CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsmededeling 172-2021 beantwoording vragen fracties CDA CU GB en VVD m.b.t. voorstel tot vaststellen Nota Sociaal Domein.pdf

Beeldvorming raad 5 oktober 2021, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Nota Sociaal Domein 2021 'Zo persoonlijk mogelijk blijven meedoen in Aalten'4.586 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp

: : : : : :

172-2021 4 oktober 2021 Henk ter Beest A.J. te Lindert en J.C. Wikkerink Beantwoording vragen CDA, CU, VVD en GB m.b.t. voorstel vaststellen Nota Sociaal Domein

Aanleiding: Door de fracties van CDA, CU, GB en VVD zijn vragen gesteld m.b.t. het voorstel tot vaststellen van de Nota Sociaal Domein. Door middel van deze raadsmededeling worden deze vragen beantwoord. Inhoud mededeling: Fractie CDA 1. De regelgeving omtrent beschermd wonen veranderen vanaf 2022. Wis stelt vanaf 2022 de indicaties? Het buurtplein in Doetinchem of de gemeente Aalten? Antwoord: In 2022 is het Buurtplein (namens centrumgemeente Doetinchem) in ieder geval nog financieel en inhoudelijk verantwoordelijk voor het indiceren van beschermd wonen, ook voor inwoners van de gemeente Aalten. Naar verwachting wordt vanaf 1 januari 2023 het woonplaatsbeginsel en een nieuw financieel objectief verdeelmodel ingevoerd. Met de invoering hiervan krijgt de gemeente Aalten zelf de verantwoordelijkheid (financieel en inhoudelijk) voor inwoners die in aanmerking komen voor beschermd wonen. In 2022 bereiden we ons voor op die verantwoordelijkheid. We onderzoeken hoe de lokale invulling van de toegang beschermd wonen eruit moet zien en we investeren in het ontwikkelen van kennis en expertise om de taken rondom beschermd wonen goed uit te kunnen voeren. Dit zodat we vanaf 2023 in staat zijn zelf de indicaties te stellen voor beschermd wonen. 2. Mensen met een beperking betrekken bij sociale activiteiten is een goed idee. Dit blijkt echter niet vanzelf te gebeuren.

Hoe zorg je voor wederzijds begrip en een goed evenwicht, zodat eenieder zich op zijn plek voelt? Het vriendencafé dat door Figulus was opgezet bijvoorbeeld was een mooi initiatief. Echter bleek dit niet te werken; het bestaat niet meer. Er kwamen relatief veel mensen met een verstandelijke beperking en slechts weinig zonder deze beperking. De mensen zonder de verstandelijke beperking ervoeren hierdoor weinig aansluiting en haakten af. Antwoord: Soms ontstaan initiatieven vanuit de samenleving en soms worden initiatieven geïnitieerd door de gemeente of maatschappelijke partners. Niet ieder initiatief brengt waarvoor het bedacht is. Dan is het zaak om samen met betrokkenen te zoeken naar nieuwe mogelijkheden. Dit hangt nauw samen met het herijken van de sociale basis. Op blz 19 en 20 van de nota wordt beschreven hoe we hier mee aan de slag gaan.

Pagina 1 van 7

3. Er worden vele plannen/ideeën/verwachtingen omschreven in het plan. Dit is mooi. De gemeente is faciliterend. Echter hoe zorg je ervoor dat de gemeente zelf overzicht en regie houdt en onze inwoners weten waar ze naartoe moeten? Eén plek waar je altijd naartoe kunt en via welke je het gesprek aan kunt gaan en antwoorden vindt voor je vragen zou zo mooi zijn. Is dit haalbaar? Zo ja, welke plek moet dit zijn? Zo nee, waarom niet en wat zijn de ideeën voor laagdrempelige goed toegankelijke “toegang”? Antwoord: Vanuit het participatietraject herkennen we deze vraag. Dat maakt dat we de toegang prioriteit geven. Dit wordt uitgewerkt in de opgave “Vindbare en zichtbare toegang tot hulp en ondersteuning” onderdeel van het thema “zorg en ondersteuning” 4. En wanneer er eenmaal zorg verleend wordt op welke manier dan ook, wie voert dan de regie en wat is dan de rol van de gemeente hierin? Antwoord: De inwoner voert samen met de consulent van de gemeente (of Laborijn) regie. De consulent ondersteunt de inwoner hierbij waar dat nodig is. 5. Er wordt gezegd dat 1 op de 3 inwoners van de gemeente Aalten een lagere SES heeft. Ervaart men dit ook als dusdanig? Iets dat landelijk bepaald is, hoeft immers lokaal niet persé als zodanig ervaren te worden.

Wellicht omdat het leven in onze gemeente goedkoper is dan het leven in een stad als Amsterdam en wellicht omdat mensen hier andere eisen stellen aan een gelukkig leven dan bijvoorbeeld in Amsterdam? Of kun je dat niet zo bekijken en is een lagere SES gelijk aan kwetsbaarheid en significant meer kans op zorgbehoefte? Antwoord: De sociaaleconomische status (SES) wordt bij benadering bepaald aan de hand van de indicatoren inkomen, opleidingsniveau en beroepsstatus. Het geeft inderdaad niet aan hoe inwoners dit ervaren. Tussen groepen met een lagere en hogere SES bestaan aanzienlijke gezondheidsverschillen, hier is onder meer in het landelijke gezondheidsbeleid aandacht voor gevraagd. Hoogopgeleiden (hbo of universitaire opleiding) leven gemiddeld zes jaar langer dan laagopgeleiden (alleen basisonderwijs), en het verschil in goed ervaren gezondheid bedraagt gemiddeld 16 jaar. Inwoners met een lagere SES hebben meer kans op gezondheidsproblemen, onder meer als gevolg van omstandigheden waarin ze opgroeien, wonen en werken. 6. In de nota wordt al geprobeerd concreet te worden, middels de kopjes “hoe gaan we dat doen”. Echter dit blijft nog vrij abstract en zeker niet SMART. Dit hoeft ook niet, want er volgen nog uitvoeringsplannen. Worden deze uitvoeringsplannen wel SMART opgesteld? Antwoord: Ja. 7.

In hoeverre, denkt u, dat het gebruik van schermen voor bijvoorbeeld sociale media debet zijn aan het gevoel bij de huidige jongeren, dat ze zoveel moeten/ meer druk ervaren? Ze zijn hier uren per dag mee bezig en dat betekent dat er minder tijd overblijft voor andere zaken. Antwoord: Social media is een thema waar veel ouders, maar ook jongeren zelf mee stoeien. Uit de literatuur en verschillende onderzoeken blijkt dat social media prestatiedruk kan geven in de huidige maatschappij. Aan de andere kant is social media een middel voor jongeren (maar ook veel ouders) wat bij hun sociale leven hoort. We bieden zowel vanuit de gemeente Aalten, het Preventie Platform Jeugd, maar ook binnen het project THINK, en op school via informatielessen/ informatiebijeenkomsten aan voor zowel jeugd, jongeren als ouders, met als doel om bewust te zijn wat social media doet, maar ook hoe je social media verstandig kunt toepassen.

Pagina 2 van 7

8. U wilt de komende vier jaar alle ouderen de gelegenheid bieden om in gesprek te gaan betreffende het “ouder worden”. Vanaf welke leeftijd benadert u mensen? Dus vanaf welke leeftijd horen ze, wat dit betreft, tot de “ouderen”? En is het de bedoeling dat dit een doorlopend proces is? Er komen immers ieder jaar nieuwe ouderen bij. Antwoord: In het kader van passende zorg en ondersteuning op het juiste moment, willen wij (in samenwerking met de ouderenbonden) de huisbezoeken door vrijwillig ouderenadviseurs structureel gaan aanbieden aan iedereen van 75 jaar en ouder. Voor bewustwording in het passend en toekomstbestendig wonen hanteren we 55 jaar en ouder als doelgroep (tussen 55 en 75 jaar willen mensen nog iets veranderen in/aan hun huis of verhuizen. Daarna veel minder). 9. Bij verschillende onderwerpen in deze nota wordt gesproken over “vindplaatsen”. Waar/wat zijn deze vindplaatsen en zijn deze bij ieder onderwerp hetzelfde? Dus bij bijvoorbeeld opvoedvragen en risico op financiële problemen? Antwoord: Vindplaatsen kunnen bij de diverse onderwerpen zeker verschillend zijn.

Als het gaat om financiële problematiek, dan moet u denken aan bijvoorbeeld de volgende vindplaatsen: Onderwijs (kinderen), Laborijn (uitkeringsgerechtigden), Figulus (nieuwkomers), werkgevers (werknemers met beslag op loon), gezondheidszorg (huisartsen) en het Ondersteuningsteam (gezinnen met meervoudige problematiek waaronder financieel). Het OT kan bij diverse onderwerpen wel dezelfde vindplaats zijn zoals al in de vraag opgesloten (opvoedvragen maar ook financiële problematiek). 10. blz. 42. Wat bedoelt u met “stigmatiseringsactiviteiten/voorlichting aan psychische kwetsbaarheid”? Antwoord: Er staat op blz. 42 niet “stigmatiseringsactiviteiten”, maar de-stigmatiseringsactiviteiten. Stabiel wonen hangt, behalve van de vermogens en het gedrag van kwetsbare burgers, af van de responsiviteit van buren en andere betrokkenen in de leefwereld. Gerichte antistigmaactiviteiten (bijvoorbeeld een training door ervaringsdeskundigen) en/of voorlichting over psychische kwetsbaarheid zijn wezenlijk voor het succes van herstel en maatschappelijke participatie van inwoners die beschermd wonen. Dit geldt evenzeer voor preventie en snel ingrijpen bij overlast en escalerende crisissituaties. We onderzoeken of we deze destigmatiseringsactiviteiten en/of voorlichting lokaal of juist meer regionaal willen organiseren. 11.

Er wordt veel gedaan om de communicatie vanuit de gemeente zo begrijpelijk mogelijk te maken voor een zo groot mogelijke doelgroep. Dit is mooi. Bestaat ook de intentie om de aanvraag van tegemoetkomingen te vereenvoudigen? Zodat mensen bijvoorbeeld slechts één keer hun hele hebben en houden hoeven bloot te leggen en in te leveren i.p.v. bij iedere tegemoetkoming opnieuw? En wat doet u, of kunt u doen om de mensen te attenderen op de verschillende tegemoetkomingen? Wij hebben er in onze gemeente een heel aantal en dat is fijn, maar weten de mensen die hiervoor in aanmerking komen deze tegemoetkomingen ook te vinden en op de juiste manier aan te vragen? Antwoord: We gaan er van uit dat hier bedoeld wordt aanvragen voor bijzondere bijstand en inkomensondersteunende voorzieningen in het kader van het armoedebeleid. We proberen de administratieve lasten zoveel mogelijk te beperken door gebruik te maken van aanwezige informatie (als men bijvoorbeeld een uitkering bij Laborijn heeft) rekening houdend met de AVG. Een ander voorbeeld: we hebben een inkijk in Suwinet en kunnen financiële gegevens inzien. Soms hebben we wel aanvullende (financiële) informatie nodig om het recht op bijzondere bijstand of inkomensondersteuning te beoordelen. Als we in gesprek zijn met de inwoner bekijken we altijd de mogelijkheden voor andere tegemoetkomingen.

Pagina 3 van 7

Qua communicatie verspreiden we folders over onze regelingen, staat informatie op onze website en af en toe verstrekken we informatie via de huis-aan-huisbladen. Daarnaast organiseren we op diverse onderwerpen (huiskamer) gesprekken met inwoners, waar we ook informatie geven, maar ook ideeën willen ophalen voor de gemeentelijke communicatie. Met de werkgroep Samen Sterk (ervaringsdeskundigen van Estinea) is afgesproken dat ze af en toe meekijken met brieven of formulieren. 12. Toen de decentralisatie in 2015 naar de gemeenten kwam, was er meer geld beschikbaar dan er aan zorg betaald moest worden. Sinds 2017 kost de zorg meer geld dan er aan budget vanuit het rijk komt. Niet omdat het rijk minder geld gaf, maar omdat de zorg veel duurder werd en het budget vanuit het rijk niet meegroeide. Weet men hoe dit komt? Antwoord: Het tekort binnen het Sociaal Domein vanaf 2017 is met name veroorzaakt doordat de groei van de Rijksbijdrage niet in lijn was met de toenemende zorgvraag en stijgende kosten. Voor wat betreft de kosten voor Jeugd en WMO is sprake geweest van zowel een groei van het aantal inwoners dat gebruikt maakt van de regelingen, als een toename in zorgzwaarte en zorgduur. Bovendien zijn door rijksmaatregelen (abonnementstarief, AMvB Reële prijs) de tarieven gestegen.

Om dit proces tegen te gaan zijn we vanaf de zomer van 2020 aan de slag gegaan met het transformatieplan Sociaal Domein Aalten. In het voorjaar van 2021 is ook nog duidelijk geworden dat de rijksoverheid gemeenten extra compenseert voor de tekorten in de jeugdzorg (zie ook raadsmededeling 112-2021). Fractie ChristenUnie 1. In het raadsvoorstel staat dat de transformatie twee doelstellingen heeft, waarvan de eerste gaat over “het realiseren van een andere rolverdeling tussen inwoners, maatschappelijke instellingen en de overheid”. Waarom is dit een doel van de transformatie? Op welke rolverdeling wordt precies gedoeld? Antwoord: In de 3 wetten (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet) staat beschreven dat de inwoner zoveel mogelijk zelf de regie moeten nemen. Dit heeft tot gevolg dat er een andere rolverdeling gerealiseerd moet worden. 2. De nota is opgesteld omdat een aantal zaken zijn gewijzigd (visie 2018, transformatieplan 2020, verordening 2019). Ook is er volgens het raadsvoorstel sprake van nieuw rijksbeleid. Op welk rijksbeleid wordt gedoeld? Antwoord: Hiermee wordt gedoeld op de decentralisatie Beschermd Wonen en de nieuwe wet inburgering. 3. De sociale raad geeft aan dat ze zich zorgen maakt om de vele pagina's van de nota, ook in het kader van de leesbaarheid voor burgers.

Deelt het college deze opvatting? En hoe wordt communicatie richting de samenleving georganiseerd? Antwoord: Nee het college deelt deze opvatting niet. Het college is van mening dat er een compacte/ praktische nota is opgeleverd die een breed spectrum aan thema’s bestrijkt en daarmee recht doet aan het participatietraject dat ingezet is voor de tot stand koming van deze Nota. We blijven we de samenleving via de huis aan huis bladen, social media en diverse bijeenkomsten informeren over de onderwerpen in het sociaal domein. 4. Klopt het dat het advies van de sociale raad nog niet is bijgevoegd? Antwoord: Ja, dat klopt. Het advies van de Sociale raad wordt op 6 oktober aanstaande opgesteld tijdens de veragdering van de Sociale Raad en zo snel mogelijk nagetsuurd. Een afgevaardigde van de Sociale Raad gaat inspreken in de beeldvormende vergadering op 5 oktober. De Sociale Raad heeft bij het college aangegeven dat het advies niet zal afwijken van de intentieverklaring die al toegevoegd is aan de stukken.

Pagina 4 van 7

5. In de nota staat dat we het algemeen beter doen dan het landelijk gemiddelde. Echter, het blijft wel nog ons in te zetten voor verdere verbetering. Hoe ziet dit eruit? Antwoord: Dit gaan we doen door met de opgaven uit de nota sociaal domein aan het werk te gaan. Prioriteiten worden op een participatieve manier opgesteld in samenspraak met de verschillende stakeholders. 6. De gemeente Aalten heeft zich verbonden aan de global goals, waaronder de doelen geen armoede, geen honger, goede gezondheid en ongelijkheid verminderen. In de nota wordt hiermee geen relatie gelegd. Kan dit worden toegelicht? En zou het raadzaam zijn om dit alsnog te doen? Ofwel, op welke wijze draagt dit beleid aan de SDG’s? Antwoord: Het proces van het opstellen van de Nota Sociaal Domein en het toetreden als SDG-gemeente verliep parallel. Daardoor is ervoor gekozen nog geen directe relatie te leggen. Er zijn al wel directe verbindingen te leggen tussen thema’s in de nota en de SDG’s. Voorbeelden hiervan van Global Goal 3 “Goede Gezondheid en Welzijn” en het thema “een vitaal en gezond Aalten” of Global Goal 1 “geen armoede” en het thema “blijven meedoen in Aalten”. In de uitvoeringsplannen gaan we de verbanden tussen de SDG’s en opgaven een prominentere plaats geven. 7.

Sturen op kwaliteit (naast financiën), hoe doen we dat? Op welke manier wordt dat inzichtelijk gemaakt en gerapporteerd, en wordt de raad hierover geïnformeerd? Antwoord: We volgen de trajecten die die ingezet worden naar aanleiding van een zorgindicatie steeds nadrukkelijker. We doen jaarlijks clientervaringsonderzoeken op het gebied van wmo, jeugd en participatiewet (Laborijn), dat is een monitoring op klanttevredenheid. Vanuit het Transformatieplan is een kwaliteitsmedewerker aangesteld die inhoudelijk de indicaties toetst. 8. Op pagina 11 staan de leidende principes. Bij een principes staat als toelichting dat “mensen hebben een sociaal netwerk dat zich kenmerkt door wederkerigheid en dicht bij de inwoner wordt eerder de juiste hulp geboden”. Kan dit nader worden toegelicht? Solidariteit en een sociaal netwerk kenmerkt zich juist niet door wederkerigheid, maar juist iets voor elkaar over hebben? Antwoord: Met “een sociaal netwerk dat zich kenmerkt door wederkerigheid” bedoelen wij vooral het principe van “naoberschap”. Het iets voor elkaar over hebben maar niet geheel vrijblijvend. Het lid zijn van een gemeenschap vraagt ook wat. Bovendien, zoals in de gesprekstafels een paar keer opgemerkt werd, vergemakkelijkt de wetenschap dat je gevraagd kunt worden om hulp te geven, de stap om zelf hulp en ondersteuning te vragen. 9.

Op pagina 27 wordt gesproken over een denktank van ouders (goed initiatief!). Zou het zinvol kunnen zijn om ook leerkrachten te laten deelnemen aan deze denktank (PO en VO)? Antwoord: De suggestie wordt meegenomen in de uitwerking van de actielijn. 10. Op pagina 34 wordt gesproken over passend wonen. a. Er staat dat het AWLO wordt uitgevoerd, terwijl die inmiddels is opgeleverd. Kan de nota worden aangevuld met specifiek dit onderdeel? Antwoord: Het AWLO laat eenzelfde beeld zien. Ouderen zijn weinig verhuisbereid. We zien een trend dat ouderen vaker hun huis willen verkopen en gehuurd willen gaan wonen. De voorkeur heeft een gelijkvloerse eengezinswoning of appartement.

Pagina 5 van 7

b. Het effect dat bereikt moet worden is dat vitale ouderen nadenken over passend wonen. Dit suggereert dat dit niet wordt gedaan. Aanvullend daarop, de activiteit (wat gaan we doen) is dat gekeken gaat worden wat de woonwensen zijn. Deze zijn toch reeds bekend? Wat gaat de gemeente aanvullend doen c.q. welke concrete voornemens zijn er om dit helpen? Is de ambitie dat iedere oudere een passende woning heeft in X jaar? Is het volgens college zinvol om een dergelijke ambitie op te nemen? Antwoord: Het college heeft afgelopen week besloten dat zij mee wil doen aan de regionale campagne heerlijk thuis in huis, waarin bewustwording een belangrijk onderdeel is. We willen die uitvoeren in een wijkgerichte aanpak. Een wooncoach die de oudere inwoner helpt om woonwensen te realiseren is eveneens onderdeel van dit plan. Iedere inwoner mag wonen waar hij of zij wil. Het streven om iedere oudere te laten wonen in een passende woning is niet reëel, aangezien de verhuisbereid en/of aanpassen van de woning niet door iedereen gewenst is. We kunnen als gemeente alleen stimuleren en inwoners bewust maken. 11. Op pagina 40 staat dat het armoedebeleid herijkt moet worden. Is er zicht op wanneer dat is voorzien? Antwoord: Dit zal vormgegeven worden via een uitvoeringsagenda. Er is nog geen zicht op wanneer. 12.

Op pagina 40 staat verder (sport e.d.) dat “we willen dat meer inwoners participeren in sport, beweeg en culturele activiteiten dan nu het geval is. De vertaling naar actielijnen verdient nadere toelichting. Kan dit nader worden toegelicht (bijvoorbeeld deelname aan sportactiviteiten en aanpak laaggeletterdheid? Antwoord: De actielijnen zijn ideeën die ontstaan zijn in de gesprekken met inwoners en professionals en geven richting aan een mogelijke oplossing, hierbij zal waar mogelijk aansluiting worden gezocht met het lokale sport- en beweegakkoord. De uitwerking van de actielijn moet nog plaatsvinden. Dit maakt dat we dit nu niet meer kunnen toelichten dan hetgeen er nu staat. Fractie GemeenteBelangen 1. Blz. 12: “Van 2019-2020 is het aantal verwijzingen naar bureau Halt per 10.000 inwoners gestegen van 6 naar 10 (landelijk is een verlaging te zien van 13 naar 11)”. Is hiervoor een oorzaak aan te wijzen? Antwoord: Om deze vraag in het juiste perspectief te bezien is het belangrijk om te weten hoeveel jongeren in de gemeente Aalten wonen. In 2020 kende de gemeente Aalten 5529 inwoners jonger dan 18 jaar (doelgroep Halt). Dat betekent dat absoluut gezien in 2019 ca 1 tot 3 jongeren zijn verwezen naar bureau Halt en in 2020 ca 3 a 4 jongeren. Dit is een dermate kleine stijging dat het niet mogelijk is om conclusies te trekken over een oorzaak.

Pagina 6 van 7

2. Hoe is het verloop van het aantal verwijzingen naar bureau Halt gedurende de laatste 5 jaren?

(bron: www.waarstaatjegemeente.nl)

Fractie VVD 1. Pagina 11 (Iedereen doet mee en We zorgen ervoor dat jeugdigen zich maximaal kunnen ontwikkelen etc.) Waarom zo stellig geformuleerd? Moet iedereen meedoen? En wat is maximaal? Hoe ga je dit uitgangspunt behalen? En is dit meetbaar te maken? Antwoord: Dit leidend principe is gedestilleerd vanuit de wetten (wmo, jeugdwet en participatiewet) en de participatiegedachte die in al deze wetten een belangrijke rol krijgt. Niet iedereen hoeft (evenveel) mee te doen, maar doet naar vermogen mee aan de samenleving. We hanteren dit leidende principe door in contact met inwoners altijd te kijken naar eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid. Dit is niet meetbaar te maken. 2. Een zichtbaar loket ontbreekt blijkbaar nog. Hoe gaat het college hier vorm aan geven? Antwoord: Dit zal vorm krijgen in de uitwerking van de opgave vindbare en zichtbare toegang tot hulp en ondersteuning (zie blz 35 en 36 van de nota).

De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: Niet van toepassing.

Pagina 7 van 7

Fractie CDA Nota sociaal domein: 1. De regelgeving omtrent beschermd wonen veranderen vanaf 2022. Wis stelt vanaf 2022 de indicaties? Het buurtplein in Doetinchem of de gemeente Aalten? 2. Mensen met een beperking betrekken bij sociale activiteiten is een goed idee. Dit blijkt echter niet vanzelf te gebeuren. Hoe zorg je voor wederzijds begrip en een goed evenwicht, zodat een ieder zich op zijn plek voelt? Het vriendencafe dat door Figulus was opgezet bijvoorbeeld was een mooi initiatief. Echter bleek dit niet te werken; het bestaat niet meer. Er kwamen relatief veel mensen met een verstandelijke beperking en slechts weinig zonder deze beperking. De mensen zonder de verstandelijke beperking ervoeren hierdoor weinig aansluiting en haakten af. 3. Er worden vele plannen/ideeen/verwachtingen omschreven in het plan. Dit is mooi. De gemeente is fasciliterend. Echter hoe zorg je ervoor dat de gemeente zelf overzicht en regie houdt en onze inwoners weten waar ze naartoe moeten? Één plek waar je altijd naartoe kunt en via welke je het gesprek aan kunt gaan en antwoorden vindt voor je vragen zou zo mooi zijn. Is dit haalbaar? Zo ja, welke plek moet dit zijn? Zo nee, waarom niet en wat zijn de ideeen voor laagdrempelige goed toegankelijke “toegang”? 4. En wanneer er eenmaal zorg verleend wordt op welke manier dan ook, wie voert dan de regie en wat is dan de rol van de gemeente hierin? 5.

Er wordt gezegd dat 1 op de 3 inwoners van de gemeente Aalten een lagere SES heeft. Ervaart men dit ook als dusdanig? Iets dat landelijk bepaald is, hoeft immers lokaal niet persé als zodanig ervaren te worden. Wellicht omdat het leven in onze gemeente goedkoper is dan het leven in een stad als Amsterdam en wellicht omdat mensen hier andere eisen stellen aan een gelukkig leven dan bijvoorbeeld in Amsterdam? Of kun je dat niet zo bekijken en is een lagere SES gelijk aan kwetsbaarheid en significant meer kans op zorgbehoefte? 6. In de nota wordt al geprobeerd concreet te worden, middels de kopjes “hoe gaan we dat doen”. Echter dit blijft nog vrij abstract en zeker niet SMART. Dit hoeft ook niet, want er volgen nog uitvoeringsplannen. Worden deze uitvoeringsplannen wel SMART opgesteld? 7. In hoeverre, denkt u, dat het gebruik van schermen voor bijvoorbeeld sociale media debat zijn aan het gevoel bij de huidige jongeren, dat ze zoveel moeten/ meer druk ervaren? Ze zijn hier uren per dag mee bezig en dat betekent dat er minder tijd overblijft voor andere zaken. 8. U wilt de komende vier jaar alle ouderen de gelegenheid bieden om in gesprek te gaan betreffende het “ouder worden”.

Vanaf welke leeftijd benaderd u mensen? Dus vanaf welke leeftijd horen ze, wat dit betreft, tot de “ouderen”? En is het de bedoeling dat dit een doorlopend proces is? Er komen immers ieder jaar nieuwe ouderen bij. 9. Bij verschillende onderwerpen in deze nota wordt gesproken over “vindplaatsen”. Waar/wat zijn deze vindplaatsen en zijn deze bij ieder onderwerp hetzelfde? Dus bij bijvoorbeeld opvoedvragen en risico op financiële problemen? 10. blz. 42. Wat bedoelt u met “stigmatiseringsactiviteiten/voorlichting aan psychische kwetsbaarheid”? 11. Er wordt veel gedaan om de communicatie vanuit de gemeente zo begrijpelijk mogelijk te maken voor een zo groot mogelijke doelgroep. Dit is mooi. Bestaat ook de

intentie om de aanvraag van tegemoetkomingen te vereenvoudigen? Zodat mensen bijvoorbeeld slechts één keer hun hele hebben en houden hoeven bloot te leggen en in te leveren ipv bij iedere tegemoetkoming opnieuw? En wat doet u, of kunt u doen om de mensen te attenderen op de verschillende tegemoetkomingen? Wij hebben er in onze gemeente een heel aantal en dat is fijn, maar weten de mensen die hiervoor in aanmerking komen deze tegemoetkomingen ook te vinden en op de juiste manier aan te vragen? 12. Toen de decentralisatie in 2015 naar de gemeenten kwam, was er meer geld beschikbaar dan er aan zorg betaald moest worden. Sinds 2017 kost de zorg meer geld dan er aan budget vanuit het rijk komt. Niet omdat het rijk minder geld gaf, maar omdat de zorg veel duurder werd en het budget vanuit het rijk niet meegroeide. Weet men hoe dit komt?

Fractie ChristenUnie Nota sociaal domein 1. In het raadsvoorstel staat dat de transformatie twee doelstellingen heeft, waarvan de eerste gaat over “het realiseren van een andere rolverdeling tussen inwoners, maatschappelijke instellingen en de overheid”. Waarom is dit een doel van de transformatie? Op welke rolverdeling wordt precies gedoeld? 2. De nota is opgesteld omdat een aantal zaken zijn gewijzigd (visie 2018, transformatieplan 2020, verordening 2019). Ook is er volgens het raadsvoorstel sprake van nieuw rijksbeleid. Op welk rijksbeleid wordt gedoeld? 3. De sociale raad geeft aan dat ze zich zorgen maakt om de vele pagina's van de nota,

ook in het kader van de leesbaarheid voor burgers. Deelt het college deze opvatting? En hoe wordt communicatie richting de samenleving georganiseerd? 4. Klopt het dat het advies van de sociale raad nog niet is bijgevoegd? 5. In de nota staat dat we het algemeen beter doen dan het landelijk gemiddelde. Echter, het blijft wel nog ons in te zetten voor verdere verbetering. Hoe ziet dit eruit? 6. De gemeente Aalten heeft zich verbonden aan de global goals, waaronder de doelen geen armoede, geen honger, goede gezondheid en ongelijkheid verminderen. In de nota wordt hiermee geen relatie gelegd. Kan dit worden toegelicht? En zou het raadzaam zijn om dit alsnog te doen? Ofwel, op welke wijze draagt dit beleid aan de SDG’s? 7. Sturen op kwaliteit (naast financiën), hoe doen we dat? Op welke manier wordt dat inzichtelijk gemaakt en gerapporteerd, en wordt de raad hierover geïnformeerd? 8. Op pagina 11 staan de leidende principes. Bij een principes staat als toelichting dat “mensen hebben een sociaal netwerk dat zich kenmerkt door wederkerigheid en dicht bij de inwoner wordt eerder de juiste hulp geboden”. Kan dit nader worden toegelicht? Solidariteit en een sociaal netwerk kenmerkt zich juist niet door wederkerigheid, maar juist iets voor elkaar over hebben? 9. Op pagina 27 wordt gesproken over een denktank van ouders (goed initiatief!).

Zou het zinvol kunnen zijn om ook leerkrachten te laten deelnemen aan deze denktank (PO en VO)? 10. Op pagina 34 wordt gesproken over passend wonen. a. Er staat dat het AWLO wordt uitgevoerd, terwijl die inmiddels is opgeleverd. Kan de nota worden aangevuld met specifiek dit onderdeel? b. Het effect dat bereikt moet worden is dat vitale ouderen nadenken over passend wonen. Dit suggereert dat dit niet wordt gedaan. Aanvullend daarop, de activiteit (wat gaan we doen) is dat gekeken gaat worden wat de woonwensen zijn. Deze zijn toch reeds bekend? Wat gaat de gemeente aanvullend doen c.q. welke concrete voornemens zijn er om dit helpen? Is de ambitie dat iedere oudere een passende woning heeft in X jaar? Is het volgens college zinvol om een dergelijke ambitie op te nemen? 11. Op pagina 40 staat dat het armoedebeleid herijkt moet worden. Is er zicht op wanneer dat is voorzien? 12. Op pagina 40 staat verder (sport e.d.) dat “we willen dat meer inwoners participeren in sport, beweeg en culturele activiteiten dan nu het geval is. De vertaling naar actielijnen verdient nadere toelichting. Kan dit nader worden toegelicht (bijvoorbeeld deelname aan sportactiviteiten en aanpak laaggeletterdheid?

GemeenteBelangen Onderwerp

1. Voorstel Sociaal Domein

1

Blz. 12: “Van 2019-2020 is het aantal verwijzingen naar bureau Halt per 10.000 inwoners gestegen van 6 naar 10 (landelijk is een verlaging te zien van 13 naar 11)”. Is hiervoor een oorzaak aan te wijzen?

2

Hoe is het verloop van het aantal verwijzingen naar bureau Halt gedurende de laatste 5 jaren?

Fractie VVD

ONDERWERP Vragen 1.

2.

Voorstel vaststelling van de Nota Sociaal Domein Pagina 11 (Iedereen doet mee en We zorgen ervoor dat jeugdigen zich maximaal kunnen ontwikkelen etc.) Waarom zo stellig geformuleerd? Moet iedereen mee doen? En wat is maximaal? Hoe ga je dit uitgangspunt behalen? En is dit meetbaar te maken? Een zichtbaar loket ontbreekt blijkbaar nog. Hoe gaat het college hier vorm aan geven?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=63de991d-5551-41f3-8c7d-798e27285b1e