CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2024

Gemeenteraad 7 november 2023, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Programmabegroting 2024, de Meerjarenraming 2025-2027, het Investeringsschema voor het jaar 202437.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

2023 € 35.000

2024 € 100.000 € 5.000

2025 € 160.000

2026 € 190.000

2027 € 200.000

5. Project hybride werken De impact van COVID-19 op onze manier van werken en de ontwikkeling van de werkomgeving is inmiddels redelijk voorspelbaar. Een terugkeer naar dezelfde situatie als voor maart 2020 is vrijwel uitgesloten. Onze medewerkers van organisaties spreken massaal de wens uit voor hybride werken. COVID-19 heeft ons geleerd dat we capabel genoeg zijn om op afstand te werken. Ook heeft het ons laten zien hoe belangrijk sociale interactie en fysieke aanwezigheid in ons werk zijn. Volledig op afstand werken zal voor onze organisatie dan ook een stap te ver zijn. Maar het ontstaan van een nieuwe hybride realiteit waarin meer mensen standaard een deel van hun tijd vanuit huis en elders werken, is steeds meer een geaccepteerd onderdeel geworden van ons werk. Een manier van werken waarin iedereen het gevoel heeft om op zijn of haar manier het beste werk te kunnen doen. Het is de vraag of alle tijdens de lockdownperiode snel geïntroduceerde werkplekoplossingen standhouden in de nieuwe hybride realiteit. Nu alle COVID-maatregelen vrijwel zijn losgelaten, start pas het ‘echte’ hybride werken. De komende tijd staat dan ook in het teken van experimenteren en verder vormgeven van het hybride werken binnen onze organisatie. Dit zal zich vertalen in pilots rondom cultuur en gedrag, personeel en organisatie en werken op kantoor. 6.

Dienstverleningsconcept Het huidige dienstverleningsconcept dateert uit 2014, dat is bijna 10 jaar geleden. In deze 10 jaar hebben de ontwikkelingen en innovaties niet stil gestaan. Dit geldt voor ontwikkelingen en innovaties binnen de samenleving, maar ook binnen de gemeentelijke organisaties. De basis van een goede dienstverlening waarbij we werken vanuit de bedoeling leggen we vast in het dienstverleningsconcept. Hierin staat de visie op dienstverlening beschreven en worden de kaders en uitgangspunten uitgewerkt. Het dienstverleningsconcept zal naast de visie, kaders en uitgangspunten op dienstverlening ook bestaan uit een uitvoeringsprogramma. Dit traject wordt opgestart in 2023 en zal verder worden uitgewerkt en geïmplementeerd in 2024. 7. Vitaliteit In de afgelopen jaren is het in de CAO-onderhandelingen niet gelukt criteria in de CAO op te nemen waaraan een gemeentelijk vitaliteitsbeleid zou moeten voldoen. Voor de onderhandelingen over de CAO Gemeenten 2024 worden daarvoor naar verwachting opnieuw voorstellen gedaan. Veel gemeenten hebben inmiddels al wel zelf een vitaliteitsbeleid ontwikkeld. Binnen onze organisatie worden al diverse activiteiten op het gebied van de vitaliteit ontwikkeld door de werkgroep Nog gezonder en vitaler. De doelstelling van de werkgroep is medewerkers bewust maken van het belang van gezondheid en vitaliteit.

Daarmee wordt gewerkt vanuit positieve gezondheid. Positieve gezondheid is een brede kijk op gezondheid, uitgewerkt in een zestal dimensies. Hiermee dragen we bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele, en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Het accent ligt op de veerkracht van mensen en op hetgeen hun leven betekenisvol maakt. Vanuit deze dimensies kijken we naar mogelijkheden en ontwikkelingen in onze organisatie. De werkgroep vraagt via intranet aan de hand van maandelijkse thema’s aandacht voor gezondheid en vitaliteit, geeft tips en organiseert clinics en andere activiteiten. Binnen het project hybride werken worden verdere voorstellen ontwikkeld voor het vitaliteitsbeleid voor de komende jaren, waarbij eventuele criteria in de nieuwe CAO richtinggevend zijn.

Paragraaf Bedrijfsvoering

41

8. Duurzame mobiliteit Bewust kiezen voor duurzame mobiliteit en daarmee minder broeikasgassen in het verkeer. Met dat doel werkt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I en W) samen met de betrokken werkgeversorganisaties, belangenverenigingen en overheidsorganisaties aan het Besluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit. Naar verwachting treedt dit ontwerpbesluit op 1 januari 2024 in werking. Het ontwerpbesluit komt voort uit het Klimaatakkoord. Met dat akkoord spraken overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties maatregelen af om de CO2-emissies te verminderen. Daarbij hoort verduurzaming van mobiliteit. Een van de afgesproken maatregelen is een wettelijke norm voor werkgevers met 100 of meer werknemers. Hiermee moet de CO2-emissie door werkgebonden personenmobiliteit in 2030 met minimaal 1 Mton worden teruggedrongen. Het ontwerpbesluit geeft invulling aan die afgesproken maatregel. Doel daarvan is dat werkgevers bewuste keuzes maken over verduurzaming van hun mobiliteit. Vanaf 1 januari 2024 moeten werkgevers (met 100 of meer werknemers) jaarlijks gegevens bijhouden en rapporteren over de mobiliteit van hun werknemers. Het gaat daarbij om woon-werk en zakelijke mobiliteit. In 2026 evalueert het ministerie van I en W de CO2-reductie die in 2024 en 2025 is behaald. Als organisaties goed op koers liggen, blijft het bij rapporteren.

Als het niet lukt, kan vanaf 2027 een wettelijke norm worden ingesteld waarmee slimmer en zuiniger reizen kan worden afgedwongen. Want linksom of rechtsom: de CO2-winst is nodig om de klimaatdoelen te halen. Binnen het project hybride werken ontwikkelen we voorstellen voor stimulansen om het woon-werkverkeer en de zakelijke mobiliteit te verduurzamen. 9. Inkoop Ook in 2024 blijft de samenwerking met de Achterhoekse gemeenten een feit. Het gezamenlijk nieuwe ‘inkoop- en aanbestedingsbeleid’ wordt naar verwachting in oktober 2023 vastgesteld door alle colleges van de Achterhoekse gemeenten. Collega’s worden hierover geïnformeerd. Er wordt geprobeerd om zoveel mogelijk gezamenlijk aan te besteden. Gezamenlijk projecten zijn onder andere ‘Onderhoud openbare verlichtingen’, ‘Telemetriediensten’ en ‘Verzekeringen’. Nadat het beleidsplan ‘Aalten Circulair’ is vastgesteld door de raad zijn alle collega’s hierover geïnformeerd. In 2024 gaan we zoveel mogelijk toezien dat circulariteit wordt meegenomen binnen de aanbestedingen. 10. Invoering rechtmatigheidsverantwoording over het verslagjaar 2023 Onze externe accountant heeft over 2022 nog een goedkeurende controleverklaring met een oordeel over zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid bij onze jaarrekening afgegeven. Dit was echter voor het laatst.

De invoering van de rechtsmatigheidsverantwoording door het college zelf, is vanaf boekjaar 2023 een feit. Burgemeester en wethouders waren natuurlijk altijd al verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de financiële beheershandelingen binnen de gemeente. Maar nu legt zij expliciet verantwoording af over de rechtmatigheid in plaats van de accountant. De accountant kijkt nog wel mee of de rechtmatigheidsverantwoording juist afgegeven is. De intentie van de wetswijziging is om de gemeentelijke organisatie beter in control te laten komen en gaat uit van collectieve verantwoordelijkheid van het college. Beoogd wordt dat alle financiële beheershandelingen volgens de geldende regelgeving nog beter worden beheerst en nageleefd. Bijvoorbeeld aan het niet overschrijden van de begroting, geen investering doen zonder dat de raad hiervoor een krediet heeft vastgesteld of het naleven van de verordening op het financieel beheer volgens de door de raad vastgestelde Verordening volgens artikel 212 van de Gemeentewet. Ook de interne naleving van maatregelen die misbruik en oneigenlijk gebruik moeten tegengaan vormen onderdeel van de rechtmatigheidsverklaring. In de paragraaf bedrijfsvoering moet het college informeren over de rechtmatigheidsbevindingen. 11. Cyber risico’s In Nederland zijn we overal en altijd verbonden en werken we vanuit verschillende locaties op verschillende netwerken.

De risico’s van deze verbondenheid worden steeds groter. Cybercriminelen krijgen namelijk steeds meer mogelijkheden om aanvallen op bedrijven uit te voeren. Het gaat dan om onder andere Ransomware, Menselijke fouten, kwetsbaarheden in software en DDos aanvallen. In 2023 heeft een scan plaatsgevonden. Hier zijn verbeterpunten uit naar voren gekomen. Verbeterpunten voor onze techniek maar ook verbeterpunten in de bewustwording, gedrag en meldingen. Deze gaan we in 2024 gebruiken om onze gemeentelijk cyberpositie te verstevigen. 12. Kansen, bedreigingen en ontwikkelingen Na de dreiging van krimp in de Achterhoek, liggen er nu weer kansen om te bouwen en het inwonersaantal en onze gemeente te verstevigen. Maar dat is tegelijkertijd ook een bedreiging. Want hebben we wel genoeg grond en kunnen we wel bouwen qua capaciteit en bijvoorbeeld stikstof-eisen?

Paragraaf Bedrijfsvoering

42

Oekraïne Er is voorlopig nog geen oplossing voor het conflict. De ondersteuning van Nederland kost veel geld, ook voor het opvangen van vluchtelingen. Daarnaast is het beschikbaar hebben van woningen lastig. Dit knelt ook met de vraag naar woningen van onze eigen inwoners. Deze problematiek speelt natuurlijk ook met de opvang van de overige vluchtelingen. Het probleem is landelijk en door onze gemeente zo niet op te lossen. Energiecrisis en inflatie De energieprijzen zijn in de zomer van 2023 weer wat gedaald tot een iets minder hoog niveau. Dat geldt niet voor de brandstof en de prijzen voor het levensonderhoud. En wat het gaat worden weet niemand. Ook hier is het voor de individuele gemeente lastig handelen. Zorg De gemeenschap vergrijst en ook de jeugd kent (te) veel problemen. Dat betekent dat de kosten nog niet dalen en waarschijnlijk dat ook niet gaan doen in de toekomst. Aangezien dit een openeindregeling is, lopen we hier risico’s. De budgetten zijn heel lastig in te schatten. Zeker is het dat de uurtarieven fors stijgen door de afgesloten CAO’s. In de betreffende paragraaf is hier rekening mee gehouden. Val kabinet De verkiezingen zijn 22 november. Tot die tijd weinig nieuw beleid vanuit Den Haag naar verwachting. Vervolgens nog een coalitievorming en de kabinetsformatie.

Kortom in 2023 gebeurt er niet veel meer en de vraag is wanneer in 2024 de zaken weer opgestart worden. 13. Overige onderwerpen Over verdere ontwikkelingen rondom onder andere dienstverlening, de gemeentelijke website, IT-ontwikkelingen en informatieveiligheid en privacy wordt verwezen naar de ontwikkelingen zoals genoemd in Programma 3 Bedrijfsvoering. Verder zijn voor 2024 de volgende budgetten in deze begroting opgenomen: Onderwerp 2024 Accountant € 54.000 Raad € 16.000 Rekenkamer € 86.000 14. Uurtarief ten behoeve van doorberekeningen Voor het doorberekenen van diverse werkzaamheden wordt gewerkt met een uniform uurtarief. Er is een berekening gemaakt op basis van totale loon- en overheadkosten voor het tarief per uur. Dit resulteert in een tarief voor 2024 van € 82. In 2023 was het uurtarief € 74. Dit uurtarief wordt gebruikt voor onder meer het bepalen van de legestarieven en voor de toerekening van de kosten aan riolering en afvalverwerking. Onderbouwing uurtarief 2024 Loonkosten Overhead Uurtarief

Kosten € 16,4 miljoen € 9,0 miljoen

15. Verplichte beleidsindicatoren Naam indicator Eenheid 1 Formatie Fte per 1.000 inwoners 2 Bezetting Fte per 1.000 inwoners 3 Apparaatskosten Kosten per inwoner 4 Externe inhuur % van totale loonsom 5 Overhead % van totale lasten

Paragraaf Bedrijfsvoering

Uren 308.000 308.000

Uurtarief € 53 € 29 € 82

2024 7,23 7,23 € 785,54 3,12% 13,02%

43

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf weerstandsvermogen geeft inzicht in: • de mate waarin de gemeente belangrijke financiële risico’s loopt; • de financiële buffer (weerstandscapaciteit) die zij daarvoor achter de hand heeft. Bij het ter perse gaan van deze begroting is er een nieuwe conceptnota “Weerstandsvermogen en Risico’s” samengesteld. Deze is ook al in de financiële commissie van de Raad besproken. Naar aanleiding hiervan vinden er nog wat aanpassingen plaats. Daarna wordt de nota voorgelegd aan het college en MT en vervolgens de raad. Na vaststelling heeft dit gevolgen voor deze paragraaf. Maar op dit moment kan dat nog niet, omdat dan vooruitgelopen wordt op de besluitvorming. Eventueel in de najaarsnota 2023 worden de wijzigingen verwerkt, zodat in de jaarrekening 2023 de paragraaf in aangepaste vorm verschijnt. Maar in deze begroting nog één keer de “oude” pagina, waarin uiteraard wel de risico’s heroverwogen zijn. Maar verder nog geen veranderingen doorgevoerd zijn. Voor een beoordeling van het weerstandsvermogen worden in deze paragraaf de bedoelde risico’s geconfronteerd met de aanwezige weerstandscapaciteit. bedragen x € 1.000

1. Weerstandscapaciteit Met weerstandscapaciteit worden al die elementen bedoeld waarmee tegenvallers kunnen worden opgevangen, zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico's te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, moet worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. De weerstandscapaciteit wordt onderverdeeld in structurele en incidentele weerstandscapaciteit. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit structurele middelen in de begroting waarmee optredende risico’s kunnen worden opgevangen. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden aangewend. Bepaling van de weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit Rekeningresultaat Het positieve resultaat Vrij aanwendbare algemene reserve De algemene reserve is de reserve waaraan de raad geen specifieke bestemming heeft gegeven en die een financiële bufferfunctie heeft. Op dit moment is hiervan nog niets bestemd. Bestemmingsreserves Deze reserves zijn beklemd. Stille reserve effecten De stille reserve in deze financiële vaste activa wordt niet meegenomen in de berekening, omdat de verhandelbaarheid van deze aandelen (Alliander, Vitens, BNG en ROVA) zeer beperkt is.

Stille reserve activa Deze stille reserve bestaat uit de bezittingen waarvan de waarde bij verkoop hoger is dan de boekwaarde. Op basis van ervaring zetten we een derde deel in. Totaal incidentele weerstandscapaciteit Structurele weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit

Hieronder wordt voor de OZB de ruimte opgenomen die er is tussen onze eigen tarieven en de normtarieven voor de zogenaamde artikel 12 gemeenten. De overige belastingen/heffingen zijn kostendekkend of van geringe betekenis. Aangezien geen rente meer toegevoegd wordt aan de reserves is inzet niet mogelijk.

7 11.623

0 0

900 12.530

2.430

Rentebaten algemene reserve vrij besteedbaar Onvoorzien (structureel) Totaal structurele weerstandscapaciteit

350 2.780

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

15.310

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

0

44

2. Risico’s Het hebben van risico’s is inherent aan het uitoefenen van een organisatie zoals een gemeente. Het is echter van belang deze risico’s te kennen en hier adequate maatregelen voor te treffen (verzekeren) dan wel risico’s te wegen bij het aangaan ervan of hier tijdig op in te spelen. Een overzicht van de risico’s wordt steeds geactualiseerd. De 25 belangrijkste risico’s worden beschreven en gekwantificeerd. De tien grootste worden afzonderlijk genoemd. Bij een zekerheidsniveau van 99% is de aan te houden reserve voor de gemeente Aalten volgens de nieuwe berekening € 6,5 miljoen. Dit houdt in dat, als de gemeente Aalten dit bedrag als reserve op haar balans aanhoudt, zij in 99 van de 100 jaar voldoende reserves heeft om de schades op te vangen, maar in één jaar is er niet genoeg. In de begroting zijn de meest actuele risico’s opgenomen. Risico Budgettaire tekorten bij partijen waar door de gemeente uitbestede gemeentelijke taken zijn neergelegd. Ook kunnen deelnemende gemeenten individueel besluiten nemen die voor andere gemeenten nadelige gevolgen hebben (bijvoorbeeld uittreding). Datalekken: ongewild verspreiden en vernietigen van persoonsgegevens Virusaanvallen op ICT-gebied/ Hacks/ thuiswerken Integraal huisvestingsplan voor het onderwijs. Veel scholen in Aalten zijn verouderd en er worden strengere eisen ten aanzien van het klimaat gesteld.

Demografische ontwikkelingen - extern

Mogelijk gevolg Politieke druk om financiële steun te bieden

% 5,9 %

Imago, boete autoriteit persoonsgegevens

4,7 %

Dataverlies

4,4 %

Financieel

5,3 %

Financiële tegenvallers

3,6 %

Klimaatveranderingen: overlast water, droogte, komst plantjes en beestjes.

Kosten overlast of beperking mogelijkheden. Hittestress is een risico voor onder andere de gezondheid dus dan ook een link met Sociaal Domein. Grote uitgaven voor herplant, aanvullende maatregelen tegen droogte en wateroverlast. Financieel (bezuinigingen of belasting omhoog) Worden niet meer in de voorziening op de balans opgenomen. Overschrijding budget Beleid aanpassen Hogere kosten in verband met dubbele indicaties Regionale inkoop mislukt

3,6 %

Overschrijding budget Beleid aanpassen Hogere kosten in verband met dubbele indicaties Meer dan verwachte stijging tarieven

7,1 %

Algemene uitkering - bezuiniging Rijk Wachtgelden wethouders Budget Jeugdzorg: Ontwikkelingen financieringssystematiek Meer hulpvragen dan gepland Doorlopende dure contracten en of hulpvragen Structureel risico Dubbele indicaties Herijking regionale inkoopzorg Budget Wmo Ontwikkelingen financieringssystematiek Meer hulpvragen dan gepland Doorlopende dure contracten en of hulpvragen Structureel risico Dubbele indicaties Herijking regionale inkoopzorg Ontwikkelingen CAO

Totaal van de tien grootste risico’s (50 % van het totale risicoprofiel) Totaal overige risico’s (50 % van het totale risicoprofiel) Totaal alle 25 risico’s

3,6 % 4,7 % 7,1 %

3.200 3.300 6.500

Het terugbrengen van de reserves naar dit niveau is niet wenselijk, aangezien er niet voorzienbare toekomstige ontwikkelingen zijn die mogelijk leiden tot additionele risico’s in de toekomst. Een aanvullende buffer is daarom gewenst. Deze noodzakelijke buffer is op basis van ervaring opgenomen voor een percentage van het begrotingstotaal. Dit komt neer op een buffer van € 8 miljoen.

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

45

3. Weerstandsvermogen Het vermogen van een gemeente om tegenvallers op te vangen zonder dat de continuïteit van deze gemeente in gevaar komt. Dit wordt uitgedrukt als de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van onze gemeente voor het begrotingsjaar, maar ook voor de meerjarenraming. Ratio weerstandsvermogen 2024 =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

Weerstandscapaciteit, incidenteel Weerstandscapaciteit, structureel Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

12.530 2.780 15.310

Gekwantificeerde risico’s Buffer Aalten norm Totale benodigde weerstandscapaciteit

6.500 8.000 14.500

Saldo/overschot Ratio onder andere gehanteerd door provincie >2 = Uitstekend 1,4 - 2,0 = Ruim voldoende

1,0 - 1,4 0,8 - 1,0

810 1,01

= Voldoende = Matig

0,6 - 0,8 < 0,6

= Onvoldoende = Ruim onvoldoende

Voldoende

De uitkomst van de ratio (1,01) is voldoende en is iets lager dan de vorige uit de jaarrekening 2022 (1,24). De beschikbare weerstandscapaciteit is gestegen, maar daar staat ook een stijging van de benodigde weerstandscapaciteit tegenover. De reden van de stijging risico’s heeft voornamelijk de maken met meer onzekerheid over het sociaal domein en met het vervallen van de voorziening wachtgelden wethouders op de balans. Hierbij moet opgemerkt worden dat deze ratio altijd een momentopname betreft. Verplichte kengetallen Onderstaande kengetallen helpen bij het verkrijgen van inzicht in de financiële positie van een gemeente. Deze kengetallen geven aan hoe we er als gemeente voor staan. De categorieën zijn gebaseerd op de norm van de provincie (groen is voldoende, oranje matig en rood onvoldoende). Verplicht voorgeschreven kengetallen 1a. Netto schuldquote (NS) 1b. NS gecorrigeerd voor alle leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Structurele exploitatieruimte 4. Grondexploitatie 5. Belastingcapaciteit

Werkelijk 2022 33,7% 21,7% 36,7% 0,3% 0,5% 73,9%

Raming na wijziging 2023 54,9% 42,4% 25,5% -2,2% -0,5% 72,5%

Begroot Begroot Begroot Begroot 2024 2025 2026 2027 60,1% 48,4% 23,7% 0,1% -0,4% 78,2%

62,3% 50,8% 23,8% 1,0% -0,4% 78,2%

Norm provincie Gelderland Categorie A Categorie B 1a. Netto schuldquote (NS) tot 90% tussen 90% tot 135% 1b. NS gecorrigeerd voor alle leningen tot 90% tussen 90% tot 135% 2. Solvabiliteitsratio hoger dan 50% tussen 20% tot 50% begroting en meer- begroting of meer3. Structurele exploitatieruimte jaren groter dan 0% jaren 0% 4. Grondexploitatie tot 20% tussen 20% tot 35% 5. Belastingcapaciteit tot 95% tussen 95% tot 105%

69,5% 57,9% 19,2% -4,7% -0,4% 78,2%

75,4% 64,0% 13,5% -6,1% -0,4% 78,2%

Categorie C hoger dan 135% hoger dan 135% kleiner dan 20% begroting en meerjaren kleiner dan 0% hoger dan 35% hoger dan 105%

We verwachten momenteel in 2026 en 2027 sinds lange tijd kengetallen die onvoldoende (rood) zijn. De solvabiliteitsratio geeft weer in hoeverre gemeentelijke bezittingen met eigen middelen betaald/gefinancierd zijn. Die ratio neemt steeds verder af, als gevolg van de tekorten in 2026 en 2027. Kanttekening bij de kengetallen is dat het altijd momentopnames zijn en blijven.

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

46

Paragraaf Lokale heffingen In de paragraaf lokale heffingen wordt ingegaan op de ontwikkelingen van de verschillende belastingen en heffingen en de consequenties voor onze inwoners en ondernemers. Daarbij wordt aandacht besteed aan de totstandkoming van de tarieven en de beleidskeuzes die daaraan ten grondslag liggen. Verder wordt inzicht gegeven in de mate van kostendekking van een heffing. Voor de lokale heffingen zijn de onderwerpen zoals die genoemd zijn bij het vaststellen van de kaders van de begroting 2024, als uitgangspunt genomen. Voor de OZB is een opbrengstverhoging van 6% geraamd. De overige leges en rechten worden ook met 6% verhoogd. Uitzondering daarop zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, waarvoor de 100% kostendekkendheid wordt aangehouden. De hondenbelasting die in 4 jaar wordt afgebouwd gaat naar de 2e stap (50% van het tarief 2022). Wettelijke bepalingen In de Gemeentewet staan de lokale heffingen die een gemeente mag heffen limitatief opgesomd. Deze heffingen worden verdeeld in algemene belastingen en rechten. De algemene belastingen zijn: onroerendezaakbelasting, hondenbelasting, reclamebelasting, forensenbelasting en toeristenbelasting. De opbrengsten van deze belastingen zijn door een gemeente vrij te besteden. De rechten zijn: afvalstoffenheffing, rioolheffing en diverse leges en overige rechten voor dienstverlening op verzoek.

De tarieven van deze rechten moeten zodanig worden vastgesteld dat de opbrengsten de kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. Op grond van het BBV is een gemeente daarom verplicht een kostenonderbouwing op te nemen waaruit de maximale kostendekkendheid van 100% blijkt. Geraamde opbrengsten uit lokale heffingen Overzicht belastingen en heffingen Onroerendezaakbelasting (OZB) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Hondenbelasting Reclamebelasting Forensenbelasting Toeristenbelasting Marktgeld Secretarieleges Bouwleges Begraafrechten Totaal

bedragen x € 1.000 2024 2023 5.343 5.664 1.455 1.551 2.011 2.019 140 101 54 54 101 107 106 106 23 21 438 589 101 107 311 314 10.083 10.633

Ontwikkeling van de lokale heffingen Onroerendezaakbelasting (OZB) De OZB zorgt voor de hoogste belastingopbrengst en wordt gesplitst in een eigenaarsdeel (woningen en niet-woningen) en een gebruikersdeel (niet-woningen). De grondslag van de aanslag is de vastgestelde WOZ-waarde van de onroerende zaak. Voor het belastingjaar 2024 geldt een vastgestelde WOZ-waarde naar waardepeildatum 1 januari 2023. Voor deze begroting zijn alle mutaties van dit moment en een algemene waardeontwikkeling van woningen van 6% meegenomen. Voor het nieuwe tijdvak bedraagt de gemiddelde waarde van een woning ongeveer € 327.300 (2023 € 308.800). De OZB-opbrengst wordt met 6% verhoogd. De voorgestelde tarieven zijn: Tarieven onroerendezaakbelasting (OZB) Woningen - eigenaarsdeel Niet – woningen - eigenaarsdeel - gebruikersdeel

Paragraaf Lokale heffingen

2024

2023

0,0974%

0,0960%

0,2096% 0,1566%

0,2047% 0,1517%

47

De gemiddelde waardestijging van een woning bedraagt 6%. In de berekening van de tarieven is deze gemiddelde waardestijging verwerkt. De tarieven voor de niet-woningen worden aangepast aan de gemiddelde waardestijging van 1%. In de raadsvergadering van december 2023 wordt de verordening OZB vastgesteld. Op dat moment zijn de definitieve WOZ-waarden bekend. Als daartoe aanleiding is, worden de tarieven bijgesteld. Afvalstoffenheffing Een gemeente heeft de wettelijke plicht tot het inzamelen van (huishoudelijk) afval bij huishoudens en mag de kosten daarvan verhalen op de burger. In de gemeente Aalten wordt het omgekeerd inzamelen toegepast. Naast het vastrecht, wordt alleen een afrekening verzonden voor het aantal aanbiedingen respectievelijk ledigingen van restafval. Het gemiddelde aantal aanbiedingen van een huisvuilzak en ledigingen van een restafvalcontainer is 12 huisvuilzakken of vijf ledigingen per jaar. De kosten voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval zijn fors gestegen. Ondanks een onttrekking uit de voorziening ad. € 120.000 moeten de tarieven met 6% worden verhoogd om kostendekkend te blijven. Tarieven afvalstoffenheffing (in €) Vastrecht per huishouden Per aanbieding van een huisvuilzak 40 liter Per lediging van een restcontainer 140 liter Per lediging van een restcontainer 240 liter

2024 101,00 1,90 6,65 11,40

2023 95,00 1,80 6,30 10,80

Rioolheffing Uit de rioolheffing wordt niet alleen voorzien in rioleringskosten, maar ook in de kosten van de afvoer van regenwater en grondwater. Deze kosten zijn opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan. De tarieven worden met 1,7% verhoogd. De aanslagen worden berekend op basis van het werkelijke waterverbruik en worden via de waternota van Vitens geheven en geïnd. Tarieven rioolheffing (in €) Tot 2.500 m³, per m³ afvalwater Van 2.500 m³ tot 5.000 m³, per m³ Boven 5.000 m³, per 1.000 m³ Per m² verharde oppervlakte

2024 1,45 1,11 73,22 0,56

2023 1,43 1,09 72,00 0,55

Reclamebelasting De gemeente int reclamebelasting bij ondernemers in de winkelgebieden in Aalten en Dinxperlo. De opbrengst wordt ter beschikking gesteld aan de ondernemersfondsen in beide kernen en zij organiseren daarmee allerlei activiteiten in die gebieden. Tarief reclamebelasting (in €) Gebied Aalten, vast bedrag per object Gebied Dinxperlo, vast bedrag per object

2024 489,00 354,00

2023 462,00 334,00

Toeristenbelasting en forensenbelasting Voor het jaar 2024 worden de tarieven voor de toeristenbelasting niet verhoogd. Wel wordt nu al aangekondigd dat het tarief voor 2025 met € 0,20 wordt verhoogd van € 1,35 per persoon per overnachting naar € 1,55. Deze verhoging werkt ook door in het forfaitaire tarief en in de eerste trede van de forensenbelasting. Het forfaitaire tarief bedraagt dan in 2025 € 225 (2024 € 196). De overige tarieven forensenbelasting gaan met 6% omhoog. Door de verhoging vanaf 2025 nu al aan te kondigen kunnen recreatieondernemers dit tijdig in hun bedrijfsvoering en communicatie opnemen. Hiermee vervullen we een langgekoesterde wens van de logiesverstrekkende ondernemers. We laten voortaan een jaar vooruit het tarief door de raad vastleggen. Tarief toeristenbelasting (in €) Tarief per persoon per overnachting Forfaitair tarief

Paragraaf Lokale heffingen

2024 1,35 196,00

2023 1,35 196,00

48

Tarieven forensenbelasting (in €) Waarde object € 30.000,00 of minder € 30.001,00 t/m € 60.000,00 € 60.001,00 t/m € 120.000,00 € 120.001,00 t/m € 180.000,00 € 180.001,00 t/m € 240.000,00 € 240.001,00 t/m € 300.000,00 € 300.001,00 t/m € 360.000,00 € 360.001,00 en meer

2024

2023

196,00 238,00 321,00 397,00 480,00 571,00 646,00 813,00

196,00 225,00 303,00 375,00 453,00 539,00 610,00 767,00

Hondenbelasting Afgesproken is om de hondenbelasting in vier jaar gefaseerd af te schaffen. Het tarief 2022 bedraagt € 65,00. Dit tarief wordt voor 2024 met 50% verlaagd en komt daarmee op € 32,50. Tarieven hondenbelasting (in €) Per hond Kennel

2024 32,50 97,50

2023 48,75 146,25

Overige leges/tarieven De tarieven van de overige leges worden met 6,0% verhoogd. Uitzondering daarop zijn de tarieven die gebaseerd zijn op het gemeentelijk uurtarief en/of een wettelijk (maximum)tarief. Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven De tarieven voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges dienen zodanig te worden vastgesteld dat de opbrengsten de kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. Hieronder hebben we dat inzichtelijk gemaakt. bedragen x € 1.000

Afvalstoffenheffing Lasten afvalstoffenheffing Overhead (inclusief BTW) Onttrekking voorziening Totale kosten Opbrengst afvalstoffenheffing Totale opbrengsten

Bedrag Dekking 1.289 397 -120 1.566 1.566 1.566

Dekking Lijkbezorgingsrechten Lasten begraafplaats Overhead Totale kosten Opbrengst lijkbezorgingsrechten (inclusief luidrechten) Totale opbrengsten Dekking

Paragraaf Lokale heffingen

Rioolheffing Lasten riolering Overhead (inclusief BTW) Onttrekking voorziening Totale kosten Opbrengst rioolheffing Totale opbrengsten

100% Bedrag Dekking 283 120 403 314

Marktgeld Lasten markt Overhead Totale kosten

Totale opbrengsten 78%

2.036 2.036

Dekking

Opbrengst marktgeld

314

Bedrag Dekking 1.672 547 -183 2.036

Dekking

100% Bedrag Dekking 43 17 60 21 21 35%

49

bedragen x € 1.000 Toe te rekenen

Overhead

Totaal

Baten

Dekking

92

20

112

24

21%

315

87

402

219

54%

156

64

220

118

54%

7

3

10

5

50%

127

15

142

112

79%

697

189

886

478

54%

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning 3 Omgevingsvergunning 686 257 943 7 Bestemmingsplannen 71 29 100 1,2,4,5,6,8 Diversen 0 0 0

131 55 0

14% 55%

Hoofdstuk

Onderwerp

Titel 1 Algemene dienstverlening 1 Burgerlijke stand Reisdocumenten en Nederlandse 2 identiteit 3 Rijbewijzen Verstrekking uit de Basisregistratie 4 personen (BRP) 5 t/m 17 Diversen Subtotaal titel 1

Subtotaal titel 2

757

286

1.043

186

18%

61

173

14

8%

12

99

91

92%

199

73

272

105

39%

1.653

548

2.201

769

35%

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 2 Organiseren evenementen of markten 112 5A Algemene verordening Ondergrondse 87 infrastructuren Subtotaal titel 3 Eindtotaal

Bij het vaststellen van de legestarieven is maximaal 100% kostendekkendheid. Er mag geen winst worden gemaakt. Kruissubsidiëring in de legesverordening is binnen de titel wel toegestaan. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger vaststellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te houden. Ontwikkeling van de woonlasten Onderstaande tabel geeft de omvang van de lokale woonlasten voor een gemiddeld (meerpersoons) huishouden weer en bestaat uit onroerendezaakbelasting (alleen voor de eigenaar), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Bij de berekening van de OZB is uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde van een woning van € 327.300. Bij de afvalstoffenheffing wordt uitgegaan van het vastrecht en 12 aanbiedingen van een huisvuilzak en voor de berekening van de rioolheffing gaan we uit van drie personen (waterverbruik 120 m³). Woonlasten per huishouden (in €) Gemiddelde OZB-aanslag Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totale woonlasten

2024 317,00 123,80 174,00 614,80

2023 299,00 116,60 171,60 587,20

Wijziging Eigenaar Huurder 6,02% N.v.t. 6,17% 6,17% 1,40% 1,40% 4,70% 3,33%

Kwijtscheldingsbeleid Voor burgers met een laag inkomen bestaat de mogelijkheid om gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van betaling van belasting te verzoeken. Kwijtschelding is mogelijk voor hondenbelasting (één hond), afvalstoffenheffing (gemaximeerd aantal aanbiedingen/ledigingen) en rioolheffing (maximaal gemiddeld waterverbruik). Of men in aanmerking komt voor kwijtschelding hangt af van het netto besteedbaar inkomen; dit is het bedrag dat men overhoudt nadat de uitgaven zijn afgetrokken van de netto-inkomsten. Daarnaast vindt er een vermogenstoets plaats. In de begroting wordt rekening gehouden met een totaalbedrag van circa € 57.000 aan kwijt te schelden lokale heffingen.

Paragraaf Lokale heffingen

50

Paragraaf Financiering De paragraaf Financiering in de begroting behandelt de beleidsplannen voor het komende jaar en de paragraaf Financiering in het jaarverslag gaat in op de resultaten van de beleidsuitvoering. De financiering is geregeld in het Treasurystatuut dat iedere vier jaar door de raad wordt vastgesteld. Voor het laatst is dit in 2021 geactualiseerd. Dit statuut vormt de basis voor het treasurybeheer. Voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie is het tijdig, juist en volledig beschikbaar hebben van financiële informatie van wezenlijk belang. Deze informatie wordt gebruikt voor het opstellen van een liquiditeitsplanning. Op basis van deze planning wordt geld aangetrokken of tijdelijk weggezet. Een belangrijke factor bij het uitvoeren van de treasuryfunctie is de renteverwachting op de geld- en kapitaalmarkt. Hiervoor wordt gekeken naar informatie van de grote Nederlandse banken waaronder de BNG maar ook het Centraal Planbureau. De economische groei valt tegen doordat consumpties en investeringen onder druk staan van de sterk gestegen prijzen. De inflatie is relatief gezien fors teruggelopen van ongeveer 12% in 2022 naar 4,6% halverwege 2023. Maar de inflatie blijft zowel dit jaar als in 2024 duidelijk boven de doelstelling van de Europese Centrale Bank. De bank zal daarom het monetaire beleid verder verkrappen.

In de loop van 2024 wordt voor 10 jaar een rente voorzien van tegen de 4%, dit hebben we aangehouden in de voorliggende begroting. De deelfuncties van treasury zijn: kasbeheer, risicobeheer en gemeentefinanciering. 1. Kasbeheer Het kasbeheer behelst het geldstromenbeheer en het saldo- en liquiditeitenbeheer. Belangrijk is dat we aan de betalingsverplichtingen kunnen blijven voldoen. Met de BNG Bank heeft de gemeente een doorlopende financieringsovereenkomst afgesloten. Daarin is onder meer de kortkredietverlening geregeld. Deze overeenkomst is een belangrijk sturingsinstrument. In verband met een mogelijke wijziging van de basisrente in de toekomst is vanaf 2021 een terugvalbepaling aan deze overeenkomst toegevoegd. Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk uitgevoerd bij één bank, de BNG Bank. 2. Risicobeheer Dit onderdeel geeft inzicht in het risicoprofiel van de organisatie en is het kernonderdeel van de paragraaf Financiering. De belangrijkste risico’s zijn renterisico, koersrisico en kredietrisico, waarbij de wet Fido een aantal indicatoren gedefinieerd heeft waarbinnen overheden moeten opereren. Kasgeldlimiet Het renterisico op kortlopende financiering (looptijd korter dan één jaar) wordt ingeperkt door de kasgeldlimiet. Met name voor kortlopende financiering kan het renterisico groot zijn. Wijzigingen op de korte rente hebben direct invloed op de rentelasten.

Alhoewel dit de laatste jaren sterk is afgenomen door de extreem lage rentestanden. De totale omvang van de vlottende schuld is gebonden aan een maximum van 8,5% van de jaarbegroting bij aanvang van het dienstjaar. Dit is de kasgeldlimiet. De aangetrokken vlottende schuld mag deze limiet in principe niet overschrijden. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet toch overschrijdt, dient de toezichthouder op de hoogte te worden gesteld en moet een plan worden ingediend om weer aan de limiet te voldoen. bedragen x € 1.000

Berekening Kasgeldlimiet 1 Begrotingstotaal 2024 (inclusief mutaties reserves) 2 Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage 3 Kasgeldlimiet (1 x 2)

80.771 8,5% 6.865

De verwachting is dat de kasgeldlimiet in 2024 niet wordt overschreden.

Paragraaf Financiering

51

Renterisiconorm De renterisiconorm beoogt het risico van rentewijziging bij herfinanciering van de vaste schuld (looptijd langer dan één jaar) te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in tijd gespreid wordt, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij renteherziening en herfinanciering. De mate van deze spreiding wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm bedraagt 20% van de vaste schuld. Dat betekent dat in enig jaar 20% van de vaste schuld mag worden vernieuwd door middel van herfinanciering en/of renteherziening. bedragen x € 1.000

Variabelen renterisiconorm 1 Renteherzieningen 2 Aflossingen 3 Renterisico (1+2) 4 Renterisiconorm 5a = (4>3) Ruimte onder de renterisiconorm

2024 0 4.555 4.555 16.154 11.599

Berekening renterisiconorm 4a Begrotingstotaal (inclusief mutaties reserves) 4b Percentage regeling 4. Renterisiconorm: (4a x 4b/100)

2024 80.771 20% 16.154

Uit voorgaand overzicht blijkt dat verwacht wordt, dat het renterisico op de vaste schuld ruim binnen de wettelijk vastgestelde kaders blijft. In onderstaand renteschema wordt inzicht gegeven in de rentelasten van de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. bedragen x € 1.000

Renteschema De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten Rente die wordt doorberekend aan de grondexploitatie Rente die wordt toegerekend aan taakvelden via projectfinanciering Rentebaat van doorverstrekte leningen

836 -171 665 4 0 0 4 669

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente omslagrente 1,06% Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen

0 0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

0 669

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

669

Renteresultaat op het taakveld treasury

0

Koersrisicobeheer De koersrisico’s van de gemeente Aalten zijn nagenoeg nihil. Met de invoering van het schatkistbankieren, mag de gemeente overtollige middelen alleen in de schatkist aanhouden. Hetzij in rekening courant hetzij via deposito’s. Over de middelen die de gemeente in de schatkist aanhoudt, vergoedt de schatkist rente. Deze rente ligt over het algemeen lager dan de rente die de gemeente krijgt op de geld- en kapitaalmarkt. Daar staat tegenover dat ook geen beleggingsrisico meer wordt gelopen. Kredietrisicobeheer Voor wat betreft het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) worden niet of nauwelijks problemen verwacht. Daar waar nodig zijn voorzieningen getroffen. Regelmatig wordt de hoogte van de voorziening beoordeeld en indien nodig aangepast.

Paragraaf Financiering

52

3. Gemeentefinanciering De financieringspositie van de gemeente en de daarbij behorende financieringsbehoefte wordt voor een groot deel bepaald door het verloop van de geplande investeringen en de aflossing op leningen. Er wordt naar gestreefd de benodigde leningen tegen zo gunstig mogelijke condities aan te trekken. Daartoe wordt bij het afsluiten van leningen rekening gehouden met de bestaande liquiditeitsplanning, de rentevisie en de renterisiconorm. In 2024 wordt op bestaande vaste geldleningen € 4,6 miljoen afgelost. Voor nieuwe investeringen is ongeveer € 7,5 miljoen nodig. In totaal dus een behoefte aan extra geld van ongeveer € 12 miljoen. Dit is in onderstaand overzicht verwerkt. De rentetarieven voor zowel lang als kort geld zijn het afgelopen jaar fors gestegen. Indien mogelijk wordt zo lang mogelijk met (goedkoper) kort geld gefinancierd. Dat wil zeggen via kasgeld en krediet in rekening courant. bedragen x € 1.000

Mutaties leningenportefeuille Stand per 1 januari 2024 Nieuwe leningen (conversie) Nieuwe leningen (financieringsbehoefte) Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen (conversie) Stand per 31 december 2024

Bedrag 30.980 0 12.000 4.555 0 38.425

Gemiddelde rente 1,86 0 4,00 0 0 2,21

Ongeveer € 5 miljoen van de totaalschuld per 31 december 2024 betreft het aandeel verstrekte hypotheken. Hiervoor wordt een rentevergoeding ontvangen. Per saldo heeft de gemeente circa € 33 miljoen aan vaste schuld. Schatkistbankieren Alle decentrale overheden zijn verplicht (wet Fido) om hun overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. De drempel voor het verplicht schatkistbankieren is vastgesteld op 2% van het begrotingstotaal inclusief mutaties op de reserves. Dit deel mag buiten de schatkist worden gehouden. Voor Aalten is de drempel voor 2024 berekend op € 1.619.338. Over de middelen die worden aangehouden in de schatkist wordt normaal gesproken rente vergoed. De schatkist biedt geen leen- of roodstandfaciliteit aan. Door de jaren heen maken wij relatief gezien weinig gebruik van de schatkist. Dit is in 2024 naar verwachting niet veel anders. De financieringsbehoefte wordt zo goed mogelijk afgestemd op de te verwachten investeringen en aflossingen.

Paragraaf Financiering

53

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Een deel van de gemeentelijke taken richt zich op het onderhoud van de openbare ruimte en kapitaalgoederen. Om deze kapitaalgoederen op een acceptabel niveau te houden, is goed beheer noodzakelijk. Gelet op de omvang van de te beheren kapitaalgoederen legt deze continu taak een substantieel beslag op budgettaire middelen. Het is daarom van groot belang om de omvang van de te beheren objecten in de openbare ruimte en de huidige kwaliteit volledig in beeld te hebben. Het beleid voor het uitvoeren van onderhoudsactiviteiten aan gemeentelijke kapitaalgoederen is opgenomen in de nota verkrijging/vervaardiging en onderhoud kapitaalgoederen. Op basis van looptijd moeten een aantal beleidsplannen opnieuw worden opgesteld. Aangezien er tot op heden nog wel mee gewerkt kan worden, is gekozen om te bekijken in welke vorm deze beleidstukken mee worden genomen in de nieuwe omgevingswet. Hieronder zal er per taakveld op worden ingegaan. Een deel van de gemeentelijke taken richt zich op het onderhoud van de openbare ruimte en kapitaalgoederen. Gelet op de omvang van de te beheren kapitaalgoederen legt deze taak een substantieel beslag op de middelen. Het beleid is opgenomen in de nota verkrijging/vervaardiging en onderhoud kapitaalgoederen.

Openbare ruimte Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) De voortdurende ontwikkeling en zorg die is gericht op het waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte waarmee de belanghebbenden tevreden zijn en zich betrokken weten, zodanig dat ook de leefbaarheid en de economische vitaliteit wordt gediend. De komende jaren wordt veel aandacht besteed om de openbare ruimte aan te passen waarbij aandacht is voor de klimaatdoelstellingen die zijn opgenomen in de klimaatadaptatie strategie. Ook krijgt duurzaamheid en biodiversiteit bij verschillende projecten de nodige aandacht. > Onderhoud wegen Voor het onderhoud van de wegen is in 2009 een beleidsnota wegen vastgesteld. Bij invoering van de Omgevingswet is bekeken of er een nieuwe beleidsnota wegen wordt opgesteld of dat dit wordt ondergebracht bij openbare ruimte in zijn algemeenheid. In 2024 komt er een update van de beleidsnota wegen komen. Wel is er in de wegennota onvoldoende rekening gehouden met klimaat en duurzaamheid. Voor zowel klimaat als duurzaamheid is beleid opgesteld welke geïmplementeerd moet worden voor het onderhoud van onze openbare ruimte in het algemeen en dus ook voor de wegen waar het onderhoud ligt bij de gemeente. Het groot onderhoud van de wegen steunt op jaarlijks geactualiseerde onderhoudsschema’s die uitgewerkt en/of bijgesteld worden na visuele inspecties.

In deze onderhoudsschema’s zijn de wegen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, opgenomen die voor de komende vijf jaar op de planning staan. De kosten voor groot onderhoud bedragen 2024 € 375.000 worden gedekt door een onttrekking aan de reserve onderhoud wegen. Deze reserve wordt jaarlijks met een gelijk bedrag van € 390.000 gevoed. Het groot onderhoud is ondergebracht in een moederbestek en daarbij is ervoor gekozen om niet alles uit te voeren. Het regulier jaarlijkse onderhoud van de wegen in 2024 is € 365.000. De reserve en het actuele meerjaren onderhoudsplan (MJOP) zijn op elkaar afgestemd. Hierbij is geen sprake van afwijkingen of achterstallig onderhoud. Uit inventarisatierondes van de wegen blijkt dat er geen noemenswaardige afwijkingen zijn ten opzichte van de actuele onderhoudsplannen. Er kunnen zich incidenten voordoen die direct worden opgelost. Deze staan los van de reguliere onderhoudsplannen. Investeringen worden geactiveerd en op grond van de economische levensduur afgeschreven. Ook staan in 2024 weer verschillende infrastructurele werken gepland zie hiervoor het investeringsschema. > Onderhoud bruggen en duikers Om het onderhoud en de instandhouding van onze bruggen en duikers te waarborgen is een meerjaren onderhoudsplan opgesteld. Jaarlijks worden alle bruggen en duikers geïnventariseerd en gecontroleerd.

Op basis hiervan wordt het reguliere onderhoud uitgevoerd. De lasten hiervoor in 2024 zijn € 54.000. Uit de inventarisatieronde blijkt verder dat het meerjaren onderhoudsplan nog steeds actueel is en er geen afwijkingen van het onderhoudsprogramma zijn geconstateerd.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

54

> Openbare verlichting In de begroting is jaarlijks een bedrag van € 47.000 opgenomen voor investering in vervanging van lichtmasten. Deze investering wordt in 30 jaar afgeschreven. Een aantal jaren geleden is een vervangingsplan openbare verlichting opgesteld. Bij vervanging van verouderde lichtmasten worden deze vervangen door lichtmasten met Led-verlichting. Het onderhoud van de openbare verlichting bedraagt € 75.000 structureel. De jaarlijkse kapitaallasten (afschrijving en rente) bedragen € 24.000. In 2023 is een aanzet gegeven voor het maken van beleid met betrekking tot de verlichting in de openbare ruimte waar de openbare verlichting een onderdeel van is. In 2023 zal hierover besluitvorming plaatsvinden. Aan dit nieuwe beleid is ook een beheer programma gekoppeld met daarin in de investeringen. Dit zal vanaf 2024 worden uitgerold. > Openbaar groen Gekoppeld aan ons groenbeleidsplan is er een groenbeheersplan waarop het jaarlijks onderhoud van het openbaar groen is gebaseerd. Door het onderhoud op basis van dit plan te laten uitvoeren kan het gestelde onderhoudsniveau worden gehandhaafd. Door de klimaatverandering treedt er vaker droogte op waar veel bomen last van ondervinden. Hierdoor zal de sterfte toenemen en moet er meer onderhoud gepleegd worden. Er is aanzet gemaakt om inzichtelijk te krijgen hoe we in de toekomst de uitgaven kunnen beperken.

Verder kijken we hoe we ons openbaar groen zo kunnen inrichten dat het voldoet aan het biodiversiteitsplan. > Speelvoorzieningen In 2014 is de speelnota Spelenderwijs Ontmoeten vastgesteld. De speelterreinen voldoen aan de nota Spelenderwijs Ontmoeten. Voor nu plegen we alleen regulier onderhoud en vervangen we toestellen als deze niet hersteld kunnen worden. Daarnaast worden de speeltoestellen jaarlijks gekeurd. Voor het onderhoud en de vervanging van speelvoorzieningen is structureel € 44.000 beschikbaar. > Riolering Het Verbreed Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) is de neerslag van de wettelijke verplichting dat de gemeente een rioleringsnota dient te hebben. Het GRP 2015-2019 is in 2015 door de raad vastgesteld. Het onderhoud en de vervanging van de riolering vindt volgens, in overeenstemming met de kaders van deze nota plaats. Ook wordt aangegeven hoe de maatregelen en investeringen worden bekostigd. Momenteel wordt nog gewerkt met het GRP 2015-2019, omdat dit plan nog aan de eisen voldoet en we aan willen sluiten bij de nieuwe Omgevingswet. De investeringen in de riolering worden geactiveerd, de lasten worden via de riooltarieven verhaald op de burgers. Eventuele overschotten of tekorten worden jaarlijks met de voorziening Riolering geëgaliseerd. Waar mogelijk worden reconstructies van wegen en vervanging van riolering gecombineerd.

De In 2021 zijn de stresstesten afgerond en is inzichtelijk geworden welke maatregelen moeten worden genomen om overlast door klimaatverandering te voorkomen. In 2023 is de een klimaatadaptatie strategie vastgesteld. Bij deze strategie speelt water en riolering een grote rol. In 2023 is begonnen aan de beleidsnotitie (nieuwe GRP). Ook het afkoppelen van regenwater wordt waar mogelijk actief opgepakt. Deze beleidsnotitie wordt in 2024 voorgelegd voor besluitvorming Gebouwenbeheer De gemeente heeft een aantal gebouwen in eigendom, beheer en onderhoud. Om waardevermindering van de gebouwen te voorkomen, is een goede staat van onderhoud noodzakelijk. Bij het beheer en onderhoud wordt onderscheid gemaakt tussen het beheer en onderhoud van het gebouw, alles wat aard- en nagelvast is (technisch onderhoud) en het beheer en onderhoud door de gebruiker (water, gas, elektra, telefonie, schoonmaak en dergelijke). Jaarlijks worden de gebouwen geïnspecteerd en de onderhoudsschema’s hierop aangepast. De meerjarenonderhoudsplannen zijn gekoppeld aan de reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen. De reserve wordt jaarlijks met een gelijk bedrag ad € 160.000 gevoed, zodat de lasten gelijkmatig in de exploitatie zijn opgenomen. Grote, vaak wisselende onderhoudskosten worden aan deze reserve onttrokken. Onttrekkingen worden door middel van de tussentijdse rapportages door de raad geautoriseerd.

Voor het reguliere, kleinere onderhoud is structureel budget in de begroting opgenomen. Ieder jaar wordt aan een aantal specifieke gebouwen extra aandacht gegeven door middel van clustering van onderhoudswerkzaamheden, waardoor een efficiency voordeel gehaald wordt. Het onderhoud van de diverse gebouwen van de gemeente wordt op verschillende manieren uitgevoerd.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

55

Gemeentelijke gebouwen, niet voor de gemeentelijke dienst bestemd Zowel het groot als het klein onderhoud van deze gebouwen komt voor rekening van de gemeente. Het groot onderhoud is in beeld gebracht door middel van een meerjarenonderhoudsplan (MOP). Onlangs zijn de eerste voorbereidingen genomen om het huidige MOP om te zetten naar een nieuwe Duurzaam meerjarenonderhoudsplan (DMJOP). Daarin worden ook de verduurzamingsmaatregelen opgenomen. De hieruit voortvloeiende onderhoudskosten worden in de nieuwe begroting opgenomen. Om deze kosten te dekken, is een reserve gevormd die jaarlijks met een gelijk bedrag wordt gevoed. Daarnaast is voor het reguliere jaarlijkse onderhoud een budget in de exploitatie opgenomen. Met de vaststelling van het onderhoudsplan is voldoende onderbouwing aanwezig om de gebouwen adequaat te onderhouden en in stand te houden. Voor de locatie A-hof, waarin Figulus is gehuisvest, worden renovatiewerkzaamheden voorbereid. Hier zijn al diverse vooronderzoeken uitgevoerd, alsmede de subsidiemogelijkheden doorgenomen. Onder andere zal het gehele dakoppervlak worden geïsoleerd volgens de huidige normering. Gemeentelijke huisvesting Locaties Hofstraat 8, Markt 7 en Gemeentewerf Derde Broekdijk 1E Het onderhoud aan deze gebouwen is in het MOP opgenomen. Het opstellen van een nieuw DMJOP is voorbereid en zal volgend jaar in de begroting meegenomen worden.

Er zijn geen bijzonderheden, bij de locatie Hofstraat is het verhuurde deel aan de Rabobank in bruikleen gegeven voor opslag goederen voor gevluchte Oekraïners. Momenteel is in onderzoek op welke manier de ruimte in de toekomst gebruikt gaat worden. Na de installatie van zonnepanelen op het dak van de verbouwde gemeentewerf zijn de mogelijkheden onderzocht om stappen te maken in de verduurzaming van ons vastgoed. Via de Provincie Gelderland is deelgenomen aan het project Klimaat Klaar en is er een duurzaamheidsadvies uitgebracht voor drie gebouwen, het Gemeentehuis, Gemeentekantoor en de Sporthal Eurohal. Hier gaat een plan van aanpak voor uitgewerkt worden en de subsidiemogelijkheden onderzocht. Dit gaat vooruitlopend op de nieuwe DMJOP’s uitgevoerd worden.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

56

Paragraaf Grondbeleid Onder grondbeleid wordt verstaan het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om ruimtelijke doelstellingen te realiseren. Het omvat alle strategieën van de gemeente rond het verwerven, beheren, bewerken en uitgeven van gronden. Het grondbeleid heeft grote invloed op en samenhang met de realisatie van beleidstaken zoals ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting, verkeer en vervoer, cultuur, sport en recreatie en economische structuur. Daarnaast kan het grondbeleid grote financiële gevolgen hebben. De resultaten, maar vooral de financiële risico’s, zijn van belang voor de financiële positie van de gemeente. Daarom is transparantie van grondbeleid van groot belang. In de Nota Vastgoed Gemeente Aalten, in 2014 vastgesteld door de raad, is het begrip grondbeleid omschreven als een activiteit van de lokale overheid, waarbij op een uitvoeringsgerichte wijze sturing wordt gegeven aan de ruimtelijke ordening, ten einde een goede en evenwichtige inrichting van de ruimte te verkrijgen. Hierbij kunnen ook die voorzieningen worden gerealiseerd die in de regel niet door de particuliere sector worden ontwikkeld (zoals sociale woningen, sociaal-culturele voorzieningen, openbaar vervoer en infrastructuur). Bovendien is grondbeleid een beleidsveld waar de lokale overheid doelen op kan realiseren.

Met behulp van deze nota wordt inzicht gegeven in de rol van de gemeente in het beleidsproces en worden voorstellen gedaan op welke wijze de inzet van het aan de gemeente beschikbaar gestelde instrumentarium in het beleidstraject kan worden verbeterd gericht op effectiviteit van het te voeren grondbeleid. Er wordt in het grondbeleid onderscheid gemaakt in actief en passief (faciliterend) beleid. In deze nota is het accent verschoven van actief naar passief grondbeleid. Indien bij specifieke projecten/nieuwe ontwikkelingen actief grondbeleid gewenst is, dan wordt hiertoe separaat besloten. In genoemde nota worden verder de beschikbare instrumenten beschreven die de gemeente ten dienste staan bij het voeren van een optimaal grondbeleid. Daarnaast wordt ingegaan op de organisatie van het gemeentelijk grondbeleid met betrekking tot de bestuurlijke en ambtelijke verantwoordelijkheid, op de financiële en administratieve randvoorwaarden en op het uitgiftebeleid van de aangekochte gronden. Op 28 februari 2023 is de Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030 vastgesteld. In de woonagenda zijn voor de periode 2023 tot en met 2030 de woonambities en-doelen vastgelegd. Om mede ter uitvoering van de woonagenda slagvaardig te kunnen handelen, heeft de raad in september om een permanent aankoopkrediet ten behoeve van (strategische) aankopen van € 2,5 miljoen beschikbaar gesteld.

Over de besteding hiervan wordt de raad zo spoedig mogelijk geïnformeerd. Na het informeren van de raad wordt het krediet aangevuld. Op deze wijze kan er nooit meer dan € 2,5 besteed worden zonder de instemming van de gemeenteraad. In 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Dit is een goed moment om het gemeentelijk grondbeleid te herzien. > Risico’s grondexploitatie Op grond van de begrotingsvoorschriften worden de risico’s jaarlijks ingeschat en wordt waar nodig per complex een voorziening ten laste van het resultaat getroffen. Voor de gronden onderscheiden we een drietal categorieën 1. Gronden en terreinen niet in exploitatie; 2. Faciliterend grondbeleid; 3. Bouwgrond in exploitatie (BIE). 1. Gronden en terreinen niet in exploitatie Tot deze categorie worden onder meer Westrand Aalten, Bedrijventerrein Het Broek (uitbreiding Cattier) en De Wegwijzer gerekend. Er zijn diverse ontwikkelingen ten aanzien van deze onderdelen. Daarnaast behoren tot deze categorie gronden die voorlopig niet worden ontwikkeld en die in een eerder stadium zijn geschrapt binnen bestaande complexen. De boekwaarde op 31 december 2022 van deze categorie bedraagt € 3.657.088. Westrand Aalten In 2015 is met de firma J.H. Aalbers en Zoon Aalten BV een overeenkomst gesloten om tot verkoop en ontwikkeling van een deel van het voormalige plangebied Werklandschap Aalten te komen.

In 2018 is in verband hiermee het bestemmingsplan Aalten Bedrijventerrein Westrand vastgesteld. De Raad van State heeft in 2019 het besluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan vernietigd, met name als gevolg van de stikstofproblematiek. Eind 2019 is het bestemmingsplan Aalten Bedrijventerrein Westrand opnieuw vastgesteld. Het bestemmingsplan is op het gebied van stikstof nader onderbouwd. De Raad van State heeft bij uitspraak van 21 juli 2021 het beroep van één appellant niet-ontvankelijk verklaard. De wel ontvankelijke beroepen zijn ongegrond verklaard. Hiermee zijn de besluiten onherroepelijk in werking getreden en kan verdere uitvoering worden gegeven aan de vestiging van de firma Aalbers op de betreffende locatie. Paragraaf Grondbeleid

57

Bij besluit van 18 juli 2023 heeft het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland een omgevingsvergunning verleend. Op het moment dat deze onherroepelijk in werking is getreden, zal de grond geleverd worden aan Aalbers. Bedrijventerrein Het Broek (uitbreiding Cattier) In 2019 is Bedrijventerrein Het Broek (uitbreiding Cattier) door de gemeente aangekocht. Dit terrein is verkocht aan Kaemingk BV, die op de locatie een bedrijfshal wil realiseren. Hiervoor is het nodig dat het bestemmingsplan ter plekke wordt aangepast. Met Kaemingk en diverse omwonenden is hierover gesproken. Het plan heeft, mede door de beoogde landschappelijke inpassing, draagvlak in de omgeving. Het bestemmingsplan hiervoor is op 19 april 2022 door uw raad vastgesteld. Tegen dit besluit is beroep aangetekend bij de Raad van State. Dit beroep is op het moment van schrijven nog niet inhoudelijk behandeld. De Wegwijzer Voor deze locatie is in 2022 een ontwikkelcompetitie opgestart. Als resultaat van deze ontwikkelcompetitie gaat Klaassen Groep BV 15 woningen realiseren in het plangebied. Momenteel worden de plannen verder uitgewerkt. Vervolgens wordt een bestemmingsplan ten behoeve van deze ontwikkeling in procedure gebracht. Naar verwachting vindt vaststelling van het plan in de tweede helft van dit jaar plaats en kan de uitgifte daarna starten.

Voorts is op 7 juli 2020 door uw raad het Plan van Aanpak betaalbare (tijdelijke) huurwoningen kleine kernen vastgesteld. Uitvoering van dit Plan van Aanpak kan erin resulteren dat grond vanuit de ‘categorie Gronden en terreinen niet in exploitatie’ weer in exploitatie wordt genomen. Inmiddels zijn er Uuthuuskes gerealiseerd in De Haart, De Heurne, IJzerlo en Lintelo. 2. Faciliterend grondbeleid Tot deze categorie behoren de gronden die in eigendom zijn van derden. Bij de ontwikkeling daarvan treedt de gemeente faciliterend op. De door de gemeente gemaakte kosten worden op de private partij verhaald. Afspraken hierover worden vastgelegd in een overeenkomst. In beginsel verloopt dit budgettair neutraal. Het gaat eind 2022 nog om drie projecten. Bij de complexen vallend onder deze categorie wordt er in principe van uitgegaan dat de door de gemeente gemaakte kosten minus opbrengsten uiteindelijk minimaal gecompenseerd worden door de met de ontwikkelaars overeengekomen exploitatiebijdragen. Bij de beoordeling per complex is dan ook vastgesteld dat met betrekking tot geen enkel complex een financieel risico wordt gelopen. 3. Bouwgrond in exploitatie (BIE) Dit zijn de gronden in eigendom van de gemeente waarvoor de raad een grondexploitatiecomplex en een begroting heeft vastgesteld. Het betreft zowel woningbouw als bedrijventerreinen.

Eind 2022 zijn nog drie grondcomplexen in exploitatie. Volgens de laatste hercalculaties (van ultimo 2022) worden daarvan de volgende resultaten verwacht: bedragen x € 1.000

Bouwgrond in exploitatie (BIE) Kern de Heurne herziening 2021 ‘t Warmelinck Kraaienboom

Uitkomst Resultaat 282 Positief 3 Positief 30 Negatief

Van alle bouwgrond in exploitatie zijn per ultimo 2022 de bestaande financiële risico’s in beeld gebracht. Daar waar een negatief financieel resultaat is berekend, is een voorziening getroffen. De totale voorziening bedraagt per 31 december 2022 € 30.000. Overige ontwikkelingen Op het moment van schrijven vinden er onderhandelingen plaats over grondverwervingen in Lintelo en IJzerlo. Dit ten behoeve van de uitbreiding van de kernen met een bescheiden aantal woningen. Conclusie De bedrijfsvoering en financiële administratie van de grondexploitaties is adequaat. De processen met betrekking tot het grondenbeheer zijn beschreven en de taken en bevoegdheden tussen Openbare Ruimte en Informatiebeheer zijn organisatorisch voldoende afgebakend. Per ultimo 2022 zijn van alle complexen met een kostprijsopzet de kostprijscalculaties geactualiseerd en de complexen met alle overige gronden beoordeeld, geanalyseerd en, voor zover mogelijk, geactualiseerd. Hiermee is een juist en volledig inzicht verkregen in de bestaande boekwaarde van de complexen en de toekomstige resultaten. In de door de raad vastgestelde Nota Vastgoed Gemeente Aalten vindt het grondbeleid het formele kader.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=caf66f20-ef87-4e93-8921-0b0d80bd30b4