CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Landelijk gebied, herziening 2022_Toelichting_Bijlage 2 Bodemonderzoek Aladnaweg 7.pdf

Gemeenteraad 20 juni 2023, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan Landelijk gebied, herziening 2022.19.642 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de provincie Gelderland via https://www.gelderland.nl/Contact door het invullen van een vragenformulier. Dit wordt automatisch toegezonden aan het PROVINCIELOKET of te bellen naar 026 – 359 99 99.

Pagina 3 van 7

-

18-01-2022

Binnen het aangegeven zoekgebied is geen informatie aangetroffen.

Pagina 4 van 7

-

18-01-2022

Pagina 5 van 7

-

18-01-2022

De bodeminformatie die u in deze rapportage aantreft is met zorg door gemeenten of provincie in het bodeminformatiesysteem ingevoerd. Toch kan het voorkomen dat informatie is verouderd, onvolledig is of onjuistheden bevat. De provincie Gelderland is niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van deze informatie. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is. Deze rapportage bevat geen gegevens van de twee grote gemeenten in de provincie Gelderland die zelf bevoegd gezag Wet bodembescherming zijn (Arnhem en Nijmegen). Als u fouten of onvolkomenheden in de rapportage aantreft kunt u ons helpen door dit te melden via https://www.gelderland.nl/Contact door het invullen van een vragenformulier. Dit wordt automatisch toegezonden aan het PROVINCIELOKET of te bellen naar 026 – 359 99 99.

Pagina 6 van 7

-

18-01-2022

Toelichting Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn).

Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Bij ernstige verontreinigingen wordt vervolgens beoordeeld of bij het huidige gebruik er mogelijke risico’s aanwezig zijn. Op basis van de beschikbare gegevens wordt de verontreinigingssituatie zo goed mogelijk ingeschat en vermeld onder het veld ‘beoordeling’. Pas als de verontreiniging voldoende is onderzocht wordt de conclusie vastgelegd in een formeel besluit. Dit is onder het veld ‘Beschikking’ aangegeven.

Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan voor een beperkt deel van het terrein gelden (deelsanering) of in verschillende fasen worden uitgevoerd. Als het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Indien wordt ingestemd met het eindresultaat van de sanering (vastgelegd in een evaluatierapport) wordt ook de einddatum van de sanering ingevuld.

Uitgevoerde onderzoeken Een lijst van rapporten die betrekking hebben op de locatie. Deze rapporten worden in het geval van ernstige verontreiniging beoordeeld door het bevoegd gezag Wbb.

(Mogelijk) Verontreinigende activiteiten Dit is een overzicht van bekende historische (bedrijfs)activiteiten die op de locatie aanwezig zijn geweest en mogelijk bodemverontreiniging veroorzaakt hebben. Deze potentiële verontreinigingsbronnen vormen het zogenaamde. Historisch Bodem Bestand (HBB).

Besluiten Op basis van de aangeleverde rapporten doet het bevoegd gezag uitspraak over de mate van verontreiniging (ernst), de spoedeisendheid van saneren (spoed), te nemen maatregelen voor, na en tijdens sanering, saneringsplannen en de uitvoering van de sanering (evaluatie). In dit overzicht worden de door de provincie Gelderland genomen besluiten vermeld.

Saneringscontouren Indien sprake is van een deelsanering of verschillende fasen dan worden meerdere contouren vermeld. Per fase of deel wordt aangegeven welke saneringsvariant voor de boven- of ondergrond uiteindelijk is uitgevoerd.

Zorgmaatregelen/gebruiksbeperkingen Als na sanering nog verontreiniging is achtergebleven zijn maatregelen genomen om blootstelling aan of verspreiding van deze (rest)verontreiniging te voorkomen. Deze maatregelen worden in het BIS geregistreerd. Het bevoegd gezag houdt toezicht op het in standhouden van deze maatregelen.

Pagina 7 van 7

-

18-01-2022

HINDERWET AANVRAAGBEGELE II D NGSFQRMILUL_ IERCJ BH INDERAE TAANVRAGBEGELEIDINGS

dres inrichting, ind .ien afwijkend: ----------~--tr _.,,_,

_

POSTCODE/PLAATS:_7 -~1-~ -2~~ R ~P -~Q ~~ ~·-,-~_·

_

TECHNI SCH

BEOORDEELD

D[IN[STFT[EFy

Ut_

DOOR: _4

_;c_;;_ v..:... 'vh :......c::0. ;_;:'""'c..=....;..;.. -

_

JLJF!I D[ SCH:

DVIES: an bovengenoemde inrichting de gevraagde vergunning te verlenen en daarbij de volgende voorwaarden te stellen: Bij lage nr5. En

pagina' s.

TOELICHTING: Op jl. is ter plaatse een onderzoek ingesteld naar de gevraagde vergunning, ) De situatie ter plaatse was conform de ingediende tekeningen. ) De situatie ter plaatse week af van de ingediende tekeningen, ) aTl]]kL[d De-Taf ±]EG

1

HINDEFE T AANVRAAGEEGELEID INGSFORPILULIERCJBH INDERWE TAANVRAAG BEGELEIDINGS

Bestemmingsplan: l.

:

gsmnmnumg

2.

:: tn ::: ,~:

<:: :: :

an her

ue inrihring

rop

re r ra ir

b~:::«.ll:.

BvA

J.a_n_ '_ i_s_:__ ·

is

r__~-__ _i._M~I__

°f __

_ V"" _~_ _-__

-L,._ -

is:

go5si1gd

)1_ ·

J..,..._ _

~~? ~,l

4. levenindustrie in de dirkte omgeving i= EL/NIET te verwachten }[ [][

f[

TfT] l[

«[l fy

5.

6. Bouwmogelijkheden in de direkte omgeving van de inrichting zijn:

0aal.

Afstandsgrafiek: (bij veehouderijen) So m. Deze De afstand tot een woning van derden bedraagt z0als genoemd in de woning behoort tot de categorie It II/ IHE IV, brochure "Veehouderij en Hinderwet". Indien de inrichting maximaal bezet is, voldoet ze WEL_/NIET aan de voorwaarden zoals die gesteld zijn in bovengenoemde brochure. Emissie ammoniak: De ammoniakemissie van het bedrijf bedraagt:

_12. ~;. __ kg NH3/dier-plaa ts/j aar-. De afstand van de inrichting tot: bos bedraagt:

meter

overige vegetatie bedraagt:

mneter

Depositie ammoniak: De depositie van ammoniak op bovengenoemd gebied bedr-aagt

-A-

mol.

Uitbreiding: Gelet op het aantal gestalde dieren, dat overeenkomstig de meitelling van is vastgesteld, behoort uitbreiding in de toekomst NIET d]ltot de hogelijk.heden.

•

HINDERETANQRAABEGELE IDINGSFRPLUL IERJ BH I NDERETNVRAGBEGELE ID INGS

azz PL

WABM: ,__

_/IL-----------,

7sm.5...7, 0%eTi, 63# ±sart&

"ze

1

j@2

F

is_yin,

ezwaren regen de aanvraag zijn WiEL_NIET ingediend. De bezwaren kunnen ondervangen worden mei ie voorschriften: EE ZWHR NF. k.an ondervangen worden net /OFSCHRIF TIIR.

jr2 #/

Adviezen: dviezen zijn ingekomen van:

Toekomstige ontwikkelingen: Binnen een periode van drie jaar zijn de navolgende ontwikkelingen te verwachten:

1

-+

3

2

7l 1

Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 's-Gravenhage

CENT RAAL BUREAU VOOR DE STAT IST IEK

.éii} Hoofdafdeling Landbouwstatistieken, Voorburg [ anaouwen 1ss1 ]

BESTEMD VOOR DUR

Gelderland

Beschrijvingsbiljet vastgesteld door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij(art. 25 van de Landbouwwet)

/ A Gegevens bedrijfshoofd/-leider

Binnen 5 dagen inleveren bij de districtsbureauhouder

Geboortejaar (oudste) bedrijfshoofd/-leider .... Is uw hoofdberoep agrariër zonder nevenberoep dan het cijfer 1 invullen (niet voor rechtspersonen) Hoofdberoep agrariër met neven beroep, hoofdberoep niet-agrariër met agrarisch nevenberoep en rechtspersonen: hdp@roep,»

, la..r

)Cl' aH2

rubr.

geboortejaar

001

'92' 1 0

005

0

1 1

niet invullen

@

004

re\/en[erop,

- •O.» ±J t-

B

Arbeidskrachten voor land- en tuinbouwwerkzaamheden (periode april '90 t/m maart '91) 1

gemiddelde arbeidstijd per week

[38 uur of meer

rubr.

M

Ge zins a rbe idsk rac hte n:

bedrijfshoofden

011

echtgenoten

013

kinderen (in- en uitwonende)

015

overige inwonende familieleden

l 20 tot 30 uur

[30 tot 38 uur

1

M

l 10 tot 20 uur

....

031

..~.-.-.~.-:

minder dan 10 uur

041

rubr. 051

M

021 023

1

..

M

V

033

043

053

025

035

045

055

017

027

037

047

057

regelmatig werkzaam

019

029

039

049

059

Totaal

010

020

030

040

050

_l_

M

V

_ \

• t-ge zinsa rbe ids k ra c hte n:

-2-

N ie t-re ge l m a tige nie t-ge zin sa rbe ids k ra c hte n:

equivalent aantal volledige werkdagen in de periode aprfl~90-maart '91 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ..

C

werkdagen

Veestapel

Rundv e e (ge e n m e st- of we ide v e e )

jongvee: ionger dan 1 jaar: vrouwelijk mannelijk 1 tot 2 jaar: vrouwelijk c,c mannelijk 2 jaar en ouder: vrouwelijk (nog nooit gekalfd) melk- en kalfkoeien stieren voor de fokkerij, 2 jaar en ouder

:7 203 205 207 209

lo

2 11

--A----~J..-J ~ .

213

.

·- -

Rundv e e (m e st· of we ide v e e )

mestkalveren ander jongvee voor de mesterij: jonger dan 1 jaar: vrouwelijk mannelijk i tot 2 jaar: vrouwelijk mannelijk 2 jaar en ouder: vrouwelijk mannelijk

zp}i'ql<o e;,e~

215

..............................

mest- en weidekoeien (2 jaar en ouder)........... Totaalrundvee (rubr. 201 t/m 229) Totale hokcapaciteit mestkalveren

217 219 221 223 225 227 228

2is

t

_

#»" 52 231

mestvarkens: 20 tot 50 kg 50 kg en meer fokvarkens: opfokzeugjes en -beertjes 20 tot 50 kg.. opfok±éugeh 50 kg en meer (niet gedekt) gedekte zeugen (al dan niet drachtig) zeugen bij de biggen overige fokzeugen (gust) opfokberen 50 kg en meer (nog niet dekrijp) . .. b , _ _) i dk elijpe eren ..' ·7····.......·'' ·-.. \ Totaal varkens (rubriek 235 t/m 25).....-.·.......... Totale hokcapaciteit mestvarkens 20 kg en meer . . Konijne n

C')

y 0

264

lammeren (van schapen) overige schapen: vrouwelijk mannelijk melkgeiten overige geiten

265 266 268 282 284

Totaal schapen en geiten (rubriek 265, 266, 268, 282, 284)

280

= 1

__L_

269

5 maanden en ouder..········....· leghennen: jonger dan 18 weken (incl. kuikens) 18 weken tot 20 maanden..................... 20maanden en ouder...·....... Totaal kippen (rubriek 269, 271, 273, 275, 276, 278)

235

.

>

Totaalpaarden en pony's (rubriek 260 t/m 263) Sc ha pe n en ge ite n

--

271 273

----

275 276 278

~ ----

- ·- -

277

H ok ca pa c ite it

±%••.•

0

rubr. 260 261 263

Pa a rde n en pony 's

slachtkuikens moederdieren van slachtrassen: jonger dan 5 maanden

i @en tot 20 kg:

0 y

paarden jonger dan 3 jaar ...•................... paarden 3 jaar en ouder................ pony's....······.....···..

Kippe n

Varke ns

]

nie t-re ge lm a tige nie t-ge zinsa rbe ids k ra c hte n die in

de week van 25 maart tot 1 april 1991 werkzaam waren.

1 ~

slachtkonijnen voedsters (moederdieren),..... o . To taaikonijnen (rubriek 232 en 233)

.

f

]

]

239 241

279 281 283

Totale hokcapaciteit kippen (rubriek 279, 281, 283)

288

Sla c hte e nde n e n ka lk oe ne n

287 291

jonge eenden voor de slacht jonge kalkoenen voor de slacht . kalkoenen bestemd voor broedeierenproduktie: jonger dan 7 maanden 7 maanden en ouder overig pluimvee..

243 245 247 249 251 253 255

»

slachtkuikens moederdieren: 5 maanden en ouder leghennen: 18 weken en ouder....

293 295 297

Totaalslachteenden, kalkoenen en overig pluimvee (rubriek 287, 291, 293, 295, 297)

365

299

Ede lpe lsdie re n

5 .# e- ooe

nertsen (moederdieren) blauwvossen (moederdieren) ..........•.... overige edelpelsdieren (moederdieren)

. .

Totaal edelpelsdieren rubriek 290, 292, 294)..........

hg#liefeJeets@teren.................

290 292 294 296 298

~~

D

Tuinbouw open grond (gemeten maat) rubr.

Groenten aardbeien . andijvie asperges augurken bewaarkool bloemkool herfst- en vroege sluitkool knolselderij sla prei schorseneren spinazie spruitkool stambonen (groen te oogsten) stokbonen tuinbonen waspeen en bospeen winterpeen witlofwortel overige groenten

520

541

Bloembollen en -knollen hyacinten

571 573 575 577 579 580 581

tulpen narcissen

gladicen lelies'. irissen

overig bijgoed Boomkwekerijgewassen bos- en haagplantsoen laan- en parkbomen vruchtbomen rozestruiken sierheesters en klimplanten

551 552 554 555 557 559

Vaste planten

561

Totaal (naar I rubriek 721) waarvan pot- en containerveld (begrepen in rubr. 5511561)

a

,

1 1

sierconiferen

801 805 807

Bollenbroei en witloftrek

rubr. Hoeveel stuks tulpen heeft u het afgelopen seizoen gebroeid? 911

koolzaad ...···j·,4..,.•. karwijzaad, oogsr fsd.,' . blauwmaanzaad .. vlas (incl. verhuurd, excl. gehuurd) . graszaad .

p

a 671 675 679

Substraatteelt groenten (rubr. 601 /625) bloemkwekerijgewassen (rubr.

681 -

641/657, 665, 666)..

683

gem.maat

583

[[

Oppervlakte in 1990/'91 beschikbaar voor witloftrek.. .

584

L-

Dit beschrijvingsbiljet naar waarheid ingevuld:

pootaardappelen (N.A.K. aangegeven): op zand- of veengrond .. op kleigrond . consumptie-aardappelen: op zand- of veengrond op kleigrond.... fabrieksaardappelen suikerbieten . voederbieten luzerne snijmais ....•...........

347 349 351 353 355 357 359 369 373 313 376

33

377 383 385 387

Totaal(naar I rubr. 701)

389 a

vervolg

rubr.

4akkerbouw (zie H, rubr. a) ... blijvend grasland tijdelijk grasland. tuinbouw: open grond (zie D, rubr. a).. onder glas (zie G, rubr. b). braakland cultuurgrond (gemeten maat).

a

721 725

731 735

33

cultuurgrond (kad. maat).... niet in gebruik zijnde cultuurgrond natuurlijke graslanden bos (incl. kerstdennen) overige gronden ..

737 753 754 755 781 791

Totale bedrijfsoppervlakte..

kad. maat ha

a

12

7

25 12 3g

Aantekeningen Districtsbureaüuhóuder Cultuurgrond mei 1990 (gemeten maat 1, rubr. 735)

Van welke oppervlakte witlofwortelen geteeld in 1990 heeft u in het seizoen 1990/'91 witlof getrokken?

\

335 341

Bedrijfsindeling ha

1·,·''""

331

", rubr.

Hoeveel kg narcissen heeft u het afgelopen seizoen gebroeid? 913

329

overige akkerbouwgewassen .

6es,

Totaal in ha en a naar 1 rubr. 725

aantal x 1000

327

korrelmais..· ··.·.·.. .. corn cob mix............groenbeniestingsgewassen poot- en plantuien . zaai-uien zilveruitjes

e-°

verwarmd koud

7

317 321

(_bruine bonen . ±. 13 ..3- 323 veldbonen.............. 325 erwten (groen te oogsten) 326

waarvan:

• rubr.

.

f totale teeltoppervlakte . waarvan met doorgroeide compost

F

os7 l

Groenten (rubr. 6011625)

Champignonteelt

! aantal cellen

Boomkwekerijgewassen en vaste planten

lI

312

kapucijners en grauwe erwten.

m

Bloemkwekerijgewassen

311

..i

641 643 645 647 649 650 651 652 653 655 656 657 660 662 663 665 666

a'

301 303 305 307 309

groene erwten (droog te oogsten) en schokkers ..

Bloemkwekerijgewassen rozen .. anjers anthurium (snijbloemen) chrysanten (snijbloemen) freesia's orchideeën gerbera's alstroemeria gypsophila.. lelies (snijbloemen) nerine ..... overige snijbloemen potplanten: voor de bloei bladplanten perkplanten overige bloemkw. gewassen opkweekmat. snijbloemen

Totaal in tnaar rubr. b) waarvan geteeld onder: plat glas staand glas verwarmd staand glas koud

530 532

Akkerbouw (gemeten maat)· rubr.{ha

635

Fruit

H

wintertarwe..........zomertarwe.......·.·.... wintergerst zomergerst . rogge (geen snijrogge) haver . triticale .

ré\p

505 507 515

Tuinbouwzaden groentezaden bloemzaden

m'

augurken 1 aubergines ...............'1 ov. groenten (incl. meloenen).. 621 opkweekmateriaal groenten... 625

501 503

Klein fruit

Tuinbouw onder glas (gemeten maat)

Groenten rubr. tomaten....·..·.. '601 komkommers............. '605 aardbeien . . . . . . . . . . . . . . . . 609 paprika................ 613

a

401 405 409 413 417 421 425 429 433 437 441 445 449 453 457 461 465 469 473 477

Pit- en steenvruchten appelen aangeplant: in seizoen 1990/'91 vóór seizoen 1990/'91 peren aangeplant: in seizoen 1990/'91 vóór seizoen 19901'91 overige pit- en steenvruchten

E

ha

G

. . . . . . . . . ...... 813

Voor bedrijven met akkerbouw (excl. snijmais): teelt u later dit jaar nog groenten open grond? ja 1, neen 2 . . . . . . . . . . . Opmerkingen:

»

.

ha

1

e-

810

«

,0 0 0

/ (handtekening teller/

-

.

~

do

Dé I

? 1991

a

'b L2/,4

o 0 o -- -

.

2

A

Gegevens bedrijfshoofd/-leider

Geboortejaar (oudste) bedrijfshoofd/-leider.............. Is uw hoofdberoep agrariër zonder nevenberoep dan het cijfer 1 invullen (niet voor rechtspersonen)........ Hoofdberoep agrariër met nevenberoep, hoofdberoep niet-agrariër met agrarisch nevenberoep en rechtspersonen: hfdperep,7

rubr.

geboortejaar

001

1947

005

o_/o1'

il) os

t)

0z

1450-0324.5

HFTIJZER J

niet invullen

nevenberoep:

Binnen 5 dagen inleveren bij de districtsbureauhouder

!8D#/413 7 7122 RF

TE}

_

el

B

Diverse bedrijfsgegevens

rubr.

. . . Uit hoeveel kavels bestaat de cultuurgrond (1 rubr. 735)?. . . .

901

re,

L ha

(

Welke oppervlakte (excl. onder glas) kunt u ',eg enen of bevloeien? ... ,.- .............•......... Velke oppervlakte heeft u in: eigendom \ erfpacht pacht. overige exploitatievormen .

. . .

a

905 945 946 948 951

Konijnen slachtkonijnen....-.............................. voedsters (moederdieren) .

232 233

Totaal konijnen (rubr. 232 en 233) Totale hokcapaciteit konijnen

.

234 259

. - - -

260 261 263

Totaal paarden en pony's (rubr. 260 t/m 263)............

264

Paarden en pony's paarden jonger dan 3 jaar paarden 3 jaar en ouder pony's

t.

C

rubr.

·..•.. ·

- - . -

Veestapel

Rundv e e (ge e n m e st- of we ide v e e )

rubr.

aantal

jongvee: jonger dan 1 jaar: vrouwelijk mannelijk . 1 tot 2 jaar: vrouwelijk mannelijk.. 2 jaar en ouder: vrouwelijk (nog nooit gekalfd)... melk- en kalfkoeien stieren voor de fokkerij, 2 jaar en ouder

.

201 203 205 207 209

tl ___ 6_ --.-..,--

211

437 1.. - --

213

·----

Rundv e e (m e st- of we ide v e e )

mestkalveren ander jongvee voor de mesterij.

_ . _ ..

215

- -

Varkens biggen tot 20 kg: nog bij de zeug niet meer bij de zeug mestvarkens:. 20 tot 50 kg 50 kg en meer fo rkens:

Ge ite n

melkgeiten ...................•.............. overige geiten .

282 284

Totaal schapen en geiten (rubr. 265 t/m 284)

280

gyg._ »

---.

-

#s

Kippen slachtkuikens.... moederdieren van slachtrassen: jonger dan 5 maanden ........................•.. 5 maanden en ouder. . leghennen: jonger dan 18 weken (incl. kuikens).......1..

269 271 273

18weken tot 20 maanden.......·...........-.•... 20 maanden en ouder............................

275 276 278

Totaal kippen (rubr. 269 t/m 278)...-.................

277

Hokcapaciteit 235 237 . .

239 241

opfokzeugjes en -beertjes 20 tot 50 kg . opfokzeugen 50 kg en meer (niet gedekt) . gedekte zeugen (al dan niet drachtig) . zeugen bij de biggen . overige fokzeugen (gust) ....................•..... opfokberen 50 kg en meer (nog niet dekrijp) . dekrijpe beren _ Totaal varkens (rubr. 235 t/m 255).................... Totale hokcapaciteit mestvarkens 20 kg en meer .

243 245 247 249 251 253 255 256 257

V-12759E9 - 021508F

265 . 2 66 268

overige schapen: vrouwelijk mannelijk

--

ger dan 1 jaar: vrouwelijk.........·.....··...... mannelijk . 1 tot 2 jaar: vrouwelijk ......................•. mannelijk . 2 jaar en ouder: vrouwelijk : .

217 218 221 223 225 mannelijk...........i....·.i.:.i. 227 z00gkoeien.....·....... 228 mest- en weidekoeien (2 jaar en ouder)................. 229 Totaal rundvee (rubr. 201 t/m 229).................. 230 Totale hokcapaciteit mestkalveren . 231

Schapen lammeren

1

1o

slachtkuikens..........................•.... moederdieren: 5 maanden en ouder . leghennen: 18 weken en ouder .

279 281 283

Totale hokcapaciteit kippen (rubr. 279 t/m 283)

288

.

Slachteenden en kalkoenen

7

·°9

jonge eenden voor de slacht . jonge kalkoenen voor de slacht . kalkoenen bestemd voor broedeierenproduktie: jonger dan 7 maanden . 7 maanden en ouder. . . . . . . . . . . . • . • . . . . . . . . . . . . . . overig pluimvee

293 295 -297

Totaal slachteenden, kalkoenen en overig pluimvee (rubr. 287 t/m 297) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

299

287 291

aantal

D

Groenten ·..·++····· aardbeien andijvie....-...·...·...... asperges . . . . . . . . . . . . . . . . . . l

winterpeen..-.·· ·····.... witlofwortel...··........... overige groenten.....

469 4 73 477

501 503 505 507 515

530 532

Bloemkwekerijgewassen .

541

Bloembollen en -knollen hyacinten

635

Bloemkwekerijgewassen rozen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . anjers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . anthurium (snijbloemen)....... chrysanten (snijbloemen)...... freesia's orchideeën , . , . gerbera's.....·.......····· alstroemeria . gypsophila... lelies (snijbloemen)..·....... nerine...··.........·..... overige snijbloemen.......... potplanten: voor de bloei...·.. bladplanten....... perkplanten................ overige bloemkw. gewassen.... opkweekmat. snijbloemen.....

641 643 645 647 649 650 651 652 653 655 656 657 660 662 663 665 666

narCISSen.. . ···. ·····•···

gladiolen . lelies..················· · irissen. .

overig bijgoed.......... Boomkwekerijgewassen bos- en haag plantsoen.... laan- en parkbomen . vruchtbomen ..........•... rozestruiken . .

sierheesters en klimplanten Vaste planten.............. Totaal (naar I rubr. 721) waarvan pot- en containerveld (begrepen in rubr. 551/561)

.

zilveruitje s . . . . . . . . . . . . . . . . .

overige akkerbouwgewassen: 683

bestemming

naam gewas

verwarmd koud

551 552 554 555 557 559

Totaa l in ha en a naar 1 rubr. 725 ...

fi

.

...•...

685 687

b

Bedrijfsindeling rubr.

561 a

·' gem. maat ha

Totaal (naar I rubr. 701)

a

vervolg

rubr.

kad. maat ha

a

a

• 9

582

rubr. 801 805 807

cultuurgrond (kad. maat) niet in gebruik zijnde . . cultuurgrond....·.....··· natuurlijke graslanden bos (incl. kerstdennen) overige gronden

akkerbouw (zie H, rubr. a)..... 701 blijvend grasland........... 703 tijdelijk grasland...·....1715

2 2

2

aantalx1000

911

tuinbouw: open grond (zie D, rubr. a)... onder glas (zie G, rubr. b)... braakland..-.·............

721 725 731

cultuurgrond (gemeten maat)

735

;

7«

_

Hoeveel kg narcissen heeft u het

. .

Totale bedrijfsopp ervlakte . . . . . .

791

583 584

1

. .

_:.,_

..

1° 7 33 j

Aantekeningen Districtsbureauhouder

0 0 0

.

813

Voor bedrijven met akkerbouw (excl. snijmais): teelt u later dit jaar nog groenten open grond? ja=1, neen=2....................

810

Cultuurgrond mei 1989 (gemeten maat 1, rubr. 735)

0 0 0

%fg.el

()DmmefK[moe[l,

[[

K

737 753 754 755 781

1 kg- x _1000

Wat is de trekcapaciteit? opp

387

681

waarvan:

rubr.

Van welke oppervlakte witlofwortelen geteeld in 1989 heeft u in het seizoen 1989/'90 witlof getrokken?.....··.....·..··

335 341

Groenten (rubr. 601/625)

Bollenbroei en witloftrek

Hoeveel stuks tulpen heeft u het afgelopen seizoen gebroeid?....

a

Substraatteelt groenten (rubr. 601/625) bloemkwekerijgewassen (rubr. 641/657, 665, 666)...

Champignonteelt . .

667

m (naar rubr. b)

317 319 321 323 325 326 327 329 331

pootaardappelen (N.A.K. aangegeven): op zand- of veengrond.. 347 op kleigrond.............. 349 consumptie-aardappelen: op zand- of veengrond...... 351 op kleigrond.............. 353 fabrieksaardappelen.......... 355 suikerbieten....·........... 357 voederbieten . . . . . . . . . . . . . . . 359 luzerne..-·............... 369 snijmais.........·......... 373 groenbe_mestingsgewassen. : -377 poot- en plantuien........... 383 zaai-uien...··............. 385

plat glas......··......... 671 staand glas verwarmd....... 675 staand glas koud ..........[679

= afgelopenseizoen gebroeid? .... 913

l

Fruit.....................

. ·a -

rubr.ha 301 303 305 307 309 311

groene erwten (droog te oogsten . schokkers . kapucijners en grauwe erwten bruine bonen . veldbonen . erwten (groen te oogsten) koolzaad . karwijzaad, oogst 1990.. blauwmaanzaad . vlas (incl. verhuurd, excl. gehuurd) . graszaad .

waarvan:

571 573 575 577 579 580 581

tuten. . . . ·············. ··

F

613 61 7 618 621 625

Totaal in

Tuinbouwzaden groentezaden.....·...... bloemenzaden...·.....--···

aantal cellen totale teeltoppervlakte w aarvan met doorgroeide compost

paprika .............•...... augurken.................. aubergines................ ov. groenten (incl. meloenen)... opkweekmateriaal groenten....

Boomkwekerijgewassen en vaste planten .

520

Klein fruit...···..·······

sierconiferen

'i-

Akkerbouw (gemeten maat)

wintertarwe..............-zomertarwe . wintergerst _. zomergerst................ rogge (geen snijrogge)........ haver. .

.

413 41 7 421 425 429 433 437 441 445 449 453 457 461 465

Pit- en steenvruchten appelen aangeplant: in seizoen 1989/'90....... ór seizoen 1989/'90.....· e: r aangeplant: suizoen 1989/'90........ vóór seizoen 1989/'90 overige pit- en steenvruchten ...

H

Tuinbouw onder glas (gemeten maat)

ru061r. iJl•- ~_:a ::_·:: :~--·.•:•·•:o;~;;;jj°è-;..:_•·. ·. .. .. . ... . ·. ·- . . . r6 -u0b1·r,.. :m2:=::: 4 [ra{en.....·«......·· 405 komkommers......····..... 605 409 i __ aardbeien . . . . . . . . . . . . . . . . . 609

augurken : .. bewaarkool . . . . . . . . . . . . . . . . bloemkool................. herfst- en vroege sluitkool..-.. knolselderij................ sla...................... prei...................... schorseneren............... spinazie. spruitkool stambonen (groen te oogsten) . . stokbonen................. tuinbonen... waspeen en bospeen .

E

G

Tuinbouw open grond (gemeten maat)

v ------------------~ -

-.--"

-

~

m°

Dit beschrijvingsbiljet naar waarheid ingevuld: folaatsn aam)

(datum)

(han d teken ing b edrijfsh oofd of dien s

4 -----------

---- -

-

--.

-

[}jrj=ter]?

'C

a7

Lar)C

r

s_ ,,,,, ._. == --·. --_.-- :,,,, - .

r ovaneies 10

(

E--

/1f

eeserre BedrYfsit geoe

:~- -~-- -· -_-_ ·- --

- -,. -- --

- ..-------'---=------------ ----

Beclryfs numiner.s ü- 12-Telefoon nummer: O Earl/Giro nr,« ,:

( +aZ ittingsplaats : O? GGr cndsort ocle: 16 Vorig reg.nr...s (7

= Laatste mnutdat:

-- --- ---

l --- . - -- - -- -- 1g L aatste mnutod: i?

'

2oeFulr.Omschrvving..' 999

r

22 -=nI

s

24een

T

8

TUTL NTl,,4 GEEUUFTEJF "

2 " ° z?9

#o FDEEROEr HEEFTEE prk '

R"<_

OFLEIDING

zee II

EEDFYFSIFD

11

BEDFFSHFD

33

EHTGENTTEN

IS

TJT L

2

"

RE

nan.nn2 3 EECHTGEICTTE E -

E ,

1i kIIDEKEI (II2ö TJTpL o-4ö "- 32 ==--,-,._--=-= -i~ _r;,-_-,_=c_~F~ ~-rn.nEREN _:=-<::.I_N_·n~-,-------------- ---- ·------------------ -- ..._ 30

34

=.tö

4

T -

Turssl 2ot

. -

- --·

....

HINDERWET verzoek vergunning - tevens beschrijving Agrarische sector In zesvoud indienen!

Burgemeester en wethouders van de gemeente lal@Le Datum

+91.

26 Juni

Gegevens aanvrager

\

Naam aanvrager doh, boft5ijzer.

7.

Adres

Aladnaneg

Postcode

7122 Pplaats alven·

Telefoon

O5±7-'72%±.Telefax

Verzoekt vergunning tot het:

Ik in verband met de uitbreiding/wijziging van de inrichting,

D oprichten en in werking hebben van

voor welke reeds vergunning werd verleend, een nieuwe, de gehele inrichting omvattende vergunning (art. 6a)

[] uitbreiden en/of wijzigen van [] veranderen van de gebezigde werkwijzen in

D de hieronder omschreven inrichting D de hieronder omschreven inrichting voor een termijn van7 jaren Aard van de inrichting Hier de aard van de inrichting vermelden, waarbij de terminologie van artikel 1 van het Hinderbesluit zoveel mogelijk is aan te houden, bijv. een melkrundveehouderij, varkensmesterij, fokzeugenhouderij, kippenhouderij enz. melkrundveehouderij me mestopslag en een varkensmesterij

met

mestopslag Plaats waar de inrichting is of zal worden opgericht Naaminrichting

Joh. Hoftijzer.

Adres

Aladnae

Postcode

7122 EPplaats ±alven·

Telefoon

O5/4'7-72$&±.Telefax

Kadastrale ligging€em. Contactpersoon "\

Telefoon

7.

Aalten.

Sectie

·G· to 3226.

Joh. lioft5ijzer.

O5%7-7C5+.Telefax

Behoort bij besluit van 3tra-e n wethouder: van

. $

,o-

·er.

l-i.-1,

...IT

t

-

stuur welke andere vergunningen u nodig heeft voor het in bedrijf stellen van

een bouwkundige plattegrondtekening in zesvoud, schaal niet kleiner dan 1: 250, doch bij voorkeur 1: 100, de uit- en inwendige samenstelling van de inrichting en toebehoren aangevende (deze tekening dateren en ondertekenen).

© samsom 32990 I

-1,777.51

I I

t

j

r

J

' d

• :I e

1

Nauwkeurige beschrijving Doel van de inrichting: (Hier beknopt aangeven hetgeen in de inrichting wordt verricht, vervaardigd of verzameld).

melk_rundveehouderij en varkensmesterij.

Oprichtingsdatum 2 Januari l978Alleen in te vullen voor bestaande bedrijven).

2

De opslag van kuilvoer

□ N.v.t. D De afstand tussen de kuilvoeropslag van gras en de dichtstbijzijnde woning van derden of gevoelig object bedraagt 200. meter. D De afstand tussen de kuilvoeropslag van snijmais en de dichtstbijzijnde woning van derden of gevoelig object bedraagt 200. meter.

3

Afstanden mestopslag

D De afstand tussen de opslagplaats van vaste mest en de dichtstbijzijnde woning bedraagt circa D De afstand tussen de opslagplaats van vloeibare mest en de dichtstbijzijnde woning bedraagt circa 200. D De afstand tussen de opslagplaats van gier en de dichtstbijzijnde woning bedraagt circa 200.

4

r'

Mestopslag (totale inhoud)

inh. 313. m° □ Drijfmestkelders Mestplaat inh. m° □ Mestbassin 30. inh. m° □

5

Open/Afgedekt. Opp. #ésá/Ai@gedekt. op.

Mestvervoer

D Aantal keren dat de mest uit het bedrijf wordt afgevoerd. 10 D De vloeibare mest wordt afgevoerd: naar: eigen grond, ei en akkerland. met: hogedrukket;el D De vaste mest wordt afgevoerd: [l {[

met:

m

maal per jaar

30. m

meter. meter. meter.

J

j

-

+

I

1

. --r

J

1

J '-

ó

--

0

o.

0

= D

~ '-

~ >

~·

---o s Ee ::::,

0

=

.c

0

E

D

6

R

zC cu

c3 D

o

D D

O c3

o 3

O

.=

G6

G Q) E

D

± = "' >-

Q)

0

G6 D

~

6

o

>

b5

5

1-- ##

Q)

~

a ë

0

<

9

Ol

R

0

C:

0

~

s O Dz 0 <1 "' ~ cc

3

"'

o

o

O

0

-

0

.c

·-

·-

-

"'

o

O

O

D

-

0o

.c

·-

--

-

C:

»

o 0

C:

= D

y-

i 2 ê D 5 C C C ::::i 0

ai

>

0 C Q) 0

6 > 0O» C

cu > E

0

--- Gs

O ::::, 0

"' e

o

= "'

.!=

D

6

.c

O

E

D 6 2 E Q) 0

± = "' >, 0

G 0

D

6

o

>

b5

5

'

=

u» L 0 D > >0 55 C:

EG

0»

E= 5 ë:: C:

"' 5 ::::,

<1 .c

0

\J

0

o-

0

C:

=

4

D

~ 2

~

s --- 5 ME

').·

--0 ::::,

0

.c

E

"'

O

Q)

0

6

D

C:

G D E

± = "' >0

D

#ê# .

D

G6

6

O

>

-~

0

9 Nv

> D

-C:

s O C:

..

'N

o. "'

E

6

ê

.

)

9

~

"' 0

<1

~ ::::i

>

O

d

s

C:

D D

O

5

d 0

0

"C C: 3

0 D

i:S

>

rc

C:

0

se

a5

= i

0

a 0

>-

0 0 0 N

en D D

=

C:

u

> 0

o

c O

5

0

D

> G

d>

0 0 Q)

O C:

e -

C:

U

C:

E

0

O

C: 0

D

e

>

> "'>

o

ü

i

ci5

0 Q)

0 0 C:

.!=

Es

C:

"'"'E

0 ::::,

D

D

N

- -- - -s s O C:

C:

0

C: 0 0» 3

u

N

ci

D

0 LL

c

ci

O

D

c o >

o n C: » y-

C:

p.

ci

0 0

5

>

-

3

i

LO

u

C:

0»

a G 0 0 > > o

5'

-""

D D

.o

Ol C:

0»

e a 0

.co ,

= "' s 5 ~

>

-=

aG

ai

~

ci

a 0 ±

0

cu

D

0

9 @

G

u

>

C

~

G

C:

G ~

2

cg ,

0

E=

0

D O

G

C

z

o

C:

o 0» C

EG "'5'

5

9

LO

O

D 0 Q) N

>-

e o

C:

"'"' E

[.

i

O

0 s ...c

0 C:

z

"'> o D

C:

D

D

D

6 ::::, 0

~ C:

6

0

a0

D D O

0

D

D

0 ::::, N

a

o

C:

0

::::, 0

-

C:

0

0

C:

LO

o

u

ci

O C:

-

0

-

D O

"'> "'

0

a

»

i

·-

0

"'"'E I.

C:

g "' E D o [. >- i 0

"' 5

C:

ci

O

i 0

s O

@

o

--

:.>

0

D

0 D

5 Q)

o

s

@5 5z

0

as Q) c "' 0» oQ) > o o o-

09

s 0

o

1:' 5'

N C: @

0 C:

D o i-

C: Q)

» 0

à

g >- ::::,

> 5 z oE O ó» i o C: 0

C:

D

0

N

O

0 d 0

LO

::::,

u

Ol

0

N

o

5 "§ 0 o 5 o "' g

.

<i

0

C:

o 0

» «é

0» C:

=

D

z g> ---o g

::::,

0

O

"'o Ë

~

= "' = O

D

E G D G 0 2 0 D E

C

G

O

R

s:

ctl

c 0

>

0

D

=

-

± "' = 0

6

O

>>

-~

"O 0

9

a

-

=

R

="' <t "' > E

0

o

U

D

<1

b

D

5'

C:

c3

-

"'

)

E

C:

E

-

»

o

0

z

C:

= a,

g2

e ---o Gos3 ME D 0 0 ..c: o C "' • = C ::::,

0

C :J

0

E

0

D

6

G6 0 E

à

6 >,

0 C

6

D

> b5 E 5 5

ui

a,

0

0

C:

>

D 0

G > 0 C

ctl

0

D

0

= ' "'' ' > ' = 55 >

>

>

= •= 0 >

E

c

c3

<1

-

:'2 ::::,

C: -5

o

-

0» C:

=

-o 0

eQ

·-

2 o ::::, 5 0 c' ..c: o E O ·'=

---

"'

E

0 0

G6

>0

6

>o

~

0

z ge

6

D

e

~

6 0 E

,[ GD -~

= 5 "' ' 0

>

2

C:

E=

::::,

0

D co o

c o -

"' 0

<1 ..c:

-

>

6

9

C

g

o

u

6 > he

·-

D

s

0 C:

C

> c >

E

0

s C:

0

0

êii

9

"' a

0 0

a 9

2 O

Lo

E=

a

s

U

=

0» D 0»±:

5

0

e 0 5

-o

63 G a o <1 o

E

i

c 0 O C

cf--------+------------------------------------------------------

5

se 8

@

G

0

G

> •

G

@

@

Ole---------+------------------------------------------------------0 > ui 0» C (Ij

o»

>

> c

0

<1

E

= c3

g G

O

o

O

0

><

>

-

a

=3

<1

O

6» 0

>

h

D

z>

C:

0 C

ge

-sge

c

ga&

Ë

r @z @±<

g>eg @o o E

0

C: 0

ora

g52 g

=

g o o co

O

o

i

€O

i

C: 0 O C: 0

0

:c

ui

si

><

7

Omgeving

In de direkte omgeving van het bedrijf is/zijn gelegen: Afstand [] Bebouwde kom D Ziekenhuis, sanatorium, internaat etc. [] Bungalowpark, camping, etc. L] zwembad, speeltuin [] Meerdere burgerwoningen in lintbebouwing D Meerdere verspreid liggende burgerwoningen KJ Een enkele burgerwoning in het buitengebied .[] Agrarische bedrijfswoning van derden [] Binnen 10 en/of 25 jaarszöne waterwingebied

8

aantal elektrische ventilatoren totaal vermogen

6,ZO m boven maaiveld 5 • 40 m boven maaiveld 2• stuks 0.9 kw

Vermogen (totaal)

[] Elektromotoren [] Verbrandingsmotoren

10

+,3 w

[] \Vaste brandstof: soort [] Elektrische verwarmingsapparatuur

□

Vermogen Vermogen Vermogen Vermogen Vermogen

kW(totaal) kW(totaal) kW(totaal) kW(totaal) kW(totaal)

Chemische afvalstoffen

□ N.v.t. Aard

D Afgewerkte olie D Olie/vetafzetting D Zand c.q. slibafval

□ □

k\//

Stookinstallatie

D Gas D Stookolie

11

30. ja/nee

Ventilatie

D Op natuurlijke wijze D Op mechanische wijze

9

200.

m m m m m m m m

Afvoerfrequentie per jr.

Hoeveelheid/jr. in kg.

Wijze van opslag

Inzamelaar

12

Opslag brandstoffen Type opslag' (ondergr. bovengr.)

Soort

100 1 huisbr,olie bovengr. 2 diesel,olie bovengr. 1200 3 _ 4 _ 5 _ 6 _ ? _ 8 g 10

1,

Hoeveelheid m3

1t.

Datum installatie

Nr. op tekening

2 januari 78.'+. 23januari 78.·

_ _ _

Bij ondergrondse tank- en installatie certificaten bijvoegen.

13

Bedrijfsafvalwater

[] In gemeenteriool D Op open water D In septictank D In bodem

_ _

□ -----------------□ N.v.t. Via

D Zand c.q. slibvanger [] Vetafscheider [ Waterzuiveringsinstallatie [] Olie/benzine-afscheider D Bezinkvijver Bijgevoegd is: [] Berekening zand c.q. slibvanger [] Berekening olie/benzine-afscheider D Berekening vetafscheider

D Is er een vergunning van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren aanwezig? D Is er een rioleringsvergunning aanwezig? D Is er een kennisgeving volgens de rioollozingsverordening aanwezig?

ja/nee ja/nee ja/nee Op de tekening moet de aansluiting van het bedrijfsriool op het gemeentelijk riool en/of oppervlaktewater zijn aangegeven.

14

Af- en aanvoerbewegingen vrachtwagens

□ N.v.t. 07.00 en 19.00 uur per dag/week □ ____ tussen 19.00 en 23.00 uur per dag/week □ ____ tussen tussen 23.00 en 07.00 uur per dag/week □

1

•f

1 7

] 9 1

15

Bestrijdingsmiddelen

0 N.v.t. [] Bestrijdingsmiddelenkast, niet betreedbaar [] Betreedbare bestrijdingsmiddelenkast [] Hoeveelheden die maximaal per soort aanwezig zijn: ----------------- kg/1 ----------------- kg/1 ----------------- kg/1

16

------------------- kg/1 ------------------- kg/1 ------------------- kg/1

Opslag overige stoffen

[] Kunstmestsilo [] Breivoederinstallatie

□

] Meelsilo's; aantal

, stuks

Zoja, Soort stof

mengvoeder.

17

Hoeveelheid

18 000 kg.

Type opslag

kunsstifsilo.

Ammoniak-uitworp beperkende maatregelen

Worden er speciale voorzieningen getroffen ter beperking van de uitworp van ammoniak en/of stankveroorzakende stoffen?

0 Nee

D Ja, de volgende voorzieningen: [] Biobedinstallatie [] Bioluchtwasserinstallatie 0 Stoffilter( s) [] Stal(len) nr. en

□

met gesloten mestopslag

[] omschrijving van bovenstaande uitworpbestrijdingsmaatregelen is bijgevoegd.

18

Toekomstige ontwikkelingen

Hier vermelden de redelijkerwijs binnen afzienbare tijd te verwachten wijzigingen of uitbreidingen van de inrichting of veranderingen van de in de inrichting gebezigde werkwijzen, de situering daarvan op het terrein van de inrichting en de periode waarbinnen een en ander zal worden gerealiseerd.

eer

De aanvrager,

Firmastempel,

Joh. Hoftijzer.

bij besluit van burgemeesters en wethouders van de gemeente d.d. De secretaris,

Bijlagen s tuks

_ n.o.

_

GEMEENTE AALTEN

H I N D E R W E T (vergunning) BURGEMEESTER

EN

WETHOUDERS

VAN

A A L T E

N

gezien de op 26 september 1991, ontvangen aanvraag van de heer Joh. Hoftijzer, Aladnaweg 7 te Aalten, voor een nieuwe, de gehele inrichting omvattende vergunning (art. 6a) ingevolge de Hinderwet ten behoeve van een veehouderij met mestopslag, alsmede bovengrondse opslag van dieselolie en propaan, gelegen aan de Aladnaweg 7 te Aalten; overwegende, dat de procedure overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 3 van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne is uitgevoerd; dat het onderhavige bedrijf is gelegen in het bestemmingsplan buitengebied, bestemd tot agrarisch gebied met huisplaats; dat, gelet op de in het bestemmingsplan, voornoemd, gegeven informatie, alsmede gelet op de door aanvrager verstrekte gegevens (artikel 2, lid 1, onder d, Hinderbesluit), van toekomstige ontwikkelingen, als bedoeld in artikel 12a Hinderwet, geen sprake is; dat o.g.v. de verruimde reikwijdte van de Hinderwet de aanvraag is beoordeeld op eventuele aantasting van o.m.

ecologische- en natuurwetenschappelijke waarden; dat het onderhavige bedrijf is gelegen binnen een voor verzuring gevoelig gebied; dat, gelet hierop, het onderhavige bedrijf getoetst is aan de ministeriële richtlijn "Ammoniak en Veehouderij" en op basis van de door de aanvrager overgelegde tellingen in de inrichting ten hoogste aanwezig mogen zijn: 29 melk- en kalfkoeien, 32 stuks jongvee, 8 vleeskalveren/-stieren en 300 vleesvarkens; dat, naar aanleiding van de bekendmaking van de aanvraag en de ontwerp-vergunning geen bezwaren en adviezen zijn ingebracht; overwegende, dat door de inrichting mogelijk te veroorzaken gevaar, schade of hinder, voldoende kan worden ondervangen door de aan de vergunning verbonden voorwaarden;

Markt 7, Postbus 119, 7120 AC Aalten. Telefoon 05437-93333 Fax 05437-75455

2

-

gelet op de desbetreffende artikelen van de Hinderwet; BESLUITEN aan de heer Joh. Hoftijzer, voornoemd, de gevraagde vergunning te verlenen, overeenkomstig de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte bescheiden, alsmede overeenkomstig de bijbehorende en gewaarmerkte voorwaarden.

AALTEN, 10 december 1991. Burgemeester en D Secretaris,

oornoemd, emeester,'\

/ EIJNEN

.J. BOUWERS

HJHOFT/1iesb

10 pagina's Bijlage behorende bij hinderwetvergunning van: J. Hoftijzer, Aladnaweg 7, 7122 RP Aalten. Voorschriften Hinderwet: ALGEMENE VOORWAARDEN VEEHOUDERIJEN.

0. 0.1

ALGEMEEN In de inrichting mogen ten hoogste de navolgende dieren aanwezig zijn: 29 melk- en kalfkoeien, 32 stuks jongvee, 8 vleeskalveren/-stieren en 300 vleesvarkens.

1. 1.1

Elektrische installatie de elektrische installatie moet voldoen aan NEN 1010;

1.2

de elektrische installatie mag geen storing in de radio- en/of televisie-ontvangst van derden veroorzaken.

2. 2.1

Geluidhinder het equivalente geluidniveau (LAeq), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige vast opgestelde toestellen en installaties, mag ter plaatse van woningen van derden, andere geluidgevoelige bestemmingen en - voor zover binnen een afstand van 50 meter van de inrichting geen woningen van derden of geluidgevoelige bestemmingen aanwezig zijn- op enig punt 50 meter van de inrichting niet meer bedragen dan het referentieniveau ter plaatse met dien verstande dat: -het equivalente geluidniveau (LAeq) niet meer mag bedragen dan: 45 dB(A) tussen 06.00 en 19.00 uur; 40 dB(A) tussen 19.00 en 22.00 uur; 35 dB(A) tussen 22.00 en 06.00 uur; -het equivalente geluidniveau niet minder behoeft te bedragen dan: 40 dB(A) tussen 06.00 en 19.00 uur; 35 dB(A) tussen 19.00 en 22.00 uur; 30 dB(A) tussen 22.00 en 06.00 uur;

2.2

overminderd het gestelde in voorschrift 2.1. mogen incidentele verhogingen van geluidniveaus, voor zover deze een gevolg zijn van de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, gemeten in de meterstand "ast" in de regel niet groter zijn dan 10 dB(A) boven de getalswaarde van het overeenkomstig 2.1 toegelaten equivalente geluidniveau (LAeq) en mogen in ieder geval als piekwaarde niet meer bedragen dan: 65 dB(A) tussen 06.00 en 19.00 uur; 60 dB(A) tussen 19.00 en 22.00 uur; 55 dB(A) tussen 22.00 en 06.00 uur;

Behoort bij besluit va ,

burgemeester en wethouder

van

LÎ) dd~o -, 1.-1, vqalf

De Secretaris

2 -

2.3

op zondagen en algemeen erkende feestdagen gelden voor de uren, gelegen tussen 06.00 en 19.00 uur de geluidsniveaus, die in de voorgaande voorschriften zijn gesteld voor de uren, gelegen tussen 19.00 en 22.00 uur;

2.4

indien controle op of berekening van de in voorschrift 2.1, 2.2 en 2.3 vastgelegde geluidniveaus plaatsvindt, moet dit geschieden overeenkomstig de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai, IL-HR-13-01" van maart 1981; ook de beoordeling van de meetresultaten moet overeenkomstig deze handleiding plaatsvinden;

2.5

de voorschriften 2.1 en 2.2 zijn niet van toepassing op het laden en lossen ten behoeve van de bedrijfsvoering, voor zover dit plaatsvindt tussen 06.00 en 19.00 uur.

3. 3.1

Afvalstoffen afvalstoffen mogen niet worden verbrand, behoudens in die gevallen waar volgens een gemeentelijke verordening verbranden van de betrokken, uit de inrichting afkomstige, afvalstoffen is toegestaan;

3.2

afvalstoffen, niet zijnde snoeihout, bladeren en soortgelijke afvalstoffen, of met afvalstoffen verontreinigd water, mogen niet in de bodem worden gebracht of terecht kunnen komen;

3.3

afvalstoffen, niet zijnde snoeihout, bladeren en soortgelijke afvalstoffen, moeten op gezette tijden uit de inrichting worden afgevoerd; het afvoeren moet zodanig geschieden, dat zich geen afval in of buiten de inrichting kan verspreiden;

3.4

het bewaren van afvalstoffen moet op ordelijke en nette wijze geschieden; van afvalstoffen afkomstige geur mag zich niet buiten de inrichting kunnen verspreiden;

3.5

kadavers van dieren en afvalstoffen van dierlijke aard mogen niet op het terrein van de inrichting worden begraven; zij dienen, in afwachting van afvoer uit de inrichting, te worden geborgen in een deugdelijke waterdichte verpakking, of in een goed gesloten, speciaal daartoe bestemde, ruimte;

3.6

een riolering voor de afvoer van afvalwater moet vloeistofdicht zijn uitgevoerd.

4. 4.1

Bodembescherming stoffen moeten zodanig worden bewaard en worden gebezigd, dat geen verontreiniging van de bodem optreedt;

4.2

indien verontreiniging van de bodem met stoffen optreedt, moet degene, die de inrichting drijft: a. deze verontreiniging terstond melden aan burgemeester en wethouders;

3

-

b. het verontreinigen terstond beëindigen en, in overleg met burgemeester en wethouders, de gevolgen ervan zo spoedig mogelijk opheffen; c. indien in de bodem objekten, zoals tanks, kabels en leidingen aanwezig zijn, die redelijkerwijs met de verontreinigde stof en/of vloeistof in aanraking kunnen zijn geweest, moeten deze objekten worden gekontroleerd op aantasting door de bedoelde stof en/of vloeistof en indien nodig worden beproefd, hersteld of vervangen. 5. 5.1

Gedragsvoorschriften de inrichting moet schoon worden gehouden en in goede staat van onderhoud verkeren;

5.2

het aantrekken van insecten, knaagdieren en ongedierte moet zoveel mogelijk worden voorkomen; zo vaak de omstandigheden daartoe aanleiding geven, moet doelmatige bestrijding van insecten, knaagdieren en ander ongedierte plaatsvinden;

5.3

hinderlijke stofverspreiding bij het vullen van voedersilo's moet worden voorkomen door het via ontluchting ontwijkende stof op doeltreffende wijze op te vangen;

5.4

degene, die de inrichting drijft, is overigens gehouden te doen en na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om gevaar en schade, dan wel hinder, buiten de inrichting te voorkomen of te beperken;

5.5

de vergunninghouder is verplicht andere in de inrichting werkzame personen te instrueren omtrent de voor hen van toepassing zijnde voorschriften;

5.6

van machines, die buiten zijn opgesteld of worden gebruikt, moeten de afgewerkte oliën en vetten zeer zorgvuldig worden opgeborgen en worden opgeslagen in speciaal daarvoor bestemde vaten en regelmatig uit de inrichting worden afgevoerd naar daartoe ingerichte verwerkingsinstallaties of worden afgegeven aan daarvoor bestemde gemeentelijke depots.

6.

Voorschriften voor een bestrijdingsmiddelenopslagplaats met een capaciteit tot 400 kg het bewaren van bestrijdingsmiddelen moet voldoen aan de artikelen 8 t/m 12 van het Bestrijdingsmiddelenbesluit (Stb. 1964, 328).

6.1

7. 7.1

Het houden van dieren en de opslag van mest dunne mest en gier moet worden opgeslagen in een hiertoe bestemde mestdichte opslagruimte, indien de opslagruimte niet onder een stal is gelegen moet het transport naar de opslagruimte geschieden door middel van een gesloten en mestdicht riool of een daaraan gelijkwaardige voorziening;

-

7.2

indien spoel- en schrobwater niet op een openbare riolering of anderszins uit de melkrundveehouderij kan of mag worden afgevoerd moet dit water worden afgevoerd naar een mestdichte opslagruimte. De opslagruimten als bedoelt in 7.1 en 7.2 mogen niet voorzien zijn van een overstort;

7.3

de opslag van vaste mest buiten de stal moet geschieden op een mestdichte mestplaat, die is voorzien van een opstaande rand of een gelijkwaardige voorziening; de stapeling van de mest moet zodanig geschieden dat uitzakkend vocht niet van de mestplaat kan vloeien; dit vocht moet door middel van een gesloten, mestdichte riolering worden afgevoerd naar een mestdichte opslagruimte;

7.4

indien de opslag van dunne mest en gier plaatsvindt buiten de stal, moet dit geschieden in een bassin of silo. Een bassin of silo voor het bewaren van dunne mest, moet zijn uitgevoerd overeenkomstig de door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in 1990 uitgegeven publikatie Bouwtechnische richtlijnen mestbassins 1990. Een bassin of silo voor het bewaren van dunne mest, dat is gebouwd voor de inwerkingtreding van het besluit mestbassinshinderwet moet zijn uitgevoerd overeenkomstig de door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en het Ministerie van Landbouw en Visserij in 1987 uitgegeven publikatie Bouwtechnische richtlijnen mestbassins. Een bassin of silo voor het bewaren van dunne mest, moet zijn afgedekt. Een afdekking moet zijn uitgevoerd overeenkomstig de Bouwtechnische richtlijnen mestbassins 1990. Dit geldt niet, indien de afdekking van een bassin voor het bewaren van dunne mest, gebouwd en afgedekt voor de inwerkingtreding van dit besluit, overeenkomstig de Bouwtechnische richtlijnen mestbassins uit 1987 is uitgevoerd;

7.5

delen van de bouwconstructie, alsmede de afdekking van een bassin moeten voor het verstrijken van de overeenkomstig bijlage II van het besluit mestbassins Hinderwet opgegeven referentieperiode worden vervangen, tenzij een beoordeling door of namens het KIWA, door of namens het bevoegd gezag, dan wel door een door het bevoegd gezag geaccepteerde deskundige uitwijst, dat er een volgend tijdsbestek van gebruik kan zijn. Een door of namens het KIWA of door een door het bevoegd gezag geaccepteerde deskundige afgegeven bewijs van deze beoordeling moet aan het bevoegd gezag worden overgelegd. In dit bewijs moet voor de desbetreffende onderdelen van de bouwconstructie of de afdekking een nieuwe referentieperiode zijn aangegeven.

7.6

een foliebassin moet op mestdichtheid worden gecontroleerd door of namens het KIWA door of namens het bevoegd gezag of door een door het bevoegd gezag geaccepteerde deskundige, zo vaak de omstandigheden daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld bij een redelijk vermoeden, dat de afdichtingsfolie beschadigd is.

5-

Controle op mestdichtheid moet in ieder geval plaatsvinden binnen vijf jaar, nadat de folie is aangebracht. De controle op mestdichtheid moet telkens binnen vijf jaar zijn herhaald. Een door of namens het KIWA of door een door het bevoegd gezag geaccepteerde deskundige afgegeven bewijs van een beoordeling op mestdichtheid moet aan het bevoegd gezag worden overlegd; 7.7

het vullen van een bassin of silo mag uitsluitend plaatsvinden via een vaste vulleiding, welke, ingeval de silo niet door middel van overkapping stankdicht is afgedekt, uitmondt op of nabij de bodem van het reservoir; indien de vulleiding tevens als uitstroomopening kan fungeren moet het aansluitpunt zijn voorzien van een afsluiter, die tegen het openen door onbevoegden moet zijn beschermd;

7.8

de bodem van een bassin of silo mag niet dieper zijn gelegen dan 0,5 m beneden de gemiddelde grondwaterstand;

7.9

voor een bassin of silo geplaatst voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit geldt het gestelde in het voorgaande voorschrift niet;

7.10

gedurende de opslagperiode mag de inhoud van de opslagruimte niet in beweging worden gehouden, behoudens ten behoeve van menging gedurende korte tijd voor de lediging van opslagruimte;

7.11

een niet overkapt bassin of silo mag niet verder gevuld zijn dan 0,25 m onder de rand;

7.12

bij het verwijderen van mest of gier mag de omgeving niet worden verontreinigd; transport van dunne mest of gier moet geschieden in gesloten tankwagens; vaste mest moet getransporteerd worden met behulp van daartoe geschikte transportmiddelen, die op correcte wijze zijn beladen;

7.13

het pneumatisch of mechanisch vullen van tankwagens voor het vervoer van dunne mest en gier, mag niet plaatsvinden tussen 19.00 en 07.00 uur;

7.14

in de inrichting mag geen mest worden verbrand of gedroogd;

7.15

voor bestaande melkrundveehouderijen is het voorschrift met betrekking tot spoel- en schrobwater van toepassing met ingang van drie jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit;

7.16

mest van pluimvee, geen dunne mest zijnde, moet worden opgevangen en bewaard binnen de gebouwen van de inrichting. Na elke opfok-, leg- of mestperiode moet de in de hokken gelegen mest direct worden afgevoerd uit de inrichting.

8. 8.1

De opslag van veevoeder de onderstaande voorschriften zijn van toepassing op een opslag van veevoederprodukten, anders dan in een torensilo;

6 -

8.2

een kuilvoeropslag van gras of snijmais, die reeds aanwezig was vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, moet uiterlijk 3 jaar na deze datum zijn gelegen op tenminste 25 meter afstand van een woning van derden of een gevoelig object; het voorgaande is niet van toepassing, wanneer verplaatsing van de kuilvoeropslag het in werking houden van de melkveehouderij onmogelijk maakt of onnodig beperkt; in dat geval kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen, inhoudende het voldoen aan kortere afstanden, dan hiervoor genoemd;

8.3

indien een kuilvoeropslag van gras of snijmais, of een opslag van voederprodukten met een droge stofgehalte, lager dan 60%, niet zijnde knol- of wortelgewassen of fruit, op minder dan 50 meter afstand gelegen is van een woning van derden of een gevoelig object, moet deze blijvend zijn afgedekt met een kunststoffolie, behoudens tijdens het uithalen van het produkt; bij een kuilvoeropslag mag de afdekking aan de zijde, waar zelfvoedering plaatsvindt, ontbreken; eventuele beschadigingen aan het afdekfolie moeten zo spoedig mogelijk worden gerepareerd;

8.4

onverminderd het gestelde in het voorgaande voorschrift moeten bij kuilvoeropslagen van gras, die zijn gelegen op minder dan 50 m afstand van een woning van derden of een gevoelig object, de volgende maatregelen in acht worden genomen: 1. het uithalen van kuilvoer mag slechts geschieden vóór 12.00 uur; 2. het uitgehaalde kuilvoer moet direct in de stal, dan wel in een afgesloten ruimte geplaatst worden, of op zodanige wijze worden afgedekt, dat geen stankoverlast kan plaatsvinden; 3. direct na het uithalen van het kuilvoer moet de kuil door middel van kunststoffolie, vastgelegd met zogenaamde zandslurven, of een hieraan gelijkwaardige voorziening, toegedekt worden, zodat geen stankoverlast kan plaatsvinden; 4. eventuele restanten van het kuilvoer moeten direct van het terrein van de inrichting afgevoerd worden, dan wel op zodanige wijze worden opgeslagen, dat geen stankoverlast kan plaatsvinden; het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen, inhoudende andere eisen, dan genoemd onder 1 t/m 4, die uit het oogpunt van het voorkomen en beperken van stankhinder gelijkwaardig zijn;

8.5

voor een kuilvoeropslag van gras als bedoeld in het voorgaande voorschrift, behoeven de maatregelen, genoemd onder punt 1 tot en met 4 van dit voorschrift, niet in acht te worden genomen, indien: 1. de kuilvoeropslag is gelegen op ten minste 25 meter afstand van een woning van derden of een gevoelig object; 2. een analyserapport van de betreffende kuil overgelegd kan worden waaruit blijkt, dat de kuil geen stankhinder kan veroorzaken, hetgeen het geval is bij een droge stofgehalte, hoger dan 30% en een boterzuurgehalte in de droge stof lager dan 2,5%, danwel bij een droge stofgehalte hoger dan 30% en een ammoniakfractie, lager dan 25; de monstername en analyses (droge stofgehalte en boterzuurgehalte of ammoniakfractie) moeten tenminste 4 weken na het inkuilen zijn verricht door de Stichting Bedrijfslaboratorium voor Grond- en Gewasonderzoek te Oosterbeek of de Stichting Bedrijfslaboratorium voor Gewasonderzoek te Leeuwarden.

7 -

9. 9.1

Brandpreventie in de hooi- en/of stro-opslag en in de veestallen mag geen open vuur aanwezig zijn en de verlichting mag uitsluitend geschieden door middel van elektrisch licht;

9.2

op de of nabij de op de bij de vergunning behorende tekening met rood aangegeven plaatsen, dient een draagbare poederblusser aanwezig te zijn; de vulling dient tenminste gelijk te zijn aan het cijfer naast het op tekening aangegeven symbool;

9.3

brandblusmiddelen moeten steeds voor onmiddellijk gebruik beschikbaar zijn en onbelemmerd kunnen worden bereikt; draagbare blustoestellen en slanghaspels moeten jaarlijks door een daartoe door Burgemeester en Wethouders bevoegd te achten deskundige worden gecontroleerd op hun deugdelijkheid; het onderhoud van kleine brandblusmiddelen moet overeenkomstig NEN 2559 geschieden; van elke uitgevoerde controle moet aantekening worden gemaakt op een bij het apparaat aanwezige, direct zichtbare, registratiekaart;

9.4

draagbare blustoestellen moeten zijn voorzien van een rijkskeurmerk met een rangnummer; slanghaspels moeten voldoen aan NEN 3211

10.

Bovengrondse opslag van dieselolie in stalen tanks voor K2 en K3-vloeistoffen met een inhoud van 200 liter tot maximaal 2.000 liter In de tank mag slechts een brandbare vloeistof worden opgeslagen, waarvan het vlampunt hoger dan 21° C is gelegen;

10.1 10.2

de stijfheid en sterkte van de tank moeten voldoende zijn om schadelijke vervorming, als gevolg van overdruk bij vulling of overvulling, te voorkomen, terwijl de dichtheid onder alle omstandigheden moet zijn verzekerd;

10.3

de ondersteunende constructie van de tank moet uit onbrandbaar materiaal bestaan; op plaatsen, waar kans op verzakking bestaat, dient een doelmatige fundatie te worden aangebracht;

10.4

de tank moet tenminste 3 meter van een bewaarplaats van brandgevaarlijke stoffen zijn verwijderd; de afstand tussen de tank en de erfscheiding moet tenminste 3 meter bedragen;

10.5

de tank moet zijn voorzien van een ontluchtingsleiding, met een inwendig middellijn van tenminste 30 mm, de ontluchtingspijp moet tegen inregenen zijn beschermd;

10.6

indien een vloeistofstandaanwijzer of peilinrichting is aangebracht, moet deze zodanig zijn ingericht, dat het uitstromen van vloeistof uit de tank, ook door verkeerde werking of door breuk, onmogelijk is;

10.7

In elke aansluiting op de tank beneden het hoogste niveau, moet zo dicht mogelijk bij de tankwand een metalen afsluiter zijn geplaatst; deze moet zodanig zijn uitgevoerd, dat duidelijk is te zien of de afsluiter is geopend, dan wel is gesloten;

8 -

10.8

het uitwendige van de tank moet afdoende tegen corrosie zijn beschermd, bijvoorbeeld door een oppervlaktebehandeling en het direct daarna aanbrengen van een doelmatige verf;

10.9

de tank moet zijn omgeven door een vloeistofdichte omwalling of muur van zodanige hoogte, dat een vloeistofdichte bak ontstaat met een inhoud, tenminste gelijk aan de inhoud van de tank; deze omwalling of muur moet voldoende sterk zijn om weerstand te kunnen bieden aan de als gevolg van een lekkage optredende vloeistofdruk;

10.10 de bodem binnen de omwalling of muur, moet vloeistofdicht zijn; 10.11 boven de vloeistofdichte bak moet een afdak zijn aangebracht en wel zodanig, dat geen hemelwater in de bak kan komen; 10.12 de gehele installatie van de tank en de leidingen moet vloeistofdicht zijn; 10.13 bij het vullen van of het tappen uit de tank dient morsen te worden voorkomen; 10.14 de tank mag slechts voor 95% worden gevuld; 10.15 onmiddellijk nadat de vloeistof in de tank is overgebracht en de losslang is afgekoppeld, moet de vulstomp met een goed sluitende dop worden afgesloten; 10.16 de omgeving van de tank moet vrij van brandgevaarlijke stoffen worden gehouden; de begroeiïng in de omgeving van de tank moet kort worden gehouden; 10.17 de handpomp op de tank moet zodanig zijn ingericht, dat slechts gedurende een daartoe strekkende opzettelijke bediening, vloeistof uit de pomp kan stromen; 10.18 de pomp mag niet door onbevoegden in werking kunnen worden gebracht; 10.19 vloeistof, die zich na het pompen nog in de slang bevindt, moet worden opgevangen; 10.20 nabij de pomp moet voor het blussen van brand een poederblusser met een vulling van tenminste 5 kg aanwezig zijn. 11. 11.1

Voorschriften behorende bij de opslag van 20 ton kunstmest in een silo. de opslag moet geschieden in een uitsluitend voor dit doel bestemde silo; brandbare gevaarlijke en ontplofbare stoffen mogen niet aanwezig zijn in de silo;

9

-

11.2

in de silo mag, overeenkomstig de aanvraag niet meer dan 20.000 kg nitraathoudende meststoffen van het type C worden opgeslagen;

11.3

de afstand van de silo tot andere opslagen van brandbare en gevaarlijke stoffen, moet tenminste 10 m bedragen;

11.4

binnen een afstand van 3 m van de silo mogen geen goederen of stoffen aanwezig zijn met uitzondering van materialen en apparatuur, welke noodzakelijk zijn voor ongevalsbestrijding; de silo moet vanuit verschillende richtingen en onder alle weersomstandigheden met voertuigen bereikbaar zijn voor ongevalsbestrijding;

11.5

de silo moet zijn vervaardigd van kunststof of metaal en konstruktief voldoende sterk zijn uitgevoerd;

11.6

de silo moet in de open lucht zijn opgesteld en van een zonreflekterende laag zijn voorzien;

11.7

de silo moet zijn voorzien van een ontluchting met een voldoende grote diameter, zodanig dat bij aftappen geen onderdruk in de silo kan ontstaan;

11. 8

binnen een afstand van 3 m van de silo mag geen ander kunstlicht worden gebruikt dan elektrisch licht; de elektrische installatie moet voldoen aan de voorschriften, zoals aangegeven in de norm NEN 1010 (uitgave 1962) met de aanvullende voorschriften voor installaties in vochtige ruimten en ruimten met bijtende gassen, dampen of stoffen, zoals vermeld in hoofdstuk XIII; verplaatsbare elektrische toestellen en motoren mogen binnen een afstand van 3 m van de silo niet worden gebruikt met uitzondering van handlampen met een eigen stroombron of handlampen, die gevoed worden met een 24 Volts stroombron; de gebruikte handlampen moeten zijn voorzien van een deugdelijk schutglas en schutkorf;

11.9

binnen een afstand van 5 m tot de silo is roken en open vuur verboden; op de silo moet duidelijk leesbaar zijn aangegeven: "Roken en open vuur verboden" "Brand onmiddellijk melden"; indien voor het verrichten van werkzaamheden het gebruik van open vuur noodzakelijk is, is dit slechts toegestaan, indien hiervoor door of namens de bedrijfsleiding een schriftelijke vergunning is verleend en eerst nadat de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen zijn getroffen;

11.10 vastopgestelde transportbanden en dergelijke moeten voorzover zij met de meststoffen in kontakt kunnen komen van moeilijk ontvlambaar materiaal zijn vervaardigd; draaiende delen van transporteurs en dergelijke moeten regelmatig worden schoongehouden;

10

-

11.11 op een gemakkelijk bereikbare plaats in de onmiddellijke

nabijheid van de silo moet blusmateriaal aanwezig zijn, dat een krachtige waterstraal op plaatsen waar de silo is opgesteld, kan brengen.

970

t

+ 76

i.2coo 975

70

+

0d

1 \

g

l f)

'/

BIJLAGE 10: Onafhankelijkheidsverklaring

Onafhankelijkheidsverklaring Kwaliteit: De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Montferland Milieu B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRLSIKB 2000. Montferland Milieu B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). Onafhankelijkheid: Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren.

Projectnaam: Projectnummer: Erkende veldwerker van:

Aladnaweg 7 te Aalten MM22034 Montferland Milieu B.V.

Bij het onderzoek zijn de volgende protocollen gevolgd: Plaatsen van handboringen en peilbuizen (protocol 2001) Nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (protocol 2018)

Datum uitvoering 2001:

09-03-2022

Datum uitvoering 2002:

22-03-2022

Datum uitvoering 2018:

-

Ja Ja Nee

Onafhankelijkheidsverklaring: Montferland Milieu B.V. verklaart dat het veldwerk ten behoeve van bovengenoemd project onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarin genoemde NEN-normen.

BIJLAGE 11: Toegepaste normen

Toegepaste normen NEN 5104 NEN 5707

Geotechniek Asbest

NEN 5709

Bodem

NEN 5720

Waterbodem

NEN 5725

Bodem

NEN 5740 NPR 5741

Bodem Bodem

NPR 6616 NEN 5717

Water en slib Waterbodem

NEN 5742

Bodem

NEN 5743

Bodem

NEN 5744

Bodem

NEN 5745

Bodem

NEN 5120

Geotechniek

NEN 5751

Bodem

NEN 5733 NEN 5766

Bodem Bodem

NEN 5861 NEN-EN-ISO 56673

Milieu Water

NEN 5897

Asbest

NEN-ISO 7888 SIKB protocol 2001

Water Milieu

SIKB protocol 2002 SIKB protocol 2003 SIKB protocol 2018

Water Waterbodem Asbest

Classificatie van onverharde grondmonsters Bodem- Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem Monstervoorbehandeling voor de bepaling van organische en anorganische parameters in grond Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek Richtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, orienterend en naderonderzoek Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek Routinebepaling van de pH Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische Verbindingen en fysisch/chemische bodemkenmerken. Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch/chemische eigenschappen Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. Bepaling van stijghoogten van grondwater door middel van peilbuizen. Voorbereiding van het monster voor fysisch-chemische analyses Bepaling van de korrelgrootte m.b.v.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=bd4ccf6f-14dd-4bdb-bbd9-d139237a9f5a