Landelijk gebied, herziening 2020 - deel 1.pdf
Tekst van het document
18.3
Handhaving van het plan
Het ontwikkelen van beleid en de vertaling hiervan in een bestemmingsplan heeft weinig zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan de regels van het plan niet gehandhaafd (kunnen) worden. Daarom is het belangrijk al tijdens het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de opgestelde regels. Hierbij is een aantal punten in het bijzonder van belang: 1. Voldoende kenbaarheid van en draagvlak voor het bestemmingsplan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden, indien het beleid en de regeling in grote kring ondersteund wordt door de gebruikers van het bestemmingsplan. Een algemene positieve benadering van het bestemmingsplan is om die reden wenselijk. Uiteraard zal niet iedereen zich kunnen vinden in elk onderdeel van het plan. 2. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient inzichtelijk en realistisch te zijn. Dat wil zeggen, dat het plan niet onnodig beperkend of inflexibel dient te zijn. De regels dienen niet meer, maar ook niet minder te regelen dan noodzakelijk is. 3. Actief handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle op de feitelijke situatie in het plangebied.
Indien de regels worden overtreden moeten adequate maatregelen worden getroffen. Indien dit wordt nagelaten ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid.
18.4
Retrospectieve toets
18.4.1 Algemeen Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Deze situatie kan gaandeweg de planperiode wijzigen, bijvoorbeeld door veranderd stedenbouwkundig inzicht, functiewijziging en/of veranderingen in gebruik. Ook ruimtelijke ontwikkelingen en vernieuwing van onder andere ruimtelijk, economisch, verkeerskundig en milieubeleid dragen bij aan de veroudering van geldende bestemmingsplannen. Om recht te doen aan een goede ruimtelijke ordening binnen het plangebied wordt daarom
Landelijk gebied, herziening 2020
NL.IMRO.0197.BP00102-VG01
vastgesteld
52
aangegeven in welke situaties de bestemming wordt gekozen gelijk aan de oude bestemming (na strijdige situatie te hebben gewraakt) en in welke situaties een nieuwe bestemming wordt gegeven (positief bestemmen), waarmee de strijdige situatie wordt gelegaliseerd. Daarnaast wordt, indien van toepassing, aangegeven wanneer een strijdige situatie onder het overgangsrecht wordt gebracht. 18.4.2 Retrospectieve toets ten behoeve van dit plan Er worden in dit geval geen met het geldende bestemmingsplan strijdige situaties gelegaliseerd en evenmin worden er zaken onder het overgangsrecht gebracht. Voor al de gevallen geldt dat voor de betreffende locaties een toegesneden bestemming wordt toegekend met het oog op de reeds bestaande dan wel gewenste toekomstig situatie, die uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar wordt geacht.
Landelijk gebied, herziening 2020
NL.IMRO.0197.BP00102-VG01
vastgesteld
53
Landelijk gebied, herziening 2020
NL.IMRO.0197.BP00102-VG01
vastgesteld
54
Bijlagen
Landelijk gebied, herziening 2020
NL.IMRO.0197.BP00102-VG01
vastgesteld
55
Landelijk gebied, herziening 2020
NL.IMRO.0197.BP00102-VG01
vastgesteld
56
Bijlage 1
Akkermateweg 13 Landschappelijke inpassing
Landelijk gebied, herziening 2020
NL.IMRO.0197.BP00102-VG01
vastgesteld
57
Landelijk gebied, herziening 2020
NL.IMRO.0197.BP00102-VG01
vastgesteld
64
Bijlage 2
Kappersweg 1, 1a en 3 Erfinpassing
Landelijk gebied, herziening 2020
NL.IMRO.0197.BP00102-VG01
vastgesteld
65
Landschappelijke inpassing KAPPERSWEG 1, 1A EN 3 7122 JJ AALTEN
Opdracht Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 in Aalten 4 juni 2020
Opdrachtgever Familie Navis Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
Opdrachtnemer Locis Adviseurs Leeuwerikstraat 33 a 7051 XD Varsseveld Opsteller: Drs. ing. Björn Domhof b.domhof@locisadviseurs.nl 0315-820100 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
1
INHOUDSOPGAVE 1
Algemene gegevens .............................................................................................................. 3 1.1 Initiatiefnemer en projectlocatie.......................................................................................... 3 1.2 Aanleiding en motivering ..................................................................................................... 3
2
Het plangebied ..................................................................................................................... 4 2.1 Situering en omgeving .......................................................................................................... 4 2.2 Het huidige erf ...................................................................................................................... 4 2.3 Bodem................................................................................................................................... 6 2.4 Landschap en omgeving ....................................................................................................... 6
3
Het initiatief ......................................................................................................................... 8 3.1 Overzicht ............................................................................................................................... 8
4
5
Landschappelijke inpassing ................................................................................................... 9 4.1
Algemeen ....................................................................................................................... 9
4.2
Inpassingsplan ............................................................................................................... 9
inrichting en Beheer ............................................................................................................ 11 5.1
Aanleg landschapselementen ...................................................................................... 11
5.2
Beheer landschapselementen ..................................................................................... 13
Bijlagen ...................................................................................................................................... 16
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
2
1 ALGEMENE GEGEVENS 1.1 Initiatiefnemer en projectlocatie Naam: Adres: Postcode / plaats:
Familie Navis Kappersweg 1, 1a en 3 7122 JJ Aalten
De projectlocatie is gelegen in het landelijk gebied van Aalten. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Aalten, sectie R, nummers 203, 1070, 1071, 1072, 1546 en 1547. In onderstaande afbeelding is een luchtfoto van de locatie in haar omgeving weergegeven.
Afbeelding 1: Luchtfoto projectlocatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.2 Aanleiding en motivering Initiatiefnemers hebben in het verleden deelgenomen aan de rood-voor-roodregeling, waarbij in ruil voor de sloop van schuren een nieuwe woning is gerealiseerd. Destijds is met onderling goedvinden een aantal schuren blijven staan. Nu is de behoefte ontstaan de nog bestaande oude stal te slopen. Daarmee ontstaat tevens de mogelijkheid de erven definitief goed te verkavelen en goed landschappelijk in te passen.
Afbeelding 2: luchtfoto huidige erf met te slopen stal (rood omcirkeld)
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
3
De gemeente Aalten heeft aangegeven dat zij onder voorwaardenwil meewerken. Naast een sloopopdracht, maakt onderhavig landschapsplan onderdeel uit van het initiatief. Dit rapport voorziet in het landschapsplan en dient als geheel te worden bezien met het integraal ingediende plan.
2 HET PLANGEBIED 2.1 Situering en omgeving De locatie is gelegen aan de Kappersweg 1, 1a en 3 in het buitengebied van Aalten. In noordelijk richting is op circa 700 meter het industrieterrein van Aalten gelegen.
Afbeelding 3: ligging van het initiatief omcirkeld in de omgeving (links). Rechts het huidige erf (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
2.2 Het huidige erf Het huidige erf is ontstaan nadat op deze voormalige agrarische bedrijfslocatie, in 2011 rood-voor-rood is toegepast. De toen aanwezige varkensstallen zijn gesloopt en daarvoor in plaats is Kappersweg 1a een nieuwe woning gebouwd. Eén van de varkensstallen is toentertijd blijven staan. De bebouwing bestaat op dit moment uit drie woonhuizen (met aangebouwd bijgebouw), een tweetal schuren (behorend bij Kappersweg 3) en zoals gezegd een oude varkensschuur. Het gezamenlijke erf is naar aanleiding van de functiewijziging gedeeltelijk voorzien van landschappelijke beplanting. Tussen de inritten naar de woningen Kappersweg 1 en 3 ligt een bestaand bosje (hemelwaterinfiltratie) met streekeigen beplanting (circa 750 m2). In het voorerfgebied van Kappersweg 1 en 1a staan enkele beeldbepalende zomereiken.
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
4
Afbeelding 4: zicht op Kappersweg 1 (rechts) en 1a (links) vanaf de Kappersweg vanuit westelijke richting.
Afbeelding 5: zicht op Kappersweg 3 vanaf de Kappersweg vanuit zuidelijke richting. Met centraal het bestaande bosje.
Voor een verdere foto impressie wordt verwezen naar bijlage 4, achter deze rapportage. Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
5
2.3 Bodem De planlocatie is gelegen op het dekzandruggencomplex; representatief lengteduin bestaande uit dekzand; bruine enkeerdgronden met verder veel aardkundige diversiteit. De gronden op deze locatie hebben een gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen 0,40 – 0,80 en 0,80 – 1,20 meter onder maaiveld (bron bodemkaart provincie Gelderland).
2.4 Landschap en omgeving Landschapsontwikkelingsplan Aalten De planlocatie aan de Kappersweg 1, 1a en 3 is gelegen binnen het landschapsensemble “Landschap van IJzerlo en de Aaltense Heurne” (zie afbeelding 6).
Afbeelding 6: de ligging van de planlocatie binnen deelgebied " Landschap van de mensen in IJzerlo en de Aaltense Heurne " (Landschapsontwikkelingsplan Aalten).
Het landschapsensemble IJzerlo en de Aaltense Heurne ligt op de rand van het Oost-Nederlands Plateau. Dit landschap kenmerkt zich door een lange dekzandrug in zuidwestelijke- noordoostelijke richting. Binnen dit landschapsensemble is de planlocatie gelegen in het deelgebied Aaltense Heurne. Dit is een gebied op de plateaurand met fraaie essen en bosjes. Een deel van deze zone is ook deel van de rand van Aalten-zuid en overgang naar het Aaltense broek. Binnen het deelgebied Aaltense Heurne geldt het motto “geef de ecologische verbindingszone vorm met esrandbeplanting van akkermanshout en elzensingels langs de sloten en beken”.
Historisch landschap In de navolgende figuren 7 tot en met 10 is de ontwikkeling van het plangebied en de ligging daarvan binnen het omliggende landschap in de tijd weergegeven tussen 1890 tot 2018.
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
6
Afbeeldingen 7 en 8: links de ligging van de planlocatie in het historische landschap, circa 1890. Rechts de ligging in het landschap rond 1930 (bron, kadaster, topotijdreis).
Afbeeldingen 9 en 10: links de ligging van de planlocatie in het historische landschap, circa 1956. Rechts de ligging in het huidige landschap (bron, kadaster, topotijdreis).
Huidig landschap Zoals duidelijk blijkt uit de afbeeldingen 7 tot en met 10 het oorspronkelijke kleinschalige essenlandschap drastisch veranderd. Door samenvoegen van meerdere percelen is de toenmalige kavelbeplanting verwijderd en zijn de gronden in dit gebied verder ontwaterd, zodat deze beter benut konden worden. Het oorspronkelijke kleinschalige essenlandschap is nu opener en bestaat merendeels uit grootschalige agrarische percelen. De aanwezige landschappelijke beplanting in de omgeving bestaat uit houtwallen en gemengde bosjes. Langs de Kappersweg staan zomereiken.
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
7
3 HET INITIATIEF 3.1 Overzicht Zoals in paragraaf 1.2 beschreven wordt de nog bestaande oude stal gesloopt. Daarmee ontstaat de mogelijk het erf goed te verkavelen en tevens de mogelijkheid de erven definitief goed landschappelijk in te passen. In afbeelding 11 is de huidige bebouwing en verkaveling te zien.
Afbeelding 11: uitsnede van het vigerende bestemmingsplan met daarop de huidige verkaveling (ruimtelijkeplannen.nl)
In afbeelding 12 is de gewenste ervensituatie weergegeven met de gewenste verkaveling en (bij)gebouwen.
Afbeelding 12: Gewenste verkaveling en (bij)bouwen op het gezamenlijke erf. Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
8
4 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING 4.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een voorstel gedaan voor het landschappelijk inpassen in de omgeving van het initiatief.
4.2
Inpassingsplan
De bestaande landschappelijke beplanting blijft in tact. Ten einde de gewenste erven, na de sloop van de resterende oude varkensstal, definitief in te passen, worden de volgende landschapselementen voorgesteld (zie tevens bijlage 1): 1. Het deels verplaatsen, aanvullen en versterken bestaande struweelhaag/ -singel met boomvormers (toekomstige overstaanders) (tussen nr. 1 en 1a en achterzijde nieuwe erf); 2. De aanleg van nieuwe brede houtsingel/ bosje (zuidwestelijke richting langs weg nr. 3); 3. De aanleg van een haagbeukenhaag (tussen nr. 1 en 3); 4. De aanplant van een rij knotwilgen langs erfgrens met Snijders Veerbeek.
Afbeelding 13: situatie met daarop de voorgestelde nieuwe landschappelijke inpassing.
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
9
1. Struweelhaag/ -singel Op dit moment staat er tussen Kappersweg nr. 1 en 1a een gedeeltelijke struweelhaag/ -singel (afbeelding 13, lichtgroen). Ook aan de oostzijde van het gezamenlijke erf is reeds het één en ander ingeplant. In de gewenst situatie is het, vanwege de sloop van de oude varkensschuur en herverkaveling van de percelen mogelijk om de bestaande elementen met elkaar te verbinden met nieuwe aanplant (afbeelding 13/ bijlage 1: donkergroen). De bestaande aanplant langs de zuidwestzijde van de grote schuur bij Kappersweg 3 (circa 100 m2) wordt weggehaald en ook bijgeplaatst in nieuwe structuur. Op de in de bijlage opgenomen situatietekening/ luchtfoto is onderscheid gemaakt tussen bestaand (lichtgroen) en nieuw (donkergroen). Deze groenstructuur wordt doorgetrokken langs achterzijde van de toekomstige eigendomsgrenzen tot aan de bestaande opgaande begroeiing langs de Snijders Veerbeek (zie afbeelding 13). In totaal wordt er in dit element circa 930 m2 nieuwe aanplant bij geplant. De voorgestelde struweelhaag/ houtsingel, met daarin besdragende struikvormers en boomvormende soorten als gewone es, zwarte els en wilde kers. Deze nieuwe structuur gaat zowel landschappelijk als ecologisch een waardevol lijnelement vormen. Deze struweelhaag/ houtsingel zal de oostelijk gelegen, vrij liggende es landschappelijk benadrukken.
Verder vormt dit lijnelement ook een verbinding met het erf. Daarnaast zorgt deze struweelhaag voor de nodige (wind)beschutting. 2. Brede singel/ bosje Aan de zuidwestzijde van het kavel van Kappersweg 3 wordt een forse houtsingel voorgesteld met besdragende struikvormers, maar ook boomvormers. Dit nieuwe element beslaat circa 470 m2 en sluit mooi aan op het bestaande bosje tussen Kappersweg 1 en 3. De aanleg van de voorgestelde brede houtsingel/ bosje, langs de zuidwestzijde van de huiskavel van Kappersweg 3, vormt zowel landschappelijk als ecologisch een verbinding tussen de bestaande landschapselementen in de omgeving (overzijde van de Kappersweg). 3. Haag van haagbeuken De aan te planten haag van haagbeuken (Carpinus betulus), vormt een ruimtelijke scheiding tussen het achtererfgebied van nr. 1 en 3.
4. Aanplant van een rij knotwilgen De Snijders Veerbeek wordt in het landschap gemarkeerd door opgaande begroeiing. Ter hoogte van de planlocatie wordt deze begroeiing onderbroken. Initiatiefnemer wil zodoende voorstellen de bestaande onderbreking aan opgaande begroeiing langs de Snijders Veerbeek op te heffen door de aanplant van knotwilgen. Een gehele houtsingel zou de woning op Kappersweg 1a in principe volledig “opsluiten” en wordt daarmee als te belemmerend gezien. Een rij knotwilgen voorziet in de landschappelijke en ecologische verbinding van de bestaande opgaande begroeiing langs de Snijders Veerbeek en behoud daarnaast de nodige transparantie vanaf het erf naar de omgeving.
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
10
5 INRICHTING EN BEHEER Om het gewenste eindbeeld te bereiken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen nodig (zie paragraaf 5.1). Daarnaast zullen de nodige onderhouds- en beheersmaatregelen getroffen moeten worden (zie paragraaf 5.2).
5.1
Aanleg landschapselementen
In het voorgaande hoofdstuk worden de volgende aan te vullen en aan te planten elementen voorgesteld: 1. 2. 3. 4.
Het deels verplaatsen, aanvullen en versterken bestaande struweelhaag/ -singel (tussen nr. 1 en 1a en achterzijde erf); De aanleg van nieuwe brede houtsingel/ bosje (zuidwestelijke richting langs weg nr. 3); De aanleg van een haagbeukenhaag (tussen nr. 1 en 3). De aanplant van een rij knotwilgen langs erfgrens met Snijders Veerbeek.
1. Struweelhaag/ -singel De aan te planten/ aan te vullen struweelhaag bestaat uit 3 rijen gemengde streekeigen beplanting. Deze rijen worden in zogenaamd 3-hoeksverband op een onderlinge afstand van 1,5 meter geplant (zie afbeelding 13). De voorgestelde soorten kunnen zijn: kardinaalsmuts (struik), hondsroos (struik), veldesdoorn (struik), meidoorn (struik), gelderse roos (struik) en sprokehout (struik). Daarnaast wordt bijgemengd met boomvormende soorten als gewone es, zwarte els en wilde kers. Dit plantmateriaal kan in zogenaamd 2- tot 3-jarig bosplantsoen-formaat (circa 0,6 - 0,8 meter) worden geplant. De aanplant van bosplantsoen van dit formaat verhoogd de kans op het aanslaan van het plantgoed. 2. Brede houtsingel/ bosje Naast de struikvormende soorten, kardinaalsmuts, hondsroos, veldesdoorn, meidoorn, gelderse roos en sprokehout, worden in dit element ook boomvormers bijgemengd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan berk, gewone es en wilde kers. Over een oppervlakte van circa 470 m2, wordt het 2- tot 3 jarig bosplantsoen in 3-hoeksverband aan geplant. Daarbij worden steeds 3-5 planten van dezelfde soort bij elkaar gezet, zoals weergegeven in afbeelding 13.
Afbeelding 13: een nieuwe struweelhaag wordt in zgn. driehoek-verband geplant (bron St. Landschapsbeheer Gelderland).
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
11
3. Haag van haagbeuken In dit element worden de haagbeuken (Carpinus betulus) in een enkele, of voor een forser resultaat, eventueel in een dubbele rij op een onderlinge afstand van 0,5 meter geplant. 4. Knotwilgen Voor het planten van knotwilgen kunnen eenvoudig, zogenaamde wilgenstaken van circa 5 cm doorsnede worden gebruikt. Deze kunnen worden verkregen tijdens snoeiwerkzaamheden van knotwilgen in de buurt van de plantlocatie. Hiervoor worden relatief rechte wilgentakken met een lengte van circa 3 meter uitgezocht. Om de wortelvorming van de staak te bespoedigen kunnen er van het ondergrondse deel enkele repen schors worden geschild. De staken worden van hun zijtakken ontdaan en door middel van een grondboor op een diepte van circa 1 meter – maaiveld geplant. Als onderlinge plantafstand wordt 5 à 6 meter gehanteerd. Er worden zodoende circa 14 tot 16 knotwilgen geplant. Zodra er in het voorjaar nieuwe scheuten aan de staak groeien worden deze verwijderd. De bovenste scheuten blijven staan en gaan de kruin vormen.
Afbeelding 14: het planten van een wilgenstaak (bron St. Landschapsbeheer Gelderland)
Resume aanleg De aanleg van de voorgestelde landschapselementen kan plaatsvinden in het plantseizoen, dat globaal loopt van november tot en met maart.
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
12
5.2
Beheer landschapselementen
In deze paragraaf wordt puntsgewijs per voorgesteld landschapselement het benodigde beheer beschreven. Struweelhaag/ houtsingel Een aangeplante struweelhaag/ houtsingel kan het best worden beheerd door middel van zogenaamd hakhoutbeheer. Wordt dat niet gedaan dan ontstaat uiteindelijk, door onderlinge groei- en lichtconcurentie een “holle” struweelhaag/houtsingel met slechts enkele dominante soorten. Bij de inzet van hakhoutbeheer wordt (een gedeelte van, bijvoorbeeld per keer 1/3 van de totale lengte) de struweelhaag/houtsingel, afhankelijk van de groeisnelheid, eens in de circa 5 tot 10 jaar afgezet. Dit houdt in dat, alle aanwezige struiken, op een hoogte van 10-20 cm boven de grond worden afgezaagd. De achterblijvende stobben zullen het komend voorjaar uit zichzelf weer gaan uitlopen.
Afbeelding 15: verschil in leeftijdsopbouw van een struweelhaag waarop hakhoutbeheer wordt toegepast (bron St. Landschapsbeheer Gelderland).
Het dikke hout, dat vrijkomt bij het afzetten, kan worden afgevoerd als brandhout en het dunne tophout kan in takkenrillen (zie afbeelding 17) tussen de stobben worden gepakt. Hiermee wordt extra schuil- en foerageergelegenheid voor vogels en wild gecreëerd. Zorg er hierbij wel voor dat de afgezaagde stobben (welke weer uit moeten gaan lopen), voldoende licht krijgen. Brede houtsingel/ bosje Een houtsingel met struik- en boomvormers kan het best worden beheerd door zogenaamd hakhoutbeheer, evenals hiervoor beschreven bij de struweelhaag/-singel. Wordt dit niet gedaan dan zal ook hier uiteindelijk een “uitgehold” landschapselement ontstaan, dat vrijwel geen ecologische of landschappelijke waarde meer heeft. Door hakhoutbeheer toe te passen wordt dit voorkomen. Er ontstaat door deze manier van beheren een waardevol element met een gevarieerde leeftijdsopbouw en een grote soorten rijkdom (zie afbeelding 16).
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
13
Afbeelding 16: houtsingel met hakhoutbeheer (bron St. Landschapsbeheer Gelderland).
Bij het gefaseerd afzetten kan het dikkere hout worden afgevoerd als brandhout en het dunnere tophout kan worden verwerkt in takkenrillen (zie afbeelding 17) en tussen de stobben worden gepakt. Hiermee wordt extra schuil- en foerageergelegenheid voor vogels en wild gecreëerd. De afgezaagde stobben dienen hierbij voldoende licht krijgen.
Afbeelding 17: voorbeeld van een takkenril (bron St. Landschapsbeheer Gelderland)
Haag van haagbeuken Een haag/ heb van haagbeuken wordt onderhouden als een strak lijnvormig element en wordt daartoe gedurende het groeiseizoen 1 tot 2 keer gesnoeid. Dit kan zowel met handgereedschap als mechanisch.
Knotwilgen Knotwilgen kunnen, afhankelijk van de groeisnelheid, eens in de 4 tot 6 jaar in de winterperiode worden geknot. Daarbij worden alle aanwezige takken op de kruin, op enkele centimeters van de stam, afgezaagd. Het vrijkomende dikke hout kan als brandhout worden afgevoerd. Het dunnere takhout kan in een takkenril worden verwerkt (zie afbeelding 17).
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
14
Afbeelding 18: het knotten van wilgen (bron: internet)
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
15
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.
Beoogde verkaveling, (bij)gebouwen en voorgestelde inpassing (schaal 1:1.000); Beoogde verkaveling, (bij)gebouwen + maten (schaal 1:1.000); Luchtfoto met bestaande en gewenste situatie met verkaveling en landschappelijke inpassing (schaal 1:1.000); Foto impressie bestaande situatie.
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
16
Bijlage 1.
Beoogde verkaveling, (bij)gebouwen en voorgestelde inpassing (schaal 1:1.000);
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
17
Bijlage 2.
Beoogde verkaveling, (bij)gebouwen + maten (schaal 1:1.000);
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
18
Bijlage 3. Luchtfoto met bestaande en gewenste situatie met verkaveling en landschappelijke inpassing (schaal 1:1.000);
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
19
Bijlage 4.
Foto impressie bestaande situatie.
2
5
Positie foto’s, nummers overeenkomend met 6 foto’s volgende pagina.
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
20
Landschappelijke inpassing Kappersweg 1, 1a en 3 te Aalten
21
Bijlage 3
Lage Heurnseweg 22 Landschapsplan
Landelijk gebied, herziening 2020
NL.IMRO.0197.BP00102-VG01
vastgesteld
89
Landelijk gebied, herziening 2020
NL.IMRO.0197.BP00102-VG01
vastgesteld
92
Bijlage 4
Straksweg 3 Bodemrapportage
Landelijk gebied, herziening 2020
NL.IMRO.0197.BP00102-VG01
vastgesteld
93
2020 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Straksweg 3 te Aalten
MM20029 Montferland Milieu B.V. 6-7-2020
Montferland Milieu B.V. Lindestraat 11 7039 AW Stokkum (Gld) Tel: 0314-640414 info@montferlandmilieu.nl www.montferlandmilieu.nl
TITELBLAD
Projectnaam
Straksweg 3 te Aalten
Projectnummer
MM20029
Adres
Straksweg 3
Postcode en plaats
Aanleiding
Versienummer
7122 RC Aalten
Bestemmingsplanwijziging
1
Status
Definitief
Datum
6 juli 2020
Plaats
Stokkum
Opsteller
Montferland Milieu B.V.
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ................................................................................................................................................................ 3 1.1
Achtergrond .................................................................................................................................................... 3
1.2
Kwaliteit.......................................................................................................................................................... 3
1.3
Betrouwbaarheid ............................................................................................................................................ 3
1.4
Onafhankelijkheid ........................................................................................................................................... 3
1.5
Leeswijzer ....................................................................................................................................................... 3
2.
VOORONDERZOEK .................................................................................................................................................... 4 2.1
Geraadpleegde bronnen .................................................................................................................................. 4
2.2
Huidige situatie ............................................................................................................................................... 4
2.3
Historie ........................................................................................................................................................... 5
2.4
Asbest ............................................................................................................................................................. 6
2.5
Voorgaande onderzoeken................................................................................................................................ 6
2.6
Geohydrologie ................................................................................................................................................ 6
2.7
Locatie inspectie ............................................................................................................................................. 7
2.8
Conclusie vooronderzoek ................................................................................................................................ 7
3.
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET ......................................................................................................................... 8 3.1
Verkennend bodemonderzoek......................................................................................................................... 8
3.2
Verkennend asbestonderzoek.......................................................................................................................... 8
4.
RESULTATEN ............................................................................................................................................................ 9 4.1
Visuele inspectie maaiveld............................................................................................................................... 9
4.2
Uitvoering veldwerk ........................................................................................................................................ 9
4.3
Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses .................................................................................. 10
4.4
Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek ....................................................................... 11
4.5
Interpretatie analyseresultaten verkennend asbestonderzoek........................................................................ 11
5.
CONCLUSIE............................................................................................................................................................. 12 5.1
Algemeen...................................................................................................................................................... 12
5.2
Conclusie en aanbevelingen........................................................................................................................... 12
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12 BIJLAGE 13
Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening met monsternamepunten Boorbeschrijvingen Analysecertificaten grond Analysecertificaten asbest Analysecertificaten grondwater Toetsingstabellen Projectfoto's Informatie vooronderzoek Onafhankelijkheidsverklaring Toegepaste normen Toelichting toetsingkader
1.
INLEIDING
1.1 Achtergrond In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek verricht aan de Straksweg 3 te Aalten (gemeente Aalten). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. Het onderzoek heeft tot doel vaststellen of er een grond- of grondwaterverontreiniging aanwezig is, welke mogelijk een belemmering kan vormen. 1.2 Kwaliteit De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Montferland Milieu B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Montferland Milieu B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). De grond- en grondwatermonsters zijn (voor)behandeld door middel van de AS3000-methode in het door de Raad voor Accreditatie erkende laboratorium Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. 1.3 Betrouwbaarheid Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5740 (NEN5740:2009+A1:2016 nl ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’).
Het vooronderzoek, dat parallel loopt aan deze norm, is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5725 (NEN 5725:2017 nl 'Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek'). Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. 1.4 Onafhankelijkheid Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. De onafhankelijkheidsverklaring van het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in bijlage 11. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door erkende medewerker van Montferland Milieu B.V. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de voorinformatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 de hypothese gedefinieerd en is de onderzoeksopzet vastgesteld. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het onderzoek. Ten slotte zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.
MM20029
3
2.
VOORONDERZOEK
2.1 Geraadpleegde bronnen Voor aanvang van het bodemonderzoek zijn de (historische) gegevens, die relevant zijn voor het onderzoek, verzameld. In bijlage 10 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de opdrachtgever informatie van de gemeente/omgevingsdienst informatie uit het provinciaal informatiesysteem informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website bodemloket.nl informatie van de website ruimtelijkeplannen.nl informatie van de website Dinoloket.nl locatie inspectie 2.2 Huidige situatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Straksweg 3 te Aalten (gemeente Aalten). De locatie is kadastraal bekend als gemeente ATN02, sectie N, nummer 122. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 5.250 m2. In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening met monsternamepunten weergegeven. De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Aalten. De onderzoekslocatie bestaat in de huidige situatie uit een agrarisch perceel, er bevindt zich een woning en bijgebouwen op de locatie. De initiatiefnemer is voornemens drie bijgebouwen te slopen en de bestemming te wijzigen naar “wonen”.
Figuur 1: Weergave ruimtelijkeplannen.nl
MM20029
Figuur 2: Weergave huidige situatie
4
2.3 Historie Informatie van de gemeente/omgevingsdienst In het verleden heeft er een bovengrondse dieseltank (500 l) op de onderzoekslocatie gestaan. De tank is in de huidige situatie niet langer aanwezig. Op de locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten voorgedaan. Informatie van de opdrachtgever Ter plaatse van de vml. bovengrondse dieseltank staat momenteel een vrij nieuwe kapschuur. De bodem is tijdens de bouw afgegraven en aangevuld met schoon zand. Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat de onderzoekslocatie al voor 1900 bebouwd is geraakt. De historische kaarten uit 1900 en 1950 zijn enigszins verschoven en geven geen goed beeld van de locatie.
Figuur 3: Historische kaart (1900)
Figuur 4: Historische kaart (1950)
Figuur 5: Historische kaart (1990)
Figuur 6: Historische kaart (2010)
Informatie van de website bodemloket.nl Uit informatie van het bodemloket blijkt dat er historische activiteiten bekend zijn die van invloed kunnen zijn op de onderzoeksstrategie.
Figuur 7: Weergave bodemloket.nl
MM20029
5
2.4 Asbest Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland is de locatie verdacht (rood) op het voorkomen van asbesthoudende dakplaten.
Figuur 8: Weergave asbestdakenkaart 2.5 Voorgaande onderzoeken Op en in de nabije omgeving van de onderzoekslocatie hebben voorzover bekend geen voorgaande bodemonderzoeken plaatsgevonden.
Figuur 9: Weergave bodemonderzoeken
Figuur 10: Weergave verontreinigingcontouren
2.6 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland op een hoogte van circa 20,6 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 20,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 0,6 m-mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting westelijk is gericht. De lokale grondwaterstromingsrichting kan plaatselijk worden beïnvloed door sloten, beken, rivieren, rioleringen, onttrekkingen e.d..
Figuur 11: Weergave AHN
MM20029
Figuur 12: Weergave grondwaterstromingsrichting
6
2.7 Locatie inspectie De drie te slopen bijgebouwen hebben asbesthoudende golfplaten. De platen zijn voor zover waarneembaar beschadigd. Het regenwater wordt niet opgevangen door dakgoten. Hierdoor is de besmetting ter plaatse van de onverharde afwateringszone zeer groot. Zie de hieronder weergegeven foto´s van de aanwezige bebouwing. Bij de locatie inspectie is een opstelplaats van landbouwwerktuigen waargenomen. De werktuigen staan niet op een vloeistofkerende vloer. Hierdoor is de bodem verdacht op het voorkomen van bodemverontreinigingen. Het terrein is gedeeltelijk verhard met klinkers. Het terrein is niet opgehoogd.
Figuur 13: Aanwezige onverharde afwateringzone
Figuur 14: Opstelplaats landbouwwerktuigen
2.8 Conclusie vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek is gebleken dat er op de onderzoekslocatie meerdere verdachte deellocaties aanwezig zijn. De verdachte deellocaties zijn hieronder weergegeven: ▪ Druppelzones ▪ Opstelplaats landbouwwerktuigen ▪ ¹⁾Erfverharding Het onderzoek richt zich op de bovengenoemde verdachte deellocaties. Het overig terrein kan op basis van het vooronderzoek als onverdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging worden beschouwd. ¹⁾Gezien de verwachtingskans op het voorkomen van asbest in puinverharding onder de aanwezige klinkerverharding. Zullen er inspectieboringen worden verricht ter plaatse van de klinkerverharding. Indien er puin wordt aangetroffen, zal er tevens een verkennend asbestonderzoek worden uitgevoerd.
MM20029
7