
Vandaar dat utiliteit later in de buurtuitvoeringsplannen aan bod zal komen. Er is in de transitievisie Warmte ook een ‘algemene aanpak ’opgenomen. Hierin kunnen individuele woningeigenaren en ook
Pagina 3 van 13
utiliteit zelf stappen ondernemen en worden begeleid. Bijvoorbeeld door AGEM en het Energieloket. 4) Er wordt nauw samengewerkt met particuliere huiseigenaren en De Woonplaats om deze transitie te laten slagen. Wordt er ook samengewerkt met andere bezitters van woningen (denk aan investeerders e.d.) Antwoord: Ja, wanneer er meters moeten worden gemaakt moet ook deze categorie meedoen. Dat vraagt wel maatwerk. Knelpunten voor deze groep in de verduurzaming zijn dat de ISDEsubsidie, de duurzaamheidslening niet kan worden ingezet. Die geldt alleen voor de woningeigenaar én bewoner van de woning. Ook de structurele aandacht voor verduurzaming die bij woningcorporaties wel aanwezig is, is bij de particuliere verhuurders wellicht wat minder aanwezig, uitzonderingen daargelaten. 5) Uiteindelijk wordt de kosten van de warmte transitie doorberekend in de maandelijkse huur, is er aandacht voor het eventuele overschrijden van de huurgrens? Antwoord: Het principe is dat de verhoging van de huurprijs wordt gecompenseerd door de lagere energierekening. Dat zal in veel gevallen maatwerk zijn.
Schriftelijke vragen fractie CU Transitievisie Warmte Transitievisie warmte 1. Wat is nu precies de rol en verantwoordelijkheid van de overheid, en concreet van de gemeente Aalten, als het gaat om de realisatie van de visie? (ook wettelijk gezien) Antwoord: De ‘verplichting’ voor een gemeente om in 2021 een Transitievisie Warmte te hebben komt voort uit het Klimaatakkoord. Gemeenten hebben de regie in de wijkgerichte aanpak van de energietransitie in de gebouwde omgeving. De gemeenten hebben taken gekregen: het opstellen van een transitievisie warmte en uitvoeringsplannen op wijk- of buurtniveau. Gemeenten kunnen gedurende het proces op verschillende wijze invulling geven aan de regierol in relatie tot de stakeholders, zoals woningbouwcorporaties en netbeheerders. 2. Er is gekozen voor een aantal wijken om mee te beginnen. Welke afwegingen liggen daaraan ten grondslag (zowel het aantal wijken als de selectie van de wijken)? Antwoord: De keuze voor drie van de ‘eerste wijken’ is gebaseerd op gelijkvormigheid van woningen zodat een seriematige aanpak mogelijk is, een groot deel eigendom van de Woonplaats en een relatief hoog aardgasverbruik. Voor de veel nieuwere huizen in Aalten Kobus is isolatie minder belangrijk, deze woningen zijn bijna allemaal al goed geïsoleerd.
Deze woningen kunnen wel relatief eenvoudig volledig van het aardgas af, bijvoorbeeld door het installeren van een warmtepomp. Met deze clusters/buurten worden ongeveer 1000 woningen bereikt. Dat is minder dan 10% van de woningen in de gemeente Aalten. Hierbij moet worden gerealiseerd dat de buurtuitvoeringsplannen voor een groot deel ook nog een leertraject zijn: dat de succesvolste samenwerking met de bewoners en andere stakeholders nog moet worden ontdekt, technieken bekend moeten worden, financiële arrangementen worden gevonden. Daar is tijd en menskracht voor nodig, de omvang van de buurt moet nog wel behapbaar blijven. De buurtuitvoeringsplannen hierna kunnen, door de opgedane ervaring, in een straffer tempo worden opgesteld en uitgevoerd. 3. Er is een brief gestuurd naar inwoners van de geselecteerde wijken. In de brief staat onder meer dat “de buurten in Aalten zijn daarvoor op zijn vroegst in 2023 of 2024 aan de beurt’. Welk signaal straalt de gemeente hiermee uit, of zou de gemeente hiermee willen uitstralen? Antwoord: In de eerste plaats vonden wij het van belang dat de betrokken bewoners van de geselecteerde buurten niet uit de krant vernemen dat ze tot de buurten behoren ‘die het eerst
Pagina 4 van 13
aan de beurt zijn’. De buurt in Dinxperlo start in 2022 met het opstellen van een buurtuitvoeringsplan, de start bij de andere wijken volgt steeds een jaar later. Hiermee hebben wij een tijdspad willen aangeven, dat laat zien dat niet gelijk volgend jaar al de buurt ‘op de kop’ wordt gezet. 4. Ten aanzien van financiële gevolgen: er wordt gesproken over formatie. Zijn voor de gemeente verder geen financiële gevolgen om de visie te realiseren? Is er geen specifieke begroting voor dit (mega)project opgetuigd? Antwoord: De visie wordt uitgewerkt in buurtuitvoeringsplannen. De kosten zitten vooral in menskracht, eigen medewerkers of een adviesbureau). Medewerkers worden hiervoor vrijgemaakt. Voor de warmtetransitie staat een bedrag op de begroting voor de komende jaren (50.000 per jaar. Dat lijkt ons op dit moment nog wel aan de lage kant. Er wordt nog wel een aanvullende (doel)uitkering van het Rijk verwacht voor deze werkzaamheden. 5. Ten aanzien van de visie: wat is (zijn) de grootste uitdaging(en) om de overstap te maken naar een aardgasvrije gemeente? Is dat op technisch gebied, financieel gebied, urgentie bij inwoners of anderszins? Antwoord: De uitdagingen liggen op al deze terreinen. De techniek lijkt nog het minst een probleem, al is de capaciteit van het elektriciteitsnet in de wijk/buurt nog wel een issue.
Warmtepompen zorgen voor een flinke verhoging van de elektriciteitsafname door woningen. Dat moet wel door de kabel kunnen. Op financieel gebied wordt ernaar gestreefd om de veranderingen, de verduurzaming van de woning, woonlastenneutraal te laten zijn. Dat is nu in erg veel gevallen nog niet mogelijk. Daar zullen nieuwe financiële arrangementen bij moeten komen. Al is de stijgende gasprijs wel een grote stimulans. De grootste uitdaging verwachten wij in het over de streep trekken van bewoners in de buurten om mee te doen met de warmtetransitie. Het ontwikkelen van een goed, individueel, plan voor de woning waar de bewoner in geloofd en niet in door de financiële problemen komt. Daarin speelt besef van de urgentie ook een rol. Schriftelijke vragen fractie D66 Transitievisie Warmte. Er wordt gesproken over goede communicatie met bewoners en het energieloket. Dit wordt echter weinig concreet uitgewerkt. Vragen: ● Hoe wordt bekendheid van energieloket Agem vergroot? Antwoord: door meer aandacht te geven in de gemeentelijke media (Aalten Actueel, website, sociale media) aan het Energieloket. Het Energieloket zelf doet daar ook goed haar best voor.
● Staat het college open voor een gemeentelijk informatiecentrum over duurzaamheid, zoals in Winterswijk? Zie ook: https://www.werkaanwinterswijk.nl/duurzaamheid/uitgelicht/centrum+duurzaam+winterswijk/defau lt.aspx Antwoord: Nee, Wij denken dat het huidige energieloket voldoende in de behoefte voorziet. De visie wordt elke vijf jaar herijkt, terwijl de ontwikkelingen en 'learnings' op snel gaan op dit gebied. Vragen: ● Hoe worden nieuwe ontwikkelingen in de komende jaren meegenomen in de uitvoering? Antwoord: In de tussenliggende 5 jaren worden de buurtuitvoeringsplannen opgesteld en tot uitvoering gebracht. Ontwikkelingen en learnings op het gebied van de warmtetransitie worden
Pagina 5 van 13
daarin (uiteraard) meegenomen en toegepast. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet. Ook in regionaal verband. ● Hoe en hoe vaak wordt de gemeenteraad op de hoogte gehouden? Welke mogelijkheden zijn er voor de raad om bij te sturen in de komende jaren? Antwoord: In de jaarlijkse updates van het Plan van Aanpak Duurzaamheid, is er ook aandacht voor de vorderingen op het gebied van de warmtetransitie. In dit ritme is de raad in gelegenheid om bij te sturen op de voortgang van de warmtetransitie. Daarnaast kan de raad ook zelf initiatief nemen. Uitgangspunt is dat duurzame investeringen in de woningen door inwoners terugverdiend moeten kunnen worden. Vraag: Valt hier ook toekomstige verschil in waardeontwikkeling tussen duurzame en niet of minder duurzame woningen onder? Antwoord: Nee, daar wordt niet van uitgegaan. Woonlastenneutraliteit is een uitgangspunt en daar hoort waardevermeerdering van onroerend goed niet bij. Er wordt gekozen te beginnen met vier clusters waar de Woonplaats veel bezit heeft. De gemeente Aalten kent veel particulier woningbezit en relatief laag aandeel woningen van de woningcoöperaties. Vragen: ● Op welke manier met deze clusters praktische ervaring opgedaan die toegepast kan worden voor particuliere woningbezitters? Antwoord: Daar is (door ons) geen ervaring mee opgedaan.
Er is door de Woonplaats wel eens een uitgewerkt verduurzamingspakket voor een huurwoning beschikbaar gesteld aan kopers van vergelijkbare woningen. De animo van de huizenbezitters was daarvoor niet groot. ● Hoe worden ervaringen gedeeld met particuliere woningbezitters en bewustwording vergroot? Antwoord: Juist in de buurtuitvoeringsplannen en in het stimuleren van de bewoners om mee te doen aan de warmtetransitie zijn het aanreiken van goede voorbeelden en ervaringen belangrijk. Hier zal dan ook volop aandacht voor zijn. Pagina 10 - “de energierekening moet betaalbaar blijven”. Vraag: Hoe verhoudt zich dit met de recente sterke toename van de gasprijs? Immers omdat Nederland niet langer een gas exporteur is en in hoge mate van import van gas afhankelijk is, is het aannemelijk dat de gasprijs een hoge mate van onzekerheid zal kennen met ook hogere gasprijzen als gevolg. Antwoord: De stijging van de gasprijs is aan de ene kant een extra stimulans voor bewoners om mee te doen in de warmtetransitie. Aan de andere kant komen een aantal huishoudens hier ook door in financiële problemen. Daar is landelijke aandacht voor (zoals het plan voor 400 euro compensatie).
Pagina 6 van 13
Pagina 10 - “Dat betekent dat we de buurten niet te groot maken, zodat persoonlijk contact echt persoonlijk is”. Vraag: Voor het opstellen en uitvoeren van een Buurt Uitvoeringsplan zijn financiële middelen en inzet nodig. Hoe is meegewogen of de overhead bij kleine clusters niet te hoog wordt? Antwoord: Dat is niet meegewogen. Vraag: Landelijk wordt voor een Buurt Uitvoeringsplan wordt een termijn van 8 jaar gehanteerd. Is voor een cluster van ongeveer 100 woningen 8 jaar niet een te lange periode? Antwoord: De termijn van 8 jaar is vooral in beeld als er sprake is van het realiseren van een warmtenet of toepassing van echt nieuwe technieken. Daar is tijd voor nodig. Bij individuele oplossingen en bewezen technieken hoeft het geen 8 jaar te duren voordat het plan tot uitvoering komt. Daarin kan aan een termijn van een jaar of drie worden gedacht. Vraag: Als deze aanpak naar alle woningen vertaald, hoeveel Buurt Uitvoeringsplannen zijn dan nodig tot aan 2050? Antwoord: Er zijn 29 buurten in de gemeente Aalten (Blz 41 TVW).
Op de website van CBS is de volgende statistiek voor ‘type verwarmingsinstallatie’ voor Aalten in 2020 terug te vinden: ● Individuele cv 92,2% ● Blokverwarming 0,9% ● Stadsverwarming zonder gasverbruik 0,3% ● Elektrisch verwarmd met hoog gasverbruik 1,5% ● Elektrisch verwarmd met laag gasverbruik 0,1% ● Elektrisch verwarmd zonder gasverbruik 0,8% ● Type installaties onbekend 4,2% Vraag: Is er een doelstelling voor 2030 te geven die aansluit op deze openbare statistiek van het CBS? ‘ Antwoord: Nee, een dergelijke planning is geen onderdeel van de Transitievisie Warmte. Wel kan uit de planning van de 9 wijken (blz 24), waarvan het doel is om gereed te zijn in 2030, een beeld ontstaan. Bij een uiterst ambitieuze deelname van 100% van de buurtbewoners en toepassing van een warmtepomp of een hybride warmtepomp gaat het dan om zo’n 1660 woningen. Zou een toename van 14,3 % zijn in de categorieën ‘Elektrisch verwarmd met laag gasverbruik’ en ‘Elektrisch verwarmd zonder gasverbruik’ (samen, niet per categorie) Pagina 13 - Isoleren wordt een spijtvrije maatregel genoemd. Echter als een isolatie maatregel onvoldoende is om een woning in de toekomst aardgasvrij te kunnen maken, zal er alsnog extra extra isolatie moet worden aangebracht dan wel bestaande isolatie moeten worden vervangen, Hierbij zal in de praktijk de vloer, wanden en dak opnieuw afgewerkt moeten worden tegen forse kosten.
Vraag: Zal in de voorlichting naar inwoners helder worden gemaakt dat isolatie niet in alle gevallen spijtvrij is? Antwoord: Uiteraard. Bedoeld is om wel zodanig te isoleren dat een hybride warmtepomp mogelijk is. Dan wordt er nog aardgas verstookt op de echt koude dagen. Maar dit kan in de toekomst ook een alternatieve brandstof worden zoals biogas of waterstof. Pagina 13 Hybride warmtepomp - Met een redelijk geïsoleerd huis zal aardgas alleen nodig zijn op piekmomenten (bijvoorbeeld de paar echt koude dagen in het jaar). Later kan dit worden vervangen door een groengas. Vraag: Is een scenario om gas voor zeer koude dagen te vervangen door groen gas geen uiterst onzeker alternatief zowel qua kosten als leveringszekerheid? Ook omdat er structureel betaald moet worden voor een dubbele infrastructuur?
Pagina 7 van 13
Antwoord: Ja, dat risico is er. Het gasnet wordt dan niet verwijderd en zal onderhouden moeten worden. En ook de beschikbaarheid van groengas is niet zeker. Maar ervan uitgaand dat een hybride warmtepomp een jaar of 15 meegaat, zullen er tegen die tijd wellicht ook andere technieken voorhanden zijn. Bijv betere (midden)hoog temperatuurwarmtepompen, verwarmingsketel op een alternatieve brandstof. Pagina 16 - “Er is in Aalten ook nog een substantieel deel van de woningen vóór 1945 gebouwd. Voor deze woningen is een hoogtemperatuur oplossing het meest logisch.” Vraag: Is dit niet heel erg voorbarig dan wel eenzijdig? Ook woningen van vóór 1945 zijn zeer goed te isoleren als onderdeel van een grotere (waarde verhogende) renovatie. Antwoord: In dit soort teksten worden algemeenheden verkondigd. Natuurlijk zijn er woningen die gebouwd zijn voor 1945 en uitstekend zijn geïsoleerd, of waar dat zou kunnen. Maar dat is in algemene zin vaak niet zo. Wanneer geld geen rol speelt kan technisch alles. Pagina 16 - Utiliteitsbouw doet nu nog niet mee Vraag: Wanneer is de aparte routekaart voor verduurzaming van utiliteitsbouw gereed? Is er voor routekaart ook een doel voor 2030? Op welke manier wordt hiervoor de komende jaren praktische stappen gezet? Antwoord; De aanpak, te beginnen met een startkeuze voor 4 kansrijke buurten, is vooral gebaseerd op eenvormigheid van de woningen.
Hierdoor is een seriematige aanpak te realiseren. Het kenmerk van utiliteit is het ontbreken van deze eenvormigheid. Vandaar dat utiliteit later in de buurtuitvoeringsplannen ook aan bod zal komen. Pagina 18 - “Bij thermische energie uit afvalwater (TEA) wordt warmte onttrokken uit afvalwater. Praktijk: binnen de gemeente bevinden zich twee kleine RWZI’s. De winbare warmte hiervan zal in de directe omgeving van de RWZI’s ingezet kunnen worden.” Vraag: Hoe wordt de ontwikkeling hiervan concreet opgepakt? Antwoord: Voor het concreet oppakken van deze ontwikkeling is geen planning gemaakt. Logischerwijs wordt hier het tempo van de buurtuitvoeringsplannen gevolgd. Pagina 18 “Biomassa is warmte opgewekt uit organische materialen die in de natuur voorkomen. Het geschatte potentieel aan warmte uit biomassa in de gemeente Aalten is 9,7 TJ per jaar. Praktijk: de wenselijkheid van deze bron staat omwille van duurzaamheid ter discussie in Nederland. Vragen:. ● Wordt (individuele) toepassing van biomassa voor warmte uitgesloten of niet? Antwoord: Er is op dit moment geen wettelijk verbod op biomassakachels. Dergelijke kachels zijn in Aalten al wel uitgesloten voor subsidie en duurzaamheidsleningen. Wij zijn dan ook geen voorstander van deze toepassing en ontmoedigen middels voorlichting, de houtkachels, zoals in uw raad besloten.
Wij denken dat het uitsluiten van deze toepassing ook niet mogelijk is en er ook niet zal komen. Wel is door goede voorlichting de adspirant-koper wellicht nog op andere gedachten te brengen. Inwoners zijn vast ook wel gevoelig voor goede argumenten. Pagina 24 - tabel met clusters Vraag: Is het doel om alle clusters te starten te maken af te maken voor 2030, of alleen de eerste vier clusters boven de blauwe streep? Antwoord: Ja, dat was wel de bedoeling. Maar vanwege het hoge aantal huurwoningen in deze clusters zijn we wel wat afhankelijk van het tempo en de routekaart van de Woonplaats. Op de website van het landelijke Programma Aardgasvrije Wijken (www.aardgasvrijewijken.nl) lezen we: ‘Het doel is dat alle transitievisies warmte samen optellen tot 1,5 miljoen woningequivalenten. (….) De eerste transitievisie warmte, die gemeenten uiterlijk eind 2021 vaststellen, heeft betrekking op een derde van de totale periode. In de eerste periode is er echter sprake van een Pagina 8 van 13
aanloopperiode waarna er opschaling wordt gerealiseerd. Mede daarom hebben de afspraken in het Klimaatakkoord voor de periode tot en met 2030 betrekking op circa een vijfde van de gebouwenvoorraad, oftewel 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen’. Voor Aalten zou dit betekenen dan er tot 2030 in totaal 2400 woningen aardgasvrij zouden moeten worden gemaakt. Vraag: In tabel 6.1 zijn 1060 woningen met een tijdspad tot 2030 en 1670 woningen in totaal , fors lager dan de landelijke vuistregel van 2400 woningen (een vijfde) aardgasvrij in 2030. Graag een nadere toelichting hierop. Antwoord: In het klimaatakkoord is niet aangegeven dat dat percentage van woningvoorraad ook automatisch in die verhouding voor de woningvoorraad voor een gemeente geldt. Naast de buurtaanpak is er ook voorzien in een ‘algemene aanpak’. Die wordt in ons beleid vooral vormgegeven door Agem (uiteraard in onze opdracht en met onze financiële middelen zoals (basis en pluspakket van het Energieloket, regiodeal: one-stop-shop, project ‘heerlijk thuis in huis’) Er komen dus nog voor 2030 wel meer ‘aardgasvrije’ woningen bij dan voortvloeiend uit de buurtuitvoeringsplannen. Eerder dit jaar heeft de wethouder een toezegging gedaan dat ook een beleid voor stimuleren voor autonome verduurzaming in deze visie een plek zou krijgen.
Op pagina 26 wordt kort aandacht besteed aan bestaande stimuleringsmaatregelen voor individuele aanpak door bewoners, de zogenaamde kleine maatregelen zoals radiatorfolie en tochtstrook. Vraag: Is het college voornemens om een meer ambitieus beleid te formuleren voor individuele of autonome verduurzaming? Waarom is dit ondanks de toezegging niet opgenomen in deze visie? Antwoord: in het antwoord op de vorige vraag is hier al op ingegaan. Er wordt beleid ontwikkeld onder de vlag van de regiodeal (twee projecten) en door de wijkaanpak met het Energieloket. Ook de RREW-regeling levert een bijdrage in het terugbrengen van het aardgasverbruik. Pagina 27 - “Het huidige beleid van De Woonplaats is om eerst woningen te isoleren. In een later stadium wordt ingezet om woningen van het aardgas te halen. (…) De Woonplaats wil gezamenlijk met de gemeente Aalten het cluster Dinxperlo Centrum Oost aanpakken als startcluster.” Vraag: Is de inzet van De Woonplaats wel om de woningen in de voorgestelde clusters aardgasvrij te maken? Antwoord: Uiteindelijk wel. De Woonplaats zet in eerste instantie in op besparen, in de zin van isoleren van de woningen. Met warmtepompen en hybride warmtepompen wordt bij de Woonplaats geëxperimenteerd waardoor er nog geen harde toezegging is dat zij in de eerste cluster direct warmtepompen toevoegen.
Er is voorzien in een evaluatie met de Woonplaats na een jaar (in 2023). Pagina 27 - “Het in 2030 klaar zijn met het verduurzamen (isoleren) van de eengezinswoningen kan wellicht lastig zijn als een deel van de zittende huurders niet wil meewerken en ook niet muteert.” Vraag: Is bij renovatie van 10 of meer huurwoningen de goedkeuring van 70% van de huurders niet voldoende volgens de wet? Antwoord: Wellicht is dat wettelijk zo geregeld, maar wij krijgen niet de indruk dat de Woonplaats haar huurders op deze wijze wil dwingen tot verduurzaming van de gehuurde woning. Een belangrijk punt in een buurtuitvoeringsplan is dat de zittende huurder instemt met de verduurzaming van de woning en de daarmee gepaard gaande huurverhoging. Pagina 27 - grondroeringsgevoelige gasleidingen moeten vervangen worden voor 2032 Vraag: Op welke manier sluiten de clusters aan bij de planning van Liander? Is er een koppelkans om vervanging van gasleidingen te voorkomen? Antwoord: Bij de keuze en de volgorde van de cluster heeft het aspect grondroeringsgevoelige leidingen nauwelijks een rol gespeeld. In de cluster ‘Planetenbuurt’ ligt nog een stuk grondroeringsgevoelige gasleiding. In de andere 8 clusters niet. Bij grondwerkzaamheden in een Pagina 9 van 13
straat moeten de evt aanwezige grondroeringsgevoelige gasleidingen worden vervangen. Wanneer het niet lukt om een hele cluster ‘van het gas’ te krijgen, kan en mag het aardgasnet niet worden verwijderd. Dat betekent dat het afstemmen op de planning van het verwijderen van grondroeringsgevoelige leidingen in theorie verstandig, maar in de praktijk lastig uitvoerbaar is. Pagina 28 - hittestress - In deze visie wordt nauwelijks aandacht besteed aan koeling. Terwijl hier veel koppelkansen liggen door slim te koelen in de zomer en de warmte vast te houden voor in de winter. Voorbeelden zijn industriële WKO’s, warmteopslag in de kruipruimte, regeneratie door brine warmtepompen, of kleinschalige thermische batterijen die zomers tot 90 graden worden verwarmd. Vraag: Waarom is koeling niet meegenomen in deze visie? Is het college bereid dit alsnog te gaan onderzoeken? Antwoord: In de visie is de nadruk gelegd op het besparen op het verbruik van aardgas (warmte) en het zetten van stappen richting aardgasvrij. Dat verschillende technieken om aardgasvrij te bereiken ook de mogelijkheden tot koelen hebben is goed om mee te nemen in de uitwerking van de buurtuitvoeringsplannen. Koelen van de woning is ook mogelijk met een warmtepomp. Vergaande warmte-isolatie van de woning zorgt er ook voor dat de warmte in de zomer minder ’naar binnen’ komt en koeler blijft.
Pagina 29 - warmtemeter Vraag: Staat het college open om als gemeente kleinschalige warmtenetten met collectieve warmtepomp en WKO financieel te ondersteunen of zelfs in beheer te nemen? Antwoord: In het geval van gemeentelijk beheer van een warmtenet is het de vraag of de rol van energie- of warmteleverancier bij een gemeente past. Financiële ondersteuning van deze voorzieningen is feitelijk een subsidie op warmtetransitiemaatregelen. Een dergelijke regeling kennen wij nu niet. Voorstelbaar is dat dit vanuit een nieuwe rijkssubsidieregeling wel mogelijk zal worden. Dit vanuit de, op Prinsjesdag, aangekondigde miljoenen voor het realiseren van de energie- en warmtetransitie. Op de voorhand lijken collectieve warmtepompen en WKO ook niet het meest geschikt als aardgasalternatief voor de buurten in de gemeente Aalten. Pagina 30 - “Kosten voor de bewoners kunnen in ieder geval worden onderverdeeld in investeringskosten en jaarlijkse kosten per woning”. In een onderzoek van Erdal Aydin (Maastricht University) Dirk Brounen (Tilburg University uit 2016 wordt een prijskorting gezien ruim 16.000 Euro voor label F en G t.o.v. label D en een prijspremie van 3500 Euro voor label A en B (t.o.v. D). In een onderzoek van databedrijf Calcasa uit 2018 laat een gemiddeld waardeverhoging van 2,8% bij een verbetering van 2 labelstappen en bij 3 of meer labelstappen naar gemiddeld 3,6%.
Vraag: Zou voor een compleet financieel overzicht voor inwoners ook niet de waardevermeerdering van een woning moeten worden meegenomen bij een hogere energielabel? Antwoord: Wanneer woonlastenneutraliteit een vertrekpunt is voor het treffen van maatregelen is de waardevermeerdering van de woning daarin niet meegenomen. Het aspect waardevermeerdering zal uiteraard voor de bewoners/woningeigenaren een bijkomend positief effect hebben en zeker bijdragen aan de individuele beslissing om ’mee te doen in de warmtetransitie’. Pagina 31 - Afsluiten gasnet 700 Euro Vraag: Voor particulieren zijn er op dit moment geen afsluitkosten voor gas, hoewel dit formeel tijdelijk is, is het maar de vraag of deze kosten daadwerkelijk terug komen. Daarnaast, voor AllElectric vervalt het vastrecht voor gas van 200-300 Euro per jaar. Zou dit voor een compleet financieel overzicht niet moeten worden toegevoegd? Antwoord: Ja, dit is later voor het individuele rekensommetje voor de buurtbewoner zeker ook van belang. De tabel op pagina pretendeert niet een volledig overzicht van alle plussen en minnen op financieel gebied te geven. Het is vooral indicatief en laat in grote lijnen zien dat de warmtetransitie niet kansloos is omdat het absoluut betaalbaar is. Pagina 10 van 13
Pagina 31 - Kosten hybride warmtepomp Bij een hybride warmtepomp is een blijvende invloed van onzekere gasprijs. Verder moet gedurende de levensduur ook vastrecht voor de gasaansluiting voldaan worden, bij een levensduur van 20 jaar een bedrag van 3000-4000 Euro. Vraag: Zouden deze factoren niet meegenomen moeten worden in een compleet financieel overzicht voor inwoners. Antwoord: Jazeker, dat is ook van belang straks maar gelijk aan het antwoord op de vorige vraag: de tabel 7.3.pretendeert niet volledig en gedetailleerd te zijn. Pagina 32 - Duurzaamheidsleningen Veel hypotheekverstrekkers hebben extra gunstige voorwaarden voor verhoging van hypotheek voor verduurzaming van een woning (omdat onderpand hiermee meer waardevast wordt). Vraag: Worden inwoners ook gewezen op mogelijkheden om hypotheek te verhogen? Antwoord: Het is de bedoeling om in de buurtuitvoeringsplannen alle relevante aspecten mee te nemen. Daar is dit er één van. Pagina 38 - “Binnen de gemeentegrenzen is de potentie voor het opwekken van biogas groot, circa 772 TJ per jaar. Dit is te verklaren vanwege het grote buitengebied van de gemeente en de activiteiten die hier plaatsvinden. Vanwege de aard van het groengas, wordt een deel van deze potentie mogelijk op dit moment wel al benut. Koeienmest wordt soms al ingezet als natuurlijk bemestingsmiddel en GFT-afval wordt vaak gebruikt in verbrandingsovens.
Het volledig inzetten van deze potentie zal dus zeer waarschijnlijk niet mogelijk zijn.” Vraag: Gaat het college stimuleren om biogas op te wekken? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Er zitten veel haken en ogen aan biogas. Maar er lijkt zeker een rol weggelegd voor de productie van biogas in de energietransitie en daarom zal het college, binnen haar mogelijkheden, initiatieven voor de opwek van biogas positief benaderen. Raadsvoorstel pagina 2 - “Is er, door het uitvoeren van de Transitievisie Warmte, wat over de feitelijke vermindering van het aardgasverbruik (…) te zeggen? De vier clusters, waar in de komende jaren mee wordt gestart, hebben gezamenlijk ruim 1050 woningen. Dat is ongeveer 9 % van alle woningen in de gemeente Aalten. (…) Wanneer in deze clusters volledig aardgasvrij zou kunnen worden bereikt, wordt 1,5 miljoen m3 aardgas bespaard. Vraag: Is in het raadsvoorstel genoemde aardgasbesparing een kwantitatief doel op basis waarvan de aanpak geëvalueerd wordt? Zo niet, wat is dan het meetbare doel wat het college wil halen? Antwoord: Nee, het is geen formeel doel, en dit is hier alleen zo gepresenteerd om ‘gevoel’ te krijgen bij de maximale kwantitatieve resultaten van de inspanning. Er is in het voorstel geen meetbaar doel geformuleerd. Het meetbare doel is de doelstelling uit het klimaatakkoord.
Raadsvoorstel pagina 3 - “De gemeente Aalten heeft personeelsformatie beschikbaar voor de uitvoering van de transitievisie warmte en de opzet en uitvoering van de buurtuitvoeringsplannen. Hiervoor is voor de komende jaren 50.000 euro per jaar beschikbaar. Om de aanpak een succes te laten worden is er nog wel extra formatie nodig. De verwachting is dat er vanuit het Rijk nog een financiering/uitkering komt voor gemeenten om hieraan uitvoering” Vraag: We lezen dat de beschikbare formatie onvoldoende is voor de buurtuitvoeringsplannen. Waarom zijn de benodigde gelden niet gereserveerd in de begroting als deze toch nodig zijn? Kan de uitvoering vertraging oplopen? Antwoord: Er is een reservering gedaan in de begroting waardoor gestart kan worden met de buurtuitvoeringsplannen. Deze bestaande reserveringen voor de komende jaren komen voort uit een ‘doeluitkering van het Rijk voor het opstellen van de Transitievisie Warmte. De extra reservering op de begroting zou moeten zijn gebaseerd op een nog door de raad vast te stellen Transitievisie Warmte. Zodra er meer duidelijkheid is over de aanpak, de extra middelen vanuit het Rijk en de visie is vastgesteld, kunnen er vervolgvoorstellen komen.
Pagina 11 van 13
Raadsvoorstel pagina 3 - “De buurtaanpak mikt op een hoge deelname, 90%, maar of de burger ook echt gaat meedoen is nog maar de vraag.” Vraag: Hoe staat het college hierin? Gelooft en committeert het college zich aan om via de buurtaanpak 90% deelname te realiseren? Zo niet, waarom niet en waar committeert het college zich dan wel aan? Antwoord: Het uiteindelijke doel is dat het aardgas voor 100% verdwijnt uit de wijken. Daarom moet er worden gestreefd naar een hoge deelnamegraad, maar omdat er niets te dwingen valt, is dat een enorme uitdaging. Wij committeren ons niet aan 90% deelname, in de zin van een resultaatsverplichting, dat is niet te doen. Wij streven wel naar een zo groot mogelijke deelname en zullen daar alle zeilen voor moeten bijzetten. GemeenteBelangen: Onderwerp 1. Voorstel tot vaststellen van de Transitievisie Warmte Aalten 1 Klopt het dat we elke 5 jaar een geactualiseerde Transitievisie Warmte kunnen ontvangen? Is het mogelijk om daarin de status van de woningen mee te nemen? Met status bedoelen wij het aantal woningen wat aardgasvrij, aardgasvrij ready en verduurzaamd is Antwoord: Ja, de Transitievisie Warmte wordt in principe iedere vijf jaar herijkt. Een overzicht van de ‘verduurzamingstatus’ van de woningen zou een uitstekende monitoringstool zijn.
Deze gegevens zijn nu in grote lijnen wel bekend (CBS-gegevens) maar uitgevoerde verduurzamingmaatregelen en bijv een plaatsing van een warmtepomp worden niet altijd vastgelegd. Over vijf jaar zullen de resultaten van de buurtuitvoeringsplannen wel bekend zijn en vastgelegd. 2 Is het de bedoeling om de uitgekozen buurten voor 2030 zoveel mogelijk ‘aardgasvrij’ te maken? Zijn dit de enige wijken die voor 2030 aan bod komen? Zijn de inwoners uit deze kansrijke buurten al op de hoogte gebracht dat hun woning deel uitmaakt van de 1e buurten die aangepakt gaan worden? Antwoord: aardgasvrij is wel een streven maar dat zal mogelijk niet in alle gevallen haalbaar zijn. Aardgasvrij ready (met een hybride warmtepomp bijv.) is ook een resultaat dat positief moet worden benaderd. In de voorlopige planning is voorzien dat de 9 geselecteerde wijken aan bod komen. Daarnaast zullen er ook nog woningen in een algemene aanpak in beeld komen (Agem: one-stop-shop (regiodeal) Agem energieloket bespaaraanpak) die voor 2030 zijn afgerond. Er is begin november een informerende brief gestuurd naar alle adressen in de vier geselecteerde ‘eerste’ wijken. 3 Wanneer zijn de overige wijken aan de beurt? We kunnen ons voorstellen dat inwoners willen weten wanneer zij aan de beurt zijn in verband met het onder andere vervangen van hun huidige CV-ketel.
Bent u ook niet wettelijk verplicht om het tijdspad inzichtelijk te maken? Antwoord: Wij kunnen ons ook wel voorstellen dat inwoners willen weten wanneer zij aan de beurt zijn. Maar die volgorde is nog niet bepaald en is erg afhankelijk van hoe de buurtuitvoeringsplannen inhoudelijk gaan verlopen. Er is geen wettelijke verplichting om het tijdspad inzichtelijk te maken. Bij een noodzakelijke vervanging van de cv-ketel is het naar onze mening niet verstandig om op het buurtuitvoeringsplan te wachten. Via het Agem Energieloket is informatie op te vragen over een verduurzamingsaanpak van de woning. Daar wordt ook over de mogelijke subsidies, leenmogelijkheden, ontzorgingsaanpak e.d. geadviseerd. 4 U schrijft dat u in 2022 gaat starten met het opstellen van het 1e buurtuitvoeringsplan. Wie gaat u betrekken bij het opstellen van dit plan? Gaat de gemeenteraad straks ook de buurtuitvoeringsplannen vaststellen? Antwoord: Bij een buurtuitvoeringsplan worden de inwoners, wooncorporatie, andere verhuurders, overige gebouweigenaren, netbeheerder, uitvoerende partijen (aannemers, evt ‘warmtebedrijf) betrokken. De gemeenteraad wordt gevraagd het buurtuitvoeringsplan goed te keuren.
Pagina 12 van 13
5 In oktober 2020 hebben we de startnotitie Transitievisie Warmte ontvangen. Hierin staat dat er een stuurgroep komt die commitment geeft voordat de Transitievisie Warmte aan de raad wordt voorgelegd. Is deze stuurgroep al opgericht? En heeft deze stuurgroep haar commitment al gegeven? Antwoord: De Transitievisie Warmte is besproken met de bestuurders, netbeheerder en wooncorporatie (stuurgroep). De Transitievisie Warmte kon door naar besluitvorming. 6 Is de 50.000 euro die per jaar beschikbaar komt, alleen voor de inzet van eigen personeel? Antwoord: Nee, het is voorstelbaar dat een adviesbureau wordt ingeschakeld. 6 In het voorstel geeft u aan dat de utiliteit (nog) niet meedoet. Wanneer kunnen we de routekaart voor deze categorieën ontvangen Antwoord: De aanpak, te beginnen met een startkeuze voor 4 kansrijke buurten, is vooral gebaseerd op eenvormigheid van de woningen. Hierdoor is wellicht een seriematige aanpak te realiseren. Het kenmerk van utiliteit is het ontbreken van deze eenvormigheid. Vandaar dat utiliteit later aan bod zal komen in de buurtuitvoeringsplannen.
De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd:
Pagina 13 van 13
PP Vragen TVW
1. Pag 5. Het woordje ‘en’ is verwarrend in “12.000 woningen EN 15.000 WEq’s” 2. Algemeen: soms wordt als eenheid (miljoen) GJ gebruikt (pag 14), elders soms TJ: waarom ? 3. Pag 14. Gemiddeld gasverbruik per huishouden (1650 m3) lijkt incl verbuik utiliteit te zijn. Dit is verwarrend en maakt vergelijk met andere gemeenten niet mogelijk. 4. Pag 16 Waarom nu nog geen aanpak utiliteit? Wanneer wel? 5. 10% particuliere huur. Is bekend om welke woningen, verhuurders en huurders het gaat (kenmerken)? Zijn deze makkelijk te benaderen, wat zijn voor deze groep de knelpunten, wat is de beste aanvliegroute? 6. Woonlastenneutraal , terugverdientijd. Dit soort vragen stelt men ook niet bij aanschaf van een keuken. Moeten we dit uitgangspunt niet verlaten nu de urgentie om CO2 terug te dringen zo groot is? ‘Betaalbaarheid’ lijkt een beter uitgangspunt Uiteraard moeten we niet lage inkomens op extra kosten jagen; voor deze groep geldt terugverdientijd zeker als factor. Maar voor hogere inkomens is bijna elke ingreep betaalbaar en moet terugverdientijd geen rol spelen. Onderschrijft u deze redenering?
7. P 25 “Bij het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen gaat het spoor van de clusteraanpak, zoals voorgesteld in deze visie, aangesloten worden op het spoor van de Woonplaats.” Hoe moet ik dit interpreteren? niet per cluster maar per individuele woning?? 8. P 27. De Woonplaats is niet de meest actieve club als het om duurzaamheid gaat. Welke (druk-) middelen kan de gemeente inzetten? 9. P 28 Verbinding met andere opgaven: duurzaam en circulair bouwen: in hoeverre wordt de keuze van materialen, losmaakbaarheid ed meegenomen in de BUPpen?. 10. P29 fig 7.1. “Isolatie: betaalt eigenaar” ; maar in geval van huur wordt de huur verhoogd dus betaalt de huurder. Kan de figuur aangepast worden? 11. Algemeen: wat is nu de routekaart voor een gasloze aaltense gebouwenvoorraad? (smart, aantallen, jaren, effecten, …)
CDA – Vragen Transitie Warmte Aalten
1) Voor groen gas wordt op pagina 18 geen grote rol toegedicht in onze gemeente Aalten. Dit in tegenstelling tot een succesvolle 5 (!) jaren lopende praktijkproef op De Marke te Hengelo G. De opstelling (Bio-UP) aldaar wordt zelfs verder ontwikkeld en geoptimaliseerd.
*
is in onze agrarische gemeente juist de productie van groen gas geen uitstekende veelbelovende kans?
*
is het juist niet raadzaam om nu al te anticiperen om de mogelijkheden van groengas ruimtelijk ruimschoots te onderzoeken en te faciliteren om bij aanvragen snel te kunnen reageren. Ook (voor) overleg met Alliander over, van, voor de mogelijkheden en vroegtijdig bijvoorbeeld mogelijke problemen met congestie van het gasnet te bespreken.
2) Het hele traject staat of valt in het meenemen van onze bewoners in deze transitie. Echter er dient ook daadkrachtig en deskundige leiding te worden gegeven aan elk buurtproject. Wat is de rol van de gemeente daarin of wordt er gedacht aan externe begeleiding en zijn hier voldoende middelen voor begroot?
3) Utiliteit doet nu nog niet mee, en toch hebben in 2023 al een uitdaging. Op welke manier ziet u de routekaart voor u? 4) Er wordt nauw samengewerkt met particuliere huiseigenaren en De Woonplaats om deze transitie te laten slagen. Wordt er ook samengewerkt met andere bezitters van woningen (denk aan investeerders e.d.) 5) Uiteindelijk wordt de kosten van de warmte transitie doorberekend in de maandelijkse huur, is er aandacht voor het eventuele overschrijden van de huurgrens?
Schriftelijke vragen fractie CU Transitievisie Warmte
Transitievisie warmte 1. Wat is nu precies de rol en verantwoordelijkheid van de overheid, en concreet van de gemeente Aalten, als het gaat om de realisatie van de visie? (ook wettelijk gezien) 2. Er is gekozen voor een aantal wijken om mee te beginnen. Welke afwegingen liggen daaraan ten grondslag (zowel het aantal wijken als de selectie van de wijken)? 3. Er is een brief gestuurd naar inwoners van de geselecteerde wijken. In de brief staat onder meer dat “de buurten in Aalten zijn daarvoor op zijn vroegst in 2023 of 2024 aan de beurt’. Welk signaal straalt de gemeente hiermee uit, of zou de gemeente hiermee willen uitstralen? 4. Ten aanzien van financiële gevolgen: er wordt gesproken over formatie. Zijn voor de gemeente verder geen financiële gevolgen om de visie te realiseren? Is er geen specifieke begroting voor dit (mega)project opgetuigd? 5. Ten aanzien van de visie: wat is (zijn) de grootste uitdaging(en) om de overstap te maken naar een aardgasvrije gemeente? Is dat op technisch gebied, financieel gebied, urgentie bij inwoners of anderszins?
Schriftelijke vragen fractie D66 Transitievisie Warmte.
Er wordt gesproken over goede communicatie met bewoners en het energieloket. Dit wordt echter weinig concreet uitgewerkt. Vragen: ● Hoe wordt bekendheid van energieloket Agem vergroot? ● Staat het college open voor een gemeentelijk informatiecentrum over duurzaamheid, zoals in Winterswijk? Zie ook: https://www.werkaanwinterswijk.nl/duurzaamheid/uitgelicht/centrum+duurzaam+wint erswijk/default.aspx De visie wordt elke vijf jaar herijkt, terwijl de ontwikkelingen en 'learnings' op snel gaan op dit gebied. Vragen: ● Hoe worden nieuwe ontwikkelingen in de komende jaren meegenomen in de uitvoering? ● Hoe en hoe vaak wordt de gemeenteraad op de hoogte gehouden? Welke mogelijkheden zijn er voor de raad om bij te sturen in de komende jaren?
Uitgangspunt is dat duurzame investeringen in de woningen door inwoners terugverdiend moeten kunnen worden. Vraag: Valt hier ook toekomstige verschil in waardeontwikkeling tussen duurzame en niet of minder duurzame woningen onder?
Er wordt gekozen te beginnen met vier clusters waar de Woonplaats veel bezit heeft. De gemeente Aalten kent veel particulier woningbezit en relatief laag aandeel woningen van de woningcoöperaties. Vragen: ● Op welke manier met deze clusters praktische ervaring opgedaan die toegepast kan worden voor particuliere woningbezitters? ● Hoe worden ervaringen gedeeld met particuliere woningbezitters en bewustwording vergroot? Pagina 10 - “de energierekening moet betaalbaar blijven”. Vraag: Hoe verhoudt zich dit met de recente sterke toename van de gasprijs? Immers omdat Nederland niet langer een gas exporteur is en in hoge mate van import van gas afhankelijk is, is het aannemelijk dat de gasprijs een hoge mate van onzekerheid zal kennen met ook hogere gasprijzen als gevolg.
Pagina 10 - “Dat betekent dat we de buurten niet te groot maken, zodat persoonlijk contact echt persoonlijk is”. Vraag: Voor het opstellen en uitvoeren van een Buurt Uitvoeringsplan zijn financiële middelen en inzet nodig. Hoe is meegewogen of de overhead bij kleine clusters niet te hoog wordt? Vraag: Landelijk wordt voor een Buurt Uitvoeringsplan wordt een termijn van 8 jaar gehanteerd. Is voor een cluster van ongeveer 100 woningen 8 jaar niet een te lange periode? Vraag: Als deze aanpak naar alle woningen vertaald, hoeveel Buurt Uitvoeringsplannen zijn dan nodig tot aan 2050?
Op de website van CBS is de volgende statistiek voor ‘type verwarmingsinstallatie’ voor Aalten in 2020 terug te vinden: ● Individuele cv 92,2% ● Blokverwarming 0,9% ● Stadsverwarming zonder gasverbruik 0,3% ● Elektrisch verwarmd met hoog gasverbruik 1,5% ● Elektrisch verwarmd met laag gasverbruik 0,1% ● Elektrisch verwarmd zonder gasverbruik 0,8% ● Type installaties onbekend 4,2% Vraag: Is er een doelstelling voor 2030 te geven die aansluit op deze openbare statistiek van het CBS?
Pagina 13 - Isoleren wordt een spijtvrije maatregel genoemd. Echter als een isolatie maatregel onvoldoende is om een woning in de toekomst aardgasvrij te kunnen maken, zal er alsnog extra extra isolatie moet worden aangebracht dan wel bestaande isolatie moeten worden vervangen, Hierbij zal in de praktijk de vloer, wanden en dak opnieuw afgewerkt moeten worden tegen forse kosten. Vraag: Zal in de voorlichting naar inwoners helder worden gemaakt dat isolatie niet in alle gevallen spijtvrij is?
Pagina 13 Hybride warmtepomp - Met een redelijk geïsoleerd huis zal aardgas alleen nodig zijn op piekmomenten (bijvoorbeeld de paar echt koude dagen in het jaar). Later kan dit worden vervangen door een groengas. Vraag: Is een scenario om gas voor zeer koude dagen te vervangen door groen gas geen uiterst onzeker alternatief zowel qua kosten als leveringszekerheid? Ook omdat er structureel betaald moet worden voor een dubbele infrastructuur?
Pagina 16 - “Er is in Aalten ook nog een substantieel deel van de woningen vóór 1945 gebouwd. Voor deze woningen is een hoogtemperatuur oplossing het meest logisch.” Vraag: Is dit niet heel erg voorbarig dan wel eenzijdig? Ook woningen van vóór 1945 zijn zeer goed te isoleren als onderdeel van een grotere (waarde verhogende) renovatie.
Pagina 16 - Utiliteitsbouw doet nu nog niet mee Vraag: Wanneer is de aparte routekaart voor verduurzaming van utiliteitsbouw gereed? Is er voor routekaart ook een doel voor 2030? Op welke manier wordt hiervoor de komende jaren praktische stappen gezet?
Pagina 18 - “Bij thermische energie uit afvalwater (TEA) wordt warmte onttrokken uit afvalwater. Praktijk: binnen de gemeente bevinden zich twee kleine RWZI’s. De winbare warmte hiervan zal in de directe omgeving van de RWZI’s ingezet kunnen worden.” Vraag: Hoe wordt de ontwikkeling hiervan concreet opgepakt?
Pagina 18 “Biomassa is warmte opgewekt uit organische materialen die in de natuur voorkomen. Het geschatte potentieel aan warmte uit biomassa in de gemeente Aalten is 9,7 TJ per jaar. Praktijk: de wenselijkheid van deze bron staat omwille van duurzaamheid ter discussie in Nederland. Vragen:. ● Wordt (individuele) toepassing van biomassa voor warmte uitgesloten of niet?
Pagina 24 - tabel met clusters Vraag: Is het doel om alle clusters te starten te maken af te maken voor 2030, of alleen de eerste vier clusters boven de blauwe streep?
Op de website van het landelijke Programma Aardgasvrije Wijken (www.aardgasvrijewijken.nl) lezen we: Het doel is dat alle transitievisies warmte samen optellen tot 1,5 miljoen woningequivalenten. (….) De eerste transitievisie warmte, die gemeenten uiterlijk eind 2021 vaststellen, heeft betrekking op een derde van de totale periode. In de eerste periode is er echter sprake van een aanloopperiode waarna er opschaling wordt gerealiseerd. Mede daarom hebben de afspraken in het Klimaatakkoord voor de periode tot en met 2030 betrekking op circa een vijfde van de gebouwenvoorraad, oftewel 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen. Voor Aalten zou dit betekenen dan er tot 2030 in totaal 2400 woningen aardgasvrij zouden moeten worden gemaakt.
Vraag: In tabel 6.1 zijn zijn 1060 woningen met een tijdspad tot 2030 en 1670 woningen in totaal , fors lager dan de landelijke vuistregel van 2400 woningen (een vijfde) aardgasvrij in 2030. Graag een nadere toelichting hierop.
Eerder dit jaar heeft de wethouder een toezegging gedaan dat ook een beleid voor stimuleren voor autonome verduurzaming in deze visie een plek zou krijgen. Op pagina 26 wordt kort aandacht besteed aan bestaande stimuleringsmaatregelen voor individuele aanpak door bewoners, de zogenaamde kleine maatregelen zoals radiatorfolie en tochtstrook. Vraag: Is het college voornemens om een meer ambitieus beleid te formuleren voor individuele of autonome verduurzaming? Waarom is dit ondanks de toezegging niet opgenomen in deze visie?
Pagina 27 - “Het huidige beleid van De Woonplaats is om eerst woningen te isoleren. In een later stadium wordt ingezet om woningen van het aardgas te halen. (…) De Woonplaats wil gezamenlijk met de gemeente Aalten het cluster Dinxperlo Centrum Oost aanpakken als startcluster.” Vraag: Is de inzet van De Woonplaats wel om de woningen in de voorgestelde clusters aardgasvrij te maken?
Pagina 27 - “Het in 2030 klaar zijn met het verduurzamen (isoleren) van de eengezinswoningen kan wellicht lastig zijn als een deel van de zittende huurders niet wil meewerken en ook niet muteert.” Vraag: Is bij renovatie van 10 of meer huurwoningen de goedkeuring van 70% van de huurders niet voldoende volgens de wet?
Pagina 27 - grondroeringsgevoelige gasleidingen moeten vervangen worden voor 2032 Vraag: Op welke manier sluiten de clusters aan bij de planning van Liander? Is er een koppelkans om vervanging van gasleidingen te voorkomen?
Pagina 28 - hittestress - In deze visie wordt nauwelijks aandacht besteed aan koeling. Terwijl hier veel koppelkansen liggen door slim te koelen in de zomer en de warmte vast te houden voor in de winter. Voorbeelden zijn industriële WKO’s, warmteopslag in de kruipruimte, regeneratie door brine warmtepompen, of kleinschalige thermische batterijen die zomers tot 90 graden worden verwarmd. Vraag: Waarom is koeling niet meegenomen in deze visie? Is het college bereid dit alsnog te gaan onderzoeken?
Pagina 29 - warmtemeter Vraag: Staat het college open om als gemeente kleinschalige warmtenetten met collectieve warmtepomp en WKO financieel te ondersteunen of zelfs in beheer te nemen?
Pagina 30 - “Kosten voor de bewoners kunnen in ieder geval worden onderverdeeld in investeringskosten en jaarlijkse kosten per woning”. In een onderzoek van Erdal Aydin (Maastricht University) Dirk Brounen (Tilburg University uit 2016 wordt een prijskorting gezien ruim 16.000 Euro voor label F en G t.o.v. label D en een prijspremie van 3500 Euro voor label A en B (t.o.v. D). In een onderzoek van databedrijf Calcasa uit 2018 laat een gemiddeld waardeverhoging van 2,8% bij een verbetering van 2 labelstappen en bij 3 of meer labelstappen naar gemiddeld 3,6%. Vraag: Zou voor een compleet financieel overzicht voor inwoners ook niet de waardevermeerdering van een woning moeten worden meegenomen bij een hogere energielabel?
Pagina 31 - Afsluiten gasnet 700 Euro Vraag: Voor particulieren zijn er op dit moment geen afsluitkosten voor gas, hoewel dit formeel tijdelijk is, is het maar de vraag of deze kosten daadwerkelijk terug komen. Daarnaast, voor All-Electric vervalt het vastrecht voor gas van 200-300 Euro per jaar. Zou dit voor een compleet financieel overzicht niet moeten worden toegevoegd?
Pagina 31 - Kosten hybride warmtepomp Bij een hybride warmtepomp is een blijvende invloed van onzekere gasprijs. Verder moet gedurende de levensduur ook vastrecht voor de gasaansluiting voldaan worden, bij een levensduur van 20 jaar een bedrag van 3000-4000 Euro. Vraag: Zouden deze factoren niet meegenomen moeten worden in een compleet financieel overzicht voor inwoners.
Pagina 32 - Duurzaamheidsleningen Veel hypotheekverstrekkers hebben extra gunstige voorwaarden voor verhoging van hypotheek voor verduurzaming van een woning (omdat onderpand hiermee meer waardevast wordt).
Vraag: Worden inwoners ook gewezen op mogelijkheden om hypotheek te verhogen?
Pagina 38 - “Binnen de gemeentegrenzen is de potentie voor het opwekken van biogas groot, circa 772 TJ per jaar. Dit is te verklaren vanwege het grote buitengebied van de gemeente en de activiteiten die hier plaatsvinden. Vanwege de aard van het groengas, wordt een deel van deze potentie mogelijk op dit moment wel al benut. Koeienmest wordt soms al ingezet als natuurlijk bemestingsmiddel en GFT-afval wordt vaak gebruikt in verbrandingsovens. Het volledig inzetten van deze potentie zal dus zeer waarschijnlijk niet mogelijk zijn.” Vraag: Gaat het college stimuleren om biogas op te wekken? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?
Raadsvoorstel pagina 2 - “Is er, door het uitvoeren van de Transitievisie Warmte, wat over de feitelijke vermindering van het aardgasverbruik (…) te zeggen? De vier clusters, waar in de komende jaren mee wordt gestart, hebben gezamenlijk ruim 1050 woningen. Dat is ongeveer 9 % van alle woningen in de gemeente Aalten. (…) Wanneer in deze clusters volledig aardgasvrij zou kunnen worden bereikt, wordt 1,5 miljoen m3 aardgas bespaard. Vraag: Is in het raadsvoorstel genoemde aardgasbesparing een kwantitatief doel op basis waarvan de aanpak geëvalueerd wordt? Zo niet, wat is dan het meetbare doel wat het college wil halen? Raadsvoorstel pagina 3 - “De gemeente Aalten heeft personeelsformatie beschikbaar voor de uitvoering van de transitievisie warmte en de opzet en uitvoering van de buurtuitvoeringsplannen. Hiervoor is voor de komende jaren 50.000 euro per jaar beschikbaar. Om de aanpak een succes te laten worden is er nog wel extra formatie nodig. De verwachting is dat er vanuit het Rijk nog een financiering/uitkering komt voor gemeenten om hieraan uitvoering” Vraag: We lezen dat de beschikbare formatie onvoldoende is voor de buurtuitvoeringsplannen. Waarom zijn de benodigde gelden niet gereserveerd in de begroting als deze toch nodig zijn? Kan de uitvoering vertraging oplopen?
Raadsvoorstel pagina 3 - “De buurtaanpak mikt op een hoge deelname, 90%, maar of de burger ook echt gaat meedoen is nog maar de vraag.” Vraag: Hoe staat het college hierin? Gelooft en committeert het college zich aan om via de buurtaanpak 90% deelname te realiseren? Zo niet, waarom niet en waar committeert het college zich dan wel aan?
GemeenteBelangen Onderwerp
1. Voorstel tot vaststellen van de Transitievisie Warmte Aalten
1
Klopt het dat we elke 5 jaar een geactualiseerde Transitievisie Warmte kunnen ontvangen? Is het mogelijk om daarin de status van de woningen mee te nemen? Met status bedoelen wij het aantal woningen wat aardgasvrij, aardgasvrij ready en verduurzaamd is.