Raadsmededeling 126-2025 Oordeelsvormende Vergadering AZC
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
126-2025 20 oktober 2025 21-10-2025 G.W. Olthof J.C. Wikkerink; T.M.M. Kok Oordeelsvormende vergadering opvang asielzoekers
Aanleiding: Uit de beeldvormende vergadering op 15 oktober 2025 is het verzoek gekomen aan het college om het bezwaar tegen het Verdeelbesluit Gelderland 2024 met de raad te delen. Inhoud mededeling: Met deze raadsmededeling wordt daaraan gehoor gegeven. De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: 1. Verdeelbesluit Gelderland, kenmerk 6015728 van het ministerie van Asiel en Migratie (20 december 2024) 2. Uitgaande brief pro forma bezwaar gemeente Aalten tegen Verdeelbesluit Gelderland (28 januari 2025) 3. Ontvangstbevestiging van het pro forma bezwaar door het Ministerie van Asiel en Migratie (14 februari 2025) 4. Nadere gronden pro forma bezwaarschrift; toelichting van het college op het bezwaarschrift (11 maart 2025) 5. Herverdeling opvangplaatsen; brief van het ministerie van Asiel en Migratie over de herverdeling van de opvangplaatsen (van 29 juli 2025) Tevens maakt het college gebruik van de mogelijkheid om een nadere toelichting te geven op de wettelijk verplichte aantallen opvangplekken en op de huisartsenzorg. Zoals op de beeldvormende vergadering door het college is toegelicht en uit de meegestuurde stukken blijkt, heeft het Ministerie van Asiel en Migratie via de minister, toen nog mevrouw Faber, de gemeente Aalten op 20 december 2024 200 reguliere opvangplekken toebedeeld. De oorspronkelijke toedeling bedroeg 157 opvangplekken.
De vrijwillige, bovenwettelijke ophoging naar 200 opvangplekken in het kader van de Achterhoekse Aanpak, is door de minister vroegtijdig als ‘kansrijk’ beoordeeld en daardoor het wettelijk verplichte aantal te realiseren opvangplekken geworden. Kortom, van 157 opvangplekken is geen sprake meer. Wat betreft de bijdragen van gemeenten aan zorg en onderwijs geeft het COA antwoord middels hun Q&A’s met betrekking tot kleinschalige opvang: QA Reguliere kleinschalige opvang 21 okt 2024 (2).pdf
Pagina 1 van 2
Zoals ook het COA op 15 oktober heeft aangegeven is zorg en onderwijs maatwerk en is mede afhankelijk van de locatie(s) zelf en van de mogelijkheden van de zorg- en welzijnsinstellingen binnen de gemeente.
Pagina 2 van 2
Besluit van de Minister van Asiel en Migratie, van 20 december 2024, nr. 6015728, houdende de verdeling van asielopvangplaatsen in het kader van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen over de provincie Gelderland de Minister van Asiel en Migratie, Gelet op artikel 5 van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen, de Beleidsregel verdeelbesluiten en de Capaciteitsraming, provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 2024; Besluit: Artikel I De asielopvangplaatsen uit de provinciale opvangopgave van de provincie Gelderland, zoals bekendgemaakt op 31 januari 2024, worden als volgt over de gemeenten verdeeld: Tabel 1: Verdeling asielopvangplaatsen over gemeenten
Gemeente Aalten Apeldoorn Arnhem Barneveld Berg en Dal Berkelland Beuningen Bronckhorst Brummen Buren Culemborg Doesburg Doetinchem Druten Duiven Ede Elburg Epe Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Heumen Lingewaard Lochem Maasdriel
Reguliere Amvopvangplaatsen opvangplaatsen 200 881 1.936 102 0 50 80 0 31 46 176 14 50 100 270 330 36 276 43 747 20 0 96 75 185 0
0 0 132 0 192 130 0 160 0 0 0 0 50 0 0 0 0 0 0 53 0 0 9 0 65 40
Totaal 200 881 2.068 102 192 180 80 160 31 46 176 14 100 100 270 330 36 276 43 800 20 0 105 75 250 40
Gemeente Montferland Neder-Betuwe Nijkerk Nijmegen Nunspeet Oldebroek Oost Gelre Oude IJsselstreek Overbetuwe Putten Renkum Rheden Rozendaal Scherpenzeel Tiel Voorst Wageningen West Betuwe West Maas en Waal Westervoort Wijchen Winterswijk Zaltbommel Zevenaar
Reguliere Amvopvangplaatsen opvangplaatsen 250 0 39 0 153 0 820 12 0 167 37 0 48 0 56 0 79 0 152 0 150 0 200 50 0 0 17 0 120 0 41 0 650 0 150 0 150 0 21 0 300 0 400 0 168 0 227 0
Zutphen
740
Totaal 250 39 153 832 167 37 48 56 79 152 150 250 0 17 120 41 650 150 150 21 300 400 168 227
0
740
Artikel II Dit besluit wordt aangehaald als: Verdeelbesluit Gelderland 2024
’s-Gravenhage, 20 december 2024
De Minister van Asiel en Migratie,
M.H.M. Faber – Van de Klashorst
Pagina 2 van 9
Bezwaar Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift indienen tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Asiel en Migratie, Postbus 20301, 2500 EH Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten: a. naam en adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt (datum en nummer); d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen; e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt. Het niet voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift. Een bezwaarschrift kan uitsluitend per gewone post en niet per e-mail worden ingediend. Machtigt u iemand om namens u bezwaar te maken? Stuur dan ook een kopie van de machtiging mee. Bij indiening van een bezwaarschrift namens een rechtspersoon, dient u documenten mee te sturen (origineel uittreksel uit het handelsregister en/of een kopie van de statuten van de rechtspersoon) waaruit blijkt dat u bevoegd bent namens de rechtspersoon op te treden.
Pagina 3 van 9
Toelichting 1. Algemene uitgangspunten Op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (hierna: de wet) neemt de Minister van Asiel en Migratie eens in de twee jaar een verdeelbesluit per provincie. In deze besluiten worden de opvangplaatsen per provincie, zoals bepaald in de provinciale opvangopgave die voor 1 februari van hetzelfde kalenderjaar bekend is gemaakt, verdeeld over de in het besluit aangewezen gemeenten. Bijzondere opvangplaatsen In de provinciale opvangopgave kan aan gemeenten naast een opgave voor reguliere opvangplaatsen een aparte opgave worden gegeven voor bijzondere opvangplaatsen. De provinciale opvangopgave voor deze cyclus is bekendgemaakt op 31 januari 2024. Hierin is een opgave voor de bijzondere opvangplaatsen meegegeven, namelijk voor opvangplaatsen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv). In de verdeelbesluiten worden voor deze cyclus zowel de benodigde reguliere opvangplaatsen als de benodigde amv-opvangplaatsen verdeeld. De verdeling telt op tot de provinciale opvangopgave. Waar in het vervolg van deze toelichting over de provinciale opvangopgave wordt gesproken, ziet dit toe op zowel de opgave voor regulier als voor amv.
Wettelijke taak Met de verdeelbesluiten wordt invulling gegeven aan de taak die de wet creëert voor gemeenten; zij moeten de opvangplaatsen uit het verdeelbesluit mogelijk maken. Gemeenten die in het verdeelbesluit geen opgave hebben, hebben dus geen wettelijke taak. Bij het maken van de verdeelbesluiten neemt de minister een aantal uitgangspunten in acht die zijn opgenomen in de wet en in de Beleidsregel verdeelbesluiten (Stcrt. 2024, 21380). Provinciaal verslag Op 31 oktober van dit jaar hebben de commissarissen van de Koning in hun rol als rijksorgaan en voorzitter van de Provinciale regietafel (PRT) verslag uitgebracht (zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet) naar aanleiding van het overleg dat plaats heeft gevonden aan de PRT. In dit verslag is een verdeling van de provinciale opvangopgave voor de twee daaropvolgende jaren over een aantal gemeenten voorgesteld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen reguliere opvangplaatsen en amv-opvangplaatsen. Dit provinciale verslag is voor de minister het uitgangspunt bij het nemen van het verdeelbesluit. Wanneer uit het verslag blijkt dat aan de PRT overeenstemming is bereikt over een volledige en uitvoerbare invulling van de provinciale opvangopgave, wordt de verdeling uit het verslag door de minister overgenomen in het verdeelbesluit (artikel 2, tweede lid, Beleidsregel verdeelbesluiten).
Onder volledige invulling wordt verstaan: een invulling die het vastgestelde aantal reguliere opvangplaatsen én amv-opvangplaatsen uit de provinciale opvangopgave volledig dekt. Als uit het verslag blijkt dat het aan de PRT niet gelukt is om te komen tot een volledige en uitvoerbare verdeling die de gehele provinciale opvangopgave dekt, wordt het verdeelbesluit aangevuld door de minister, zodat het verdeelbesluit de provinciale opvangopgave volledig dekt. Ook in dit geval is de verdeling in het verslag het uitgangspunt.
Pagina 4 van 9
Overwegingen bij het aanvullen van het verdeelbesluit Bij het aanvullen van het verdeelbesluit laat de minister zich volgens artikel 3 van de Beleidsregel verdeelbesluiten leiden door de volgende overwegingen: a. Evenwichtige verdeling De minister streeft naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling over het grondgebied van Nederland, rekening houdend met de SES-WOA-score op gemeenteniveau. De indicatieve verdeling per gemeente is hiervoor het uitgangspunt, aangezien hierin rekening is gehouden met de evenwichtige verdeling naar inwoneraantal en de SES-WOA score. b. Eerdere en bijzondere inspanningen op het gebied van asielopvang Er wordt rekening gehouden met de eerder geboden asielopvang in gemeenten in de afgelopen tien jaar en ook de opvang van ontheemden in het geval van acute noodsituaties (zoals in het geval van Oekraïne). Hierbij speelt de duur (maanden, jaren) en omvang (aantal opvangplaatsen) van de eerder geboden asielopvang een rol. Ook wordt gekeken naar de aanwezigheid van bijzondere opvangmodaliteiten binnen de gemeenten. Voor het overzicht van de eerdere en bijzondere inspanningen op gebied van asielopvang per gemeente maakt de minister gebruik van reeds bekende informatie, waaronder de informatie uit het verslag en informatie van andere partijen zoals bijvoorbeeld het COA.
Als blijkt dat een gemeente veel meer doet of in de afgelopen tien jaar heeft gedaan, dan op basis van de indicatieve verdeling is bepaald, ligt het niet in de lijn der verwachting dat deze gemeente een (extra) opgave krijgt bij het sluitend maken van de verdeling. c. Haalbaarheid en uitvoerbaarheid Er wordt bij de verdeling ook rekening gehouden met de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de opvangplaatsen voor de uitvoeringsorganisaties in de migratieketen en de gevolgen hiervan voor het asiel-, vertrek- en opvangproces. Hierbij worden ook de omstandigheden meegewogen die kunnen bijdragen aan kansrijke realiseerbaarheid van een opvangvoorziening in een gemeente. Om de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van een verdeelbesluit te beoordelen, maakt de minister gebruik van de al bekende informatie hierover en informatie van andere partijen zoals bijvoorbeeld het COA, de IND en de DTenV. 2. Methode voor het aanvullen van de verdeelbesluiten Wanneer de verdeling uit het verslag niet de gehele provinciale opvangopgave dekt, is het verdeelbesluit aangevuld door de minister zodat het verdeelbesluit uiteindelijk de provinciale opvangopgave volledig dekt. Om tot een sluitende verdeling te komen, zijn verschillende stappen gezet. Deze stappen worden hieronder toegelicht.
Stap 1: Overnemen opvangplaatsen uit provinciaal verslag Wanneer de verdeling uit een provinciaal verslag niet sluitend is, is deze ook het uitgangspunt voor het verdeelbesluit. De reguliere en amv-asielopvangplaatsen uit het verslag worden overgenomen in het verdeelbesluit. Zo is zo veel mogelijk recht gedaan aan de keuzes en afspraken die aan de PRT zijn gemaakt.
Pagina 5 van 9
Stap 2: Toevoegen opvangplaatsen vanuit kansrijke initiatieven In de verslagen worden mogelijk ook opvangplaatsen genoemd waarvan onvoldoende duidelijk is of deze tijdig (binnen zes maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit) beschikbaar zijn en/of in ieder geval beschikbaar blijven tot de datum van de volgende capaciteitsraming (1 februari 2026). Vaak zijn plannen voor deze opvangplaatsen wel al in een vergevorderd stadium. Plannen worden als kansrijk beschouwd wanneer deze in ieder geval één van de volgende elementen bevatten: • •
•
•
Lokale besluitvorming is afgerond; Een beoogde locatie is niet binnen zes maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit beschikbaar, maar wel voor publicatie van de nieuwe capaciteitsraming op 1 februari 2026; Een bestaande locatie is niet beschikbaar tot de datum van de volgende capaciteitsraming, maar er is aantoonbaar zicht op verlenging van de locatie; Er is een duidelijke toezegging van een gemeente om de opvangplaatsen tijdig (binnen 6 maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit) te realiseren.
Als er in het verslag opvangplaatsen zijn genoemd die een of meerdere van de bovenstaande elementen bevatten, zijn deze kansrijke initiatieven opgenomen in het verdeelbesluit. Dit is wenselijk vanwege de haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Hiermee wordt voorkomen dat gemeenten die al kansrijke plannen hebben geen wettelijke taak krijgen en gemeenten die geen plannen hebben wel. Stap 3: Berekenen van de restopgave Na het overnemen van de opvangplaatsen uit het verslag en de kansrijke initiatieven kan het zo zijn dat de verdeling nog niet optelt tot de provinciale opvangopgave. Wanneer dit het geval is, is berekend wat de restopgave is. Dit is het aantal reguliere en/of amv-opvangplaatsen dat nodig is om te voldoen aan de provinciale opvangopgave. Aangezien alle provincies een opvangopgave hebben voor reguliere opvangplaatsen en amv-opvangplaatsen kunnen zij een restopgave hebben voor reguliere opvangplaatsen, amv-opvangplaatsen of voor beiden. Stap 4: Verdelen restopgave De restopgave is vervolgens verdeeld over de gemeenten. Hierbij is rekening gehouden met een aantal factoren: Stap 4a: Uitsluiten gemeenten voor de verdeling van de restopgave Bij het verdelen van de restopgave zijn de uitgangspunten uit de Beleidsregel verdeelbesluiten in acht genomen. Op grond van deze uitgangspunten kunnen gemeenten worden uitgesloten bij de verdeling van de restopgave.
Realisatie aantal opvangplaatsen indicatieve verdeling Wanneer een gemeente in het provinciaal verslag heeft aangegeven evenveel of meer te doen dan het aantal opvangplaatsen uit de indicatieve verdeling, is deze gemeente niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave. Hiermee wordt recht gedaan aan het uitgangspunt van het streven naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling. Daarom is de restopgave alleen verdeeld over gemeenten die deze evenredige bijdrage nog niet leveren.
Pagina 6 van 9
Uitzonderlijke historische bijdrage Wanneer een gemeente de afgelopen tien jaar gemiddeld een grotere bijdrage aan de opvangopgave heeft geleverd dan van de gemeente op basis van de indicatieve verdeling mocht worden verwacht, is deze gemeente niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave. Om dit te beoordelen is gekeken naar de opvangplaatsen die een gemeente in de afgelopen 10 jaar (van 1 september 2014 tot en met 1 september 2024) per jaar gemiddeld heeft gerealiseerd. Wanneer de gemiddelde historische bijdrage van een gemeente hoger was dan de indicatieve verdeling, is de gemeente niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave. Dit doet recht aan het uitgangspunt dat bij het verdelen van de restopgave rekening wordt gehouden met de eerder geboden asielopvang in gemeenten in de afgelopen tien jaar. Ook wanneer gemeenten een uitzonderlijke bijdrage hebben geleverd aan de opvang van Oekraïners, zijn zij uitgesloten voor de verdeling van de restopgave. Dit is het geval als hun bijdrage aan het aantal opvangplaatsen voor Oekraïners van 1 januari 2023 tot en met 1 september 2024 groter dan 200% was van het aantal opvangplaatsen dat zij hadden moeten realiseren op basis van een evenredige verdeling van het totaal aantal opvangplaatsen over alle gemeenten.
Uitruil tussen gemeenten Aan de PRT hebben gemeenten afspraken kunnen maken over het uitruilen van opvangplaatsen binnen de provincie. Wanneer gemeente A opvangplaatsen realiseert voor gemeente B, zijn deze bij de verdeling van de restopgave beschouwd als opvangplaatsen van gemeente B. Als gemeente A voor gemeente B een aantal opvangplaatsen realiseert dat gelijk is aan het aantal opvangplaatsen dat gemeente B op basis van de indicatieve verdeling zou moeten realiseren, is gemeente B niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave van reguliere opvangplaatsen. Wanneer de uitruilafspraak voor een gemeente niet gelijk is aan de indicatieve verdeling, is dit bij de verdeling van de restopgave meegewogen; de gemeente krijgt dan een kleiner deel van de restopgave. Wanneer meerdere gemeenten hebben aangegeven hun opgaven onderling uit te ruilen, is dit meegenomen bij de verdeling van de restopgave van reguliere opvangplaatsen. Als het aantal reguliere opvangplaatsen dat ze gezamenlijk realiseren gelijk aan of groter is dan het aantal opvangplaatsen dat ze samen op basis van hun indicatieve verdeling zouden moeten realiseren, zijn deze gemeenten uitgesloten bij de verdeling van de restopgave van reguliere opvangplaatsen.
Stap 4b: Verdelen van resterende opvangplaatsen over gemeenten Een deel van de gemeenten is op basis van de hierboven genoemde criteria niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave. Er blijft een aantal gemeenten over waarover de restopgave is verdeeld. De restopgave is evenredig verdeeld over al deze gemeenten zodat zij allen eenzelfde percentage moeten realiseren van het aantal opvangplaatsen dat ze op basis van de indicatieve verdeling zouden moeten realiseren. Hoe hoog dit percentage is, hangt af van de omvang van de restopgave en het aantal gemeenten dat is uitgesloten van de verdeling van de restopgave. Gemeente krijgen in het verdeelbesluit niet meer opvangplaatsen dan het totaal aantal opvangplaatsen (regulier en amv) uit de indicatieve verdeling. Deze methode voor verdeling van de restopgave doet recht aan het uitgangspunt van een evenwichtig verdeling. Ook gemeenten die in het verslag al hebben aangegeven een aantal opvangplaatsen mogelijk te maken, maar minder dan het
Pagina 7 van 9
aantal opvangplaatsen uit de indicatieve verdeling, kunnen een deel van de restopgave krijgen. Dit is het geval wanneer het aantal opvangplaatsen dat zij in het verslag hebben aangegeven onder het percentage blijft van de indicatieve verdeling die gemeenten in de betreffende provincie moeten realiseren om de verdeling sluitend te maken. Mocht een gemeente door deze verdeling van de restopgave uitkomen op een aantal van minder dan 5 opvangplaatsen (regulier of amv), dan wordt deze gemeente uitgesloten van de verdeling en worden deze opvangplaatsen verdeeld over de andere gemeenten die wel in aanmerking komen voor de verdeling van de restopgave. Zo wordt recht gedaan aan het uitgangspunt van haalbaarheid en uitvoerbaarheid, omdat zulke kleine aantallen moeilijk te realiseren zijn. De verdeling van de restopgave wordt vervolgens toegevoegd aan de initiële verdeling. Hiermee is de verdeling van opvangplaatsen voor de provincie sluitend gemaakt.
3. Het verdeelbesluit voor de provincie Gelderland Op 31 oktober heeft de commissaris van de Koning van Gelderland, in lijn met artikel 4, tweede lid van de wet, verslag uitgebracht van het overleg dat heeft plaatsgevonden aan de PRT. Uit dit verslag blijkt dat de gemeenten in de provincie Gelderland niet tot een volledig sluitende verdeling zijn gekomen van het aantal opvangplaatsen dat zij volgens de provinciale opvangopgave moeten realiseren. De provincie Gelderland heeft een opgave van 10.712 reguliere opvangplaatsen en 992 amv-opvangplaatsen. Na het overnemen van de opvangplaatsen die aangeboden worden en het toevoegen van opvangplaatsen die voortkomen uit kansrijke initiatieven uit het verslag, komt de provincie Gelderland uit op 10.102 reguliere opvangplaatsen en 1.146 amv-opvangplaatsen. Om te komen tot een sluitende verdeling van de provinciale opvangopgave moet er een restopgave van 610 reguliere opvangplaatsen worden ingevuld.
Bij de verdeling van de restopgave zijn de volgende gemeenten uitgesloten: Uitsluiting vanwege realisatie aantal opvangplaatsen indicatieve verdeling Gemeente Aalten, Arnhem, Berg en Dal, Culemborg, Duiven, Epe, Harderwijk, Heumen, Lochem, Montferland, Nijmegen, Nunspeet, Putten, Rheden, Wageningen, West Maas en Waal, Winterswijk en Zutphen Uitsluiting vanwege uitzonderlijke historische bijdrage Gemeente Arnhem, Harderwijk, Wageningen, Winterswijk, Zutphen (asielopvang); Maasdriel en Rozendaal (ontheemden Oekraïne) Uitsluiting vanwege uitruil tussen gemeenten Gemeente Druten, Heerde en Rozendaal De restopgave is verdeeld over een aantal gemeenten volgens de methode die in hoofdstuk 2 is toegelicht. In totaal hebben 16 gemeenten een deel van de restopgave reguliere opvangplekken toegewezen gekregen.
Pagina 8 van 9
De restopgave is verdeeld over de volgende gemeenten: Barneveld (regulier) Brummen (regulier) Buren (regulier) Doesburg (regulier) Elburg (regulier) Ermelo (regulier) Hattem (regulier) Lingewaard (regulier) Neder-Betuwe (regulier) Oldebroek (regulier) Oost Gelre (regulier) Oude Ijsselstreek (regulier) Overbetuwe (regulier) Scherpenzeel (regulier) Voorst (regulier) Westervoort (regulier)
De Minister van Asiel en Migratie,
M.H.M. Faber – Van de Klashorst
Pagina 9 van 9
Uitgaand document - 558496
Gemeente
Aalten Postbus 119
AANGETEKEND
7120 Ac Aanen
De minister van Asiel en Migratie Faber van de Klashorst mevrouw Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG
T 0543 49 33 33
,men
2
E gemeenie@aa|ten.n| www.aa|ten.nl
zeJAN2025 29 JAN2025
Zaaknummer Bijlage(n) Uw brief van Uw kenmerk Telefoonnummer Beh. ambtenaar Onderwerp
Z/23/145191 20 december 2024 6015728 (0543) 49 33 33 Sikking de heer Pro forma bezwaar tegen Verdeelbesluit Gelderland 2024
Geachte minister Faber, Op 20 december 2024 heeft u ons het Verdeelbesluit Gelderland 2024 toegestuurd. Wij tekenen hierbij formeel bezwaar aan tegen uw besluit van 20 december 2024, op nader aan te voeren gronden.
20 december 2024 ons voor een Wij kunnen ons niet met het besluit verenigen, omdat uw besluit onmogelijke opgave stelt. Naast de formele juridische weg van bezwaar en beroep, zouden wij het op prijs stellen dat wij met betrekking tot de uitvoering van uw plannen het gesprek met ons aangaat. Wij verzoeken u ons een nadere termijn te stellen voor het aanvullen van de gronden van dit
bezwaarschrift. ln vertrouwen op een goede dialoog, wachten wij uw reactie met belangstelling af.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten
oco) Secretaris/Algem
en Directeur
StapellYIam
Burgemeester
Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 1 van 1
> Retouradres Postbus 20301 2500 EH
Den Haag
Per post
College van Burgemeester en Wethouders gemeente Aalten t.a.v. de heer G. Sikking Postbus 119 7120 AC Aalten
Datum Betreft
14 februari 2025 Ontvangstbevestiging bezwaarschrift
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Sector Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/jenv Contactpersoon R.M. Casanova Juridisch ondersteuner M
06 528 774 28
Onze referentie 6186679
Geachte heer Stapelkamp, Uw referentie
Hiermee bevestig ik dat ik op 30 januari 2025 per post heb ontvangen uw bezwaarschrift van 28 januari 2025 tegen mijn besluit van 20 december 2024 met kenmerk 6015728, in verband met de verdeling van asielopvangplaatsen in het kader van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen over de provincie Gelderland.
Z/23/145191
Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Op de behandeling van dit bezwaarschrift is de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van toepassing. Die wet schrijft voor dat uw bezwaarschrift aan een aantal eisen moet voldoen. Ik stel vast dat uw bezwaarschrift nog niet aan al deze eisen voldoet omdat het bezwaarschrift de gronden van het bezwaar niet vermeldt. Ik stel u in de gelegenheid binnen vier weken na dagtekening van deze brief dit verzuim te herstellen. Als u van deze gelegenheid geen gebruik maakt, moet u er rekening mee houden dat uw bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard. In dat geval is de behandeling van uw bezwaar geëindigd en vinden de hieronder staande vervolgstappen niet meer plaats. Indien het verzuim tijdig is hersteld heeft u in beginsel het recht om uw bezwaren mondeling toe te lichten. De termijn waarbinnen ik op uw bezwaar dien te beslissen vangt aan op 1 februari 2025 en eindigt zes weken na deze datum. Op grond van artikel 7:10, tweede lid, van de Awb wordt de termijn voor de afhandeling van uw bezwaar opgeschort totdat het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. Over het verdere vervolg over de procedure zult u nog nader worden geïnformeerd. Ik verzoek u vervolgcorrespondentie voor deze zaak te richten aan: Ministerie van Justitie en Veiligheid Directie Wetgeving en Juridische Zaken Postbus 20301 2500 EH Den Haag
Pagina 1 van 2
U kunt eventueel gebruik maken van het volgende e-mailadres: dwjzjuridischezaken@minjenv.nl. Ik vertrouw erop u hiermee voorlopig voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u nog vragen hebben, neemt u dan contact op met de heer R.M. Casanova op telefoonnummer 06 528 77 428. Hoogachtend, De Minister van Asiel en Migratie, namens deze,
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Sector Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid Datum 14 februari 2025 Onze referentie 6186679 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
R.M. Casanova Juridisch Ondersteuner
Pagina 2 van 2
Postbus 119 7120 AC Aalten
AANGETEKEND Ministerie van Justitie en Veiligheid Directie Wetgeving en Juridische Zaken Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG
Aalten Verzonden
11 maart 2025
Zaaknummer Bijlage(n)
Z/23/145191
Uw kenmerk Telefoonnummer Beh. ambtenaar Onderwerp
6186679 (0543) 49 33 33 mevrouw F. Knipscheer nadere gronden pro forma bezwaarschrift 22 januari 2025
T 0543 49 33 33 E gemeente@aalten.nl www.aalten.nl
Uwe Excellentie, Bij brief van 20 december 2024 heeft u ons het Verdeelbesluit Gelderland 2024, kenmerk 6015728, toegestuurd. Bij brief van 28 januari 2025 hebben wij tegen het Verdeelbesluit van 20 december 2024 een pro forma bezwaarschrift ingediend. Bij brief van 14 februari 2025 stelt u ons in de gelegenheid om binnen vier weken na dagtekening van bovengenoemde brief de gronden van bezwaar in te dienen. Middels deze brief doen wij u de gronden van bezwaar toekomen. Zoals wij reeds in het pro forma bezwaarschrift van 28 januari 2025 hebben benoemd, kunnen wij ons niet met uw besluit verenigen omdat het besluit van 20 december 2024 ons voor een onmogelijke opgave stelt. In het besluit inhoudende de verdeling van asielopvangplaatsen in het kader van de Wet gemeentelijke taak asielopvangvoorzieningen over de provincie Gelderland is opgenomen dat de gemeente Aalten op 1 februari 2026 200 reguliere opvangplaatsen gerealiseerd dient te hebben. Wij zien ons hier gesteld voor een onmogelijke opgave. Het Verdeelbesluit heeft geleid tot een onevenwichtige spreiding van opvangplekken Ten eerste willen wij vooropstellen géén bezwaar te maken tegen de oorspronkelijk taakstelling van 157 opvangplekken conform de Spreidingswet. Het vrijwillige aanbod van gemeente Aalten om dit op te hogen naar 200 opvangplekken vindt zijn oorsprong in de Achterhoekse aanpak.
De acht Achterhoekse gemeenten committeren zich nadrukkelijk aan hun verantwoordelijkheid om asielzoekers zo goed en duurzaam mogelijk op te vangen en te huisvesten. Echter, het Verdeelbesluit heeft geleid tot een onevenredige verdeling van de opvangplekken in Gelderland en de rest van Nederland, Dit staat haaks op de oorspronkelijke gedachte achter de Spreidingswet. Vanuit dat perspectief maken wij alsnog bezwaar tegen de 200 plekken die de gemeente Aalten blijkens het Verdeelbesluit moet realiseren. Dit omdat gemeenten die méér hebben willen doen dan de oorspronkelijke taakstelling daardoor onevenredig belast worden terwijl gemeenten die- al dan niet bewust - geen plannen hebben ingediend, hiervoor beloond worden met een doorgaans veel lager aantal te realiseren opvangplekken dan hun oorspronkelijke taakstelling. Gemeente Aalten kwalificeert het ophogen van de oorspronkelijke taakstelling met 43 plekken dan ook als een bovenwettelijke taakstelling. o De door u gestelde termijn is niet haalbaar en onuitvoerbaar
1
Ook hebben wij ernstige bezwaren tegen de termijn waarbinnen wij de asielopvangplaatsen gerealiseerd dienen te hebben. De gemeente Aalten acht het niet mogelijk om op 1 februari 2026 200 asielopvangplaatsen gerealiseerd te hebben. De gemeente Aalten wil sturen op duurzaamheid wat betreft het realiseren van asielopvangplaatsen. De door u gestelde termijn in het verdeelbesluit maakt het realiseren van de asielopvangplaatsen onuitvoerbaar. De concretisering van de plannen van de gemeente Aalten bevinden zich pas in het beginstadium. En wat de realisatie van een AZC betreft is de gemeente Aalten mede afhankelijk van het besluitvormingsproces bij het COA, evenals van veel tijd vragende bestemmingsplanprocedures en zaken als de stikstof- en PFAS-crises. De plannen kunnen niet als kansrijke initiatieven worden aangemerkt Wij zijn van mening dat de plannen van de gemeente Aalten ten behoeve van het realiseren van de asielopvangplaatsen niet als kansrijke initiatieven kunnen worden beschouwd.
In uw besluit van 20 december 2024 beschrijft u dat plannen als kansrijke initiatieven worden beschouwd indien ten minste is voldaan aan een van de volgende voorwaarden: Lokale besluitvorming is afgerond; Een beoogde locatie is niet binnen zes maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit beschikbaar, maar wel voor publicatie van de nieuwe capaciteitsraming op 1 februari 2026; Een bestaande locatie is niet beschikbaar tot de datum van de volgende capaciteitsraming, maar er is aantoonbaar zicht op de verlenging van de locatie; Er is een duidelijke toezegging van een gemeente om de opvangplaatsen tijdig (binnen 6 maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit) te realiseren. Aan geen van deze voorwaarden is voldaan. Lokale besluitvorming is afgerond De lokale besluitvorming is nog niet afgerond. De bestuurlijke plan- en besluitvorming verkeert nog in het beginstadium. Een beoogde locatie is niet binnen zes maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit beschikbaar, maar wel voor publicatie van de nieuwe capaciteitsraming op 1 februari 2026 Zoals reeds benoemd stuurt de gemeente Aalten op duurzaamheid en maatwerk wat betreft de realisatie van opvangplaatsen. Er is dan ook nog geen locatie beschikbaar voor de publicatie van de nieuwe capaciteitsraming op 1 februari 2026.
Een bestaande locatie is niet beschikbaar tot de datum van de volgende capaciteitsraming, maar er is aantoonbaar zicht op verlenging van de locatie. Deze voorwaarde is tevens niet van toepassing op de gemeente Aalten, er is immers geen bestaande locatie. Er is een duidelijke toezegging van een gemeente om de opvangplaatsen tijdig (binnen 6 maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit) te realiseren. Er is door de gemeente Aalten geen (duidelijke) toezegging gedaan om de opvangplaatsen binnen zes maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit te (kunnen) realiseren. Ten overvloede Ten overvloede hebben wij bezwaar tegen het feit dat de in het Verdeelbesluit genoemde termijn niet conform artikel 5, eerste lid, van de Spreidingswet is genomen. In voornoemd artikel is bepaald dat de Minister eens in de twee jaren, voor 31 december van dat kalenderjaar, een verdeelbesluit, per provincie neemt, waarin de benodigde opvangplaatsen per provincie voor de duur van twee daaropvolgende kalenderjaren voor asielzoekers over de in het besluit aangewezen gemeenten worden verdeeld. Uw Verdeelbesluit ziet immers op de verdeling van asielopvangplaatsen in de periode tussen 1 juli 2025 en 1 februari 2026, en niet voor de duur van twee kalenderjaren volgend op de datum van het besluit. Tevens wijkt het Verdeelbesluit af van hetgeen is opgenomen in het Provinciaal plan/regioplan Achterhoek.
In voornoemde plannen is opgenomen dat de gemeente Aalten een bestuursovereenkomst met het COA heeft getekend, met dien verstande dat uiterlijk 1 september 2026 de asielopvanglocatie geopend zal worden. Op basis van voortschrijdend inzicht zien wij de termijn van 1 september 2026 eerder als een streefdatum, aangezien de voorwaarden voor realisatie
Postbus 119 7120 AC Aalten T 0543 49 33 33 E gemeente@aalten.nl www.aalten.nl
van de asielopvangplaatsen zoals netcongestie en de planologische- en vergunningprocedures een proces van de lange adem zijn. Ons verzoek Resumerend kunnen wij ons niet verenigen met uw Verdeelbesluit van 20 december 2024. Wij verzoeken u dan ook onze bezwaren gegrond te verklaren en het Verdeelbesluit te heroverwegen. In afwachting van uw reactie.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders v
JrS. A
tari:
en Directeur
emeente Aalten
mr. A.B. Stap Burgemeester
1