CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht_Regels.pdf

Gemeenteraad 21 september 2021, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht'.10.582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het plan voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf in de woning of in een bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat: a. b.

de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft; bedoeld gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het karakter van de omgeving; dit betekent onder meer dat: 1. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid, dat onder de werking van bijlage I van het Besluit omgevingsrecht valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is; 2. het gebruik naar aard met het karakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn;

BJZ.nu Bestemmingsplannen

28

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

3. c.

d. e. f.

10.3

het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of in een bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het de woning is; het niet een zodanig verkeersaantrekkende activiteit betreft die kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; parkeren dient zoveel mogelijk op eigen terrein plaats te vinden; geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met bedrijfsmatige activiteiten in of bij de woning; maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een aan huis gebonden bedrijf in gebruik mag zijn, zulks met een absoluut maximum van 50 m². Afwegingskader

Een omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend indien: a. b. c. d.

er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; omliggende gronden niet worden beperkt in hun gebruiksmogelijkheden; de vergunning vanuit milieutechnisch oogpunt toelaatbaar is; de vergunning vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit toelaatbaar is.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

29

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Artikel 11 11.1

Algemene wijzigingsregels

wijziging in verband met de plaatsing van antennemasten voor mobiele telecommunicatie

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor wat betreft het wijzigen van de ter plaatse geldende bestemming in de bestemming "Bedrijf - Nutsvoorziening" in verband met de plaatsing van een antennemast voor mobiele telecommunicatie, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. b.

c.

de antennemast en -installatie moeten noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de mobiele telecommunicatie; door middel van een locatieonderzoek moet worden aangetoond, dat plaatsing van een antenne-installatie op een bestaand bouwwerk van voldoende hoogte, niet zijnde een woning, redelijkerwijs niet mogelijk is; de antennemast dient geplaatst te worden op een afstand van maximaal 30 m van een rijks- of provinciale weg, een spoorlijn of een ander grootschalig infrastructureel werk dan wel, indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is, op een afstand van maximaal 30 m van een bestaand bouwwerk.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

30

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Artikel 12 12.1

Overige regels

Andere vormen van verblijfsaccommodaties

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bepalingen in Artikel 4 ten aanzien van de toegestane recreatieverblijven, boomhutten en recreatiechalets in die zien dat de toegestane verblijfsaccommodaties worden vervangen door andere vormen van verblijfsaccommodaties, met dien verstande dat: a. b. c. d.

de noodzaak tot andere vormen van verblijfsaccommodaties vanuit bedrijfstechnisch oogpunt wordt gemotiveerd; het totale aantal aan recreatiechalets, recreatieverblijven en boomhutten niet toeneemt; er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van de betreffende en de aangrenzende gronden en bouwwerken; er geen sprake is van aantasting van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van de naaste omgeving;

12.2

Parkeernormen

12.2.1

Algemene parkeerregels

Een omgevingsvergunning voor het bouwen en / of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik kan pas worden verleend als wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde eisen ten aanzien van parkeren en stallen van voertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 12.2.2

Beleidsregels

Burgemeester en wethouders passen deze parkeerregels toe met inachtneming van de beleidsregels met betrekking tot het parkeren, de beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten. De beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten is opgenomen in Bijlage 4. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, dan gelden de gewijzigde regels.

12.3

Specifieke parkeerregels bij bouwplannen

Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden op de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden. De toename van de parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de beleidsregels. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, dan gelden de gewijzigde regels. Hierbij gelden de parkeernormen behorende bij de gebieden zoals in de beleidsregel opgenomen voor het buitengebied. 12.4

Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen

Indien een omgevingsvergunning voor het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte, in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op die gronden of op de bij die bouwwerken behorende en daartoe bestemde gronden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de beleidsregels. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, dan gelden de gewijzigde regels. Hierbij gelden de parkeernormen behorende bij de gebieden zoals in de beleidsregel opgenomen voor het

BJZ.nu Bestemmingsplannen

31

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

buitengebied. 12.5

Specifieke gebruiksregels

Ruimte voor parkeren en stallen van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels wordt geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik. 12.6

Afwijken van de parkeerregels

Burgemeester en Wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.2, 12.3, 12.4, 12.5 en 12.6. Burgermeester en Wethouders nemen hierbij, conform de beleidsregels, in overweging of: a. b. c. 12.7

Het voldoen aan de parkeerregels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; Er op andere wijze in de benodigde parkeerbehoefte wordt voorzien; Er een financiële voorwaarde dient te worden gesteld. Voorwaarden van afwijken

Afwijken van de regels, zoals bedoeld in 12.6, is slechts mogelijk indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van a. b. 12.8

De parkeersituatie in de openbare ruimte; De woon- en leefsituatie. Nadere eis

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aanvullend aan het bepaalde in artikel 12.2, 12.3, 12.4 en 12.5 ten behoeve van het verhogen van de parkeernormen indien dat nodig is gelet op het gebruik en / of het bouwplan waarbij het (functioneren van) de omgeving mede betrokken wordt. Het besluit tot het stellen van de nadere eis moet worden voorzien van een motivering waaruit in ieder blijkt dat de eis noodzakelijk is om de ruimtelijke kwaliteit te borgen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

32

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Hoofdstuk 4 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

13.1

Overgangsrecht bouwwerken

13.1.1

Algemeen

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

13.1.2

Afwijking

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 13.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 13.1.1 met maximaal 10%. 13.1.3

Uitzondering

Artikel 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2

Overgangsrecht gebruik

13.2.1

Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 13.2.2

Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 13.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 13.2.3

Onderbroken gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in artikel 13.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 13.2.4

Uitzondering

Artikel 13.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

33

Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht vastgesteld

Artikel 14

Slotregel

Dit plan kan worden aangehaald als 'Landelijk Gebied, uitbreiding recreatieterrein Goorzicht' van de gemeente Aalten. Vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van Aalten d.d. ………………………………nr. De griffier

De voorzitter

mr. M.A.J.B. Fiering

BJZ.nu Bestemmingsplannen

mr. A.B. Stapelkamp

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=daccc286-e949-4343-9453-f88d7f08cec5