Raadsmededeling 115-2021 beantwoording vragen fracties CU, D66, GB, PP en VVD Uitnodigingskader Zon en Wind.pdf
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
115-2021 17 juni 2021 17 juni 2021 J.H.D. Hulshof M.J. Veldhuizen en T.M.M. Kok beantwoording vragen van raadsfracties over het Uitnodigingskader zon en wind
Aanleiding: Voorafgaand aan de beeldvormende raadsvergadering van 21 juni a.s. zijn er door CU, D66, GB, PP en VVD vragen gesteld over het Uitnodigingskader zon en wind. Met deze raadsmededeling beantwoorden wij deze vragen.
Inhoud mededeling: Zie volgende pagina.
De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: geen.
Pagina 1 van 14
Vragen ChristenUnie 1. Kan een toelichting gegeven worden op welke wijze het uitnodigingskader zon en wind (Ukzw), de RES en het klimaatakkoord zich met elkaar verhouden? 2. Kan een (handzaam) overzicht verstrekt worden van: De hoeveel duurzame energie in de gemeente Aalten momenteel wordt opgewekt en waardoor? De Aaltense opgave als het gaat om duurzame energieopwekking (doelen 2030 en 2050)? De (ideale) verhouding tussen energieopwekking via zon op dak, zon op land en wind? Hoeveelheid duurzame energie kan worden opgewerkt door zonnevelden (bijvoorbeeld x ha is x) en wind (windmolens met X hoogte levert X op, etc.). 3. Kan met deze kaders voldaan worden aan de energieopgave van de gemeente Aalten? En op welke wijze wordt met dit uitnodigingskader rekening gehouden met de (lange termijn) doelen, zoals de opgave richting 2050? 4. In het Ukzw staat dat – ten aanzien van zonnevelden – de voorkeur uitgaat naar zgn. incourante gebieden. Is inzichtelijk hoeveel dergelijke gebieden de gemeente heeft? 5. Zon op dak heeft prioriteit 1: welke rol c.q. verantwoordelijkheid heeft de gemeente (lees overheid) als het gaat om deze vorm van energieopwekking? 6. Zon op dak heeft prioriteit 2: Verschillende experts geven aan dat met name de netcapaciteit, maar ook andere zaken (zoals verzekeringen) een grote belemmering kunnen vormen.
In hoeverre is het realistisch dat in de gemeente Aalten grootschalige energieopwekking op daken wordt gerealiseerd? 7. Het college stelt voor om een algemene verklaring van geen bedenkingen af te geven om proceduretijd voor kleinere zonnevelden en de bouw van kleinere windmolens te verkorten. a. Kan het college een schatting maken hoeveel voorstellen hiervoor zouden worden ingediend? Gaat dit naar verwachting om enkele of om tientallen? b. Welke afstanden (horizontaal) worden hiervoor gehanteerd? c. In hoeverre wordt de proceduretijd hiermee ingekort mocht de raad hiertoe besluiten? d. Kan de raad bij het afgeven een dergelijke verklaring alsnog ‘een interventie plegen’ mocht dat noodzakelijk zijn? 8. In het Ukzw staat dat grote windmolens een minimale ashoogte van 80 meter en een maximale ashoogte van 180 meter mogen hebben. Wat is de onderbouwing van de maximale hoogte? 9. In het Ukzw staat een (minimale) afstandsgrens (hindercirkel) tussen een windmolen en een woning van 400 meter. Waarop is dit gebaseerd? Welk wettelijk kader geldt daarvoor? 10. In het Ukzw staat dat er gewerkt gaat worden met tenders (onderdeel zon). Wat zou eventueel het alternatief zijn? 11. Financiële participatie: hoe wordt gegarandeerd dat lusten en lasten eerlijk verdeeld zullen worden? Op welke wijze is dat geborgd? 12.
Bestaan naast de genoemde vormen van financiële vormen van financiële participatie, nog meer vormen? 13. Wat verwacht het college als het gaat om planschade(claims)? 14. Inspraaknota, paragraaf 2.3.22: wat is de verwachting wanneer de huidige windmolens van Hagenwind aan vervanging c.q. opwaardering toe zijn? Ofwel, wanneer zijn deze afgeschreven? 15. Hoe kijken de buurgemeenten tegen dit uitnodigingskader aan? Antwoorden college 1. Het kabinet heeft met het nationale Klimaatakkoord het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland als centraal doel.
Pagina 2 van 14
Het Klimaatakkoord geeft vorm aan de Regionale EnergieStrategie (RES). Deze omvat regionale afspraken over elektriciteit, (groen) gas en warmte, met het oog op terugdringen van de CO2-uitstoot. De landelijke opgave voor duurzame elektriciteit wordt verdeeld over de RES-regio’s. Voor warmte wordt het aanbod van duurzame warmte in de regio in kaart gebracht. Het Uitnodigingskader zon en wind (RODE beleid) bepaalt waar, onder welke voorwaarden er welke volumes van duurzame energiewinning gerealiseerd kunnen worden. Het Uitnodigingskader wordt gebruikt als input voor de RES van de regio Achterhoek. 2. AALTEN
Gerealiseerd, Inclusief ‘in de pijplijn’ 0,010 0,002 0,032 0.04
Behoort tot RES-bod
Grootschalig zon op dak ja Zonneparken op land ja Windturbines ja particulieren nee (zonnepanelen klein, schatting) TOTAAL 0,48 Huidige opwekking van duurzame energie (TWh) in Aalten (Bron SDE + omgevingsvergunningen peildatum 2021 Vanuit het akkoord van Groenlo geldt energieneutraal voor de gebouwde omgeving in 2030. Uitgaande van een besparing van 55% op het aardgasverbruik en 20 % op het energieverbruik zou er voor 191 GWh aan duurzame energie moeten worden opgewekt. Niet alleen met zon en wind op land. Doorvertaling van het Klimaatakkoord, 49 % reductie op broeikasgassen, dus ook 49 % op het totale energieverbruik in de gemeente geeft een ander opwekdoel. Voor Nederland wordt in de RES aangegeven dat 35 TWh moet worden opgewekt met grootschalig zon en wind op land. Het klimaatakkoord stelt niet dat er een relatie moet worden gelegd tussen het energieverbruik in de gemeenten en de hoogte van het RES-bod. vermogen ashoogte tiphoogte aantal Opbrengst windmolen in vollasturen per per jaar in in MW jaar* GWh 2 (Hagenwind) 100 141 2000 4 2,5 105 155 2100 5,2 4 110 180 2400 9,6 6 120 200 2700 16,2 8 130 220 3000 24 10 140 240 3300 33 15 180 325 3600 54 *Verschilt per jaar zonnepanelen
aantal panelen
opstelling
1 standaard paneel (300Wp) 1 standaard paneel hectare
1 (1,65 m2, 300 Wp) 1 (1,65 m2 , 300 Wp) 2000
Pagina 3 van 14
opbrengst per jaar
zuid
aantal vollasturen per jaar 850
oost/west
750
225 kWh
zuidgericht
850
0,51 GWh
255 kWh
hectare
6000
oost/westgericht
750
1,36 GWh
De bovenstaande tabel is indicatief omdat niet ieder jaar hetzelfde aantal vollasturen heeft. Ook de hellingshoek van zonnepanelen maakt uit. Net als het vermogen van een paneel in Wattpiek (300 W per modern paneel) Platliggend, horizontaal, levert pakweg 20% minder energie. De ideale verdeling van zon en wind voor een stabiel energienet is 1:1 zon en wind voor wat betreft vermogen. Qua energieopbrengst is de ideale verdeling 1:3 voor zon en wind. Windmolens produceren 3 keer langer energie dan zonnepanelen. 3. Het uitnodigingskader zon en wind kijkt niet naar energiewinningsopgaven in hoeveelheden Twh. Het is een kader over de ruimtelijke toelaatbaarheid van windparken en windmolens in de gemeente Aalten. 4. Bij incourante gronden is door derden al eerder genoemd: grote parkeerterreinen, loze ruimten op bedrijventerreinen, een aantal percelen naast Sportpark Zuid; langs de Hamelandroute tussen Sportpark-Zuid en de grensovergang, een perceel bij CWV Barlo tussen Hamelandroute en Lichtenvoordsestraatweg, opzetten van een energieboerderij, niet nader te noemen op termijn te koop komende minder kwalitatieve landbouwgronden, loze ruimte om agrarische bedrijven cq op het erf; zonnepanelen op de Slingeplas. Wij hebben geen concreet beeld van de oppervlakte van deze percelen. 5. De gemeentelijke verantwoordelijkheid voor wat betreft zon op dak beperkt zich tot en stimulerende rol.
De gemeente kan op dit punt echter niets wettelijk af dwingen, maar we voeren het project Zonnige daken uit met AGEM. Hierin worden bezitters van grote daken geïnformeerd over de mogelijkheden van zon op dak (techniek, subsidie etc.) 6. In de Inspraaknota gaan wij in paragraaf 2.4.11 uitgebreid in op de benutbaarheid van dak voor zonnepanelen. 7. a. Op dit moment zijn kleine windmolens nog niet rendabel, terwijl de techniek zich steeds verder ontwikkelt. Van mini en kleine windmolens en zonnevelden kennen wij geen plannen. Een inschatting van het aantal initiatieven kunnen we niet geven, maar als deze er komen worden deze afgezet tegenover de noodzaak ervan. b. Wij nemen aan dat deze vraag zich specificeert tot geluidhindercirkels van mini en kleine windmolens. Op grond van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering kennen windmolens met een wiekdiameter van 20 en 30 meter respectievelijk een indicatieve geluidsafstand van 100 en 200 meter ten opzichte van gevoelige objecten als woningen. Dit zijn echter normen uit 2009 en windmolens worden steeds stiller. Geluidsonderzoek moet uitwijzen of het mogelijk is om een kleinere afstand aan te houden. c. Door een algemene VVGB is er geen raadsbehandeling van het plan. Dat zal in het algemeen de proceduretijd ongeveer 2 maanden beperken. d. Nee. De raad kan uiteraard wel de verklaring van geen bedenkingen intrekken. 8.
Een belangrijke keuze van het Uitnodigingskader is dat we liever een kleiner aantal hoge windmolens zien dan meer lage windmolens. Een windmolen met een ashoogte van 180 meter levert bijna 3x zoveel stroom als een windmolen van 100 meter hoog. Dus zijn er onevenredig meer molens nodig van 100 meter. Windmolens met een ashoogte van 166 meter zijn op dit moment gangbaar in de markt. 9. De genoemde 400 m tussen een windmolen en een woning is een indicatieve afstand in verband met geluid dat een windmolen maakt. Een initiatiefnemer moet aan de hand van geluidsonderzoek aantonen dat een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van woningen gewaarborgd is. 10. Een alternatief is dat elk plan afzonderlijk beoordeeld wordt. De inzet van tenders is om plannen ten opzichte van elkaar te vergelijken. Dat heeft ook het positieve neveneffect dat tegemoet gekomen kan worden aan de wens van samenhang tussen de verschillende
Pagina 4 van 14
initiatieven. Meer hierover kunt u lezen in de beantwoording van de inspraakreactie van de provincie Gelderland, zie paragraaf 3.144 van de inspraaknota. 11. Aan de hele groep omwonenden wordt de mogelijkheid gegeven om financieel te participeren. Het tussen initiatiefnemers en omwonenden van een windpark om de lusten en lasten onderling eerlijk te verdelen. 12. Ongetwijfeld zijn er meer vormen van financiële participatie, die we niet op voorhand uitsluiten. 13. Het is gebruikelijk dat het risico van planschade via een te sluiten realisatieovereenkomst neergelegd wordt bij de initiatiefnemers van een plan. 14. Op de huidige windmolens zit een certificering op van 20 jaar en die loopt tot juli 2028. Enkele jaren daar aan voorafgaan wordt beoordeeld of een nieuwe certificering haalbaar is of dat vervanging van de huidige windmolens in gang wordt gezet. 15. Onze buurgemeenten volgen ons kritisch om hun burgers te beschermen tegen onwenselijke situaties, maar met begrip voor de energie-opgave, omdat ze die zelf ook vorm moeten geven. Vragen D66 16. De huidige opgave voor duurzame energieopwekking is voor 2030. Betekent dit voor de periode na 2030 de opgave opnieuw bekeken moet worden en dat nu niet kan worden uitgesloten dat er extra windmolens, zonneparken of andere duurzame energieopwekking een plek moeten krijgen in onze gemeente? 17.
Het Ukzw wordt vastgesteld voordat RES 1.0 wordt vastgesteld. Wat is het gevolg voor het uitnodigingskader als de RES opgave hoger of lager wordt dan de indicatieve opgave? 18. Ukzw, pagina 5 - “Als we het concept-bod indicatief vertalen (op basis van grondoppervlak) naar de gemeente Aalten moeten we 108 GWh per jaar opwekken, waarvan beoogd is dat 28 GWh op grote daken wordt gerealiseerd.”… “Het bovenstaande impliceert dat wij nog voor 108 – 37,7 = 70,3 GWh moeten realiseren. Hiervan moet 28 GWh minus 5,35 GWh (al gerealiseerd) = 22,7 GWh gerealiseerd worden met zonnepanelen op grote daken.” Waar is deze opgave aan stroomopwekking vastgelegd? 19. Ukzw, pagina 15 - “De gebieden van het grootschalig functioneel landschap zijn bepaald in overleg met een adviseur Natuur & Landschap van Staring Advies”. Wat is nu exact de juridische grondslag, status en reikwijdte van de aanduiding grootschalig functioneel landschap? 20. Ukzw, pagina 23 - “Liever een kleiner aantal hoge windmolens dan meer lage windmolens”. Indien de bestaande windmolens vervangen worden door hogere types dan zouden er minder windmolens kunnen komen. Echter na 2030 is er hoogstwaarschijnlijk een additionele opgave voor het opwekken van duurzame energie. Kan het dan zo zijn op de plekken waar molens zijn weggehaald er dan alsnog nieuwe molens nodig zijn? 21.
Ukzw, pagina 25 - 4.2 - “Een hogere participatiegraad draagt bij aan een hogere totaalscore”. Met dit Uitnodigingskader is er voor windmolens er de facto maar één aanbieder mogelijk. Hiermee kan de score niet vergeleken worden met concurrerende aanbieders. Welke instrumenten heeft de gemeente om een hoge participatiegraad te komen? 22. Inspraaknota, pagina 10 - “Wij willen met financiële participatie bereiken dat het draagvlak in de omgeving van windmolens en zonnevelden wordt vergroot. De literatuur laat duidelijk zien dat omwonenden minder hinder ervaren van de windturbines als ze betrokken werden bij de plaatsing ervan en financieel kunnen meedoen.“ Hoe wordt voorkomen dat de 50% lokale eigendom alleen voldaan kan worden met een klein groepje lokale grondeigenaren? 23. Op welke manier wordt medezeggenschap en financieel profijt van omwonenden die niet of beperkt de middelen hebben om zelf financieel te participeren? 24. Wat zijn de mogelijkheden om voor specifieke partijen een hoger percentage lokaal eigendom te eisen?
Pagina 5 van 14
25. Inspraaknota, pagina 14 - 2.3.21 - “Wij juichen het toe als de bestaande windmolens op Hagenwind meer rendement zouden krijgen. Volgens Hagenwind kunnen deze molens echter nog jaren mee. Wij nemen deze denklijn mee in mogelijke gesprekken met de werkgroep Hagenwind. Het is tenslotte hun windpark”. Hagewind krijgt de facto voor de komende tien jaar een monopolie op grote windmolens in onze gemeente. Is het mogelijk om een harde afspraken met Hagewind te maken over vervanging voor 2030 voordat andere partijen worden uitgesloten middels het Uitnodigingskader? 26. Idem voor de koppelkans om ook een zonnepark te combineren op dezelfde locatie als de windmolens? 27. Idem voor mogelijkheden omwonenden mee te participeren en profiteren. 28. Is een gefaseerde vervanging en/of pilot een mogelijkheid? 29. Als onverhoopt Hagewind de molens niet vervangt, welke mogelijkheden heeft de gemeente dan om alsnog aan de opgave voor 2030 te voldoen? Antwoorden college 16. De energieopgave heeft een directe relatie met het stroomverbruik binnen Nederland. Deze is veranderlijk en kent nu meerdere scenario’s. Dit heeft tot gevolg heeft dat de energieopgave gemonitord moet worden, wat kan leiden tot een hogere energieopgave. Het klimaatakkoord gaat uit van een reductie van de broeikasgassen van 49 % in 2030.
Tot 2030 is het de bedoeling om in Nederland 35 TWh op te gaan wekken met zon en wind op land. Naast een besparingsopgave en wind op zee doelstelling. Aangezien in 2050 bijna alle uitstoot van broeikasgassen moet zijn beëindigd. Is het logisch dat na 2030 er nog meer groene energie zal moeten worden opgewekt. Maar het is niet zo dat dat per definitie met zon en wind op land moet gaan gebeuren. Voortschrijdende inzichten, nieuwe technieken, hogere rendementen, waterstof, kernenergie, geothermie zullen mogelijk een grotere rol gaan spelen na 2030. Maar het is ook niet uitgesloten dat er na 2030 nog meer windmolens en zonnevelden nodig zullen zijn. 17. Onze energieopgave vindt zijn grondslag in de RES. Het Uitnodigingskader zon en wind (RODE beleid) bepaalt waar, onder welke voorwaarden er welke volumes van duurzame energiewinning gerealiseerd kunnen worden. Een hogere energieopgave heeft naar onze geen gevolgen voor de kaders van het Ukzw, tot het moment dat er een extreme opgave opgelegd wordt. 18. Door een indicatieve vertaling van de RES-opgave hebben we in het Ukzw een beeld willen geven van het volume en de effecten van de Aaltense energieopgave. Onze energieopgave zal zijn grondslag vinden in de RES, waarvan de verdeling op dit moment onderwerp van discussie is. 19. Op dit moment is het Ukzw een ontwerpkader, waarmee het college heeft ingestemd.
Na vaststelling door de gemeenteraad, vormt het landschapskader van het Ukzw het uitgangspunt ter onderbouwing voor ruimtelijke regels en (buitenplanse) omgevingsvergunningen. 20. Wij kunnen niet in de toekomst kijken, maar de wereld staat niet stil. De gemeenteraad beslist over het eventuele aanpassing van het Ukzw als er nieuwe opgaven en inzichten zijn. Een andere mogelijkheid is dat de raad (gemotiveerd) afwijkt van het Ukzw bij een bestemmingsplan of omgevingsvergunning. 21. Binnen onze organisatie is het dagelijkse praktijk dat plannen niet vergeleken kunnen worden. Het college heeft bij onvoldoende onderbouwing van een plan de mogelijkheid om wel of niet mee te werken aan een plan. De gemeenteraad kan ervoor kiezen om bijvoorbeeld een bestemmings- of deelomgevingsplan niet vast te stellen. Deze mogelijkheden vertalen zich in het algemeen als sturingsmechanismen bij een planaanvraag. 22. Het (ontwerp) Ukzw geeft aan dat de initiatiefnemer de hele groep omwonenden de mogelijkheid geeft om financieel te participeren. De huidige eigenaren van Hagenwind tellen
Pagina 6 van 14
mee bij de minimale 50% financiële participatie (zie paragraaf 4.2) mits ze inwoner zijn van onze regio. 23. Alle omwonenden kunnen meepraten over plannen in het kader van de procesparticipatie, zie paragraaf 4.2 van het Ukzw. Omwonenden met een kleine beurs kunnen meeprofiteren door een passend aandeel te nemen in het eigendom van een energiecoöperatie. De invulling van een omwonendenregeling of omgevingsfonds staat los van de financiële draagkracht van een omwonende. Voor deelname aan een energiecoöperatie (bijv. postcoderoosproject) is een duurzaamheidslening mogelijk. 24. Wij vinden het reëel om voor alle partijen hetzelfde te eisen qua lokale financiële participatie, maar als raadsleden van mening zijn dat voor bepaalde partijen een hogere participatiegraad te eisen, dan heeft u de komende weken de mogelijkheid om een amendement in te dienen. 25. Wij blijven in gesprek met de Werkgroep Hagenwind en zetten daarbij in op concrete afspraken. 26. Van de combinatie van een zonneveld en windpark op dezelfde plek zien wij de voordelen en zullen daarop aandringen. Zie verder ons vorige antwoord. 27. Hetzelfde als antwoord 26 geldt voor financiële participatie van omwonenden. 28. Zolang een samenhangend beeld van het windmolenpark het uitgangspunt is, kan gefaseerde vervanging tijdelijk een mogelijkheid zijn.
Als deze vraag zich voor doet, kunnen we hier ook afspraken over maken met de Werkgroep. 29. Naar de huidige kennis en wetenschap moet dat gezocht worden in zonne-energie.
Vragen GB 30. Wat is de as- en tiphoogte van de windmolens op Hagenwind? 31. Wat is de verwachte einde levensduur van deze windmolens? 32. Is er met dit uitnodigingskader een mogelijkheid om extra windmolens te bouwen bij de huidige locatie Hagenwind? Zo nee, waarom niet? 33. Zijn er (mondelinge) afspraken gemaakt met de leden van V.O.F. Hagenwind over uitbreiding dan wel aanpassing van de huidige windmolens? 34. We willen nog ongeveer 23 GWh realiseren met zon op grote daken. Hebben we de m2 daken in beeld? Inclusief de geschiktheid van deze daken? 35. Wat zijn de subsidiemogelijkheden voor zonnepanelen op grote daken? 36. In het Uitnodigingskader wordt een aantal keren gesproken over het opstellen van een Participatieplan. Is daar al een format voor? 37. Hoe kunnen straks minder vermogende inwoners toch meeprofiteren van de opbrengsten van duurzame energie projecten? 38. Hoeveel van haar eigen energiebehoefte wekt de gemeente Aalten zelf al duurzaam op? 39. Wat gaat u doen om toch aan het indicatief concept-bod voor de gemeente Aalten van 108 GWh per jaar te voldoen als er geen initiatiefnemers komen voor het opwekken van duurzame energie? 40. Zijn er nog consequenties voor de gemeente Aalten als andere gemeenten in onze RES-regio niet aan hun concept-bod kunnen voldoen? Antwoorden college 30. De ashoogte van de bestaande windmolens in het bestaande windpark is ca.
98 m de tiphoogte ca. 140 m. 31. De verwachte einde levensduur kennen wij niet, maar de werkgroep Hagenwind geeft in gesprekken aan dat de molens nog jaren meekunnen. 32. Op basis van het ontwerp-Ukzw dat in juli voorligt aan de raad is geen mogelijkheid om meer dan de bestaande acht windmolens te realiseren op de bestaande locatie van windpark
Pagina 7 van 14
Hagenwind. Buiten dit gebied zijn geen grote windmolens mogelijk. In dit Ukzw geven we ook aan dat we liever minder grote windmolens willen dan meer lagere. Daarnaast geldt dat hoe groter de windmolen is, hoe grote de onderlinge afstand tussen molens en hoe groter de afstand tot woningen is. We zien dat het huidige hagenwind in dat verband ‘efficiënt’ is ingepland in het gebied, op basis van toen geldende techniek en regels. 33. Nee. 34. In de Inspraaknota gaan wij in paragraaf 2.4.11 uitgebreid in op de benutbaarheid van dak voor zonnepanelen. 35. Wij kennen de volgende subsidiemogelijkheden: • SDE-subsidie: aanvulling tot aan kostprijs grijze stroom; • Postcoderoosregeling: energiebelasting en een klein deel van de opbrengst naar deelnemers; • project Zonnige daken (gemeente met AGEM): advies en begeleiding bij de aanvraag. 36. Voor een participatieplan hebben wij nog geen format. 37. Omwonenden met een kleine beurs kunnen meeprofiteren door een passend aandeel te nemen in het eigendom van een energiecoöperatie. De invulling van een omwonendenregeling of omgevingsfonds staat los van de financiële draagkracht van een omwonende. 38. De gemeente heeft zonnepanelen geplaatst op de gemeentewerf, de sporthal in Bredevoort en onlangs op de Aladnahal. Deze week is gestart met werkzaamheden aan de Eurohal. Daarbij worden ca. 300 zonnepanelen geplaatst.
Deze panelen leveren per jaar 0,27 GWh. Het totale energieverbruik van de gemeente is 1,6 GWh elektriciteit en 160.000 m 3 aardgas (1,6 GWh). Daarin zit ook de energie voor straatverlichting, pompen, gemalen, verkeersinstallaties, gemeentelijke gebouwen. Maar ook het brandstofverbruik van de verbrandingsmotoren van de buitendienst zou moeten worden meegeteld. 39. Deze situatie is niet aan de orde. Er wordt aardig wat acquisitie gedaan door initiatiefnemers van zonnevelden. Mocht er een gebrek aan plannen dreigen te ontstaan, dan bezien wij welke stappen wij kunnen ondernemen. 40. Achterhoekse solidariteit is belangrijk, ook op dit dossier. Wanneer zij niet kunnen voldoen is er een andere situatie dan wanneer zij niet willen voldoen. Vragen PP 41. Het kansrijke gebied voor windmolens wordt tov de vorige versie van het Ukzw verkleind en afgebakend tot het huidige Hagenwind-gebied. Betekent dit dat er met het nieuwe Ukzw sprake is van een moratorium op wind buiten dit kleine gebied? Zo ja, hoe lang gaat dit moratorium duren? 42. Uw argument voor afbakening is ‘dichtbevolkt gebied’. Er zijn echter geen woningen bijgebouwd; er is geen verschil met de situatie in 2020 toen het kansrijke gebied groter werd ingeschat. Kunt u hier een nadere onderbouwing voor geven? Liefst met kaarten met ‘hindercirkels’ toen (2020) en nu (2021). 43.
Waarom worden molens buiten het Hagenwindterrein uitgesloten? Ook in andere delen van de gemeente zijn molens mogelijk volgens het ‘400m-kaartje’ en de landschapstyperingen. 44. Voor (middel-)grote molens zijn met technische (stilstands-, begrenzings-en overige) maatregelen ook kleinere ‘hindercirkels’ dan 400m1 goed mogelijk. Waarom wordt deze optie niet in het Ukzw meegenomen? 45. Zijn de hindernormen zoals maximale geluidsbelasting en slagschaduw gelijk voor burgerwoningen en bedrijfswoningen? Indien nee: wat zijn die normen? En wat betekent dat dan voor de ‘hindercirkels’ en de (theoretische) ruimte voor windmolens-plaatsing?
Pagina 8 van 14
46. Een windmolen is qua ruimtebeslag en opbrengstverdeling over het jaar de meest effectieve en zinvolle duurzame energiebron; is het niet beter om veel meer in te zetten op wind en minder op zon op land? 47. Wat zijn de mogelijke effecten van deze beperking van wind op het behalen van de RESbijdrage en het Akkoord van Groenlo? Daarbij rekening houdend met de ruime marge in toegestane masthoogte: wat is het effect van Hagewind2 op de hoeveelheid duurzame energie als er 8 nieuwe 80m1 molens komen, of 8 van 125 m1, of 8 van 150 of 8 van 180 m1? 48. Wat zijn de effecten op het langere termijndoel in 2050 (CO2-neutraal)? Welke extra inspanningen (in ha zonnevelden oa) moeten hiervoor verricht worden? 49. Als er hogere molens komen in Hagenwind2: hoeveel kunnen er dan gezien de onderlinge wind-schaduw optimaal nog geplaatst worden? Wat is eventueel het opbrengstverlies als er 8 geplaatst worden? 50. Wat is het effect van grotere molens op hinder voor omwonenden en voor de natuur ? 51. Welke middelen heeft de gemeente om Hagenwind te bewegen om de voor het klimaat meest gunstige windmolens te plaatsen? En welke om het tijdstip van vervanging te beïnvloeden? 52. als de raad het Ukzw heeft vastgesteld: zijn er dan nog beroeps- en of bezwaarmogelijkheden voor burgers tegen dit besluit? Welke effecten kan dit hebben? 53.
Voor ‘Hagenwind2’ (met grotere molens) dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden en een omgevingsvergunning aangevraagd te worden; hoe schat u de haalbaarheid in een dergelijk initiatief wanneer omwonenden/ belanghebbenden bezwaar maken? Welke overwegingen zal de (bestuurs-)rechter daarbij hanteren? 54. Wanneer Hagenwind2 dezelfde molens terugplaatst (vervanging wegens einde levensduur): is dan een omgevingsvergunning nodig? Vervanging past binnen het bestemmingsplan neem ik aan. Klopt deze aanname? 55. De provincie is bevoegd gezag voor grote windmolens en windparken. Kan een initiatiefnemer na vaststelling van het Ukzw met een plan buiten het Hagenwindgebied naar de Provincie en toestemming verkrijgen? Waarom wel/niet? 56. Stel dat na de moratoria en overige beperkingen in de diverse Achterhoekse gemeenten de opgave voor duurzame energieopwek niet wordt gehaald. Kan de Provincie (of het Rijk) dan het middel ‘aanwijzing’ inzetten? Indien ja: wat wordt dan de procedure? Hoe groot acht u deze kans? Graag onderbouwen met uw overwegingen. 57. ‘Hagenwind’ krijgt na het UKZW de facto een monopolie op wind in onze gemeente; welke mogelijkheden heeft de gemeente om via een omgevingsfonds of anderszins de opbrengsten maatschappelijk te laten delen? 58. Waarom wordt er een maximum oppervlak (25 ha) aan een zonnepark opgelegd? 59. Er worden extra eisen gesteld aan zonneparken.
Gelden de kleur-eisen ook als er een groensingel om het park wordt geplaatst? Is dat niet dubbel op? 60. Extra eis is ook : koolstofvastlegging. Hoe wordt de koolstofvastlegging gemeten en t.o.v. waarvan? Een zonnepark zal al gauw meer koolstof vastleggen dan een maisakker. Wanneer voldoet het plan, wanneer niet? 61. Wordt koolstofvastlegging vanaf nu een eis in elke ruimtelijke visie, –plan en ingreep? Hoe wordt dat vormgegeven? 62. Er worden de laatste tijd volop nieuwe opties ontwikkeld zoals combinaties van gewasteelten met zonnepanelen (Agro-PV) , verrijdbare en zonvolgende systemen, dubbelzijdige panelen ed. Ontwikkelingen die positief zijn voor de landbouw, biodiversiteit en opbrengst. Hoe kunnen deze opties met het Ukzw worden gestimuleerd? 63. De grens van max 25 ha voor zonnevelden kan voor deze innovaties belemmerend werken; kan hiervoor een ‘ontheffing’ in het Ukzw opgenomen worden?
Pagina 9 van 14
64. Windmolens kunnen hinder opleveren voor omwonenden. Klimaatverandering levert hinder op voor de samenleving, de economie en de natuur. Hoe hebt u deze korte- vs langetermijn en individuele vs maatschappelijke effecten tegen elkaar afgewogen? 65. De maatschappelijke discussie over windmolens en zonneparken staat bol van emotie. Emotie die ook het verdere proces negatief kan beïnvloeden (vaststelling RES, initiatieven voor wind en zon, transitievisie warmte). Hoe gaat u ervoor zorgen dat objectieve informatie over noodzaak, urgentie, mogelijkheden en onmogelijkheden breed wordt gedeeld, dat verdere polarisatie wordt tegengegaan? 66. Is er met de RES-partners overleg geweest over de aanpassingen van het Ukzw? Hoe is dat overleg gegaan? Hoe zijn de ‘aanscherpingen’ (kleiner windgebied, extra zon-eisen) ontvangen? Wat is het effect van de aanpassingen op de haalbaarheid van het totale RESbod van de Achterhoek, rekening houdend met de restricties die andere gemeenten zich ook hebben opgelegd? Antwoorden college 41. Nee, dit betekent dat wij hoge windmolens wenselijk vinden binnen het huidige gebied van windpark Hagenwind. Daar buiten niet. 42. Er is inderdaad geen relevant verschil waarneembaar tussen het aantal woningen in 2020 en nu. Onze motivering om het ‘kansrijk gebied’ te verkleinen reikt echter verder dan alleen de dichtbevolktheid van het omliggende gebied.
We zeggen dat wij in het Grootschalig functioneel landschap ten oosten van de Boterdijk en ten noorden van de Zilverbekendijk onvoldoende kansen voor landschappelijk verantwoord gegroepeerde grote windmolens zien. vanwege de relatieve dichtbevolktheid van dit gebied. 43. Wij zien daar onvoldoende kansen voor landschappelijk verantwoord gegroepeerde grote windmolens, zie onze uitgangspunten bij k en l op pagina 25 en de tabel op pagina 33 van het Ukzw, maar zie ook de inspraaknota op pagina 128. 44. Landschap vormt het uitgangspunt bij het Uitnodigingskader. We kiezen voor mini/kleine windmolens (ashoogte tot 25 meter) en grote windmolens (van 80 tot 180 m). Met kleine windmolens kan worden voorzien in de eigen energiebehoefte en hebben een kleinere impact op het landschap. Grote windmolens geven daarnaast een substantiële bijdrage aan de invulling van de opgave. We willen hiermee met name de grote windmolens een zekere eenduidigheid stimuleren, zie pagina 25 bij m. 45. Voor de ‘molenaarswoning’ (bedrijfswoning bij een windpark) gelden minder zware normen voor geluid dan voor een gewone woning. Per aansluiting op het elektriciteitsnet mag 1 woning als molenaarswoning worden aangewezen. Voor bedrijfswoningen van derden gelden dezelfde normen als voor een gewone woning. 46.
Dat zou een goede keuze zijn, maar de milieu- natuur- en landschapsruimte voor grote windmolens is binnen onze gemeente beperkt. 47. Wanneer in het gebied van windpark Hagenwind molens worden vervangen door hogere met meer vermogen kunnen er om windtechnische argumenten minder worden geplaatst dan de huidige 8. vermogen ashoogte tiphoogte aantal Opbrengst maximaal totaal windmolen in vollasturen per jaar in mogelijk opbrengst MW per jaar* GWh aantal in in GWh gebied 2 (Hagenwind) 100 141 2000 4 8 32 2,5 105 155 2100 5,2 8 41,6 4 110 180 2400 9,6 6 57,6 6 120 200 2700 16,2 4 64,8 8 130 220 3000 24 4 96 10 140 240 3300 33 3 99 15 180 325 3600 54 2 108
Pagina 10 van 14
48. Het klimaatakkoord gaat uit van een reductie van de broeikasgassen van 49 % in 2030. Tot 2030 is het de bedoeling om in Nederland 35 TWh op te gaan wekken met zon en wind op land. Naast een besparingsopgave, de wind op zee doelstelling etc. Aangezien in 2050 bijna alle uitstoot van broeikasgassen moet zijn beëindigd (95% minder dan in 1990) is het logisch om te verwachten dat na 2030 er nog meer groene energie zal moeten worden opgewekt. Maar het is niet zo dat dat per definitie met zon en wind op land moet gaan gebeuren. Voortschrijdende inzichten, nieuwe technieken, hogere rendementen van installaties, waterstof, kernenergie, geothermie zullen waarschijnlijk een grotere rol gaan spelen na 2030. Maar het is ook niet uitgesloten dat er na 2030 nog meer windmolens en zonnevelden nodig zullen zijn. 49. Aantallen en hoogte van molens moeten onderzocht, uitgewerkt en onderbouwd worden door een initiatiefnemer. 50. Algemene regel is dat grotere molens meer effect hebben op natuur en milieu dan kleinere. 51. De gemeente Aalten heeft geen middelen om het type windmolen en het tijdstip van vervanging te beïnvloeden. 52. Op het raadsbesluit om het Ukzw vast te stellen staat geen beroep open. 53. Als de initiatiefnemer komt met een plan dat past binnen de geldende kaders voor onder andere.
Natuur, milieu, landschap en als onderbouwd kan worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, dan is een dergelijk plan realistisch haalbaar. 54. Er is dan nog een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig. 55. Gemeenten zijn bevoegd gezag voor windparken of windturbines met een opgesteld vermogen tot 5 MW. De provincie kan op grond van 9f lid 6 van de Elektriciteitswet bepalen dat zij de bevoegdheid voor windparken met een groter vermogen van 5 MW overdraagt aan de gemeente. Zowel gemeenten (bestemmingsplan) als provincies (inpassingsplan) hebben de bevoegdheid om een windpark ruimtelijk in te passen. Provincies zijn bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning voor windparken met een opgesteld vermogen tussen 5 en 100 MW. Daarnaast coördineert de provincie de overige vergunningen die nodig zijn voor de ontwikkeling van een windpark. Provincies zijn minimaal gehouden hun bevoegdheid toe te passen als een initiatiefnemer een afwijzing heeft ontvangen van de gemeente. De provincie moet voor het betreffende project overigens wel menen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat op grond van de Wro moet worden aangetoond. 56. Zie antwoord 55. 57. Wij leggen afspraken over financiële participatie (zie paragraaf 4.3 van het Ukzw) vast in een realisatieovereenkomst. 58. Een groot zonneveld kan impact hebben op het landschap van een gebied.
Door de oppervlakte van een zonneveld te maximeren willen we de druk op gebieden enigszins verdelen. 59. De kleureisen gelden in principe ook wanneer er een groensingel wordt geplaats. Dat is in principe niet dubbelop omdat veel plantsoorten ’s winters blad verliezen en omdat er gaten kunnen vallen in de singel. 60. Een van de maatregelen die de landbouw tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering kan nemen, is het opslaan van meer koolstof in de landbouwbodem. Dit kan door het organische stofgehalte (hier zit ongeveer 50% koolstof in) in de bodem te verhogen. Een hoger organisch stofgehalte is gunstig voor het vochthoudend vermogen van de bodem, de bodemvruchtbaarheid en voor het bodemleven. Het organische stofgehalte is belangrijk voor een goede groei van gewassen en is daarmee ook direct van belang voor de boer. Vooral in landbouwgronden op zandgrond kan het organische stofgehalte worden verhoogd. Maatregelen die kunnen worden toegepast om het organische stofgehalte te verhogen zijn onder andere geen grondbewerking, niet-kerende bodembewerking, achterlaten gewasresten, niet scheuren van grasland en groenbemesting.
Pagina 11 van 14
Om de bodemkoolstofopslag te vergroten is een mix van maatregelen het meest effectief. Goede voorbeelden zijn weinig omploegen, terugbrengen van gewasresten in de bodem, dierlijke mest injecteren, geschikte rotaties van gewassen en bodemleven stimuleren. 61. Nee, dat is hiermee niet gezegd. In dit Ukzw is er aandacht voor koolstofopslag. 62. Wij willen elk goed initiatief met draagvlak een kans geven. Dat kan in voorkomend geval buiten het Ukzw om via een raadsbesluit. 63. Er zijn op wereldniveau veel grote zonnevelden en er vinden veel innovaties plaats. Aan kansrijke innovaties werken wij graag mee maar wij zien niet hoe een maximum van 25 ha hierin belemmerend kan werken. 64. Er is een energieopgave. Daarnaast moet een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd worden bij woningen en mogen er geen onevenredig negatieve effecten zijn voor de natuur. Als dit niet gewaarborgd kan worden, moet het betreffende plan worden aangepast. 65. Plannen rond duurzaamheid, zeker de mogelijke komst van windmolens en zonneparken, hebben veel impact op de leefomgeving van mensen. In het Uitnodigingskader zon en wind, en met name de paragrafen 4.2 en 4.3, wordt daarom uitgebreid aandacht besteed aan procesparticipatie en financiële participatie van omwonenden en belanghebbenden.
We verplichten Initiatiefnemers een participatieplan op te stellen, dat versterkt de gelijkwaardige communicatie tussen initiatiefnemer en de omgeving en daarmee ook het draagvlak van een ontwikkeling. De literatuur laat ook zien dat omwonenden minder hinder ervaren van windmolens als ze betrokken werden bij de plaatsing ervan en financieel kunnen meedoen. Verharding van de maatschappelijke discussie tussen voor- en tegenstanders van windmolens en zonneparken heeft onze zorg. Om vooral het ‘middenveld’ te versterken is het beschikbaar hebben en stellen van feitelijke, objectieve informatie van belang. Met de beantwoording van de ingediende zienswijzen is veel informatie bijeen gebracht. Eerder deelden we een deel van die informatie ook al middels een overzicht van (veel gestelde) vragen en antwoorden. En ook in de Duurzaamheidspagina’s die we ca. tweemaandelijks in de lokale kranten plaatsen besteden we aandacht aan het belang, de noodzaak en (on)mogelijkheden van energie besparen en duurzame energie opwekken. Dit blijven we doen. Waarbij we zo nodig ook ingaan op vragen / meningen die breder in onze gemeente leven. Overigens realiseren we ons dat ook ‘objectieve’ informatie een afzender heeft. We proberen dat zo goed als mogelijk te filteren, zodat onze inwoners kennis kunnen nemen van betrouwbare informatie(bronnen). 66.
De relevante wijzigingen van ons Ukzw zijn bekend bij de organisatie van de RESAchterhoek. In de ontwerp RES 1.0 is naar aanleiding van het aangepaste Ukzw het zoekgebied voor wind beperkt gebleven tot de Hagewind-locatie.
Vragen VVD 67. In het raadsvoorstel staat onder het kopje ‘Inleiding’ dat de gemeente Aalten in 2030 energieneutraal wil zijn. Waar volgt dat uit? In ons raadsprogramma en uitvoeringsprogramma is iets anders opgenomen. Dit is ook in strijd met het aangenomen Amendement 5.2. VVD, GB en CDA Energieneutraliteit gemeente Aalten Punt 9 Uitvoeringsprogramma 6-11-2018. https://aalten.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/757e7626-6cc7-49d2-a12bdca9a37f27c1?documentId=ecef625f-8426-4fe4-aac5-3f4d028340d7. 68. Waarom wordt er een nadrukkelijke link gelegd met de RES? Zou een uitnodigingskader ook niet los van de RES kunnen en moeten bestaan? Het uitnodigingskader is toch enkel een ruimtelijk kader? Graag een toelichting. 69. In het kader van de participatie hebben we het vooral over kansen. Anders dan bij zonneweiden, worden de saneringskosten van het verwijderen van een windturbine niet
Pagina 12 van 14
gedekt door de waarde van de ondergrond. Op welke wijze wordt voorkomen dat bij participatietrajecten in een windturbine(park) de deelnemers zich net voor de sanering van een windturbine, zich terugtrekken uit de exploitatie en dat de overheden voor de kosten van een sanering van een windturbine verantwoordelijk worden? 70. Een windturbine met een hoogte van 25 meter tot 80 meter is niet opgenomen in het uitnodigingskader. Het heeft niet de voorkeur, maar het is ook niet (expliciet) uitgesloten. Is dat correct en waarom is deze dan niet uitgesloten? Wordt hiermee een windturbine van <80 meter niet juist interessant, aangezien hiervoor geen randvoorwaarden zijn opgenomen? Los van wellicht nieuwe technieken die ook windturbines met een omvang van < 80 meter interessant kunnen maken. Antwoorden college 67. De met amendement 5.2 van 6 november 2018 aangenomen wijzigingen in het Uitvoeringsprogramma wijzigen het Uitvoeringsprogramma slechts op een deel van het Uitvoeringsprogramma 2018-2022: • ‘Het akkoord van Groenlo en een energieneutrale regio Achterhoek’ (ipv gemeente Aalten); • ‘De raad wil dat de gemeente een actieve voorbeeldfunctie vervult op het gebied van duurzaamheid. De gemeente moet in dat verband ook inzetten op energieneutraliteit in 2030 van de eigen organisatie (= toevoeging).
Dat kan door energiebesparing, het duurzaam opwekken van energie, het wagenpark elektrisch inrichten, duurzame verlichting in gemeentelijke gebouwen en op straat en vooral ook duurzaam inkopen.’ In het Raadsprogramma (mei 2018) zijn de volgende letterlijke passages opgenomen: • De gemeente Aalten heeft in 2013 het akkoord van Groenlo ondertekend en daarmee ingezet op energieneutraliteit in 2030. Dat is een belangrijke stap, maar daarmee zijn we er nog lang niet. De vraag is ook of het akkoord van Groenlo nog voldoende actueel is, nu ook de rijksoverheid maatregelen neemt om versneld de aardgasproductie af te bouwen. Er pleit veel voor om het akkoord van Groenlo te herijken op basis van de huidige inzichten. Hoe eerder er een plan ligt om de Achterhoek energieneutraal te maken, hoe beter het is. • Investeringen moeten voldoende rendement hebben binnen een acceptabele termijn in relatie tot het doel energieneutraliteit in 2030 te bereiken. • De actualiteit gebiedt om te bezien welke maatregelen noodzakelijk zijn om tot een energie neutrale Achterhoek te komen in 2030 of zoveel eerder als mogelijk. Het opstellen van een plan om daar te komen wordt in 2018 aan de raad voorgelegd (zie ook relatie met stimuleringsbeleid). • De raad wil dat de gemeente een actieve voorbeeldfunctie vervult op het gebied van duurzaamheid.
De gemeente moet in dat verband ook inzetten op energieneutraliteit in 2030. • Stimuleringsbeleid op het gebied van duurzaamheid in het kader van ‘Achterhoek energieneutraal in 2030’ moet worden ontwikkeld. In het Uitvoeringsprogramma van het college is opgenomen: • Het college spreekt de ambitie uit om vergaand te verduurzamen: Aalten is een energieneutrale gemeente in 2030. Naast energie besparen is het voor het halen van de doelstelling ‘energieneutraal in 2030’ onontkoombaar om, binnen de gemeente, meer grootschalig duurzame energie op te wekken. Het gaat daarbij vooral om zonnevelden en windmolens. Ondanks de aangenomen wijzigingen in amendement 5.2 kunnen we stellen dat de gemeente Aalten in 2030 energieneutraal wil zijn.
Pagina 13 van 14
68. De opmerking dat het Ukzw slechts een ruimtelijk kader is dat los staat van de RES, is terecht. Er wordt echter een link gelegd met de energieopgave om de grootte van de ruimtelijke opgave als gevolg van de energieopgave weer te kunnen geven. 69. In een overeenkomst die we met een initiatiefnemer sluiten, leggen wij vast dat er geen negatieve erfenis (zoals verontreinigingen, verhardingen en afval) nagelaten wordt en koppelen hier aan een boetebeding. Wij zullen bij de financiële haalbaarheid van een plan beoordelen of er voor de sanering van de molen een realistisch bedrag gereserveerd is. Daarnaast kunnen we regels stellen bij vergunningverlening en hebben we de mogelijkheden van handhaving en aanschrijving om excessen te voorkomen. 70. In het Ukzw hebben we dit op pagina 25 als volgt onderbouwd: We kiezen voor mini/kleine windmolens (ashoogte tot 25 meter) en grote windmolens (vanaf 80 meter). Met kleine windmolens kan worden voorzien in de eigen energiebehoefte en hebben een kleinere impact op het landschap. Grote windmolens geven daarnaast een substantiële bijdrage aan de invulling van de opgave. We willen hiermee met name de grote windmolens een zekere eenduidigheid stimuleren.
Daarnaast zijn windmolens tussen de 25 en 80 meter duidelijk aanwezig in het landschap, veroorzaken ze bijna net zoveel geluid en leveren ze, ten opzichte van grotere windmolens, onevenredig minder energie.
Pagina 14 van 14
Schriftelijke vragen juni 2021 ChristenUnie
Uitnodigingskader Zon en Wind Kan een toelichting gegeven worden op welke wijze het uitnodigingskader, de RES en het klimaatakkoord zich met elkaar verhouden? Kan een (handzaam) overzicht verstrekt worden van: De hoeveel duurzame energie in de gemeente Aalten momenteel wordt opgewekt en waardoor? De Aaltense opgave als het gaat om duurzame energieopwekking (doelen 2030 en 205)? De (ideale) verhouding tussen energieopwekking via zon op dak, zon op land en wind? Hoeveelheid duurzame energie kan worden opgewerkt door zonnevelden (bijvoorbeeld x ha is x) en wind (windmolens met X hoogte levert X op, etc.). Kan met deze kaders voldaan worden aan de energieopgave van de gemeente Aalten? En op welke wijze wordt met dit uitnodigingskader rekening gehouden met de (lange termijn) doelen, zoals de opgave richting 2050? In het kader staat dat – ten aanzien van zonnevelden – de voorkeur uitgaat naar zgn. incourante gebieden. Is inzichtelijk hoeveel dergelijke gebieden de gemeente heeft? Zondag op dak heeft prioriteit 1: welke rol c.q. verantwoordelijkheid heeft de gemeente (lees overheid) als het gaat om deze vorm van energieopwekking? Zon op dak heeft prioriteit 2: Verschillende experts geven aan dat met name de netcapaciteit, maar ook andere zaken (zoals verzekeringen) een grote belemmering kunnen vormen.
In hoeverre is het realistisch dat in de gemeente Aalten grootschalige energieopwekking op daken wordt gerealiseerd? Het college stelt voor om een algemene verklaring van geen bedenkingen af te geven om proceduretijd voor kleinere zonnevelden en de bouw van kleinere windmolens te verkorten. Kan het college een schatting maken hoeveel voorstellen hiervoor zouden worden ingediend? Gaat dit naar verwachting om enkele of om tientallen? Welke afstanden (horizontaal) worden hiervoor gehanteerd? In hoeverre wordt de proceduretijd hiermee ingekort mocht de raad hiertoe besluiten? Kan de raad bij het afgeven een dergelijke verklaring alsnog ‘een interventie plegen’ mocht dat noodzakelijk zijn? In het kader staat dat grote windmolens een minimale ashoogte van 80 meter en een maximale ashoogte van 180 meter mogen hebben. Wat is de onderbouwing van de maximale hoogte? In het kader staat een (minimale) afstandsgrens (hindercirkel) tussen een windmolen en een woning van 400 meter. Waarop is dit gebaseerd? Welk wettelijk kader geldt daarvoor? In het kader staat dat er gewerkt gaat worden met tenders (onderdeel zon).
Wat zou eventueel het alternatief zijn? Financiële participatie: hoe wordt gegarandeerd dat lusten en lasten eerlijk verdeeld zullen worden? Op welke wijze is dat geborgd? Bestaan naast de genoemde vormen van financiële vormen van financiële participatie, nog meer vormen? Wat verwacht het college als het gaat om planschade(claims)? Inspraaknota, paragraaf 2.3.22: wat is de verwachting wanneer de huidige windmolens van Hagenwind aan vervanging c.q. opwaardering toe zijn? Ofwel, wanneer zijn deze afgeschreven? Kijken de buurtgemeenten tegen dit uitnodigingskader aan?
D66 vragen Uitnodigingskader Zon en Wind Algemene vragen ● De huidige opgave voor duurzame energieopwekking is voor 2030. Betekent dit voor de periode na 2030 de opgave opnieuw bekeken moet worden en dat nu niet kan worden uitgesloten dat er extra windmolens, zonneparken of andere duurzame energieopwekking een plek moeten krijgen in onze gemeente? ● Het Uitnodigingskader Zon en Wind wordt vastgesteld voordat RES 1.0 wordt vastgesteld. Wat is het gevolg voor het uitnodigingskader als de RES opgave hoger of lager wordt dan de indicatieve opgave. Pagina 5 - “Als we het concept-bod indicatief vertalen (op basis van grondoppervlak) naar de gemeente Aalten moeten we 108 GWh per jaar opwekken, waarvan beoogd is dat 28 GWh op grote daken wordt gerealiseerd.” …… “Het bovenstaande impliceert dat wij nog voor 108 – 37,7 = 70,3 GWh moeten realiseren. Hiervan moet 28 GWh minus 5,35 GWh (al gerealiseerd) = 22,7 GWh gerealiseerd worden met zonnepanelen op grote daken.” Vraag ● Waar is deze opgave aan stroomopwekking vastgelegd?
Pagina 15 - “De gebieden van het grootschalig functioneel landschap zijn bepaald in overleg met een adviseur Natuur & Landschap van Staring Advies” ●
Wat is nu exact de juridische grondslag, status en reikwijdte van de aanduiding grootschalig functioneel landschap?
Pagina 23 - “Liever een kleiner aantal hoge windmolens dan meer lage windmolens” Vraag ● Indien de bestaande windmolens vervangen worden door hogere types dan zouden er minder windmolens kunnen komen. Echter na 2030 is er hoogstwaarschijnlijk een additionele opgave voor het opwekken van duurzame energie. Kan het dan zo zijn op de plekken waar molens zijn weggehaald er dan alsnog nieuwe molens nodig zijn?
Pagina 25 - 4.2 - “Een hogere participatiegraad draagt bij aan een hogere totaalscore” Vraag ● Met dit Uitnodigingskader is er voor windmolens er de facto maar één aanbieder mogelijk. Hiermee kan de score niet vergeleken worden met concurrerende aanbieders. Welke instrumenten heeft de gemeente om een hoge participatiegraad te komen?
Inspraaknota Pagina 10 - “Wij willen met financiële participatie bereiken dat het draagvlak in de omgeving van windmolens en zonnevelden wordt vergroot. De literatuur laat duidelijk zien dat omwonenden minder hinder ervaren van de windturbines als ze betrokken werden bij de plaatsing ervan en financieel kunnen meedoen.“ Vragen: ● Hoe wordt voorkomen dat de 50% lokale eigendom alleen voldaan kan worden met een klein groepje lokale grondeigenaren? ● Op welke manier wordt mede zeggenschap en financieel profijt van omwonenden die niet of beperkt de middelen hebben om zelf financieel te participeren? ● Wat zijn de mogelijkheden om voor specifieke partijen een hoger percentage lokaal eigendom te eisen?
Pagina 14 - 2.3.21 - “Wij juichen het toe als de bestaande windmolens op Hagenwind meer rendement zouden krijgen. Volgens Hagenwind kunnen deze molens echter nog jaren mee. Wij nemen deze denklijn mee in mogelijke gesprekken met de werkgroep Hagenwind. Het is tenslotte hun windpark.” Vragen ● Hagewind krijgt de facto voor de komende tien jaar een monopolie op grote windmolens in onze gemeente. Is het mogelijk om een harde afspraken met Hagewind te maken over vervanging voor 2030 voordat andere partijen worden uitgesloten middels het Uitnodigingskader? ● Idem voor de koppelkans om ook een zonnepark te combineren op dezelfde locatie als de windmolens? ● Idem voor mogelijkheden omwonenden mee te participeren en profiteren. ● Is een gefaseerde vervanging en/of pilot een mogelijkheid? ● Als onverhoopt Hagewind de molens niet vervangt, welke mogelijkheden heeft de gemeente dan om alsnog aan de opgave voor 2030 te voldoen?
Vragen fractie GemeenteBelangen Uitnodigingskader Zon en Wind GemeenteBelangen Onderwerp
1. Onderwerp Voorstel Uitnodigingskader Zon en Wind Windmolenpark Hagenwind:
1
Wat is de as en tip hoogte van deze windmolens?
2
Wat is de verwachte einde levensduur van deze windmolens?
3
Is er met dit uitnodigingskader een mogelijkheid om extra windmolens te bouwen bij de huidige locatie Hagenwind? Zo nee, waarom niet? Zijn er (mondelinge) afspraken gemaakt met de leden van V.O.F. Hagenwind over uitbreiding dan wel aanpassing van de huidige windmolens? Zon op grote daken:
4
We willen nog ongeveer 23 GWh realiseren met zon op grote daken. Hebben we de m2 daken in beeld? Inclusief de geschiktheid van deze daken?
5
Wat zijn de subsidiemogelijkheden voor zonnepanelen op grote daken? Participatie:
6 7
In het Uitnodigingskader wordt een aantal keren gesproken over het opstellen van een Participatieplan. Is daar al een format voor? Hoe kunnen straks minder vermogende inwoners toch meeprofiteren van de opbrengsten van duurzame energie projecten? Opwekken duurzame energie:
8 9 10
Hoeveel van haar eigen energiebehoefte wekt de gemeente Aalten zelf al duurzaam op? Wat gaat u doen om toch aan het indicatief concept-bod voor de gemeente Aalten van 108 GWh per jaar te voldoen als er geen initiatiefnemers komen voor het opwekken van duurzame energie? Zijn er nog consequenties voor de gemeente Aalten als andere gemeente in onze RES-regio niet aan hun concept-bod kunnen voldoen?
PP Vragen Uitnodigingskader zon en wind (UKZW) 1. Wind. a. Het kansrijke gebied voor windmolens wordt tov de vorige versie van het UKZW verkleind en afgebakend tot het huidige Hagenwind-gebied. Betekent dit dat er met het nieuwe UKZW sprake is van een moratorium op wind buiten dit kleine gebied? Zo ja, hoe lang gaat dit moratorium duren? b. Uw argument voor afbakening is ‘dichtbevolkt gebied’. Er zijn echter geen woningen bijgebouwd; er is geen verschil met de situatie in 2020 toen het kansrijke gebied groter werd ingeschat. Kunt u hier een nadere onderbouwing voor geven? Liefst met kaarten met ‘hindercirkels’ toen (2020) en nu (2021). c. Waarom worden molens buiten het Hagenwindterrein uitgesloten? Ook in andere delen van de gemeente zijn molens mogelijk volgens het ‘400m-kaartje’ en de landschapstyperingen. d. Voor (middel-)grote molens zijn met technische (stilstands-, begrenzings-en overige) maatregelen ook kleinere ‘hindercirkels’ dan 400m1 goed mogelijk. Waarom wordt deze optie niet in het UKZW meegenomen? e. Zijn de hindernormen zoals maximale geluidsbelasting en slagschaduw gelijk voor burgerwoningen en bedrijfswoningen? Indien nee: wat zijn die normen? En wat betekent dat dan voor de ‘hindercirkels’ en de (theoretische) ruimte voor windmolens-plaatsing? f.
Een windmolen is qua ruimtebeslag en opbrengstverdeling over het jaar de meest effectieve en zinvolle duurzame energiebron; is het niet beter om veel meer in te zetten op wind en minder op zon op land? g. Wat zijn de mogelijke effecten van deze beperking van wind op het behalen van de RES-bijdrage en het Akkoord van Groenlo? Daarbij rekening houdend met de ruime marge in toegestane masthoogte: wat is het effect van Hagewind2 op de hoeveelheid duurzame energie als er 8 nieuwe 80m1 molens komen, of 8 van 125 m1, of 8 van 150 of 8 van 180 m1? h. Wat zijn de effecten op het langere termijndoel in 2050 (CO2-neutraal)? Welke extra inspanningen (in ha zonnevelden oa) moeten hiervoor verricht worden? i. Als er hogere molens komen in Hagenwind2: hoeveel kunnen er dan gezien de onderlinge wind-schaduw optimaal nog geplaatst worden? Wat is eventueel het opbrengstverlies als er 8 geplaatst worden? j. Wat is het effect van grotere molens op hinder voor omwonenden en voor de natuur ? k. Welke middelen heeft de gemeente om Hagenwind te bewegen om de voor het klimaat meest gunstige windmolens te plaatsen? En welke om het tijdstip van vervanging te beinvloeden?
l.
Verdere proces: a. als de raad het UKZW heeft vastgesteld: zijn er dan nog beroeps- en of bezwaarmogelijkheden voor burgers tegen dit besluit? Welke effecten kan dit hebben? b. Voor ‘Hagenwind2’ (met grotere molens) dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden en een omgevingsvergunning aangevraagd te worden; hoe schat u de haalbaarheid in een dergelijk initiatief wanneer omwonenden/ belanghebbenden bezwaar maken? Welke overwegingen zal de (bestuurs-)rechter daarbij hanteren? c. Wanneer Hagenwind2 dezelfde molens terugplaatst (vervanging wegens einde levensduur): is dan een omgevingsvergunning nodig? Vervanging past binnen het bestemmingsplan neem ik aan. Klopt deze aanname? m. De Provincie is bevoegd gezag voor grote windmolens en windparken. d. Kan een initiatiefnemer na vaststelling van het UKZW met een plan buiten het Hagenwindgebied naar de Provincie en toestemming verkrijgen? Waarom wel/niet? e. Stel dat na de moratoria en overige beperkingen in de diverse Achterhoekse gemeenten de opgave voor duurzame energieopwek niet wordt gehaald. Kan de Provincie (of het Rijk) dan het middel ‘aanwijzing’ inzetten? i. Indien ja: wat wordt dan de procedure? ii. Hoe groot acht u deze kans? Graag onderbouwen met uw overwegingen. n.
‘Hagenwind’ krijgt na het UKZW de facto een monopolie op wind in onze gemeente; welke mogelijkheden heeft de gemeente om via een omgevingsfonds of anderszins de opbrengsten maatschappelijk te laten delen?
2. Zon. a. Waarom wordt er een maximum oppervlak (25 ha) aan een zonnepark opgelegd? b. Er worden extra eisen gesteld aan zonneparken i. Gelden de kleur-eisen ook als er een groensingel om het park wordt geplaatst? Is dat niet dubbel op? ii. Extra eis is ook : koolstofvastlegging. 1. Hoe wordt dit gemeten en t.o.v. waarvan? Een zonnepark zal al gauw meer koolstof vastleggen dan een maisakker. Wanneer voldoet het plan, wanneer niet? 2. Wordt koolstofvastlegging vanaf nu een eis in elke ruimtelijke visie, –plan en ingreep? Hoe wordt dat vormgegeven? c. Er worden de laatste tijd volop nieuwe opties ontwikkeld zoals combinaties van gewasteelten met zonnepanelen (Agro-PV) , verrijdbare en zonvolgende systemen, dubbelzijdige panelen ed. Ontwikkelingen die positief zijn voor de landbouw, biodiversiteit en opbrengst.
i. Hoe kunnen deze opties met het UKZW worden gestimuleerd? ii. De grens van max 25 ha kan voor deze innovaties belemmerend werken; kan hiervoor een ‘ontheffing’ in het UKZW opgenomen worden?
3. Algemeen a. Windmolens kunnen hinder opleveren voor omwonenden. Klimaatverandering levert hinder op voor de samenleving, de economie en de natuur. Hoe hebt u deze korte- vs langetermijn en individuele vs maatschappelijke effecten tegen elkaar afgewogen? b. De maatschappelijke discussie over windmolens en zonneparken staat bol van emotie. Emotie die ook het verdere proces negatief kan beïnvloeden (vaststelling RES, initiatieven voor wind en zon, transitievisie warmte). Hoe gaat u ervoor zorgen dat objectieve informatie over noodzaak, urgentie, mogelijkheden en onmogeljkheden breed wordt gedeeld, dat verdere polarisatie wordt tegengegaan? c. Is er met de RES-partners overleg geweest over de aanpassingen van het UKZW? Hoe is dat overleg gegaan? Hoe zijn de ‘aanscherpingen’ (kleiner windgebied, extra zon-eisen) ontvangen? Wat is het effect van de aanpassingen op de haalbaarheid van het totale RES-bod van de Achterhoek, rekening houdend met de restricties die andere gemeenten zich ook hebben opgelegd?
NAAM FRACTIE: VVD ONDERWERP Voorstel Zon en Wind Vragen 1. In het raadsvoorstel staat onder het kopje ‘Inleiding’ dat de gemeente Aalten in 2030 energieneutraal wil zijn. Waar volgt dat uit? In ons raadsprogramma en uitvoeringsprogramma is iets anders opgenomen. Dit is ook in strijd met het aangenomen Amendement 5.2. VVD, GB en CDA Energieneutraliteit gemeente Aalten Punt 9 Uitvoeringsprogramma 6-11-2018. https://aalten.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/757e76266cc7-49d2-a12b-dca9a37f27c1?documentId=ecef625f-8426-4fe4-aac53f4d028340d7 2. Waarom wordt er een nadrukkelijke link gelegd met de RES? Zou een uitnodigingskader ook niet los van de RES kunnen en moeten bestaan? Het uitnodigingskader is toch enkel een ruimtelijk kader? Graag een toelichting. 3. In het kader van de participatie hebben we het vooral over kansen. Anders dan bij zonneweiden, worden de saneringskosten van het verwijderen van een windturbine niet gedekt door de waarde van de ondergrond. Op welke wijze wordt voorkomen dat bij participatietrajecten in een windturbine(park) de deelnemers zich net voor de sanering van een windturbine, zich terugtrekken uit de exploitatie en dat de overheden voor de kosten van een sanering van een windturbine verantwoordelijk worden? 4. Een windturbine met een hoogte van 25 meter tot 80 meter is niet opgenomen in het uitnodigingskader.
Het heeft niet de voorkeur, maar het is ook niet (expliciet) uitgesloten. Is dat correct en waarom is deze dan niet uitgesloten? Wordt hiermee een windturbine van <80 meter niet juist interessant, aangezien hiervoor geen randvoorwaarden zijn opgenomen? Los van wellicht nieuwe technieken die ook windturbines met een omvang van < 80 meter interessant kunnen maken,