Onderwijshuisvestingsverordening gemeente Aalten 2021.pdf
Tekst van het document
Het aantal lestijden bewegingsonderwijs wordt bepaald aan de hand van het lesrooster met als maximum het met toepassing van tabel 4 en de volgende formule berekende aantal: (aantal leerlingen x 32 x m2 bvo bewegingsonderwijs) / 460. Voor het LWOO en praktijkonderwijs geldt een aangepaste formule: (aantal leerlingen x 32 x m2 bvo bewegingsonderwijs) / 322. Op het aldus bepaalde aantal lestijden wordt het aantal in eigen accommodatie te verzorgen lessen bewegingsonderwijs in mindering gebracht. C.2.6 Aanpassing en onderhoud De omvang van de goedgekeurde voorziening wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken voor het onderwijs dan wel noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs en door de actuele eisen die aan lokalen bewegingsonderwijs worden gesteld. C.2.7 Herstel van een constructiefout en vervangen of herstel van schade aan gebouw en inventaris in geval van bijzondere omstandigheden De omvang van de goedgekeurde voorziening wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs. C.2.8 Huur van een sportveld Deze voorziening wordt voor ten hoogste 8 weken per jaar toegekend.
Het aantal lestijden waarvoor vergoeding wordt gegeven wordt bepaald aan de hand van het lesrooster met als maximum het met toepassing van tabel 4 en de volgende formule berekende aantal: (aantal leerlingen x 32 x m2 bvo bewegingsonderwijs) / 460. Voor het LWOO en praktijkonderwijs geldt een aangepaste formule: (aantal leerlingen x 32 x m2 bvo bewegingsonderwijs) / 322. Deel D – Minimumnormen voor nieuwe voorzieningen D.1 School voor primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs 1. Voor het verharde gedeelte van het schoolterrein (de speelplaats) geldt een minimum oppervlakte van 3 m2 per leerling met een minimum van 300 m2. Vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan met 600 m2.
22
2. Voor een speellokaal geldt een minimum oppervlakte van 90 m2 bvo (netto 84 m2). D.2 Lokaal bewegingsonderwijs 1. Voor de oefenzaal geldt een netto vloeroppervlakte van minimaal 252 m2 en een minimale hoogte van 5 meter. 2. Een lokaal bewegingsonderwijs bevat minstens 2 kleedruimten met een was- of douchegelegenheid per oefenzaal. Deel E – Meetinstructie voor het vaststellen van de bvo van schoolgebouwen E.1 Schoolgebouwen in het primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs De bvo wordt vastgesteld volgens NEN 2580 met inachtneming van het volgende: a. in- en aangebouwde fietsenstallingen en bergingen die uitsluitend van buitenaf bereikbaar zijn, worden niet tot de bvo gerekend; b. de oppervlakte van verbindende ruimten tussen in- of aanpandige lokalen bewegingsonderwijs wordt toegerekend aan het lesgebouw; c. bij scheidingswanden tussen lesgebouwen en in- of aanpandige lokalen bewegingsonderwijs wordt de bvo gerekend tot het hart van de scheidingsconstructie. E.2 Schoolgebouwen in het voortgezet onderwijs De bvo is de som van de bvo’s van alle tot het gebouw behorende beloopbare binnenruimten. De bvo wordt gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande buitenconstructies die de ruimten omhullen en met inachtneming van het volgende: a.
tot de bvo behoren eveneens de oppervlakte van trapgaten, liftschachten en leidingschachten op elk vloerniveau en de oppervlakte van vrijstaande uitwendige kolommen voor zover groter dan 0,5 m2; b. de oppervlakte van overdekte niet door vaste buitenbegrenzingen omsloten ruimten wordt niet tot de bvo gerekend, ongeacht de vloerconstructie of wijze van verharding. Dit betreft bijvoorbeeld luifels, dakoverstekken, de ruimte onder op kolommen staande verdiepingen en fietsenstallingen (al dan niet overdekt); c. open brand-of vluchttrappen aan de buitenzijde van een gebouw worden bij de bepaling van de bvo niet meegerekend; d. niet-beloopbare kelders en zolders worden ook niet meegerekend.
23
Bijlage IV – Vergoedingscriteria en normbedragen Algemeen Uitgangspunt is dat de vergoeding wordt vastgesteld op basis van de feitelijke kosten. Voor de voorzieningen genoemd in artikel 2 onder b, c, d en e worden de door het college goedgekeurde kosten verhoogd met 6% ter vergoeding van de kosten van technische ondersteuning als het een voorziening betreft waarvoor via programma of spoedprocedure medewerking is verleend en het bestuur bouwheer is. Voor de voorzieningen genoemd in artikel 2 onder a. 1, 2 en 6 en onder f gelden de hierna volgende normbedragen als taakstellend maximum. Normbedragen De hier opgenomen normbedragen zijn van het prijspeil 2020. De bedragen zijn inclusief BTW en technische ondersteuning en worden jaarlijks aangepast conform de systematiek van prijsbijstelling zoals opgenomen in de modelverordening onderwijshuisvesting van de VNG. A. Nieuwbouw (permanente bouwaard) A.1 Kostencomponenten 1. De financiële normering voor nieuwbouw bestaat uit de volgende kostencomponenten: a. terreinkosten; b. bouwkosten; c. toeslag speellokaal; d. toeslag liftinstallatie; e. toeslag paalfundering; f. toeslag bemaling; g. verhuiskosten. 2. De toeslag voor een eventueel speellokaal geldt alleen voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs. 3.
De toeslag voor een eventuele liftinstallatie (inclusief het aanbrengen van een schacht) geldt alleen bij de nieuwbouw van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. 4. De toeslag voor paalfundering geldt alleen voor een school voor voortgezet onderwijs en is afhankelijk van de benodigde paallengte en de omvang van de bouw. De noodzaak van paalfundering moet blijken uit een sonderingsrapport. 5. De toeslag voor noodzakelijke bemaling geldt alleen voor een school voor voortgezet onderwijs indien de grondwaterstand minder dan 1 meter onder het maaiveld ligt. De vergoeding bedraagt een bedrag per m2 goedgekeurde terreinoppervlakte. 6. Als vervangende nieuwbouw wordt gerealiseerd door uitbreiding van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen voor uitbreiding. A.2 Terreinkosten 1. Het benodigde terrein wordt door de gemeente bouwrijp en om niet aan het bestuur in eigendom overgedragen. De kosten voor het terrein worden bepaald op de in de gemeente gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen. 2. Bij vervangende nieuwbouw op dezelfde plaats behoren de sloopkosten van het oude gebouw tot de terreinkosten. De sloopkosten worden vergoed op basis van de feitelijke kosten. A.3 Bouwkosten 1. De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw (inclusief fundering) en de kosten van aanleg en inrichting van het terrein. 2.
Voor het primair en het (voortgezet) speciaal onderwijs bestaat de vergoeding uit een startbedrag, inclusief een aantal m2 bvo, en een bedrag voor elke volgende m2 bvo.
24
3. Voor het voortgezet onderwijs bestaat de vergoeding uit een vergoeding voor de ruimteafhankelijke kosten en een vergoeding voor de sectieafhankelijke kosten. 4. Met deze vergoedingsbedragen moet de op grond van bijlage III goedgekeurde voorziening worden gerealiseerd. A.3.1 Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag voor de eerste 350 m2 bvo € 1.093.866,09 Voor elke volgende m2 bvo € 1.871,92 A.3.2 Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag voor de eerste 670 m2 bvo (excl. speellokaal) € 1.772.392,22 2 Voor elke volgende m bvo (excl. speellokaal) € 1.960,15 Toeslag speellokaal (90 m2 bvo) € 168.168,10 A.3.3 Bouwkosten school voor (voortgezet) speciaal onderwijs De vergoeding voor een (V)SO-school wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag voor de eerste 677 m2 bvo (excl. speellokaal) € 1.705.640,91 Voor elke volgende m2 bvo (excl. speellokaal) € 1.948,52 Toeslag speellokaal (90 m2 bvo) € 168.168,10 Toeslag liftinstallatie (incl. liftschacht) € 165.291,75 A.3.4 Bouwkosten school voor voortgezet onderwijs 1. Tussen nieuwbouw en uitbreiding van een school voor voortgezet onderwijs is er geen onderscheid in de financiële normering. 2.
De vergoeding voor de ruimteafhankelijke kosten bestaat uit een bedrag per m2 bvo voor de afzonderlijke ruimtesoorten, afhankelijk van de omvang van de voorziening. De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: < 460 m2
460 <2.500 m2
> 2.500 m2
Algemene en specifieke ruimte € 2.928,61 € 1.738,05 € 1.696,41 Werkplaatsen € 2.860,42 € 2.313,85 Werkplaatsen consumptief € 3.473,42 € 2.926,85 3. De vergoeding voor de sectieafhankelijke kosten bestaat uit een vast bedrag per voorziening (de algemene vaste voet) en een vast bedrag per sectie, afhankelijk van de omvang van de voorziening. Voor voorzieningen kleiner dan 460 m2 bvo wordt geen sectieafhankelijke vergoeding toegekend. De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: <460m2 460 <2.500 m2 > 2.500 m2 Algemeen € 0,00 € 184.789,31 Algemene sectie € 0,00 € 362.727,46 € 506.450,51 Werkplaatssectie € 0,00 € 67.069.51 4. Tot de specifieke ruimte behoren (uiterlijke) verzorging/mode en commercie (huishoudkunde, gezondheidskunde, uiterlijke verzorging, mode, commercie) en handel/verkoop/administratie (verkooppraktijk, kantoorpraktijk, etaleren). 5. Tot de werkplaatsen behoren techniek algemeen (bouwtechniek, machinale houtbewerking, meten, elektrotechniek, installatietechniek, lasserij, metaal, mechanische techniek, motorvoertuigentechniek), consumptief (consumptieve techniek), grafische techniek en landbouw (groen-praktijk). 6. De overige ruimte is algemene ruimte. De specifieke en algemene ruimten behoren tot de algemene sectie.
25
7. De toeslag paalfundering bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per m2 bvo. De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Nieuwbouw en uitbreiding < 1000 m2 Vast bedrag Bedrag per m2 bvo Paallengte tot 15 m € 5.386,87 € 28,27 Paallengte 15 tot 20 m €5.734,99 € 47,81 Paallengte 20 m of langer € 6.402,94 € 85,55 Uitbreiding > 1000 m2 Paallengte tot 15 m € 6.578,33 € 9,90 Paallengte 15 tot 20 m € 8.580,34 € 25,69 Paallengte 20 m of langer € 13.029,97 € 51,94 8. De toeslag bemaling bedraagt € 18,36 per m2 terreinoppervlakte. A.4 Verhuiskosten 1. Bij vervangende nieuwbouw van een school voor primair of (voortgezet) speciaal onderwijs bestaat aanspraak op vergoeding van de noodzakelijke verhuiskosten. 2. De verhuiskosten worden vergoed op basis van de feitelijke kosten. B. Uitbreiding (permanente bouwaard) B.1 Reikwijdte Deze paragraaf is alleen van toepassing op de uitbreiding tot 1035 m2 bvo van een school voor primair onderwijs en op de uitbreiding tot 1000 m2 bvo van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Voor grotere uitbreidingen in het primair en (voortgezet) speciaal onderwijs en voor alle uitbreidingen in het voortgezet onderwijs is het bepaalde in deze bijlage onder A van toepassing. B.2 Terreinkosten Voor noodzakelijke uitbreiding van het terrein is het bepaalde in deze bijlage onder A.2 van toepassing. B.3 Bouwkosten 1.
De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw (inclusief fundering) en de kosten van aanleg en inrichting van het terrein. 2. De vergoeding bestaat uit een basisbedrag en een bedrag per m2 bvo. Met deze vergoedingsbedragen moet de op grond van bijlage III goedgekeurde voorziening worden gerealiseerd. B.3.1 Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Basisbedrag bij uitbreidingen van 115 m2 bvo of groter € 160.185,69 2 Basisbedrag bij uitbreidingen van 55 tot 115 m bvo € 106.790,52 Naast het basisbedrag voor elke m2 bvo € 2.133,84 B.3.2 Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Basisbedrag bij uitbreidingen van 105 m2 bvo of groter € 164.729,33 2 Basisbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 105 m bvo € 109.819,54 Naast het basisbedrag voor elke m2 bvo (excl. speellokaal) € 2.176,37 Toeslag speellokaal (90 m2 bvo) in combinatie met € 192.046,20 uitbreiding van de school
26
Vergoeding speellokaal (90 m2 bvo) zonder gelijktijdige uitbreiding van de school
€ 353.088,51
B.3.3 Bouwkosten school voor (voortgezet) speciaal onderwijs De vergoeding voor een (V)SO-school wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Basisbedrag bij uitbreidingen van 96 m2 bvo of groter € 149.195,90 2 Basisbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 96 m bvo € 99.463,94 Naast het basisbedrag voor elke m2 bvo (excl. speellokaal) € 2.180,68 Toeslag speellokaal (90 m2 bvo) in combinatie met € 168.168,10 uitbreiding van de school Vergoeding speellokaal (90 m2 bvo) zonder gelijktijdige € 353.088,51 uitbreiding van de school Toeslag liftinstallatie (incl. liftschacht) € 198.677,66 C. Tijdelijke voorzieningen C.1 Vergoedingsbedragen 1. De vergoedingsbedragen zijn afgestemd op de investeringslasten van voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen enerzijds nieuwbouw als hoofdlocatie of uitbreiding van een permanente locatie en anderzijds uitbreiding van een bestaande tijdelijke voorziening. Daarnaast wordt ingegaan op huur van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw. 2. Met de vergoedingsbedragen moet de op grond van bijlage III goedgekeurde voorziening worden gerealiseerd. C.2 Terreinkosten Als een tijdelijke voorziening niet gerealiseerd kan worden op het aanwezige terrein, is voor de noodzakelijke uitbreiding van het terrein het bepaalde in deze bijlage onder A.2 van toepassing.
C.3 Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente locatie De vergoeding bestaat uit een basisbedrag en een bedrag per m2 bvo. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de kosten van aanleg en inrichting van het terrein en de eenmalige aansluitkosten op nutsvoorzieningen. C.3.1 Vergoeding school voor primair onderwijs De vergoeding voor een school voor primair onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Basisbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter € 62.293,89 Basisbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo € 41.529,27 Naast het basisbedrag voor elke m2 bvo € 1.530,85 C.3.2 Vergoeding school voor (voortgezet) speciaal onderwijs De vergoeding voor een (V)SO-school wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Basisbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter € 65.290,63 2 Basisbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m bvo € 44.120,78 Naast het basisbedrag voor elke m2 bvo € 1.499,89 C.4 Uitbreiding bestaande tijdelijke voorziening De vergoeding bestaat uit een basisbedrag en een bedrag per m2 bvo. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten en de kosten van aanleg en inrichting van het terrein. C.4.1 Vergoeding school voor primair onderwijs
27
De vergoeding voor een school voor primair onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Basisbedrag bij uitbreiding van 80 m2 bvo of groter € 35.015,89 2 Basisbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m bvo € 23.343,92 Naast het basisbedrag voor elke m2 bvo € 1.604,08 C.4.2 Vergoeding school voor (voortgezet) speciaal onderwijs De vergoeding voor een (V)SO-school wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Basisbedrag bij uitbreiding van 80 m2 bvo of groter € 35.504,70 2 Basisbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m bvo € 23.669,79 Naast het basisbedrag voor elke m2 bvo € 1.585,80 C.5 Vergoeding school voor voortgezet onderwijs De vergoeding voor nieuwbouw en uitbreiding met tijdelijke lokalen in het voortgezet onderwijs bestaat uit een basisbedrag van € 64.070,92 en een bedrag per m2 bvo van € 931,92. Hiermee moeten alle directe en indirecte kosten gemoeid met de realisatie van de voorziening worden bestreden. C.6 Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen Naast aankoop kan een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw ook worden gehuurd. Zowel huur van een tijdelijk als van een bestaand gebouw wordt vergoed op basis van de feitelijke kosten. D. Inventaris D.1 Bepaling vergoeding 1. Bij het primair en (voortgezet) speciaal onderwijs bestaat de vergoeding voor inventaris uit een basisbedrag en een bedrag per m2 bvo. 2.
Bij het voortgezet onderwijs is de vergoeding afhankelijk van het type ruimte dat wordt gerealiseerd. 3. Bij uitbreiding wordt de vergoeding bepaald aan de hand van het verschil tussen de vergoeding voor de school met en zonder uitbreiding. 4. Als in plaats van uitbreiding wordt verwezen naar medegebruik, wordt inventaris slechts toegekend als de inventaris in de voor medegebruik aangewezen ruimte ontbreekt of niet geschikt is. D.2 Vergoeding basisschool De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Basisbedrag € 41.155,84 2 Naast het basisbedrag voor elke m bvo € 143,98 D.3 Vergoeding speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Basisbedrag € 87.317,93 Naast het basisbedrag voor elke m2 bvo (excl. speellokaal) € 148,95 Speellokaal € 7.968,15 D.4 Vergoeding school voor (voortgezet) speciaal onderwijs De vergoeding voor een (V)SO-school wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Basisbedrag Naast het basisbedrag voor elke m2 bvo (excl. speellokaal) SO/VSO-doven € 147.122,36 € 256,81
28
SO/VSO-sh SO/VSO-esm SO/VSO-visg SO/VSO-lz SO/VSO-lg SO/VSO-zmlk SO/VSO-zmok SO/VSO-pi SO/VSO-mg SO-speellokaal
€ 133.648,95 € 124.537,94 € 176.744,13 € 112.707,66 € 132.688,64 € 110.957.15 € 108.304,84 € 109.262,25 € 134.347,31 € 7.968,15
€ 332,83 € 165,50 € 315,88 € 155,64 € 303,42 € 132,03 € 151,78 € 164,83 € 134,64
D.5 Vergoeding school voor voortgezet onderwijs 1. De vergoeding voor een VO-school wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Ruimtetype Functie Bedrag per m2 bvo Algemeen € 169,84 Specifiek (Uiterlijke) verzorging/mode en commercie € 396,96 Handel/verkoop/administratie € 242,83 Praktijkonderwijs € 326,04 Werkplaatsen Techniek algemeen € 416,47 Consumptief € 806,51 Grafische techniek € 1.541,92 Landbouw € 0,00 2. Voor een specificatie van de specifieke ruimte en de werkplaatsen zie bij A.3.4 van deze bijlage. E. Lokalen bewegingsonderwijs E.1 Nieuwbouw 1. De vergoeding voor de bouwkosten van een lokaal bewegingsonderwijs met een bvo van 455 m2 en een oefenvloer van 252 m2 bedraagt € 1.149.929,69 (op het schoolterrein) of € 1.173.187,70 (op een afzonderlijk terrein). Deze vergoeding is inclusief de kosten van fundering op staal en inrichting van het terrein, maar exclusief grondkosten. 2. Aan (V)SO-scholen voor lichamelijk gehandicapte leerlingen (LG) of voor meervoudig gehandicapte leerlingen (MG) met een LG- of ZMLK-component wordt een toeslag toegekend van 50 m2 bvo in verband met grotere entree en kleedruimten. Het normbedrag van deze toeslag is € 115.354,59. 3.
Als paalfundering noodzakelijk is wordt een toeslag gegeven op basis van de volgende bedragen: Paallengte Vergoeding Vergoeding bij toeslag LG en MG 1<15m € 23.129,57 € 29.163,08 15<20m € 31.885,29 € 40.388,59 >20m € 44.781,52 € 58.125,97 E.2 Uitbreiding 1. Bij uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs wordt in eerste instantie aangesloten bij de vergoeding voor nieuwbouw van een lokaal bewegingsonderwijs met een bvo van 455 m2. 2. Bij lokalen bewegingsonderwijs met een oefenvloer van 140 m2 of minder kan de oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 m2. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Uitbreiding Normbedrag Toeslag bij noodzakelijke paalfundering 1 < 15 meter 15 < 20 meter > 20 meter 112 t/m 120 m2 € 267.171,63 € 10.354,70 € 17.934,95 € 29.321,65 121 t/m 150 m2 € 324.783,83 € 12.947,58 € 22.412,90 € 36.652,05
29
E.3.1 Inventaris school voor primair onderwijs Voor een school voor primair onderwijs bedraagt de vergoeding voor inventaris van een lokaal bewegingsonderwijs € 55.136,04. E.3.2 Inventaris school voor (voortgezet) speciaal onderwijs Voor een (V)SO-school wordt de vergoeding voor inventaris van een lokaal bewegingsonderwijs bepaald op basis van de volgende bedragen: Schoolsoort Bedrag SO-doven € 43.967,68 SO-sh/esm € 43.709,74 SO-visg € 52.917,21 SO-lg/mg € 57.965,72 SO-lz/pi € 41.576,45 SO-zmlk € 41.576,45 SO-zmok € 41.490,90 VSO-doven € 51.547,03 VSO-sh/esm € 52.892,04 VSO-visg € 62.924,29 VSO-lg/mg € 64.554,28 VSO-lz/pi € 50.802,18 VSO-zmlk € 50.802,18 VSO-zmok € 45.350,42 SOVSO-doven € 53.380,85 SOVSO-sh/esm € 57.223,38 SOVSO-visg € 65.299,12 SOVSO-lg/mg € 66.311,34 SOVSO-lz/pi € 55.132,28 SOVSO-zmlk € 55.132,28 SOVSO-zmok € 45.865,02 E.3.3 Inventaris school voor voortgezet onderwijs Voor een school voor voortgezet onderwijs wordt de vergoeding voor inventaris van een lokaal bewegingsonderwijs bepaald op basis van de volgende bedragen: Meubilair Leer- en hulpmiddelen Totaal Eerste lokaal € 1.164,45 € 69.439,21 € 70.603,69 Tweede lokaal € 1.164,45 € 54.167,85 € 55.332,32 Derde lokaal € 1.164,45 € 23.549,65 € 24.714,12 Oefenplaats 1 € 0,00 € 15.335,53 Oefenplaats 2 € 0,00 € 1.770,28 E.4 Medegebruik/huur van een niet-eigen lokaal bewegingsonderwijs 1.
Naast bewegingsonderwijs in een eigen lokaal van de school is ook bewegingsonderwijs mogelijk door medegebruik/huur van een lokaal van de gemeente, van een andere school of van een commerciële exploitant. 2. Afhankelijk van de eigenaar van de accommodatie vindt vergoeding plaats zoals is bepaald in de nadere regels voor bekostiging lokalen bewegingsonderwijs. F. Sportvelden F.1 Huur sportvelden
30
1. Een school voor voortgezet onderwijs kan gedurende maximaal 8 weken per jaar aanspraak maken op een vergoeding van de huur van een sportveld. De vergoeding bedraagt voor de periode van 8 weken € 22,50 per klokuur. 2. Aanspraak op vergoeding als bedoeld in het eerste lid bestaat uitsluitend als de school voor voortgezet onderwijs niet beschikt over een eigen sportveld en geen gebruik maakt van een sportveld dat door de gemeente is gefinancierd.
31
Bijlage V – Prioriteitscriteria aangevraagde voorzieningen Algemeen Indien nodig of gewenst worden voorzieningen die in principe in aanmerking komen voor plaatsing op het programma gerangschikt in volgorde van prioriteit. Daarbij wordt gebruik gemaakt van hoofden subprioriteiten. Hoofdprioriteiten 1. Rangschikking vindt allereerst plaats naar hoofdprioriteit. Er zijn 2 hoofdprioriteiten. 2. Onder hoofdprioriteit 1 vallen de voorzieningen die noodzakelijk zijn om een capaciteitstekort op te heffen. Het betreft de volgende voorzieningen: a. nieuwbouw (inclusief terrein); b. uitbreiding (inclusief terrein); c. in gebruik nemen bestaand gebouw (inclusief terrein); d. verplaatsen tijdelijk gebouw (inclusief terrein); e. inventaris; f. medegebruik; g. huur sportveld. 3. Onder hoofdprioriteit 2 vallen de voorzieningen die noodzakelijk zijn om een adequaat onderhoudsniveau te handhaven. Het betreft de volgende voorzieningen: a. vervangende nieuwbouw (inclusief terrein); b. renovatie (als alternatief voor vervangende nieuwbouw); c. aanpassing en onderhoud gebouw bewegingsonderwijs; b. herstel van een constructiefout; c. herstel en vervanging in verband met schade. 4. De onder hoofdprioriteit 2 opgenomen voorzieningen vervangende nieuwbouw en renovatie vallen onder hoofdprioriteit 1 op het moment dat deze voorzieningen gecombineerd worden met een uitbreiding van de capaciteit.
Subprioriteiten 1. Binnen de hoofdprioriteiten wordt vervolgens op basis van subprioriteiten de nadere volgorde bepaald. 2. Binnen hoofdprioriteit 1 komen voor plaatsing op het programma in aanmerking: a. als eerste de voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie met herschikking van schoolgebouwen; b. vervolgens de voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie zonder herschikking van schoolgebouwen; c. vervolgens de voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort aan lokalen bewegingsonderwijs en sportterreinen opheft. 2. Binnen hoofdprioriteit 2 komen voor plaatsing op het programma in aanmerking: a. als eerste de voorziening aan een gebouw, vervolgens die aan een theorielokaal/leslokaal, vervolgens die aan een vaklokaal/speellokaal/lokaal bewegingsonderwijs, vervolgens die aan niet-lesruimte (binnen het gebouw) en vervolgens die aan overige ruimte (bergingen, fietsenstallingen en voorzieningen aan het terrein). Binnen elke ruimtesoort komt als eerste voor plaatsing op het programma in aanmerking de voorziening waaraan volgens de bouwkundige rapportage de laagste score qua kwaliteit wordt toegekend; b. vervolgens de voorziening herstel en vervanging in verband met schade, waarbij de ernst van de schade het hoogst is.
32