M250_Toetsing_Bouwbesluit_26-11-2020_Anoniem_pdf.pdf
Tekst van het document
Project
Het bouwen van een vrijstaande woning aan de Kalverweidendijk te Dinxperlo
Architect
ERS architekten bna Stationsweg 25 7061 CT Terborg T 0315 - 323070 E info@ers.nl
Werknummer
M250
Fase
Aanvraag omgevingsvergunning
Datum
26-11-2020
Opdrachtgever
Onderwerp
Toetsing Bouwbesluit 2012 1. Uitgangspunten gebruiksfuncties en bezetting 2. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van Veiligheid 3. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van Gezondheid 4. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van Bruikbaarheid 5. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van Energiezuinigheid en Milieu 6. Voorschriften inzake installaties Bijlage A. Energieprestatie berekening
1. Uitgangspunten gebruiksfuncties en bezetting Definitie gebruiksfuncties Het bouwbesluit 2012 kent de volgende hoofdgebruikfuncties: Woonfunctie : “gebruiksfunctie voor het wonen” Bijeenkomstfunctie : “gebruiksfunctie voor het samenkomen van mensen” Celfunctie : “gebruiksfunctie voor dwangverblijf van mensen” Gezondheidszorgfunctie : “gebruiksfunctie voor medisch onderzoek, verpleging, verzorging of behandeling” Industriefunctie : “gebruiksfunctie voor het bedrijfsmatig bewerken of opslaan van materialen en goederen, of voor agrarische doeleinden” Kantoorfunctie : “gebruiksfunctie voor administratie” Logiesfunctie : “gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan mensen” Onderwijsfunctie : “gebruiksfunctie voor het geven van onderwijs” Sportfunctie : “gebruiksfunctie voor het beoefenen van sport” Winkelfunctie : “gebruiksfunctie voor het verhandelen van materialen, goederen of diensten” Overige gebruiksfunctie : “gebruiksfunctie van een deel van een gebouw, voor activiteiten waarbij het verblijven van mens een ondergeschikte rol speelt en die niet valt onder een overige gebruiksfunctie genoemd in het Bouwbesluit” Dit vertaald naar het project;
Het bouwen van een vrijstaande woning aan de Kalverweidendijk te Dinxperlo is er sprake van de volgende gebruiksfuncties: Onderdeel Vrijstaande woning: beganegrond bergzolder
1. Uitgangspunten gebruiksfuncties en bezetting
Gebruiksfunctie
Bezetting 1 gezinswoning
Woonfunctie Overige gebruiksfunctie (nevenfunctie woonfunctie)
Pagina - 2 -
2. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van Veiligheid Gebruiksfuncties : 1. Woonfunctie 2. Overige gebruiksfunctie (nevenfunctie woonfunctie)
Sterkte bij brand Afdeling 2.2 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een te bouwen bouwwerk kan bij brand gedurende redelijke tijd worden verlaten en doorzocht, zonder dat er gevaar voor instorting is 2. Een vloer, trap of hellingbaan waarover of waaronder een vluchtroute voert, bezwijkt niet binnen 30 minuten bij brand in een subbrandcompartiment waarin die vluchtroute niet ligt. 3. Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin die bouwconstructie niet ligt, niet binnen 60 minuten indien geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau. Voor zover dat brandcompartiment een woonfunctie is geldt dit niet voor een bouwconstructie van een aan dat brandcompartiment grenzend subbrandcompartiment of grenzende buitenruimte. De tijdsduur met betrekking tot bezwijken van een bouwconstructie kan met 30 minuten bekort indien geen vloer van een verblijfsgebied van de gebruiksfunctie hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau en de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m2. Toelichting: * Geen vloer van een verblijfsgebied van de gebruiksfunctie ligt hoger dan 7 m boven het meetniveau en de bouwconstructie van de woningen bestaat grotendeels uit steenachtige materialen.
Er kan zodoende worden aangenomen dat de permanente vuurbelasting van de brandcompartimenten niet groter zal zijn dan 500 MJ/m2. In beginsel betekend dit dat de bouwconstructie niet binnen 30 minuten dient te bezwijken bij brand in een compartiment waarin de betreffende bouwconstructie niet ligt.
Afscheiding van vloer, trap en hellingbaan Afdeling 2.3 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een voor personen bestemde vloer heeft bij een rand een niet beweegbare afscheiding als die rand meer dan 1m hoger ligt dan een aansluitende vloer of het aansluitende terrein. Dit geldt niet ter plaatse van de aansluiting van de vloer aan een trap of een hellingbaan. 2. Een trap en een hellingbaan heeft, voor zover een zijkant van een tredevlak of de zijkant van de vloer meer dan 1m hoger ligt dan een aansluitende vloer of het aansluitende terrein, aan die zijkant een niet beweegbare afscheiding. 3. Een vloerafscheiding heeft een hoogte van ten minste 1 m, gemeten vanaf de vloer. In afwijking hiervan heeft een afscheiding ter plaatse van een al dan niet beweegbaar raam een hoogte van ten minste 0,85 m, gemeten vanaf de vloer. 4. Een afscheiding langs een trap of hellingbaan, heeft een hoogte van ten minste 0,85 m, gemeten vanaf de voorkant van de tredevlakken of vanaf de vloer van de hellingbaan. 5. Een afscheiding heeft tot een hoogte van 0,7 m boven een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan 0,1 m. 6. Een afscheiding heeft vanaf een hoogte van 0,7 m boven een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan 0,2 m. 7.
De horizontaal gemeten afstand tussen een vloer, een trap of een hellingbaan en een afscheiding is niet groter dan 0,05 m. 8. De bovenregel van een afscheiding heeft geen onderbreking van meer dan 0,1 m. 9. Een vloerafscheiding heeft ter voorkoming van het overklauteren, geen opstapmogelijkheden tussen 0,2 m en 0,7 m boven een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan. Toelichting: * Alle aanwezige trap- en vloerafscheidingen in de woningen dienen tenminste te worden uitgevoerd overeenkomstig de in deze afdeling genoemde maatvoering. * Toepassen veiligheidsbeglazing in buitenkozijnen, binnenkozijnen, afscheidingen en eventueel andere aanwezige bouwonderdelen met glas, conform NEN-EN 1990 (sterkte) en/of conform NEN 3569 (letselschade). Indien beide normen van toepassing zijn op één kozijn of vloerafscheiding, dan is NEN-EN 1990 maatgevend
Overbrugging van hoogteverschillen Afdeling 2.4 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een hoogteverschil van meer dan 0,21 m tussen vloeren waarover een vluchtroute voert en tussen vloeren van verblijfsgebieden, verblijfsruimten, toiletruimten, badruimten, of voor bezoekers bestemde vloeren, vloeren van een verkeersroute die deze ruimten met elkaar verbindt of tussen een van die vloeren en het aansluitende terrein wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan.
2. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van veiligheid
Pagina - 3 -
Trap Afdeling 2.5 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een trap overbrugt een hoogteverschil van niet meer dan 4 m. 2. Een trap, sluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,8 m x 0,8 m. 3. Een trap voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1 m heeft aan ten minste een zijkant een leuning. 4. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,8 m en ten hoogste 1 m. Afmetingen van een trap
woonfunctie 0,8 m 2,3 m
reguliere trap overige gebruiksf. 0,8 m 2,1 m
Minimum breedte van de trap * Minimum vrije hoogte boven de trap Minimum aantrede ter plaatse van de klimlijn, 0,22 m 0,185 m gemeten loodrecht op de voorkant van de trede Maximum hoogte van een optrede 0,188 m 0,21 m Minimum breedte van het tredevlak, gemeten 0,05 m 0,05 m loodrecht op de voorkant van dat vlak Minimum breedte van het tredevlak ter plaatse van de 0,23 m 0,23 m klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van dat vlak Minimum afstand van de klimlijn tot de zijkanten 0,3 m 0,3 m van de trap * = Voor bepaling van de breedte van de trap dient tevens rekening te worden gehouden met de doorstroomcapaciteit van een vluchtroute (zie vluchtroutes, afdeling 2.12)
Toelichting: * De nieuw te plaatsen trap in de woning naar de bergzolder (overige gebruiksfunctie) dient tenminste te worden uitgevoerd overeenkomstig de in deze afdeling genoemde maatvoering.
Beperking van het ontwikkelen van brand en rook Afdeling 2.9 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat brand en rook zich niet snel kunnen ontwikkelen. 2. De bovenzijde van een vloer, een trap en een hellingbaan die grenst aan de binnenlucht voldoet aan brandklasse Dfl en aan rookklasse s1fl, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 3. Een zijde van een overig constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht voldoet aan brandklasse D en aan rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 4. Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht voldoet aan brandklasse D volgens NEN-EN 13501-1. 5. De hierboven aangegeven brandklasse is niet van toepassing op de bovenzijde van een dak. De bovenzijde van een dak van een bouwwerk is, bepaald volgens NEN 6063, niet brandgevaarlijk. 6. Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte, waarvoor een eis geldt met betrekking tot een brandklasse of een rookklasse, is die eis niet van toepassing.
2. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van veiligheid
Pagina - 4 -
Beperking van uitbreiding van brand Afdeling 2.10 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat de kans op een snelle uitbreiding van brand voldoende wordt beperkt. 2. Een besloten ruimte ligt in een brandcompartiment. 2a. Een besloten ruimte aangemerkt als overige gebruiksfunctie (nevenfunctie woonfunctie) hoeft niet in een brandcompartiment te liggen indien de gebruiksoppervlakte niet groter is dan 50m2. Deze uitzondering geldt niet indien het bouwwerk aan een of meer andere bouwwerken grenst en de gezamenlijke gebruiksoppervlakte groter is dan 50 m2. 3. Een brandcompartiment heeft in beginsel een gebruiksoppervlakte die niet groter is dan 1000 m2. 4. Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een perceel. 5. In een brandcompartiment liggen ten hoogste een woonfunctie en nevenfuncties daarvan. 6. De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment is ten minste 60 minuten. In afwijking hiervan, kan er worden volstaan met 30 minuten indien de volgens NEN 6069 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment, niet groter is dan 500 MJ/m2 en in het gebouw geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau. 7.
Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ruimte van een op een aangrenzend perceel gelegen gebouw wordt voor het op het andere perceel gelegen gebouw uitgegaan van een identiek maar spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelsgrens gelegen gebouw. Indien het perceel grenst aan een openbare weg, openbaar water, openbaar groen, vindt deze spiegeling plaats ten opzichte van het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel. Toelichting: * De gehele woning betreft een afzonderlijk brandcompartiment. * De erfgrens ligt op ruime afstand van de woning. Indien er wordt uitgegaan van een identiek maar spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelsgrens gelegen gebouw hoeft geen gevel brandwerend te worden uitgevoerd.
Vluchtroutes Afdeling 2.12 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de openbare weg. 2. De gecorrigeerde loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied van de woning tot een uitgang van de woning is niet groter dan 30 meter. 3. Een vluchtroute heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,85 m en een hoogte van ten minste 2,3 m. Dit geldt niet voorzover de vluchtroute over een trap voert. 4. Indien op een trap in totaal meer dan 600 m2 vloeroppervlakte aan verblijfsgebied is aangewezen, is de breedte van de trap ten minste 1,2 m. Toelichting: * De gecorrigeerde loopafstand tussen elk punt in een gebruiksgebied van de woningen tot een uitgang van de woning is kleiner dan 30m.
2. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van veiligheid
Pagina - 5 -
Inbraakwerendheid Afdeling 2.15 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een te bouwen woonfunctie biedt weerstand tegen inbraak. 2. Deuren, ramen, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen van een niet gemeenschappelijke ruimte welke volgens NEN 5087 bereikbaar zijn voor inbraak, hebben een volgens NEN 5096 bepaalde inbraakwerendheid die voldoet aan weerstandsklasse 2. Toelichting: * Alle deuren, ramen, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen van de woningen dienen een volgens NEN 5096 bepaalde inbraakwerendheid te bezitten die voldoet aan weerstandsklasse 2.
2. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van veiligheid
Pagina - 6 -
3. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van Gezondheid Gebruiksfuncties: 1. Woonfunctie 2. Overige gebruiksfunctie (nevenfunctie woonfunctie)
Bescherming tegen geluid van buiten Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering met een minimum van 20 dB. 2. Bij een krachtens de Wet geluidhinder of de Tracéwet vastgesteld hogere-waardenbesluit is de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied niet kleiner dan het verschil tussen de in dat besluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidsbelasting voor industrie-, weg- of spoorweglawaai en 35 dB(A) bij industrielawaai, of 33 dB bij weg- of spoorweglawaai.
Bescherming tegen geluid van installaties Afdeling 3.2 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanisch ventilatiesysteem, een warmwatertoestel, een installatie voor het verhogen van waterdruk of een lift veroorzaakt in een op een aangrenzend perceel gelegen verblijfsgebied, en een niet-gemeenschappelijke verblijfsruimte van een aangrenzende op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie, een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB. 2. Een mechanische voorziening voor luchtverversing, een warmteopwekking of warmteterugwinning veroorzaakt in een niet-gemeenschappelijke verblijfsruimte van de woonfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidniveau van ten hoogste 30 dB.
Geluidwering tussen ruimten Afdeling 3.4 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie op een ander perceel is niet kleiner dan 52 dB. 2. Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op een ander perceel is niet kleiner dan 47 dB. 3. Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie op een ander perceel is niet groter dan 54 dB. 4. Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op een ander perceel is niet groter dan 59 dB. 5. Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel is niet kleiner dan 52 dB. 6.
Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel is niet kleiner dan 47 dB. 7. Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel is niet groter dan 54 dB. 8. Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel is niet groter dan 59 dB. 9. Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte van dezelfde woonfunctie is niet kleiner dan 32 dB. Dit geldt niet indien de verblijfsruimten met elkaar in open verbinding staan, of indien de ene verblijfsruimte vanuit de andere rechtstreeks bereikbaar is door een deuropening. 10. Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte van dezelfde woonfunctie is niet groter dan 79 dB.
Dit geldt niet indien de verblijfsruimten met elkaar in open verbinding staan, of indien de ene verblijfsruimte vanuit de andere rechtstreeks bereikbaar is door een deuropening.
Wering van vocht Afdeling 3.5 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige scheidingsconstructies dat de vorming van allergenen door vocht in verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten voldoende wordt beperkt als bedoeld in de NEN 2778 (waterdichtheid, regenwerendheid, wateropname en de binnenoppervlaktetemperatuurfactor van bouwkundige inwendige en uitwendige scheidingsconstructies van gebouwen). 2. De scheidingsconstructie van de toiletruimten en de badruimten heeft, tot een hoogte van 1,2 m boven vloer en t.p.v. de douche of het bad over een lengte van minimaal 3 meter en tot een hoogte van 2,1 m boven de vloer, een volgens NEN 2778 bepaalde wateropname die gemiddeld niet groter is dan 0.01 kg/(m2.s1/2) en geen enkel plaats groter dan 0.2 kg/(m2.s1/2)
3. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van Gezondheid
Pagina - 7 -
Luchtverversing Afdeling 3.6 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een verblijfsgebied heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,9 dm3/s per m2 met een minimum van 7 dm3/s. 2. Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,7 dm3/s per m2 met een minimum van 7 dm3/s. 3. Een verblijfsgebied of een verblijfsruimte, met een opstelplaats voor een kooktoestel heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 21 dm3/s. 4. Een voorziening voor meer dan een verblijfsgebied heeft een capaciteit die niet kleiner is dan de hoogste waarde die geldt voor elk afzonderlijk verblijfsgebied. In aanvulling daarop is de capaciteit niet kleiner dan 70% van de som dan de waarden die gelden voor de op die voorziening aangewezen verblijfsgebieden. 5. Een toiletruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 7 dm3s, bepaald volgens NEN 1087. 6. Een badruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 14 dm3/s, bepaald volgens NEN 1087. 7. De toevoer van verse lucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied een volgens NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s. 8.
Een voorziening voor natuurlijke toevoer van verse lucht is regelbaar in het gebied van 0% tot 30% van de benodigde capaciteit en heeft, bepaald volgens NEN 1087, naast een laagste stand van ten hoogste 10% van die capaciteit en een stand van 100% van die capaciteit, ten minste twee regelstanden in het regelgebied die onderling ten minste 10% in capaciteit verschillen. 9. Een voorziening voor mechanische toevoer van verse lucht heeft een dichtstand, is regelbaar in het gebied van 10% tot 100% van de benodigde capaciteit en heeft naast een laagste stand van ten hoogste 10% van die capaciteit en een stand van 100% van die capaciteit ten minste een regelstand in het regelgebied. 10. Een voorziening voor toevoer van verse lucht mag zelfregelend zijn in het regelgebied. 11. Een ruimte met een opstelplaats voor een gasmeter heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 1 dm3/s per m2 vloeroppervlakte van die ruimte, met een minimum van 2 dm3/s. 12. De toevoer van de benodigde verse lucht naar een verblijfsgebied vindt rechtstreeks van buiten plaats. Hierbij mag bij een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied, ten hoogste 50% van de minimaal benodigde capaciteit verse lucht via een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied of niet-gemeenschappelijke verkeersruimte van dezelfde gebruiksfunctie worden aangevoerd. 13.
Ten minste 21 dm3/s van de capaciteit van de afvoer van binnenlucht uit een verblijfsgebied of een verblijfsruimte waarin zich een opstelplaats voor een kooktoestel bevindt, wordt rechtstreeks naar buiten afgevoerd. 14. De afvoer van binnenlucht uit een toiletruimte of een badruimte vindt rechtstreeks naar buiten plaats.
Spuivoorziening Afdeling 3.7 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een verblijfsgebied heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 6 dm3/s per m2 vloeroppervlakte van dat gebied. In een uitwendige scheidingsconstructie van dat gebied zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. 2. Een verblijfsruimte heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 3 dm3/s per m2 vloeroppervlakte van die ruimte. In een uitwendige scheidingsconstructie van die ruimte zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. Ten minste een van die beweegbare constructieonderdelen is een beweegbaar raam (dit raam mag ook een schuifpui zijn).
3. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van Gezondheid
Pagina - 8 -
Toelichting luchtverversing/spuivoorziening: * Toegepast ventilatiesysteem: - Natuurlijke luchttoevoer / Mechanische luchtafvoer - Toegepaste (zelfregelende) ventilatieroosters: vr10 = Ducoline 10ZR, cap. 10,7 dm3/s/m2 vr17 = Ducoline 17ZR, cap. 17,4 dm3/s/m2 vr23 = Ducoline 23ZR, cap. 22,6 dm3/s/m2 Velux MK08 = Velux ZZZ 214K zelfregulerende ventilatieunit, cap. 7,1 dm3/s - Toegepaste mv-box: overeenkomstig EP-berekening - Alle binnendeuren voorzien van een ventilatiespleet onder de deur overeenkomstig ventilatieoverzicht - De meterkast ventileren via een ventilatiespleet en paneel - Postie afvoerpunten op tekening is indicatief. Definitieve plaatsing op aangeven van installateur. * Spuiventilatie d.m.v. beweegbare ramen en deuren volgens geveltekeningen. * Hierna volgt een compleet overzicht waarin verblijfsgebieden en verblijfsruimten op aanwezigheid van voorzieningen van luchtverversing en spuiventilatie worden getoetst overeenkomstig rekenmethode als bepaald in de NEN 1087. Vrijstaande woning Toetsing luchtverversing verblijfsruimten, toiletruimte, badruimte (ventilatieoverzicht):
Ruimte 1.3 1.4 1.5 1.7 1.8 1.9 1.10
Omschrijving wc bijkeuken keuken/woonkamer slaapkamer badkamer slaapkamer slaapkamer
BB tr br vbr vbr bdr vbr vbr
opp. eis m2 dm3/s 7,0 55,7 15,5 12,5 13,8
39,0 10,9 14,0 8,8 9,7
totaal gerealiseerde afvoer gerealiseerde toevoer overstroom van buiten overstroom dm3/s naar buiten 12,0 12,0 mv 12,0 voldoet vr10 15,6 15,6 mv 15,6 voldoet vr17(2) MK08 41,2 16,1 57,3 mv(2) 57,3 voldoet vr23 14,7 14,7 14,7 voldoet 16,0 16,0 mv 16,0 voldoet vr23 14,7 14,7 14,7 voldoet vr23 14,7 14,7 14,7 voldoet 100,9
totaal
44,1
100,9
44,1
Toetsing luchtverversing verblijfsgebieden:
Nr. VG1 VG2 VG3 VG4
ruimte(n) 1.5 1.7 1.9 1.10
BB vg vg vg vg
opp. eis m2 dm3/s 55,7 50,1 15,5 14,0 12,5 11,3 13,8 12,4
totaal gerealiseerde afvoer gerealiseerde toevoer van buiten overstroom dm3/s naar buiten overstroom vr17(2) MK08 41,2 16,1 57,3 mv(2) 57,3 voldoet vr23 14,7 14,7 14,7 voldoet vr23 14,7 14,7 14,7 voldoet vr23 14,7 14,7 14,7 voldoet
Toetsing spuiventilatie verblijfsruimten:
Ruimte 1.5 1.7 1.9 1.10
Omschrijving keuken/woonkamer slaapkamer slaapkamer slaapkamer
BB vbr vbr vbr vbr
opp. eis m2 dm3/s 55,7 167,1 15,5 46,5 12,5 37,5 13,8 41,4
0,1 0,1 0,1 0,1
netto spui totaal opp. m2 dm3/s 3,80 380,0 voldoet 1,60 160,0 voldoet 1,60 160,0 voldoet 1,60 160,0 voldoet
0,1 0,1 0,1 0,1
netto spui totaal opp. m2 dm3/s 3,80 380,0 voldoet 1,60 160,0 voldoet 1,60 160,0 voldoet 1,60 160,0 voldoet
openingen in meerdere gevels nee nee nee nee
Toetsing spuiventilatie verblijfsgebieden:
Nr. VG1 VG2 VG3 VG4
ruimte(n) 1.5 1.7 1.9 1.10
BB vg vg vg vg
opp. eis m2 dm3/s 55,7 334,2 15,5 93,0 12,5 75,0 13,8 82,8
3. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van Gezondheid
openingen in meerdere gevels nee nee nee nee
Pagina - 9 -
Bescherming tegen ratten en muizen Afdeling 3.10 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een uitwendige scheidingsconstructie heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. Dit geldt niet voor een afsluitbare opening en een uitmonding van een afvoervoorziening voor luchtverversing, een afvoervoorziening voor rookgas, en een ont- en beluchting van een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater en hemelwater. 2. Een gebruiksfunctie heeft ter plaatse van een uitwendige scheidingsconstructie, een scherm tot een vanaf het aansluitende terrein gemeten diepte van ten minste 0,6 m. Het scherm heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m.
Daglicht Afdeling 3.11 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een verblijfsgebied in een woonfunctie heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte in m2 waarvan de getalswaarde niet kleiner is dan 10% van de vloeroppervlakte in m2 van dat verblijfsgebied. 2. Een verblijfsruimte in een woonfunctie heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte die niet kleiner is dan 0,5m2. 3. Bij het bepalen van een equivalente daglichtoppervlakte blijven bouwwerken en daarmee gelijk te stellen belemmeringen, die op een ander perceel liggen, buiten beschouwing; blijven daglichtopeningen in een uitwendige scheidingsconstructie, die op een loodrecht op het projectievlak van die openingen gemeten afstand van minder dan 2 m vanaf de perceelsgrens liggen, buiten beschouwing, waarbij, indien het perceel waarop de gebruiksfunctie ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, de afstand wordt aangehouden tot het hart van de weg, het openbaar groen of het openbaar water, en is de in rekening te brengen belemmeringshoek α, bedoeld in NEN 2057 voor elk te onderscheiden segment niet kleiner dan 20°. Toelichting: * Hierna volgt een compleet overzicht waarin de aanwezige equivalente daglichtoppervlakte van verblijfsgebieden en verblijfsruimten wordt getoetst overeenkomstig rekenmethode als bepaald in de NEN 2057.
* Bij bepaling van de equivalente daglichtoppervlakte geldt als uitgangspunt dat er beglazing dient te worden toegepast met een LTA waarde van tenminste 0,6 (60%). Met de LTA waarde wordt de lichttoetredingsfactor bedoeld. Vrijstaande woning Toetsing daglichttoetreding verlijfsgebieden (daglichtoppervlakte volgens NEN 2057):
Nr. VG1
ruimte(n) 1.5
BB vg
opp. m2 55,7
eis m2 kozijnmerk 5,57 koz. E koz. F koz. G koz. H dakvenster MK08
bruto m2 2,60 5,60 1,95 1,90 0,72
α 20 20 20 20 α 20
β 55 73 58 49
ε 25
Cb 0,56 0,22 0,52 0,62 Cb 1,04
totaal
Nr. VG2
ruimte(n) 1.7
ruimte(n) 1.9
0,75 5,63 voldoet
BB vg
opp. m2 15,5
eis m2 kozijnmerk 1,55 koz. J koz. K koz. L
bruto m2 0,75 1,05 1,10
α 20 20 20
β 71 45 45
Cb 0,27 0,66 0,66
totaal
Nr. VG3
netto m2 1,46 1,23 1,01 1,18
netto m2 0,20 0,69 0,73 1,62 voldoet
BB vg
opp. m2 12,5
eis m2 kozijnmerk 1,25 koz. N koz. P
totaal
3. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van Gezondheid
bruto m2 1,05 1,10
α 20 20
β 45 45
Cb 0,66 0,66
netto m2 0,69 0,73 1,42 voldoet
Pagina - 10 -
Nr. VG4
ruimte(n) 1.10
BB vg
opp. m2 13,8
eis m2 kozijnmerk 1,38 koz. R koz. S
bruto m2 1,05 1,10
α 20 20
totaal
β 45 23
Cb 0,66 0,77
netto m2 0,69 0,85 1,54 voldoet
Toetsing daglichttoetreding verblijfsruimten (daglichtoppervlakte volgens NEN 2057):
Ruimte 1.5 1.7 1.9 1.10
Omschrijving keuken/woonkamer slaapkamer slaapkamer slaapkamer
BB vbr vbr vbr vbr
eis netto m2 m2 0,5 5,63 voldoet 0,5 1,62 voldoet 0,5 1,42 voldoet 0,5 1,54 voldoet
3. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van Gezondheid
Pagina - 11 -
4. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van Bruikbaarheid Gebruiksfuncties : 1. Woonfunctie 2. Overige gebruiksfunctie (nevenfunctie woonfunctie)
Verblijfsgebied en verblijfsruimte Afdeling 4.1 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een woonfunctie heeft een vloeroppervlakte van ten minste 18 m2 aan niet gemeenschappelijk verblijfsgebied 2. Ten minste 55% van de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie is verblijfsgebied. 3. Een verblijfsgebied/ruimte heeft minimaal een vloeroppervlakte van ten minste 5 m2, waarvan de breedte ten minste 1,8 m. en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,6 m is. 4. In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 11 m2 bij een breedte van ten minste 3 m. 5. Een verblijfsruimte is een in een verblijfsgebied gelegen ruimte voor het verblijven van personen.
Toiletruimte Afdeling 4.2 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een woonfunctie heeft ten minste 1 toiletruimte. 2. Een toiletruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,9 m x 1,2 m waarbij de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,3 m is.
Badruimte Afdeling 4.3 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een woonfunctie heeft ten minste 1 badruimte 2. Een badruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,6 m2 en een breedte van ten minste 0,8 m. 3. Een badruimte welke is samengevoegd met een toiletruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 2,2 m2 en een breedte van ten minste 0,9 m. 4. Een badruimte heeft boven de vloeroppervlakte ten minste een hoogte van 2,3 m.
Bereikbaarheid en toegankelijkheid Afdeling 4.4 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een doorgang naar een verblijfsgebied, een verblijfsruimte, een toiletruimte, een badruimte, een bergruimte, een buitenruimte, een ruimte voor het bereiken van een lift en een doorgang op een route vanaf het aansluitende terrein naar één van deze ruimten, heeft een minimale vrije breedte van ten minste 0,85 m en een vrije hoogte van ten minste 2,3 m. 2. Bij ten minste een toegang van een woonfunctie is een hoogteverschil op de route tussen een niet-gemeenschappelijke vloer en het aansluitende terrein groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m.
Buitenberging Afdeling 4.5 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een woonfunctie heeft als nevenfunctie een niet-gemeenschappelijke afsluitbare bergruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 5 m2 bij een breedte van ten minste 1,8 m en een hoogte daarboven van ten minste 2,3 m. 2. Een buitenbergruimte is vanaf de openbare weg rechtstreeks bereikbaar via het aansluitende terrein of een gemeenschappelijke verkeersruimte. 3. De uitwendige scheidingsconstructie van een bergruimte is, bepaald volgens NEN 2778, regenwerend.
Buitenruimte Afdeling 4.6 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een niet gemeenschappelijke buitenruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 4 m2 en een breedte van ten minste 1,5 m, die rechtstreeks bereikbaar is vanuit een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van die woonfunctie.
4. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van Bruikbaarheid
Pagina - 12 -
Opstelplaatsen Afdeling 4.7 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een woonfunctie heeft in ten minste een verblijfsgebied een opstelplaats voor een aanrecht en een opstelplaats voor een kooktoestel. 2. Een woonfunctie heeft een opstelplaats voor een verwarmingstoestel en een warmwatertoestel, waarvan de afmetingen zijn afgestemd op het te plaatsen toestel. Dit geldt niet indien de woonfunctie wordt aangesloten op een publieke voorziening voor verwarming en warm water. 3. Een opstelplaats voor een aanrecht heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,5 m x 0,6 m. 4. Een opstelplaats voor een kooktoestel heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,6 m x 0,6 m. Toelichting afdeling 4.1 t/m 4.7: * Hierna volgt een compleet overzicht van alle aanwezige ruimten in de woningen, inclusief de bijbehorende gebruiksfunctie en ruimtefunctie. * Naar aanleiding van dit overzicht zal het aanwezige oppervlakte verblijfsgebied/verblijfsruimten worden getoetst in verhouding tot het aanwezige gebruiksoppervlakte, per gebruiksfunctie. Renvooi: go = gebruiksoppervlak vg = verblijfsgebied vbr = verblijfsruimte br = bergruimte vkr = verkeersruimte mr = meterruimte
tr bdr str tech bbr
= toiletruimte = badruimte = stallingsruimte = technische ruimte = buitenbergruimte
Toelichting krijtstreepmethode: (Bron SBR) Met de krijtstreepmethode wordt bedoeld dat op tekening een fictieve scheidingsconstructie wordt aangegeven voor een verblijfsruimte of verblijfsgebied die niet samenvalt met de werkelijke scheidingsconstructie van deze ruimte/ gebied. Bij het ‘krijtstrepen’ dienen in ieder geval de afmetingseisen die worden gesteld aan een verblijfsruimte en verblijfsgebied in acht te worden genomen. De ‘krijtstreepmethode’ wordt toegepast als een verblijfsgebied niet kan voldoen aan de equivalente daglichtoppervlakte in een verblijfsgebied.
4. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van Bruikbaarheid
Pagina - 13 -
Vrijstaande woning Woonfunctie: Beganegrond Ruimte Omschrijving 1.1 hal/entree 1.2 meterkast 1.3 wc 1.4 bijkeuken 1.5 keuken/woonkamer 1.6 gang 1.7 slaapkamer 1.8 badkamer 1.9 slaapkamer 1.10 slaapkamer
BB vkr mr tr br vbr vkr vbr bdr vbr vbr
GO VG1 vbr VG2 vbr VG3 vbr VG4 vbr Totaal
ruimte(n) 1.1 t/m 1.10 1.5 1.5 1.7 1.7 1.9 1.9 1.10 1.10 55% go
Overige gebruiksfunctie (nevenfunctie woonfunctie): Bergzolder Ruimte Omschrijving BB ruimte(n) 2.1 berging br GO 2.1 Totaal
4. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van Bruikbaarheid
m2 (GO) m2 (VG) m2 (VBR) 145,9 55,7 55,7 15,5 15,5 12,5 12,5 13,8 13,8 145,9 97,5 80,2 voldoet
m2 (GO) 15,9 15,9
Pagina - 14 -
5. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van energiezuinigheid en milieu Gebruiksfuncties : 1. Woonfunctie 2. Overige gebruiksfunctie (nevenfunctie woonfunctie)
Energiezuinigheid Afdeling 5.1 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een woonfunctie heeft een volgens NEN 7120 bepaalde energieprestatiecoëfficiënt van ten hoogste 0,4. 2. Een verticale uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, heeft een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste 4,5 m2.K/W 3. Een horizontale of schuine uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, heeft een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste 6,0 m2.K/W 4. Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte of de grond heeft een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste 3,5 m2.K/W 5. Een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, en een ruimte die niet wordt verwarmd of die wordt verwarmd voor uitsluitend een ander doel dan het verblijven van personen, heeft een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste 4,5 m2.K/W 6. Ramen, deuren, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen in de uitwendige scheidingsconstructie of begrenzing van de thermische schil, hebben een volgens NEN 1068 bepaalde warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 1,65 W/m2K. 7.
Op een oppervlakte aan scheidingsconstructies, waarvan de getalswaarde niet groter is dan 2% van de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie, zijn de eisen m.b.t. wartmteweerstanden niet van toepassing. Toelichting: * Alle uitgangspunten m.b.t. energiezuinigheid zijn verwerkt in de EP-berekening volgens bijlage.
Milieu Afdeling 5.2 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat de belasting van het milieu door de in het bouwwerk toe te passen materialen wordt beperkt. 2. Een woonfunctie heeft een milieuprestatie van ten hoogste 1 bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken. Toelichting: * De MPG berekening dient te worden uitgewerkt in een seperaat document.
5. Bouwvoorschriften uit het oogpunt van energiezuinigheid en milieu
Pagina - 15 -
6. Voorschriften inzake installaties Gebruiksfuncties : 1. Woonfunctie 2. Overige gebruiksfunctie (nevenfunctie woonfunctie)
Voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie Afdeling 6.2 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een voorziening voor elektriciteit voldoet aan NEN 1010 bij lage spanning, en NEN-EN-IEC 61936-1 en NEN-EN 50522, bij hoge spanning. 2. Een te installeren voorziening voor gas voldoet aan NEN 1078 bij een nominale werkdruk van ten hoogste 0,5 bar, en NEN-EN 15001-1 bij een nominale werkdruk hoger dan 0,5 bar en lager dan 40 bar. 3. Een te bouwen bouwwerk met een aansluiting op het distributienet voor gas heeft, voor die aansluiting, leidingdoorvoeren en een mantelbuis die voldoen aan NEN 2768. 4. Een voorziening voor elektriciteit en gas is aangesloten op het betreffende distributienet.
Watervoorziening Afdeling 6.3 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een voorziening voor drinkwater en warmwater voldoet aan NEN 1006. 2. Een watervoorziening is aangesloten op het openbare distributienet voor drinkwater.
Afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater Afdeling 6.4 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater, heeft bij een te bouwen bouwwerk een capaciteit, een lucht- en waterdichtheid en een uitmonding en capaciteit van de ontspanningsleiding die voldoen aan NEN 3215. 2. Een dak van een te bouwen bouwwerk heeft een voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater met een volgens NEN 3215 bepaalde capaciteit van ten minste de volgens die norm bepaalde belasting van die voorziening. 3. Een binnen een bouwwerk gelegen voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater is, bepaald volgens NEN 3215, lucht- en waterdicht. 4. Een ondergrondse doorvoer van een afvoervoorziening door een uitwendige scheidingconstructie van een bouwwerk ligt zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie. 5. De gebouwaansluiting van een afvoervoorziening op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft. 6. Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid, heeft geen vernauwing in de stroomrichting, heeft een vloeiend beloop, is waterdicht, heeft een voldoende inwendige middellijn en bevat geen beer- of rottingsput. 7.
Het materiaal, de sterkte en de vorm van buizen en hulpstukken van een terreinleiding voldoet aan: NEN 7002, NEN 7003, NEN 7013, NEN-EN 1401-1, NEN-EN295-1, NEN-EN 295-2 en NEN-EN 295-3 8. Op aanwijzing van het bevoegd gezag wordt bepaald op welke wijze (systeem, materialen, diameters e.d.) het vuil- en hemelwaterriool dient te worden aangeboden en aangesloten. Tevens wordt aangegeven in hoeverre voorzieningen dienen te worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.
Tijdig vaststellen van brand Afdeling 6.5 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. In een woonfunctie heeft een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555. Toelichting: * Rookmelders, als bedoeld in NEN 2555, aanbrengen in alle besloten ruimten waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie.
6. Voorschriften inzake installaties
Pagina - 16 -
Bestrijden van brand Afdeling 6.7 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een bouwwerk heeft zodanige voorzieningen voor de bestrijding van brand, dat brand binnen redelijke tijd kan worden bestreden. 2. Een bouwwerk heeft een toereikende bluswatervoorziening. Dit geldt niet indien de aard, ligging of het gebruik van het bouwwerk dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet vereist. Toelichting: * In overleg met de brandweer dient bepaald te worden of er in voldoende mate bluswatervoorzieningen aanwezig zijn om een doeltreffende verbinding te leggen met de brandweervoertuigen in combinatie tot de afstand tot het bouwwerk.
Bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten Afdeling 6.8 van het Bouwbesluit (samenvatting) 1. Een bouwwerk voor het verblijven van personen heeft een brandweeringang. Dit geldt niet indien de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet vereist. 2. Tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een bouwwerk voor het verblijven van personen ligt een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. 3. Bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zijn zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd. 4. De afstand tussen een opstelplaats voor een brandweervoertuig en een brandweeringang is ten hoogste 40 meter. Toelichting: * In overleg met de brandweer en gemeente dient bepaald te worden of het bouwwerk in voldoende mate bereikbaar is voor hulpverleningsdiensten.
6. Voorschriften inzake installaties
Pagina - 17 -
Bijlage A - Energieprestatie berekening
Bijlage A - Energieprestatie-berekening
Pagina - 18 -
Nieuwbouw vrijstaande woning
ERS architekten bna -
Bureau Terborg
Aanvraag omgevingsvergunning
M250 - vrijstaande woning Kalverweidendijk Dinxperlo - Nieuwbouw vrijstaande woning Kalverweidendijk
0,39
Algemene gegevens projectomschrijving
Nieuwbouw vrijstaande woning
variant
Kalverweidendijk
straat / huisnummer / toevoeging postcode / plaats
Dinxperlo
eigendom
Koop
bouwjaar
2021
renovatiejaar categorie
Energieprestatie Woningbouw
woningtype
vrijstaande woning
aantal woningbouw-eenheden in berekening
1
aantal woningen van dit type in het project totaal aantal woningen in het project gebruiksfunctie
woonfunctie
datum
26-11-2020
opmerkingen
Deze EP-berekening is uitsluitend bedoeld als berekening voor de aanvraag omgevingsvergunning. Uiteindelijke advisering / definitieve uitwerking E & W installaties door installatieadviseur / installateur. Het bouwwerk dient te worden voorzien met minimaal gelijkwaardige installaties als genoemd in deze EP-berekening, aan te tonen door de installatieadviseur / installateur.
Indeling gebouw Eigenschappen rekenzones type rekenzone
omschrijving
interne warmtecapaciteit
Ag [m²]
verwarmde zone
Vrijstaande woning
traditioneel, gemengd zwaar
161,80
Interne warmtecapaciteit volgens bijlage H
nee
Infiltratie meetwaarde voor infiltratie qv;10;spec
nee
lengte van het gebouw
14,54 m
breedte van het gebouw
12,50 m
hoogte van het gebouw
5,70 m
Eigenschappen infiltratie rekenzone
positie
dak en/of geveltype
qv;10;spec [dm³/s per m²]
Vrijstaande woning
nvt
hellend dak
0,98 (forfaitair)
Uniec v2.2.16.1
Pagina 1/15
Printdatum: 26-11-2020 14:54
Nieuwbouw vrijstaande woning
ERS architekten bna -
Bureau Terborg
Open verbrandingstoestellen Het gebouw bevat geen open verbrandingstoestellen.
Bouwkundige transmissiegegevens Transmissiegegevens rekenzone Vrijstaande woning constructie
A [m²]
Rc [m²K/W]
U [W/m²K]
ggl [-]
zonwering
beschaduwing
toelichting
Beganegrondvloer - vloer op/boven mv; boven kruipruimte - 145,2 m² Beganegrondvloer
145,20
3,50
Voorgevel - buitenlucht, O - 53,7 m² - 90° Buitenwand
36,50
4,50
minimale belem.
koz A deur (1 stuks)
2,60
1,65
0,00
nee
minimale belem.
koz A transparant …
7,10
1,65
0,60
nee
minimale belem.
koz A shadowbox gl…
3,40
1,65
0,00
nee
minimale belem.
koz B (1 stuks)
1,90
1,65
0,60
nee
minimale belem.
koz S (1 stuks)
2,20
1,65
0,60
nee
minimale belem.
Rechter Zijgevel - buitenlucht, N - 45,0 m² - 90° Buitenwand
23,00
koz C (1 stuks)
0,60
4,50 1,65
0,60
nee
minimale belem. constante overstek 0,5 ≤ ho < 1,0
koz D (1 stuks)
2,50
1,65
0,60
nee
constante overstek 0,5 ≤ ho < 1,0
koz E (1 stuks)
3,80
1,65
0,60
nee
minimale belem.
koz F (1 stuks)
15,10
1,65
0,60
nee
constante overstek ho < 0,5
Achtergevel - buitenlucht, W - 53,7 m² - 90° Buitenwand
42,40
4,50
minimale belem.
koz G (1 stuks)
5,10
1,65
0,60
nee
constante overstek ho < 0,5
koz H (1 stuks)
4,30
1,65
0,60
nee
constante overstek 0,5 ≤ ho < 1,0
koz J (1 stuks)
1,90
1,65
0,60
nee
constante overstek ho < 0,5
Linker Zijgevel - buitenlucht, Z - 39,6 m² - 90° Buitenwand
28,00
koz K (1 stuks)
2,20
4,50 1,65
0,60
nee
minimale belem. minimale belem.
koz L (1 stuks)
2,20
1,65
0,60
nee
minimale belem.
koz M (1 stuks)
0,60
1,65
0,60
nee
minimale belem.
koz N (1 stuks)
2,20
1,65
0,60
nee
minimale belem.
koz P (1 stuks)
2,20
1,65
0,60
nee
minimale belem.
koz R (1 stuks)
2,20
1,65
0,60
nee
minimale belem.
0,60
nee
Hellend dak Rechter Zijgevel - buitenlucht, N - 72,2 m² - 25° Hellend dak
70,90
dakvenster (1 stuks)
1,30
6,00
minimale belem. 1,30
minimale belem.
Hellend dak Linker Zijgevel - buitenlucht, Z - 89,7 m² - 25° Hellend dak
89,70
6,00
minimale belem.
De lineaire warmteverliezen zijn berekend volgens de forfaitaire methode uit paragraaf 5.1.3. van NEN 1068.
Uniec v2.2.16.1
Pagina 2/15
Printdatum: 26-11-2020 14:54
Nieuwbouw vrijstaande woning
ERS architekten bna -
Bureau Terborg
Overige kenmerken vloerconstructies (inclusief evt. kruipruimten en onverwarmde kelders) Beganegrondvloer - vloer op/boven mv; boven kruipruimte hoogte bovenkant vloer boven maaiveld (h)
0,10 m
omtrek van het vloerveld (P)
52,00 m
grootste dikte v.d. gevels/wanden ter hoogte v.d. bk vloer (dbw;v)
0,37 m
gem. vert. afstand tussen MV en bk kelder-, kruipruimtevloer (zo)
0,90 m
kruipruimteventilatie (ε)
0,0012 m²/m¹
warmteweerstand v.d. kelder-, kruipruimtewanden boven mv (Rxw)
4,50 m²K/W
warmteweerstand v.d. kelder-, kruipruimtewanden onder mv (Rbw;o)
4,50 m²K/W
warmteweerstand v.d. kelder-, kruipruimtevloer (Rbf)
0,10 m²K/W
grootste dikte v.d. wand t.h.v. de bk kelder-, kruipruimtevloer (dbw;o)
0,37 m
Verwarming- en warmtapwatersystemen verwarming/warmtapwater 1 Opwekking type opwekker
combi-warmtepomp
bron warmtepomp
buitenlucht
toestel - warmtepomp
Mitsubishi Electric (Alklima) Ecodan Cylinderunit 8 kW SUZSWM80 + E(H/R)ST20D (200 liter boiler)
ontwerpaanvoertemperatuur
θsup ≤ 30°
energiefractie warmtepomp
0,997
aantal warmtepompen
1
type bijverwarming
elektrisch element
bijstooktoestel geïntegreerd
ja
transmissieverlies verwarmingssysteem - januari (HT)
247 W/K
warmtebehoefte verwarmingssysteem (QH;nd;an)
48.433 MJ
hoeveelheid energie t.b.v. verwarming per toestel (QH;dis;nren;an)
48.433 MJ
hoeveelheid energie t.b.v. warmtapwater per toestel (QW;dis;nren;an)
12.026 MJ
opwekkingsrendement verwarming - warmtepomp (ηH;gen)
5,100
opwekkingsrendement warmtapwater - warmtepomp (ηW;gen)
2,050
opwekkingsrendement - bijverwarming (ηH;gen)
1,000
Kenmerken afgiftesysteem verwarming Type warmteafgifte (in woonkamer) type warmteafgifte
positie
hoogte
Rc
θem;avg
ηH;em
vloer- en/of wandverwarming en/of betonkernactivering
buitenvloer of buitenwand
<8m
≥ 2,5 m²K/W
n.v.t.
1,00
regeling warmteafgifte aanwezig
ja
afgifterendement (ηH;em)
1,000
Kenmerken distributiesysteem verwarming buffervat buiten verwarmde ruimte aanwezig
nee
verwarmingsleidingen in onverwarmde ruimten en/of kruipruimte
nee
distributierendement (ηH;dis)
1,000
Kenmerken tapwatersysteem aantal woningbouw-eenheden aangesloten op systeem Uniec v2.2.16.1
1 Pagina 3/15
Printdatum: 26-11-2020 14:54
Nieuwbouw vrijstaande woning
ERS architekten bna -
warmtapwatersysteem ten behoeve van
keuken en badruimte
gemiddelde leidinglengte naar badruimte
forfaitair
gemiddelde leidinglengte naar aanrecht
forfaitair
inwendige diameter leiding naar aanrecht
≤ 10 mm
afgifterendement warmtapwater (ηW;em)
0,742
Bureau Terborg
Douchewarmteterugwinning douchewarmteterugwinning
nee
Zonneboiler zonneboiler
nee
Hulpenergie verwarming hoofdcirculatiepomp aanwezig
ja
hoofdcirculatiepomp voorzien van pompregeling
ja
aanvullende circulatiepomp aanwezig
nee
Aangesloten rekenzones Vrijstaande woning
Ventilatie ventilatie 1 ventilatiesysteem
C. natuurlijke toevoer en mechanische afvoer
systeemvariant
Duco CO2 System GG (grondgebonden woningen) met badkamerschakelaar en CO2 sensoren in woonkamer en hoofdslaapkamer + ZR-roosters ≤ 1 Pa
luchtvolumestroomfactor voor warmte- en koudebehoefte (fsys)
1,09
correctiefactor regelsysteem voor warmte- en koudebehoefte (freg)
0,51
Kenmerken ventilatiesysteem werkelijk geïnstalleerde ventilatiecapaciteit bekend
nee
warmtepomp op ventilatieretourlucht in rekenzone(s)
nee
luchtdichtheidsklasse ventilatiekanalen
onbekend
Passieve koeling max. benutting geïnstal. ventilatiecapaciteit voor koudebehoefte
ja
max. benutting geïnstal. spuicapaciteit voor koudebehoefte
ja
Kenmerken ventilatoren totaal nominaal vermogen (Pnom) centrale ventilatie-units
36,00 W (1 units)
reductiefactor luchtvolumestroomregeling centrale ventilatie-units (fregfan)
0,150
totaal effectief vermogen (Peff) van alle ventilatie-units
5,400 W
Aangesloten rekenzones Vrijstaande woning
Uniec v2.2.16.1
Pagina 4/15
Printdatum: 26-11-2020 14:54
Nieuwbouw vrijstaande woning
ERS architekten bna -
Bureau Terborg
Zonnestroom zonnestroom 1 piekvermogen (Wp) per paneel
320 Wp/paneel
Zonnestroom eigenschappen ventilatie
npanelen
oriëntatie
helling [°]
beschaduwing
matig geventileerd - op dak/gevel, met spouw
5
Z
25
minimale belemmering
Uniec v2.2.16.1
Pagina 5/15
Printdatum: 26-11-2020 14:54
Nieuwbouw vrijstaande woning
ERS architekten bna -
Bureau Terborg
Resultaten Jaarlijkse hoeveelheid primaire energie voor de energiefunctie verwarming (excl. hulpenergie)
EH;P
hulpenergie warmtapwater (excl. hulpenergie)
1.675 MJ EW;P
hulpenergie koeling (excl. hulpenergie)
24.606 MJ 15.018 MJ 0 MJ
EC;P
hulpenergie
0 MJ 0 MJ
zomercomfort
ESC;P
4.708 MJ
ventilatoren
EV;P
436 MJ
verlichting
EL;P
7.456 MJ
geëxporteerde elektriciteit
EP;exp;el
0 MJ
op eigen perceel opgewekte & verbruikte elektriciteit
EP;pr;us;el
12.823 MJ
in het gebied opgewekte elektriciteit
EP;pr;dei;el
0 MJ
Oppervlakten totale gebruiksoppervlakte
Ag;tot
161,80 m²
totale verliesoppervlakte
Als
455,54 m²
Elektriciteitsgebruik gebouwgebonden installaties
5.848 kWh
niet-gebouwgebonden apparatuur (stelpost)
4.536 kWh
op eigen perceel opgewekte & verbruikte elektriciteit
1.391 kWh
geëxporteerde electriciteit
0 kWh
TOTAAL
CO2-emissie CO2-emissie
8.993 kWh
mco2
2.517 kg
Energieprestatie specifieke energieprestatie
EP
karakteristiek energiegebruik
EPtot
41.075 MJ
254 MJ/m²
toelaatbaar karakteristiek energiegebruik
EP;adm;tot;nb
43.067 MJ
energieprestatiecoëfficiënt
EPC
0,382 -
energieprestatiecoëfficiënt
EPC
0,39 -
Het gebouw voldoet aan de eisen inzake energieprestatie uit het Bouwbesluit 2012. Uniec 2.2 is gebaseerd op NEN7120;2011 “Energieprestatie van gebouwen” (inclusief het Nader Voorschrift) en NEN 8088-1 “Ventilatie en luchtdoorlatendheid van gebouwen” inclusief alle wettelijk van kracht zijnde correctiebladen. Alle bovenstaande energiegebruiken zijn genormeerde energiegebruiken gebaseerd op een standaard klimaatjaar en een standaard gebruikersgedrag. Het werkelijke energiegebruik zal afwijken van het genormeerde energiegebruik. Aan de berekende energiegebruiken kunnen geen rechten ontleend worden.
Uniec v2.2.16.1
Pagina 6/15
Printdatum: 26-11-2020 14:54
Nieuwbouw vrijstaande woning
ERS architekten bna -
Bureau Terborg
Verklaringen
Uniec v2.2.16.1
Pagina 7/15
Printdatum: 26-11-2020 14:54
Nieuwbouw vrijstaande woning
Uniec v2.2.16.1
ERS architekten bna -
Pagina 8/15
Bureau Terborg
Printdatum: 26-11-2020 14:54
Nieuwbouw vrijstaande woning
Uniec v2.2.16.1
ERS architekten bna -
Pagina 9/15
Bureau Terborg
Printdatum: 26-11-2020 14:54
Nieuwbouw vrijstaande woning
Uniec v2.2.16.1
ERS architekten bna -
Pagina 10/15
Bureau Terborg
Printdatum: 26-11-2020 14:54
Nieuwbouw vrijstaande woning
Uniec v2.2.16.1
ERS architekten bna -
Pagina 11/15
Bureau Terborg
Printdatum: 26-11-2020 14:54
Nieuwbouw vrijstaande woning
Uniec v2.2.16.1
ERS architekten bna -
Pagina 12/15
Bureau Terborg
Printdatum: 26-11-2020 14:54
Nieuwbouw vrijstaande woning
Uniec v2.2.16.1
ERS architekten bna -
Pagina 13/15
Bureau Terborg
Printdatum: 26-11-2020 14:54
Nieuwbouw vrijstaande woning
Uniec v2.2.16.1
ERS architekten bna -
Pagina 14/15
Bureau Terborg
Printdatum: 26-11-2020 14:54
Nieuwbouw vrijstaande woning
Uniec v2.2.16.1
ERS architekten bna -
Pagina 15/15
Bureau Terborg
Printdatum: 26-11-2020 14:54