Mondelinge vragen PP + PRO inzake actief toezicht Spreidingswet
Tekst van het document
Raadsvragen Naam/fractie Datum
: :
Progressieve Partij+PRO 07 juli 2026
Onderwerp
:
Actief toezicht Spreidingswet
Context (aan te vinken) ☐ Verzoek om informatie (niveau ambtelijke bijstand) ☐ Vragen over een bepaald voorstel ☐ Schriftelijke vragen aan het college ex artikel 54 RvO ☒ Mondelinge vragen aan het college ex artikel 56 RvO (vragenuur) Aanleiding:
Naar aanleiding van het NOS-bericht van 6 juli 2026 waarin wordt gemeld dat de gemeente Aalten door de minister van Asiel en Migratie onder actief toezicht (trede 3 van de interventieladder) is geplaatst, heeft de fractie van Progressieve Partij+PRO de volgende vragen. Deze sluiten aan bij de door het college verstrekte raadsmededeling 75-2026 over de stand van zaken rond opvang en huisvesting van nieuwkomers
Vragen: 1) In de raadsmededeling staat dat op 17 juni 2026 een ambtelijk overleg met het ministerie
heeft plaatsgevonden, waarin de gemeente een toelichting heeft gegeven op het doorlopen proces en de inspanningen om aan de wettelijke taakstelling te voldoen. Betekent het besluit van de minister om Aalten nu onder actief toezicht te plaatsen dat deze toelichting voor het ministerie onvoldoende was? Kan het college aangeven welke argumenten of omstandigheden volgens het ministerie onvoldoende zwaarwegend zijn geweest? 2) Het college gaf in de raadsmededeling al aan dat een bestuurlijk overleg met het
ministerie waarschijnlijk zou volgen. Kan het college toelichten wat het verschil is tussen het recent gevoerde ambtelijke overleg en het nu aangekondigde bestuurlijke overleg onder actief toezicht? Wat verandert er concreet voor de gemeente?
Pagina 1 van 2
3) De interventieladder kent zes treden en kan uiteindelijk leiden tot indeplaatsstelling door
het Rijk. Kan het college aangeven wat fase 4 precies inhoudt en welke stappen of omstandigheden ertoe kunnen leiden dat Aalten van fase 3 naar fase 4 gaat? 4) De raad is geïnformeerd dat enkele potentiële locaties inmiddels aan het COA zijn voorgelegd voor een papieren schouw. Heeft het besluit van de minister gevolgen voor de positie van de gemeente in de gesprekken met het COA over een passende opvanglocatie, bijvoorbeeld ten aanzien van de locatiekeuze, de omvang van een locatie of de termijnen waarbinnen besluiten moeten worden genomen?
Pagina 2 van 2