Raadsmededeling 124-2021 Beantwoording vragen Platform Zon & Wind 't Goor.pdf
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
124-2021 24 juni 2021 24 juni 2021 J.H.D. Hulshof M.J. Veldhuizen en T.M.M. Kok Beantwoording vragen Platform Z&W Het Goor over het Uitnodigingskader zon en wind
Aanleiding Tijdens de beeldvormende raad van maandag 21 juni 2021 werden door een inspreker vragen gesteld over het Uitnodigingskader zon en wind (Ukzw). Inhoud mededeling De vragen van inspreker worden door ons beantwoord via deze raadsmededeling. Vragen inspreker 1. De huidige 8 molens zijn zonder participatie neergezet. Lokale participatie is in het Ukzw een eis (50% participatie). Krijgen omwonenden in de toekomst de mogelijkheid om te participeren bij vervanging van de huidige molens? 2. Hagenwind krijgt door het gestelde in het bijgestelde Ukzw een monopoliepositie. Wat stelt Hagenwind daar tegenover? Hier zou bijvoorbeeld gedacht kunnen worden aan ondersteuning van de Daalse en Barlose gemeenschap en/of verbetering van de natuurwaarden rondom het windpark (het Goor). 3. Gaat voor de nieuwe molens t.z.t. gelden dat deze na een vaste termijn moeten worden afgebroken en opgeruimd zoals gesteld in de RES? 4. Klopt het dat voor nieuwe windturbines geldt dat deze ten alle tijden omgevingsvergunningsplichtig zijn zonder enige voorbehouden? 5. Is er een termijn gesteld wanneer de huidige molens vervangen moeten zijn? 6. Met welke opbrengst rekent de gemeente of welke opbrengst is uitgangspunt bij vervanging? 7.
Gaat de gemeente VOF Hagenwind actief benaderen om zonnevelden aan te (laten) leggen aan de voet van de huidige turbines? Concentratie bij het Windpark alwaar de omgeving toch al is aangetast door windturbines zou de rest van de gemeente vrijwaren van zonneparken. De benodigde infrastructuur is tenslotte ook al aanwezig. 8. Een ashoogte van 180 meter (zoals genoemd in het bijgestelde ontwerp Ukzw) is veel te hoog in ons landelijke gebied en veel te ingrijpend. De gezondheidsgevolgen voor omwonenden zijn bij deze hoge windturbines niet te overzien en turbines met een dergelijke hoogte staan daarvoor veel te dichtbij woongebieden. Voor de gezondheid moet minimaal 10 keer de ashoogte worden aangehouden bij 180 meter ashoogte betekent dit 1,8 km hindercirkel. 9. De voorkeur zou t.z.t. uit moeten gaan naar maximaal 6 windturbines met een maximale ashoogte van 125 meter zodat ze landschappelijk nog enigszins ingepast kunnen worden. 10. De focus in het bijgestelde Ukzw voor zon op grote daken wordt door ons van harte onderschreven. Het beleid van Liander om de daarvoor benodigde infrastructuur op orde te brengen baart ons echter grote zorgen. Is de gemeenteraad en B&W van Aalten bereid om Liander hierover kritisch te bevragen? 11.
Komt er in het bijgestelde Ukzw, zoals eerder aangekondigd, een visualisatie van hoe zonneparken en het huidige windpark met nieuwe turbines van bijvoorbeeld 180 en 125 meter ashoogte er uit gaan zien in het omringende landschap?
Pagina 1 van 2
12. Voor zonneparken wordt in het Ukzw gesteld dat het “aannemelijk” is dat de uitbater deze middels houtwallen en beplanting aan het zicht zal onttrekken. Dit is erg vrijblijvend en dit zou ons inziens daarom een eis moeten zijn. Geeft tevens de mogelijkheid tot herstel van landschapselementen zoals houtwallen die tijdens de eerdere ruilverkavelingen verloren zijn gegaan. 13. Komt er een integraal nieuw document Ukzw beschikbaar ter vervanging van het huidige ontwerp en de opsomming van pen en inkt correcties? Zo ja dan zouden we dit document graag ontvangen zodat we dit beter kunnen beoordelen. Antwoorden college 1. Daar waar een ruimtelijke procedure moet worden doorlopen (zoals een bestemmingsplan of projectbesluit) gaan afspraken maken over financiële participatie conform het Uitnodigingskader. 2. Zie paragraaf 4.3 Financiële participatie van het Ukzw. 3. In de RES staat niets over tijdelijkheid van windmolens. Wij nemen in vergunningen voorschriften op over het opruimen van windmolens na het einde van de energiewinning. Hiervoor hebben wij ook aandacht in een overeenkomst als daar sprake van is (zie 1). 4. Een omgevingsvergunning (bouwen) is voor elke windmolen verplicht. De vergunningplicht (milieu) geldt vanaf een rotordiameter van 2 meter. 5. Nee. Wij dringen er bij de huidige eigenaren van de windmolens te werken naar een realiseerbaar plan. 6.
Er geldt geen specifieke opbrengst als uitgangspunt bij vervanging van de huidige windmolens. De opbrengst bij vervanging staat niet vast, hoewel hier in de RES 1.0 binnenkort meer over gezegd wordt. 7. Dat is denkbaar. Een combinatie van winning van zonne- en windenergie op dezelfde locatie wordt positief beschouwd vanuit het oogpunt van het elektriciteitsnetwerk. Maar hierbij spelen meer aspecten een rol. 8. Gezondheidsklachten kunnen een relatie hebben met geluid, slagschaduw en trilling afkomstig van windmolens. De afstand tussen woningen en windmolens is daarbij onmiskenbaar bepalend. Voor vergunningverlening voor één of meer nieuwe windmolens moet die afstand voldoende groot zijn, zodat er sprake is van een aantoonbaar goed woon- en leefklimaat. Hiervoor wordt specifiek onderzoek gedaan in de voorbereiding van de vergunning. Deze onderzoeken worden door ons beoordeeld. 9. Ook windmolens van 125 meter ashoogte zijn zichtbaar. Bij landschappelijke inpassing van windmolens moet gedacht worden aan het aansluiten bij landschapsstructuren. Wij dringen er bij de huidige eigenaren van de windmolens te werken naar een realiseerbaar plan en noemen op voorhand geen andere aantallen en hoogtes dan we in het Ukzw al hebben gedaan. 10. Liander werkt hard om het elektriciteitsnetwerk in balans te houden. De komende RES 1.0 geeft voor Liander richting voor versterking van het netwerk.
Als er maatregelen noodzakelijk zijn, maar uitblijven, zullen wij daarop bij Liander aandringen. 11. Een visualisatie van de windmolens van 180 m is te vinden op www.aalten.nl/uitnodigingskader. 12. Niet in het Ukzw, maar in de Inspraaknota hebben we het volgende aangegeven: Zonnevelden moeten landschappelijk worden ingepast, zie pagina 29 van het uitnodigingskader. Herstel van historische landschapselementen maakt daar onderdeel van uit. Gebruik maken van gebiedseigen plantsoorten is voor ons een vanzelfsprekendheid. Het is aannemelijk dat de buitenrand van zonnevelden in de praktijk voor een groot deel gevormd wordt door (groenblijvende) beplantingen, maar dat zal afhangen van de specifieke kwaliteiten en eigenschappen van de locatie. Dit is een genuanceerde tekst, maar zeker niet vrijblijvend. 13. Na de raadsvaststelling van 12 juli worden de aanpassingen uit de laatste pagina’s van de Inspraaknota verwerkt in het definitieve Ukzw.
De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: Geen.
Pagina 2 van 2