CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 21 september 2021, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht'.19.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

3 3 4 4 4 6

Hoofdstuk 2 De huidige situatie 2.1 Landschapskarakteristiek 2.2 Huidige situatie plangebied

7 7 7

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste situatie 3.2 Verkeer en parkeren

10 10 16

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

18 18 23 25 26

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie

28 28 29 30 32 34 36 37 40

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

42 42 43

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

44 44 44 45

Hoofdstuk 8

49

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen

50 50 50 50

BJZ.nu Bestemmingsplannen

2

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Boterdijk 3 te Aalten bevindt zich recreatiebedrijf Goorzicht. Het betreft een recreatiebedrijf met een oppervlakte van circa 6,5 hectare met ruimte voor 192 jaarplaatsen (chalets en vaste stacaravans), 60 toeristische plaatsen (kampeerplaatsen), twee trekkershutten, één blokhut en zes stacaravans. Het recreatiebedrijf beschikt daarnaast over een receptie, sanitaire voorzieningen, een openluchtzwembad, een speeltuin en horecavoorzieningen. Recreatiebedrijf Goorzicht is een groen bedrijf op een toeristische locatie in de Achterhoek. Goorzicht is een door de ANWB erkende 4-sterrencamping. De kwaliteit van het recreatiebedrijf wordt door de toeristen als hoog beoordeeld. Het recreatiebedrijf kent dan ook een hoge bezettingsgraad. Het is hiermee aan te merken als een zeer vitaal vakantiepark. Het voorgaande neemt niet weg dat de ondernemers ervaren dat de markt steeds nieuwe en hogere eisen stelt. Bovendien neemt de concurrentie toe. Dit vraagt om een alerte houding van ondernemers en een beleid gericht op kwaliteitsverbetering en groei. Hiertoe zijn er door recreatiebedrijf Goorzicht plannen ontwikkeld om het recreatiebedrijf uit te breiden. De uitbreiding bevindt zich aan de overzijde van de Boterdijk, tegenover het bestaande terrein.

De uitbreiding, met een oppervlakte van circa 3,2 hectare, voorziet in totaal 1.035 m2 aan nieuwe bebouwing, bestaande uit: Drie boomhutten; Twee hooibergen of daarmee gelijk te stellen recreatieve voorzieningen; Drie slaapvaten of daarmee gelijk te stellen recreatieve voorzieningen; Zeven recreatiechalets; Twee recreatieverblijven; 25 kampeerplekken; Zes camperplaatsen; Eén ontmoetingsruimte. De betreffende gronden hebben de bestemmingen 'Agrarisch met waarden', 'Bos', 'Wonen - 1' en 'Recreatie Recreatiewoning'. Binnen deze bestemmingen ontbreken de gebruiks- en bouwmogelijkheden voor de gewenste uitbreiding. Daarom is een bestemmingsplanherziening nodig. De uitbreiding van bebouwing dient te worden gecompenseerd door een merendeel te aan landschapsontsierende bebouwing te slopen. De gemeente hanteert de norm dat voor elke 0,5 m2 aan bebouwing er 1 m2 gesloopt dient te worden. In dit geval wordt er 335 m2 aan bebouwing toegevoegd (1.170 m2 aan totale nieuwe bebouwing (zie paragraaf 3.1.2.2) minus de sloop van 835 m2 binnen het plangebied. Dit maakt dat er in totaal 670 m2 gesloopt dient te worden op een locatie elders. In paragrafen 3.1.2.1 en 3.1.2.2 is dit nader uitgewerkt. De sloop binnen en buiten het plangebied wordt middels een separaat veegplan geborgd. Tot slot zijn initiatiefnemers voornemens de reeds aanwezige reguliere burgerwoning te herbouwen.

Het gaat om de herbouw van de woning na sloop, op een iets meer zuidelijker gelegen locatie. Voor het gehele plan is een toekomstvisie en uitbreidingsplan ingediend, die tezamen met een principeverzoek bij de gemeente Aalten zijn ingediend. De gemeente heeft op basis hiervan een positief principebesluit genomen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders. In deze toelichting zal worden aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is en dat

BJZ.nu Bestemmingsplannen

3

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

het geheel in overeenstemming is met een 'goede ruimtelijke ordening'. Op het bestaande terrein zullen geen ontwikkelingen plaats gaan vinden die een aanpassing van het bestemmingsplan nodig maken. Deze blijft in het vervolg van dit bestemmingsplan dan ook buiten beschouwing.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Boterdijk 3 te Aalten, in het buitengebied van de gemeente Aalten. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving en ten opzichte van de kern Aalten weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van Aalten (Bron: ArcGIS)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht' bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek. nr.NL.IMRO.0197.BP00100-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig bestemmingsplan

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de grenzen van de bestemmingsplannen "Landelijk gebied 2015", vastgesteld op 21 maart 2017, "Parapluplan gemeente Aalten", vastgesteld op 18 september 2018 en "Landelijk gebied 2015, herstelbesluit 2018", vastgesteld op 16 oktober 2018. Deze plannen zijn allemaal vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Aalten. In dit geval is met name het bestemmingsplan "Landelijk gebied 2015" relevant. De andere plannen worden uitsluitend waar noodzakelijk benoemd. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen. In de volgende paragraaf zal in worden gegaan op de geldende bestemmingen en aanduidingen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

4

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Afbeelding 1.2: Uitsnede van het geldende bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2

Bestemmingen en aanduidingen

Zoals in voorgaande afbeelding is weergegeven zijn de gronden bestemd met de enkelbestemmingen: Agrarisch met Waarden; Bos; Wonen - 1; Recreatie - Recreatiewoning; Tevens gelden in het gehele plangebied archeologische dubbelbestemmingen, te weten de bestemmingen 'Waarde - Archeologie lage verwachting' (deels) en 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' (deels). Tot slot gelden binnen de agrarische bestemming in zijn geheel de gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - hoogteverschillen' en ter plaatse van de houtsingel de functieaanduiding 'houtsingel'. Hierna wordt samengevat op de geldende bestemmingen en aanduidingen ingegaan. Agrarisch met waarden Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd ten behoeve van het agrarisch grondgebruik. De specifieke aanduiding voor de hoogteverschillen beschermd de daar aanwezige hoogteverschillen. Er geldt hiervoor een omgevingsvergunningsplicht voor het vergraven, afgraven en egaliseren van deze gronden. De specifieke aanduiding voor de houtsingel beschermd de instandhouding van de houtsingel. Bos Ten noorden en zuiden van het agrarisch perceel liggen bosgebieden die zijn bestemd tot 'Bos'. Gronden met

BJZ.nu Bestemmingsplannen

5

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

deze bestemming zijn met name bestemd voor multifunctionele bosbouw en het behoud, herstel en ontwikkelen van bos en de natuur- en landschapswaarden. Wonen - 1 Binnen het plangebied ligt een woonperceel waarop een verouderde woning met bijbehorende bouwwerken staat. Het betreft in feite een voormalig boerenerf die al is herbestemd tot een woonfunctie. Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor het wonen, waarbij in dit geval maximaal één woning is toegestaan. Recreatie - Recreatiewoning Binnen het plangebied staat een verouderde solitaire recreatiewoning. Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor het recreatief wonen. Archeologische dubbelbestemmingen Gronden met een archeologische dubbelbestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden in de bodem. In de bouwregels en de regels voor de omgevingsvergunning is bepaald dat bij het overschrijden van een oppervlakte en diepte bij het bouwen of graven een archeologisch onderzoek nodig is. De bepaalde oppervlakten en diepten hangen af van de verwachting (laag of hoog). 1.4.3

Strijdigheid

De gewenste uitbreiding van het recreatiebedrijf dient te worden voorzien van de bestemming "Recreatie Verblijfsrecreatie". Binnen de huidige bestemmingen ontbreken de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de gewenste uitbreiding. Daarnaast dient de te herbouwen reguliere woning te worden voorzien van een passende woonbestemming. De huidige woonbestemming voldoet qua situering en oppervlakte niet aan de beoogde woonkavel.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en de omgeving gegeven. Hoofdstuk 3 gaat in op de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Gelderland en de gemeente Aalten beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op inspraak en vooroverleg.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

6

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Hoofdstuk 2 2.1

De huidige situatie

Landschapskarakteristiek

Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Aalten. De directe omgeving bestaat met name uit agrarische cultuurgrond met verspreid liggende woonerven, bos- en natuurpercelen, het recreatiebedrijf en enkele agrarische bedrijven. Nabij het plangebied ligt het natuurgebied 'Aaltense Goor', waar het bedrijf haar naam aan heeft ontleend. Het natuurgebied is circa 200 hectare groot en zijn in gebruik als hooiland in combinatie met extensieve beweiding. Van oorsprong betreft het een veengebied dat nu door kleinschalige landbouw wordt gebruikt. Het natuurgebied ligt ten noorden van het recreatiebedrijf. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de omgeving van het plangebied opgenomen. Ten noorden van het plangebied is het natuurgebied 'Aaltense Goor' zichtbaar. De kern Aalten ligt ten zuidoosten van het plangebied.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto van de omgeving van het plangebied (Bron: Provincie Gelderland)

2.2

Huidige situatie plangebied

2.2.1

Ruimtelijke indeling

2.2.1.1 Bestaand recreatieterrein Het bestaande recreatiebedrijf ligt ten westen van de uitbreiding. Zoals al aangegeven betreft dit een terrein een oppervlakte van circa 6,5 hectare met ruimte voor 192 jaarplaatsen (stacaravans en chalets), 60 toeristische plaatsen (kampeerplaatsen), twee trekkershutten, één blokhut en zes stacaravans. Het recreatiebedrijf beschikt daarnaast over een receptie, sanitaire voorzieningen, een openluchtzwembad, een speeltuin en horecavoorzieningen. Initiatiefnemer heeft de kwaliteit van het bestaande terrein hoog in vaandel. Er is geen aanleiding om grote veranderingen aan te brengen in de huidige aard en opzet van de bestaande camping. Het accent op vaste plaatsen blijft bestaan, maar wel zal het aantal toeristische plaatsen geleidelijk nog wat toenemen. BJZ.nu Bestemmingsplannen

7

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Tevens zal het reeds ingezette proces van upgrading de komende tijd worden voortgezet. Dit zal enige uitdunning tot gevolg hebben; stacaravans en kampeermiddelen worden steeds groter en vergen meer ruimte zodat er hier en daar een plaats zal verdwijnen. Het maximaal toegestane aantal stacaravans (220) wordt nu al niet gehaald (198, waarvan 6 huurcaravans). Naar verwachting zal ook het aantal huurcaravans nog iets toenemen (van 6 naar 10). De entree en het centrumgebied worden aantrekkelijk gemaakt door middel van bloembakken, sfeerverlichting, sierbestrating, nieuw terrasmeubilair en andere ‘cosmetische’ maatregelen. Hierdoor stijgt de belevingswaarde. Ook het proces van verduurzaming wordt krachtig voortgezet. Hierbij gaat het om het realiseren van zonnepanelen (reeds 152 aanwezig), zonneboilers, ledverlichting, tussenmeters op alle plaatsen, gescheiden afvalinzameling, hergebruik was- en spoelwater en vergelijkbare maatregelen. Gezien het bestaande recreatieterrein geen onderdeel uitmaakt van het plangebied wordt deze in het vervolg buiten beschouwing gelaten. Wel is het bedrijf waarneembaar in afbeelding 2.2. 2.2.1.2 Huidige situatie plangebied Zoals al aangegeven ligt het plangebied ten oosten van het bestaande recreatiebedrijf. Het betreft een perceel met een oppervlakte van circa 3,2 hectare.

In de huidige situatie staat er in het plangebied een verouderde boerderij met bijbehorende bouwwerken en een verouderde solitaire recreatiewoning. Het gaat naast de boerderij en de recreatiewoning om vijf schuren, een overkapping en een hondenren met een totale oppervlakte van 835 m2 . Daarnaast ligt er nog een maiskuil met een oppervlakte van circa 231 m2 . Voor het overige is het plangebied in gebruik als weiland en als bos rondom het weiland. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto van het plangebied opgenomen. Het bestaande recreatiebedrijf is ten westen van het plangebied zichtbaar. In afbeelding 2.3 is een straatweergave opgenomen waarin het straatbeeld vanaf de Boterdijk zichtbaar is. Op de afbeelding is de oude boerderij zichtbaar.

Afbeelding 2.2: Luchtfoto plangebied (Bron: Provincie Gelderland)

BJZ.nu Bestemmingsplannen

8

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Afbeelding 2.3: Straatweergave van het plangebied (Bron: Google streetview)

BJZ.nu Bestemmingsplannen

9

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1

Gewenste situatie

3.1.1

Algemeen

Zoals in de aanleiding al aangegeven staat recreatiebedrijf Goorzicht goed aangeschreven en kent het een goede bezetting. Initiatiefnemer is zich er echter van bewust dat innovatie en uitbreiding nodig is om ook voor de toekomst kwaliteit te kunnen bieden en tevens te kunnen doorgroeien. Op deze manier wordt de marktpositie versterkt. Daarbij streeft het recreatiebedrijf niet naar 'meer van hetzelfde' maar wil ze nieuwe dimensies toevoegen aan het accommodatieaanbod. Centraal daarbij staat dat deze toevoegingen moeten passen bij het karakter van het bedrijf en haar omgeving. 3.1.2

Concreet plan

3.1.2.1 Sloop In dit geval wordt er binnen het plangebied 835 m2 aan bebouwing gesloopt. Het gaat om een verouderde boerderij met bijbehorende bouwwerken en een verouderde solitaire recreatiewoning, vijf schuren, een overkapping en een hondenren met een totale oppervlakte van 835 m2 . Daarnaast ligt er nog een maiskuil met een oppervlakte van circa 231 m2. Deze wordt echter niet in de oppervlaktebepaling meegerekend. Om de toename aan bebouwing mogelijk te maken dient een meervoud aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt te worden. In dit geval wordt er 335 m2 aan bebouwing toegevoegd (1.170 m2 aan nieuwe bebouwing (zie 3.1.2.2) - de sloop van 835 m2 binnen het plangebied. De gemeente hanteert de norm dat voor elke 0,5 m2 aan bebouwing er 1 m2 gesloopt dient te worden. Dit maakt dat er in totaal 670 m2 gesloopt dient te worden op een locatie elders. Deze sloop wordt middels een realisatieovereenkomst en een veegplan geborgd en wordt in dit plan verder buiten beschouwing gelaten. 3.1.2.2 Gebouwen Op het terrein zal, zoals in de aanleiding al is aangegeven, in totaal 1.170 m2 aan bebouwing worden toegevoegd. Het gaat om de gebouwen en functies zoals weergegeven in de volgende tabel:

Daarnaast wordt er nog sanitair (95 m2 ) en een vrijstaande woning met bijgebouw, met een totale oppervlakte van 150 m2 gebouwd. In de volgende afbeeldingen is het gewenste plan visueel weergegeven, waarbij de in de tabel genoemde functies zijn aangeduid. Deze inrichtingstekening is tevens als Bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

10

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Afbeelding 3.1: Inrichtingstekening gewenste situatie (Bron: Kr8 Architecten)

BJZ.nu Bestemmingsplannen

11

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Afbeelding 3.2: Legenda inrichtingstekening (Bron: Kr8 Architecten)

De 8-persoonsrecreatieverblijven worden beide uit elkaar op verschillende locaties op het terrein gebouwd. Hier is bewust voor gekozen, om zo te voorkomen dat grote groepen gezamenlijk de huizen zullen huren. Dat is niet wenselijk. De recreatiechalets worden in een halve cirkel om de aan te leggen waterplas aangelegd. De accommodaties worden qua situering en uitstraling zo gebouwd dat ze passen bij de belevingswaarde van het landschap. De drie boomhutten worden in de noordwestelijke bosrand gebouwd. De boomhutten worden aan de rand van het bos gebouwd. Er is geen sprake van de kap of het wezenlijk opsnoeien van bomen. Ook de hooibergvaten en slaapvaten worden langs het bos gebouwd. De ontmoetingsruimte wordt op een centraal punt, nabij de entree gebouwd. De ontmoetingsruimte betreft een slechtweeraccommodatie. Een plek waar recreanten elkaar kunnen ontmoeten in een overdekte ruimte, een praatje kunnen maken, ervaringen kunnen uitwisselen (chillplek), een spelletje kunnen spelen, een boek kunnen lezen, samen kunnen koken (buitenkeuken), nat geworden kleding kunnen drogen enz. Deze ruimte voorziet in een grote behoefte ten aanzien van trekkende kampeerders met een beperkte uitrusting. 3.1.2.3 Camper- en kampeerplaatsen Ten zuiden van de natuurvijver worden er camping- en camperplaatsen aangelegd. Er komen in totaal zes camperplaatsen.

Deze plaatsen krijgen hetzelfde comfortniveau als de toeristische kampeerplaatsen. Wat betreft de kampeerplaatsen gaat het om 25 plaatsen. De kampeerplaatsen worden in het meest zuidelijk deel van het terrein gesitueerd. De camperplaatsen (maximaal zes) komen ten westen van de kampeerplaatsen, nabij de in- en uitrit van het terrein.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

12

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

3.1.2.4 Woning De bestaande verouderde woning wordt gesloopt. Ter vervanging wordt er een duurzame nieuwe woning voor teruggebouwd. Deze woning krijgt een oppervlakte van circa 100 m2 en een inhoud van maximaal 750 m3 . De kavel van deze woning ligt ten zuidwesten van het terrein, gesitueerd aan de Boterdijk. De woning heeft geen binding met het recreatiebedrijf en wordt dan ook met een eigen ontsluiting ontsloten. De woning zal worden bewoond door de voormalige eigenaren van het recreatiebedrijf. Om de overlast met betrekking tot het recreatiebedrijf te voorkomen wordt er rondom de woning een grondwal van tussen de 2 en 2,20 meter hoog aangelegd. Tevens is er, zoals in voorgaande subparagraaf aangegeven, qua situering van functies op het recreatieterrein rekening gehouden met de woning. 3.1.2.5 Parkeerterrein en ontsluiting Voor de uitbreiding dient voldoende parkeerruimte te worden gerealiseerd. Hiertoe wordt een ruim parkeerterrein nabij de entree aangelegd. Zo blijft de uitbreiding zelf autoluw. Het parkeerterrein biedt ruimte voor 32 auto's en wordt halfverhard aangelegd. De parkeerplaatsen worden aangelegd tussen de bestaande bomen; er worden geen bomen gekapt voor deze parkeervoorziening. Opgemerkt dient te worden dat er bij elke kampeer/camperplaats en bij elke recreatieve eenheid ruimte is voor het parkeren van een auto.

Bij de 8-persoonshuizen komt ruimte voor het parkeren van 2 auto's. Het parkeerterrein is dan ook net name bedoeld ten behoeve van extra auto's van gasten en voor bezoekers. Door de toegang van het terrein tot het uitbreidingsperceel direct tegenover de bestaande entree van het recreatiebedrijf te situeren ontstaat een logische verbinding tussen het oude en nieuwe terrein. Receptie en centrale voorzieningen zijn op deze wijze het best bereikbaar voor de recreanten op het uitbreidingsgedeelte. Tot slot wordt er een veilige oversteek gerealiseerd. 3.1.3

Landschappelijkeinpassing

3.1.3.1 Algemeen Qua landschappelijke inpassing is het streven om de omgeving als het ware naar binnen te halen. Het streven is erop gericht de aanwezige omgevingsaspecten in het terrein te integreren, zodat het terrein geen losse enclave in het landschap is, maar in haar omgeving (het kleinschalige coulisselandschap) past. De beide bospercelen aan de rand van het terrein blijven hiertoe onaangeroerd en fungeren als natuurlijke groenbuffers. Voorgaande uitgangspunten hebben geleid tot een uitbreidingsplan. Dit plan is in afbeelding 3.1 weergegeven. Vervolgens wordt het plan toegelicht. Het volledige plan is als Bijlage 1 bij de regels opgenomen en gekoppeld aan een voorwaardelijke verplichting, waarmee de uitvoering is geborgd.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

13

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Afbeelding 3.2: Uitsnede landschappelijk inpassingsplan (Bron: Natuurbank Overijssel)

Kansen voor versterken landschappelijke inpassing Het plangebied is reeds vrij goed landschappelijk ingepast. Het zicht op het plangebied, vanuit het oosten, kan versterkt worden door de huidige houtwal te versterken met struweelbeplanting. Geadviseerd wordt een dubbele rij struweelvormers voor de huidige houtwal te planten en deze te beheren als hakhout. Hierdoor blijf de beplanting dicht en wordt het zicht op het plangebied weggenomen. In het bosje aan de noordzijde domineren niet inheemse boomsoorten als Amerikaanse vogelkers, Douglass spar, Amerikaanse eik en larix. Door geleidelijke omvorming naar een bosje met puur inheemse soorten, neemt de ecologische waarde van het bosje toe. Dit omvormingsbeheer dient gefaseerd uitgevoerd te worden in een periode van 10-15 jaar. Voorkomen moet worden dat door uitkap massale (natuurlijke) verjonging optreed door douglass spar of Amerikaanse eik. Geadviseerd wordt kleinschalige uitkap onder scherm, waardoor de druk van natuurlijke verjongen uit blijft. Bodemverwonding kan leiden tot natuurlijke verjongen van wenselijke en niet-wenselijke soorten. Gelet op het dichte kroondek, is het doorplanten van open plekken met jonge bomen niet zinvol. Natuurlijke opslag van inheemse soorten moet op den duur leiden tot een natuurlijker bos. Beheersmaatregelen, zoals het maaien van jonge opslag van Amerikaanse eik kan nodig zijn.

Geadviseerd wordt om dit onder begeleiding van een bosdeskundige uit te voeren. Plan voor landschappelijke inpassing Aanbrengen nieuwe beplanting Als versterking van de landschappelijke inpassing van het plangebied wordt voorgesteld een dubbele rij beplanting toe te voegen, zodat de houtsingel, vanaf de erfscheiding minimaal 6 meter breed wordt. Op onderstaande afbeelding wordt het voorstel voor landschappelijke inpassing weergegeven. Met de buurt zijn afspraken gemaakt dat de beplanting bestaat uit inheemse soorten, waaronder een aantal groenblijvers, zodat inkijk wordt tegengegaan. Dit is in het landschapsplan verwerkt. Verwijderen niet-inheemse bomen In het bosje tussen de camping en de Boterdijk-Romienendiek worden niet-inheemse bomen, gefaseerd en in een periode van 10-15 jaar de exoten uitgekapt om het bos geleidelijk om te vormen naar een natuurlijk bos. BJZ.nu Bestemmingsplannen

14

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Het uiteindelijke doel is een natuurlijk bos, met kruid-, struik- en boomlaag waardoor er geen zicht op het recreatieterrein is vanaf de Romienendiek. 3.1.3.2 Inrichting en beheer Algemeen Om tot het wenselijke eindbeeld te komen moeten er inrichtingsmaatregelen uitgevoerd worden en dient nieuwe beplanting op een bepaalde wijze beheerd te worden om zich te ontwikkelen, zoals bedoeld. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de noodzakelijke inrichtings- en beheermaatregelen om tot het wenselijke eindbeeld te komen. Inrichtingsmaatregelen Versterken houtsingel Het wenselijke eindbeeld is een houtsingel, die vanaf de erfgrens, minimaal zes meter breed is. Dat houdt in dat de huidige houtsingel meest drie en op enkele plekken, twee meter verbreed moet worden. Geadviseerd wordt een dubbele rij beplanting aan te leggen, bestaande uit een gelijk gemengde aanplant van boswilg, wilde liguster, zomerlinde, wilde kers, zomereik, iep, meidoorn, sleedoorn, Gelderse roos en hondsroos. Deze beplanting wordt in een plantverband van 1,5 x 1x5 meter gepoot. Er wordt gebruik gemaakt van driejarig bosplantsoen (80-120 cm). Om te voorkomen dat de nieuwe aanplant beschadigd wordt door betreding, wordt deze uitgerasterd. In totaal wordt 440 meter beplanting aangelegd (2x220 meter). In de beplanting worden 290 stuks beplanting verwerkt (29 stuks per soort).

Op plekken waar slechts 2 meter nieuwe singel aangelegd hoeft te worden, wordt de beplanting in de bestaande singel afgezet om voldoende licht te krijgen voor de ontwikkeling van de nieuwe aanplant. Zoals al eerder aangegeven wordt het recreatieterrein afgerasterd met een deugdelijke afrastering. Dat deze afrastering wordt gerealiseerd is tevens geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Op deze wijze wordt bevorderd dat recreanten op het terrein blijven en dus niet onnodig in het bosgebied of het aangrenzende landbouwgebied komen. Omvormen bos De omvorming naar een natuurlijk bos zonder exoten vindt plaats op natuurlijke wijze. Beheer Houtsingel De houtsingel wordt beheerd als hakhoutsingel. Daartoe wordt de singel periodiek en vlaksgewijs afgezet. Dit afzetten dient iedere 12-15 jaar te gebeuren, met uitzondering van 50% van de boomvormers. Het afzetten gebeurt vlak boven de grond op maximaal 20 cm hoogte. De singel groeit op natuurlijke wijze uit, maar mag aan de binnenzijde gesnoeid worden als overhangende takken schade of hinder veroorzaken. De houtsingel aan de zuidzijde van de erfgrens (aansluitend op de houtsingel in het plangebied, maar net buiten het plangebied), bestaat hoofdzakelijk uit zomereiken.

Een hakhoutbeheer van deze singel, met behoud van zomereiken overstaanders, vormt een zinvolle beheermaatregel voor deze singel en heeft tevens een positief effect op de bestaande en nieuw aan te leggen houtsingel in het plangebied. Omvormen bos Afhankelijk van de ontwikkeling dient aanvullend beheer uitgevoerd te worden. Dat is aan de orde, als massale verjonging van Amerikaanse eik of Douglass spar optreedt nadat er zonlicht op de bomen komt, als gevolg van kapwerkzaamheden. Aanvullend beheer met een bosmaaier is dan wenselijk. Wenselijke opslag van inheemse soorten dient daarbij gespaard te worden. Geadviseerd wordt hierbij deskundige ondersteuning te betrekken.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

15

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Aalten beschikt over een eigen Gemeentelijk verkeer- en vervoersplan. Hierin staat aangegeven dat voor het berekenen van de parkeerbehoefte aangesloten moet worden bij de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. 3.2.2

Uitgangspunten

Qua verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (gemeente Aalten); stedelijke zone: buitengebied; functies: camping (kampeerterrein), bungalowpark (huisjescomplex), woning (koop, huis, vrijstaand) De functie 'kampeerterrein' wordt gebruikt voor de camper- en kampeerplaatsen. De functie 'bungalowpark (huisjescomplex) sluit het best aan bij de overige accommodaties. Tot slot wordt de functie woning 'koop, huis, vrijstaand) gehanteerd voor de nieuw te bouwen woning. 3.2.3

Situatie verkeer

Voor een bungalowpark (huisjescomplex) geldt een verkeersgeneratie van 2,7 verkeersbewegingen per bungalow per weekdagetmaal. In dit geval worden er 17 eenheden gebouwd die hiermee te vergelijken zijn (zie de tabel in paragraaf 3.1.2.2). Op basis van bovenstaande ontstaat volgend beeld: 17 verblijfsaccommodaties ( = 17*2,7 = 45,9 verkeersbewegingen; De 31 camper- en kampeerplaatsen zorgen op basis van de CROW (0,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal) voor een verkeersgeneratie van 31*0,4 = 12,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De vrijstaande woning tot slot zorgt op basis van de CROW voor een verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. In totaal maakt dit een verkeersgeneratie van 45,9 + 12,4 + 8,2 = 66,5 extra verkeersbewegingen als gevolg van de uitbreiding. Planologisch hoeven de verkeerbewegingen van de woning niet mee te worden genomen, aangezien deze op basis van het bestemmingsplan al toegestaan is, wat zorgt voor een planologische toename van 66,5 - 8,2 = 58,3 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De ontsluiting van het terrein vindt plaats via een nieuw aan te leggen ontsluiting tegenover de ontsluiting van het bestaande terrein. Het verkeer kan via de Boterdijk in beide richtingen veilig worden afgewikkeld.

Ter plaatse van de ontsluiting wordt een veilige kruising gerealiseerd, met voldoende zicht, zodat het verkeer het terrein veilig kan verlaten. De woning wordt via een eigen, veilige ontsluiting ontsloten op de Boterdijk. Het aspect verkeersgeneratie vormt geen belemmering voor dit planvoornemen. 3.2.4

Situatie parkeren

Voor de 17 verhuuraccommodaties geldt een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per eenheid. Dit zijn totaal 34 parkeerplaatsen. BJZ.nu Bestemmingsplannen

16

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Voor de kampeerplaatsen bedraagt de behoefte 1,1 parkeerplaatsen per standplaats, wat zorgt voor een totale behoefte van 25*1,2 = 30 parkeerplaatsen. De totale behoefte bedraagt hiermee 30+30 = 60 parkeerplaatsen. De campers zijn uiteraard zelfvoorzienend en tellen dus niet meer in de parkeerberekening. Elke verhuuraccommodatie en kampeerplek krijgt de ruimte voor één parkeerplaats op de locatie zelf. De 8-persoonshuizen krijgen 2 parkeerplaatsen per woning. In totaal zijn dit 44 parkeerplaatsen (15 accommodaties, 2 achtpersoonshuizen en 25 kampeerplaatsen). Resteert een behoefte van 16 parkeerplaatsen. Dit zal worden opgevangen op het parkeerterrein bij de entree van het plangebied, waar 32 parkeerplaatsen aangelegd worden. Zoals al eerder aangegeven is het terrein daarmee met name bedoeld voor een tweede auto of voor bezoek. Hier is voldoende ruimte voor. In zijn totaliteit is er daarmee sprake van 32+44 = 76 parkeerplaatsen, waarmee ruimschoots aan de normering wordt voldaan. De woning dient over 2,4 parkeerplaatsen (afgerond 3) te beschikken. Op eigen terrein is hiervoor voldoende ruimte. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor dit planvoornemen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

17

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. BJZ.nu Bestemmingsplannen

18

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 5.

6.

7.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de SVIR (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.3

Toetsing aan het rijksbeleid

Algemeen De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de ladder voor duurzame verstedelijking geldt dat in artikel 3.1.6 Bro lid 2 het volgende staat aangegeven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. Volgens de 'Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking' van het Ministerie van Infrastructuur en BJZ.nu Bestemmingsplannen

19

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Milieu vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Het Bro regelt geen ondergrens voor een minimale omvang als afbakening van de begripsbepaling 'stedelijke ontwikkeling'. In de genoemde handreiking worden leisurevoorzieningen als 'andere stedelijke voorzieningen' beschouwd. Een recreatiebedrijf is aan te merken als een leisurevoorziening. Bij de beantwoording van de vraag of een stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro behelst, moet in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan, voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte het nieuwe plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan. Het vigerende planologische kader voorziet ter plaatse van de uitbreiding in een agrarische bestemming. Het planologische beslag van de nieuwe beoogde situatie -(de uitbreiding van) een recreatiebedrijf- op de ruimte, maakt dat het plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. De 'Ladder' is dan ook van toepassing. De ladder is niet van toepassing voor de bouw van de woning, aangezien het gaat om een stedelijke functie die reeds planologisch aanwezig is.

Er is dan ook geen sprake van een nieuwe stedelijke functie danwel een stedelijke ontwikkeling. In dit kader is door Van der Reest Advies een bedrijfsplan opgesteld, waarbij uitvoering op de behoefte is ingegaan. Hierna wordt samengevat ingegaan op de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte van het plan. Allereerst wordt het ruimtelijk verzorgingsgebied bepaald. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de functie. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voorliggend plan voorziet in het uitbreiden van een recreatiepark waar (naar verwachting) gasten vanuit heel Nederland en een deel van Duitsland zullen recreëren. Het verzorgingsgebied kan dan ook worden bepaald op Nederland en Duitsland. Wel wordt er in de ladderonderbouwing specifiek gekeken naar de behoefte aan het recreatiepark in de directe omgeving (De Achterhoek). Behoefte Algemeen Op het gebied van recreatie is een dalende trend zichtbaar als het gaat om kamperen. Het gaat met name om een afnemende vraag in vaste standplaatsen. Er is een toenemende vraag naar verhuuraccommodaties.

Hierbij is er met name vraag naar unieke overnachtingsaccommodaties. Vooral accommodaties met een hoge belevingswaarde zijn populair bij gezinnen met kinderen. Daarnaast zoeken vakantiegangers steeds meer doelgroepgerichte campings en logiesaccommodaties. Er is daarnaast een groeiende markt voor campers en het natuurkamperen blijft een opkomende ontwikkeling. Verblijfsrecreanten zoeken steeds meer luxe en comfort. Hierdoor worden standplaatsen op campings, bungalows, accommodaties en dergelijke steeds groter. De locatie is en blijft het belangrijkste criterium voor de keuze van een recreatiebedrijf. Men zoekt het vaakst naar danwel kleinschalige, rustige campings met veel ruimte en groen of juist grootschalige terreinen met een breed scala aan voorzieningen. Alles wat hier tussenin zit, heeft het moeilijk. Kwaliteit is de norm, dit geldt zowel voor het fysieke product als voor de immateriële aspecten (dienstverlening, sfeer). De beleving wordt steeds belangrijker gevonden. Men wil tijdens een vakantie unieke ervaringen opdoen. Verouderde parken en huisjes zijn minder in trek. Voor alle sectoren geldt dat de locatie van cruciaal belang is voor succes of falen. Leefstijlenmodel Het is zaak om bij de invulling van een recreatiebedrijf primair te denken en te handelen vanuit de

BJZ.nu Bestemmingsplannen

20

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

belevingswerelden en niet louter uit te gaan van demografische en/of sociaal-economische kenmerken van gasten. Voor dat doel heeft RECRON samen met Smart Agent Company een leisure leefstijlenmodel voor de recreatiesector ontwikkeld dat inmiddels een brede ingang heeft gekregen als marketingtool voor recreatiebedrijven en marketeers. Recreatiebedrijf Goorzicht richt zich met name op de groepen 'Gezellig Lime' en 'Rustig Groen'. Deze leefstijlgroepen vormen samen circa 1/3 van de recreantenpopulatie. Deze groepen richtten zich met name op het vrij zijn, rust en ontspanning. Privacy is belangrijk. Ze kiezen ervoor om in de omgeving van de camping attracties te zoeken en niet ver te reizen. Deze twee groepen zijn goed vertegenwoordigd in Gelderland. In afbeelding 4.1 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.1: Aandeel vakanties naar leefstijl in Nederland en Gelderland (Bron: RECRON) Het bovenstaande doelgroepensegmentatiemodel is recent omgezet naar het model 'Leefstijlvinder'. In dit model wordt uitgegaan van de leefstijlen: Avontuurzoeker, plezierzoeker, harmoniezoeker, verbindingszoeker, rustzoeker, inzichtzoeker en stijlzoeker. In dit geval corresponderen de groepen 'Gezellig Lime' en 'Rustig Groen' met de leefstijlen 'Rustzoekers en Verbindingszoekers'. Met de uitbreiding wordt getracht om te verbreden en de doelgroepen plezierzoekers, stijlzoekers en avontuurzoekers aan te trekken. Hier wordt later in de tekst en in paragraaf 4.3 nader op ingegaan. Vitaliteitsonderzoek Achterhoek In aanvulling hierop wordt ingegaan op het vitaliteitsonderzoek "Verblijfsrecreatie Achterhoek" (september 2019). Dit onderzoek is uitgevoerd door Bureau voor Ruimte en Vrije Tijd in opdracht van de Stichting Achterhoek Toerisme in samenwerking met de Achterhoekse gemeenten. Het doel van het onderzoek was om in beeld te brengen hoe de verblijfsrecreatieve sector in de Achterhoek vitaal en duurzaam kan worden en blijven. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de leefstijlvinder (www.leefstijlvinder.nl). In paragraaf 4.3.2 wordt nader ingegaan op dit onderzoek. Hierna worden de belangrijkste resultaten weergegeven, die relevant zijn in het kader van de ladderonderbouwing.

Uit het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Er is sprake van groeiende bezettingen; Er is (beperkte) marktruimte in de categorie hotels/groepsaccommodaties. Met de planvoorraad is deze al grotendeels ingevuld. Er is geen marktruimte voor bungalowparken en campings. Alle vraag kan op bestaande terreinen geaccommodeerd worden; er is geen ruimte voor nieuwe initiatieven. Hoewel nu sprake is van een stabiele bezettingsgraad is sprake van een teruglopende vraag. Indien deze zich doorzet, zijn minder campings nodig. Een kans voor campings is het omzetten van jaarplaatsen/toeristisch kamperen naar verhuuraccommodaties. BJZ.nu Bestemmingsplannen

21

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Leefstijlen: het bestaande aanbod is met name geschikt voor verbindingszoeker, rustzoeker en harmoniezoeker. Nieuwe initiatieven voor deze doelgroepen voegen dus niets toe. Er is behoefte aan vernieuwing ten behoeve van doelgroepen stijlzoekers, avontuurzoekers en plezierzoekers (mensen met hang naar luxe & comfort, interesse in grandeur & historie en die graag verrast willen worden) kortom accommodaties op bijzondere locatie, met een eigentijdse inrichting, hoge servicegraad en bijzonder concept. Er moet voorzichtig om worden gegaan met het creëren van nieuw aanbod gezien verzadiging van de markt. In het algemeen is de verblijfsrecreatiesector vitaal. Voor campings geldt dat hoewel sprake is van een teruglopende markt, de vitaliteit nu redelijk goed is maar ze zich wel meer moeten gaan onderscheiden. Recreatiebedrijf Goorzicht Uit voorgaand onderzoek blijkt dat er ruimte is voor ontwikkeling van/op bestaande terreinen, onder de genoemde voorwaarden. Recreatiebedrijf Goorzicht kan verantwoorden dat de uitbreiding voldoet aan deze voorwaarden. De uitbreiding voorziet namelijk in grote, luxe camperplaatsen en kampeerplaatsen in het groen. Ook wordt voorzien in luxe verhuuraccommodaties in een groene, ruime setting.

Hiermee wordt ingespeeld op de behoefte onder de stijlzoekers, plezierzoekers en avontuurzoekers (mensen met hang naar luxe en comfort op een unieke locatie, waarbij beleving, comfort en een bijzonder concept van belang is). De beleving en het comfort wordt in dit geval gevonden door de rust en groene setting, unieke accommodaties in de vorm van onder andere boomhutten en de aanleg van een natuurvijver nabij de accommodaties. Daarnaast is in de omgeving van het plangebied veel natuur en ruimte aanwezig waar deze recreanten gebruik van kunnen maken. Tot slot is de uitbreiding noodzakelijk om de hoge kwalitatieve waardering vast te houden. Er is veel concurrentie. Onderscheidingsvermogen is noodzakelijk om een goed toekomstperspectief te realiseren. Uit het vitaliteitsonderzoek komt naar voren dat het zeer belangrijk is om innovatieve voorlopers te faciliteren, zodat de kwaliteit en de verbreding wordt gestimuleerd. Het plan sluit aan bij de aanbevelingen uit dit onderzoek om nieuw aanbod te creëren en om het bestaande aanbod te verbreden. Hierbij is het van belang om de verbreding te zoeken in de leefstijlen die relatief dicht bij de huidige doelgroepen liggen. Daar wordt in dit plan op ingespeeld. Gezien vorenstaande wordt geconcludeerd dat er sprake is aan een concrete behoefte aan de gewenste uitbreiding.

Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Als de ontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied dan wordt voldaan aan de Ladder. De ontwikkeling vindt plaats in het buitengebied. De locatie sluit echter logisch aan op het bestaande recreatieterrein. Daarnaast geldt voor recreatieterreinen dat het functies betreffen die in het buitengebied horen, gezien gasten daar komen voor de rust, natuur en ruimte. Gezien vorenstaande kan worden geconcludeerd dat er sprake is van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, indachtig het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, waarbij wordt gestreefd naar een optimale benutting van de ruimte in stedelijk gebied. 4.1.4

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd kan worden dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

22

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

4.2.1.1 Algemeen Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. Op 1 maart 2019 is deze in werking getreden. De provincie wil Gelderland in de toekomst 'gaaf' houden, en vindt dat we daar nu wat voor moeten doen. De provincie staat voor stevige uitdagingen. Er zijn grote, verscheidene ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Hierbij staan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Hoe de provincie dit gaat bereiken, varieert afhankelijk van wat de vraag is en wat nodig is. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Duurzaam, verbonden en economisch krachtig staan niet los van elkaar, maar versterken elkaar wanneer taken 'slim' combineren en 'gericht' worden ingezet. Om de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland uit te werken, streeft de provincie zeven samenhangende ambities na. Met behulp van deze zeven ambities geeft de provincie hier uitvoering aan: 1. Energietransitie, van fossiel naar duurzaam; 2. Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; 3. Circulaire economie: het sluiten van kringlopen; 4. Biodiversiteit: werken met de natuur; 5. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; 6. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; 7. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.

In dit geval is met name de ambitie 6 'vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio' relevant. Hierna wordt daar op ingegaan. 4.2.1.2 Ambitie 2: Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer Met het plan wordt ingespeeld op de provinciale ambitie op het gebied van duurzaamheid. De afzonderlijke recreatieverblijven worden zo veel als mogelijk duurzaam en energieneutraal gebouwd. Ook de nieuwe woning wordt levensloopbestendig en duurzaam gebouwd (gasloos). Daarnaast zal de exploitant na realisatie van de uitbreiding mimimaal 25% van zijn stroom zelf opwekken door middel van een zonnestroominstallatie. Ook het aanleggen van de infiltratie/natuurvijver draagt bij aan een duurzame bedrijfsvoering (klimaat-adaptie). 4.2.1.3 Ambitie 6: Vestigingsklimaat: een duurzame topregio Gelderland heeft een unieke ligging op de oostwest-as en de noordzuid-as van ons land; een strategische en aantrekkelijke positie te midden van andere sterke regio’s – Amsterdam (Randstad), Brussel (Vlaamse Ruit), Keulen (Rheinland). De provincie is daarmee uitstekend verbonden en werkt daarbij samen met buurprovincies. Juist door de bijzondere kwaliteiten en veelzijdigheid van Gelderland, met onder andere recreatie, kan de provincie zich verder ontwikkelen als ideale vestigingsplek en uitvalslocatie om te werken en te wonen.

De provincie streeft naar een krachtige impuls voor de regionale economie en arbeidsmarkt. De provincie stimuleert (kleinschalig) ondernemerschap en innovatie, ook met het oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten, zeker wanneer ondernemers een duurzaam Gelderland dichterbij brengen. 4.2.1.4 Continuering ruimtelijk beleid Een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving gaat sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Dit gaat over planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Vanuit de Omgevingsvisie 2014 vinden wij de volgende zaken van belang. Deze worden door de provincie Gelderland gecontinueerd. Het gaat om de thema's: BJZ.nu Bestemmingsplannen

23

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Ruimtelijk beleid; Waterbeleid; Milieubeleid; Natuur- en landschapsbeleid; Verkeers- en vervoerbeleid. 4.2.1.5 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland Met onderhavig plan wordt bijgedragen aan ambitie 2: Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer en ambitie 6: 'Vestigingsklimaat: een duurzame topregio'. Er wordt namelijk een duurzame bedrijfsvoering beoogd (zie 4.2.1.2). Met de uitbreiding van het recreatiebedrijf wordt daarnaast aan een lokale ondernemer ruimte geboden om zich uit te breiden. Hiermee wordt aan de lokale economie een krachtige impuls gegeven en wordt bijgedragen aan het recreatief toeristisch product van de gemeente Aalten. Tot slot wordt vermeld dat initiatiefnemer voornemens is om het recreatiebedrijf zo duurzaam als mogelijk te ontwikkelen. Hier wordt bij de bouw en de inrichting rekening mee gehouden. Wat betreft de continuering van het ruimtelijk beleid zijn er in dit kader geen relevante thema's. Het voornemen is in overeenstemming met de Gelderse Omgevingsvisie. 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

4.2.2.1 Algemeen Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema’s. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In dit geval is artikel 2.5 van de omgevingsverordening van toepassing. Hierna wordt op dit artikel ingegaan: Artikel 2.5 (instructieregel bestemmingsplan bedrijfsmatige exploitatie van recreatiewoningen) 1. 2.

Een bestemmingsplan maakt nieuwvestiging of uitbreiding van een recreatiewoning alleen mogelijk voor bedrijfsmatige exploitatie. De toelichting bij het bestemmingsplan onderbouwt op welke wijze de bedrijfsmatige exploitatie van de recreatiewoning duurzaam is verzekerd.

4.2.2.3 Toetsing In dit geval worden de te realiseren recreatiewoningen voor bedrijfsmatige exploitatie aangewend. In deze toelichting is uitgebreid op de behoefte aan de ontwikkeling ingegaan, waarmee de bedrijfsmatige exploitatie duurzaam is verzekerd. Overigens is permanente bewoning van recreatiewoningen op basis van de regels expliciet uitgesloten. Het initiatief is dan ook in overeenstemming met artikel 2.5 van de omgevingsverordening. Tot slot ligt het plangebied niet binnen een gebied dat is aangemerkt als Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Waardevol open gebied, waardoor er geen aanvullende bepalingen gelden. 4.2.3

Conclusie toetsing aan provinciaalbeleid

Geconcludeerd kan worden dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op provinciaal niveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

24

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Vrijetijdsagenda

4.3.1.1 Algemeen Negen Achterhoekse gemeenten hebben de ambitie om de vrijetijdssector in de Achterhoek verder te laten groeien. Zij werken binnen het regionaal portefeuillehoudersoverleg Vrijetijdseconomie aan gezamenlijk beleid en projecten om de sector te versterken. In de afgelopen periode lag de basis daarvoor in de Vrijetijdsagenda 2016-2019, waarin de nadruk lag op projecten om innovaties in de sector te stimuleren, crossovers met smart industry en andere topsectoren, regionale marketing en promotie, bevordering gastheerschap, goede infrastructuur en kennisverbetering en monitoring. Medio 2020 wordt naar verwachting de Vrijetijdsagenda 2020-2030 vastgesteld. Het eerdergenoemde Vitaliteitsonderzoek Verblijfsrecreatie lag aan de basis van één van speerpunten die voor deze nieuwe agenda is benoemd, namelijk het op peil houden van de vitaliteit van de verblijfsrecreatie. Uit dat onderzoek is gebleken dat de verblijfsrecreatiesector in de Achterhoek behoorlijk vitaal is. Echter, ook is gebleken dat er meerdere bedrijven zijn die bij ongewijzigd beleid de komende jaren mogelijk afzakken. Om de toenemende toeristenstroom op te vangen moeten we blijven investeren in het vitaal en aantrekkelijk houden van de verblijfsrecreatie. Bedrijven die achterblijven transformeren of revitaliseren en bedrijven die voorlopen vitaal houden en ruimte bieden om verder te groeien.

De actiepunten die binnen dit speerpunt zijn benoemd zijn gericht op het ondersteunen en faciliteren van bedrijven die stappen op dit gebied willen zetten. 4.3.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Regionale structuurvisie Achterhoek 2011-2020 Met dit plan wordt bijgedragen aan het streven om te blijven investeren in het vitaal en aantrekkelijk houden van de verblijfsrecreatie. De regio is bereid dit te ondersteunen en faciliteren. Door de uitbreiding wordt aan het recreatiebedrijf een toekomstbestendig perspectief geboden, wat een impuls geeft aan de regio als multifunctioneel gebied met ruimte voor onder meer dergelijke recreatieve functies. 4.3.2

Vitaliteitsonderzoek Achterhoek

4.3.2.1 Algemeen In september 2019 is een vitaliteitsonderzoek uitgevoerd naar de recreatiesector in de Achterhoek. Dit onderzoek is uitgevoerd door Bureau voor Ruimte en Vrije Tijd in opdracht van de Stichting Achterhoek Toerisme in samenwerking met de Achterhoekse gemeenten. Het doel van het onderzoek was om in beeld te brengen hoe de verblijfsrecreatieve sector in de Achterhoek vitaal en duurzaam kan worden en blijven. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de leefstijlvinder (www.leefstijlvinder.nl). Op basis van het onderzoek wordt gesteld dat vernieuwing en innovatie van het aanbod een aandachtspunt in de regio is. Ingezoomd op de verschillende sectoren blijkt dat er in de bungalowsector voor met name extraverte groepen die op zoek zijn naar een bijzondere beleving er relatief weinig aanbod is. Er liggen kansen om dit aanbod in de regio toe te voegen. Het aanbod in de kampeersector is redelijk eenzijdig en er is sprake van een drukke markt. Er liggen echter wel kansen wanneer in het bijzonder op meer individueel georiënteerde groepen wordt gericht. Het aanbod aan groepsaccommodaties is voor de verschillende leefstijlgroepen (vanuit de Leefstijlvinder) redelijk eenzijdig. Men ziet vooral aanbod voor de harmoniezoeker en de verbindingszoeker. Er liggen dan ook vooral kansen om aanbod in de regio toe te voegen voor andere leefstijlgroepen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=5e3634c6-555e-436b-8d7f-4c2ed59fe653