Landelijk gebied, herziening 2022_Toelichting_Bijlage 4 Ruimtelijke onderbouwing Aladnaweg 19.pdf
Tekst van het document
Gemeente
Bestemmingsplan
Aalten
Ruimtelijke Groenenveld in onderbouwing
Aalten Aladnaweg 19 Aalten
Inhoud 1 Inleiding ............................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................ 3 1.2 Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 3 2 Planbeschrijving .................................................................................................................................. 4 3 Beleid .................................................................................................................................................. 4 3.1 Rijksbeleid ............................................................................................................................... 4 3.2 Provinciaal beleid ..................................................................................................................... 5 3.3 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................. 5 4 Relevante omgevingsaspecten ...........................................................................................................
7 4.1 Bodem ..................................................................................................................................... 7 4.2 Geluid ...................................................................................................................................... 8 4.3 Water ....................................................................................................................................... 8 4.4 Klimaatadaptatie ...................................................................................................................... 9 4.5 Ecologie, flora en fauna ........................................................................................................... 9 5 Uitvoerbaarheid ................................................................................................................................... 9 5.1 Haalbaarheid ........................................................................................................................... 9 5.2 Exploitatieplan ....................................................................................................................... 10 5.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid.......................................................................................... 10
2
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Aalten heeft een verzoek ontvangen voor de splitsing van de bedrijfswoning Aladnaweg 19 te Aalten en het in gebruik nemen van de gesplitste bedrijfswoning als plattelandswoning. De gemeenteraad heeft op 30 november 2021 het ‘Afwegingskader voor het buitengebied’ vastgesteld. In dit beleidskader staan de voorwaarden met betrekking tot woningsplitsing. De woning Aladnaweg 19 kan voldoen aan deze voorwaarden. De woningsplitsing kan mogelijk gemaakt worden via een omgevingsvergunning. Het plan is niet mogelijk op grond van het geldende bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015. Om de woningsplitsing te kunnen realiseren, wordt er een procedure voor een omgevingsvergunning buitenplanse afwijking doorlopen.
1.2 Ligging van het plangebied Het perceel Aladnaweg 19 ligt in het buitengebied van de gemeente Aalten, ten noorden van de kern Aalten. Het plangebied is rood omlijnd weergegeven op onderstaande afbeelding. Het plangebied ligt niet in, maar wel nabij een Nationaal Landschap. Dit Nationaal Landschap bevindt zich aan de overzijde van de Aladnaweg.
Plangebied Aladnaweg 19
3
2 Planbeschrijving De initiatiefnemer heeft het verzoek ingediend om de hoofdbouwmassa van een bestaande bedrijfswoning te splitsen. In de feitelijke situatie zijn er reeds twee wooneenheden aanwezig. Door een bouwkundige aanpassing te doen waarmee er een brandwerende scheiding tussen de eenheden ontstaat wordt het pand gesplitst in twee bedrijfswoningen. De gehele hoofdbouwmassa wordt al gebruikt voor bewoning. Het uiterlijk van het te splitsen gebouw verandert niet. Ook verandert de erfopzet niet, het aantal bijbehorende bouwwerken blijft gelijk. De zuidwestelijke woning zal uitgevoerd worden als levensloopbestendige woning. In onderstaande afbeelding is een overzicht van het erf en de bebouwing weergegeven.
Overzicht van het erf in de nieuwe situatie
3 Beleid 3.1 Rijksbeleid De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) bevat de grote uitdagingen en opgaven waar we de komende tijd voor staan, zoals de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, opwekking van duurzame energie, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie. In de NOVI staan de nationale belangen beschreven. Deze belangen overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau. Het Rijk 4
ziet bij deze belangen een rol voor zichzelf. Eén van de nationale belangen is het zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Met het realiseren van één extra woning door middel van woningsplitsing zijn niet direct nationale belangen in het geding. De primaire verantwoordelijkheid voor de woningvoorraad ligt bij gemeenten en provincies.
3.2 Provinciaal beleid De omgevingsverordening Gelderland is in 2021 geactualiseerd (actualisatie 8) en op 1 februari 2022 in werking getreden. In deze omgevingsverordening staan regels op o.a. het gebied van natuur, water, zonnevelden, provinciale wegen en glastuinbouw. Het beschermingsregime voor Nationaal Landschap is in de omgevingsverordening Gelderland integraal meegenomen in de regels voor het Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone en Nieuwe Hollandse Waterlinie (toelichting bij artikel 1.1). Het plangebied Aladnaweg 19 ligt niet in, maar wel nabij het Nationaal Landschap Winterswijk. Het plangebied ligt niet in de Groene Ontwikkelingszone (GO) of het Gelders natuurnetwerk (GNN). In dit geval hoeft niet getoetst te worden aan de regels voor de Groene ontwikkelingszone/Nationaal Landschap. Er zijn geen provinciale belangen in het geding. Met de woningsplitsing wordt er binnen de bestaande woning een tweede woning toegevoegd. Omdat er al twee wooneenheden aanwezig zijn, verandert de feitelijke situatie nagenoeg niet. De ingreep heeft geen ruimtelijke impact. Ook verandert het type activiteit niet, omdat het om een woningsplitsing gaat.
3.3 Gemeentelijk beleid Bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015 In het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015 is het perceel Aladnaweg 19 bestemd als Agrarisch. Per bouwvlak is er één bedrijfswoning toegestaan. Dit bestemmingsplan kent geen splitsingsregeling waarbinnen de splitsing van de bedrijfswoning mogelijk gemaakt zou kunnen worden. Daarom is gekozen voor een procedure van een omgevingsvergunning met toepassing van een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan op basis van het Afwegingskader voor het buitengebied. Wel kent het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015 een afwijkingsbevoegdheid voor het afwijken van het gebruik als bedrijfswoning (plattelandswoning): 3.5.5 Afwijken van het gebruik als bedrijfswoning (plattelandswoning) Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.1.1 voor het toestaan van het gebruiken van een bedrijfswoning bij een agrarisch bedrijf als plattelandswoning waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er blijft minimaal één bedrijfswoning binnen het betrokken agrarisch bouwvlak in gebruik als bedrijfswoning; De bedrijfswoning Aladnaweg 19 blijft in gebruik als bedrijfswoning bij het agrarisch bedrijf. b.
het verlenen van de afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van binnen of buiten het desbetreffende bouwvlak liggende, bestemmingen en functies; De afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de binnen of buiten het bouwvlak liggende bestemmingen en functies. c.
het verlenen van de afwijking mag niet leiden tot een onaanvaardbaar woon- en/of leefmilieu van de plattelandswoning als gevolg buiten het agrarisch bouwvlak gelegen bedrijven;
5
De in de omgeving gelegen (agrarische) bedrijven liggen op een grote afstand (>300 meter) van de plattelandswoning. Daardoor is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu van de plattelandswoning. d. het verlenen van de afwijking mag niet leiden tot een onaanvaardbaar woon- en/of leefmilieu van de plattelandswoning ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit; Er is een fijnstofberekening uitgevoerd, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de normen. Om die reden is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu ter plaatse van de plattelandswoning ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit; e. het verlenen van de afwijking voor het gebruik van een bedrijfswoning als plattelandswoning levert voor het betrokken agrarisch bedrijf geen mogelijkheid op voor het realiseren van een andere (nieuwe) bedrijfswoning; Er is geen mogelijkheid voor het realiseren van een andere (nieuwe) bedrijfswoning. f.
voor het overige blijven de bouwregels en de gebruiksregels die van toepassing zijn op de bedrijfswoning die volgens een omgevingsvergunning mag worden gebruikt als plattelandswoning ook na het verlenen van de omgevingsvergunning van toepassing, met uitzondering van de nevenactiviteiten als bedoeld in artikel 3.1.2 onder a. De initiatiefnemer is hiervan op de hoogte.
Afwegingskader voor het buitengebied Op 30 november 2021 heeft de gemeenteraad het Afwegingskader voor het Buitengebied vastgesteld. Vanwege de toenemende vraag naar wonen in het buitengebied biedt dit afwegingskader ruimte voor woningsplitsingen en nieuwbouw van woningen in ruil voor sloop van lege schuren en stallen. In eerste instantie is er ruimte voor een toevoeging van circa 75 woningen in het buitengebied. Door het toevoegen van woningen wordt de kwaliteit en leefbaarheid van het buitengebied vergroot. Nadrukkelijk is de regeling voor woningsplitsing bedoeld voor de grotere bestaande hoofdgebouwen, die veelal hun oorsprong vinden in het kader van de agrarische bedrijfsuitoefening. Het splitsen van een bedrijfswoning is vergelijkbaar aan het splitsen van een burgerwoning. Met dat verschil dat de nieuw gesplitste woning ook als bedrijfswoning zal moeten worden gebruikt. Derhalve geldt een minder zware toetsing aan een deugdelijk woon- en leefklimaat. De lokale kwaliteitscriteria voor het realiseren van een extra woning door middel van woningsplitsing in het buitengebied zijn: 1. alleen binnen de bestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Agrarisch met waarde’, ‘Bedrijf’, ‘Wonen-1’ of Wonen-2” in het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2015’ van de gemeente Aalten (of een opvolgend (veeg)plan) is woningsplitsing mogelijk; Het perceel kent de bestemming Agrarisch. 2.
woningsplitsing is mogelijk, mits deze zich beperkt tot de toegestane contouren van de hoofdbouwmassa en het woon- en leefklimaat voldoende gewaarborgd is (minimaal 60 m2 bruto aan woonoppervlak); De hoofdbouwmassa wordt niet uitgebreid. Het woon- en leefklimaat is voldoende gewaarborgd. Beide woningen hebben meer dan 60 m2 bruto aan woonoppervlak. Het woonen leefklimaat is gewaarborgd, in de directe nabijheid zijn geen (agrarische) bedrijven aanwezig die invloed hebben op het woon- en leefmilieu. 3. er wordt voorzien in een aantoonbare woonbehoefte. Uit de aanvraag dient te blijken wie de toekomstige bewoners van het erf zijn. Het gemeentebestuur beoogt hiermee een speculatieve woningsplitsing te voorkomen; 6
Na de woningsplitsing zal de jongere generatie de gesplitste woning betrekken. 4. voor woningsplitsing komen in aanmerking de hoofdbouwmassa, waarvan inhoud van de hoofdbouwmassa ten minste 1.000 m³ bedraagt waarin reeds de woonfunctie aanwezig is; een aangebouwd bijbehorend bouwwerk (evt. verbonden met een kleine gang aan het hoofdgebouw) mag bij de inhoudsmaat worden meegerekend; De inhoud van de hoofdbouwmassa bedraagt meer dan 1.000 m3. 5. op basis van woningsplitsing zijn ten hoogste twee zelfstandige woningen binnen de hoofdbouwmassa toegestaan; dit aantal doelt op de mogelijkheid betaalbare woningen te realiseren en – waar van toepassing – karakteristieke elementen van het (de) object(en) worden verstrekt; (een derde woning is mogelijk met een sloopverplichting van 500 m2); In de huidige situatie zijn er reeds twee wooneenheden aanwezig. Middels een bouwkundige aanpassing wordt er een brandwerende muur geplaatst waardoor de woningen formeel gesplitst worden. In de nieuwe situatie zijn twee zelfstandige woningen aanwezig. 6. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige stedenbouwkundige- (erfprincipe) en landschappelijke inpassing, rekening houdend met de ter plaatse van toepassing zijnde gebiedskwaliteiten. De initiatiefnemer dient hiertoe een kwalitatief goed uitgewerkt erf- en landschapsinrichtingsplan te overleggen. Uitgangspunt hierbij is de 'één erf-gedachte'.
Het erfen landschapsinrichtingsplan moet binnen 1 jaar na oplevering van de gesplitste woning gerealiseerd te zijn; Het erf wordt landschappelijk ingepast door een rij populieren, die in het verleden is verwijderd, te herplanten. Ook worden aan de zuidwestzijde van het plangebied drie struweelhagen geplaatst van streekeigen beplanting, bestaande uit sleedoorn, gelderse roos, veldesdoorn, hondsroos, vuilboommet, lijsterbes, wilde liguster, krent en rode kornoelje. 7. bijgebouwen: indien de omvang van de bijgebouwen op het erf waar de woning wordt toegevoegd méér bedraagt dan het bestemmingsplan toestaat, dan zal dat meerdere gesloopt moeten worden, tenzij het om monumentale – of karakteristieke bebouwing gaat. De omvang van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij de bedrijfswoningen mag maximaal 150 m2 per woning bedragen (artikel 3.2.3 van het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015). Het bouwplan voorziet niet in de toevoeging van bijgebouwen. Algemene Verklaring van geen bedenkingen Op 30 november 2021 is door de gemeenteraad een algemene verklaring van geen bedenkingen (vvgb) afgegeven voor woningbouwplannen die voldoen aan het afwegingskader voor het buitengebied. Uit bovenstaande blijkt dat de woningsplitsing hieraan voldoet.
Hiermee is het college bevoegd om met een (snellere) procedure een omgevingsvergunning te kunnen verlenen om buitenplans af te wijken van het bestemmingsplan.
4 Relevante omgevingsaspecten 4.1 Bodem Met het oog op een goede ruimtelijke ordening is onderzoek naar de bodemgesteldheid noodzakelijk bij functiewijzigingen. In dit geval wijzigt de functie niet. Het bestaande hoofdgebouw wordt reeds gebruikt voor het wonen.
7
4.2 Geluid Algemeen In de Wet geluidhinder (Wgh) staat dat een weg of spoorweg aan beide kanten een geluidzone heeft. Als er binnen die zone een woning wordt toegestaan, moet er eerst gekeken worden of het geluid op die woning niet te hoog is. Die mag volgens de Wgh voor een weg in principe niet hoger zijn dan 48 dB. Dat is de voorkeursgrenswaarde. Voor deze situatie De nieuwe afgesplitste woning ligt op zo’n 40 meter uit het hart van de Aladnaweg. Dat is binnen de wettelijke geluidzone van die weg. Die zone is hier aan beide kanten van de weg namelijk 250 m. De maximumsnelheid die hier geldt is 60 km/u. Gezien de matige hoeveelheid verkeer, de relatief grote afstand tot de weg en de lage maximumsnelheid, zal het geluid op de woning niet hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het wegverkeerslawaai is daarmee geen belemmering.
4.3 Water Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden aangetoond dat in het nieuwe plan mogelijkheden bestaan voor een goede waterhuishouding. Daartoe is een watertoetstabel ingevuld: Thema Toetsvraag Relevant Veiligheid 1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een Nee waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van Nee een rivier? Riolering en 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1m³/uur? Nee Afvalwaterketen 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? Nee 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het Nee waterschap? Wateroverlast 1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer Nee (oppervlaktewater) dan 2500m2? 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer Nee dan 500m2? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard Nee oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laaggelegen Nee gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? Oppervlakte1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater Nee waterkwaliteit geloosd? Grondwater1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de Nee overlast ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? Nee 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? Nee 4.
Beoogt het plan aanleg van drainage? Nee Grondwater1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een Nee kwaliteit drinkwateronttrekking? Inrichting en 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in Nee beheer eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? Nee Volksgezondheid 1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het Nee gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied Nee die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? Natte natuur 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? Nee 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? Nee 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte Nee natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? Nee 8
Verdroging Recreatie
Cultuurhistorie
1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied? 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?
Nee Nee
Nee
Alle vragen in de watertoetstabel kunnen met ‘nee’ beantwoord worden. Een infiltratieplan ten behoeve van hemelwaterinfiltratie is niet van toepassing en het bouwplan voorziet niet in de toevoeging van extra bebouwing.
4.4 Klimaatadaptatie In het kader van het voorkomen en beperken van de risico’s van klimaatverandering dient een afweging te worden gemaakt of er klimaatadaptieve maatregelen of voorzieningen getroffen dienen te worden. Op basis van de omgevingsverordening Gelderland die in 2021 is geactualiseerd (actualisatie 8) en op 1 februari 2022 in werking getreden is, dient gekeken te worden naar de volgende aspecten: • waterveiligheid; • wateroverlast; • droogte; • hitte. In de nabijheid van het plangebied liggen geen (grote) watergangen die de waterveiligheid in geval van hoog water in het geding kunnen brengen. Korte, extreemhevige buien leiden op deze locatie niet tot grote plassen water op straat. De Aladnaweg blijft bereikbaar bij een piekbui van 160 mm in 2 uur. Ook leiden lange, extreemhevige buien niet tot plasvorming. Op deze locatie kan de grondwaterstand in de zomer tussen de 1,20 en 1,80 onder maaiveldniveau zakken. De mate waarin de grondwaterstand ’s zomers zakt neemt in de toekomst toe door klimaatverandering. Uit de stresstest blijkt dat deze locatie niet droogtegevoelig is. Omdat het een locatie gelegen in het buitengebied betreft, is er geen sprake van een stedelijk hitteeiland effect. De toename van de temperatuur op een warme dag, door de aanwezigheid van bebouwing en verharding, blijft beperkt tot 0,1 graden Celsius.
Het plan voorziet niet in de toevoeging van extra bebouwing dat de risico’s van klimaatverandering zou kunnen versterken. Er zijn daarom voor deze locatie geen extra maatregelen benodigd om de risico’s van klimaatverandering te beperken.
4.5 Ecologie, flora en fauna Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De algemene doelen van de wet zijn: • natuurbescherming en natuurontwikkeling; • doelmatig beheer, gebruik en ontwikkeling van natuur voor de vervulling van maatschappelijke functies; • behoud en beheer waardevolle landschappen. De natuurbescherming is ook via deze wet geregeld en behelst de bescherming van de natura-2000gebieden. Er is geen natura-2000 gebied gelegen in de nabije omgeving. Er worden geen verdere eisen gesteld ten aanzien van beschermde soorten en gebieden, omdat de voorgenomen activiteiten geen consequenties hebben in het kader van soortbescherming.
5 Uitvoerbaarheid 5.1 Haalbaarheid
9
Het bouwplan en de bijbehorende procedures worden door de verzoeker bekostigd. Het plan is financieel haalbaar.
5.2 Exploitatieplan Met het voorliggende plan wordt de splitsing van de bedrijfswoning in twee woningen mogelijk gemaakt. Met de eigenaar van het perceel heeft de gemeente Aalten een overeenkomst gesloten waarmee het kostenverhaal gedekt is. De kosten voor de gemeente liggen sowieso onder de drempelwaardes zoals bepaald in de Besluit ruimtelijk ordening, waardoor er geen exploitatieplanplicht is.
5.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voor het plan wordt de uitgebreide procedure doorlopen zoals bepaald in de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht. Dit betekent dat het ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor een periode van zes weken ter inzage wordt gelegd. Eenieder kan gedurende deze periode een zienswijze indienen.
10