Programmabegroting 2022.pdf
Tekst van het document
Op grond van zijn wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van de gemeente te bevorderen, heeft de burgemeester een stuurgroep integriteit ingesteld om invulling te geven aan deze opdracht. Deze stuurgroep heeft begin 2021 een Plan van aanpak herijking beleid met betrekking tot bestuurlijke en ambtelijke integriteit (plan van aanpak) en een voorstel voor de Kaders en uitgangspunten Integriteitsbeleid gemeente Aalten (kadernota) opgesteld. De gemeenteraad heeft deze kadernota op 22 maart 2021 vastgesteld. De kadernota geeft naast de (wettelijke) kaders weer wat de doelstellingen en uitgangspunten van het gemeentelijk integriteitsbeleid zijn en welke rollen en verantwoordelijkheden daarbinnen onderscheiden worden. Het plan van aanpak geeft de af te leggen route en planning voor het nieuwe integriteitsbeleid. De stuurgroep kiest voor een gefaseerde aanpak op grond waarvan eerst de kaders en uitgangspunten van het nieuwe integriteitsbeleid vastgesteld zijn. In de volgende fase worden deze kaders en uitgangspunten uitgewerkt in regelingen en protocollen voor de bestuurlijke integriteit en de ambtelijke integriteit, waaronder de gedragscodes. Deze fase is inmiddels zodanig gevorderd dat de diverse regelingen in de tweede helft van 2021 kunnen worden vastgesteld.
De gemeente Aalten beschikt dan nog dit jaar over een volledig herschreven en actueel integriteitsbeleid met gedetailleerde uitwerking in de diverse regelingen voor de bestuurlijke en de ambtelijke integriteit. Daarnaast is voortdurende bewustwording van groot belang. Daarom worden in de daaropvolgende fase twee permanente werkgroepen ingesteld voor het onder aansturing van de stuurgroep opstellen en uitvoeren van implementatieprogramma’s: de werkgroep implementatie bestuurlijke integriteit en de werkgroep implementatie ambtelijke integriteit. Deze beide werkgroepen starten in de tweede helft van 2021. De door de werkgroepen voor te bereiden implementatieprogramma’s bestaan uit diverse bewustwordingsactiviteiten, die structureel ingebed worden. 8. Digitalisering, informatisering en automatisering De IT-samenwerking bestaat op dit moment uit 14 organisaties waaronder de vijf gemeenten Aalten, Oude IJsselstreek, Doetinchem, Doesburg en Bronckhorst en daarnaast negen verbonden partijen (bijvoorbeeld de ODA, Laborijn en het Erfgoedcentrum). Binnen de IT-samenwerking wordt samengewerkt op het gebied van automatisering en IT-systemen. De IT-samenwerking ondersteunt hiermee ruim 1.800 gebruikers. Onderwerpen die in 2022 op de agenda staan zijn het verder uitbreiden van de cloud en de onderlinge samenhang en koppelingen tussen deze cloud-leveranciers.
2022 staat ook in het teken van bewustzijnstrainingen rond informatieveiligheid en privacy. Aanvallen van hacking, phishing en ransomeware zijn aan de orde van de dag. Daarbij is de mens zelf vaak de zwakste schakel. Het begint namelijk bij het herkennen van de hackpogingen en het juist handelen door de medewerker na een hack- of phishingpoging. Door het trainen van de medewerkers wordt onze weerbaarheid bij een aanval vergroot. De Omgevingswet is uitgesteld tot 1 juli 2022. Deze tijd is nodig om de nieuwe applicaties van de Omgevingswet te vullen en aan te sluiten op het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Gedreven door de Covid periode en de aankomende post Covid periode wordt er in 2022 meer gewerkt vanuit een hybride werkplekomgeving. De werkplekomgeving bevindt zich niet meer altijd binnen het kantoorpand en de vergaderingen vinden niet altijd allemaal fysiek plaats. Het wordt een mix van digitaal en fysiek vergaderen. Het plaats onafhankelijk werken heeft hiermee een grote vlucht genomen. Het jaar 2022 staat dus ook in het teken van het verder ontwikkelen, aanschaffen en stimuleren van technische hulpmiddelen om het hybride werken verder te ondersteunen. Uiteraard alles onder de paraplu van de privacy en informatieveiligheid. Paragraaf Bedrijfsvoering
46
9. Inkoop Per 1 januari 2022 is de nieuwe inkoopstrategie van toepassing binnen de Wmo en Jeugdzorg. Het openhouse model is komen te vervallen. Er wordt gestart met een zogeheten lumpsum financiering. Zorgaanbieders worden gecontracteerd voor de diverse percelen met een maximale looptijd van 7 jaar. Het eerste half jaar van 2022 is nog een overlap met zorgaanbieders die via het open-house model zorg leveren, maar niet gecontracteerd zijn voor deze nieuwe periode. Op 20 juli 2020 heeft het college besloten aan te sluiten bij het convenant “social return on investment”. In 2021 hebben alle Achterhoekse gemeenten hiermee ingestemd. Daarmee is een uniforme werkwijze bij de inkoop gerealiseerd als het gaat over SROI. Hierbij wordt aan uitvoerders/leveranciers van gemeentelijke opdrachten gevraagd (ontwikkel)kansen te geven aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De klachtenregeling die sinds eind 2017 van kracht is binnen de Achterhoekse gemeenten wordt aangepast. Die gebeurt met inbreng van de VNG die op dit moment nog onderzoek hiernaar doet. Doordat duurzaamheid en circulariteit steeds belangrijker worden binnen de inkoop en de ‘nota duurzaamheid Achterhoekse gemeenten’ dateert uit 2009, moet deze vernieuwd worden. Hoe we dit gaan aanpakken is nog niet bekend.
Er wordt begonnen met het gebruik van een “startformulier Inkoop” welke als handvat kan dienen, zodat zaken niet vergeten of overgeslagen worden. Ook in 2022 wordt op inkoop- en aanbestedingsgebied zoveel mogelijk samenwerking gezocht binnen de Achterhoekse gemeenten. 10. Subsidieverwerving Ook in 2022 worden alle subsidiemogelijkheden zo goed mogelijk benut. Via de subsidie database, https://www.vindsubsidies.nl wordt dagelijks bijgehouden welke subsidies interessant kunnen zijn voor de gemeente Aalten. Geregeld vindt communicatie plaats tussen de subsidiecoördinator en de beleidsmedewerker om elkaar op de hoogte te houden van de lopende projecten en subsidiemogelijkheden. Veel subsidies zijn niet in directe zin bedoeld voor de gemeente maar voor onderzoeksinstellingen, onderwijsinstellingen, bedrijven, verenigingen, stichtingen, samenwerkingsverbanden en particulieren. Bij het Rijk, de provincie en op Europees niveau maak je de meeste kans op subsidies door samen te werken in grotere verbanden en innovatief te zijn. Als gemeente is het dan ook goed om regionaal de samenwerking op te zoeken. Dit komt ook naar voren uit het onderzoek subsidieverwerving uitgevoerd in opdracht van de Rekenkamercommissie, dat in 2021 is uitgevoerd. Het uitbreken van het coronavirus heeft een enorme impact op de economie en onze samenleving gehad.
Het Rijk heeft veel geld beschikbaar gesteld in de vorm van subsidies. Ook de provincie Gelderland heeft subsidies verstrekt aan gemeenten, onderwijs & arbeidsmarkt en sociale initiatieven. Hierdoor is de economie zoveel mogelijk draaiende gehouden. Naar verwachting blijven het Rijk en de provincie Gelderland subsidies inzetten voor projecten op het gebied van duurzaamheid, cultuur en erfgoed, onderwijs en arbeidsmarkt, wonen, recreatie, toerisme en een gezonde en veilige samenleving. 11. Overige onderwerpen Voor de ontwikkelingen rondom de dienstverlening, de nieuwe website, de e-diensten, ondermijning – binnengemeentelijke adreskwaliteit en de gemeenteraadsverkiezingen 2022 staat informatie opgenomen bij de ontwikkelingen binnen programma 3 Bedrijfsvoering. 12. Uurtarief ten behoeve van doorberekeningen Voor het doorberekenen van diverse werkzaamheden wordt gewerkt met een uniform uurtarief. Er is een berekening gemaakt op basis van totale loon- en overheadkosten voor het tarief per uur. Dit resulteert in een tarief voor 2022 van € 69. In 2021 was het uurtarief ook € 69. Dit uurtarief wordt gebruikt voor onder meer het bepalen van de legestarieven en voor de toerekening van de kosten aan riolering en afvalverwerking. Onderbouwing uurtarief 2022 Loonkosten Overhead Uurtarief
Kosten € 13.107.000 € 6.376.000
Uren 283.931 283.931
Uurtarief € 46 € 23 € 69
13. Verplichte beleidsindicatoren Naam indicator Eenheid 1 Formatie 2 Bezetting 3 Apparaatskosten 4 Externe inhuur 5 Overhead
fte per 1.000 inwoners fte per 1.000 inwoners kosten per inwoner % van totale loonsom % van totale lasten
Paragraaf Bedrijfsvoering
2022 6,69 6,69 € 638,40 0,51% 11,84% 47
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf weerstandsvermogen geeft inzicht in: • de mate waarin de gemeente belangrijke financiële risico’s loopt; • de financiële buffer (weerstandscapaciteit) die zij daarvoor achter de hand heeft. Voor een beoordeling van het weerstandsvermogen worden in deze paragraaf de bedoelde risico’s geconfronteerd met de aanwezige weerstandscapaciteit. bedragen x € 1.000
1. Weerstandscapaciteit Met weerstandscapaciteit worden al die elementen bedoeld waarmee tegenvallers kunnen worden opgevangen, zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico's te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, moet worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. De weerstandscapaciteit wordt onderverdeeld in structurele en incidentele weerstandcapaciteit. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit structurele middelen in de begroting waarmee optredende risico’s kunnen worden opgevangen. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden aangewend. Bepaling van de weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit Rekeningresultaat Het verwachte positieve resultaat Vrij aanwendbare algemene reserve De algemene reserve is de reserve waaraan de raad geen specifieke bestemming heeft gegeven en die een financiële bufferfunctie heeft. Op dit moment is hiervan nog niets bestemd. Bestemmingsreserves Deze reserves zijn beklemd. Stille reserve effecten De stille reserve in deze financiële vaste activa wordt niet meegenomen in de berekening, omdat de verhandelbaarheid van deze aandelen (Alliander, Vitens, BNG en ROVA) zeer beperkt is.
Stille reserve activa Deze stille reserve bestaat uit de bezittingen waarvan de waarde bij verkoop hoger is dan de boekwaarde. Op basis van ervaring zetten we een derde deel in. Totaal incidentele weerstandscapaciteit Structurele weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit
Hieronder wordt voor de OZB de ruimte opgenomen die er is tussen onze eigen tarieven en de normtarieven voor de zogenaamde artikel 12 gemeenten. De overige belastingen/heffingen zijn kostendekkend of van geringe betekenis. Aangezien geen rente meer toegevoegd wordt aan de reserves is inzet niet mogelijk.
1 10.433
0 0
987
11.421
1.537
Rentebaten algemene reserve vrij besteedbaar Onvoorzien (structureel) Totaal structurele weerstandscapaciteit
200 1.737
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
13.158
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
0
48
2. Risico’s Het hebben van risico’s is inherent aan het uitoefenen van een organisatie zoals een gemeente. Het is echter van belang deze risico’s te kennen en hier adequate maatregelen voor te treffen (verzekeren) dan wel risico’s te wegen bij het aangaan ervan of hier tijdig op in te spelen. Een overzicht van de risico’s wordt steeds geactualiseerd. De 25 belangrijkste risico’s worden beschreven en gekwantificeerd. De tien grootste worden afzonderlijk genoemd. Bij een zekerheidsniveau van 99% is de aan te houden reserve voor de gemeente Aalten volgens de nieuwe berekening € 6,3 miljoen. Dit houdt in dat, als de gemeente Aalten dit bedrag als reserve op haar balans aanhoudt, zij in 99 van de 100 jaar voldoende reserves heeft om de schades op te vangen, maar in één jaar is er niet genoeg. In de begroting zijn de meest actuele risico’s opgenomen. Risico Budgettaire tekorten bij partijen waar door de gemeente uitbestede gemeentelijke taken zijn neergelegd. Ook kunnen deelnemende gemeenten individueel besluiten nemen die voor andere gemeenten nadelige gevolgen hebben (bijvoorbeeld uittreding). Budget Jeugdzorg
Mogelijk gevolg Politieke druk om financiële steun te bieden
% 6,1%
Overschrijding budget Beleid aanpassen Overschrijding budget Beleid aanpassen Nadelige gevolgen voor politiek bestuur. Schadeclaim van het betreffende bedrijf. Demografische ontwikkelingen zorgen voor andere vastgoedvraag. Hierdoor daalt de waarde. Financieel (bezuinigingen of belasting omhoog). Faillissementen, steunvraag, handhaving, ziekte. Onvoldoende steun van het Rijk Financieel
6,1%
Dataverlies Uitval /verlies van productie (algemeen) Taken worden niet voldoende of niet tijdig uitgevoerd. Mogelijke uitval van medewerkers. Mogelijke kosten voor extra inhuur van medewerkers. Totaal van de tien grootste risico’s (52,6% van het totale risicoprofiel) Totaal overige risico’s (47,4% van het totale risicoprofiel) Totaal alle 25 risico’s
4,6%
Budget Wmo Stikstof: Ontwikkelingen Westrand. Plannen Aalbers door RvS van tafel geschoven Uitvoering van raadsbesluit inzake regionale (en lokale) woonagenda en kernenfoto's Algemene uitkering, bezuiniging Rijk COVID-19: besmettingsgevaar, uitbraak, nieuwe varianten Integraal huisvestingsplan voor het onderwijs. Veel scholen in Aalten zijn verouderd en door corona worden strengere eisen ten aanzien van klimaat gesteld. Virusaanvallen op ICT-gebied/ Hacks/ thuiswerken Hoge werkdruk
6,1% 6,1% 5,5%
4,9% 4,9% 4,6%
3,7%
3.300 3.000 6.300
Het terugbrengen van de reserves naar dit niveau is niet wenselijk, aangezien er niet voorzienbare toekomstige ontwikkelingen zijn die mogelijk leiden tot additionele risico’s in de toekomst. Een aanvullende buffer is daarom gewenst. Deze noodzakelijke buffer is op basis van ervaring opgenomen voor een bedrag van het begrotingstotaal. Dit komt neer op een buffer van € 6,5 miljoen.
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
49
3. Weerstandsvermogen Het vermogen van een gemeente om tegenvallers op te vangen zonder dat de continuïteit van deze gemeente in gevaar komt. Dit wordt uitgedrukt als de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van onze gemeente voor het begrotingsjaar, maar ook voor de meerjarenraming. Ratio weerstandsvermogen 2022 =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Weerstandscapaciteit, incidenteel Weerstandscapaciteit, structureel Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
11.421 1.737 13.158
Gekwantificeerde risico’s Buffer Aalten norm Totale benodigde weerstandscapaciteit
6.300 6.500 12.800
Saldo/overschot Ratio onder andere gehanteerd door provincie >2 = Uitstekend 1,4 - 2,0 = Ruim voldoende
1,0 - 1,4 0,8 - 1,0
358 1,03
= Voldoende = Matig
0,6 - 0,8 < 0,6
= Onvoldoende = Ruim onvoldoende
Voldoende
De uitkomst van de ratio (1,03) is nog net voldoende, maar is ten opzichte van de jaarrekening (1,11) licht gedaald. Het verwachte negatieve rekeningresultaat over 2021 (€ 821.000) leidt tot een lagere beschikbare weerstandscapaciteit. Hierbij moet opgemerkt worden dat deze ratio altijd een momentopname betreft. Verplichte kengetallen Onderstaande kengetallen helpen bij het verkrijgen van inzicht in de financiële positie van een gemeente. Deze kengetallen geven aan hoe we er als gemeente voor staan. De categorieën zijn gebaseerd op de norm van de provincie (groen is voldoende, oranje matig en rood onvoldoende).
Verplichte kengetallen
Werkelijk 2020
1a. Netto schuldquote (NS) 1b. NS gecorrigeerd voor alle leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Structurele exploitatieruimte 4. Grondexploitatie 5. Belastingcapaciteit
41,0% 26,8% 31,1% 0,1% 2,0% 75,4%
Norm provincie Gelderland 1a. Netto schuldquote (NS) 1b. NS gecorrigeerd voor alle leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Structurele exploitatieruimte 4. 5.
Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Raming na wijziging 2021 42,5% 39,2% 28,1% 3,6% 0,6% 73,8%
Begroot Begroot Begroot Begroot 2022 2023 2024 2025 45,4% 41,8% 28,3% 1,0% 0,6% 75,4%
47,0% 43,4% 26,1% -2,5% 0,6% 75,4%
Categorie A Categorie B tot 90% tussen 90% tot 135% tot 90% tussen 90% tot 135% hoger dan 50% tussen 20% tot 50% begroting en meer- begroting of meerjaren hoger dan 0% jaren hoger dan 0% tot 20% tussen 20% tot 35% tot 95% tussen 95% tot 105%
47,7% 44,2% 23,2% -3,6% 0,6% 75,4%
51,5% 48,1% 19,4% -4,7% 0,6% 75,4%
Categorie C hoger dan 135% hoger dan 135% kleiner dan 20% begroting en meerjaren kleiner dan 0% hoger dan 35% hoger dan 105%
De solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer van het eigen vermogen ten opzichte van het totaal vermogen. Oftewel in hoeverre gemeentelijke bezittingen met eigen middelen betaald zijn. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft weer of de begroting in meerjarig opzicht structureel sluitend is. De komende jaren neemt ons eigen vermogen af, als gevolg van de voorlopige meerjarige tekorten (zie ook de geprognosticeerde balans). Dit heeft een negatief effect op zowel de solvabiliteitsratio als de structurele exploitatieruimte. Echter zoals in de inleiding aangegeven, gloort er een fikse compensatie met het nieuwe verdeelstelsel en de compensatie jeugdzorg in het vooruitzicht. Omdat de begroting altijd op de meicirculaire is gebaseerd, blijven beide ‘groot geld’ issues nog buiten de cijfers van deze voorliggende begroting.
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
50
Paragraaf Lokale heffingen In de paragraaf lokale heffingen wordt ingegaan op de ontwikkelingen van de verschillende belastingen en heffingen en de consequenties voor onze inwoners en ondernemers. Daarbij wordt aandacht besteed aan de totstandkoming van de tarieven en de beleidskeuzes die daaraan ten grondslag liggen. Verder wordt inzicht gegeven in de kostendekking van een heffing. Voor de lokale heffingen zijn de uitgangspunten zoals die zijn opgenomen in de kaderbrief 2022 leidend. Uitgangspunt is onder andere dat lokale belastingen en heffingen voor de inwoner niet meer stijgen dan de jaarlijkse inflatie. Uitzondering daarop is de OZB die op 3% verhoging is geraamd. In de kaderbrief 2022 is uitgegaan van een algemene prijsstijging van 2,5%. Wettelijke bepalingen In de Gemeentewet staan de lokale heffingen die een gemeente mag heffen limitatief opgesomd. Deze heffingen worden verdeeld in algemene belastingen en rechten. De algemene belastingen zijn: onroerendezaakbelasting, hondenbelasting, reclamebelasting, forensenbelasting en toeristenbelasting. De opbrengsten van deze belastingen zijn door een gemeente vrij te besteden. De rechten zijn: afvalstoffenheffing, rioolheffing en diverse leges en overige rechten voor dienstverlening op verzoek.
De tarieven van deze rechten moeten zodanig worden vastgesteld dat de opbrengsten de kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. Op grond van het BBV is een gemeente daarom verplicht een kostenonderbouwing op te nemen waaruit de maximale kostendekkendheid van 100% blijkt. Geraamde opbrengsten uit lokale heffingen Overzicht belastingen en heffingen Onroerendezaakbelasting (OZB) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Hondenbelasting Reclamebelasting Forensenbelasting Toeristenbelasting Marktgeld Secretarieleges Bouwleges Begraafrechten Totaal
2022 5.208 1.435 1.983 185 65 98 103 22 372 308 302 10.081
2021 5.073 1.431 1.923 181 64 98 90 21 437 395 270 9.983
bedragen x € 1.000
Ontwikkeling van de lokale heffingen Onroerendezaakbelasting (OZB) De OZB zorgt voor de hoogste belastingopbrengst en wordt gesplitst in een eigenaarsdeel (woningen en niet-woningen) en een gebruikersdeel (niet-woningen). De grondslag van de aanslag is de vastgestelde WOZ-waarde van de onroerende zaak. Voor het belastingjaar 2022 geldt een vastgestelde WOZ-waarde naar waardepeildatum 1 januari 2021. Voor deze begroting zijn alle mutaties van dit moment en een algemene waardeontwikkeling van 10% meegenomen. Voor het nieuwe tijdvak bedraagt de gemiddelde waarde van een woning circa € 258.400 (2021 € 232.275). Voor het jaar 2021 is een totale verhoging van de OZB van 3,0% begroot. Deze bedraagt € 135.000 en komt uit het dekkingsplan begroting 2020 – 2023. In het woonlastenoverzicht staat de uitwerking daarvan. De voorgestelde tarieven zijn: Tarieven onroerendezaakbelasting (OZB) Woningen - eigenaarsdeel Niet – woningen - eigenaarsdeel - gebruikersdeel
Paragraaf Lokale Heffingen
2022
2021
0,1158 %
0,1253 %
0,2102 % 0,1567 %
0,2070 % 0,1544 %
51
In de berekening van de tarieven is de meeropbrengst OZB 2021 verwerkt, zodat bij een gemiddelde waardestijging van woningen van 10,0%, het tarief met 7,6% kan dalen om de verhoging van 3,0% te behalen. De tarieven voor de niet-woningen worden aangepast aan de gemiddelde waardestijging van 1% en de opbrengstverhoging van 3%. Alle tarieven zijn berekend aan de hand van voorlopige WOZ-waarden. In de raadsvergadering van december 2021 wordt de verordening OZB vastgesteld. Op dat moment zijn de definitieve WOZ-waarden bekend. Indien daartoe aanleiding is, worden de tarieven bijgesteld. Afvalstoffenheffing Een gemeente heeft de wettelijke plicht tot het inzamelen van (huishoudelijk) afval bij huishoudens en mag de kosten daarvan verhalen op de burger. In de gemeente Aalten wordt het omgekeerd inzamelen toegepast. Naast het vastrecht, wordt alleen een afrekening verzonden voor het aantal aanbiedingen respectievelijk ledigingen van restafval. Het gemiddelde aantal aanbiedingen van een huisvuilzak en ledigingen van een restafvalcontainer is 12 huisvuilzakken of vijf ledigingen per jaar. De tarieven voor 2022 kunnen gelijk blijven. De afgelopen jaren is steeds een deel aan de opgebouwde voorziening onttrokken. Deze zou eind 2021 leeg zijn. Door meevallers op de afrekening van 2020 kan deze nog een jaar langer aangesproken worden.
Voor 2022 wordt € 271.000 uit de voorziening gehaald waardoor er geen tariefsverhoging hoeft plaats te vinden. Daarmee is de voorziening eind 2022 leeg. Hierdoor gaat het tarief vanaf 2023 extra stijgen (vastrecht met naar verwachting +- € 20 per huishouden). Tarieven afvalstoffenheffing (in €) Vastrecht per huishouden Per aanbieding van een huisvuilzak 40 liter Per lediging van een restcontainer 140 liter Per lediging van een restcontainer 240 liter
2022 95,00 1,80 6,30 10,80
2021 95,00 1,80 6,30 10,80
Rioolheffing Uit de rioolheffing wordt niet alleen voorzien in rioleringskosten, maar ook in de kosten van de afvoer van regenwater en grondwater. Deze kosten zijn opgenomen in het GRP. De tarieven worden met 1,4% verhoogd. De aanslagen worden berekend op basis van het werkelijke waterverbruik en worden via de waternota van Vitens geïnd. Tarieven rioolheffing (in €) Tot 2.500 m³, per m³ afvalwater Van 2.500 m³ tot 5.000 m³, per m³ Boven 5.000 m³, per 1.000 m³ Per m² verharde oppervlakte
2022 1,41 1,07 70,94 0,54
2021 1,39 1,06 69,96 0,53
Reclamebelasting De gemeente int reclamebelasting bij ondernemers in de winkelgebieden in Aalten en Dinxperlo. De opbrengst wordt ter beschikking gesteld aan de ondernemersfondsen in beide kernen en zij organiseren daarmee allerlei activiteiten in die gebieden. Tarief reclamebelasting (in €) Gebied Aalten, vast bedrag per object Gebied Dinxperlo, vast bedrag per object
2022 449,00 324,00
2021 438,50 316,50
Toeristenbelasting en forensenbelasting In 2020 is afgesproken om het tarief voor de toeristenbelasting jaarlijks te indexeren, maar pas te verhogen als het een veelvoud van € 0,05 heeft bereikt. De algemene tariefsverhoging bedraagt 2,5%, zodat het geïndexeerde tarief € 1,31 bedraagt. Het vast te stellen tarief wordt dus gewijzigd naar € 1,30. De tarieven van de forensenbelasting worden met 2,5% verhoogd. Tarief toeristenbelasting (in €) Tarief per persoon per overnachting Forfaitair tarief
Paragraaf Lokale Heffingen
2022 1,30 189,00
2020 1,25 182,00
52
Tarieven forensenbelasting (in €) Waarde object € 30.000,00 of minder € 30.001,00 t/m € 60.000,00 € 60.001,00 t/m € 120.000,00 € 120.001,00 t/m € 180.000,00 € 180.001,00 t/m € 240.000,00 € 240.001,00 t/m € 300.000,00 € 300.001,00 t/m € 360.000,00 € 360.001,00 en meer
2022
2021
189,00 219,00 295,00 365,00 440,00 524,00 593,00 745,00
182,00 216,00 291,00 360,00 434,00 517,00 585,00 735,00
Hondenbelasting en overige leges/tarieven De tarieven van de hondenbelasting en overige leges worden met 2,5% verhoogd. Uitzondering daarop zijn de tarieven die gebaseerd zijn op het gemeentelijk uurtarief en/of een wettelijk (maximum)tarief. Tarieven hondenbelasting (in €) Per hond Kennel
2022 65,00 195,00
2021 63,50 190,50
Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven De tarieven voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges dienen zodanig te worden vastgesteld dat de opbrengsten de kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. Hieronder hebben we dat inzichtelijk gemaakt. bedragen x € 1.000
Afvalstoffenheffing Lasten afvalstoffenheffing Overhead (inclusief btw) Onttrekking voorziening Totale kosten Opbrengst afvalstoffenheffing Totale opbrengsten
Bedrag 1.308 398 -271 1.435 1.435 1.435
Dekking Lijkbezorgingsrechten Lasten begraafplaats Overhead Totale kosten Opbrengst lijkbezorgingsrechten (inclusief luidrechten) Totale opbrengsten Dekking
Paragraaf Lokale Heffingen
Dekking
Opbrengst rioolheffing Totale opbrengsten 100%
Bedrag 369 139 508
Rioolheffing Lasten riolering Overhead (inclusief btw) Toevoeging voorziening Totale kosten
Dekking
Bedrag Dekking 1.241 427 315 1.983 1.983 1.983
Dekking Marktgeld Lasten markt Overhead Totale kosten
100% Bedrag Dekking 31 9 40
302
Opbrengst marktgeld
22
302
Totale opbrengsten
22
59%
Dekking
55%
53
bedragen x € 1.000
Toe te rekenen
Overhead
Totaal
Baten
Dekking
38
13
51
20
39%
181
73
254
77
30%
147
53
200
107
54%
7
2
9
4
44%
93
11
104
20
19%
466
152
618
228
37%
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning 3 Omgevingsvergunning 357 120 477 7 Bestemmingsplannen 75 28 103 1,2,4,5,6,8 Diversen 0 0 0
331 41 0
69% 40%
Hoofdstuk
Onderwerp
Titel 1 Algemene dienstverlening 1 Burgerlijke stand Reisdocumenten en Nederlandse 2 identiteit 3 Rijbewijzen Verstrekking uit de Basisregistratie 4 personen (BRP) 5 t/m 17 Diversen Subtotaal titel 1
Subtotaal titel 2
432
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 2 Organiseren evenementen of markten 92 Algemene verordening Ondergrondse 5A 81 infrastructuren 0 Subtotaal titel 3 173 Eindtotaal
1.071
148
580
372
64%
45
137
13
9%
9
90
54
60%
0 54
0 227
0 67
30%
354
1.425
667
47%
Bij het vaststellen van de legestarieven is maximaal 100% kostendekkendheid. Er mag geen winst worden gemaakt. Kruissubsidiëring in de legesverordening is binnen de titel wel toegestaan. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger vaststellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te houden. Ontwikkeling van de woonlasten Onderstaande tabel geeft de omvang van de lokale woonlasten voor een gemiddeld (meerpersoons) huishouden weer en bestaat uit onroerendezaakbelasting (alleen voor de eigenaar), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Bij de berekening van de OZB is uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde van een woning van € 258.400. Bij de afvalstoffenheffing wordt uitgegaan van het vastrecht en 12 aanbiedingen van een huisvuilzak en voor de berekening van de rioolheffing gaan we uit van drie personen (waterverbruik 120 m³). Woonlasten per huishouden (in €) Gemiddelde OZB aanslag Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totale woonlasten
2022 299,00 116,60 169,20 584,80
2021 289,00 116,60 166,80 572,40
Wijziging Eigenaar Huurder 3,46% N.v.t. 0,00% 0,00% 1,44% 1,44% 2,17% 0,85%
Kwijtscheldingsbeleid Voor burgers met een laag inkomen bestaat de mogelijkheid om gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van betaling van belasting te verzoeken. Kwijtschelding is mogelijk voor hondenbelasting (één hond), afvalstoffenheffing (gemaximeerd aantal aanbiedingen/ledigingen) en rioolheffing (maximaal gemiddeld waterverbruik). Of men in aanmerking komt voor kwijtschelding hangt af van het netto besteedbaar inkomen; dit is het bedrag dat men overhoudt nadat de uitgaven zijn afgetrokken van de netto inkomsten. Daarnaast vindt er een vermogenstoets plaats. In de begroting wordt rekening gehouden met een totaalbedrag van circa € 57.000 aan kwijt te schelden lokale heffingen.
Paragraaf Lokale Heffingen
54
Paragraaf Financiering De paragraaf Financiering in de begroting behandelt de beleidsplannen voor het komende jaar en de paragraaf in het jaarverslag gaat in op de resultaten van de beleidsuitvoering. Basis van het treasurybeheer vormt het treasurystatuut dat iedere vier jaar door de raad wordt vastgesteld. Voor het laatst is dit in 2017 geactualiseerd. Voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie is het tijdig, juist en volledig beschikbaar hebben van financiële informatie van wezenlijk belang. Deze informatie wordt gebruikt voor het opstellen van een liquiditeitsplanning. Op basis van deze planning wordt geld aangetrokken of tijdelijk weggezet. Het streven is een sluitende meerjarenbegroting. Helaas is dat in voorliggende begroting niet gelukt. Een belangrijke factor bij het uitvoeren van het treasurybeleid is de renteverwachting op de geld- en kapitaalmarkt. Hiervoor wordt gekeken naar informatie van de grote Nederlandse banken waaronder de BNG maar ook Centraal Planbureau. Als de effecten van de pandemie verder kunnen worden afgewend dan wordt een sterk herstel van de economie voorzien. De inflatie loopt naar verwachting licht op. Op basis hiervan worden langzaam oplopende lange rentetarieven voorzien. De prognose voor 10 jaar is nu 0,5% ultimo 2022. De herfinancieringsrente is sterk bepalend voor de korte rente.
Deze rente ligt momenteel op 0,00% en blijft naar verwachting voorlopig ongewijzigd. De deelfuncties van treasury zijn: kasbeheer, risicobeheer en gemeentefinanciering. 1. Kasbeheer Het kasbeheer behelst het geldstromenbeheer en het saldo- en liquiditeitenbeheer. Belangrijk is dat we aan de betalingsverplichtingen blijven voldoen. Met de BNG Bank heeft de gemeente een doorlopende financieringsovereenkomst afgesloten. Daarin is onder meer de kortkredietverlening geregeld. Deze overeenkomst is een belangrijk sturingsinstrument. In verband met een mogelijke wijziging van de basisrente in de toekomst is vanaf 2021 een terugvalbepaling aan deze overeenkomst toegevoegd. Nieuw is, dat vanaf 1 juli 2021 bij een positief saldo groter dan € 500.000 bij de BNG Bank een rentevergoeding moet worden betaald. Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk uitgevoerd bij één bank, de BNG Bank.
2. Risicobeheer Dit onderdeel geeft inzicht in het risicoprofiel van de organisatie en is het kernonderdeel van de paragraaf Financiering. De belangrijkste risico’s zijn renterisico, koersrisico en kredietrisico, waarbij de wet Fido een aantal indicatoren gedefinieerd heeft waarbinnen overheden moeten opereren. Kasgeldlimiet Het renterisico op kortlopende financiering (looptijd korter dan één jaar) wordt ingeperkt door de kasgeldlimiet. Met name voor kortlopende financiering kan het renterisico groot zijn. Wijzigingen op de korte rente hebben direct invloed op de rentelasten. Alhoewel dit de laatste jaren sterk is afgenomen door de extreem lage rentestanden. De totale omvang van de vlottende schuld is gebonden aan een maximum van 8,5% van de jaarbegroting bij aanvang van het dienstjaar. Dit is de kasgeldlimiet. De aangetrokken vlottende schuld mag deze limiet in principe niet overschrijden. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet toch overschrijdt dient de toezichthouder op de hoogte te worden gesteld en moet een plan worden ingediend om weer aan de limiet te voldoen. bedragen x € 1.000
Berekening Kasgeldlimiet 1 Begrotingstotaal 2022 (inclusief mutaties reserves) 2 Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage 3 Kasgeldlimiet (1 x 2)
€ 65.292 8,5% € 5.550
De verwachting is dat de kasgeldlimiet in 2022 niet wordt overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm beoogt het risico van rentewijziging bij herfinanciering van de vaste schuld (looptijd langer dan één jaar) te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in tijd gespreid wordt, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij renteherziening en herfinanciering. De mate van deze spreiding wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm bedraagt 20% van de vaste schuld. Dat betekent dat in enig jaar 20% van de vaste schuld mag worden vernieuwd door middel van herfinanciering en/of renteherziening. bedragen x € 1.000 Paragraaf Financiering
55
Variabelen renterisiconorm 1 Renteherzieningen 2 Aflossingen 3 Renterisico (1+2) 4 Renterisiconorm 5a = (4>3) Ruimte onder de renterisiconorm
2022 0 3.521 3.521 13.058 9.537
Berekening renterisiconorm 4a Begrotingstotaal (exclusief mutaties reserves) 4b Percentage regeling 4. Renterisiconorm: (4a x 4b/100)
2022 65.292 20% 13.058
Uit voorgaand overzicht blijkt dat verwacht wordt, dat het renterisico op de vaste schuld ruim binnen de wettelijk vastgestelde kaders blijft. In onderstaand renteschema wordt inzicht gegeven in de rentelasten van de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. bedragen x € 1.000
Renteschema De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten Rente die wordt doorberekend aan de grondexploitatie Rente die wordt toegerekend aan taakvelden via projectfinanciering Rentebaat van doorverstrekte leningen
411 -146 265 -5 0 0 -5 260
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
0 0 0 260 260 0
Renteresultaat op het taakveld treasury Koersrisicobeheer De koersrisico’s van de gemeente Aalten zijn nagenoeg nihil. Met de invoering van het schatkistbankieren, mag de gemeente overtollige middelen alleen in de schatkist aanhouden. Hetzij in rekening courant hetzij via deposito’s. Over de middelen die de gemeente in de schatkist aanhoudt, vergoedt de schatkist rente. Deze rente ligt over het algemeen lager dan de rente die de gemeente krijgt op de geld- en kapitaalmarkt. Daar staat tegenover dat ook geen beleggingsrisico meer wordt gelopen. Kredietrisicobeheer Voor wat betreft het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) worden niet of nauwelijks problemen verwacht. Daar waar nodig zijn voorzieningen getroffen. Regelmatig wordt de hoogte van de voorziening beoordeeld en indien nodig aangepast.
3. Gemeentefinanciering De financieringspositie van de gemeente en de daarbij behorende financieringsbehoefte wordt voor een groot deel bepaald door het verloop van de geplande investeringen en de aflossingsverplichtingen. Er wordt naar gestreefd de benodigde leningen tegen zo gunstig mogelijke condities aan te trekken. Daartoe wordt bij het afsluiten van leningen rekening gehouden met de bestaande liquiditeitsplanning, de rentevisie en de renterisiconorm.
Paragraaf Financiering
56
In 2022 wordt op bestaande vaste geldleningen € 3,5 miljoen afgelost. Voor nieuwe investeringen is ongeveer € 1,5 miljoen nodig. In totaal dus een behoefte aan extra geld van bijna € 5 miljoen. Gelet op de verwachting dat kort geld ook in 2022 nog steeds goedkoop is, gaan we zoveel mogelijk via kasgeld en rekening courant financieren. Op basis van deze gegevens gaan we wel vast geld aantrekken. Hoeveel is nog niet helemaal duidelijk. Rekening houdende met de kasgeldlimiet denken we een vaste geldlening nodig te hebben van € 5 miljoen. Dit is in onderstaand overzicht verwerkt. Mutaties leningenportefeuille Stand per 1 januari 2022 Nieuwe leningen (conversie) Nieuwe leningen (financieringsbehoefte) Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen (conversie) Stand per 31 december 2022
Bedrag 27.856 0 5.000 3.521 0 29.335
Gemiddelde rente 1,54 0 1,00 0 0 1,25
Ongeveer € 7 miljoen van de totaalschuld betreft het aandeel verstrekte hypotheken. Hiervoor wordt een rentevergoeding ontvangen. Per saldo heeft de gemeente circa € 22 miljoen aan vaste schuld. Schatkistbankieren Alle decentrale overheden zijn verplicht (wet Fido) om hun overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Vanaf 1 juli 2021 is de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd van 0,75% naar 2% van het begrotingstotaal inclusief mutaties op de reserves. Dit deel mag buiten de schatkist worden gehouden. Voor Aalten is de drempel voor 2022 berekend op € 1.305.000. Over de middelen die worden aangehouden in de schatkist wordt normaal gesproken rente vergoed. De schatkist biedt geen leen- of roodstandfaciliteit aan. Door de jaren heen maken wij relatief gezien weinig gebruik van de schatkist. Dit is in 2022 naar verwachting niet veel anders. De financieringsbehoefte wordt zo goed mogelijk afgestemd op de te verwachten investeringen en aflossingen.
Paragraaf Financiering
57
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Een deel van de gemeentelijke taken richt zich op het onderhoud van de openbare ruimte en kapitaalgoederen. Om deze kapitaalgoederen op een acceptabel niveau te houden, is goed beheer noodzakelijk. Gelet op de omvang van de te beheren kapitaalgoederen legt deze continue taak een substantieel beslag op budgettaire middelen. Het is daarom van groot belang om de omvang van de te beheren objecten in de openbare ruimte en de huidige kwaliteit volledig in beeld te hebben. Het beleid voor het uitvoeren van onderhoudsactiviteiten aan gemeentelijke kapitaalgoederen is opgenomen in de nota verkrijging/vervaardiging en onderhoud kapitaalgoederen. Op basis van looptijd moeten een aantal beleidsplannen opnieuw worden opgesteld. Aangezien er tot op heden nog wel mee gewerkt kan worden is gekozen om te bekijken in welke vorm deze beleidstukken mee worden genomen in de nieuwe omgevingswet. Openbare ruimte Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) De voortdurende ontwikkeling en zorg die is gericht op het waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte waarmee de belanghebbenden tevreden zijn en zich betrokken weten, zodanig dat ook de leefbaarheid en de economische vitaliteit wordt gediend. Door klimaatverandering worden andere eisen aan onze openbare ruimte gesteld. Hier moet tijdig op ingespeeld worden.
Onderhoud wegen Voor het onderhoud van de wegen is in 2009 een beleidsnota wegen vastgesteld. Het groot onderhoud van de wegen steunt op jaarlijks geactualiseerde onderhoudsschema’s die uitgewerkt en/of bijgesteld worden na visuele inspecties. In deze onderhoudsschema’s zijn de wegen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, opgenomen die voor de komende vijf jaar op de planning staan. De kosten van dit onderhoud worden gedekt door een onttrekking aan de reserve onderhoud wegen. De jaarlijkse voeding om het onderhoudsniveau sober te handhaven bedraagt € 290.000. Het reguliere jaarlijkse onderhoud van de wegen in 2022 bedraagt € 280.000. De reserve en het actuele meerjarenonderhoudsplan (MOP) zijn op elkaar afgestemd. Hierbij is geen sprake van afwijkingen of achterstallig onderhoud. Uit inventarisatierondes van de wegen blijkt dat er geen noemenswaardige afwijkingen zijn ten opzichte van de actuele onderhoudsplannen. Incidenten die zich voordoen worden direct opgelost. Deze staan echter los van de reguliere onderhoudsplannen. Investeringen worden geactiveerd en volgens de economische levensduur afgeschreven. Onderhoud bruggen en duikers Om het onderhoud en de instandhouding van onze bruggen en duikers te waarborgen is een meerjarenonderhoudsplan opgesteld. Jaarlijks worden alle bruggen en duikers geïnventariseerd en gecontroleerd.
Uit de inventarisatieronde blijkt dat het meerjarenonderhoudsplan nog steeds actueel is. Voor 2022 hoeft het meerjaren onderhoudsplan dan ook niet te worden bijgesteld en wordt het geplande jaarlijkse onderhoud uitgevoerd. De lasten hiervoor zijn in 2022 € 49.000. Dit is inclusief het eventueel renoveren en tussentijds vervangen van bruggen en duikers. Wel heeft de brug bij de Polstraat extra aandacht nodig. In 2022 wordt gemonitord of hier extra onderhoud moet worden uitgevoerd. Openbare verlichting In de begroting is jaarlijks een bedrag van € 47.000 opgenomen voor investering in vervanging van lichtmasten. Deze investering wordt in 30 jaar afgeschreven. Een aantal jaren geleden is een vervangingsplan openbare verlichting opgesteld. Bij vervanging van verouderde lichtmasten worden deze vervangen door lichtmasten met Led-verlichting. Het onderhoud van de openbare verlichting bedraagt € 43.000 structureel. De jaarlijkse kapitaallasten (afschrijving en rente) bedragen € 20.000. Openbaar groen In 2012 is een groenbeleidsplan vastgesteld met daarin onder meer aangegeven aan welke kwaliteitseisen het openbaar groen binnen de kernen moet voldoen. Het groenbeleidsplan geeft in de module beeldkwaliteit aan dat een eenmalige investering nodig was om het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau sober te handhaven.
Op basis van dit plan zijn renovaties van beplantingsstroken uitgevoerd, waardoor de kwaliteit is toegenomen en het vastgestelde kwaliteitsniveau sober voor de komende jaren is gewaarborgd. Gekoppeld hieraan is een groenbeheersplan, waarop het jaarlijks onderhoud van het openbaar groen is gebaseerd. Door het onderhoud op basis van het groenbeheersplan te laten uitvoeren, wordt het gestelde onderhoudsniveau gehandhaafd. Jaarlijks wordt bekeken of een bijstelling van het groenbeheersplan moet plaatsvinden. De extreme hitte van afgelopen zomers heeft een behoorlijke aanslag op het openbaar groen gepleegd. Er wordt geïnventariseerd of vervangingen of extra aanpoot noodzakelijk is. Gezien de klimaatverandering blijft dit de komende jaren een aandachtspunt. Zo nodig wordt de raad hieromtrent aanvullend geïnformeerd. Door klimaatverandering worden andere eisen aan het openbaar groen gesteld. In de toekomst kan dit hogere kosten met zich meebrengen. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
58
Speelvoorzieningen In 2014 is de nieuwe speelnota Spelenderwijs Ontmoeten vastgesteld. Aan dit beleid is uitvoering gegeven en het project is afgerond. Alle speelterreinen die op de nominatie stonden te verdwijnen zijn geamoveerd en alle (nieuwe) speelterreinen zijn (her)ingericht. Voor het onderhoud en de vervanging van speelvoorzieningen is structureel € 15.000 in de exploitatie opgenomen. Riolering Het verbreed Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) 2015-2019 is de neerslag van de wettelijke verplichting dat de gemeente een rioleringsnota dient te hebben. Deze nota bepaalt de normen voor de kwaliteit van het milieu en het onderhoud. Het voorstel is om nog geen nieuw GRP op te stellen, omdat het huidige plan nog aan de eisen voldoet en we in 2022 aansluiten bij de nieuwe Omgevingswet. Ook wordt aangegeven hoe de maatregelen en investeringen worden bekostigd. Investeringen in de riolering worden geactiveerd, de lasten worden via de riooltarieven verhaald op de burgers. Eventuele overschotten of tekorten worden jaarlijks met de voorziening Riolering geëgaliseerd. Klimaatverandering leidt tot hogere temperaturen, nattere winters, heftigere buien en een kans op drogere zomers wat extra investeringen met zich meebrengt. Hieraan wordt de komende jaren de nodige aandacht geschonken.
In 2020 is een stresstest uitgevoerd om zo inzichtelijk te maken wat de gevolgen van klimaatverandering zijn voor onze gemeente. In 2022 wordt een start gemaakt met het realiseren van een aanvalsplan voor de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Eventuele maatregelen hieruit worden ook verwerkt in de omgevingsplannen. Gebouwenbeheer De gemeente heeft een aantal gebouwen in eigendom, beheer en onderhoud. Om waardevermindering van de gebouwen te voorkomen is een goede staat van onderhoud noodzakelijk. Bij het beheer en onderhoud wordt onderscheid gemaakt tussen het beheer en onderhoud van het gebouw, alles wat aard- en nagelvast is (technisch onderhoud) en het beheer en onderhoud door de gebruiker (water, gas, elektra, telefonie, schoonmaak en dergelijke). Een goede meerjarenonderhoudsplanning is niet alleen om technische redenen van belang. Even belangrijk zijn de bedrijfseconomische aspecten en de tevredenheid van de gebruikers van het object. Jaarlijks worden de gebouwen geïnspecteerd en de onderhoudsschema’s hierop aangepast. De meerjarenonderhoudsplannen zijn gekoppeld aan de reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen. De reserve wordt jaarlijks met een gelijk bedrag € 180.000 gevoed, zodat de lasten gelijkmatig in de exploitatie zijn opgenomen. Grote, vaak wisselende onderhoudskosten worden aan deze reserve onttrokken.
Onttrekkingen worden door middel van de tussentijdse rapportages door de raad geautoriseerd. Voor het reguliere, kleinere onderhoud is structureel budget in de begroting opgenomen. Ieder jaar wordt aan een aantal specifieke gebouwen extra aandacht gegeven door middel van clustering van onderhoudswerkzaamheden, waardoor een efficiency voordeel gehaald wordt. Het onderhoud van de diverse gebouwen van de gemeente wordt op verschillende manieren uitgevoerd. Gemeentelijke gebouwen, niet voor de gemeentelijke dienst bestemd Zowel het groot als het klein onderhoud van deze gebouwen komt voor rekening van de gemeente. Het groot onderhoud is in beeld gebracht door middel van een meerjarenonderhoudsplan (MOP). Om deze kosten te dekken is een reserve gevormd die jaarlijks met een gelijk bedrag wordt gevoed. De middelen hiervoor zijn in de begroting opgenomen. Daarnaast is voor het reguliere jaarlijkse onderhoud een budget in de exploitatie opgenomen. Met de vaststelling van het onderhoudsplan is voldoende onderbouwing aanwezig om de gebouwen adequaat te onderhouden en in stand te houden. Vanaf 2019 is het niet meer mogelijk om de BTW op de kosten aan de sportaccommodaties (gelegenheid geven tot sportbeoefening) af te trekken. Daarvoor in de plaats is de SPUK in het leven geroepen. Via deze regeling wordt 17,5% van de kosten teruggevraagd.
De investeringen in de sport vallen onder deze regeling. De verduurzamingsmogelijkheden voor de sportaccommodaties zijn naar voren gehaald. De werkzaamheden konden goed uitgevoerd worden doordat de sporthallen gesloten waren in verband met Covid. De Gymzaal Bredevoort is in 2020 voorzien van zonnepanelen, in 2021 zijn de Aladnahal en de Eurohal eveneens hierin voorzien. Gemeentelijke huisvesting Locaties Hofstraat 8, Markt 7 en Gemeentewerf Derde Broekdijk 1E Het onderhoud aan deze gebouwen is in het MOP opgenomen. Er zijn geen bijzonderheden, bij de locatie Hofstraat is het verhuurde deel aan de Rabobank weer in beheer gekomen. Momenteel staat open op welke manier de ruimte in de toekomst gebruikt gaat worden. Na de installatie van zonnepanelen op het dak van de verbouwde gemeentewerf onderzoeken we de mogelijkheden om voor de eigen huisvesting stappen te maken in de verduurzaming van ons vastgoed. Het verduurzamingsadvies wordt hiervoor momenteel opgesteld en krijgt in 2022 zijn uitwerking. Daarbij wordt allereerst onderzoek gedaan naar de teruglevercapaciteit van het aanwezige leidingnet.
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
59
Paragraaf Grondbeleid Onder grondbeleid wordt verstaan het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om ruimtelijke doelstellingen te realiseren. Het omvat alle strategieën van de gemeente rond het verwerven, beheren, bewerken en uitgeven van gronden. Het grondbeleid heeft grote invloed op en samenhang met de realisatie van beleidstaken zoals ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting, verkeer en vervoer, cultuur, sport en recreatie en economische structuur. Daarnaast kan het grondbeleid grote financiële gevolgen hebben. De resultaten, maar vooral de financiële risico’s, zijn van belang voor de financiële positie van de gemeente. Daarom is transparantie van grondbeleid van groot belang. In de Nota Vastgoed Gemeente Aalten, die in 2014 door de raad is vastgesteld, is het begrip grondbeleid omschreven als een activiteit van de lokale overheid, waarbij op een uitvoeringsgerichte wijze sturing wordt gegeven aan de ruimtelijke ordening, ten einde een goede en evenwichtige inrichting van de ruimte te verkrijgen. Hierbij kunnen ook die voorzieningen worden gerealiseerd die in de regel niet door de particuliere sector worden ontwikkeld (bijvoorbeeld sociale woningen, sociaal-culturele voorzieningen, openbaar vervoer en infrastructuur). Bovendien is grondbeleid een beleidsveld waar de lokale overheid doelen op kan realiseren.
Met behulp van deze nota wordt inzicht gegeven in de rol van de gemeente in het beleidsproces en worden voorstellen gedaan op welke wijze de inzet van het aan de gemeente beschikbaar gestelde instrumentarium in het beleidstraject kan worden verbeterd gericht op effectiviteit van het te voeren grondbeleid. Er wordt in het grondbeleid onderscheid gemaakt in actief en passief (faciliterend) beleid. In deze nota is het accent verschoven van actief naar passief grondbeleid. Indien bij specifieke projecten/nieuwe ontwikkelingen actief grondbeleid gewenst is, dan wordt hiertoe separaat besloten. In genoemde nota worden verder de beschikbare instrumenten beschreven die de gemeente ten dienste staan bij het voeren van een optimaal grondbeleid. Daarnaast wordt ingegaan op de organisatie van het gemeentelijk grondbeleid met betrekking tot de bestuurlijke en ambtelijke verantwoordelijkheid, op de financiële en administratieve randvoorwaarden en op het uitgiftebeleid van de aangekochte gronden. > Risico’s grondexploitatie Op grond van de begrotingsvoorschriften worden de risico’s jaarlijks ingeschat en wordt waar nodig per complex een voorziening ten laste van het resultaat getroffen. Voor de gronden onderscheiden we een drietal categorieën 1. Gronden en terreinen niet in exploitatie; 2. Faciliterend grondbeleid; 3. Bouwgrond in exploitatie (BIE). 1.
Gronden en terreinen niet in exploitatie Tot deze categorie worden onder meer Westrand Aalten, Bedrijventerrein Het Broek (uitbreiding Cattier) en De Wegwijzer gerekend. Er zijn diverse ontwikkelingen ten aanzien van deze onderdelen. Daarnaast behoren tot deze categorie gronden die voorlopig niet worden ontwikkeld en die in een eerder stadium zijn geschrapt binnen bestaande complexen, zoals Kern De Heurne. De boekwaarde op 31 december 2020 van deze categorie bedraagt € 3.777.000. Westrand Aalten In 2015 is met de firma J.H. Aalbers en Zoon Aalten BV een overeenkomst gesloten om tot verkoop en ontwikkeling van een deel van het voormalige plangebied Werklandschap Aalten te komen. In 2018 is in verband hiermee het bestemmingsplan Aalten Bedrijventerrein Westrand vastgesteld. De Raad van State heeft in 2019 het besluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan vernietigd, met name als gevolg van de stikstofproblematiek. Eind 2019 is het bestemmingsplan Aalten Bedrijventerrein Westrand opnieuw vastgesteld. Het bestemmingsplan is op het gebied van stikstof nader onderbouwd. De Raad van State heeft bij uitspraak van 21 juli 2021 het beroep van één appellant niet-ontvankelijk verklaard. De wel ontvankelijke beroepen zijn ongegrond verklaard.
Hiermee zijn de besluiten onherroepelijk in werking getreden en kan verdere uitvoering worden gegeven aan de vestiging van de firma Aalbers op de betreffende locatie. Hiervoor dient nog een omgevingsvergunning te worden verleend. De aanvraag is inmiddels ingediend. Bedrijventerrein Het Broek (uitbreiding Cattier) In 2019 is Bedrijventerrein Het Broek (uitbreiding Cattier) door de gemeente aangekocht. Dit terrein is verkocht aan Kaemingk BV, die op de locatie een bedrijfshal wil realiseren. Hiervoor is het nodig dat het bestemmingsplan ter plekke wordt aangepast. Met Kaemingk en diverse omwonenden is hierover gesproken. Paragraaf Grondbeleid
60
Het plan heeft, mede door de beoogde landschappelijke inpassing, draagvlak in de omgeving. De verwachting is dat het bestemmingsplan in de tweede helft van 2021 in procedure wordt gebracht. De Wegwijzer Voor dit complex is een bouwgrondexploitatie opgesteld die door de raad in 2013 is aangehouden. Deze locatie is betrokken in de Centrumvisie Dinxperlo als potentiële woningbouwlocatie. Deze Centrumvisie kent naast locatie De Wegwijzer meerdere ontwikkellocaties. De bouwgrondexploitaties worden te zijner tijd aan uw raad voorgelegd. Voorts is op 7 juli 2020 door uw raad het Plan van Aanpak betaalbare (tijdelijke) huurwoningen kleine kernen vastgesteld. Uitvoering van dit Plan van Aanpak kan erin resulteren dat grond vanuit de ‘categorie Gronden en terreinen niet in exploitatie’ weer in exploitatie wordt genomen. Inmiddels zijn de eerste Uuthuuskes gerealiseerd in De Haart. 2. Faciliterend grondbeleid Tot deze categorie behoren de gronden die in eigendom zijn van derden. Bij de ontwikkeling daarvan treedt de gemeente faciliterend op. De door de gemeente gemaakte kosten worden op de private partij verhaald. Afspraken hierover worden vastgelegd in een overeenkomst. In beginsel verloopt dit budgettair neutraal. Het gaat eind 2020 nog om zes projecten.
Bij de complexen vallend onder deze categorie wordt er in principe van uitgegaan dat de door de gemeente gemaakte kosten minus opbrengsten uiteindelijk minimaal gecompenseerd worden door de met de ontwikkelaars overeengekomen exploitatiebijdragen. Bij de beoordeling per complex is dan ook vastgesteld dat met betrekking tot geen enkel complex een financieel risico wordt gelopen. 3. Bouwgrond in exploitatie (BIE) Dit zijn de gronden in eigendom van de gemeente waarvoor de raad een grondexploitatiecomplex en een begroting heeft vastgesteld. Het betreft zowel woningbouw als bedrijventerreinen. Eind 2020 zijn nog zeven grondcomplexen in exploitatie. Volgens de laatste hercalculaties (van ultimo 2020) worden daarvan de volgende resultaten verwacht: bedragen x € 1.000
Bouwgrond in exploitatie (BIE) Kobus lll Lintelo uitbreiding kern Kern De Heurne 1e fase Herstructureringsplan De Rietstap ‘t Warmelinck Haartsebos Kraaienboom
Uitkomst Resultaat 332 Negatief 3 Positief 1 Positief 31 Negatief 8 Positief 109 Negatief 24 Negatief
Gereed product en handelsgoederen Hoge Veld Van de 17 in dit complex uit te geven kavels zijn er medio 2021 15 verkocht. Van alle bouwgrond in exploitatie zijn per ultimo 2020 de bestaande financiële risico’s in beeld gebracht. Daar waar een negatief financieel resultaat is berekend, is een voorziening getroffen. De totale voorziening inclusief het Hoge Veld bedraagt per 31 december 2020 € 1.214.000. Conclusie De bedrijfsvoering en financiële administratie van de grondexploitaties is adequaat. De processen met betrekking tot het grondenbeheer zijn beschreven en de taken en bevoegdheden tussen Openbare Ruimte en Informatiebeheer zijn organisatorisch voldoende afgebakend. Per ultimo 2020 zijn van alle complexen met een kostprijsopzet de kostprijscalculaties geactualiseerd en de complexen met alle overige gronden beoordeeld, geanalyseerd en, voor zover mogelijk, geactualiseerd. Hiermee is een juist en volledig inzicht verkregen in de bestaande boekwaarde van de complexen en de toekomstige resultaten. In de door de raad vastgestelde Nota Vastgoed Gemeente Aalten vindt het grondbeleid het formele kader.
Paragraaf Grondbeleid
61
Paragraaf Verbonden partijen In deze paragraaf komen de organisaties aan de orde die een publiek belang uitvoeren en waarin Aalten een financieel en een bestuurlijk belang heeft. Dat laatste door zeggenschap bij besluitvorming door stemrecht. Gemeenschappelijke regelingen (publiekrechtelijk) Per publiekrechtelijke regeling is de ratio van het weerstandsvermogen opgenomen. Om te beoordelen in hoeverre het weerstandsvermogen toereikend is, wordt een relatie gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie wordt uitgedrukt in een ratio, waarbij normaliter gestreefd zou moeten worden naar een ratio weerstandsvermogen van minimaal 1,0. Ratio weerstandsvermogen >2 = Uitstekend 1,4 – 2,0 = Ruim voldoende 1,0 – 1,4 = Voldoende
0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
= Matig = Onvoldoende = Ruim onvoldoende bedragen x € 1.000
Omgevingsdienst Achterhoek (ODA), Hengelo Gelderland (Programma 1) Doelstelling en De ODA behandelt voor de partners de aanvragen voor vergunningen in het kader openbaar belang van het omgevingsrecht (milieudeel), toetst meldingen, houdt toezicht op en handhaaft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Daarnaast adviseert de ODA gemeenten en provincie (op verzoek) bij de opstelling van beleid en bij specifieke ontwikkel- of uitvoeringsprojecten. Partijen Naast Aalten de gemeenten Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen en de provincie Gelderland. Actualiteit De ODA bereidt zich voor op diverse ontwikkelingen zoals de inbreng van kennis bij de voorbereiding op de Omgevingswet (ingangsdatum 1-7-2022), bijdragen aan het bestrijden van milieu- en drugscriminaliteit, advisering rond de thema’s klimaat, energie en duurzaamheid en de ontwikkeling rondom de Zeer Zorgwekkende Stoffen wat steeds meer aandacht, kennis en expertise vraagt. Met het Gelders Stelsel gaat de ODA aan de slag om te investeren in data-analyse. Dit gebruiken we om onze capaciteit slimmer en beter in te zetten.
Jaar Eigen vermogen Vreemd vermogen Bijdrage Saldo begroting Ratio weerstand 2021 106 1.076 444 Sluitend 1,05 2022 150 1.060 458 Sluitend 1,60 GGD Noord- en Oost-Gelderland (NOG), Warnsveld (Programma 2) Doelstelling en De GGD NOG beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de inwoners van openbaar belang 22 gemeenten die bij GGD NOG zijn aangesloten. Partijen De GGD bestaat uit 22 gemeenten uit het noorden en oosten van Gelderland. Actualiteit De organisatie is volop bezig met de aanpak van de coronacrisis. Verder heeft het algemeen bestuur een Bestuursagenda voor de periode 2019 – 2023 vastgesteld. Hierin staan de belangrijkste uitgangspunten en prioriteiten (gezondere jeugd, leefomgeving, leefstijl en oud worden). De GGD handhaaft de benadering van positieve gezondheid: gezondheid is het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. In 2021 worden naar verwachting de takendiscussie en het traject voor de strategische toekomstvisie afgerond. De uitkomsten hiervan worden zo spoedig mogelijk verwerkt in de lopende begroting, de meerjarenbegroting, in de Bestuursagenda 2019 – 2023 en overige samenwerkingsafspraken. In 2022 worden de kosten voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) structureel gedekt uit de inwonerbijdrage.
In het RVP zijn de afgelopen jaren wijzigingen doorgevoerd. De GGD heeft haar werkwijze aangepast om efficiënter en daarmee goedkoper te werken. De verwachting is dat de opkomst en daarmee de vaccinatiegraad omhooggaat. Jaar Eigen vermogen Vreemd vermogen Bijdrage Saldo begroting Ratio weerstand 2021 2.903 2.500 442 Sluitend 1,00 2022 2.500 2.500 458 Sluitend 1,00
Paragraaf Verbonden Partijen
62
Laborijn, Doetinchem (Programma 2) Doelstelling en Laborijn heeft tot taak zorg te dragen voor de uitvoering van de Participatiewet en de openbaar belang Wet Sociale Werkvoorziening. Zij ondersteunt inwoners voor wie werk zoeken en vinden niet vanzelfsprekend is, op hun weg naar een baan of, als dat nog niet mogelijk is, door (maatschappelijke) participatie. Partijen Naast Aalten de gemeenten Doetinchem en Montferland. Actualiteit De coronacrisis heeft nog steeds impact op het aantal inwoners dat een beroep moet doen op een uitkering en het aantal detacheringen. Hoewel Laborijn tot nu toe niet heel veel meer klanten met een bijstandsuitkering heeft, is de verwachting wel dat er in 2022 nog een toename van dit aantal volgt. Vanaf 2022 gaat Laborijn ook uitvoering geven aan de nieuwe Wet Inburgering. Als gevolg van het uittreden van de gemeente Oude IJsselstreek worden de kosten en overhead verder afgebouwd. Voor de financiering van de frictiekosten is een reserve gevormd. Onze bijdrage voor 2022 komt uit op € 1.906.000.
Jaar Eigen vermogen Vreemd vermogen Bijdrage Saldo begroting Ratio weerstand 2021 8.334 11.000 1.701 Sluitend 1,23 2022 6.953 10.570 1.906 Sluitend 1,00 Regio Achterhoek, Doetinchem (Programma 2) Doelstelling en Zeven gemeenten in de Achterhoek werken samen met het bedrijfsleven en maatschapopenbaar belang pelijke instellingen ten behoeve van regionale ontwikkeling en belangenbehartiging. Partijen De GR bestaat naast Aalten uit de gemeenten Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. Actualiteit Het samenwerkingsverband is echter breder dan alleen de Achterhoekse gemeenten en bestaat ook uit ondernemers, maatschappelijke organisaties en de provincie Gelderland en heeft de roepnaam Achterhoek ambassadeurs. De ambitie is om in 2030 in de Achterhoek een nog sterker bloeiende en innovatieve economie te realiseren met een kwalitatief hoogwaardige en duurzame woon- en leefomgeving. De uitwerking gebeurt, onder regie van de Achterhoek Board, door zes thematafels. De speerpunten zijn: Smart Economy, Smart Living en Smart Governance.