Raadsmededeling 161-2024 Gevolgen septembercirculaire 2024 voor het gemeentefonds
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
161-2024 21 oktober 2024 n.v.t. F. Scheuter T.M.M. Kok Gevolgen septembercirculaire 2024 voor het gemeentefonds
Aanleiding: Op 18 september hebben we de septembercirculaire ontvangen. Deze is verwerkt. De financiële gevolgen voor 2024 en de jaren daarna worden in onderstaand overzicht weergegeven.
Totaal o.b.v. septembercirculaire 2024 Totaal o.b.v. meicirculaire 2024 Verschil september 2024 t.o.v. mei 2024 Stelposten Netto-effect begroting
2024 2025 2026 2027 2028 62.724.900 64.827.401 61.269.332 61.462.317 61.449.769 62.028.076 64.367.457 60.587.341 60.749.212 60.797.736 696.824 459.944 681.991 713.105 652.033 65.758 196.427 192.614 78.486 71.019 631.066 263.517 489.377 634.619 581.014
Het verschil tussen de septembercirculaire 2024 en de meicirculaire 2024 wordt nog gecorrigeerd met een aantal stelposten. Dit zijn posten die in de begroting apart worden opgenomen omdat daar specifieke taken tegenover staan. Wat overblijft, is het netto-effect oftewel de financiële ruimte. Deze budgettaire gevolgen zijn meegenomen in de najaarsnota 2024. Verklaring verschil september t.o.v. mei: Jaar 2024 - Actualisering van de aantallen van de verschillende maatstaven van de algemene uitkering geeft een voordeel van € 1,5 ton; - Voorschot ontvangen op de raming van de ruimte onder het plafond BCF van bijna € 6,5 ton; - Lagere uitkering als gevolg van ontwikkeling van de uitkeringsbasis - € 3,5 ton; - Diverse kleinere posten, per saldo een voordeel van ongeveer € 2,5 ton. De verklaring voor de stelposten 2024 zit in kleinere mutaties zoals een hogere Participatie-uitkering en een aantal taakmutaties waarvan de Wet betaalbare huur en de Alleenverdienersproblematiek voor huishoudens onder het bestaansminimum de belangrijkste zijn. Voor 2025, 2026, 2027 en 2028 zien we dat het netto-effect ieder jaar een positief beeld geeft. Toelichting hierop: - Een hoger accres voor loon- en prijsontwikkeling voor de jaren 2025 tot en met 2028; - Lagere uitkering i.v.m.
ontwikkeling van de uitkeringsbasis (stijging aantallen); - Aanpassing ruimte onder plafond BCF (2025:100% en meerjaren: 50%); - De compensatie-uitkering voor Jeugdzorg is vanaf 2026 nu voor 100% opgenomen; - Indexatie Wmo demografie vanaf 2026 oplopend naar bijna 4 ton in 2028; - Diverse kleinere mutaties; - Op de stelposten voor de meerjaren zitten kleinere taakmutaties zoals: Wet betaalbare huur, Wet op de lijkbezorging, Kinderopvang SMI. Daarnaast komt er geld voor lokale instandhouding bibliotheken (2025 en 2026, 2x 1 ton) en is de Participatie-uitkering verhoogd.
Pagina 1 van 1
MT-besluit gemeente Aalten
Zaakkenmerk/Onderwerp Verantwoordelijk organisatieonderdeel Zaakkenmerk/Documentkenmerk Vertrouwelijkheid
Z/24/164512/Septembercirculaire 2024 en de gevolgen daarvan voor de uitkering van het gemeentrefonds A4 Team Informatiebeheer Z/24/164512/D-538507 Openbaar
Toelichting voorstel Samenvatting
Portefeuillehouder T.M.M. Kok. De septembercirculaire 2024 bevat informatie over de gemeentefondsuitkeringen voor 2024 en volgende jaren. Onder andere zijn de nieuwe ramingen van het accres opgenomen, is de ruimte onder het plafond van het BCF geactualiseerd en zijn er mutaties op integratie- en decentralisatie-uitkeringen doorgevoerd. De financiële gevolgen voor alle jaren worden meegenomen in de najaarsnota 2024.
Voorgestelde beslispunten
Besluit
Inleiding
Argumenten
1. De financiële effecten voor alle jaren meenemen in de najaarsnota 2024
Akkoord.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft op 17 september 2024 de septembercirculaire 2024 uitgebracht. Deze circulaire informeert de gemeente in hoofdzaak over de gemeentefondsuitkeringen voor 2024 en volgende jaren. De circulaire staat in het teken van de vertaling van de Miljoenennota 2025 van het Rijk. Op de voor Aalten relevante informatie wordt hierna ingegaan.
Algemeen Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Voor Aalten behelst het grofweg 2/3 deel van het begrotingstotaal. De informatie over de ontwikkelingen van het gemeentefonds, die ons nu via de septembercirculaire wordt aangereikt, is gebaseerd op de Miljoenennota 2025 van het Rijk. De uitkeringen zijn beleids- en bestedingsvrij. Er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals dat bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Binnen het fonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt over de gemeenten verdeeld via maatstaven (aantal x prijs) en een daaraan gekoppelde uitkeringsfactor. De maatstaven zijn aan wijzigingen onderhevig. De ontwikkeling van het gemeentefonds wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. Vanaf 2024 wordt de nieuwe financieringssystematiek toegepast. Het accres wordt daarbij gesplitst in een volumedeel en een nominaal deel. Het volumedeel baseert zich op het 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De indexatie voor inflatie, het nominale deel, volgt de prijs bruto binnenlands product (pbbp) van het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel op niveau blijven. Daarnaast kent het gemeentefonds de decentralisatie-, integratieen suppletie-uitkeringen.
Vaak hebben deze betrekking op een specifieke taak voor één of enkele gemeenten. Bij iedere nieuwe circulaire vergelijken we de uitkomst met de voorgaande circulaire en worden de verschillen verklaard. Een groot deel van het verschil wordt verklaard via de uitkeringsfactor waarbij de mutaties in het accres en de ontwikkeling van de uitkeringsbasis vaak de grootste rol spelen. Ook wordt aangegeven welke middelen worden afgezonderd en op een stelpost worden gezet omdat daar specifieke taken voor de gemeente tegenover staan. Wat overblijft is het netto-effect van de circulaire. Dit laatste heeft betekenis voor de financiële ruimte binnen onze begroting. Accressen Uitgangspunt is dat het gemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgt. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een loon/prijsdeel.
Volume accres Het volume accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. In de septembercirculaire is een nieuwe raming voor het accres 2025 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (MEV25). Voor de jaren 2025 tot en met 2029 is de raming van het volume deel neerwaarts bijgesteld.
LPO accres De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. Voor 2025 is de raming voor de prijs bbp omhoog bijgesteld. De ramingen voor de ontwikkeling van de prijs bbp lijkt structureel te laag te zijn. Zo is als voorbeeld het percentage van de prijs bbp voor het jaar 2024 vastgezet in de meicirculaire 2024 op basis van de CEP24 op 4%. Op basis van de werkelijke cijfers bedraagt de werkelijke ontwikkeling op basis van de MEV25 5,1%. Er vindt in deze circulaire geen compensatie voor de hogere prijsontwikkeling plaats. In onderstaande tabel worden de accressen voor 2024 tot en met 2028 weergegeven op basis van de Miljoenennota 2025 (conform nieuwe bbp-systematiek). Bedragen in miljoenen euro's. Septembercirculaire 2024 accres
2024
2025
2026
2027
2028
Volume accres
836
1.620
2.219
2.874
3.502
LPO accres
1.512
2.573
3.453
4.519
5.526
Totaal accres septembercirculaire 2024
2.348
4.193
5.672
7.393
9.028
Totaal accres meicirculaire 2024
2.348
4.029
5.521
7.263
8.967
0
164
151
130
61
5,47
5,03
4,33
2,03
232.000
214.000
184.000
86.000
Verschil september t.o.v. mei
In punten 1 punt is ± Effect in geld (afgerond)
42.500
NB een paar weken na het verschijnen van de septembercirculaire ontvingen we het bericht van het Team Gemeentefonds dat er een fout zit in de accresberekening voor de jaren vanaf 2025. Het accres is te laag omdat de CBS-revisie niet is meegenomen in de berekening. Dit wordt met de decembercirculaire 2024 hersteld. De bedragen die erbij horen zijn € 74.000 voor 2025 oplopend naar € 302.000 in 2028.
BTW-Compensatie Fonds (BCF) Het BCF heeft een plafond. Dit plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. In 2024 bedraagt het BCF-plafond voor gemeenten € 4,3 miljard. Als de gezamenlijke declaraties onder dit plafond blijven, wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding volgt een uitname. Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire van het volgende jaar volgt dan de afrekening. In deze circulaire bedraagt het voorschot voor het jaar 2024 € 447 miljoen. Omgerekend voor Aalten is dit € 638.000. Taakmutaties In deze circulaire zijn 7 taakmutaties opgenomen. De grootste en de voor Aalten van belang zijnde mutaties worden hieronder nader toegelicht. • • • •
Besparingsverlies jeugd € 500 miljoen in 2026 en vanaf 2027 € 511 miljoen; Indexatie Wmo demografie € 75 miljoen in 2026 en oplopend naar € 300 miljoen in 2029; Wet op de lijkbezorging vanaf 2026 tot en met 2031 € 3,2 miljoen; Digitaal Stelsel Omgevingswet vanaf 2024 - € 10,6 miljoen;
• Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie (SMI) vanaf 2025 € 5,4 miljoen oplopend naar € 10 miljoen vanaf 2029.
Besparingsverlies jeugd Het kabinet Rutte IV had besloten om te besparen op jeugdzorg. Deze besparing (oplopend tot € 511 miljoen vanaf 2027) was in mindering gebracht op de middelen voor jeugdzorg. Het nieuwe kabinet Schoof kiest ervoor om deze besparing volledig te laten vervallen. Het gaat om € 500 miljoen in 2026 en € 511 miljoen vanaf 2027. Uitgangspunt hierbij is dat het vervallen van de extra korting geen budgettair effect heeft. Het verloopt budgettair neutraal, omdat gemeenten in de begroting voor Jeugdzorg rekening mochten houden met de voorgenomen besparing. Hiervoor hadden wij een stelpost opgenomen van vergelijkbare waarde die nu komt te vervallen. Met de meicirculaire 2024 was 2025 al gecorrigeerd.
Indexatie Wmo demografie Met de VNG is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 op de Aanvullende Post al een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie. Met deze septembercirculaire zijn deze middelen daadwerkelijk toegevoegd aan de algemene uitkering.
Wet op de lijkbezorging De inwerkingtreding van het wetsvoorstel van de modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) is voorzien op 1 januari 2026. Ten behoeve van de financiering van de beoogde wettelijke uitbreiding van de taken van de gemeentelijke lijkschouwer is voor de periode 2026-2031 jaarlijks € 3,2 miljoen naar de algemene uitkering overgeheveld. Voor de jaren 2032 en verder dient over het structureel toekennen van middelen nog een besluit te worden genomen.
Digitaal Stelsel Omgevingswet Op grond van de Beheerovereenkomst van 18 december 2018 dragen de gemeenten vanaf 1 januari 2020 jaarlijks 70% bij aan de kosten van beheer en doorontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Bijdrage voor 2024 is € 10,6 miljoen.
Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie (SMI) De Sociaal Medische Indicatie (SMI) is een gemeentelijke regeling om gezinnen die geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag, maar die ook niet in staat zijn de zorg voor hun kinderen volledig te dragen vanwege sociale of medische problematiek, een vergoeding te kunnen bieden voor het gebruik van kinderopvang. Door verschillende ontwikkelingen is de SMI budgettair steeds meer onder druk komen te staan. Om dit te kunnen ondervangen, wordt het SMI budget in een aantal stappen verhoogd. Voor de jaren 2025-2027 gaat het om € 5,4 miljoen, voor 2028 gaat het om € 5,5 miljoen en vanaf 2029 om jaarlijks € 10 miljoen.
Decentralisatie-, integratie-, en suppletie-uitkeringen (DU, IU en SU)
Er zijn diverse nieuwe DU's opgenomen en verschillende mutaties doorgevoerd in bestaande uitkeringen. Lang niet alle uitkeringen zijn voor ons van toepassing. De belangrijkste zijn hieronder opgesomd: • DU Alleenverdienersproblematiek € 22,6 miljoen in 2024. • DU Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) € 2,9 miljoen in 2024. • IU Participatie: afschaffen lage-inkomens voordeel € 19,8 miljoen in 2025 aflopend naar € 19,3 miljoen in 2029. • DU Wet betaalbare huur: € 13,4 miljoen in 2024, € 19,3 miljoen in 2025 en aflopend naar € 6,5 miljoen in 2029. • DU Openbare bibliotheken: € 59,3 miljoen in 2025 en 2026.
Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen financiële ondersteuning bieden aan huishoudens die als gevolg van de alleenverdienersproblematiek in 2023 en 2024 onder het bestaansminimum uitkomen. Gemeenten kunnen de gemiste huur- en zorgtoeslag compenseren vanuit de individuele bijzondere bijstand. Via deze decentralisatie-uitkering ontvangen gemeenten budget om aan de betreffende huishoudens bijzondere bijstand te verstrekken. Nu wordt voor 2024 een bedrag van € 22,6 miljoen uitgekeerd.
Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) Op 15 mei 2023 is de wetswijziging van de Wet basisregistratie personen (Wbrp) in werking getreden waarbij wordt voorzien in een taak voor de minister van BZK om colleges van burgemeester en wethouders te ondersteunen bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de
Basisregistratie Personen (BRP) op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven en bij het onderzoek naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de BRP. Deze aanpak staat bekend onder de naam Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA). Met dit voorstel wordt beoogd de adreskwaliteit in de BRP te verbeteren. Via de decentralisatie-uitkering wordt € 2,9 miljoen uitgekeerd.
Afschaffen Lage-inkomensvoordeel (LIV) Gemeenten worden vanaf 2025 gecompenseerd voor de afschaffing van het LIV. Het gaat om het LIV dat de gemeente of haar sociaal ontwikkelbedrijf ontvangt voor werknemers met een interne plaatsing op basis van de Wet Sociale werkvoorziening (Wsw) of in nieuw beschut werk op basis van de Participatiewet. Compensatie vindt plaats via de gebruikelijke financieringsstromen voor de Sociale werkvoorziening (SW) en voor Beschut werk via de Integratie-uitkering Participatie. In 2025 gaat het in totaal om € 19,8 miljoen.
Wet Betaalbare huur Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden met betrekking tot: • De maximale huurprijzen die gelden op grond van het woningwaarderingsstelsel (WWS); • De maximale huurverhogingen in de gereguleerde sector; • De informatieplicht op verhuurders om hun huurders een puntentelling te overleggen bij het afsluiten van een contract.
Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel.
Openbare bibliotheken In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarna zal een wettelijke zorgplicht voor gemeenten worden ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek. Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering om zich op de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Voor deze decentralisatie-uitkering Openbare bibliotheken is in 2025 en 2026 € 59,3 miljoen beschikbaar. Voor Aalten is dit € 100.000 voor zowel 2025 als 2026.
Suppletie-uitkering lage inkomens Bij de laatste specificaties van het Rijk over 2023 en 2024 zijn een tweetal suppletie-uitkeringen voor lage inkomens verwerkt waarover niets in de septembercirculaire 2024 is aangekondigd. Dit blijkt echter een technische correctie die nodig was omdat de vernieuwde definitie en berekening nog niet waren doorgevoerd op de betaalspecificatie.
Ontwikkelingen per jaar Uitkeringsjaar 2022 en 2023. De uitkeringsfactor voor deze jaren is verlaagd met respectievelijk 1 en 2 punten als gevolg van actualistaie van enkele maatstaven. In bijlage I en II zijn de gevolgen weergegeven. Voor 2022 betekent dit een lagere uitkering van € 27.621 en voor 2023 een lagere uitkering van € 85.770.
Uitkeringsjaar 2024. De totale uitkering voor 2024 wordt na verwerking van de septembercirculaire 2024 geraamd op € 62.724.900. Dit is een verhoging van € 696.824 ten opzichte van de meicirculaire 2024. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn het voorschot voor de ruimte onder het plafond BCF (€ 638.000) en een lagere uitkeringsfactor door ontwikkeling van de uitkeringsbasis (- € 336.000). Verder zijn de aantallen geactualiseerd (voordeel € 150.000) en is er via de laatste specificatie een suppletie-uitkering voor lage inkomens toegekend van € 245.000. Van de totale verhoging wordt € 66.000 als stelpost opgevoerd ten behoeve van taakmutaties die daar tegenover staan. Dat betekent dat het effect op de begroting uiteindelijk € 631.000 bedraagt. In bijlage III is e.e.a. samengevat.
Meerjarenramingen uitkeringsjaar 2025 tot en met 2028. De belangrijkste mutaties voor de meerjaren zitten in het hogere accres voor loon- en prijsontwikkeling voor de jaren 2025 tot en met 2028. Daarnaast is ook voor de meerjaren het negatieve effect van de ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van de stijgende aantallen terug te vinden in een lagere uitkering. Er zijn meerdere stelposten opgenomen waar corresponderende taakmutaties tegenover staan onder meer voor de bibliotheken. De stelposten
voor Jeugdzorg zijn voor de jaren 2026 en verder gecorrigeerd zoals hierboven beschreven. De uitwerking is zichtbaar in bijlage IV. Hieronder treft u een verkort overzicht aan van de totale verwachte ontvangsten voor de jaren 2024 tot en met 2028. Tevens wordt het netto-effect weergegeven onder aftrek van de stelposten voor taakmutaties.
Kanttekeningen
Overleg gevoerd met
2024
2025
2026
2027
2028
Totaal o.b.v. septembercirculaire 2024
62.724.900
64.827.401
61.269.332
61.462.317
61.449.769
Totaal o.b.v. meicirculaire 2024
62.028.076
64.367.457
60.587.341
60.749.212
60.797.736
Verschil september 2024 t.o.v. mei 2024
696.824
459.944
681.991
713.105
652.033
Stelposten
65.758
196.427
192.614
78.486
71.019
Netto-effect begroting
631.066
263.517
489.377
634.619
581.014
nvt
Afdeling /Team: Persoon: Overlegpunten: Bedrijfsvoering/Informatiebeheer Jeroen Pelle
Vervolgstappen en planning
nvt
Participatie
nvt
Communicatie
nvt