Ontwerp VVGB provincie Gelderland 16-08-2023
Tekst van het document
== n ==
Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Verlenen vvgb
Datum 16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Onderwerp
Wet natuurbescherming — soortbescherming, gebiedsbescherming houtopstanden Inlichtingen bij
Burgemeester en wethouders van de gemeente
Provincieloket
Aalten
026 359 99 99
Postbus 119
E
(geanonimiseerd)
Azlten
Blad 1van17
Locatie
Gemeente
(geanonimiseerd) e < (geanonimiseerd)
Aalten
Activiteit
OLO-nummer
het wijzigen van een veehouderij
7174435
Geacht college, Op 25 augustus 2022 ebben wij een verzoek ontvangen voor bovenstaande verklaring van geen bedenkingen (vvgb). Deze vvgb is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning van
5 augustus 2022. Voor de gevraagde omgevingsvergunning is een vvgb vereist. Hierbij ontvangt u een ontwerpbesluit over deze aanvraag. Ontwerpbesluit Wij zijn van plan deze vvgb af te geven. Aan deze vvgb zijn voorschriften verbonden. De bijlagen zijn onderdeel van dit besluit
Bijlage 1 bevat een toelichting op ons besluit. Ook zijn de voorschriften van deze vvgb beschreven in de bijlage. De AERIUS berekeningen zijn als bijlage 2 toegevoegd. Neem alle bijlagen goed door.
Definitieve vvgb De definitieve wgb verlenen wij pas, nadat het ontwerpbesluit op de omgevingsvergunning ter inzage heeft gelegen.
(geanonimiseerd) (geanonimise rd) (geanonimise rd) (geanonimiseerd) …
S6 e g
(geanonimiseerd) erands
Btw-nummer: NLo01825100.B03 KyK-nummer: 51468751
BIC-code BNG Bank:
BNGHNLoG
= Gelderland provincie
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad 2van17
U stuurt ons het ontwerpbesluit van de omgevingsvergunning. Na afloop van de inzagetermijn en verwerking van de eventuele zienswijzen vraagt u ons om de definitieve vvgb af te geven. Stuur ons met dit verzoek de zienswijzen op de omgevingsvergunning.
Nadat u de definitieve
omgevingsvergunning heeft verleend, stuurt u ons die ook toe. Neem de voorschriften van de (concept)-vgb over in het (ontwerp)besluit op de omgevingsvergunning. Meer
informatie
Heeft u nog vragen? Kijk daarvoor op gelderland.nl. U kunt ook contact opnemen met het Provincieloket via telefoonnummer 026 359 99 99. Houdt u het zaaknummer van deze brief bij de ‘hand. We kunnen u dan sneller helpen. Met vriendelijke groet,
rik
Steenbergen
Teammanager Vergunningverlening Bijlagen «
Bijlage 1- Toelichting en voorschriften
°
Bijlage 2 - AERIUS- berekeningen o
Verschilberekening (kenmerk S696oT165Avg, d.d. 1 augustus 2023)
o
Beoogde situatie (kenmerk RjigpXk27WBK d.d. 11 augustus 2023)
=provinc
Gelderland
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad
3van17
BIJLAGE
1 TOELICHTING
14
Leeswijzer
De opbouw
EN
VOORSCHRIFTEN
van de gb is als volgt:
- _ Allereerst worden de aangevraagde activiteit en de procedure toegelicht; - _ Daarna volgen de voorschriften en de procedure; - _ Vervolgens is het beoordelingskader toegelicht;
- _ Onderhet kopje beoordeling wordt de onderbouwing van het besluit gegeven; - _ De beslissing wordt afgesloten met een conclusie, overige verplichtingen en de juridische grondslagen.
12
Omschrijving activiteiten
De aanvraag betreft een toename
van het aantal stuks melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar en het
aantal stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar. Verder worden er 12 stuks overig rundvee ouder dan 2 jaar gehouden. De toename van de te houden dieren vindt plaats in bestaande huisvesting en er worden 6 kalveriglo's geplaatst. Om dit mogelijk te maken gaat de initiatiefnemer extern salderen
met één saldogever. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Bekendelle is 5,6 km.
2
Procedure
Voor de gevraagde omgevingsvergunning is een vvgb vereist. De vvgb omvat een vergunning voor
gebiedsbescherming. Voor de beoordeling van de aanvraag is het aanvraagformulier Omgevingsvergunning Wnb
inclusief bijlagen, d.d. 5 augustus 2022, gebruikt. Bij deze aanvraag is sprake van extern salderen. De initiatiefnemer neemt stikstofruimte over van
‘het bedrijf op de onderstaand locatie: (geanonimiseerd) Winterswijk Corle * _ Meenkmolenweg 6, B De natuur- en omgevingsvergunningen die bij deze overdracht van stikstofruimte betrokken zijn 'hangen met elkaar samen. Dit besluit treedt pas in werking op het moment dat alle andere betrokken besluiten omtrent natuur- en omgevingsvergunningen onherroepelijk zijn geworden. Voor deze locatie is niet eerder een vergunning, ontheffing of een verklaring van geen bedenkingen
(wvgb) verleend voor de Wet natuurbescherming. Op deze aanvraagis afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard.
provincie
Gelderland
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad
4van17
3
Voorschriften
31
Voorschriften voor de gemeente 1
U mag de omgevingsvergunning pas verlenen op het moment dat alle samenhangende
besluiten omtrent natuurvergunningen en milieutoestemmingen van saldogevers onherroepelijk zijn geworden. 32
Voorschriften
voor
de initiatiefnemer
De initiatiefnemer is verplicht om zich aan de volgende voorschriften te houden:
Gebiedsbescherming 1.
De omgevingsvergunning met deze vgb en de bijbehorende AERIUS-berekeningen
(bijlage 2) met kenmerk S696oT165Avg en RjizpXk27WBK moet aanwezig zijn op het bedrijf.
4
Beoordelingskader
Deze aanvraag heeft betrekking op de effecten van stikstof op verschillende Natura 2000-gebieden. 44 Bepalen vergunningplicht Als er Natura 2000-gebieden zijn waar het project in de beoogde situatie zorgt voor stikstofdepositie (> 0,00 mol N/ha/j) boven de kritische depositie grenswaarde, zijn onder dergelijke omstandigheden significant negatieve effecten niet op voorhand uit te sluiten. Vergunningplicht ontstaat wanneer significante gevolgen door het project kunnen ontstaan. Dit staat in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming: ‘het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of
projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. 42
_
Vaststellen van de referentiesituatie
De referentiesituatie wordt als volgt bepaald: - _ In het geval dat voor de bestaande activiteit een natuurvergunning is verleend die onherroepelijk is, bepaalt deze natuurvergunning de maximaal toegestane depositie op
Natura 2000-gebieden; - _ Isvoor de bestaande activiteit (nog) geen natuurvergunning verleend, dan is de referentiesituatie de laagst (vergunde) situatie vanaf de referentiedatum. Dat is de datum
waarop een gebied waarop dit bedrijf invloed heeft werd aangewezen als Natura 2000 gebied of een voorloper hiervan. Dit betekent dat wij, als voor een bedrijf na de referentiedatum een situatie is vergund of
provincie
Gelderland
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad
5van17
gemeld waarin de activiteiten tot een lagere stikstofdepositie leiden dan in de situatie op
de referentiedatum, uitgaan van die situatie. In alle andere gevallen wordt uitgegaan van de laatst vergunde of gemelde situatie op de referentiedatum. De toestemming kan bestaan uit een Hinderwet-, milieuvergunning, omgevingsvergunning
of milieumelding en mag niet zijn vervallen. 43 _ 25 km afstandsbegrenzing Naar aanleiding van het rapport van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof is besloten de stikstofdeposities te berekenen tot een afstand van 25 km vanaf de projectlocatie. Dit is vastgelegd in de kamerbrief van 9 juli 2021 met kenmerk DGS / 21173346. In deze brief zijn de vervolgacties
beschreven naar aanleiding van het eindrapport ‘Meer meten, robuuster berekenen’ van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof van 15 juni 2020.
In de kamerbriefis aangegeven dat op basis van recente jurisprudentie de volgende juridische randvoorwaarden gelden voor het vaststellen van een afbakening voor stikstofdepositie van verschillende emissiebronnen:
* _ Eris technisch modelmatig onderbouwd (balans tussen volledigheid en precisie van stikstofberekeningen) dat een berekende projectbijdrage voorbij een afbakening niet meer
redelijkerwijs toerekenbaar is aan een project, en * _ Binnen die afbakening treft de initiatiefnemer van een project voor zover nodig ‘maatregelen ten behoeve van de mitigatie van de stikstofdepositie, en
e
Eris verzekerd dat, waar nodig, passende maatregelen getroffen worden om een verslechtering van stikstofgevoelige habitats (in Natura 2000-gebieden) als gevolg van de totale stikstofdepositie, dat wil zeggen inclusief die buiten de gehanteerde
projectafbakening, te voorkomen. In AERIUS Caleulator is ervoor gekozen om een rekenafstand van 25 km in te programmeren voor elke bron die wordt ingevoerd. Vanwege de keuze om een rekenafstand van 25 km per bron te programmeren betekent dit in de praktijk dat er rekeneffecten kunnen ontstaan in AERIUS op het ‘moment dat een bron of enkele bronnen iets verschuiven in de aangevraagde situatie. Deze rekeneffecten treden op aan de rand van 25 km afstand van de verschoven bronnen. AERIUS geeft dan aan dat er een toename is van stikstofdepositie op enkele of een grotere groep van
'hexagonen. Van de berekende stikstofdepositietoenames op ongeveer 25 km afstand dient te worden bepaald of deze worden veroorzaakt door AERIUS rekeneffecten. Dit doen wij door te bepalen of deze hexagonen binnen 25 km afstand van de projectgrens liggen. In de kamerbriefis
immers aangegeven dat de effecten van het project moeten worden bepaald tot 25 km afstanden niet de effecten van individuele stikstofbronnen.
provincie
Gelderland
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad
Svan17
44
Beweiden
en bemesten
Uit de uitspraak van 29 mei 2019' volgt dat het weiden van vee door een melkveehouderij onlosmakelijk samenhangt met de oprichting, uitbreiding of exploitatie van de stallen waarin het melkvee wordt gehouden. Dit betekent dat de gevolgen van het weiden van vee bij een
‘melkveehouderij beoordeeld moeten worden in samenhang met de gevolgen van de oprichting, wijziging of exploitatie van de melkveehouderij. De oprichting, wijziging of exploitatie van de melkveehouderij en het weiden van vee is met andere woorden éón project. Verder is overwogen
dat het bemesten van gronden op zichzelf een project is. De gevolgen daarvan worden niet zoals bij ‘het weiden van vee in samenhang met de exploitatie, oprichting of uitbreiding van een agrarisch bedrijf beoordeeld, maar op zichzelf.
5
Beoordeling
Deze aanvraag heeft alleen betrekking op effecten van stikstof.
541
Vergunningplicht
Uit de ingediende AERIUS-berekeningen blijkt dat er Natura 2000-gebieden zijn waarop als gevolg
van de activiteiten van dit bedrijf depositie van stikstof plaats vindt wat mogelijk significante effecten heeft op de te beschermen waarden. 52
Effecten
stikstof
De AERIUS-berekening waarmee de effecten van stikstof worden berekend bevat een referentiesituatie, een salderingssituatie en een beoogde situatie. In deze paragraaf geven wij van de referentie- en salderingssituatie aan hoe wij ze hebben vastgesteld en beschrijven wij van alle drie de situaties de stikstofbronnen. Ten slotte stellen wij vast of de berekende effecten van stikstof aanleiding geven de aangevraagde vergunning te verlenen.
521
_ Referentisiuatie (geanonimiseerd) N t (geanonimiseerd)
Omdat er voor deze locatie nog geen vergunning voor de Wet natuurbescherming of de Natuurbeschermingswet 1998 is, bepalen wij de referentiesituatie aan de hand van andere milieutoestemmingen. Dit is opgenomen in tabel 1. Bedrijfsontwikkelingen die na de aanwijsdatum van Natura 2000-gebieden zijn uitgevoerd mogen volgens de Wet natuurbescherming geen significant nadelige gevolgen hebben voor
stikstofgevoelige habitattypen in deze Natura 2000-gebieden. De aanwijsdatum die relevant is voor deze locatie is 7 december 2004 Immers, op die datum werden gebieden waarop dit bedrijf invloed heeft, aangewezen als Natura 2000-gebied, te weten Bekendelle, Korenburgerveen, Wooldse Veen
en Willinks Weust. Als referentiesituatie geldt de milieutoestemming met de laagste stikstofuitstoot sinds de aanwijsdatum. * Ultspraak van de afdelng bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mel 2019 (ECLENLRVS:2019:1604)
provincie
Gelderland
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad
7van17
Tabel1: milieutoestemmingen
Datum Zaaknummer | Vergunningsoort 13augustus1991 | 177713 Hinderwetvergunning
Omschrijving Houden van rundvee
27 april 2011
Houden van rundvee
010283
Melding besluit landbouw milieubeheer
Voor het bedrijfis de vergunning verleend op 13 augustus 1991 de vergunning met de laagste stikstofdepositie. Zodoende beschouwen we deze als de referentiesituatie. De vergunningen
genoemd in tabel : zijn niet ingetrokken of geheel of gedeeltelijk komen te vervallen. Tabel 2 is een samenvatting van de referentiesituatie in de bijgevoegde AERIUS-berekening. Deze
tabel is een samenvatting van de referentiesituatie uit de bijgevoegde AERIUS-berekening (bijlage 2). In deze berekening is tevens de emissie van alle bronnen en de daarbij behorende depositie terug te vinden. (geanonimiseerd) Tabel: refoentisii, B ‘ (geanonimiseerd)
Bron/Stal
Bron1/StalC
Diersoort/omschrijving
| Melk- enkalfkoeien ouderdan 2jaar
RAVcode/BWL | Aantal
| A 1400
13
Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
43100
27
Bron 2/Stal D _| Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
43100
34
Overige stikstofbronnen Op grond van onze beleidsregels salderen in Gelderland wordt de vergunde capaciteit alleen in de referentiesituatie meegenomen voor zover de capaciteit aantoonbaar feitelijk is gerealiseerd. Voor
het vaststellen van de feitelijk gerealiseerde capaciteit zijn de gegevens aangeleverd zoals weergegeven in tabel 2. Uit de geraadpleegde bronnen met recente informatie (luchtfoto's Atlas Gelderland) is gebleken dat de gebouwen daadwerkelijk zijn opgericht. Stikstofbronnen anders dan dieren hebben in het verleden nooit expliciet deel uitgemaakt van vergunningen. Voor zover deze onmisbaar zijn voor de vergunde activiteiten beschouwen we deze stikstofbronnen als impliciet vergund. Daarom is opname van de regel "Overige stikstofbronnen” in de tabellen van de referentiesituatie toegestaan. De waarden in de referentiesituatie van de AERIUS-berekening wijken af van de waarden in de referentievergunning. Dat is omdat de emissiefactoren uit de Regeling ammoniak en vechouderij
(Rav) in de tussentijd aangepast zijn. Er wordt in AERIUS altijd gerekend met de meest recente emissiefactoren. Wij gaan uit van de vergunde aantallen dieren en rekenen met de huidige inzichten over ammoniakuitstoot.
provincie
Gelderland
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad
8van17
522 Salderingssituatie De salderingssituatie in de bijgevoegde AERIUS-verschilberekening (bijlage 2) omvat de over te dragen activiteiten van één saldogever. In deze paragraaf verantwoorden wij deze gegevens.
De beleidsregels schrijven voor dat de stikstofruimte van de saldogevers voor 70% mag worden gebruikt ten behoeve van externe saldering. De beleidsregels schrijven voor dat u dit moet berekenen door 30% te korten op de depositie van de stikstofbronnen. Dit hebt u gedaan door voor
de salderingssituatie in AERIUS een afroomfactor van 0,3 toe te passen. Saldogever Meenkmolenweg 6 Winterswijk Corle
Bepalen van de referentiesituatie voor de locatie Meenkmolenweg 6 Winterswijk Corle Als referentiesituatie geldt de vergunning NBW 1998 d.. 14 augustus 2013 met zaaknummer 2013-005915.
Over te dragen activiteiten
Tabel 3 is een samenvatting van de salderingssituatie in de bijgevoegde AERIUS-berekening. Tabel 3: salderingssituatie, Meenkmolenweg 6 Winterswijk Corle
Bron/Stal
Diersoort/omschrijving
Bron1/Stal2
_ | Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
3100
17
Bron2/Stal3
| Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
A 3100
16
Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar,
A1100
2
Born3/Stal4
|Melkenkalfkoeienouderdan2jaar,
| A1100
96
Bron 4/Stal6
| Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar,
A1100
16
Bron 5/Stal7
_ | Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
43100
44
Bron6/Stal8
_| Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
A3100
18
Bron7/Stal13
| Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar,
A1100
7
inclusief beweiden inclusief beweiden inclusief beweiden
inclusief beweiden
RAV-code/ BWL? | Aantal
PAS2015.08-02 PAS2015.08-02
PAS2015.08-02
PAS2015.08-02
Op grond van onze beleidsregels salderen in Gelderland wordt de vergunde capaciteit alleen in de salderingssituatie meegenomen voor zover de capaciteit aantoonbaar feitelijk is gerealiseerd. Voor het vaststellen van de feitelijk gerealiseerde capaciteit zijn de gegevens aangeleverd zoals weergegeven in tabel 3. Uit de geraadpleegde bronnen met recente informatie (luchtfoto's Atlas Gelderland) is gebleken dat de gebouwen daadwerkelijk zijn opgericht. reallsatie van het stalsysteem moet aljd de meest actuele versie gehanteerd worden. Indien voorafgaand aan realisatie van het stalsysteem een actuelere omschrjving is vastgested, moet de versie {oegepast worden.
provincie
Gelderland
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad
9van17
De beleidsregels salderen in Gelderland schrijven ook voor dat de salderingssituatie moet worden gecorrigeerd voor het Besluit emissiearme huisvesting (Beh). We hebben de referentiesituatie getoetst aan het Beh. De stalsystemen toegepast in de vergunde situatie voldoen aan de maximaal
toegestane emissiefactoren volgens het Beh. De waarden in de salderingssituatie van de AERIUS-berekening wijken af van de waarden in de
referentievergunning van de saldogever. Dat is omdat de emissiefactoren uit de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) in de tussentijd aangepast zijn. Er wordt in AERIUS altijd gerekend met de meest recente emissiefactoren. Wij gaan uit van de vergunde aantallen dieren en
rekenen met de huidige inzichten over ammoniakuitstoot.
523
_ Aangevraagde situatie (geanonimiseerd) e ‘= (geanonimiseerd) B
Onderstaande tabel geeft de aangevraagde situatie weer. Tabel 4 is een samenvatting van de
‘beoogde situatie uit de bijgevoegde AERIUS-verschilberekening. In deze berekening is tevens de emissie van alle bronnen en de daarbij behorende depositie terug te vinden. Tabel4: aangevraagde situatie
Bron/Stal Bron1/Stal3
Diersoort/omschrijving | Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar
RAV-code/ BWL? | Aantal A1100
130
Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
3100
34
Bron 2/Stal 2 _| Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
A3.100
58
Bron3/Stal4
A1100
28
| A7.100
12
A 3100
6
| Melk-en kalfkoeien ouder dan 2 jaar
inclusief beweiden
Fokstieren en overig rundvee ouderdan
PAS2015.08-02
2 jaar
Born 10/Iglo's
| Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
Overige stikstofbronnen
524
_
Beoordeling van de effecten van stikstofdepositie
Door middel van salderen met de referentiesituatie en de referentiesituatie van de saldogever op de Jocatie Meenkmolenweg 6 te Winterswijk Corle komt de depositie uit op 0,00 mol/ha/j of lager. De aangevraagde activiteit leidt niet tot significante effecten op instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden.
Tealisatie van het stalsysteem moet aljd de meest actuele versie genanteerd worden. Indien voorafgaand aan realisatie van het stalsysteem een actuelere omschrjving is vastgesteid, moet de versie toegepast worden.
provincie
Gelderland
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad
10 van 17
Beweiden
en bemesten
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 12 oktober 2022 een uitspraak gedaan over het beweiden en bemesten?. In de uitspraak legt de Afdeling bestuursrechtspraak uit 'hoe bepaald kan worden of de gevolgen van beweiden weggestreept kunnen worden tegen de
gevolgen van bemesten. Daarvoor is van belang om inzichtelijk te maken in hoeverre de gronden. vanafde referentiesituatie bemest mochten worden. Hiertoe zijn de volgende stukken aangeleverd:
* _ Een kaart met de pereelen waar beweid gaat worden inclusief de kadastrale nummers en oppervlakte per perceel; * _ De bestemmingsplankaarten van de percelen die beweid worden tussen 7 december 2004
en 2022 en de bijbehorende planregels; e _ Een bewijs dat de aangewezen percelen ten tijde van de aanwijsdatum feitelijk gebruikt werden als landbouwgrond. Uit bovengenoemde stukken blijkt dat de percelen die worden beweid, sinds de aanwijsdatum van de Natura 2000-gebieden feitelijk gebruikt werden als landbouwgrond. Deze percelen mochten
sinds de aanwijsdatum bemest worden. Hierdoor kan het beweiden, door middel van intern salderen, worden weggestreept tegen de bemeste percelen. Het beweiden leidt daarom niet tot
significante effecten op de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden. 525
Beoordeling onderbouwing additionaliteit
Het bedrijf aan de Drichonderdmeterweg 124 te Aaltenheeft op 25 augustus 2022 een aanvraag
voor een natuurvergunning ingediend, waarbij in de passende beoordeling gebruik wordt gemaakt van extern salderen als mitigerende maatregel. De invulling van deze mitigerende maatregel zorgt er voor dat (naast het opnieuw inzetten van de ruimte uit de saldogevende vergunning) een (groter) deel van de depositie op gebied Korenburgerveen wordt vermeden.
Dit wordt in het onderstaande
verder toegelicht. Gelet hierop is de inzet van een deel van de stikstofruimte voor de aangevraagde vergunning verantwoord en in overeenstemming met wet- en regelgeving. Bestaande ruimte
Voor het bedrijf aan de (geanonimiseerd) e ‘< (geanonimiseerd) B is cen milieutoestemming verleend op 13 augustus 1991. Zie tabel 2 van paragraaf 5.2.1 van deze beschikking, waarin de vergunde activiteiten en capaciteiten zijn vermeld. De depositieruimte behorende bij de vergunde activiteiten wordt ingezet als saldoruimte (referentiesituatie) voor het uitvoeren van de activiteiten van het bedrijf aan de
(geanonimiseerd) ‘< (geanonimiseerd) N B beschreven als beoogde situatie in de verschilberekening bij de aanvraag (bijlage 2).
provincie
Gelderland
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad
11 van17
Extra benodigde ruimte met behulp van extern salderen
Het bedrijf aan de driehonderdmeterweg heeft zoals hierboven aangegeven al sinds 13 augustus 1991 een milieuvergunning voor deze locatie, maar
heeft nog geen natuurvergunning. Het bedrijf
bestaat uit de activiteiten beschreven in tabel 4 van de beoogde situatie van paragraaf 5.2.3. Om extern te kunnen salderen, is er op d.d. 23 mei 2022 een schriftelijke overeenkomsten gesloten met het bedrijf aan de Meenkmolenweg 6 te Winterswijk. Tot die tijd zijn de dieren in deze
veehouderij aanwezig geweest. Van de saldoruimte die saldo-ontvangerin wil zetten voor de vergunning van het bedrijf aan de (geanonimiseerd) ‘< (geanonimiseerd) e B v (naast de afroming) een groot deel vrij, omdat deze niet ‘nodig is voor de nieuwe vergunning (omdat de betreffende hexagonen niet worden geraakt door de
activiteit). Deze afname draagt mede bij aan de stikstofreductie. Het gaat hierbij om totaal 283,59 'ha Natura2000-gebied waarop een afname plaatsvindt met als hoogste afname 1,50 mol/ha/j. sltuatle
[ianezen-s00i _ v eoectentenng
stof
vo
Weergave
olmoosmeee
<
Berekend (ha gekarteerd)
Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr)
Met toename (ha gekarteerd]
283,59
2.235,63
0,00
Grootste toename (mol N/ha/jr)
Met afname (ha gekarteerd)
Grootste afname (mel N/ha/jr)
0,00
283,59
1,50
Figuur1: Uitsnede van printscreen van Wnb registratieset van de AERIUS-verschilberekening
Salderen tegen de achtergrond van bestaand beleid en maatregelen stikstofreductie Algemene reductie aanpak Voor de reductie van stikstofdepositie worden landelijk en regionaal verschillende maatregelen getroffen. Het Rijk heeft in het Programma stikstofreductie en natuurverbetering (PSN) beleid verankerd dat zorgt voor een stikstofdepositiereductie van 103-180 mol/ha/jaar in 2030
(maatregelen n tabel 4.1 van hoofdstuk 4 van het PSN). Met het PSN kan de resultaatsverplichting uit artikel 1.12a Wet natuurbescherming van 50% : in 2030 worden behaald. Dit is gebaseerd op een doorrekening van PBL in samenwerking met TNO, CE-Delft en RIVM:. Daarnaast geldt dat op basis
van bestaand beleid uit de beheerplannen voor de Natura 2000-gebieden maatregelen in de natuur zijn uitgevoerd die bijdragen aan het halen van de instandhoudingsdoelen in die gebieden. In het PSN worden in hoofdstuk 5 zo nodig aanvullende maatregelen opgenomen in het kader van
natuurverbetering.
provincie
Gelderland
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad
12van17
Natuurdoelanalyses
Provincies leveren informatie aan per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied in natuurdoelanalyses (NDA's). Dit als eerste stap voor het gebiedsplan met maatregelen zoals bedoeld voor het behalen van de resultaatverplichting in de Wet natuurbescherming.
Per gebied wordt in de NDA's gerapporteerd over de staat van de natuur. Daarnaast geeft een NDA aan of de vastgestelde maatregelen die genomen worden voor natuurherstel, samen met een daling van de stikstofuitstoot tot 2030, voldoende zijn om verslechtering tegen te gaan en de
instandhoudingsdoelen te halen. Basis hiervoor is de stand van zaken per gebied voor 2020, 2025 n in 2030, zoals opgenomen in AERIUS Monitor 2022. Waarbij voor het jaar 2030 rekening is gehouden met de autonome ontwikkeling van de stikstofdepositie (gebaseerd op de door het Rijk
reeds vastgestelde maatregelen). Voor de betrokken gebieden geeft AERIUS Monitor het volgende aan voor het jaar 2030: Tabel
: Mate
van
u
in
betrokken Natura
ied
atige
links Weust
i7
ooldse Veen
Bekendelle
Uit de NDA blijkt dat voor habitattype Beuken-eikenbossen met hulst (H9120) behoud van de oppervlakte geborgd is. Kwaliteitsverbetering is in zicht door het treffen van maatregelen. De
overbelasting met stikstof neemt tot 2030 aanzienlijk af, maar er is nog wel sprake van overschrijding van de KDW. Voor Eiken-haagbeukenbossen (H9160A) en Beekbegeleidende bossen (H91EOC) is behoud tevens
geborgd, maar zijn er aanvullende maatregelen m.b.t. het hydrologisch systeem nodig om verslechtering te voorkomen. Op habitattype Vochtige alluviale bossen vindt vanaf 2030 geen overschrijding van de KDW meer plaats. Voor Eiken-haagbeukenbossen neemt overbelasting met
stikstof tot 2030 aanzienlijk af, maar is er nog wel sprake van overschrijding van de KDW. Korenburgerveen Voor alle habitattypen is behoud geborgd als gevolg van het systeemherstel dat is uitgevoerd en de aling van de stikstofdepositie tot 2030. Voor Blauwgraslanden (H6410), Beekbegeleidende bossen
(H910E0C*) is het behalen van de uitbreidings- of verbeterdoelstellingen ook in zicht. Voor de beide habitattypen van hoogveen (Actieve hoogvenen (H71104) en Herstellende 'hoogvenen (H7120)) is behoud geborgd, gezien de stabiele of positieve trends, in combinatie met
systeemherstel en daling van de stikstofdepositie. Het is bij de nog forse overschrijding van de KDW in 2030 echter nog onzeker of structureel kwaliteitsherstel zal plaatsvinden.
provincie
Gelderland
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad
13van17
Willinks
Weust
Uit de NDA voor dit Natura 2000-gebied blijkt dat voor 4 habitattypen behoud geborgd is, gezien de overwegend stabiele trends, in combinatie met hydrologisch systeemherstel, uitbreiding van areaal en daling van de stikstofdepositie.
Voor de habitattypen Heischrale graslanden (H6230), Blauwgraslanden (H6410) en Jeneverbesstruwelen (H5130) geldt het eindoordeel 'nee, tenzij. De belangrijkste redenen: In 2030 is nog sprake van een aanzienlijke overschrijding van de KDW.
Het systeemherstel heeft op de bestaande locaties van deze habitats bovendien weinig invloed door de bijzondere ondergrond. Het is daardoor onzeker of verslechtering van kwaliteit van bestaande habitats kan worden uitgesloten. En ook of deze zich n de omgevormde gebieden met goede kwaliteit zullen ontwikkelen.
Voor jeneverbesstruwelen is behoud ook onzeker, omdat nog onzeker is of maatregelen voor
verjonging zullen aanslaan. Voor de habitattypen van bossen zijn de eindoordelen positiever, omdat de overbelasting met stikstof minder groot is. Ook zijn herstelmaatregelen en natuurlijke ontwikkelingen positief voor de
kwaliteitsontwikkeling. Behoud is daarmee geborgd. Kwaliteitsverbetering van Eiken'haagbeukenbossen (H9160A) en Beekbegeleidende bossen (H91E0C*) is vanwege de afname van stikstof tot respectievelijk net boven of onder de KDW in zicht. Wooldse Veen
Voor de 3 habitattypen (Heischrale graslanden (H6230), Actieve hoogvenen (H7110A) en
Herstellende hoogvenen (H7120)) is behoud geborgd, gezien de stabiele of positieve trends, in combinatie met systeemherstel en daling van de stikstofdepositie. Het is bij de nog forse overschrijding van de KDW in 2030 echter nog onzeker of structureel kwaliteitsherstel zal plaatsvinden voor de habitattypen van hoogveen. Het systeemherstel in en rond het Wooldse Veen
is bijna afgerond aan de Nederlandse kant. Aan de
Duitse kant van het grensoverschrijdende Natura 2000-gebied moeten echter nog herstelmaatregelen uitgevoerd worden. Hiervoor zijn onderzoeksmaatregelen opgenomen. Zolang de hieruit voortkomende herstelmaatregelen niet zijn genomen, is kwaliteitsverbetering van het 'hoogveen aan de Nederlandse kant ook hierom onzeker. Stikstofdepositievracht
Met behulp van de AERIUS Checkis naar de totale stikstofdepositievracht van de saldogever en die van de saldo-ontvanger gekeken. Uit deze berekening blijkt dat de totale depositievracht van de saldogever 416 mol N/jris .0.v. 216 mol N/jr van de saldo-ontvanger.
Daarnaast is er specifiek gekeken naar de toename van de stikstofdepositie bij de saldo-ontvanger op de Natura 2000-gebieden, evenals de depositievracht die de saldogever aan de saldo-ontvanger levert (waarbij de aanvankelijke aftrek van 30 procent voor natuur al in mindering is gebracht). De
onderstaande tabel biedt een overzicht van deze gegevens, waarbij per Natura 2000-gebied wordt aangegeven hoeveel mol N/jr extra afroming plaatsvind.
provincie
Gelderland
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad
14van17
Tabel 6: Overzicht depositievracht per N2000-gebied
atura 2000-gebied _ [Foename depositievracht
ositievracht saldonemer
[Mol N/jr extra
[Bekendelle
kaldo-ontvanger R7
aar saldo-ontvanger D3
46
|Wil]inl(s Weust
b
[3
F
b
bs
Il(nmnburgerveen |w°oldse Veen
uurserzand & laaksbergerveen
bs
B
[Witte Veen
[stelkampsveld
b
17
b
ming
b89
k
65
k
k
k
&
Uit bovenstaande tabel blijkt dat door middel van extern salderen het overgrote deel van de depositievracht van de saldogever niet wordt ingezet voor stikstof-emitterende ontwikkelingen en
daarmee onbenut blijft en komt te vervallen. Conclusie
Gelet op het voorgaande geldt dat voldoende andere maatregelen worden getroffen om de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden niet in gevaar te
brengen en verslechtering te voorkomen. Gebruik maken van de stikstofruimte van saldogevers is dan ook niet in strijd met de bepalingen van de Wet natuurbescherming en de Habitat- en Vogelrichtlijn.
53
Overige gebiedseffecten
De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Bekendelle is 5,6 km. Door de afstand tot de Natura 2000-gebieden zijn er naast de effecten van stikstof geen andere effecten op deze gebieden.
54
Effecten op Natura 2000-gebieden in Duitsland
Bij ons besluit betrekken we ook eventuele effecten op Natura 2000-gebieden net buiten onze landsgrenzen. De aangevraagde ontwikkeling van uw bedrijf heeft ook invloed op Natura 2000gebieden in Duitsland. Voor de beoordeling van de toename sluiten wij aan bij de Duitse manier
van beoordelen. Volgens de Duitse overheid is er geen sprake van een negatief effect als de toename van stikstofdepositie lager is dan 7,14 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Uw aanvraag blijft onder deze grenswaarde. Verdere toetsing van effecten op Natura 2000-
gebieden in Duitsland is daarom niet nodig. 55 __ Meldingsplicht Er is sprake van houtopstanden als de kap plaatsvindt buiten de bebouwde kom en de te kappen ‘bomen onderdeel zijn van een houtopstand van minimaal 10 are of een bomenrij van minimaal 21
provincie
Gelderland
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad
15van17
bomen. Uiterlijk 6 weken, maar niet eerder dan een jaar voorafgaand aan de kap moet een
kapmelding bij de provincie Gelderland worden gedaan. De te kappen bomen moeten op dezelfde Jocatie binnen 3 jaar worden herplant. Indien hiervan afgeweken wordt, moet separaat een ontheffing bij de provincie aangevraagd worden.
56
Effecten op beschermde houtopstanden
Er worden geen bomen gekapt. Daarmee zijn er geen effecten op beschermde houtopstanden. 57
Conclusie
Wij zijn voornemens de vvgb afte geven. Op grond van het vorenstaande hebben wij de zekerheid
verkregen dat het project geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden. De aanvraag past binnen
de beleidsregels salderen in Gelderland. De aan de orde zijnde negatieve effecten van dit project zijn niet van dien aard dat deze op grond van artikel 2.4 Wet natuurbescherming nader moeten worden gereguleerd. U mag de omgevingsvergunning pas verlenen op het moment dat alle samenhangende besluiten omtrent natuurvergunningen en milieutoestemmingen van saldogevers onherroepelijk zijn
geworden. Voor de overige gebiedseffecten hebben wij op grond van het vorenstaande
de zekerheid verkregen
dat het project geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden. Wij verlenen voor it onderdeel dan ook de vvgb. De aan de orde zijnde negatieve effecten van dit project zijn niet van dien aard dat deze op grond van artikel 2.4 Wet natuurbescherming nader moeten worden gereguleerd.
6
Overige verplichtingen
U bent zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van eventueel benodigde ontheffingen, vergunningen of toestemmingen op grond van andere wet- en regelgeving.
7
Juridische grondslagen
Dit besluit is genomen op grond van: Wet natuurbescherming, artikel 2.4 Wet natuurbescherming, artikel 2.7, lid 2 en 3
Wet natuurbescherming, artikel 5.3 lid 1 Wet stikstofreductie en natuurverbetering Besluit natuurbescherming, artikel 2.14, lid 3
provincie
Gelderland
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad
16van 17
(geanonimiseerd) (ECLI:NL:RVS:2021:71) Uitspraak Raad van State inzake Logtsebaan, B Beleidsregels procedure besluitvorming Wet natuurbescherming Gelderland
provincie
Gelderland
Datum
16 augustus 2022 Zaaknummer 2022-011959 Blad
17van17
BIJLAGE
2
AERIUS-berekeningen o
Verschilberekening (kenmerk S6960T165Avg, d.. 11 augustus 2023)
o
Beoogde situatie (kenmerk Rji2pXk27WBK d.d. 11 augustus 2023)
provincie
Gelderland