Raadsmededeling 111-2021 beantwoording vragen fracties CU, GB en VVD 4de wijziging APV.pdf
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
111-2021 14 juni 2021 H. Visser mr. A.B. Stapelkamp Vragen diverse fracties over de 4de wijziging van de APV
Aanleiding: Naar aanleiding van ons raadsvoorstel tot 4 de wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2015 Aalten hebben de fracties CU, GB en VVD schriftelijke vragen ingediend. Door middel van deze raadsmededeling worden die vragen beantwoord.
Inhoud mededeling: Vragen CU: Vraag. Artikel 2:48 - Verbod lachgas: welke instrumenten/bevoegdheden hebben handhavers (politie en BOA’s) in preventieve zin? Antwoord. Wij verwachten dat er een bepaalde preventieve werking uitgaat van het feit dat “overlast veroorzaakt door het gebruik van lachgas” specifiek in de APV is benoemd en verboden. Wanneer het college een openbare plaats heeft aangewezen als gebied waar geen lachgas mag worden gebruikt (lid 2) kunnen handhavers strafrechtelijk in die zin preventief optreden dat een bekeuring wordt uitgeschreven nog voordat er daadwerkelijk sprake is van overlast. De burgemeester kan op grond van artikel 2:1a bovendien aan personen die al eens bekeurd zijn voor overtreding van artikel 2:48 een bestuursrechtelijk gebiedsverbod opleggen. Vraag. Artikel 2:49c – sluiting publiek toegankelijke gebouwen: wat de reden van deze toevoeging? Ofwel, waarom is dit van belang? En op welke wijze helpt dit artikel situaties wat momenteel niet mogelijk is? Antwoord. Artikel 2:49c wordt niet toegepast als sluiting mogelijk is op een andere grond genoemd in de APV, de Drank- en Horecawet of artikel 13b van de Opiumwet. Op basis van artikel 174 Gemeentewet kan de burgemeester ook openbare gebouwen sluiten. Dit geldt echter alleen voor kortere periodes en bij acute dreigingen.
Als sluiting voor een langere periode gewenst is of toepassing van artikel 174 Gemeentewet om een andere reden niet mogelijk dan kan de burgemeester het nieuwe APV artikel inzetten. In relatie tot de strafrechtelijke sluitingsbevoegdheden geldt dat de burgemeester de bestuursrechtelijke sluitingsbevoegdheid van artikel 2:49c specifiek kan inzetten indien en zodra de openbare orde, openbare veiligheid, gezondheid of zedelijkheid in het geding is. De sluitingsbevoegdheid van de burgemeester dient dus ter bescherming van een ander doel dan de strafrechtelijke sluitingsbevoegdheden en aan het inzetten ervan gaat een andere belangenafweging vooraf. Afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval, is het bovendien mogelijk dat dit het enige afdoende instrument is dat (op korte termijn) kan worden ingezet en effect sorteert. In die zin is deze bevoegdheid complementair aan andere bevoegdheden en instrumenten van de ketenpartners in hun integrale aanpak van criminele ondermijning. Pagina 1 van 3
Vraag. Artikel 2:59 gevaarlijke honden: op basis waarvan concludeert de burgemeester of een hond al dan niet gevaarlijk is? Hoe verloopt deze procedure? Antwoord. Alvorens de burgemeester zo’n gebod oplegt wint hij advies in van een hondengedragsdeskundige.
Vraag. Artikel 4:9a – ballonnen: wat zou de sanctie zijn wanneer iemand toch een ballon oplaat? Antwoord. Het artikel heeft primair ten doel om grootschalige, georganiseerde ballonnen-oplaatacties bij evenementen, uitvaarten en dergelijk te voorkomen. Hoe sympathiek of symbolisch dergelijke acties ook kunnen zijn, gebleken is dat de gevolgen ervan voor de natuur en het dierenleven gewoon onverantwoord zijn. Op grond van dit artikel zijn dergelijke acties alsdan verboden en kan daarover bijvoorbeeld in een evenementenvergunning een voorschrift worden opgenomen. In beginsel geldt voor overtreding van het verbod zowel voor georganiseerde als voor individuele oplaatacties onverkort de strafbaarstelling van artikel 6:1 APV. Wat betreft de handhaving van de regel hebben wij het volste vertrouwen in de professionaliteit en ervaring van onze handhavers. Afhankelijk van de situatie zullen zij op een gepaste wijze optreden, variërend van overleg, overreding en waarschuwing tot verbalisering. Vragen GB. Vraag. Verbod oplaten ballonnen: Klopt het dat het alleen gaat om opstijgende ballonnen? Gaat u naar aanleiding van het verbod om ballonnen op te laten nog extra aandacht hieraan besteden in de huis-aan-huisbladen? Antwoord. Aanleiding voor de verbodsbepaling is om schade aan de natuur te voorkomen dus het gaat alleen om het (bewust) oplaten en laten wegdrijven van ballonnen.
Tegen ballonnen die na gebruik in de daarvoor bestemde afvalbak belanden bestaat uiteraard geen enkel bezwaar. Het is een goed idee om hieraan extra aandacht te besteden in de huis-aan-huis-bladen. Dit wordt geregeld. Vraag. Kampeermiddelen: Wat is de aanleiding geweest om dit artikel te wijzigen? Het verbod geldt alleen voor de openbare weg, dus niet voor de eigen oprit? Antwoord. In de praktijk is gebleken dat met name in het vakantieseizoen het tijdelijk stallen van parkeermiddelen e.d. op de openbare weg elk jaar weer leidt tot ergernis bij omwonenden en, op een aantal locaties, tot een tekort aan beschikbare openbare parkeerplaatsen. Om de overlast te beperken voorziet het artikel in een verbod om een parkeermiddel e.d. langer dan 3 opeenvolgende dagen op de openbare weg te plaatsen of te hebben. Het opnemen van een verbodsbepaling om een kampeermiddel langer dan 3 aaneengesloten dagen op eigen terrein te stallen gaat ons inziens te ver, alleen al vanwege het feit dat dat in ieder geval niet ten koste gaat van de openbare parkeercapaciteit. In specifieke gevallen kunnen wij echter ook optreden tegen het stallen van een kampeermiddel e.a. op eigen terrein, namelijk daar waar dat naar ons oordeel (onevenredig) schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Vraag VVD. Vraag. Overlast op straat ten gevolge van drugsgebruik kan volgens de APV bestraft worden.
In deze aangepaste APV wordt overlast als gevolg van gebruik van lachgas ook opgenomen. Zijn nu alle situaties van overlast in de openbare ruimte te bestraffen wanneer er sprake is van het gebruik van welk soort drugs of daarop lijkende waar dan ook; dus ook alle nog te ontwikkelen designerdrugs en lachgas versies 2.0? Antwoord. Door middel van de zinsnede “en daarop gelijkende waar” wordt dat wel beoogd. Als het gaat om middelen die (nog) niet zijn opgenomen op lijst I en II van de Opiumwet geldt voor het verbod een
Pagina 2 van 3
extra zware motiveringsplicht. Of daaraan in specifieke gevallen is voldaan wordt uiteindelijk beoordeeld door de bestuursrechter. Vraag. Artikel 2:26 Kunt u duiding geven aan het “zichtbaar goederen te dragen”. Antwoord. Denk daarbij bijvoorbeeld aan kledingstukken met opdruk of opgespelde teksten of emblemen. De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: N.v.t.
Pagina 3 van 3
Vragen fractie ChristenUnie 4de wijziging APV
4e wijziging APV Artikel 2:48 - Verbod lachgas: welke instrumenten/bevoegdheden hebben handhavers (politie en BOA’s) in preventieve zin? Artikel 2:49c – sluiting publiek toegankelijke gebouwen: wat de reden van deze toevoeging? Ofwel, waarom is dit van belang? En op welke wijze helpt dit artikel situaties wat momenteel niet mogelijk is? Artikel 2:59 gevaarlijke honden: op basis waarvan concludeert de burgemeester of een hond al dan niet gevaarlijk is? Hoe verloopt deze procedure? Artikel 4:9a – ballonnen: wat zou de sanctie zijn wanneer iemand toch een ballon oplaat?
Vragen fractie GemeenteBelangen 4de wijziging APV 1. Onderwerp Voorstel tot vaststellen van de 4de wijziging van de Algemene
Plaatselijke Verordening 2015 Aalten Verbod oplaten ballonnen 1
Klopt het dat het alleen gaat om opstijgende ballonnen?
2
Gaat u naar aanleiding van het verbod om ballonnen op te laten nog extra aandacht hieraan besteden in de huis-aan-huis-bladen? Kampeermiddelen
3
Wat is de aanleiding geweest om dit artikel te wijzigen?
4
Het verbod geldt alleen voor de openbare weg, dus niet voor de eigen oprit?
ONDERWERP Voorstel 4de wijziging APV Vragen VVD fractie 1. Overlast op straat ten gevolge van drugsgebruik kan volgens de APV bestraft worden. In deze aangepaste APV wordt overlast als gevolg van gebruik van lachgas ook opgenomen. Zijn nu alle situaties van overlast in de openbare ruimte te bestraffen wanneer er sprake is van het gebruik van welk soort drugs of daarop lijkende waar dan ook; dus ook alle nog te ontwikkelen designerdrugs en lachgas versies 2.0? 2. Artikel 2:26 Kunt u duiding geven aan het “zichtbaar goederen te dragen”