Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC.pdf
Tekst van het document
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot dit herstelbesluit 1.2 Begrenzing plangebied
7 7 9
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie, beschrijving van het gebied en verantwoording van omgevingsonderzoeken 2.1 Ganzenpoelendijk (ong.) 2.2 Nationaal Landschap 2.3 Historische ontwikkeling van het gebied 2.4 Omgevingsonderzoeken 2.5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 2.6 Aanvraag omgevingsvergunning
13 13 15 20 23 28 29
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18 Bijlage 19 Bijlage 20 Bijlage 21 Bijlage 22 Bijlage 23 Bijlage 24
31 33 77 85 119 147 165 279 363 393 401 409 417 429 435 439 449 451 453 455 457 459 509 511 519
Uitspraak Raad van State 10 januari 2018 Uitspraak Raad van State 6 november 2019 Uitspraak Raad van State 4 maart 2020 Ruimtelijke onderbouwing Erfinpassingsplan memo Akoestisch onderzoek Bodemonderzoek Quickscan natuurwaarden Onderzoek alternatieve locaties Buurtconsultatie Aerius bijlage Aerius bijlage bouw- en sloopfase Toelichting op de stikstofparagraaf Advies provincie Gelderland Aanvraagformulier Bestaande situtatie Nieuwbouw clubhuis Quickscan Natuurwaarden Landschappelijke inpassing Huisregels Handleiding kachel Stikstof Aeriusberekening Ontwerp van het besluit
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
3
Regels
525
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
527 527
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
529
Artikel 2 Artikel 3
Agrarisch met waarden Sport
529 530
Hoofdstuk 3
Algemene regels
533
Hoofdstuk 4 Artikel 4 Artikel 5
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
535 535 536
Bijlagen bij regels
537
Bijlage 1
Landschappelijk inpassing
538
Bijlage 2
Huisregels clubhuis BMC
554
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
4
Toelichting
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
5
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
6
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding tot dit herstelbesluit
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij uitspraak van 10 januari 2018, nr. 201603579/1/R/1 (zie Bijlage Uitspraak Raad van State 10 januari 2018), enkele plandelen uit het bestemmingsplan Landelijk gebied 2015' vernietigd, te weten en voor zover voor dit herstelbesluit van belang: het plandeel met de bestemming 'Sport' en de aanduing 'specifieke vorm van sport - motortoerclub' ter plaatse van het perceel Ganzenpoelendijk, ongenummerd. Uit deze uitspraak volgen voor dit project de belangrijkste rechtsoverwegingen: 24.2. Vaststaat dat het perceel van het voorziene motorclubhuis in de provinciale omgevingsverordening is aangewezen als Nationaal Landschap. Artikel 2.7.4.2 van de Omgevingsverordening luidt: "1. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap en buiten de GO, het GNN en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van de verordening geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten of versterken. Deze kernkwaliteiten zijn vastgelegd in bijlage 5 Kernkwaliteiten Nationale Landschappen van deze verordening. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zijn activiteiten die afbreuk doen aan de kernkwaliteiten of deze kernkwaliteiten niet versterken mogelijk: a. als er geen reële alternatieven zijn; b.
er sprake is van redenen van groot openbaar belang; en c. er compenserende maatregelen worden getroffen ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage 5 Kernkwaliteiten Nationale Landschappen. [...]." 24.3. Het ontwerpbestemmingsplan voorzag niet in het motorclubhuis. Naar aanleiding van de zienswijze van BMC heeft de raad door het aannemen van een amendement bij de vaststelling van het plan in het motorclubhuis voorzien. Het motorclubhuis wordt in de plantoelichting niet vermeld. De onderbouwing van het motorclubhuis is opgenomen in de toelichting bij het amendement. In deze toelichting staat dat een clubhuis ter plaatse acceptabel is en er geen burgerwoningen van derden in de directe omgeving zijn gelegen. De eigenaar van het tegenover het perceel gelegen tuincentrum kan met het plan instemmen, de locatie is gelegen aan de rand van de bebouwde kom en is goed ontsloten en bijzondere landschapswaarden zijn op deze locatie niet aan de orde. 24.4. Uit de toelichting bij het amendement noch uit andere stukken bij het plan blijkt dat de raad heeft onderkend dat het perceel van het motorclubhuis in de Omgevingsverordening is aangewezen als Nationaal Landschap. De raad heeft niet gemotiveerd dat het motorclubhuis de kernkwaliteiten van het Nationale Landschap niet aantast dan wel juist
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
7
versterkt. Evenmin heeft de raad gemotiveerd dat het motorclubhuis voldoet aan de criteria van artikel 2.7.4.2, tweede lid, van de Omgevingsverordening dat voor het motorclubhuis geen reële alternatieven zijn, dat sprake is van redenen van groot openbaar belang en dat compenserende maatregelen worden getroffen ter waarborging van de kernkwaliteiten. Het plan is wat dit plandeel betreft dan ook vastgesteld in strijd met artikel 2.7.4.2 van de Omgevingsverordening. Het betoog slaagt Vervolgens heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij Uitspraak Raad van State 6 november 2019, nr. 201809678/1/R1, uitspraak gedaan over deze kwestie in het kader van het 'Landelijk gebied 2015, herstelbesluit 2018'. De belangrijkste rechtsoverwegingen uit deze uitspraak zijn de volgende: 3. SNMA en anderen betogen dat de raad ten onrechte het perceel Ganzenpoelendijk ongenummerd niet in het bestemmingsplan heeft opgenomen, omdat hiermee geen recht is gedaan aan de uitspraak van 10 januari 2018. Hiertoe voeren SNMA en anderen aan dat het perceel de bestemming "Agrarisch gebied met landschapswaarden-zonder bouwperceel" had moeten krijgen. 3.1. De raad voert aan dat op het perceel Ganzenpoelendijk ongenummerd het bestemmingsplan "Buitengebied Aalten 2004" van toepassing is, waarbinnen de gronden de bestemming "Agrarisch zonder bouwperceel" hebben.
Op grond van dit bestemmingsplan is, zoals SNMA en anderen wensen, de bouw van een motorclubhuis niet mogelijk, aldus de raad. 3.2. In de uitspraak van 10 januari 2018 is het plandeel dat ziet op de Ganzenpoelendijk ongenummerd zoals vastgesteld bij het besluit van 19 april 2016 vernietigd. Het besluit van 21 maart 2017 is op dit punt echter in stand gebleven. Dit betreft een besluit waarbij het plan integraal en in zijn geheel opnieuw is vastgesteld, zoals ter zitting ook door de raad is bevestigd. Dit betekent dat op het moment van het nemen van het thans bestreden besluit voor het hier besproken perceel aan de Ganzenpoelendijk ongenummerd het plan gold zoals dat bij besluit van 21 maart 2017 door de raad is vastgesteld. De stelling van de raad dat het bestemmingsplan "Buitengebied Aalten 2004" geldt, is derhalve onjuist. Voorts stelt de Afdeling vast dat bij het besluit van 21 maart 2017 door de raad is bepaald dat het desbetreffende perceel aan de Ganzenpoelendijk ongenummerd de bestemming "Sport specifieke vorm van sport - clubhuis motortourclub" heeft. Nu de raad heeft nagelaten het perceel op te nemen in het herstelbesluit en een nieuwe bestemming toe te kennen, geldt deze bestemming thans nog.
Reeds om die reden kan het betoog dat de Bredevoortse Motortoer Club en [belanghebbende A] hebben gevoerd ten aanzien van de ontvankelijkheid van SNMA en anderen, te weten dat zij geen procesbelang hebben omdat reeds is voorzien in wat zij wensen, niet slagen. Het herstelbesluit is in zoverre niet deugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De gemeenteraad is door de Afdeling in de uitspraak van 6 november 2019 opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen ten aanzien van de hiervoor genoemde onderdelen a. en e. en het nieuwe besluit op de voorgeschreven wijze bekend te maken. Tenslotte heeft de Afdeling bestuursrechtspraak bij Uitspraak Raad van State 4 maart 2020, nr. 201603579/4/R1, het desbetreffende plandeel uit het op 21 maart 2017 vastgestelde bestemmingsplan vernietigd. Hieronder volgende de belangrijkste rechtsoverwegingen uit deze uitspraak: Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
8
37. SNMA kan zich niet verenigen met de mogelijkheid van een motorclubhuis van de Bredevoortse Motorclub (hierna: BMC) op een perceel aan de Ganzenpoelendijk tegenover het bestaande tuincentrum aan de N318 in Bredevoort. SNMA stelt dat een motorclubhuis op het perceel, vanwege de ligging in het Nationaal Landschap Winterswijk, tot een aantasting van het landschap leidt. 37.1. De raad voert aan dat op het perceel Ganzenpoelendijk ongenummerd het bestemmingsplan "Buitengebied Aalten 2004" van toepassing is, waarbinnen de gronden de bestemming "Agrarisch zonder bouwperceel" hebben. Op grond van dit bestemmingsplan is, zoals SNMA en anderen ook wensen, de bouw van een motorclubhuis niet mogelijk, aldus de raad. 37.2. In de uitspraak van de Afdeling van 10 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:52) is het plandeel met de bestemming "Sport" en de aanduiding "specifieke vorm van sport clubhuis motortoerclub" ter plaatse van het perceel Ganzenpoelendijk ongenummerd, zoals vastgesteld bij het besluit van 19 april 2016, vernietigd. Het bestreden besluit van 21 maart 2017 is wat betreft de locatie perceel Ganzenpoelendijk ongenummerd in stand gebleven. Daarom geldt voor het perceel aan de Ganzenpoelendijk ongenummerd het plan zoals dat bij besluit van 21 maart 2017 door de raad is vastgesteld. De stelling van de raad dat het bestemmingsplan "Buitengebied Aalten 2004" geldt, is derhalve onjuist.
Voorts stelt de Afdeling vast dat bij het besluit van 21 maart 2017 door de raad is bepaald dat het desbetreffende perceel aan de Ganzenpoelendijk ongenummerd de bestemming "Sport" en de functieaanduiding "specifieke vorm van sport - clubhuis motortoerclub" heeft. Ter zitting heeft de raad aangegeven dat dit niet de bedoeling is en dat hij geen bezwaar heeft tegen vernietiging van dit onderdeel van het plan. Nu de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit wat betreft dit onderdeel niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. Het besluit van 21 maart 2017 is in zoverre vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het betoog slaagt.
1.2
Begrenzing plangebied
In dit herstelbesluit heeft het gemeentebestuur zich niet geheel beperkt tot de opdracht die door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is gegeven ten aanzien van de bestemmingsregeling voor het clubhuis van de BMC aan de Ganzenpoelendijk te Bredevoort. Het plangebied is echter wat uitgebreid in verband met de uitkomsten van het onderzoek ten aanzien van de gebiedskwaliteiten. Het plangebied is gelegen ten zuiden van de Ganzepoelendijk en omvat de percelen kadastraal bekend gemeente Aalten, sectie P, nummer 413, 414, 1399, 1445 en 1446. Het plangebied wordt begrenst door de rode contour. De totale omvang van het gebied bedraagt 8.630 m².
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
9
De luchtfoto geeft ondestaand beeld van de huidige situatie. Het bestaande opstal is goed te onderscheiden, evenals de reeds aangelegede verharding.
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
10
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
11
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
12
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie, beschrijving van het gebied en verantwoording van omgevingsonderzoeken 2.1
Ganzenpoelendijk (ong.)
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt in de achtereenvolgende uitspraken dat de toegekende bestemming 'Sport' in relatie tot de Gelderse omgevingsverordening/het Nationaal Landschap onvoldoende is onderkend dan wel is gemotiveerd. Er is verder niet aangetoond dat het motorclubhuis de kernkwaliteiten van het Nationale Landschap niet aantast dan wel juist versterkt. Dit herstelbesluit beoogt inzicht te geven in de door de bestuursrechter gesignaleerde gebreken. Op het punt van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap is een verdere onderbouwing in dit plan opgenomen en er heeft overleg (in combinatie met een locatiebezoek) met vertegenwoordigers van de de provincie Gelderland plaats gevonden. De resultaten van het onderzoek naar de natuurwaarden is opgenomen in de Quickscan natuurwaarden De conclusie van deze quickscan is het volgende: De voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Vanwege de ligging buiten beschermd (natuur)gebied en de lokale invloedsfeer, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming.
Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen activiteiten.
2.1.1
Provinciale omgevingsvisie en -verordening
De provincie heeft haar visie op de omgeving vertaald in de 'Omgevingsvisie Gelderland'. Deze is vastgesteld op 9 juli 2014. Op 24 september 2014 is de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Provinciale Staten van de provincie Gelderland hebben op 18 december 2018 een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld en deze doorvertaald in de Omgevingsverordening. De provincie streeft onder andere naar het versterken en behouden van de vitaliteit van kleinere kernen en dorpen. Om dit te bereiken dienen stedelijke functies waar mogelijk te worden gebundeld en geconcentreerd. Daarnaast ondersteunt de provincie bij de aanpak van leegstand in dorpen en kernen. In de Omgevingsvisie is de Gelderse Ladder opgenomen. De Gelderse Ladder wordt gebruikt als afwegingskader voor de vestigingsplek van stedelijke ontwikkelingen. Als juridische basis voor de Gelderse Ladder gebruikt de provincie de ladder voor duurzame Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
13
verstedelijking. De juridische borging van de ladder is geregeld in de Bro en is niet nogmaals opgenomen in de provinciale verordening. Consequenties met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling zijn dan ook hetzelfde. De omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. In hoofdzaak geeft de Omgevingsverordening regels bij nieuwe ontwikkelingen. Denk hierbij aan nieuwe woningbouw, het oprichten van bedrijventerreinen, etcetera. Bij het opstellen van de regels van dit bestemmingsplan is zoveel mogelijk rekening gehouden met de regels uit de Omgevingsverordening Gelderland. Uitgangspunten voor het bestemmingsplan Bij het opstellen van de regels van dit bestemmingsplan is zoveel mogelijk rekening gehouden met de regels uit de Omgevingsverordening Gelderland. 2.1.2
Nationaal Landschap/gebiedskwaliteiten
Specifiek voor dit gebied geldt het omgevingsbeleid voor het Nationaal Landschap. Hiervoor geldt het zgn. 'ja, mits principe'. Dit is opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. In artikel 2.56 van de provinciale verordening (vastgesteld bij besluit van 18 december 2018) is het volgende opgenomen: "Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage 6 Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten". In verband met die gebiedskwaliteiten hebben de provinciale vertegenwoordigers de uitdrukkelijke wens uitgesproken om het plangebied wat te vergroten met enkele aangrenzende percelen. Op die wijze kan worden gekomen tot een betere inpassing van het clubhuis en een versterking van de kwaliteiten van het Nationaal Landschap. Dit herstelbesluit voorziet tevens in een betere inbedding van die gebiedskwaliteiten. Daarnaast worden in het herstelbesluit strikte beperkingen gesteld aan het gebruik van deze locatie. Daarnaast zijn evenementen op dit terrein op basis van dit herstelbesluit uitgesloten.
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
14
2.2
Nationaal Landschap
De locatie is gelegen in het Nationaal Landschap Winterswijk.
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
15
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
16
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
17
Algemene beschrijving Het kleinschalige landschap van Winterswijk kenmerkt zich vooral door de reliëfrijke afwisseling van beekdalen, meanderende beken en hogere dekzandruggen met oude essen. Het is een karakteristiek kleinschalig coulissenlandschap met grote variatie. Op de plateaurand, vanouds strategisch gelegen boven het moeilijk toegankelijke, lage natte middengebied, liggen grote, open essen en kronkelen beken van bijzondere kwaliteit naar het laag. De dorpen hebben vaak nog een duidelijke relatie met het omliggende landschap. Dat uit zich op verschillende manieren: bijvoorbeeld door opgaand geboomte, doordat een beekdal tot bij de dorpskern komt, doordat de oude enkgronden bij het dorp nog herkenbaar zijn, of doordat oude wegen over de hogere ruggen in dit landschap nog steeds de uitvalswegen zijn. Rondom Winterswijk liggen de cultuurhistorisch bijzondere scholtenboerderijen Kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Voor de beschrijving is geput uit bestaande informatie: de Streekplanuitwerking Waardevolle Landschappen (2005). In de uitvoeringsagenda van de Omgevingsvisie is het opstellen van een Gebiedenatlas opgenomen. In samenwerking met regio's, gemeenten en eventueel andere partners worden de gebieden tegen het licht gehouden. Want het landschap is aan verandering onderhevig.
De resultaten kunnen aanpassingen in de beschrijving van de kernkwaliteiten en/of de begrenzing van het Nationaal Landschap tot gevolg hebben. Kernkwaliteiten Op het kaartje is de projectlocatie in rood omcirkeld.
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
18
De specifieke kernkwaliteiten zijn als volgt omschreven: "Kleinschalig, organisch gegroeid halfopen landschap met afwisseling van bosjes, houtwallen, landbouwgrond, lanen, beken, boerderijen; oostelijke helft kleinschaliger dan westelijke helft - De kleinschaligheid is deels te herleiden tot de kleinschalige geologie en geomorfologie van het Oost-Nederlands Plateau, die sterk afwijkt van het aanliggende dekzandlandschap: met heel karakteristieke structuren van kleine ingesneden beken op korte afstand van elkaar. - In de westelijke helft komt tussen de plateaurand Aalten-Groenlo en Winterswijk een komvormige laagte voor waar een afwijkend landschap is ontstaan op voormalig broek en veen. Dit jongere landschap is eveneens kleinschalig maar kent niet de afwisseling met beken, oude bouwlanden en hoeven. Dezelfde soort jongere landschappen komt voor aan de noordkant (o.a. Meddosche Veld en Masterveld). - De kleinschaligheid en verweving hangt ook samen met het voorkomen van vele kleine landgoederen met een grote afwisseling van natuur, landbouwgrond, bos en kleine beplantingselementen. - Grondgebonden landbouw op economische basis draagt bij aan een landschap dat door Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
19
eigenaren, gebruikers, bewoners en toeristen als 'levend' wordt ervaren. Rijk aan microreliëf (steilranden, essen en eenmansessen), een duidelijke terrasrand (westzijde) - De terrasrand ligt tussen Aalten en Groenlo. Boven op de rand komen grote open escomplexen voor: tussen Aalten en Barlo en bij Vragender, en verspreid talloze kleinere essen; het patroon is grillig met veel gebogen wegen en esranden. Op de terrasrand komen ook jongere ontginningen met rechthoekige patronen voor, zoals Schaarsheide en Vragenderveld, met heel andere patroonkenmerken. De hoge ligging nodigde in het verleden militaire activiteit uit waaraan de Besselinkschans bij Lievelde en de vestingstad Groenlo met zijn circumvallatie uit de Tachtigjarige Oorlog nog herinnert. - Essen, eenmansessen met steilranden komen overal in het gebied voor behalve in de jongere ontginningen. Meanderende beken in smalle dalen als doorgaande structuren, met natuurlijke begroeiing (elzen en essen) in halfopen landschap; - De structuur van beken en beekjes die samenstromen in de Groenlosche Slinge en de Bovenslinge wordt bepaald door de ondergrond en menselijke activiteit. - Langs de beken zijn veel kleine tot middelgrote (loof)bossen gelegen. Op hogere plaatsen langs de beken is het natuurlijke reliëf opgehoogd met esdekken.
Fraaie, open essen (opvallend groot op de plateaurand van Aalten tot Groenlo) en bijzondere broekgebieden - Voor de essen zie ook boven bij 'rijk aan microreliëf'. Binnen de begrenzing van de open escomplexen komen gebiedjes voor die geen oude open bouwlanden zijn, maar bijvoorbeeld overgangen naar beekdalen, kleine beekdalen, bosjes. Deze gebiedjes zijn toleranter voor toevoegingen als opgaande beplanting. - Bijzondere broek- en veengebieden zijn het Korenburgerveen en omgeving en het Wooldsche Veen, die getuigen van kleinschalige turfwinning. - Historisch nederzettingspatroon, vervlochten in het landschap: oude boerderijplaatsen (zoals scholtenhoeven), vele gehuchten en grotere nederzettingen - De enige grote nederzetting in het gebied zelf is Winterswijk, dat als een spin in een web van wegen zit. Aan de westrand van het gebied en het plateau liggen Groenlo, Lichtenvoorde en Aalten. - De vele gehuchten liggen verspreid in het land, de meeste bestaan uit oude en jongere gebouwen, van oorsprong veelal hoeven, in een karakteristieke losse structuur gegroepeerd bij of rond essen en esjes en in veel gevallen aan een beek. De escomplexen die op de kaart zijn weergegeven, liggen alle bij zulke gehuchten: onder meer Vragender, Barlo, Meddo, Huppel, Kotten, Miste en Corle. De verspreid gelegen oude boerderijen hebben veelal een bijbehorende eenmanses".
2.3
Historische ontwikkeling van het gebied
Rond 1970 De Ganzepoelendijk was in het verleden ontsluitingsweg van het voornamelijk kleinschalige agrarisch gebied (genaamd Het Zwanenbroek en Bunninkgoor) ten zuiden van de provinciale
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
20
weg naar het stadje Bredevoort. Op onderstaande kaart uit ca. 1970 is dit zichtbaar. Tevens zijn op de kaart de verschillende soorten aan bouwwerken aan de Ganzenpoelendijk waar te nemen.
Rond 2001 Op onderstaande kaart uit 2001 blijkt dat de Ganzenpoelendijk inmiddels een doodlopende weg is geworden. De ontsluitingsfunctie van het achterliggende gebied is overgenomen door de Zwanenbroekweg. In het kader van de ruilverkaveling zijn ter plaatse enkele agrarische bedrijven ingeplaatst. Rond de Ganzepoelendijk zijn nog de contouren van een aantal gebouwtjes aanwezig. Ook zijn de contouren van het tuincentrum ten noorden van de Ganzenpoelendijk zichtbaar.
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
21
Duidelijk is dat het gebied rond het Zwanenbroek een schaalvergroting heeft ondergaan door de ruilverkaveling. Veel kleinere kavels zijn vervangen door efficiënt te bewerken landbouwkavels voor met name de grondgebonden landbouw. Echter ten zuiden van de Ganzenpoelendijk resteren nog enkele versnipperde kleinere kavels van met name particulieren ten behoeve van een hobbymatig gebruik, afgewisseld met kleinschalige landschapselementen. Conclusie van deze historische beschrijving is dat de vervanging van een bestaand opstal
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
22
[waarvan de gebruiksmogelijkheden zijn beperkt], gelet ook op de ligging in het gebied, geen afbreuk doet aan de kernkwaliteiten van dit gebied. In de volgende paragraaf wordt daarop nader ingegaan.
2.4
Omgevingsonderzoeken
In het kader van de voorbereiding van dit herstelbesluit en ter onderbouwing van de toegekende bestemming zijn verschillende omgevingsonderzoeken uitgevoerd en een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Deze zijn als bijlage aan de toelichting bijgevoegd. Landschappelijk inpassingsplan en beoordeling van het project aan de gebiedskwaliteiten. Het landschappelijk inpassingsplan beoogt te komen tot een betere nbedding van het clubhuis in het landschap en tevens wordt beoogt de gebiedskwaliteiten van het Nationaal Landschap, zoals hiervoor uitvoerig beschreven, te respecteren dan wel te versterken. In het plan worden om die reden dan de aangrenzende percelen bij de inpassing betrokken. Er wordt een houtsingel aangebracht en ten dele wordt extensief agrarisch natuurbeheer toegepast op enkele perceelsgedeelten (weide met akkermengsel). Deze inrichting met bijbeborend beheer sluit aan op het voor het aan de Ganzepoelendijk nog zichtbare kampenlandschap: kleinschalige percelen afgewisseld met houtsingels en boomgroepen. De versterking van de gebiedskwaliteiten in combinatie met een toegesneden regeling voor een strikt/beperkt gebruik van het clubhuis is aanleiding om -alle belangen afwegend- een positieve bestemming voor deze locatie vast te stellen. Met dit beperkte gebruik mag voor de omgeving redelijkerwijs geen onaanvaardbare hinder meer worden verwacht.
Bij deze afweging speelt ook mee dat de locatie is gelegen in de directe nabijheid van de provinciale weg N318 Varsseveld-Aalten-Winterswijk en een bestaande bedrijfslocatie. Er is sprake van de algehele renovatie van een bestaand opstal; kortom het gaat om een locatie waarop reeds bebouwing voorkomt, gelegen aan de rand van het stadje Bredevoort. Ook van belang is dat het omliggende gebied niet geheel onbebouwd is. Opvallend is dat het eigendom nogal versnipperd is door verschillende kleinere agrarische percelen, waarop nogal wat bestaande kleinschalige bebouwing (veelal in de vorm van schuilgelegenheden voor vee dan wel soortgelijke bebouwing) voorkomt. Dit manifesteert zich met name aan de zuidzijde van Ganzenpoelendijk. Veelal is er sprake van een hobbymatig agrarisch gebruik. Deze perceeltjes worden afgewisseld met landschapselementen, waaronder houtsingels en-of bosgebiedjes. Ook is op deze locatie reeds een opslagruimte aanwezig met een bebouwd oppervlak van ca. 90 m². Er wordt, naast de uitbreiding van de bebouwing, een functiewijziging doorgevoerd. De bouwhoogte van het gebouw wordt eveneens beperkt, zodat het bouwwerk snel in de omgeving is opgenomen. Door de verschillende houtsingels en
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
23
houtstanden/boomgroepen manifesteert zich het gebouw in de omgeving niet nadrukkelijk. De verdere toevoeging van bebouwing op deze locatie wordt gecompenseerd door sloop van voormalige agrarische bedrijfslocatie Kriegerdijk 4. Van de gesaneerde bebouwing op die locatie wordt 100 m² ingezet met het oog op de uitbreiding van de bebouwing aan de Ganzenpoelendijk. De locatie Kriegerdijk 4 te Aalten is eveneens gelegen in het Nationaal Landschap. De agrarische bestemming op deze locatie is inmiddels omgezet in reguliere burgerbewoning binnen de bestemmingscategorie Wonen-1. Deels is de bestemming omgezet in 'Agrarisch' (zonder opname van een agrarisch bouwperceel). Dat is gebeurd bij de vaststelling van het bestemmingsplan 'Landelijk gebied, tweede herziening 2017', vastgesteld bij raadsbesluit van 28 februari 2018. Op deze locatie is dus de sloop van bebouwing gerealiseerd en -door omzetting van de bestemming- de oorspronkelijke agrarische bebouwings- en gebruiksmogelijkheden weggenomen. Dit komt de gebiedskwaliteiten van het Nationaal Landschap ter plaatse ten goede. Door middel van een kwalitatieve voorwaarde wordt aanleg, beheer en instandhouding van deze gebiedskenmerken gewaarborgd. De bouwhoogte van het clubhuis is beperkt tot maximaal 3,5 m.
Deze beperkte hoogte brengt met zich mee dat het gebouw snel zal wegvallen in de omgeving, met name als de houtsingel tot ontwikkeling komt. Dit plan is beoordeeld door onze ecoloog van het bureau Staring Advies. Hij bevestigt in het mailbericht van 31 januari 2020 dat het een prima plan is, dat een landschappelijke en ecologische toevoeging betekent. Akoestisch onderzoek De verschillende activiteiten, die ter plaatse worden toegestaan, zijn in ook akoestisch opzicht beoordeeld aan de hand van een representatieve situatie ten aanzien van het gebruik van het opstal en de te houden activiteiten.. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat aan de normering, zoals opgenomen in het geluidbeleid van de gemeente Aalten, kan worden voldaan. Een verstoring van een goed woon- en leefklimaat behoeft niet te worden verwacht als gevolg van dit clubhuis. Ook het heersende achtergrondniveau -in verband met de aanwezigheid van de provinciale weg- is bij deze afweging betrokken. Duurzaamheid Het nieuwe clubhuis wordt zo duurzaam mogelijk gebouwd/gebruikt. Voor het nieuwe clubhuis zal zo veel mogelijk gebruik worden gemaakt van de bestaande bouwmaterialen die vrijkomen van het huidige gebouw, deze willen ze zoveel als mogelijk hergebruiken. Ook wordt waar mogelijk bouwmateriaal ingezet dat vrijkomt bij sloopobjecten in de regio.
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
24
Opgemerkt wordt dat het clubhuis bij sloop in de toekomst nagenoeg weer circulair kan worden ingezet. Het gebouw wordt zo goed mogelijk en conform de eisen geïsoleerd en geventileerd. Er komt geen aardgasaansluiting en verwarming is voorzien met een kleine pelletkachel en er wordt middels de PV-installatie zelf stroom opgewekt zodat er sprake is van 0 op de meter. Voorzien zijn 12 panelen van tenminste 285 Wp/paneel en goed voor 2.907 kWh stroom per jaar. Dat is ruim voldoende voor het stroomverbruik van het clubhuis. Onderzoek Natuurwaarden Uit het onderzoek naar de ter plaatse voorkomende natuurwaarden kunnen de volgende conclusies worden getrokken: 'De voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Vanwege de ligging buiten beschermd (natuur)gebied en de lokale invloedsfeer, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Er hoeft geen naderonderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen activiteiten.
Bodemonderzoek Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat de bovenste meter van de grond matig is verontreinigd met zink. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verhoogde waarden voor zink gemeten. De verontreiniging is niet afgeperkt. De verontreiniging is niet alleen veroorzaakt door afspoeling van zink in de druppelzone van de dakplaten. De zinkverontreiniging zit ook in een mooie zwarte laag grond. Waarschijnlijk is het een verteerde sliblaag. Er is geen sprake van een saneringsplicht, maar de kwaliteit van de bodem geeft wel aanleiding tot het stellen van de volgende gebruiksbeperkingen: Indien er grond van de locatie afgevoerd moet worden, moet deze grond eerst gekeurd worden volgens het besluit Bodemkwaliteit. Herschikking op het terrein is toegestaan. Op basis van de bodemkwaliteitskaart moet aanvullende grond voldoen aan klasse AW 2000 (schoon). De kwaliteit van de met zink vervuilde grond is globaal klasse Industrie. Het gebruik van het terrein moet hierbij passen. Verhard terrein of (ander) groen. Geen kinderspeelplaats of consumptie groen ( fruit, moestuin..) De verontreiniging is nog niet afgeperkt en het adviesbureau heeft aangegeven dat hiervoor
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
25
aanzienlijke kosten gemaakt moeten worden. De onderzoeksresultaten geven een voldoende beeld en daarom wordt geen aanvullende afperking gevraagd. Er wordt uitgegaan dat de zinkverontreiniging in de zwarte grondlaag 1 m-mv zit. De beperking van het gebruik geldt daarom voor de (deel)locatie voor wat betreft deze laag. Stikstofemissie Ter bepaling van de stikstofemissie is een zgn. Aeriusberekening uitgevoerd. Deze is berekening is gebaseerd op de in dit plan toegestane activiteiten en is als bijlage aan de toelichting van dit plan gevoegd. Het clubgebouw wordt in de koudere maanden verwarmd met een pelletkachel. Een dergelijke kachel geeft ook de uitstoot van NOx. Voor de pelletkachel is uitgegaan van een NOx emissie van ten hoogste 79 mgN/m3 en rookgasdebiet van circa 20 m3/u (4 g/s lucht conform specificaties). De emissiehoogte is 4 meter boven maaiveld, diameter 80 mm en rookgastemperatuur 180 graden Celsius. Er zijn, ook inclusief deze pelletkachel, geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Voor de sloop- en bouwfase is tevens een stikstofberekening uitgevoerd. Ook dezee berekening geeft geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Watertoetstabel van het waterschap Rijn en IJssel Aan de hand van de handleiding van het waterschap is het aspect water in het voorliggende plan meegenomen.
In de volgende tabel wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige aspecten voor het bestemmingsplan relevant zijn. Intensiteit Thema Toetsvraag Relevant * 1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 1. Nee 2 Veiligheid 2. Ligt het plangebied in een 2. Nee 2 waterbergingsgebied of winterbed van een rivier? 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1m³/ uur? 1. Nee 2 Riolering en 2. Ligt in het plangebied een persleiding van 2. Nee 1 afvalwaterketen WRIJ?3. 3. Nee 1 Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap?
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
26
1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2.500 m²? 2. Is er sprake van toename van het verhard 1. Neen Wateroverlast oppervlak met meer dan 500 m²? 2. Nee (oppervlakte3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van 3. Ja water) bestaand verhard oppervlak? 4. Nee 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? Oppervlakte1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op 1. Nee waterkwaliteit oppervlaktewater geloosd? 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 1. Nee Grondwater2. Is in het plangebied sprake van kwel? 2. Nee overlast 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of 3. Nee andere wateren? 4. Nee 4. Beoogt het plan aanleg van drainage? Grondwater1. Ligt het plangebied in de beschermingszone 1. Nee kwaliteit van een drinkwateronttrekking? 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het Inrichting en 1. Nee waterschap? beheer 2. Nee 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? 1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? Volksgezondhe 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of 1. Nee id nabij het plangebied die milieuhygiënische of 2. Nee verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? 1.
Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of 1. Nee SED water? 2. Nee Natte natuur 3. Bevindt het plangebied zich in 3. Nee beschermingszones voor natte natuur? 4. Nee 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? 1. Bevindt het plangebied zich in een Verdroging 1. Nee TOP-gebied? 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het Recreatie 1. Nee waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in Cultuurhistorie 1. Nee het plangebied aanwezig?
2 1 1 1
1 1 1 1 1 1 1 2
1 1
2 2 1 1
1
2
1
* de intensiteit van het watertoetsproces is afhankelijk van de antwoorden op bovenstaande vragen. Als er op een categorie 2 vraag een 'ja' is geantwoord is een uitgebreide watertoets noodzakelijk. Is er op geen van de categorie 2 vragen een 'ja' geantwoord dan kan een verkorte watertoets worden doorlopen. Als er alleen met 'nee' is geantwoord dan is het
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
27
RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang en hoeft er geen wateradvies bij het waterschap gevraagd te worden. Gelet op de omvang in combinatie met de toekomstige inrichting van het plangebied is er voldoende ruimte beschikbaar voor voorzieningen met betrekking tot waterberging. Hemelwater zal in de bodem geïnfiltreerd worden. Hiertoe wordt een infiltratieplan opgesteld. Het uitvoeren van het infiltratieplan is als een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van voorliggend plan. Een nadere uitwerking van aanvullende waterhuishoudkundige maatregelen vindt plaats bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen. Met inachtneming van bovenstaande is het initiatief uitvoerbaar vanuit het aspect water.
Alternatieve locaties De BMC heeft een onderzoek uitgevoerd naar mogelijke alternatieve locaties. Een geschikte alternatie locatie is in dan wel rondom Bredevoort niet gevonden. Uit het onderzoek met betrekking tot de beladdering van dit project zijn de volgende conclusies te verbinden: 1. De BMC is van mening dat dit clubhuis niet in de bebouwde kom van Bredevoort thuishoort; 2. In de directe omgeving van het projectgebied zijn al andere (aan het gebied vreemde) functies aanwezig, die zich niet verzetten tegen deze toevoeging. 3. Een andere locatie is in financieel opzicht niet haalbaar voor de BMC. Het gemeentebestuur is van mening dat in dit geval de bouw van het clubhuis ter plaatse kan worden toegestaan, aangezien er in en rondom Bredevoort geen betere locatie voorhanden is. Ook de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' geeft een richtafstand van minimaal 30 m. aan. Bij veel alternatieve locaties in de kern is deze afstand echter niet haalbaar.
2.5
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
2.5.1 Vooroverleg Met vertegenwoordigers van de provincie Gelderland heeft in het kader van de voorbereiding van dit herstelbesluit overleg plaats gevonden en is een locatiebezoek gebracht. De provincie heeft in dit geval in het bijzonder aandacht gevraagd voor het behoud van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. De suggestie is gedaan om de omliggende gronden te betrekken bij het plangebied. Aan de provincie is een voorontwerp van het bestemmingsplan ter beoordeling voorgelegd. Bij brief van 21 september 2020 wordt medegedeeld dat positief wordt geadviseerd omtrent dit plan.
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
28
Het advies Advies provincie Gelderland is als bijlage bij dit plan gevoegd. Het waterschap heeft ons bij een mailbericht van 2 november 2020 nog gewezen op een verschrijving in de toelichting van het ontwerp van het bestemmingsplan. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan wordt dit gecorrigeerd. 2.5.2 Buurtconsultatie Door de BMC is een buurtconsultatie gehouden teneinde te polsen of er draagvlak voor dit project is in de omgeving. De resultaten van de consultatie zijn als bijlage 10 Buurtconsultatie aan dit plan toegevoegd. Deze consultatie geeft geen eenduidig beeld ten aanzien van de maatschappelijke acceptatie van dit project. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad een integrale afweging op dit punt. 2.5.3
Procedure
Het ontwerp van dit herstelbesluit/bestemmingsplan is als ontwerp met ingang van woensdag 21 oktober 2020 gedurende zes weken ter visie gelegd (dus tot en met dinsdag 1 december 2020) in het gemeentekantoor, Hofstraat 8 te Aalten en is te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl en via de gemeentelijke website. Gedurende deze periode is er één zienswijze ingekomen. In de zienswijzennota wordt daarop nader ingegaan.
2.6
Aanvraag omgevingsvergunning
In verband met de gecoördineerde behandeling worden gelijktijdig ook de aanvraag om omgevingsvergunning en het ontwerpbesluit ter visie gelegd. Deze stukken zijn in de toelichting van het plan opgenomen. Het gaat daarbiij om de bijlagen 15 tot en met 24 van de toelichting bij het bestemmingsplan.
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
29
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
30
Bijlagen
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
31
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
32
Bijlage 1
Uitspraak Raad van State 10 januari 2018
Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC
NL.IMRO.0197.BP00103-VG01
vastgesteld
33
Uitspraak 201603579/1/R1 Datum van uitspraak: Tegen: Proceduresoort: Rechtsgebied:
woensdag 10 januari 2018 de raad van de gemeente Aalten Eerste aanleg - meervoudig Ruimtelijke-ordeningskamer - Bestemmingsplannen Gelderland
ECLI:
ECLI:NL:RVS:2018:52
201603579/1/R1. Datum uitspraak: 10 januari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. [appellante sub 1], gevestigd te Aalten, 2. [appellante sub 2], gevestigd te Aalten, 3. Stichting Windkracht Oost, gevestigd te Aalten, 4. [appellant sub 4A] en [appellante sub 4B], beiden wonend te Aalten (hierna: tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 4]), 5. [appellant sub 5A] en [appellant sub 5B], beiden wonend te Aalten (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 5]), 6. [appellant sub 6] en anderen, wonend te Bredevoort dan wel gevestigd te Aalten, gemeente Aalten, 7. Stichting Natuur en Milieu Aalten (hierna: SNMA) en [appellant sub 7A], gevestigd respectievelijk wonend te Aalten, 8. [appellant sub 8], wonend te Bredevoort, gemeente Aalten, 9. [appellante sub 9], gevestigd te Aalten, en de raad van de gemeente Aalten, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 19 april 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Landelijk gebied 2015"
(hierna: het plan) vastgesteld. Tegen dit besluit heeft een aantal appellanten beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. Bij besluit van 21 maart 2017 heeft de raad het besluit van 19 april 2016 gewijzigd (hierna: het herstelbesluit). Tegen het herstelbesluit heeft een aantal appellanten zienswijzen ingediend en beroep ingesteld. Een aantal partijen heeft nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 november 2017, waar een aantal partijen is verschenen of zich heeft doen vertegenwoordigen. Ook de raad heeft zich doen vertegenwoordigen. Buiten bezwaren van partijen zijn ter zitting nog stukken ingediend. De Afdeling heeft de behandeling van de beroepen van een aantal appellanten afgesplitst en voortgezet onder zaak nr. 201603579/3/R1. Overwegingen Inleiding 1. Het plan voorziet in een juridisch-planologisch kader voor het buitengebied van de gemeente Aalten. Het plan is hoofdzakelijk conserverend. Het herstelbesluit 2.
Met het herstelbesluit is het plan op onderdelen gewijzigd.
3.
Artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) luidt:
"1. Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. [...]."
4. De Afdeling merkt het besluit van de raad van 21 maart 2017 in deze procedure voor het beroep van [appellant sub 5] aan als een besluit in de zin van artikel 6:19 van de Awb, nu het herstelbesluit betrekking heeft op een plandeel waarop ook het besluit van 19 april 2016 ziet en waartegen het beroep van [appellant sub 5] is gericht. Toetsingskader 5. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het beroep van [appellante sub 1] Inleiding 6. [appellante sub 1] is een machinefabriek gespecialiseerd in aandrijftechniek. [appellante sub 1] is onder meer gevestigd aan de [locatie 1] in het plangebied. Op een nevenlocatie vindt opslag plaats.
Achter het perceel aan de Dinxperlosestraatweg zijn agrarische gronden gelegen die in eigendom zijn van [appellante sub 1]. [appellante sub 1] wenst de bedrijfsvoering aan de Dinxperlosestraatweg uit te breiden zodat de nevenlocatie kan worden gesaneerd en het aantal transportbewegingen kan worden teruggebracht. [appellante sub 1] heeft een deel van de agrarische gronden - in strijd met het vorige bestemmingsplan - bestraat en in gebruik genomen als parkeerterrein. Een ander deel van de agrarische gronden is in gebruik als retentievijver. Uitbreidingsmogelijkheden 7. [appellante sub 1] kan zich niet verenigen met de bestemming "Agrarisch" die is toegekend aan de gronden achter het perceel [locatie 1]. Zij betoogt in de eerste plaats dat een bedrijfsbestemming had moeten worden toegekend om het bestaande parkeerterrein bij het bedrijf, dat deels op de agrarische gronden is gelegen, geheel als zodanig te bestemmen. Daarnaast had zij graag aan een deel van de resterende agrarische gronden een bedrijfsbestemming in het plan opgenomen zien worden om in de toekomst het bedrijf te kunnen uitbreiden met een extra opslagloods. Ook dient volgens [appellante sub 1] de bestaande retentievijver een bedrijfsbestemming te krijgen omdat deze bij het bedrijf hoort.
[appellante sub 1] betoogt dat er geen belangen van derden zijn die zich verzetten tegen het parkeerterrein en de bedrijfsuitbreiding. De agrarische gronden grenzen namelijk aan de bestaande bedrijfsgronden en aan de noordelijke zijde aan een groenstrook. Ten zuiden van de gronden staat weliswaar de woning aan de Dinxperlosestraatweg 72, maar de tussengelegen retentievijver kan dienen als buffer tussen het bedrijf en de woning. [appellante sub 1] betoogt verder dat door de raad is toegezegd dat de bedrijfsbestemming zou worden uitgebreid en het parkeerterrein zou worden gelegaliseerd. [appellante sub 1] betoogt voorts dat de toegekende bestemming "Agrarisch" niet zal worden verwezenlijkt binnen de planperiode. De gronden zijn in haar eigendom en zij is niet van plan de gronden agrarisch te gaan gebruiken. Het plan is daarom in zoverre niet uitvoerbaar. 7.1. In het stelsel van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro) is een bestemmingsplan het ruimtelijke instrument waarin de wenselijke toekomstige ontwikkeling van een gebied wordt neergelegd.
De raad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met een particulier initiatief betreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld. 7.2. De Afdeling overweegt dat het initiatief van [appellante sub 1], voor zover dat betrekking heeft op het parkeerterrein, voldoende concreet en tijdig kenbaar is gemaakt en dat - mede gelet op de omstandigheid dat het parkeerterrein feitelijk al aanwezig is - ten tijde van de vaststelling van het plan de ruimtelijke aanvaardbaarheid kon worden beoordeeld. De raad heeft toegelicht dat onderhandelingen hebben plaatsgevonden tussen [appellante sub 1] en de bewoners van de woning aan de Dinxperlosestraatweg 72 over het parkeerterrein. Die onderhandelingen strekten er toe om te bezien in hoeverre de bewoners kunnen instemmen met de plannen van [appellante sub 1] Bij overeenstemming zou een gedeelte van de resterende agrarische gronden aan de bewoners worden overgedragen. In de onderhandelingen is echter geen overstemming bereikt. De raad heeft daarom de bestemming "Agrarisch", die ook al gold op grond van het vorige plan, aan de gronden toegekend.
Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad de planologische besluitvorming ten onrechte laten afhangen van de uitkomsten van de onderhandelingen. Niet is gebleken dat de raad de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het parkeerterrein zelf heeft beoordeeld. De raad dient uiteraard de belangen van omwonenden bij de afweging te betrekken. Dat de bewoners van de Dixperlosestraatweg 72 vrezen voor geluidhinder van het parkeerterrein wil evenwel nog niet zeggen dat het parkeerterrein vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet aanvaardbaar kan worden geacht. Daarbij is ook van belang dat in een bestemmingsplan kan worden geregeld dat geluidwerende maatregelen, zoals de realisering van een
geluidscherm, worden getroffen. Overigens hebben de bewoners van de Dixperlosestraatweg 72 ter zitting aangegeven in te kunnen stemmen met een planologische regeling voor het parkeerterrein wanneer een geluidwerende voorziening wordt getroffen. Nu de raad over het parkeerterrein ten onrechte geen ruimtelijke afweging heeft gemaakt, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. In zoverre slaagt het betoog. 7.3. Het initiatief van [appellante sub 1] voor zover dat voor het overige betrekking heeft op uitbreiding van de bedrijfsbestemming met het oog op realisering van opslag in de toekomst, was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan onvoldoende concreet om daarover een ruimtelijke afweging te maken. Zoals [appellante sub 1] ter zitting heeft toegelicht, is de wens om een opslagloods te realiseren tijdens de onderhandelingen met de bewoners van de Dinxperlosestraatweg 72 ter sprake gebracht, maar bestaan hiertoe geen concrete plannen. De raad heeft dan ook terecht geen aanleiding gezien over dit voornemen een afweging te maken en de bedrijfsbestemming met het oog hierop al dan niet uit te breiden. In zoverre faalt het betoog. 7.4.
Het betoog van [appellante sub 1] dat legalisering van het parkeerterrein en uitbreiding van de bedrijfsbestemming zouden zijn toegezegd, begrijpt de Afdeling als een beroep op het vertrouwensbeginsel. Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is nodig dat er aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Van een dergelijke toezegging is niet gebleken. [appellante sub 1] heeft gewezen op een passage in het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom met betrekking tot het parkeerterrein, maar hierin staat slechts de mededeling van het college van burgemeester en wethouders dat in de aanloop naar dat besluit ten onrechte de indruk is gewekt dat mogelijk concreet zicht op legalisatie bestond, terwijl later bleek dat het bestemmingsplan niet zou voorzien in het parkeerterrein. Hierin kan niet de toezegging van de raad worden gelezen dat het parkeerterrein in het bestemmingsplan als zodanig zou worden bestemd. Ook in zoverre faalt het betoog. 7.5. Voorts ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat aan de gronden ter plaatse van de bestaande retentievijver, gelegen binnen de gronden met de bestemming "Agrarisch", een bedrijfsbestemming had moeten worden toegekend.
Zoals [appellante sub 1] ter zitting heeft toegelicht is aanleg van de retentievijver een voorwaarde geweest voor de verlening van de omgevingsvergunning voor het bedrijf en wordt de vijver gebruikt voor waterretentie en infiltratie ten behoeve van het bedrijf. Aan de vijver is de aanduiding "specifieke vorm van water - waterretentie" toegekend. Ingevolge artikel 3, lid 3.4.11, van de planregels mogen de gronden met die aanduiding mede worden gebruikt voor waterretentie en -infiltratie ten behoeve van het bedrijf dat is gevestigd ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van
water - koppeling waterretentie" binnen de bestemming "Bedrijf". Aan het bedrijf van [appellante sub 1], althans aan een deel daarvan, is laatstgenoemde aanduiding toegekend. Het gebruik is aldus als zodanig bestemd en de koppeling met het bedrijf komt in de planregels tot uitdrukking. Het betoog faalt. 7.6. Over het betoog dat de bestemming "Agrarisch" niet uitvoerbaar zou zijn, overweegt de Afdeling dat in het kader van een beroep tegen een bestemmingsplan een betoog dat ziet op de uitvoerbaarheid van dat plan slechts kan leiden tot vernietiging van het bestreden besluit indien en voor zover het aangevoerde leidt tot de conclusie dat de raad op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat het plan niet kan worden uitgevoerd binnen de planperiode van in beginsel tien jaar. Vaststaat dat de desbetreffende gronden in het vorige plan ook al een agrarische bestemming hadden. De gronden bestaan uit groen grasland. De raad heeft ter zitting toegelicht dat de bestemming "Agrarisch" in het voorliggende plan onder meer het hobbymatig beweiden van agrarische gronden toelaat. De Afdeling ziet in het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich op voorhand niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de bestemming "Agrarisch" uitvoerbaar is binnen de planperiode. Ook in zoverre faalt het betoog. Conclusie 8.
In hetgeen [appellante sub 1] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover dat ziet op het plandeel met de bestemming "Agrarisch" ter plaatse van het bestaande parkeerterrein achter het perceel [locatie 1], is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb en in zoverre dient te worden vernietigd. Het beroep is gegrond. 8.1. De Afdeling ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb de raad op te dragen om, voor het vernietigde plandeel, met inachtneming van deze uitspraak een nieuw plan vast te stellen en zal daartoe een termijn stellen. Het door de raad te nemen nieuwe besluit behoeft niet overeenkomstig afdeling 3.4 van de Awb te worden voorbereid. 8.2. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. De beroepen van [appellante sub 2] en Stichting Windkracht Oost Ontvankelijkheid 9. Artikel 6:7 van de Awb luidt: "De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken."
Artikel 6:8, vierde lid, luidt: "De termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een besluit dat is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, ter inzage is gelegd." Artikel 6:9 luidt: "1. Een bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. 2. Bij verzending per post is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen." 9.1. Het bestreden besluit is ter inzage gelegd op 8 juni 2016, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift ingevolge het bepaalde in artikel 6:7 en artikel 6:8, vierde lid, van de Awb op 9 juni 2016 is aangevangen en op 20 juli 2016 is geëindigd. De beroepschriften van [appellante sub 2] en Stichting Windkracht Oost zijn op 22 juli 2016 respectievelijk 25 juli 2016, en derhalve na afloop van de beroepstermijn bij de Raad van State binnengekomen. De Afdeling ziet zich gesteld voor de vraag of de beroepen van [appellante sub 2] en Stichting Windkracht Oost ontvankelijk zijn. 9.2.
De gemachtigde van [appellante sub 2] en Stichting Windkracht Oost heeft de beroepschriften op 19 juli 2016, en derhalve binnen de beroepstermijn, bij een postagentschap van PostNL aangeboden om aangetekend te worden verzonden. Door een medewerker van PostNL is opgemerkt dat het postbusnummer op de enveloppen onjuist was, maar is, ten behoeve van het aangetekend verzenden, een sticker met een barcode en het juiste postbusnummer op de enveloppen aangebracht. Aan de gemachtigde van [appellante sub 2] en Stichting Windkracht Oost is door de medewerker van PostNL medegedeeld dat bij de bezorging uitsluitend naar het door PostNL geregistreerde adres, dat wil zeggen het postbusnummer zoals aangebracht op de sticker, wordt gekeken en niet naar het andere op de envelop vermelde onjuiste postbusnummer. Een en ander wordt bevestigd in een door [appellante sub 2] en Stichting Windkracht Oost overgelegde ondertekende verklaring van de desbetreffende medewerker. Daarnaast heeft de gemachtigde van PostNL een verzendbewijs ontvangen waarop staat dat de beroepschriften worden verstuurd aan de Raad van State onder vermelding van het juiste postbusnummer.
Desondanks zijn de beroepschriften door PostNL niet bezorgd bij de Raad van State maar zijn deze retour gestuurd naar de gemachtigde van [appellante sub 2] en Stichting Windkracht Oost, die deze eerst heeft ontvangen op een moment dat de beroepstermijn was verstreken. De gemachtigde heeft onmiddellijk na ontvangst de beroepschriften opnieuw aangetekend verzonden. Onder deze omstandigheden moet worden aangenomen dat de beroepschriften ten tijde van de verzending op 19 juli 2016, voorzien van een deugdelijke adressering, voor het einde van
de beroepstermijn ter post zijn bezorgd. Het feit dat de beroepschriften door PostNL niet zijn bezorgd bij de Raad van State maar retour zijn gestuurd naar de gemachtigde van [appellante sub 2] en Stichting Windkracht Oost doet hieraan niet af. Nu de beroepschriften niet later dan een week na afloop van de beroepstermijn door de Raad van State zijn ontvangen, is voldaan aan het gestelde in artikel 6:9, tweede lid, van de Awb en is namens [appellante sub 2] en Stichting Windkracht Oost tijdig beroep ingesteld. Gelet hierop zijn de beroepen ontvankelijk. Het beroep van Stichting Windkracht Oost 10. Stichting Windkracht Oost betoogt dat het bestemmingsplan onvoldoende mogelijkheden biedt voor de ontwikkeling van windturbines. Zij heeft het voorstel gedaan om op twee locaties, te weten aan de Kloosterdijk en de Dwarsdijk, te voorzien in een zoekgebied voor windturbines. Stichting Windkracht Oost voert aan dat de raad, door niet in de zoekgebieden te voorzien, niet handelt in lijn met de nationale doelstellingen voor de opwekking van duurzame energie. 10.1. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat het voornemen van Stichting Windkracht Oost ten tijde van de vaststelling van het plan onvoldoende concreet was om daarover een afweging te maken. 10.2.
In het stelsel van de Wro is een bestemmingsplan het ruimtelijke instrument waarin de wenselijke toekomstige ontwikkeling van een gebied wordt neergelegd. De raad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met een particulier initiatief betreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld. 10.3. Stichting Windkracht Oost heeft haar voorstel voor twee zoekgebieden voor windturbines pas in haar zienswijze naar voren gebracht. Bij de zienswijze zijn kaarten bijgevoegd waarop de zoekgebieden zijn aangeduid. Stichting Windkracht Oost heeft geen ruimtelijke onderbouwing voor haar initiatief bijgevoegd. Evenmin heeft zij onderzoeken laten verrichten naar de gevolgen van de gewenste windturbines voor de omgeving. Gelet op deze omstandigheden heeft de raad terecht het standpunt ingenomen dat het voornemen van Stichting Windkracht Oost geen voldoende concreet initiatief behelst dat tijdig kenbaar is gemaakt en waarvan op basis van de ten tijde van de vaststelling van het plan bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid kon worden beoordeeld.