Korte aantekeningen beeldvormende bijeenkomst Zaal Lintelo d.d. 4 april 2023.pdf
Tekst van het document
Beeldvormende fase 0B
OPENBAAR Korte aantekeningen van de beeldvormende bijeenkomst van 4 april 2023. Aanvang: 19.30 uur – Zaal Lintelo Aanwezig:
Voorzitter: De heer Polman Namens de fracties: de heren Belterman, Holtman, Rijks, Ebbers, Weevers, Hollema en mevrouw Ten Bruin. Griffie: Mevrouw Smit
Beeldvormende bijeenkomst. Doel: Toelichting Agendapunt 2: Presentatie/Informatiesessie over RES 2.0 door de heer A. van Beek van het RES Achterhoek. De heer A. van Beek geeft een presentatie over de RES 2.0. (Regionale Energie Strategie) De presentatie is bij dit verslag gevoegd. (volgt z.s.m.) Vragen aan de heer Van Beek. Vraag: U zegt 1-1-2021 peildatum van de laatste keer. Wij hebben het RES 1.0 vorig jaar vastgesteld. Het is een voortgangsrapportage. Is daar nu al iets over te zeggen voor de gemeente Aalten?
Vraag: Op de RES Achterhoek website staat nog helemaal niets over RES 2.0. Er wordt een datum van 1 juli genoemd. Dit kan toch niet?
Vraag: Voor wie komt de app – net congestie beschikbaar? Is niet overwogen om hem sowieso open te maken voor geïnteresseerden?
Vraag: U had het over 2100 voetbalvelden. Dat stuk zagen we liggen in de Achterhoek. Dat is de oppervlakte die we nodig hebben als we het alleen doen met zonnepanelen? Vraag: 540.000 huishoudens moeten wij voorzien van alternatieve stroom. Wij hebben geen 540.000 huishoudens in de Achterhoek. Is dat met industrie enz. samen?
Antwoord: Vandaag kregen we de laatste gegevens binnen. Dit waren 24000 regels. Daar moet nog wat analysewerk op gedaan worden. Er kunnen nog veel fouten in de analyse zitten. Maar je mag verwachten, van wat nu 1/3 was, dat dat groter wordt. Antwoord: Het allerbelangrijkste van de RES 1.0 is niet de voortgangsrapportage. Maar dat is het herijken van de RES. Deze zal in Q4, mogelijk in Q1 van 2024 worden afgerond. Maar wat u zegt, neem ik mee, om te kijken of dat geüpdatet kan worden. Antwoord: In principe voor bestuurders beschikbaar. Voorgesteld is om dit ook voor politici beschikbaar te stellen voor inzicht. Maar de bestuurders willen dit eerst nog bespreken. Openstellen voor geïnteresseerden zal niet gebeuren. Hier zitten locaties achter en u begrijpt de gevoeligheid van kaartjes. Antwoord: Dat is juist. Dat is die 1,35. Dit om even aan te geven dat dit best een groot stuk land is. Antwoord: Het ging om het huishoudelijk verbruik en was meer om u een idee te geven van hoe groot die 1,35 terra wattuur is. Daar komt nog bij het industriële verbruik en warmte verbruik. Als je de Achterhoek klimaatneutraal of energieneutraal zou willen maken, dan moet je wel denken aan 5 tot 6 terra wattuur. Als je kijkt naar 2050 en het Akkoord van Groenlo dan zijn we best een stuk op weg, maar we moeten ook nog wat doen voor
Vraag: Opwek van particulieren is niet onderdeel van de RES. Klopt dat?
Vraag: Vorig jaar hebben we de RES 1.0 vastgesteld. 2.0 is een soort voortgangsrapportage. Wat is er feitelijke verandert in de Achterhoek ten opzichte van vorig jaar? Welke projecten zijn er nu gerealiseerd?
Vraag: Welke projecten, in deze omgeving zijn er de laatste jaren gedaan?
Vraag: U noemde in uw verhaal iets over een collegebesluit. Is dat nog niet toegekende deel een raadsbesluit? Vraag: U noemde ook nog iets over gebied G. Dat is het gebied met de veel besproken windmolens. U noemde net dat het een geüpdatet windpark gaat worden. Ik heb de indruk dat dat voorlopig niet aan de orde is. Vraag: Een tijd geleden hebben wij het uitnodigingskader zon en wind behandeld. Toen gaf Hagenwind aan niet voornemens te zijn die op korte termijn te gaan doen.
Vraag: Gebied G wordt wel meegenomen in het RES. Dus er wordt in 2023 wel ingezet dat aldaar een uitbreiding komt? Vraag: Er zijn diverse redenen waarom zo’n upgrading van zo’n park niet door kan gaan. Vindt er ook een knelpunten analyse plaats om te kijken wat er moet gebeuren om zo’n project wel vlot te trekken? Vraag: Stand van zaken Hagenwind? Vraag: U heeft gesproken over PlanMer. Is er iets over te zeggen welke gebieden/locaties voor onze gemeente relevant zijn en wat daarin wordt meegenomen? Vraag: Plan van aanpak zon op dak. In ons geval doet LTO dat en begeleidt dat hele onderdeel. Kunt u dat koppelen. Vraag: De uitkomsten van de PlanMer worden opgeleverd. Daarna worden die uitkomsten nog verwerkt in de RES 2.0?
2050. Antwoord: Dat is juist. Tenzij die particulier een villa heeft met behoorlijk wat dakoppervlak. Het gaat om die piek van 15 kilo watt, dat is de grens. Dat is 80m2. Er zijn wel huizen die dat hebben. Maar in de bebouwde kom moet je dan met name denken aan VvE’s. Antwoord: Die voortgangsrapportage is maar een klein onderdeel van de RES 2.0. De RES 2.0 moet eigenlijk gaan zorgen dat het niet gealloceerde deel toegekend is, over alle gemeenten verdeeld. En ook of dat wind of zon wordt. En al die plannen van aanpak moeten uitgewerkt worden. Waarschijnlijk gaan we ook met smart-energie-hubs aan de slag en met warmte. De RES 2.0 wordt echt een heel fors document. In de voortgangsrapportage wordt aangegeven in hoeverre de realisatie, de harde pijplijn, is opgeschoten t.o.v. een paar jaar geleden. Antwoord: Windmolens in Oude IJsselstreek, Zon op land is behoorlijk uitgebreid. Zon op dak is iets gegroeid, maar niet heel veel en dat heeft met netconversie te maken. Ik verwacht dat we tot de helft gekomen zijn. Antwoord: Ja, dat is een raadsbesluit.
Antwoord: Dat weet ik alleen maar van horen zeggen. In het bestuurlijk overleg is aan de orde geweest dat in 2030 de doelstelling moet worden gehaald. Zaken zijn urgenter geworden dan toen die zaak is opgesteld. Als het bestuurlijk politiek wordt dat moet u bij het bestuur zijn. Antwoord: Dan een technische vraag terug? Wanneer is dat park gebouwd. 2005?. Dan gaan we even rekenen. 18 jaar, dat is al een heel eind op weg, zeker voor de economische levensduur. U zou in gesprek kunnen gaan met de initiatiefnemers. Antwoord: Zeker. Daar zou wel iets mee moeten gebeuren of je moet dat op een andere plek doen. Er zijn meer opties. Antwoord: Dat is tot nu toe niet gedaan. Maar als de bestuurder van Aalten naar mij toe zou komen en dat vragen, dan zou ik met hem mee gaan denken. Antwoord: Staat in de beantwoording van de schriftelijke vragen. Antwoord: Dat kunt u zien in de bijlage. Er staat ook een kaartje in de NRD en op een slide staat ook een kaartje. Voor Aalten zijn er ook locaties in beeld voor het ‘alternatief’ in het PlanMer. Antwoord: LTO zit gelukkig bij ons in de werkgroep elektriciteit, dus dat gaan we zeker doen. Antwoord: Jazeker. Die worden meegenomen in het Ruimtelijk spoor. Het is een verdieping van de locatiestudie die wij in RES 1.0 hebben
2
Vraag: Wanneer wordt de RES 2.0 exact opgeleverd?
Vraag: De RES 2.0 moet toch net als de RES 1.0 naar Den Haag gestuurd worden; naar het Nationale RES programma. Wat is daar de datum van. De vorige keer is dit namelijk eerst opgestuurd en pas daarna in de raad gekomen, omdat de tijd tekort was. Gaan we het nu weer op deze manier doen of gaan we het wel eerst in de raad doen en daarna naar Den Haag sturen? Vraag: De netcongestie is een groot probleem. Er wordt opgetrokken met Liander en TenneT. Hoe ziet die samenwerking er precies uit? Vraag: Voor RES 1.0 is vrij uitgebreid gecommuniceerd. Hoe gaat dit plaats vinden voor RES 2.0? Vraag: Bij RES 1.0 zijn burgers actief benaderd, sessies georganiseerd etc. Dat hoor ik nu niet. Hoe wordt in de breedte de Achterhoekse burger betrokken?
Vraag; Zijn deze ambities niet te groot voor deze regio?
Vraag: Wat is dan de klimaatverandering met de bijdrage van de Achterhoek?
Vraag: Door wetenschappers wordt nu gezegd dat we nog 10 jaar hebben om wat te doen aan de Co2 uitstoot. Op welke manier wordt dit soort inzichten meegenomen in de RES 2.0 en de RES 3.0? Vraag: U zegt zelf dat die 1,35 te weinig is. Wanneer en op welke manier worden dit soort inzichten dan meegenomen?
gedaan. We passen daarmee ook gelijk de app aan. Antwoord: Hij is nu gezet op Q4, zonder exacte datum. Dan willen we besluitvorming in gang gaan zetten in de raden. Een aantal regio’s zijn aan het schuiven naar Q1 van 2024. U mag mij hier niet op vastpinnen. De provincie heeft van de minister een aantal opdrachten gekregen. Dat heeft te maken met het landelijk gebied, dus de stikstofcrisis. Dat heeft ook te maken met de woningopgave en energietransitie. De provincie is in positie gebracht om dat proces vóór 1 juli te trekken. Dat betekent ook dat de hoeveelheid werk bijna is verdubbeld door de minister. Andere programmamanagers zie ik het opschuiven, dus ik ben zeer voorzichtig geworden wanneer wij de resultaten op kunnen leveren. Antwoord: Voor de monitorrapportage staat een deadline voor, 1 juli. Maar voor de RES 2.0 staat geen datum voor. Er is een andere deadline. Op 1 januari 2025 moeten alle locaties geborgd zijn in het omgevingsbeleid en moeten de vergunningen zijn verleend.
Antwoord: Liander zit bijna overal bij ons aan tafel. TenneT zit in Geis (Gelderse Energie Infrastructuur) Dit heeft te maken met toekomstige plannen vanaf 2027. Antwoord: Ik stel mij voor dat, wat wij hier met elkaar wisselen dat dit gepubliceerd wordt op de website. Dat ga ik in ieder geval voorstellen. Ik neem het even mee dat dit wat uitgebreider kan. Vraag: Locaties die al vastliggen daar is dat proces al gelopen. Voor wat betreft het ruimtelijk spoor is die informatie ook opgehaald. We kunnen ons voorstellen dat er ook een communicatie traject gaat lopen als we richting RES 2.0 gaan. Antwoord: De plannen zijn gewoon te klein. Kijk naar het Akkoord van Groenlo. Als Achterhoek heb je daar een stevige ambitie neergezet. Voor 2030 ga je dit niet redden dus die datum is naar achteren geschoven. Als je kijkt wat er nodig is voor de klimaatverandering, dan moet er eerder een tandje bij, dan dat er een tandje af moet. Antwoord: Dat is heel erg groot. Iedereen moet zijn steentje bijdragen. Alle westerse landen hebben hun plannen ingediend. Dus iedereen doet mee. Antwoord: Het zou u aan kunnen zetten om te zorgen dat we die 1,35 met de regio gaan halen.
Antwoord: Op het internationale speelveld zie je gewoon dat Nederland al strenger is gegaan dan het nationale klimaatakkoord. Voorheen was het 40%, het Regeerakkoord is 55%. Op één of andere manier moet dat zijn vertaling gaan krijgen. Er was 35% afgesproken er is 55%
3
Vraag: In alle scenario’s bleef zon op dak gelijk. Kunt u dat nog wat meer duiding geven? Vraag: Kan die 0,35 nog omhoog of is dat heel ingewikkeld? Hoeveel ruimte zit daarin?
geboden, en men wordt gehouden aan het bod. Dus dat is een ophoging van het doel. Er zullen tussen doelstellingen komen. Die reflecteert dat we sneller moeten gaan. Antwoord: In die app kunnen we wel aan die schijf ‘sleuren’. Iedereen is het erover eens dat die 0,35 overheid moet blijven. Antwoord: Ik denk dat er ruimte in zit. Dat gaan we in de werkgroep elektriciteit uitzoeken. Wat er kan in de Achterhoek? Kan het praktisch potentieel naar 0,8? Dus er is ruimte om echt meer te doen afgezien van de net congestie? Daar moeten slimme dingen voor worden bedacht.
De voorzitter bedankt de heer Van Beek voor de presentatie en het beantwoorden van de vragen en sluit dit agendapunt af. Agendapunt 3: Presentatie/informatie over voorstel tot instemmen met Akkoord van Groenlo 3.0 en voorstel tot vaststellen van de update van het plan van aanpak duurzaamheid. De heer H. Eskes geeft een presentatie over het voorstel tot instemmen met het Akkoord van Groenlo 3.0 en het voorstel tot vaststellen van de update van het plan van aanpak duurzaamheid. De presentatie is bij deze korte aantekeningen gevoegd. Vragen aan de heer Eskes. Vraag: We zijn nu anderhalf jaar verder. Er ligt een mooie verklaring, we gaan samenwerken en uitvoeren wat we vorig jaar hebben goedgekeurd. En dan moeten we nu nog een uitvoeringsagenda gaan uitwerken? Wat is er in de afgelopen anderhalf jaar dan gebeurt?
Vraag: Is dit is een mooie intentieverklaring om te blijven samen te werken en hopelijk ook de 3 O’s. Is dit waar we het feitelijk over hebben?
Opmerking: Die samenwerking is toch al geborgd in het verplichte RES? Daar is een Akkoord van Groenlo 3.0 niet voor nodig. Vraag: Begrijp ik dat we gaan doen wat we afgesproken hebben en dat de overeenkomst geactualiseerd wordt, zodat die twee dingen bij elkaar passen?
Vraag: Bijlage II is het Akkoord. Wat is de status van de andere bijlages. Vooral bijlage 4, waarin de
Antwoord: Het heeft vrij lang geduurd omdat er best nog wel veel over gediscussieerd is. Dan ging het vooral om de doelstellingen en wat we precies in het Akkoord wilden zetten. Vervolgens gaan we hem uitwerken. Eigenlijk ligt een groot deel van die uitwerking er al. We gaan de RES en de Transitievisie uitwerken. Daar gaan we tijd in steken. En daar zijn wij nu mee bezig. Antwoord: Dat is de kern van het verhaal. Die samenwerking is heel belangrijk. In het kader van de RES wordt weleens gedacht dat iedere gemeente zijn eigen deel pakt. Er is uitgesproken dat het dat niet moet zijn. Het opwekken van energie moet je doen, daar waar het de mensen het minste pijn doet. En dat kan door de hele Achterhoek. Op sommige plekken doe je wat minder en op andere plekken wat meer. Die afspraken zijn wel sterker aangezet.
Antwoord: Het is niet hetzelfde wat we in het verleden hebben afgesproken. En dan zit het hem in de energieneutraliteit in 2030. Die doelen moet je in redelijkheid bijstellen. En voor de rest is het een herbevestiging van de samenwerkingsgedachte. Antwoord: Deze had er eigenlijk niet bij moeten zitten. Er zitten een aantal afslagen in die
4
menukaart is opgenomen. Waarom staat die daarin en wat moeten wij daarmee? Vraag: Wat voegt dit Akkoord nu toe t.o.v. andere akkoorden die zijn gesloten? We krijgen de indruk dat het een herbevestiging is
Vraag: In het raadsvoorstel staat; we stellen middelen beschikbaar en dat dit geen financiële implicaties heeft. Heeft dit echt geen financiële gevolgen?
Vraag: Maar de uitvoering van de onderdelen van het Uitvoeringsprogramma zullen toch wel financiële impact hebben? Vraag: Als je nu een kader vaststelt, waarvan je zegt; enerzijds heeft het geen financiële gevolgen en anderzijds, enorm. Dat geeft ons een wat ongemakkelijk gevoel. Waar zeggen we nu ja of nee tegen? Wij zullen deze vraag aan de wethouder stellen. Vraag: Wie sluiten nu dit Akkoord en wie kun je hier nu aan houden?
Vraag: Hoe zit het met de Uitvoeringsagenda en de link die daarin gelegd wordt met de RES 2.0? Het wordt nog uitgewerkt. Hoe zit de koppeling daartussen? Vraag: Daar zit wel in dat we nu een andere aanname gaan doen over die 2030 bij het Akkoord van Groenlo. Hoe gaat dat dan samen? Vraag: Dat nu de koppeling met RES 1.0 gemaakt wordt is helder. Maar de uitvoeringsagenda wordt iedere 2 jaar geüpdatet, terwijl we ook al een update van die RES hebben. Het is ons niet geheel helder wat we in die uitvoeringsagenda weer gaan updaten omdat we ook allerlei andere updateprocessen hebben?
nauwelijks te onderbouwen zijn. Dit adviesbureau is niet bij de uitvoeringsagenda aan de slag gezet omdat we hier niet optimaal tevreden over waren. Antwoord: De benoeming van de RES en de transitievisies zitten er nu wel in en die zaten er in het verleden niet in. Voor de rest is het min of meer een herbevestiging van een reeds bestaand Akkoord die wat bijgesteld is op de doelen. Antwoord: Het Akkoord van Groenlo niet. We stoppen er wat tijd en energie in om die uitvoeringsagenda te maken. En voor de rest komt het allemaal weer terug in het uitvoeringsprogramma of in het Plan van aanpak duurzaamheid. Antwoord: Ja, maar dit zijn dingen die ook op allerlei andere manieren zijn benoemd. De update geeft ook al heel veel richting aan.
Antwoord: In eerste instantie met de 8 Achterhoekse gemeenten. De wethouder Duurzaamheid gaat daar de handtekening voor zetten. Vervolgens worden de andere O’s uitgenodigd om ook mee te doen. Daar zal o.a. via de Thematafels voor geworven worden. Antwoord: In het Akkoord van Groenlo staat een verwijzing naar de RES 1.0. Omdat de RES 2.0 er nog niet was. Daar staat het bod in. De RES gaan we uitvoeren en we gaan ervoor zorgen dat in 2030 die opwek er is. Antwoord: De aanname van de RES 1.0 ligt al heel dicht in de buurt van de 55% reductie op broeikasgassen in relatie met het Klimaatakkoord. Antwoord: Eens dat het een beetje dubbelop lijkt. Op allerlei gebieden ga je aan de slag en ga je beleid voor maken. In een overkoepelend Akkoord van Groenlo zeg je dat je dat ook gaat doen. Dat is een beetje de strekking van het Akkoord. Dat je laat zien hoe groot de wil er is om van die duurzaamheid een succes te maken. Je krijgt inderdaad allerlei dubbelingen van beleid.
De voorzitter bedankt de heer Eskes voor de presentatie en beantwoording van de vragen. De voorzitter geeft aan dat door een aantal burgers, mede namens het Platform Zon en Wind een schriftelijke zienswijze is ingediend m.b.t het voorstel Akkoord van Groenlo 3.0. Deze zienswijze is bij dit verslag gevoegd. De voorzitter geeft aan dat het voorstel tot instemmen met het Akkoord van Groenlo 3.0 en het
5
voorstel tot vaststellen van de update van het plan van aanpak duurzaamheid in de Oordeelsvormende vergadering van 11 april 2023 worden behandeld.
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Aalten in de openbare raadsvergadering van 25 april 2023.
M.A.J.B. Fiering Raadsgriffier
mr. A.B. Stapelkamp voorzitter
6
Naar een nieuw Akkoord van Groenlo AvG 3.0
Akkoord van G roenlo 2009 + 2013 KENMERKEN Drie O’s, Overheid (8 gemeenten), Ondernemers, Onderwijs Energieneutrale gebouwde omgeving in 2030 (alleen nog gebruik hernieuwbare energie in 2030), Energiebesparing 55% op aardgas, 20% op elektriciteit. Oprichting Agem Faciliteren en verbinden van duurzame initiatieven uit de samenleving Duurzame projecten uitvoeren Uitvoeringsagenda 2016 Monitoren duurzaamheidsdoelstellingen
Wat heeft het AvG de Achterhoek opgeleverd: Achterhoekse samenwerking Oprichting Agem Achterhoek Energieloket Besparingsacties, subsidies Verduurzaming woningen en bedrijven Duurzaamheidsleningen Windmolens Zonnige daken Zonneparken RES 1.0 Achterhoek Warmtetransitie (TVW’s) Achterhoek Warmtenet Bloemenbuurt Duco-overleg, Bestuurlijk overleg
Waarom wil de Achterhoek een nieuw Akkoord van Groenlo ? Veranderende inzichten ● Veronderstelde besparing op aardgasverbruik (-55%) en elektriciteit (-20%) is niet realistisch ● Gebruik biomassa te hoog ingeschat ● In 2030 zal er nog fossiel energieverbruik zijn, AvG doelstelling energieneutraal wordt niet gehaald. ● Aanhaken nationaal Klimaatakkoord ● AvG is bijna 10 jaar oud, nieuwe boost is niet verkeerd ● Achterhoekse samenwerking blijven benadrukken
akkoord van Groenlo 3.0 gemeenten samen verantwoordelijkheid Achterhoek energieneutraal uiterlijk 2050 nemen wij als
In het
onze
om als
snel mogelijk
te worden,
in
.
Onze
ambitie
blijft
onverminderd groot.
zo
We voeren de RES 1.0 uit We voeren de gemeentelijke TVW (transitievisie warmte) uit
, waarin ten minste 1,35 TWh aan
(grootschalige) opwek wordt gerealiseerd in 2030.
waarin wordt toegewerkt naar een aardgasvrij gebouwde omgeving.
We leggen de
doelstellingen en activiteiten uitvoeringsprogramma monitoren
inzetten vast in een
tijdshorizon tot telkens 10 jaar vooruit. We
en herijken het uitvoeringsprogramma iedere twee jaar.
waar we op
met streefcijfers en met een
de voortgang in een gezamenlijk proces
inwoners onderwijsinstellingen (maatschappelijke) organisaties bedrijven iedereen aanjagen, enthousiasmeren, initiatief nemen en faciliteren. We trekken samen op met
, met
en met
en
. Sterker nog: we rekenen erop dat
meedoet.
Wij willen
En we stellen mensen en middelen beschikbaar. Dit akkoord sluiten de gemeenten met elkaar. Als pijler onder onze beweging naar een energieneutrale Achterhoek. We willen graag dat die beweging groter wordt. En nodigen daarom nadrukkelijk anderen uit om zich erbij aan te sluiten.
Samen d’ran!
Omdat we het gevoel van de Achterhoek willen behouden. En omdat we trots willen zijn op onze toekomst.
Geacht College en Gemeenteraad van de gemeente Aalten,
Dale, 2 april 2023
Betreft: schriftelijke zienswijze op behandeling Akkoord van Groenlo 3.0 en daarbij behorende bijlages t.b.v. de beeldvormende raadsvergadering van 4 april 2023.
•
De oorspronkelijke doelstelling van 2030 in de eerdere versies van het Akkoord was volkomen onrealistisch, daarom is het verschuiven van de deadline naar 2050 een goede zaak. Dit geeft de kans om ook realistische opties zoals waterstof en kernenergie uit te werken want we weten allemaal dat we het met zon en wind alleen niet gaan redden! Waarom wordt hieraan in het rapport van RoyalHaskoning DHV niet meer aandacht aan besteed er is nu immers meer tijd dus het oude argument dat e.e.a. te veel tijd kost is niet meer valide?
•
Het akkoord van Groenlo is gestoeld op het intussen alweer gedateerde rapport uit 2021 van RoyalHaskoningDHV. In bijlage 1 van dit rapport wordt een feitelijke onderbouwing gegeven van de benodigde opwekking d.m.v. zon & wind. Nog afgezien van het gegoochel met eenheden bij de figuren waarvoor het voor de gemiddelde lezer al snel onbegrijpelijk wordt staan hier volkomen onrealistische aantallen windturbines en hectares zonnevelden genoemd. De totale oppervlakte van de 8 Achterhoekse gemeentes die deelnemen aan het Akkoord van Groenlo is ongeveer 1200 km?. Globaal kan hiervan 20% worden afgetrokken i.v.m. bijvoorbeeld woonkernen, natuurgebied en water. Blijft theoretisch ongeveer 960 km2 buitengebied over voor windturbines en zonnevelden (Nb: hier blijft overigens bijna niets van over als we de geluidscontouren daarop toepassen). 2030 RES 2.0 154 windturbines
dichtheid: 960/154= 6,2 m.a.w. op elke 6,2 km een windturbine!
2050 ENERGIENEUTRAAL (als besparing van 26% gehaald wordt) 267 windturbines
dichtheid: 960/267= 3,6 m.a.w. op elke 3,6 km2 een windturbine!
2050 ENERGIENEUTRAAL (als besparing van 26% niet gehaald wordt, meest realistisch) 325 windturbines
dichtheid: 960/325= 2,9 m.a.w. op elke 2,9 km2 een windturbine!
Volkomen onrealistisch om te denken dat we de gehele Achterhoek met zijn unieke landschap van voor naar achter vol gaan zetten met windturbines (en zonneparken)!! Zelfs als we deze in clusters van 10 zouden neerzetten is 27 tot 32 van dergelijke windparken in de Achterhoek volkomen absurd!
1
•
In het recente rapport van het onafhankelijke ingenieursbureau CE DELFT van februari 2023 (gevoegd) wordt gesteld dat: Om klimaatdoelen voor 2030 en 2050 te behalen is een forse toename van de productie van CO2-vrije energie noodzakelijk. Hernieuwbare elektriciteitsproductie op land, in de vorm van windmolens op land en zonneparken, dragen op dit moment flink bij aan het verduurzamen van de Nederlandse elektriciteitsproductie. Maar door de snelle uitrol van windparken op zee en zon op dak ontstaat de vraag of extra windmolens op land en zonneparken, boven op de doelstelling van 35 TWh vanuit de RES, noodzakelijk zijn voor het behalen van de klimaatdoelstellingen. Of dat de verhoogde klimaatdoelstelling voor 2030 en de klimaatdoelstelling voor 2050 ook behaald kunnen worden zonder verdere groei van deze energiebronnen. Het doel van dit onderzoek is om een beeld te schetsen op welke wijze de 2030- en 2050-doelen gehaald kunnen worden, met en zonder extra wind op land en zonneparken. En om de afwegingen tussen de verschillende energiebronnen in kaart te brengen. Voor 2050 kunnen de klimaatdoelstellingen ook gehaald worden zonder extra wind en zon op land. Wind op zee en zon op dak (met of zonder kernenergie} in combinatie met regelbare waterstofcentra/es en import van waterstof is voldoende. Er is dus ruimte om keuzes te maken tussen verschillende energiebronnen.
Er zijn verschillende combinaties van energiebronnen denkbaar voor de invulling van de toekomstige energievraag, met elk zijn eigen maatschappelijke voor- en nadelen. Aangezien investeringen in duurzame energie voor een lange periode gedaan worden, is het wenselijk om hier snel keuzes in te maken. Voor 2030 geldt dat de tijd bepalend is welke technieken in de nog zeven resterende jaren gerealiseerd kunnen worden om de doelen (van het kabinet én van de EU) te halen. Een nog verdergaande versnelling van de uitrol van windparken op zee voor 2030 is niet realistisch. Daardoor zijn andere bronnen nodig om deze doelstelling te halen, of is het nodig de doelstelling naar achteren te verschuiven. Het Achterhoekse landschap kan slechts 1 keer verpest worden! Neem de onderzoeksresultaten uit dit rapport mee voordat besloten wordt om klakkeloos meer wind op land te realiseren.
•
De BBB is in alle provincies de grootste partij geworden, een nieuwe politieke realiteit. In het verkiezingsprogramma van de BBB staat dat men tegen windturbines op land is: "Zon op het dak, geen windmolenparken en bij draagvlak kernenergie en aquathermie." https://boerb u rge rbeweging. n 1/ge Id e ria nd/p rovi n cia Ie-state n/ve rkiezi ngsprogra m ma/ Dit gaat gevolgen hebben voor het beleid, er gaat breder (kernenergie, waterstof, wind van zee) gekeken worden. Hoe gaat het akkoord van Groenlo hier aandacht aan besteden? Onderschrijft de fractie van BBB-HMV in Aalten het hierboven genoemde verkiezingsprogramma en de standpunten v.w.b. windturbines van de BBB en kan de Aaltense BBB-HMV hier duidelijkheid over geven aan de Aaltense kiezers?
•
Wind van Zee is geen luchtfietserij. Zie het Volkskrant artikel van 30 maart "TenneT bouwt voor 23 miljard euro 'stekkerplatforms' in zee: 'één van de belangrijkste infrastructuurprojecten van de eeuw"' https://www.volkskrant.ni/a-b095fe10 Wind op land (zeker in de Achterhoek) is niet efficiënt en kan alleen gerealiseerd worden met overheidssubsidie (lees belastinggeld). Wind van zee is veel efficiënter, rendabeler en betrouwbaarder en kan nu reeds zonder subsidie worden geproduceerd. De gemeente Aalten heeft intussen geïnvesteerd in een gezamenlijk zonnepark in een buurgemeente terwijl een tender voor zon nevelden in de eigen gemeente wordt afgewezen. Analoog 2
hieraan zou de gemeente Aalten kunnen overwegen om investeren in het t.o.v. de Achterhoek veel efficiënter opwekken van Wind op Zee om zodoende de doelstellingen te halen. Worden de mogelijkheden hiervan onderzocht? •
Aalten heeft recent besloten om geen zonneparken toe te staan op landbouwgrond (geen tenders uit te schrijven). Het akkoord van Groenlo stoelt op het rapport van RoyalHaskoning DHV waarin klip en klaar staat dat er 225 tot 1400 hectare zonneveld in de Achterhoek nodig is om aan de RES in 2030 en t.z.t. aan Energieneutraliteit in 2050 te voldoen. De grootse partij in de provincie, de BBB, wil ook geen zon op land maar alleen op dak. Nogmaals de vraag hoe u het akkoord van Groenlo kan ondertekenen terwijl u weet dat het onderzoek van RoyalHaskoning DHV waarop dit gebaseerd is politiek gezien volkomen onrealistisch is?
•
Ik wil u bij deze nogmaals wijzen op de brandbrief (gevoegd) die de gezamenlijke Achterhoekse bewonersgroepen in februari hebben verstuurd.
M.vr.gr.
Mede namens het Platform Zon & Wind het Goor
3
Brandbrief - Stop windindustrie in de Achterhoek 22 februari 2023
Aan de kandidaten en politieke partijen die deelnemen aan de verkiezingen voor Provinciale Staten Gelderland 2023. Als gezamenlijke Achterhoekse belangengroepen richten wij ons tot u met de oproep de uitrol van plannen voor nieuwe windparken in de Achterhoek een halt toe te roepen. Voor grote windturbines in onze directe leefomgeving is geen draagvlak onder de Achterhoekse bevolking. Bovendien past wind op land niet langer in het streven naar een eerlijk en verstandig energiebeleid. Nu de landelijke overheid heeft besloten dat de energieopwekking op zee voor een groot deel in de behoefte gaat voorzien, zijn nieuwe windparken op land strikt genomen niet langer nodig. Niet voor de energievoorziening en niet voor de klimaatdoelen. Wij roepen partijen op rigide uitgangspunten uit het verleden te herzien. Grote windturbines horen op de Noordzee, niet in de Achterhoek. Achterhoek in de uitverkoop? De meeste gemeenten in de Achterhoek hebben plannen, neergelegd in de Regionale Energie Strategie (RES) Achterhoek, om de komende jaren tientallen windturbines te laten plaatsen, waaronder extreem grote met een tiphoogte van 240 tot 280 meter. Na 2030 zou er nog een veelvoud bij komen. Resultaat: een lappendeken aan windturbines en zonneparken in de hele Achterhoek. Bestuurders zouden moeten voorkomen dat de Achterhoek op deze manier in de uitverkoop wordt gezet.
Waarom windturbines in de Achterhoek contraproductief zijn 1.
Windturbines op land zorgen voor overproductie. Dit jaar komt er 4,5 gigawatt op zee te staan. In 2030 moet dat 21 gigawatt zijn en in 2050 70 gigawatt. Wanneer het waait kan de Noordzee ruimschoots aan alle vraag naar
2.
elektriciteit voldoen: het plaatsen van meer windturbines op land zorgt voor overproductie. Windturbines op land zijn minder efficiënt. Op land maken windturbines veel minder draaiuren, ze zijn dus minder efficiënt. De Achterhoek is ook nog eens een van de meest wind luwe regio's van Nederland. Voor de CO2-reductie zijn windturbines op land ook minder effectief: steenkool- of gascentrales moeten vaker bijspringen.
3.
Wind op land kost miljarden aan overheidssubsidies. De afgelopen jaren zijn miljarden aan subsidie opgestreken door de exploitanten en deels naar het buitenland weggevloeid. Voor windenergie op zee wordt geen subsidie verstrekt.
Waarom wij een stop op nieuwe windparken willen Achterhoekers voelen zich overrompeld door de plannen voor windturbines die door de overheid over hen worden uitgerold. Als belangenbehartigers weten we dat zij zich grote zorgen maken over hun welzijn. Uit onderzoek wordt steeds duidelijker dat gezondheidsschade door geluid, slagschaduw en laagfrequente trillingen vaker voorkomt dan werd aangenomen. Ook vrezen bewoners onomkeerbare schade aan landschap en natuur. Daarbij komt de financiële schade voor omwonenden en ondernemers, door onder meer de waardedaling van woningen en de aantasting van de toeristische en recreatieve waarde van het gebied. De bescherming tegen de risico's van windturbines laat veel te wensen over.
1/2
Meer draagvlak voor de regionale energiestrategie nodig Draagvlak onder de Achterhoekse bevolking is cruciaal voor het slagen van de regionale energiestrategie. De voorkeur van burgers gaat overwegend uit naar "zon op dak en wind van zee". De landelijke politiek koerst steeds nadrukkelijker op wind op zee. Toch houden veel lokale bestuurders koste wat kost vast aan 'wat nu eenmaal is afgesproken in de RES'. Als Achterhoekse bewonersgroepen is onze dringende oproep aan partijen die deelnemen aan de verkiezingen: zorg voor draagvlak, neem optimaal gebruik van de opwekcapaciteit van de Noordzee op in uw partijprogramma en vrijwaar de Achterhoek van onnodige windindustrie. Prik de RES Achterhoek door, laat de wind eruit lopen!
Ondertekend door 11 belangengroepen uit 7 Achterhoekse gemeenten: Aalten - Platform Zon en Wind in het Goor Berkelland/ Oost Gelre - Windkracht K Bronckhorst - Hengelse Zand, Bronckhorst windturbinevrij, Windturbines Drempt, Tegenwind Keppel en Eldrik, Tegenwind Oude IJssel, Natuurlijk landschap Heidenhoek Doetinchem - Werkgroep Geen Windturbines Hier Lochem - Belangenvereniging Exel en Omstreken Winterswijk- Stichting Behoud Nationaal Landschap Winterswijk
Contact-
2/2
Nut en noodzaak extra wind op land in 2030 en 2050 Uiteenzetting mogelijke scenario's en afweging
7
CE Delft
1 \
Committed to the Environment
Nut en noodzaak extra wind op land in 2030 en 2050 Uiteenzetting mogelijke scenario's en afweging
Dit rapport is geschreven door: Joeri Vendrik, Heleen Groenewegen, Frans Rooijers Delft, CE Delft, februari 2023 Publicatienummer: 22. 220235.197 Energievoorziening / Duurzame energie / Toekomst / Scenario's / Kosten / Baten / Locaties / Effecten / Klimaatneutraal Opdrachtgever: Stichting Windalarm, Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW) Alle openbare publicaties van CE Delft zijn verkrijgbaar via www.ce.nl Meer informatie over de studie is te verkrijgen bij de projectleider Joeri Vendrik (CE Delft) © copyright, CE Delft, Delft
CE Delft Committed to the Environment CE Delft draagt met onafhankelijk onderzoek en advies bij aan een duurzame samenleving. Wij zijn toonaangevend op het gebied van energie, transport en grondstoffen. Met onze kennis van techniek, beleid en economie helpen we overheden, NGO's en bedrijven structurele veranderingen te realiseren. Al meer dan 40 jaar werken betrokken en kundige medewerkers bij CE Delft om dit waar te maken.
220235 - Nut en noodzaak extra wind op land in 2030 en 2050 - December 2022
Inhoud Samenvatting
4
Inleiding 1.1 Wat zijn de aanleiding en het doel van het onderzoek? 1.2 Wat onderzoeken we? 1. 3 Leeswijzer
8 8 9 9
2
Wat zijn mogelijke scenario's voor een klimaatneutraal energiesysteem in 2050? 2.1 Hoe groot is de potentie van de verschillende CO,-vrije energiebronnen? 2.2 Wat zijn mogelijke scenario's voor 2050? 2.3 Wat is de impact van verschillende scenario's op energie-infrastructuur?
11 11 13 24
3
Wat zijn de effecten op de klimaatdoelstelling voor 2030? 3.1 Hoeveel extra CO,-vrije energie is nodig in 2030? 3.2 Wat is de potentie van CO,-vrije energiebronnen in 2030? 3.3 Wat is het effect van de scenario's op het behalen van de klimaatdoelstelling voor 2030?
27 27 28 29
4
Wat is het effect op de maatschappelijke kosten? 31 4.1 Wat verstaan we onder maatschappelijke kosten? 31 4.2 Wat zijn de maatschappelijke kosten van verschillende energiebronnen? 32 4.3 Wat zijn de totale maatschappelijke kosten voor de verschillende scenario's in 2050? 38 4.4 Wat zijn de maatschappelijke kosten van CO,-vrije energiebronnen in 2030? 41
5
Wat is het effect op de importbehoefte van Nederland? 5.1 Wat zijn de afwegingen tussen zelf produceren en importeren van energie? 5.2 Hoe groot is de importbehoefte bij elk scenario?
43 43 44
6
Gevoeligheidsanalyses 6.1 Krimp energie-intensieve industrie in Nederland 6.2 Krimp internationale scheeps- en luchtvaart in Nederland 6.3 Meer vollasturen wind op zee en wind op land 6.4 Grotere potentie wind op zee 6.5 Uitstellen klimaatdoelstelling 2030 naar 2031
46 48 51 52 54 55
7
Conclusies 7.1 Mogelijke scenario's klimaatneutraal energiesysteem 2050 7.2 Haalbaarheid klimaatdoelstelling 2030 7.3 Afwegingen
56 56 58 59
Literatuur
2
220235 - Nut en noodzaak extra wind op land in 2030 en 2050 - December 2022
61
A
Modellering energiescenario's A.1 Werking model A.2 Optimalisatie energieproductie
63 63 65
B
Aannames kostenberekeningen B.1 Externe kosten B.2 Overige resultaten
70 70 73
C
Resultaten scenario's C.1 Resultaten scenario Internationale Sturing C.2 Maatschappelijke kosten C. 3 Gevoeligheidsanalyses
77 77 79 81
3
220235 -Nut en noodzaak extra wind op land in 2030 en 2050 - December 2022
Samenvatting Nederland heeft de doelstelling om zijn uitstoot van broeikasgassen in 2030 met ten minste 55% terug te brengen ten opzichte van 1990. In 2050 moet Nederland helemaal klimaatneutraal zijn. In een klimaatneutraal energiesysteem wordt uitsluitend gebruik gemaakt van CO,-vrije energiebronnen. Om deze doelen te behalen is een forse toename van de productie van CO,-vrije energie noodzakelijk. Hernieuwbare elektriciteitsproductie op land, in de vorm van windmolens op land en zonneparken, dragen flink bij aan het verduurzamen van de Nederlandse elektriciteitsproductie. Op dit moment wordt ruim 10% van de Nederlandse elektriciteitsvraag met deze bronnen geproduceerd (PBL, 2022). Maar door de snelle uitrol van windparken op zee en zon op dak ontstaat de vraag of extra windmolens op land en zonneparken, boven op de doelstelling van 35 TWh vanuit de RES, noodzakelijk zijn voor het behalen van de klimaatdoelstellingen. Of dat de verhoogde klimaatdoelstelling voor 2030 en de klimaatdoelstelling voor 2050 ook behaald kunnen worden zonder verdere groei van deze energiebronnen. Het doel van dit onderzoek is om een beeld te schetsen op welke wijze de 2030- en 2050doelen gehaald kunnen worden, met en zonder extra wind op land en zonneparken. En om de afwegingen tussen de verschillende energiebronnen in kaart te brengen.
Voor 2050 kunnen de klimaatdoelstellingen ook gehaald worden zonder extra wind en zon op land. Wind op zee en zon op dak (met of zonder kernenergie) in combinatie met regelbare waterstofcentrales en import van waterstof is voldoende. Er is dus ruimte om keuzes te maken tussen verschillende energiebronnen. Er zijn verschillende combinaties van energiebronnen denkbaar voor de invulling van de toekomstige energievraag, met elk zijn eigen maatschappelijke voor- en nadelen. Aangezien investeringen in duurzame energie voor een lange periode gedaan worden, is het wenselijk om hier snel keuzes in te maken. Voor de doelstelling voor 2030 is het lastiger om te kiezen tussen verschillende bronnen, omdat er op korte termijn een sterke groei is van de vraag naar elektriciteit en de groei van wind op zee naar verwachting niet verder versneld kan worden en kerncentrales niet binnen deze termijn gerealiseerd kunnen worden. De keuze is daarom beperkt tot wind op land plus zon, maximaal zon op dak, indien mogelijk tijdelijk meer waterstof importeren en/of verschuiven van de doelstelling naar 2031, wanneer een extra hoeveelheid wind op zee ter beschikking komt.
Scenario's voor 2050 Er zijn drie scenario's ontwikkeld die alle drie in 2050 aan de verwachte energievraag van circa 650 TWh voldoen: 1. Extra windmolens op land en zonneparken. Het opgestelde vermogen aan windmolens op land en zonneparken komt bovenop de RES-doelstelling van 35 TWh hernieuwbare opwek op land. 2. Extra wind op zee en zon op dak. Geen groei van het opgestelde vermogen aan windmolens op land en zonneparken na het behalen van de RES-doelstelling van 35 TWh hernieuwbare opwek op land. In plaats daarvan wordt maximaal ingezet op extra zon op dak en infrastructuur (binnen de grenzen van wat efficiënt gebruikt kan worden in het energiesysteem) en wordt een groter aandeel van de energie van windparken op zee gebruikt voor de elektriciteitsvoorziening; in plaats van productie van groene waterstof.
4
220235 - Nut en noodzaak extra wind op land in 2030 en 2050 - December 2022
3.
Kernenergie. Geen groei van het opgestelde vermogen aan windmolens en zonneparken na het behalen van de RES-doelstelling van 35 TWh hernieuwbare opwek op land. Er wordt in dit scenario ook niet maximaal ingezet op zon op dak. In plaats daarvan worden kerncentrales geplaatst.
De belangrijkste conclusies uit de scenario's zijn: Er zijn voldoende binnenlandse energiebronnen om aan de directe elektriciteitsvraag van 240 TWh te voldoen, voor elk van de scenario's. Door ongelijktijdigheid van vraag en aanbod zijn opslag van energie, conversie van overschotten in elektriciteit en productie met regelbare waterstofcentrales nodig. Naast elektriciteit is er in 2050 naar verwachting een forse vraag naar waterstof en synthetische brandstoffen (in totaal 270 TWh). Deze vraag komt voornamelijk vanuit internationale luchtvaart (50 TWh) en scheepvaart (150 TWh) en de industrie (50 TWh vanuit raffinage, kunstmest, chemie, staal en overige industrie). Deze brandstoffen kunnen deels in Nederland geproduceerd worden, maar er is ook import noodzakelijk. De hoeveelheid import verschilt per scenario. Het is niet efficiënt om meer dan 100 GW aan zon (op dak, infrastructuur of veld) in te passen in het energiesysteem. Extra productie kan amper gebruikt worden om de elektriciteitsvraag in te vullen, er ontstaan dan voornamelijk extra overschotten. Deze overschotten kunnen opgeslagen worden in batterijen of omgezet worden in waterstof, maar beide opties zijn bij zon erg duur. 100 GW aan zon kan naar verwachting volledig ingevuld worden met zon op daken en infrastructuur.
Bij extra windmolens op land hoeft een kleiner aandeel van de windparken op zee gebruikt te worden voor elektriciteitslevering en kunnen op zee meer waterstof of synthetische brandstoffen gemaakt worden. In essentie komt het dus neer op een afweging tussen extra windmolens op land en meer import van synthetische brandstoffen. Door de extra windmolens bij het scenario Extra wind op land en zonneparken, is 25 TWh minder import nodig (ongeveer 4% van de totale energievraag). Hiervoor is 12 GW wind op land extra nodig (ongeveer 2.000 windmolens van 6 MW). Totale energiebalans - Drie scenario's
•
-,- - ----
--
900
,',
} ons,/"aas
os/va l
1
-1
. g »i "4 nr 4
~
400
•
194
i'
i
273 100
,,R '1
155
ih}' ge
105--' 1
239 '
-•-258
239
1
- ~Extra wind op land en zonne parken
fj
1
1 - -1-
'{
-,
266
239
' 1
Extra wind op zee en zon op dak
Productie elektriciteit wind/zon/kemenergie Productie waterstof (directe conversie WoZ) Productie groengas Productie warmte (Netto-) Import
5
113
R:44 ·i?i
200
0
"rans
1
~ ---- ---
700
} Amos
Kemenergie
Vraag elektriciteit Vraag watertof Vraag groengas a Vraag warmte Conversieverliezen
220235 - Nut en noodzaak extra wind op land in 2030 en 2050 - December 2022
Il
,1- 1
Behalen 2030-doelen Om de klimaatdoelstellingen voor 2030 te halen, is naar verwachting ruim 40 TWh extra CO,-vrije energieproductie nodig bovenop de huidige plannen voor 2030. Deze extra CO,vrije energie is nodig om extra elektrificatie te kunnen faciliteren en de verwachte verplichting vanuit de EU voor elke lidstaat om in 2030 50% van het industriële waterstofverbruik in het land te vergroenen. Voor 2030 geldt dat de tijd bepalend is welke technieken in de nog zeven resterende jaren gerealiseerd kunnen worden om de doelen (van het kabinet én van de EU) te halen. Een nog verdergaande versnelling van de uitrol van windparken op zee voor 2030 is niet realistisch. Daardoor zijn andere bronnen nodig om deze doelstelling te halen, of is het nodig de doelstelling naar achteren te verschuiven. De belangrijkste bronnen die deze extra energie kunnen leveren zijn zon op dak, zonneparken, wind op land en import van groene waterstof. In het illustratieve pakket van 'Alles uit de kast' is 10 TWh extra hernieuwbare opwek op land nodig (Werkgroep Extra Opgave, 2022). Voor de scenario's Extra wind op zee en zon op dak en Kernenergie, waarbij geen extra wind op land en zonneparken gerealiseerd worden, zou dit ingevuld moeten worden met extra grootschalige zon op dak. Om dit te kunnen realiseren is stimulering van extra zon op dak nodig. Hierbij ontstaan meer overschotten van elektriciteit.
Het is de verwachting dat niet alle benodigde groene waterstof in Nederland geproduceerd wordt. De verwachte elektriciteitsvraag voor elektrolysers is 14 TWh, uitgaande van de ambitie van 4 GW aan elektrolysers. De verwachte elektriciteitsvraag is dan ongeveer 180 TWh. In dat geval is 15 TWh extra CO,-vrije elektriciteitsproductie in Nederland nodig in 2030. Er is in dat geval dus wel import van groene waterstof nodig om het doel van 50% groene waterstof te halen, terwijl de ontwikkeling van een mondiale markt voor groene waterstof voor 2030 onzeker is. Bij maximaal 4 GW elektrolysers in Nederland, zou in het illustratieve pakket van 'Alles uit de kast' niet per se extra wind en zon op land nodig zijn.
Maatschappelijke kosten De scenario's zijn verschillend qua maatschappelijke kosten. Bij maatschappelijke kosten worden naast financiële kosten en baten (voor gebruiker of producent) ook externe kosten en baten (voor de gehele samenleving) meegenomen. De negatieve effecten van wind en zon op land op omwonenden vertalen zich in een daling van huizenprijzen van nabijgelegen woningen. Deze externe kosten zijn in grote mate afhankelijk van de locatie en de mate van clustering van de windmolens en zonneparken. Bij een grote mate van clustering in dunbevolkte gebieden zijn er veel minder externe kosten. Dit heeft vanuit maatschappelijke kostenperspectief dus de voorkeur. In vergelijking met de totale productiekosten van elektriciteit zijn de daaraan gerelateerde externe kosten relatief beperkt. Maar als alleen naar verschillen in kosten tussen de scenario's gekeken wordt, dan spelen de externe kosten wel een significante rol. Het scenario Extra wind op zee en zon op dak lijkt de laagste totale maatschappelijke kosten voor energieproductie te hebben. Dit is in grote mate afhankelijk van het verschil in kosten tussen binnenlandse productie met windmolens op land en import van waterstof of synthetische brandstoffen. Het is de verwachting dat import van waterstof of synthetische brandstoffen goedkoper uitvalt dan binnenlandse productie.
Alleen als de binnenlandse import van waterstofproducten of synthetische brandstoffen relatief duur wordt ten opzichte van binnenlandse productie, dan heeft het scenario Extra wind op land en zonneparken mogelijk iets lagere maatschappelijke kosten.
6
220235 - Nut en noodzaak extra wind op land in 2030 en 2050 - December 2022
Importbehoefte De keuze voor CO,-vrije energiebronnen heeft ook impact op de importbehoefte van energie in Nederland. In elk van de scenario's zijn de binnenlandse bronnen voldoende om te voldoen aan de elektriciteitsvraag en ook de binnenlandse waterstofvraag, met name vanuit de industrie, kan hiermee gedekt worden. Er is echter onvoldoende binnenlandse productie van energie om ook de vraag naar synthetische brandstoffen voor de internationale lucht- en scheepvaart te dekken. Hier is in elk scenario import voor nodig. In het scenario Extra wind op zee en zon op dak is Nederland meer afhankelijk van import van energie uit het buitenland (30% van de totale energievraag), doordat een kleiner aandeel van de binnenlandse CO,-vrije bronnen benut worden. In de scenario's Extra wind op land en zonneparken en Kernenergie is importbehoefte van synthetische brandstoffen iets lager (25% van energie). Bij kernenergie is wel import van uranium noodzakelijk.
Gevoe Iigheidsana lyses Er zijn verschillende mogelijke ontwikkelingen en politieke keuzes die niet meegenomen zijn in de scenario's en de doorrekeningen daarvan, maar die wel relevant zijn voor de afweging om wel of geen extra windmolens en zonneparken op land te plaatsen. Om de effecten van deze ontwikkelingen in te schatten, zijn gevoeligheidsanalyses uitgevoerd voor 2030 en 2050. Er is onzekerheid over de totale potentie voor energieproductie met windmolens op de Noordzee. Mogelijk valt deze hoger uit dan aangenomen in de scenario's, doordat een hoger aantal vollasturen en een groter vermogen aan windmolens mogelijk is. Bij een hoger aantal vollasturen zou de productie van de geplande windmolens op zee (en op land) hoger uitvallen en zou richting 2030 minder extra CO,-vrije energie nodig zijn (6 TWh minder). Daarnaast kunnen maatschappelijke keuzes die leiden tot krimp van de omvang van de industrie en de omvang van de internationale lucht- en scheepvaart in Nederland zorgen voor een fors lagere energievraag in Nederland, met name naar waterstof en synthetische brandstoffen. Hierdoor is 14 TWh minder CO,-vrije energie nodig in 2030. In het illustratieve pakket van alles uit de kast is dan geen extra hernieuwbare opwek op land nodig.
Tot slot is gekeken naar de effecten van het opschuiven van de verwachte doelstelling voor 50% groene waterstof in de industrie van 2030 naar 2031, aangezien in 2031 4 GW extra wind op zee beschikbaar komt. Bij het opschuiven van de doelstelling is minder extra CO,vrije energieproductie nodig in 2030 (18 TWh minder). Het uitstellen van de klimaatdoelstelling van 2030 naar 2031 is een keuze die Nederland niet zelf kan maken. Hiervoor moet Nederland afspraken maken Europese Unie, en of Nederland toestemming hiervoor krijgt is onzeker. Daarnaast kunnen deze keuzes en ontwikkelingen ertoe leiden dat minder import noodzakelijk is in 2050, met name de keuzes die leiden tot een krimp van de energievraag in Nederland. De verschillen tussen de drie scenario's veranderen niet door deze maatschappelijke keuzes. Dit betekent dat het uitsluiten van wind op land altijd leidt tot meer importbehoefte. Bij de maatschappelijke keuzes die effect hebben op krimp van bepaalde sectoren, spelen meer afwegingen dan alleen de effecten op de klimaatdoelstellingen en importbehoefte. Dit onderzoek gaat niet in op deze afwegingen, alleen van de effecten indien dit zou gebeuren.
7
220235 - Nut en noodzaak extra wind op land in 2030 en 2050 - December 2022
1
Inleiding
1.1
Wat zijn de aanleiding en het doel van het onderzoek? Nederland heeft de doelstelling om zijn uitstoot van broeikasgassen in 2030 met tenminste 55% terug te brengen ten opzichte van 1990. In 2050 moet Nederland helemaal klimaatneutraal zijn. Om deze doelen te behalen is een forse toename van de productie van CO,-vrije energie noodzakelijk. Hernieuwbare elektriciteitsproductie op land, in de vorm van windmolens op land en zonneparken, dragen op dit moment flink bij aan het verduurzamen van de Nederlandse elektriciteitsproductie. Dat komt mede omdat in het verleden met name is ingezet op wind op land door het historisch kostenvoordeel van wind op land. Maar door de snelle uitrol van windparken op zee en zon op dak ontstaat de vraag of extra windmolens op land en zonneparken, boven op de doelstelling van 35 TWh vanuit de RES, echt noodzakelijk zijn voor het behalen van de klimaatdoelstellingen. Of dat de verhoogde klimaatdoelstelling voor 2030 en de klimaatdoelstelling voor 2050 ook behaald kunnen worden zonder verdere groei van deze energiebronnen op land. Het doel van dit onderzoek is om een beeld te schetsen op welke wijze de 2030- en 2050doelen gehaald kunnen worden, met en zonder extra wind op land en zonneparken. In een klimaatneutraal energiesysteem wordt uitsluitend gebruik gemaakt van CO,-vrije energiebronnen.
Er zijn verschillende manieren waarop de toekomstige energievraag ingevuld kan worden. Daarom werken we verschillende scenario's uit voor 2030 en 2050. Daarnaast brengen we de afwegingen tussen verschillende CO,-vrije energiebronnen zoals wind op land, zonneparken, wind op zee, zon op dak of import van waterstof in kaart. Hiermee dient dit onderzoek als input voor verdere maatschappelijke en politieke discussie. De relevante punten van afweging zijn het effect op de klimaatdoelstelling voor 2030, effecten op de omgeving, maatschappelijke kosten, en importbehoefte. De hoofdvraag die we in dit onderzoek beantwoorden, is: Hoe kunnen de klimaatdoelen voor 2030 en 2050 behaald worden, met en zonder extra windmolens op land en zonneparken, en wat zijn de afwegingen tussen de verschillende CO,-vrije energiebronnen? Om de hoofdvraag te beantwoorden, hebben we de volgende vier deelvragen geformuleerd: 1. Wat zijn mogelijke scenario's voor een klimaatneutraal energiesysteem in 2050? 2. Hoe kan het tussentijdse klimaatdoel voor 2030 behaald worden, met en zonder extra windmolens op land en zonneparken? 3. Wat zijn de maatschappelijke kosten van de verschillende scenario's? 4. Wat is het effect van de scenario's op de importbehoefte van Nederland? Bij de afweging tussen CO,-vrije energiebronnen spelen ook sociale overwegingen.
Wind en zon op land kunnen zorgen voor verminderd draagvlak voor de energietransitie, aangezien ze door omwonenden als last worden ervaren. Dit geldt een stuk minder voor wind op zee, zon op daken en import van energie. Lokaal eigenaarschap van windmolens op land, zon op daken en zonneparken kan mogelijk ook sociale voordelen opleveren. Zo kan het bijdragen aan de gemeenschapszin van lokale gemeenschappen, voordelen opleveren voor lokale
8
220235 - Nut en noodzaak extra wind op land in 2030 en 2050 - December 2022
economieën en bijdragen aan een eerlijkere verdeling van de opbrengsten van de energietransitie (Horstink, L. et al., 2019). Tegelijkertijd kan het bij onvoldoende draagvlak en rechtvaardige verdeling van lusten en lasten, ook leiden tot tweespalt in lokale gemeenschappen. De sociale aspecten zijn verder niet onderzocht in dit onderzoek.
1.2
Wat onderzoeken we? Om de eerste deelvraag, Wat zijn mogelijke scenario's voor een klimaatneutraal energiesysteem in 2050?, te beantwoorden stellen we scenario's op voor een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. We brengen de potentie van verschillende CO,-vrije energiebronnen (inclusief import van CO,-vrije energie) in kaart en stellen vervolgens drie scenario's op. We stellen scenario's op met extra windmolens en zonneparken op land en scenario's zonder extra zonneparken en windmolens op land. In elk van de scenario's gaan we uit van realisatie van de ambitie van 35 TWh hernieuwbare opwek op land vanuit de RES. Alle scenario's gaan uit van het halen van de doelstelling klimaatneutraal in 2050. Vervolgens kijken we hoe het tussentijdse klimaatdoel om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 55% terug te brengen ten opzichte van 1990 behaald kan worden, met en zonder extra windmolens op land en zonneparken. Na het in kaart brengen op welke wijze de 2030- en 2050-doelen gehaald kunnen worden, brengen we de afwegingen in kaart. We werken de afwegingen uit voor de scenario's voor 2050. We maken een inschatting van het effect van wind op land en zonneparken op de totale maatschappelijke kosten van het energiesysteem.
We kijken hierbij niet alleen naar de directe kosten voor het energiesysteem (productiekosten en overige systeemkosten), maar ook naar de externe kosten van verschillende energiebronnen, die veroorzaakt worden door de effecten van de energiebronnen op de omgeving. We brengen de maatschappelijke kosten van verschillende energiebronnen en de totale maatschappelijke kosten van de scenario's in kaart. Hiermee beantwoorden we de vierde deelvraag: Wat is het effect op de maatschappelijke kosten? Tot slot brengen we het effect van de verschillende scenario's op importbehoefte van energie van Nederland in kaart. Door niet alle binnenlandse CO,-vrije energiebronnen in te zetten, moet Nederland mogelijk meer energie importeren. We bepalen de importbehoefte van energie van Nederland voor de verschillende scenario's en beantwoorden daarmee de vijfde deelvraag: Wat is het effect op de importbehoefte van Nederland? We werken enkele gevoeligheidsanalyses uit om de effecten van mogelijke keuzes of ontwikkelingen, die niet meegenomen worden in onze scenario's, te bespreken. Dit gaat om krimp van de energie-intensieve industrie in Nederland, krimp van de internationale luchten scheepvaart, een hoger aantal vollasturen voor windmolens op land en op zee, een hogere potentie voor wind op zee en het opschuiven van de doelstelling van 2030 naar 2031.
1 .3
Leeswijzer Dit rapport bevat de volgende hoofdstukken: In Hoofdstuk 2 beschrijven we de scenario's voor een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. In Hoofdstuk 3 bespreken we de effecten van de scenario's op het behalen van de klimaatdoelstelling voor 2030.
9
220235 - Nut en noodzaak extra wind op land in 2030 en 2050 - December 2022
In Hoofdstuk 4 bespreken we de maatschappelijke kosten van verschillende CO,-vrije energiebronnen en vergelijken we de totale maatschappelijke kosten van de scenario's. In Hoofdstuk 5 bespreken we de importbehoefte van de verschillende scenario's. In Hoofdstuk 6 werken we enkele gevoeligheidsanalyses uit. In Hoofdstuk 7 volgen de conclusies. De Bijlagen bevatten uitgebreide omschrijvingen van de modellering van de energiescenario's (Bijlage A), de kostenberekeningen (Bijlage B) en de resultaten van het scenario Internationale Sturing (Bijlage C).
10
220235 - Nut en noodzaak extra wind op land in 2030 en 2050 - December 2022
2
Wat zijn mogelijke scenario's voor een klimaatneutraal energiesysteem in 2050? In 2050 moet Nederland helemaal klimaatneutraal zijn. Om deze doelen te behalen moet meer CO,-vrije energie geproduceerd worden. Hiervoor kunnen extra windmolens en zonneparken op land gebruikt worden, maar er zijn ook alternatieven. In dit hoofdstuk brengen we de potentie van verschillende CO>-vrije energiebronnen (inclusief import van CO,-vrije energie) in kaart. Vervolgens stellen we verschillende scenario's op voor het energiesysteem 2050. We stellen scenario's op met extra windmolens en zonneparken op land en scenario's zonder extra zonneparken en windmolens op land. Alle scenario's gaan uit van het halen van de doelstellingen voor het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen. Voor elk van de scenario's maken we een inschatting van de effecten op de benodigde energie-infrastructuur (inclusief energieopslag). Voor het opstellen van de scenario's modelleren we het complete energiesysteem. In dit model bepalen we vraag en aanbod van alle energiedragers voor elk uur van het jaar. Zo maken we de wisselwerking tussen verschillende energiebronnen met verschillende productieprofielen inzichtelijk. We optimaliseren de omvang van de productie van de verschillende CO,-vrij energiebronnen in de scenario's.
Een uitgebreide omschrijving van de modellering van het energiesysteem is te vinden in Bijlage A.
2.1
Hoe groot is de potentie van de verschillende CO2-vrije energiebronnen? Om de klimaatdoelstellingen te halen moet voldoende CO-,-vrije energie beschikbaar zijn. Dit gaat met name om CO,-vrije elektriciteit (voor direct gebruik of voor productie van waterstof), maar ook duurzame warmte en productie van groengas kunnen bijdragen aan het halen van de klimaatdoelstellingen. Door het gebruik van duurzame warmte en groengas, bijvoorbeeld in de gebouwde omgeving, is minder CO-vrije elektriciteit nodig. We hoeven in de toekomst niet alle CO-,-vrije energie zelf te produceren. Het zal naar verwachting in de toekomst mogelijk zijn om CO;-vrije energie te importeren, waarschijnlijk in de vorm van waterstof of afgeleide producten van waterstof, zoals methanol, ammoniak of synthetische brandstoffen (bijvoorbeeld kerosine). Tabel 1 geeft een overzicht van de belangrijkste CO,-vrije energiebronnen en geeft een indicatie van het ruimtelijk potentieel voor deze bronnen1. De tabel laat zien dat er forse potentie is voor verschillende soorten zon-pv, al is het nog onzeker of al deze potentie (economisch) gerealiseerd kan worden.
1
11
Er is niet onderzocht of dit potentieel ook economisch rendabel is. Het kan zijn dat sommige vormen van energieproductie erg duur zijn. Dit geldt met name voor bepaalde vormen van zon-pv.
220235 - Nut en noodzaak extra wind op land in 2030 en 2050 - December 2022
Tabel 1 - Potentieel CO;-vrije energiebronnen Energiebron Wind op zee
Potentieel
Potentiële
vermogen
productie
70-100 GW
315-450 TWh
Toelichting en bron Het is de verwachting dat in ieder geval 60 tot 70 GW wind op zee haalbaar is (DNV.GL, 2020), maar uit recent onderzoek volgt dat mogelijk tot 100 GW wind op zee mogelijk is als ook natuurgebieden en militaire zones gebruikt worden (Taminiau ft van der Zwaan, 2022). Bij de potentiële productie gaan we uit van 4.500 vollasturen, zie kader hieronder.
Wind op land
30-60 Gw
90-180 TWh
Dit is afhankelijk van hoe wind op land ingepast wordt. Bij opstellingen waar meer rekening gehouden wordt met de inpassing of koppeling met andere ruimtelijke opgaves is het potentieel naar verwachting 30 GW. Bij opstellingen waar hier minder rekening mee wordt gehouden 60 GW. (Generation.Energy @ PosadMaxwan, 2020) Bij de potentiële productie gaan we uit van 3.000 vollasturen, zie kader hieronder.
Zonneparken op land
2.900 GW
2.600 TWh
(Generation.Energy, 2021)
Zon op binnenwater
530GW
500 TWh
(Generation.Energy, 2021)
Zon op dak/gevel
100GW
80 TWh
(Generation.Energy, 2021)
130GW
100 TWh
(Generation. Energy, 2021)
750GW
650 TWh
woningen Zon op dak/gevel overig e gebouwen Zon op infrastructuur
Deze cijfers geven het totale ruimtelijk inpasbare potentieel voor zon op infrastructuur. Het is echter de verwachting dat het in de praktijk lastig zal zijn om al dit potentieel te realiseren. In de scenario's van Generation Energy wordt uitgegaan van maximale benutting van 7,7% van het potentieel voor zon op infra (58,5 GW / 49 TWh). (Generation.Energy, 2021)
Zon op zee
6.400 GW
5.700TWh
Kernenergie
8,3 GW
72 TWh
(Generation.Energy, 2021) Binnen huidige aangewezen gebieden in Borssele en Maasvlakte. (Delft., C. @ Pondera Consult, 2023)
Duurzame wanmte
32 TWh
Dit komt overeen met de productie van duurzame warmte
(geothermie, rest-
in het klimaatneutrale 2050 scenario Regionale Sturing,
warmte)
waarin maximaal ingezet wordt op het gebruik van duurzame wanmte. We nemen aan dat dit de maximale hoeveelheid duurzame wanmte is die realistisch gezien ingezet kan worden. (Berenschot @ Kalavasta, 2020)
Groengas Import groene waterstof
2 bcm/17,5 TWh