Raadsmededeling 126-2021 Beantwoording aanvullende vragen CDA en D66 over Uitnodigingskader Zon en Wind.pdf
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
126-2021 28 juni 2021 J.H.D. Hulshof M.J. Veldhuizen en T.M.M. Kok Beantwoording aanvullende vragen van CDA en D66 over het Uitnodigingskader zon en wind
Aanleiding Ter voorbereiding op de oordeelsvormende raadsvergadering van 28 juni 2021, zijn door CDA en D66 enkele aanvullende vragen gesteld over het Uitnodigingskader zon en wind (Ukzw). Inhoud mededeling De beantwoording van de vragen kunt u lezen in deze raadsmededeling. De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: Aanvullend kaartmateriaal. Vragen CDA 1. Wordt er een maximale afstand van een opwek locatie van hernieuwbare energie tot het station in Dale gehanteerd? a. Zo ja wat is die afstand? b. Zo ja, door wie en waar is deze afstand vastgesteld en vastgelegd? c. Zo ja hoe groot is die afstand en hoe wordt die gemeten? d. Voor welk type (dak, weide of turbine) en grootte van de installatie geldt deze regel? e. Kunnen er oorzaken en/of redenen zijn om van de vastgestelde afstand af te wijken en zo ja op welke wijze en voorwaarden? 2. De raad heeft het initiatiefvoorstel tot plaatsen van kleinere windmolen tot 25 meter aangenomen. Er is toen een bepaald gebied uitgesloten van plaatsing. Op pagina 33 van het Ukzw wordt in de matrix aangegeven dat plaatsing van molens tot 25 meter niet mogelijk is in het waardevol landschap. a. Is bovenstaande constatering juist? b. In het aangenomen voorstel en de in de matrix genoemde gebieden verschillen van elkaar wat betreft ligging, is dit juist? c.
Kunt u exact aangeven in welke gebied plaatsing van windmolens < 25 meter is uitgesloten? Antwoord college van B&W 1. a. Zie pagina 6 en 7 van het Ukzw. Liander adviseert om transport over lange afstanden te minimaliseren en duurzame energieopwek te realiseren in de buurt van de bestaande infrastructuur. Voor onderstation Dale geldt in principe een maximale kabellengte van 10 kilometer rondom het station. In de praktijk ervaart Liander echter dat de businesscase bij kabellengtes van meer dan 5 kilometer lastig wordt, aangezien de ontwikkelaar per meter kabel betaalt. Hoe langer de kabel is, hoe slechter de business case. b. Die afstand wordt beperkt door de technische installatie. Liander brengt in kaart wat de meest efficiënte aansluitmethode is; een lange kabel trekken of aansluiten op dichterbij gelegen onderstation (buiten de gemeente Aalten). Infrastructuur houdt zich niet aan gemeente grenzen. c. Uiteindelijk bepaalt het tracé van de kabel de exacte lengte (meestal langs de openbare weg), Pagina 1 van 4
maar voor de eerste inschatting is hemelsbreed een goede inschatting. d. Dit geldt alleen voor grootschalige opwek van >2 MW. Oftewel, zonnevelden tot bijvoorbeeld 3 ha of windturbines van ongeveer 100 m ashoogte. Zon op dak projecten worden niet direct op het onderstation aangesloten, maar in het middenspanningsnet dat veelal op maximaal een paar honderd meter van het dak verwijderd is. e. De maximale afstand wordt bepaald door de technische installatie. 2. a. De raad heeft in het raadsbesluit van 19 februari 2019 het college opgedragen om een geclausuleerde verklaring van geen bedenkingen voor te leggen aan de gemeenteraad als er een aanvraag voor een windmolen tot 25m ashoogte op of bij een bebouwd erf in het landelijk gebied of op een bedrijfsterrein. Hierbij moet rekening gehouden worden met de effecten op natuur, de gebiedskenmerken binnen het Nationaal Landschap en milieuhygiënische bezwaren. In verband met mogelijk verminderd rendement is het mogelijk om deze turbines op 75 m buiten het bouwblok te realiseren. b. Dat is juist. Alle molens tot 25m ashoogte moeten in het landelijk gebied onderdeel uitmaken van het erf. Zie verder c. c. Op basis van het ontwerp Ukzw zijn in het hele landelijk gebied windmolens tot 15 m mogelijk, zij het dat hiervoor in het Waardevol landschap wel landschappelijke voorwaarden gelden.
Windmolens van 15 tot 25 m ashoogte zijn niet mogelijk in het Waardevol landschap. Vragen D66 1. Kan het college bij onderstaande kaart:? a. De grenzen van het Nationaal Landschap daarop projecteren. b. Aangeven waar de exacte locatie van het beoogde zonnepark Hameland is. 2. Klopt het dat binnen het Nationaal Landschap reeds een grootschalig functioneel landschap ligt, in de buurt van het beoogde zonnepark Hameland? Zo ja, wat is de reden dat hier toch grootschalig functioneel landschap is? 3. Kan het verkleinde zoekgebied voor windmolens geprojecteerd worden op onderstaande kaart en op de indicatieve geluidskaart? Antwoord college van B&W 1. a en b. Zie de kaart in bijlage 1. 2. Ja dat klopt. Rond 2004 heeft er door een extern adviesbureau een uitgebreide landschapsanalyse plaatsgevonden. Dit heeft in bestemmingsplan Buitengebied Aalten 2004 geleid tot de landschapsindeling ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden’. Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ zijn de specifieke landschapswaarden als reliëf, openheid en waterhuishouding aangewezen. In de buurt van het plangebied ligt, ten oosten van de Kiefteweg en rond de Driehonderdmeterweg, een grootschalig functioneel landschap. In dat gebied komt de bestemming ‘Agrarisch’ algemeen voor en is te herkennen aan de aan de grootschalige verkavelingen en het veelal agrarisch gebruik.
Het plangebied van zonnepark Hameland heeft de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ met de landschapswaarden ‘reliëf’ (hoogteverschillen) en waterhuishouding, vanwege de ligging nabij een kwetsbaar waterafhankelijk natuurgebied. Deze landschapsindeling is gebruikt bij de landschapsindeling van het Ukzw en wordt in het algemeen door vakspecialisten als goed bruikbaar ervaren. 3. Zie de kaart in de bijlage 1 en 2.
Pagina 2 van 4
grens Nationaal Landschap
Locatie beoogd zonnepark Hameland
Bijlage 1.
Pagina 3 van 4
Bijlage 2.
Pagina 4 van 4